Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5149

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21-10-2016
Datum publicatie
21-12-2016
Zaaknummer
18-820084-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

medeplegen van handel in harddrugs, (deels) ontkennende verdachte.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2, geldigheid: 2007-11-01
Opiumwet 10, geldigheid: 2009-07-01
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2008-02-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/820084-15

ter berechting gevoegd parketnummer 18/830167-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 21 oktober 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

7 oktober 2016.

De verdachte is verschenen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Akkerman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode 1 april 2013 tot en met 12 mei 2014 in de gemeente Groningen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of hoeveelheden en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

en

hij op of omstreeks 13 november 2013 te [pleegplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,319 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of ongeveer 1,458 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat beide ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte op 13 november 2013 is aangetroffen bij het pand aan [adres 1] te [pleegplaats] , terwijl hij drugsgeld en bolletjes bij zich had. Verdachte heeft in dat verband bekend dat hij handelde in drugs. Hij heeft daarbij verklaard gebruik te maken van het [telefoonnummer] . Dat telefoonnummer wordt ook telkens genoemd door de harddrugsgebruikers in het onderzoek naar de handel in drugs [adres 2] te [pleegplaats] . Uit dat onderzoek wordt duidelijk dat verdachte samen met anderen gedurende ruim een jaar onder de naam ' [alias] heeft gehandeld in heroïne en cocaïne.

Het standpunt van de verdachte

Verdachte heeft bekend dat hij bij het pand aan de [adres 1] te [pleegplaats] is aangetroffen terwijl hij in het bezit was van drugsgeld en bolletjes heroïne en cocaïne en dat hij ongeveer

5 maanden heeft gehandeld in drugs om te kunnen overleven. Het overige ten laste gelegde is door verdachte ontkend.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank past ten aanzien van het eerste en het tweede ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 7 oktober 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 13 november 2013 op [adres 1] in [pleegplaats] door de politie ben aangetroffen terwijl ik in het bezit was van bolletjes heroïne en cocaïne en € 800,00 drugsgeld. Ik heb een periode van 5 maanden mijn geld verdiend door te handelen in drugs. Hierdoor kon ik overleven.

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van politie Groningen met nummer PL01KE - 2013120367-69 d.d. 14 november 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en opgenomen op p. 325 e.v. van het dossier met nummer PL01KG-2014021474 z, inhoudende de verklaring van de verdachte:

V: De telefoon die je bij je had is dat je eigen telefoon?

A: Ja, die Nokia.

V: Weet je je telefoonnummer uit je hoofd?

A: [telefoonnummer] .

V: Hoelang maak je al gebruik van dit nummer?

A: Al 5 jaar.

V: Wordt je door vrienden gebeld of door gebruikers van drugs?

A: Vrienden, familie en ook wel door klanten.

V: Hoeveel drugs verkoop jij ongeveer op een dag?

A: Ongeveer 10 wit 10 bruin, soms 15 wit en 15 bruin.

V: Hoe benaderen de klanten van je meestal?

A: De meeste in het centrum van [pleegplaats] . Ik ben daar meestal lopend.

V: Verkoop jij de bruin voor het zelfde bedrag als de wit?

A: Ik koop allebei in voor 35 per gram. Dat is ongeveer 5 bolletjes. Ik verkoop de wit voor 50 euro per gram. Dat is 10 euro per bolletje. De bruin verkoop ik niet altijd voor 50 euro maar ook vaak voor 40 euro per gram.

V: Met wit wat bedoel je daarmee?

A: cocaïne

V: Met bruin wat bedoel je daarmee?

A: heroïne.

V: hoelang verkoop je al drugs?

A: Ongeveer 5 a 6 maanden doe ik het voor mij zelf.

3. Een proces-verbaal van aanhouding van politie Groningen met nummer PL01KE - 2013120367-55 d.d. 13 november 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en opgenomen op p. 318 e.v. van voormeld dossier inhoudende de relatering van de verbalisanten:

Hierbij voelde ik, verbalisant, dat verdachte aan de binnenzijde van zijn boxershort een opvallende niet natuurlijke bobbel had. Verdachte werd verzocht om dit voorwerp weg uit zijn onderbroek te pakken, waarop ik zag dat hij een klein blauw/wit sokje uit zijn boxershort wegnam. Bij nadere inspectie bleek het sokje 10 bolletjes met een witte substantie in

plastic gedraaid mogelijk cocaïne en 7 bolletjes met een bruine substantie in plastic gedraaid, mogelijk heroïne te bevatten.

4. Een proces-verbaal verdovende middelen van politie Drenthe met nummer PL01N3 - 2013120367-130 d.d. 27 november 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en opgenomen op p. 148 e.v. van voormeld dossier inhoudende de relatering van de verbalisanten:

Goednummer : PLO1KE-2013120367-365840

Omschrijving : 10 dichtgebrande bolletjes van kleurloos plastic met witte brokjes en poeder

Bruto : 1,651 gram

Netto : 1,458 gram

SIN : AAGP0722NL

Het bovenstaand goed werd getest met MMC Cocaïne spray test

positief/negatief: positief op Cocaïne

Goednummer : PLO1KE-2013120367-365841

Omschrijving : een lichtblauw babysokje met 7 dichtgebrande bolletjes van kleurloos plastic met lichtbruin poeder en brokjes

Bruto: 1,492 gram

Netto : 1,319 gram

SIN : ARGP0743NL

Het bovenstaand goed werd getest met MMC Heroïne test

positief/negatief: positief op Heroïne.

5. Een deskundigenrapport, Rapport identificatie van drugs en precursoren, afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie d.d. 2 januari 2014, zaaknummer 2013.12.30.034 (aanvraag 001), opgemaakt door [gerechtelijk deskundige] op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op p. 152 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van de deskundige:

AAGP0722NL in totaal volgens opgave 1,458 gram, crèmekleurig poeder en brokjes in zes plastic bolletjes en drie gripzakjes; aantal onderzocht: een, bevat cocaïne.

IAAGP0743NL in totaal volgens opgave 1,319 gram, beige poeder en brokjes in vier plastic bolletjes en drie gripzakje; aantal onderzocht: een, bevat heroïne.

6. Een proces-verbaal van bevindingen van politie Noord-Nederland met nummer PL01KC-2014024838-15 d.d. 12 mei 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en opgenomen op p. 66 e.v. van het dossier genaamd 'Wespennest' inhoudende de relatering van de verbalisanten:

Op 12 mei 2014 te 14.17 uur, zijn wij, verbalisanten, het pand aan [adres 2] te [pleegplaats] , zonder toestemming van de bewoner binnen getreden ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1 onder b, van de Opiumwet en artikel 96

van het Wetboek van Strafvordering en artikel 97 van het Wetboek van Strafvordering.

De deur van de genoemde woning is geforceerd en na opening van de deur roken wij,

verbalisanten, een sterke wietlucht en bij betreden van de woning zagen wij, verbalisanten, op de tafel in het midden van de kamer meerdere doorzichtige plasticzakjes liggen waaronder een doorzichtig blauw zakje met daar bruin poeder, gelijkende op heroïne. De zoeking in de woning is gedaan met behulp van een geld en drugshond. Wij, verbalisanten, troffen tijdens de doorzoeking de volgende goederen aan die in beslag zijn genomen. Op de tafel in het midden van de woning;

-doorzichtig plastic zakje met daarin een wit poeder, gelijkende op cocaïne,

-blauw doorzichtig zakje met daarin bruin poeder, gelijkende op heroïne,

-doorzichtig zakje met hennep,

In het keukenblok;

-weegschaal,

-zeef,

-bordje,

-drie messen,

-soeplepel,

-twee glazen bekers,

-schaal.

De drugshond sloeg aan op deze goederen. Zichtbaar op deze goederen was dat er witte en bruine poederresten aanwezig waren.

Links naast deze kast, tussen het bed en de kast, in een plastic tas lag;

-een weegschaal zonder een zichtbaar merk maar grijs van kleur.

Gelijk bij de voordeur op een plank in de hal, links aan de muur, lag;

-een groene weegschaal.

Achter het bed onder de verwarming lag;

-een weegschaal.

Verder reageerde de drugshond op een tweetal plastic vuilniszakken, die voor het keukenblok op de grond lagen. In de vuilniszakken lagen in totaal 27 lege doorzichtige verpakkings materialen, voor vermoedelijk drugs. De genoemde verpakkingsmaterialen waren allen open gescheurd en zichtbaar was dat ze waren dicht gebrand. Het is ons, verbalisanten, ambtshalve bekend dat verdovende middelen op deze wijze verpakt worden. Daarmee bedoelen wij, verbalisanten, dat doorzichtige plastic zakjes gevuld worden met verdovende middelen en dat de zakjes dan dicht gebrand worden.

7. Een proces-verbaal verdovende middelen van politie Noord-Nederland met nummer PL01N3-2014024838-79 d.d. 20 mei 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en opgenomen op p. 84 e.v. van het dossier genaamd 'Wespennest' inhoudende de relatering van de verbalisanten:

Goednummer : PLO1KC-2014024838-400051

Omschrijving : een transposafe envelop met wit poeder en een stukje kleurloos plastic met poederresidu

Bruto : 7,880 gram

Netto : 0,160 gram

SIN : AAGW8893NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Cocaïne spray test

positief/negatief : positief op Cocaïne

Het bovengenoemde poeder wordt als monster naar het NFI verzonden.

Goednummer : PLO1KC-2014024838-400057

Omschrijving : grote lichtgroene plastic schaal met bloemmotief merk " [merk] ") met bruin poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN AAGW8964NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Heroïne test

positief/negatief positief op Heroïne

Goednummer : PLO1KC-2014024838-400058

Omschrijving : witte plastic zeef met een metalen zeefgedeelte met bruin poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN AAGW8963NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Heroïne test

positief/negatief : positief op Heroïne

Goednummer : PLO1KC-2014024838-400059

Omschrijving plat bord " [type] " met bruin poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN : AAGW8947NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Heroïne test

positief/negatief : positief op heroïne

Goednummer : PLO1KC-2014024838-400060

Omschrijving : aardappelschilmesje met cyclaamkleurig heft met wit poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN : AAGW8944NL

Proces-verbaalnummer PLO1N3-2014024838-79

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Heroïne test

positief/negatief : positief op heroïne

Goednummer : PLO1KC-2014024838-400061

Omschrijving : 2 kleurloze glazen mokken met wit poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN : AAGW8961NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Cocaïne tracewipe test

positief/negatief: positief op Cocaïne

Goednummer PLO1KC-2014024838-400062

Omschrijving : een soeplepel met wit poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN AAGW8962NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Cocaïne tracewipe test

positief/negatief positief op Cocaïne

Goednummer PLO1KC-2014024838-400176

Omschrijving : aardappelschilmesje met lila heft met wit poederresidu

Gewicht poeder niet weegbaar

SIN : AAGW8959NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Cocaïne tracewipe test

positief/negatief : positief op Cocaïne

Goednummer : PLO1KC-2014024838-400179

Omschrijving : een broodmes met wit poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN : AAGW8946NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Cocaïne tracewipe test

positief/negatief : positief op Cocaïne

Goednummer : PLO1KC-2014024838-400180

Omschrijving : een steakmes met zwart heft met wit poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN : AAGW8945NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Cocaïne tracewipe test

positief/negatief : positief op Cocaïne

Goednummer PLO1KC-2014024838-399987

Omschrijving Zwarte weegschaal met zilverkleurig weeggedeelte, merk

" [merk] "met bruin poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN : AAGW8960NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Heroïne test

positief/negatief : positief op Heroïne

Goednummer : PLO1KC-2014024838-399989

Omschrijving : kleine digitale weegschaal model No:DJ-100 " [merk] " met wit en bruin poederresidu

Gewicht poeder : niet weegbaar

SIN : AAGW8942NL

Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Heroïne test

positief/negatief : positief op Heroïne.

8. Een deskundigenrapport, Rapport identificatie van drugs en precursoren, afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie d.d. 2 juni 2014, zaaknummer 2014.05.26.009 (aanvraag 001), opgemaakt door [gerechtelijk deskundige] op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op p. 82 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van de deskundige:

Politie registratienummer PLO1N3-2014024838-79

AAGW8893NL volgens opgave 0,16 gram, crèmekleurig poeder in een gripzakje, bevat cocaïne

9. Een proces-verbaal van bevindingen van politie Noord-Nederland met nummer PL01KC - 2014024838-6 d.d. 3 april 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en opgenomen op p. 39 e.v. van het dossier genaamd 'Wespennest' inhoudende de relatering van de verbalisanten:

Tussen 25 maart 2014 omstreeks 15:00 uur en 25 maart 2014 omstreeks 16:00 uur, hebben wij een onderzoek ingesteld waarbij het volgende is bevonden.

Omstreeks 15:00 uur spraken wij, verbalisanten met de ons ambtshalve bekende [getuige 1] geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] . [getuige 1] is een bekende harddrugsgebruiker. [getuige 1] vertelde ons verbalisanten het volgende:

-In een woning [adres 2] verblijven meerdere Marokkanen uit [plaats 1] die

dealen in harddrugs.

-De leider van deze groep is genaamd [alias] .

-Met [alias] wordt bedoeld [medeverdachte] .

-Deze groep Marokkanen is op dit moment de grootste groep dealers in de stad

[pleegplaats] .

-Ze zetten heel veel geld om en halen hun drugs uit Rotterdam.

-Wanneer je drugs wilt bestellen bij deze groep kun je de volgende telefoonnummers

bellen: [telefoonnummer] .

-Ze maken gebruik van meerdere scooters waarmee ze de drugs bezorgen.

[getuige 1] gaf een beschrijving van de persoon [alias] waar hij over sprak. Omdat ik,

verbalisant het vermoeden had om wie het ging toonde ik hem een foto van [medeverdachte]

. Wij, verbalisanten hoorden dat [getuige 1] zei: "Ja, dat is hem dat is [alias]."

10. Een proces-verbaal van bevindingen van politie Noord-Nederland met nummer PL01KC - 2014024838 - 111 d.d. 23 juli 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 134 e.v. van het dossier genaamd 'Wespennest' inhoudende de relatering van de verbalisant:

In het onderzoek naar de handel in de verdovende middelen zijn de volgende verdachten naar voren zijn gekomen;

-[verdachte]man), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

en

-[medeverdachte] (man), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

In dit onderzoek zijn meerdere kopers/drugsverslaafden gehoord. Tijdens deze verhoren zijn foto's gebruikt van bovenstaande verdachten. Op foto 1 staat genoemde [verdachte] en op foto 2 staat genoemde [medeverdachte].

11. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van politie Noord-Nederland met nummer PL01KC - 2014024838 - 86 d.d. 11 juni 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 129 e.v. van het dossier genaamd 'Wespennest' inhoudende de verklaring van [getuige 2]:

A: Ik koop al enkele jaren van twee Marokkaanse mannen die zich [alias] noemen. Ik

denk dat het broers zijn.

V: Hoelang koopt u al van ze?

A: Zeker wel drie jaar.

V: Zou u ze weer herkennen?

A: Zeker.

0: Ik toen de verdachte fotoblad een(1).

V: Herkent u de man op de foto?

A: Dat is een van [aliassen]

0: Ik toon de verdachte fotoblad twee(2).

V: Herkent u deze persoon?

A: Dat is de andere [alias].

V: Gebruikt u altijd het zelfde telefoonnummer om ze te bellen?

A: Ja, dat telefoonnummer is [telefoonnummer]

V: Als u het nummer belde. Wie nam er dan op?

A: Meestal een van de [aliassen].

In de periode dat het zo koud was wilden de [aliassen] niet brengen en moest ik een keer naar [adres 2] in [pleegplaats].

Wat moest u doen [bij adres 2]?

A: Daar kocht ik van [alias] van foto een(1.) Hij kwam uit het pand met de lange trap naar boven.

V: Als u bestelde bij hun wat was dit dan?

A: Altijd een bolletje wit en een bolletje bruin.

V: Wat kost een bolletje wit?

A: Een bolletje kost een tientje en het maakt niet uit wat voor bolletje. Ik kocht dus altijd voor twintig euro en dat dus voor de twee bolletjes.

V: Even voor de duidelijkheid. Cocaïne is wit en heroïne is bruin. Klopt dat?

A: Klopt.

12. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van politie Noord-Nederland met nummer PL01KC - 2014024838 - 82 d.d. 20 mei 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar en opgenomen op p. 137 e.v. van het dossier genaamd 'Wespennest' inhoudende de verklaring van [getuige 3]:

V: Zegt de naam [alias] jou iets?

A: Ja, dat zegt mij wel iets.

0: Wij verbalisanten laten hem een tweetal foto's zien.

V: Herken je deze mannen?

A: Die man op foto 1 is [alias].

V: Wat is het telefoonnummer van [alias]?

0: Verdachte toont ons een telefoonnummer op zijn mobiel telefoon.

A: [telefoonnummer].

13. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van politie Noord-Nederland met nummer PL01TP - 2014024838 - 63 d.d. 15 mei 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en opgenomen op p. 141 e.v. van het dossier genaamd 'Wespennest' inhoudende de verklaring van [getuige 4]:

V: Van wie kocht je dan deze drugs?

A: De enige naam die ik weet is [alias]) ik noem hem [alias]. Ik denk dat het een bijnaam is.

V: Waar haalt hij de drugs (evt. uit zijn voertuig) vandaan?

A: Hij had een sokje bij zijn onderbroek in en haalde daar de drugs uit.

V: Hoe vaak heb je drugs gekocht van deze personen?

A: Elke dag over een periode van drie en half jaar. Er zat heel soms een dag tussen dat ik niet kocht. Als ik een week van zeven dagen neem dan denk ik dat ik 10 bestelling plaatse in die week. Soms dus twee keer per dag.

V: Hoe verlopen deze transacties?

A: Ik belde, en met een half uur of twintig minuten kwam er dan iemand.

V: Wat moet je betalen voor deze drugs?

A: 10 euro voor een bolletje heroïne of cocaïne.

V: Hoe bereik je hem?

A: Telefoon.

V: Welk telefoonnummer heeft hij?

A: [telefoonnummer]

V: Hoe ziet de verpakking eruit?

A: plastic bolletje welke is dichtgedraaid.

V: We laten je een foto zien, is dit de dealer?

A: Ja dat is hem, dat is [alias] (foto op bijlage 1) en die andere is zijn broer (foto op bijlage 2). [alias] is degene die met de handel is begonnen. Van hem heb ik het telefoonnummer gekregen en hij kwam in het begin altijd de drugs brengen. Maar dat is dus al drie jaar geleden.

V: Zegt het [adres 2] te [pleegplaats] jou wat?

A: Ja dat zegt mij wel wat. Ik ben afgelopen zondagavond 11 mei 2014 voor het laatst daar binnen geweest. Ik heb daar toen twee bolletjes bruin voor mij en [persoon] gekocht.

Ik verklaarde eerder dat ik wel eens bij [plaats 2] drugs ging halen, het gebeurde dan wel dat als ik er stond en ik belde dat ze zeiden loop maar door naar de deur. Ze bedoelden dan de deur [bij adres 2] in [pleegplaats]. Ik denk dat ik een keer of zes binnen op de kamer geweest en wat vaker onder aan de deur De jongen die op die kamer zat kende ik niet. Ik heb [alias] van bijlage 1 wel het pand [adres 2] zien binnengaan maar daar heb ik nooit iets van hem gekocht.

Ik heb van de man op bijlage 2 welke ik ook [alias] noem, gekocht onder aan de deur bij [adres 2]. Met onder aan de deur bedoel ik de deur van de steeg. Deze deur geeft toegang tot het pand [adres 2].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht beide ten laste gelegde feiten bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode 1 april 2013 tot en met 12 mei 2014 in de gemeente Groningen

tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of hoeveelheden en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne telkens een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

en

hij op 13 november 2013 te [pleegplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,319 gram van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en ongeveer 1,458 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De in de tenlastelegging voorkomende kennelijke misslag, te weten dat er twee keer heroïne wordt genoemd, wordt verbeterd gelezen. Uit de laatste zin van de tenlastelegging blijkt duidelijk dat het de bedoeling is geweest naast heroïne ook cocaïne in de tenlastelegging op te nemen. Het gaat in beide gevallen om bolletjes harddrugs. De verdachte wordt door het verbeterd lezen niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen in vereniging gepleegd.

2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in verzekering.

Standpunt van de verdachte

Verdachte heeft aangegeven een gevangenisstraf niet passend te vinden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De rechtbank heeft gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS. Als uitgangspunt voor het dealen in harddrugs over een periode van 6 tot 12 maanden door een alleen opererende dader wordt daar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van

12 maanden gehanteerd.

In onderhavig geval is sprake van het in vereniging dealen in harddrugs, zowel heroïne als cocaïne, over een periode van 13,5 maand. Verdachte is op 13 november 2013 al opgepakt wegens het bezit van drugsgeld en bolletjes. Desondanks is hij doorgegaan met het handelen in harddrugs tot half mei 2014. Door het dealen van harddrugs heeft verdachte bijgedragen aan het ontstaan en het in stand blijven van drugsafhankelijkheid bij derden, waardoor hun gezondheid in gevaar wordt gebracht. Het gebruik van harddrugs brengt immers ernstige schade toe aan de volksgezondheid. Dat is ook de reden dat op de handel in harddrugs zware straffen zijn gesteld. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat de feiten in 2013 / 2014 zijn gepleegd en derhalve gedateerd zijn.

Alles afwegende is de rechtbank niettemin van oordeel dat een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd passend en geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart de twee ten laste gelegde feiten bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. K. Bunk rechters, bijgestaan door mr. K. Offerein-Hulshoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 oktober 2016.

Mr. K. Bunk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.