Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:5003

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-11-2016
Datum publicatie
16-11-2016
Zaaknummer
C/17/151346 / KG ZA 16-288
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Huur- en zorgovereenkomst(en) tussen instelling voor geestelijk gehandicapten en cliënt; opzegging treft geen doel bij gebrek aan gewichtige redenen. Instelling wordt veroordeeld om binnen zes weken cliënt weer woonruimte en zorg aan te bieden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2017/9
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/151346 / KG ZA 16-288

Vonnis in kort geding van 16 november 2016

in de zaak van

1 [de vader] ,

2. [de moeder],

in hun hoedanigheid van bewindvoerder en mentor van

[B] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. R. Tamourt, kantoorhoudende te Heerenveen,

tegen

de stichting

STICHTING ZORG EN BEGELEIDING RUIMZICHT,

gevestigd te Oldelamer,

gedaagde,

advocaat mr. M.R. Gans, kantoorhoudende te Groningen.

Partijen zullen hierna [de ouders] (en afzonderlijk: [de vader] en [de moeder] ) en Ruimzicht genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Ruimzicht.

Naar aanleiding van het verzoek van Ruimzicht om de behandeling van het kort geding met gesloten deuren te laten plaatsvinden, heeft de voorzieningenrechter op grond van artikel

27 lid 1 sub c Rv beslist dat het gedeelte dat zeer privacygevoelige informatie omtrent [de moeder] en omtrent medebewoners betreft met gesloten deuren zal plaatsvinden. Daartoe zijn de deuren dan ook éénmaal gesloten.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. De voorzieningenrechter heeft daarbij meegedeeld dat bij publicatie van het vonnis op www.rechtspraak.nl de informatie die tijdens het gesloten gedeelte van de terechtzitting naar voren is gekomen niet in het te publiceren vonnis zal worden opgenomen, voor zover het daarbij gaat om de hiervoor bedoelde informatie over [de moeder] en de medebewoner(s).

2 De feiten

2.1.

[de ouders] zijn de ouders, bewindvoerders en mentoren van [B] (hierna: [B] ). [B] is een 35-jarige vrouw met het Downsyndroom.

2.2.

Ruimzicht exploiteert een zorgboerderij die aan een twaalftal mensen met een verstandelijke beperking zorg aanbiedt, waaronder dagbesteding, verzorging en begeleiding. In dat kader wordt ook woonruimte ter beschikking gesteld. Voor alle bewoners geldt dat zij niet zelfstandig kunnen wonen en aldus afhankelijk zijn van de te bieden zorg. Voorwaarde voor plaatsing is dat sprake is van een CIZ-indicatie voor begeleiding, verzorging en dergelijke.

2.3.

Ruimzicht bestaat thans vijf jaren. Ruimzicht is een initiatief van en wordt geleid door [A.K.] en [T.K.] , die respectievelijk bedrijfskundige en psychologe zijn. De zorg wordt geboden door professioneel geschoolde medewerkers.

2.4.

Op 30 maart 2016 is tussen ( [de ouders] namens) [B] en Ruimzicht een "overeenkomst verzorgingskosten, wijze van betaling en verzekering" gesloten. In deze overeenkomst is een vergoeding voor de maaltijden van EUR 197,00 per maand overeengekomen en voor het wassen EUR 10,00 per maand. In deze overeenkomst is onder meer vermeld:

[…]

5. Looptijd

5.1

Deze overeenkomst is geldig overeenkomstig de looptijd van de Zorgovereenkomst en de Huurovereenkomst tussen zorgaanbieder en cliënt.

[…]

2.5.

Op 1 april 2016 is tussen ( [de ouders] namens) [B] en Ruimzicht een zorgovereenkomst ten aanzien van "dagbesteding" - tot stand gekomen. Tevens is op die datum een zorgovereenkomst ten aanzien van "begeleiding wonen" tot stand gekomen. Beide overeenkomsten zijn voor onbepaalde tijd aangegaan. In beide overeenkomsten is bovendien onder meer vermeld:

[…]

9 Overige afspraken

[…]

Algemene voorwaarden - De zorginstelling garandeert dat zorgverleners beschikbaar zijn

voor de duur van de overeenkomst.

[…]

De zorginstelling garandeert de kwaliteit van de hulp en de

zorgverlener verricht zijn werk zoals van een redelijk handelend

zorgverlener verwacht mag worden. De instelling voldoet indien van

toepassing aan de eisen die worden gesteld in de Wet op de

Geneeskundige Behandelingsovereenkomst en de wet op de

beroepen in de individuele gezondheidszorg.

[…]

Welke opzegtermijn geldt er? De budgethouder en de zorginstelling mogen de overeenkomst

tussentijds opzeggen. Er geldt een opzegtermijn van een maand.

Maar in goed overleg kan de overeenkomst ook zonder opzegtermijn

worden beëindigd. De budgethouder is niet aansprakelijk voor

financiële schade die de zorginstelling lijdt door tussentijdse

opzegging. De opdrachtnemer mag de overeenkomst alleen

tussentijds opzeggen als daar gewichtige redenen voor zijn zoals

bedoeld in het Burgerlijk Wetboek. Ook hierbij geldt een

opzegtermijn van een maand en kan in goed overleg een andere

opzegtermijn worden afgesproken.

Wanneer eindigt de overeenkomst

per direct en zonder opzegtermijn? De zorgovereenkomst eindigt direct, zonder

opzegtermijn:

- als de budgethouder overlijdt;

- als de zorginstelling failliet is verklaard of

surséance van betaling is verleend.

- als de budgetverstrekkende instantie beslist dat

de budgethouder geen recht meer heeft op een

budget.

- als budgetverstrekkende instantie géén toestemming

geeft voor de in de zorgovereenkomst afgesproken

werkzaamheden.

2.6.

Op 1 april 2016 is tussen ( [de ouders] namens) [B] en Ruimzicht een "huurovereenkomst woonruimte" - hierna: de huurovereenkomst - tot stand gekomen betreffende de woonruimte aan de Kerkeweg 20 te Oldelamer, appartement H. Daarbij is een huurprijs van EUR 516,00 per maand overeengekomen, alsmede een voorschot op de vergoeding voor de door of vanwege verhuurder ten behoeve van huurder te verzorgen leveringen en diensten van EUR 155,00 per maand. In de huurovereenkomst is onder meer het volgende vermeld:

[…]

Duur, verlenging en opzegging

3.1

Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd, na een proeftijd van 6 maanden. Verhuurder zal het gehuurde op de ingangsdatum van de huur aan huurder ter beschikking stellen, tenzij dit geen werkdag is, althans als huurder heeft voldaan aan alle op dat moment bestaande verplichtingen jegens verhuurder.

Indien in 3.1 een bepaalde tijd is opgenomen en deze periode verstrijkt zonder opzegging, loopt de overeenkomst voor onbepaalde tijd door. Beëindiging van de overeenkomst door opzegging dient te geschieden overeenkomstig 19 van de algemene bepalingen.

[…]

Aanvullende bepalingen

10. In aanvulling op (2) en (3.1) is een voorwaarde voor het huren van een woonruimte bij Boerderij Ruimzicht het hebben van zorgovereenkomst met Boerderij Ruimzicht gebaseerd op een CIZ-indicatie. Indien de zorgovereenkomst wordt beëindigd komt ook deze huurovereenkomst te vervallen.

2.7.

In de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde "Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte" is onder meer vermeld:

[…]

Beëindiging door opzegging

19. Beëindiging van de huurovereenkomst door opzegging dient te geschieden:

- per deurwaardersexploot of aangetekende brief en

- met ingang van de dag waarop een nieuwe betaalperiode aanvangt en

- met inachtneming van een opzegtermijn.

De opzegtermijn is gelijk aan de duur van een betaalperiode, maar is voor een opzegging door huurder niet korter dan één maand en niet langer dan drie maanden en voor een opzegging door verhuurder niet korter dan drie maanden.

[…]

2.8.

Het door [B] gehuurde appartement is in april 2016 door [de vader] ingericht en opgeknapt.

2.9.

Op 9 mei 2016 heeft zich een incident voorgedaan tussen [de ouders] en een medebewoner [de medebewoner] ), waarbij laatstgenoemde zich agressief heeft gedragen en uitgelaten.

2.10.

[B] is feitelijk op 10 dan wel 13 mei 2016 in het appartement getrokken en heeft vanaf die datum daadwerkelijk zorg afgenomen.

2.11.

Op 16 juni 2016 heeft er wederom een incident plaatsgevonden tussen [de ouders] , althans [de moeder] en de onder 2.9 bedoelde medebewoner.

2.12.

Op 20 juni 2016 heeft er een drie uren durend gesprek plaatsgevonden tussen [de ouders] , de persoonlijk begeleider van [B] en de persoonlijk begeleider van de hiervoor bedoelde medebewoner.

2.13.

Op 21 juni 2016 is er telefonisch contact geweest tussen [de vader] en de persoonlijk begeleider van [B] .

2.14.

Op 22 juni 2016 is van de zijde van Ruimzicht aan [de ouders] een brief overhandigd waarin het volgende is vermeld:

[…]

In de afgelopen periode hebben wij gezien dat er op de boerderij spanningen ontstaan als jullie op bezoek zijn. Als je de gebeurtenissen heel feitelijk beschrijft, gebeurt er niet meer dan boze reacties tussen een bewoner en de ouders van een andere bewoner, gevolgd door excuses en het accepteren van excuses. Toch leveren een aantal incidenten in jullie aanwezigheid onrust op bij bewoners en medewerkers.

Wij willen hierover graag met jullie in gesprek, om met elkaar te bespreken welke factoren hier een rol spelen. Op die manier kunnen we samen tot een oplossing komen om de spanningen te verminderen.

Hoofddoel van onze woonplek en werkzaamheden is het bieden van een beschermde woonomgeving aan de bewoners. Alle bewoners hebben recht op veiligheid en rust, en het is onze taak om die te waarborgen. Frequente en onverwachte aanwezigheid van jullie doen een aanslag op die rust en veiligheid. Boerderij Ruimzicht is een open plek voor familie van bewoners, B&B gasten, dorpsgenoten en alle andere geïnteresseerden, voor zover hun aanwezigheid geen afbreuk doet aan dit hoofddoel. Ook de zeer frequente en lange telefoongesprekken tussen jullie en dienstdoende begeleiders over de gang van zaken op Ruimzicht verstoren de concentratie op het welzijn van de bewoners.

Om die rust te kunnen waarborgen, is het in onze ogen nodig om jullie een toegangsverbod op te leggen. Met ingang van nu zijn jullie niet welkom op het terrein van Ruimzicht, inclusief beide opritten. Ten tweede willen wij de praktische informatie uitwisseling rondom de begeleiding van [B] via email doen, aangevuld met wekelijkse gesprekken met begeleiding op een lokatie buiten Ruimzicht. Hier kunnen we uitgebreid bespreken hoe het gaat met [B] en wat er voor haar nodig is. Uiteraard zullen we steeds meewerken als jullie en [B] elkaar willen zien. Wij brengen haar en halen haar op als dat gewenst is.

Wij hopen dat dit een tijdelijke maatregel zal zijn. Wij vinden dat deze situatie vraagt om deskundigheid om alle betrokkenen te ondersteunen in de richting van een ontspannen situatie (zonder dit soort maatregelen) waarin de aandacht van de medewerkers uit kan gaan naar het welzijn van de bewoners. Wij komen met een voorstel en staan uiteraard open voor suggesties van jullie kant.

[…]

2.15.

Bij brief van 27 juni 2016 heeft [de ouders] zijn analyse, suggesties en voorstellen op papier gezet en aan Ruimzicht doen toekomen. Hierin is onder meer het volgende vermeld:

[…]

Een toegangsverbod wordt normaal gesproken opgelegd na meerdere officiële waarschuwingen bij grote, langdurige conflicten en incidenten. Conflicten hebben wij ons inziens niet gehad. Wel verschil van mening over gevoerde werkwijze. Maar daarover is steeds gezegd dat onze deskundige mening zo op prijs werd gesteld. Dat Ruimzicht nog zoveel te leren had en volwassen moest worden, aldus [T.K.] . [B] woont er slechts 6 weken er kan dus geen sprake zijn van een langdurig conflict. De incidenten om een toegangsverbod op te leggen, zouden te maken moeten hebben met bedreigingen, verbaal en/of lichamelijk geweld. Niets van dit alles hebben personen op en van Ruimzicht met ons hoeven meemaken!

Helaas hebben wij het op Ruimzicht wel al twee keer moeten meemaken. En niet alleen wij, maar ook onze dochter en andere bewoners werden en worden geconfronteerd met verbaal geweld en bedreigingen van medebewoner [de medebewoner] . Niet omdat hij een naar mens is, beslist niet. Maar een mens met een verstandelijke beperking die vanaf jonge leeftijd al in instellingen verbleef. Mee daardoor voelt hij zich heel snel afgewezen en wordt boos. Erg boos. Omdat [de medebewoner] volgens [T.K.] niets kan doseren, ook geen boosheid.

[…]

Maar bij alles wat er op Ruimzicht gebeurt rond [de medebewoner] , wordt er vooral gekeken hoe het komt dat [de medebewoner] zo reageert. Hij was weer boos. Ja maar… die zegt nee, of zegt het kattig, of kijkt boos, of doet bijdehand, enzovoort. Daar kan hij nu eenmaal niet tegen en wordt dat getriggerd.

[…]

Alles wat spanning bij hem zou kunnen oproepen, wordt vermeden. Als wij een gesprek gaan voeren met zijn persoonlijk begeleidster moet dat buiten Ruimzicht. Zodat [de medebewoner] het niet kan zien en boos kan worden. Alles en iedereen moet zich aanpassen aan het feit dat [de medebewoner] zo extreem lichtgeraakt is en omdat hij zo grenzeloos boos en agressief wordt en ook gevaarlijk kan zijn.

Onze dochter gaf regelmatig aan op haar tenen te lopen in deze situatie en wij bespraken het.

En het is vervelend dat gesprekken daar vaak over gingen, dat vinden wij ook. […] En we bleven het er over hebben, omdat er inhoudelijk niets of nauwelijks iets veranderde. Er werd alles aan gedaan om [de medebewoner] frustraties in de kiem te smoren, maar dat blijkt niet te werken. Alles en iedereen moet zich aanpassen om [de medebewoner] maar niet te frustreren en dus boos te "maken".

Dat gegeven heeft zich nu ook tegen ons gekeerd. Wij hebben immers twee keer boosheid bij [de medebewoner] opgeroepen, volgens [T.K.] . Dan krijgen wij een toegangsverbod. De twee situaties met [de medebewoner] staan hieronder beschreven en komen uit onze schriftelijke reactie op het toegangsverbod.

"Gedurende de weken dat wij [B] haar appartement hebben opgeknapt heeft er geen enkel incident plaatsgevonden. Noch met bewoners, noch met medewerkers. Zowel de medewerkers als bewoners waren regelmatig in het appartement om naar de vorderingen te kijken. Er is vanaf het begin

1 bewoner geweest die last had van spanningen zodra hij [B] zag. Voor hem zijn wij een verlengstuk van [B] en inherent daaraan benaderd hij ons ook met veel spanning. Zijn gedrag is regelmatig verbaal agressief en hij uitte zich ook zo tegen ons op de vooravond van de verhuizing van [B] . Hij gaf aan het niet te zien zitten dat [B] op Ruimzicht kwam wonen en dat ze leek op al zijn ex-vriendinnen. Het ging nooit goed komen tussen hem en [B] en hij ging zich niet aanpassen. Dit vertelde de betreffende bewoner terwijl wij de auto aan het inladen waren. Toen wij op hem reageerde met de woorden: "dat moet dan met de begeleiding besproken worden", werd hij verbaal nog luidruchtiger en nog agressiever. Er is toen woordelijk door hem gezegd dat hij [B] zou schoppen en ons ook. We waren niet de eerste die door hem het ziekenhuis waren ingeslagen. Een aantal bewoners waren hierbij, hebben dit ook gehoord en waren - net als wij - zichtbaar ontdaan. Ik ben zelfs met een andere bewoner na dit incident op zijn verzoek mee naar zijn appartement gelopen omdat hij erg geschrokken was en er over wou praten. Hij vertelde o.a. dat de betreffende bewoner vaak zo boos was en dat dit zeer bepalend was voor de sfeer op Ruimzicht. Een paar dagen na dit incident heeft de bewoner het - onder begeleiding van een medewerkster - met ons besproken. Overigens geen excuses gehad. Wel te horen gekregen dat we zo begripvol en warm met deze bewoner omgaan.

Het tweede incident was vorige week toen we [B] ophaalden voor een ziekenhuisbezoek. Dezelfde bewoner zag mij en trok mij gelijk naar zich toe. Dat ging over mijn grenzen waarop ik hel vriendelijk heb gezegd: "nu even niet gelijk aan mij zitten". De bewoner liep daarop weg en leek het goed te accepteren. Terwijl wij in de kelder in gesprek waren met zijn persoonlijk begeleider, is de bewoner toch weer extreem boos geworden. Dit gebeurde met heel veel geschreeuw en verbaal geweld, wat zelfs met een dichte deur ertussen, zeer hoorbaar was. Het was voor ons al angstig om iemand zo boos te horen zijn, laat staan voor [B] . We hebben ons hier verder niet mee bemoeid en zijn naar het appartement van [B] gegaan. Na een uurtje gebleven te zijn gingen we weer naar huis en hebben even gedag gezegd in de boerderij. De medewerkster die bij het hele incident aanwezig was geweest nam mij mee naar buiten en vertelde dat [A.K.] bleef en [T.K.] naar Ruimzicht kwam omdat het zo niet langer kon. Ze konden de betreffende bewoner niet rustig krijgen. Daarbij was het incident achter de deur ook erg uit de hand gelopen. Een medewerkster heeft alles moeten doen om te voorkomen dat de bewoner met deze agressie toch de kelderdeur zou openen en ons daar zou zien staan. Wij hebben nog even gepraat en zijn naar huis gegaan. De zorgen om de veiligheid van onze dochter met dit soort incidenten werden er niet minder om."

Wij hebben na het eerste incident ingestemd om eerst te bellen voordat we naar Ruimzicht toe kwamen. Dan kon de begeleiding [de medebewoner] in de gaten houden. […] We hebben ons keurig aan die afspraak gehouden. Ondanks dat wij het lastig vonden, maar wilden niet voor spanning zorgen.

Het tweede incident vond donderdag 16 july j.l. plaats. Ondanks dat we ons aan de belafspraak hielden, kwam er toch weer een confrontatie met [de medebewoner] .

Na [de medebewoner] vriendelijk gedag gezegd te hebben, trok hij mij onmiddellijk naar zich toe. Dat is herkenbaar van hem, hij is erg lijfelijk, maar daar voel ik mij niet prettig bij. Op het moment dat ik mijn grenzen trok en vriendelijk zei: "nu even niet gelijk aan mij zitten" werk ik als de trigger op [de medebewoner] boosheid.

[…]

O.i. is het tijd voor de volgende fase: er moet gekeken worden door deskundigen van buitenaf. Wat omvat precies die extreme boosheid en lichtgeraaktheid bij [de medebewoner] . Is het behandelbaar. Wat kunnen de groep bewoners geboden worden om er mee om te gaan. Wordt er goed met de belangen van alle bewoners omgegaan? Hebben alle bewoners wel dezelfde rechten? Wordt negatief gedrag nu niet beloont met veel aandacht? Is er genoeg veiligheid en rust voor alle bewoners?

[…]

Wij dringen nogmaals aan op overleg en zullen ons bij laten staan door een deskundige onafhankelijke partij. Wij zijn benieuwd naar de reacties van Ruimzicht.

2.16.

[de ouders] heeft zich vervolgens gewend tot de "klachtencommissie voor verzorging verpleging en gehandicaptenzorg Friesland".

2.17.

Bij e-mailbericht van 1 juli 2016 heeft Ruimzicht het volgende aan [de vader] medegedeeld:

[…]

Ondertussen heb ik jullie reacties gelezen en staat de hoorzitting van de klachtencommissie gepland op 13 juli. Voor volgende week staat een bezoek en gesprek met iemand van Zorgbelang gepland. Nu gaan we aan de slag met onze reactie, ik mail deze door aan jullie als die klaar is. We wachten het verloop en uitkomst van deze procedures even af om daarna verder te gaan met ons overleg.

[…]

2.18.

Bij e-mailbericht van 1 juli 2016 heeft [de ouders] onder meer het volgende aan Ruimzicht medegedeeld:

[…]

Wij hebben vanaf donderdag 23/06 j.l. herhaaldelijk een verzoek aan je gedaan voor overleg, uitleg en opheffing van het toegangsverbod. De enige reactie was dat jullie er z.s.m. op zou terugkomen en dat het toegangsverbod in stand blijft. Wij hebben al op 24/06 de heer [X] van de Raad van Advies van Ruimzicht benaderd of hij met jou contact wou opnemen over deze kwestie om te kijken of deze situatie nader besproken kon worden. Op niets van deze vragen en/of verzoeken ben je ingegaan.

Wij hebben daarom gisteren besloten de afspraak met Zorgbelang, die op ons initiatief was gemaakt, te cancelen. Die afspraak was bedoeld als een poging tot bemiddeling. Dat lijkt ons niet zinvol meer, aangezien wij op eerdere pogingen geen reactie hebben ontvangen en er klaarblijkelijk geen behoefte was aan overleg. Daarom duurt deze situatie nu al 10 dagen. Jullie leggen ons een maatregel op en wensen verder niets toe te lichten. Niet voordat de maatregel wordt opgelegd en niet achteraf. Wij ervaren ten gevolge hiervan dat er zowel naar [B] als naar ons ouders/mentoren onzorgvuldig gehandeld wordt. Daarom hebben wij ons genoodzaakt gezien om volgende stappen te nemen, de klachtencommissie in hierin de eerste stap.

Wij realiseren ons terdege dat jullie wellicht aansturen op een, naar jullie oordeel, niet werkbare situatie. Temeer jullie al uitgesproken hebben "eventueel de zorgopdracht terug te geven aan het zorgkantoor".

Mocht dit zo zijn, impliceert het niet dat wij stoppen met onze genomen en nog te nemen stappen.

[…]

2.19.

Bij e-mailbericht van 3 juli 2016 heeft Ruimzicht het volgende aan [de ouders] medegedeeld:

[…]

Ik heb een aantal keer contact gehad met het Zorgkantoor en daarbij hebben mijn contactpersoon en ik gezegd dat we moeten voorkomen dat de situatie onwerkbaar wordt. Zij noemde al bij het eerste gesprek dat het mooi zou zijn als jullie contact zouden opnemen met MEE of Zorgbelang en ik was het daar mee eens. De afspraak met Zorgbelang zie ik ook als een poging tot bemiddeling, waar ik achter sta. Vandaar dat ik heb ingestemd met een afspraak op korte termijn. Ik zou het daarom jammer vinden als Zorgbelang niet wordt ingezet.

[…]

2.20.

Op 9 juli 2016 heeft [de ouders] [B] opgehaald bij Ruimzicht. [B] is tot op heden niet teruggekeerd bij Ruimzicht.

2.21.

Op 13 juli 2016 heeft er bij de klachtencommissie een hoorzitting plaatsgevonden.

Op 14 juli 2016 heeft de klachtencommissie uitspraak gedaan, in die zin dat de klacht gegrond is verklaard. De gronden van deze beslissing zijn toen nog niet vermeld. Deze zouden op een termijn van 6 weken gegeven worden.

2.22.

Bij e-mailbericht van 14 juli 2016 heeft Ruimzicht het volgende aan [de ouders] medegedeeld:

[…]

Vandaag hebben wij de uitspraak van de Klachtencommissie ook gehad. We zijn nog wel benieuwd naar de uitleg van de commissie, maar dat duurt nog 6 weken.

Wij stellen voor om op korte termijn met elkaar in gesprek te gaan om te komen tot een werkbare situatie voor iedereen, waarbij we afspraken maken over een bezoekregeling, uitgangspunten voor de begeleiding van [B] en hoe we daar met elkaar over zullen overleggen.

[A.K.] en [H] (ik ben dan een weekje weg) kunnen volgende week dinsdag of donderdag om 14.30 uur bij van der Valk afspraken, welke dag heeft jullie voorkeur?

[…]

2.23.

Bij e-mailbericht van 17 juli 2016 heeft [de ouders] onder meer het volgende aan Ruimzicht medegedeeld:

[…]

Jullie stellen voor in onderstaande mail om met elkaar in gesprek te gaan en noemen daar inhoudelijke punten voor. Jullie gaan in alle opzichten voorbij aan het advies van de commissie: Het onmiddellijk opheffen van het toegangsverbod. Daarnaast professionele mediation geregeld door de advocaten. Doel opgelopen pijn punten te kunnen bespreken en zodoende te kunnen verwerken. Daarna kunnen we overgaan tot het maken van werkbare afspraken. Daar staan wij nog steeds voor open.

Onze advocaat neemt contact op met jullie advocaat om hem te wijzen op de consequenties van de uitspraak van de commissie. Wij wachten de uitkomst van dit overleg af.

[…]

2.24.

Bij e-mailbericht van 20 juli 2016 heeft [de ouders] onder meer het volgende aan Ruimzicht medegedeeld:

[…]

Onze advocaat heeft een brief opgesteld naar jullie advocaat. Wij realiseren ons dat de uitkomst van de verschillende trajecten die wij hebben ingezet nog even op zich kunnen laten wachten, temeer het ook de vakantieperiode betreft.

Wij hebben in overleg met [B] besloten dat zij in ieder geval tijdens deze periode van afwachten, donderdag 21-7-2016 - 15.00 uur teruggaat naar Ruimzicht. [B] heeft het - behoudens de agressieve gedragingen van [de medebewoner] - naar haar zin. Daarbij zat [B] nog in de gewenningsfase toen het toegangsverbod werd opgelegd en heeft daarom zelf nog niet echt een mening - daarbij altijd rekening houdend met haar beperking - kunnen vormen over haar toekomst op Ruimzicht.

Omdat wij ons bewust zijn van de - op dit moment moeizame communicatie tussen Ruimzicht en ons - trekken wij ons terug uit overleg omtrent [B] . [B] en wij verwachten van Ruimzicht de gewone, dagelijkse zorg voor haar met uitsluiting van de/een persoonlijk begeleider. [B] krijgt via een hulpverleenster van Mee begeleidende gesprekken. In overleg met ons kan deze hulpverleenster, indien nodig, contact opnemen met Ruimzicht. [B] is hiervan op de hoogte en kon zich hier goed in vinden. De medewerkers van Ruimzicht kunnen [B] dan verder begeleiden in de dagelijkse zaken, zonder dat er inhoudelijke gesprekken gevoerd hoeven te worden. Om inhoudelijke gesprekken te kunnen voeren, moet middels het mediation traject eerst de onderlinge verhoudingen weer verbeterd zijn. Deze situatie is voor [B] ook erg onduidelijk en verwarrend. Om nog meer verwarring te voorkomen hebben wij gekozen voor begeleiding van buitenaf.

Afspraken rond [B] zijn uitvoering met ons besproken en staan ook in het voorlopig zorgplan. Mochten er toch nog vragen zijn, kan Ruimzicht per mail contact opnemen.

Wij willen benadrukken dat wij ervan uitgaan dat Ruimzicht de veiligheid van [B] ook t.o.v. [de medebewoner] zal waarborgen.

[…]

Naar aanleiding van dit e-mailbericht heeft Ruimzicht aan [de ouders] aangegeven dat zij niet instemt met de door [de ouders] gewenste terugkeer van [B] op 21 juli 2016.

2.25.

Op 9 september 2016 is er schriftelijk uitspraak gedaan door de klachtencommissie. In de uitspraak is onder meer vermeld:

[…]

Beoordeling en motivering

De klachtencommissie is van oordeel dat, los van de vraag of überhaupt door Ruimzicht wel een toegangsverbod kan worden gegeven, het door Ruimzicht aan de klagers gegeven toegangsverbod een disproportionele maatregel is die in de gegeven omstandigheden niet gegeven had mogen worden. Naar het oordeel van de klachtencommissie is het verbod ook te snel gegeven. Ruimzicht had op z'n minst vooraf een gesprek met klagers moeten arrangeren om de situatie te bespreken, om klagers wellicht meer bewust te maken van de ernst en de onhoudbaarheid van de situatie conform de visie van verweerder. In zo'n gesprek zou verweerder hebben kunnen aangeven dat gedacht werd aan een toegangsverbod. Klagers hadden dan in elk geval de kans gehad om daarop te reageren. Er had naar andere oplossingen kunnen worden gekeken. Als een dergelijk gesprek niets had opgeleverd, had het op de weg van Ruimzicht gelegen om een deskundige/mediator te vragen het gesprek te begeleiden. Dat is allemaal niet gebeurd. Ruimzicht was op voorhand van mening dat een dergelijk gesprek niet constructief kon zijn, omdat klagers grillig zouden zijn. Ruimzicht had er geen vertrouwen meer in. De klachtencommissie overweegt dat een organisatie als Ruimzicht zou moeten kunnen omgaan met eventuele grillen van ouders van hun cliënten en als dat onverhoopt niet lukt dan ligt de verantwoordelijkheid bij Ruimzicht om deskundigheid van een derde daarbij in te roepen. Ruimzicht heeft rauwelijks een toegangsverbod gegeven. Er is geen hoor en wederhoor toegepast. De klachtencommissie beslist op grond van al het vorenstaande als volgt.

Uitspraak

De klachtencommissie is van oordeel dat de klacht gegrond is.

[…]

2.26.

Bij (niet in het geding gebrachte) brief van 26 september 2016 heeft Ruimzicht (in ieder geval) de onderhavige huurovereenkomst opgezegd.

2.27.

In een schriftelijke verklaring van Ruimzicht van 30 oktober 2016 is onder meer vermeld:

[…]

Op 13 januari 2016 komen [de ouders] voor het eerst bij Ruimzicht om zich te oriënteren

voor hun dochter [B] . Het contact verloopt open en prettig. […]

3. De eerste weken met [B]

[…] Ze straalt uit dat ze er zin in heeft en werkt gezellig mee. […] [de medebewoner] stormt haar leven in, op zijn manier. Ze geeft toe zich aangetrokken voelt tot [de medebewoner] , tegelijkertijd heeft ze afspraken met haar ouders om hem te vermijden. […] Voor [de medebewoner] is de situatie al snel onduidelijk, wat leidt tot vragen, meer vragen en boosheid. [de ouders] zijn boos op [B] zodra blijkt dat [B] contact heeft gehad met [de medebewoner] , ook als het initiatief bij [de medebewoner] heeft gelegen.

[…]

Haar ouders hebben een beslissende rol in haar dagelijks leven. Bij veel voorstellen van begeleiders zegt ze dat ze met haar ouders moet overleggen voor toestemming. Ze belt vaak en lang met haar ouders.

In deze periode zien we langzaam in hoe [de ouders] functioneren met [B] . Veel bemoeienis, veel meer dan nodig. Met als effect dat [B] zich niet vrij kan gedragen, niet goed kan functioneren. Ook gevolg: begeleiden wordt moeilijk als "alles" eerst besproken moet worden. Zeker als daarna onredelijke maatregelen komen zoals het niet een cake mogen bakken met een vrijwilligster omdat [de ouders] deze vrijwilligster niet kennen. […] [B] staat naast de activiteit en is hier verdrietig over, of kwaad. De andere bewoners begrijpen het niet en vragen [B] om toch mee te doen. Met als resultaat dat [B] wat buiten de groep komt te staan. […] zo'n vergaande en negatieve bemoeienis van ouders komt anders nooit voor.

4. [B] en haar ouders

[…]

Het blijkt dat ze situaties en gesprekken tot in detail doornemen. [de ouders] geven dan instructies over welk gedrag ze moet laten zien (vooral t.o.v. [de medebewoner] ), en welk gedrag achterwege moet blijven. Maar ook met welke begeleiders contact wenselijk is en met welke begeleiders niet.

[…]

5. Contact met [de ouders]

[…]

Samen met de vader van [de medebewoner] concluderen we dat het contact tussen [de medebewoner] en de ouders van [B] te ingewikkeld is en dat hij ertegen beschermd moet worden.

Op 16/6 vraagt [T.K.] per mail aan [de ouders] om aan de begeleiding door te geven wanneer ze langs willen komen. We kunnen ons dan voorbereiden om herhaling te voorkomen. In een telefoongesprek op diezelfde dag stemmen [de ouders] hier mee in.

[…]

Op 17/6 neem [T.K.] contact op met het Zorgkantoor om de moeilijke situatie voor te leggen. Het Zorgkantoor noemt MEE als aangewezen organisatie in dit geval, maar MEE kan alleen door de ouders ingeschakeld worden. Het Zorgkantoor adviseert aan Ruimzicht om het CEE in te schakelen (het Centrum voor Consultatie en Expertise). Nog op 17/6 is er een telefonische intake met het CEE.

Op 20/6 is er een lang gesprek tussen [W] (persoonlijk begeleidster van [de medebewoner] ), [H] , [de ouders] bij [W] thuis. Alle incidenten en gedragingen van de afgelopen periode komen ter sprake. Het is een open gesprek dat door [H] en [W] als zeer plezierig wordt ervaren.

Op 21/6 belt [de vader] met [H] . Na een paar praktische zaken volgt er kritiek op de begeleiding van [de medebewoner] de dag ervoor en wordt de niet-deskundige houding van [W] gedurende het gesprek benoemd. Het vertrouwen, deels hersteld na het gesprek de vorige dag is nu compleet verdwenen.

Op 21/6 belt het CEE terug met de mededeling dat hun expertise zich op (ingewikkelde gedragsproblemen bij) cliënten richt en niet op problemen met verwanten.

Op 22/6 komen [H] , [W] , [A.K.] en [T.K.] bij elkaar om de situatie te bespreken. We concluderen:

- Ondanks alle inspanningen is het niet gelukt om het vertrouwen van [de ouders] te winnen. Het ene moment krijgen we wel het vertrouwen, direct daarna volgt weer een golf van kritiek. […] We constateren dat het gedrag typisch past bij een [.....] ( [de moeder] heeft eerder verteld dat ze [...] trekken heeft) en dat we weinig verwachtingen moeten hebben over verbetering hierin.

[…]

- Uiteindelijk beslissen we dat vanwege het veiligheidsrisico we het beste een toegangsverbod kunnen instellen. […]

- op 24/6 is er weer contact met het Zorgkantoor voor het melden van de laatste ontwikkelingen.

[…]

- Op 30/6 belt een medewerker van Zorgbelang Groningen om een afspraak te maken op Ruimzicht. Hij komt als bemiddelaar namens [de ouders] . De afspraak wordt gemaakt voor 5/7. Een paar dagen later wordt de afspraak afgezegd omdat [de ouders] niet van zijn diensten gebruik zullen maken.

[…]

6. [de ouders]

[beschrijving situatie] Daarnaast wordt elk contact uitgebreid geanalyseerd en besproken hoe verder.

[…] In de praktijk zijn de ouders voortdurende aan het strijden tegen de mensen die [B] begeleiden. Het lukt hen niet om een samenwerking op te bouwen, niet met de begeleiding van Ruimzicht, noch met bemiddelaars van MEE of Zorgbelang. Hun voorstellen en eisen komen voort uit emotie en vertonen een grillig patroon. Op zichzelf staand zijn hun acties niet onoverkomelijk te noemen, maar in een voortdurend en intensief patroon is het voor ons niet hanteerbaar gebleken. Ze hebben veel aandacht naar zich toe getrokken. We hebben het verblijf van [B] door het gedrag van haar ouders vanaf het begin als een steeds zwaarder wordende belasting ervaren en ondanks dat vele gesprekken gevoerd om het vertrouwen van de ouders te krijgen. Dit is niet gelukt.

[…]

Navraag bij de vorige woonplek van [B] leverde een bevestiging op van onze ervaringen met de ouders. Ook daar lieten de ouders voortdurende strijd zien, leverden geen constructieve bijdrage aan het leven van [B] , hadden langere periodes geen contact met [B] , onvriendelijkheid naar andere bewoners, en het afkappen van goede relaties tussen [B] en haar begeleiders. […]

Door deze bevestiging van het [...] realiseerden we ons hoe beperkt onze mogelijkheden zijn om verbetering te bereiken.

[...]

is een [.....] in de emotie- en gedragsregulatie

[…]

7. Conclusies

Bij Ruimzicht zijn we gewend uit begrip te werken, met liefde en uithoudingsvermogen. Soms een confrontatie, maar meestal met overleg en met afspraken als uitkomst. Door deze instelling hebben [de ouders] hun gedrag lang kunnen volhouden en heeft het lang geduurd voordat het werd gestopt. […]

Maar ook het gedrag van wisselende boodschappen over het al dan niet vertrouwen hebben in Ruimzicht, het voeden van begeleiders met opvattingen over andere begeleiders - het is gewoon sabotage. Het is vileine agressie, het kruipt onder de huid. Het dient geen enkel doel, alleen het in stand houden of vergroten van de spanning. De manier waarop de ouders [B] begeleiden: [B] ondervindt grote belemmeringen door haar ouders, ook al beseft ze dit niet of maar gedeeltelijk. [de ouders] kunnen deze verantwoordelijkheid niet aan en zouden naar onze mening ontheven moeten worden van hun mentor/bewindvoerderschap. [de ouders] hebben hulp nodig om hun gedrag bij te sturen. […]

8. [de medebewoner]

[…]

Vooral bij het 2e incident: [de medebewoner] had de hele week zijn best gedaan en zocht daarvoor de goedkeuring van [de moeder] . Bij een eerdere ontmoeting had [de moeder] zijn excuses geaccepteerd en toegestaan dat [de medebewoner] haar een knuffel gaf. Bij het 2e incident wees ze dit af. Voor [de medebewoner] is dit niet te begrijpen, op zo'n moment voelt hij de grond onder zijn voeten wegzakken en raakt volledig de weg kwijt. […]

Bij het besluit tot het toegangsverbod is [de medebewoner] de bewoner geweest die de grens heeft aangegeven. Maar [de medebewoner] is bewoner, en voor alle bewoners moeten we een veilige woonplek garanderen. In dit geval moesten we de invloeden van [de ouders] stoppen. […]

Ook al was de houding van [de moeder] op het moment van het incident te verdedigen in de gewone maatschappij, in een beschermde woonomgeving als Ruimzicht is het anders omdat de bewoners anders reageren. […] Uiteraard speelt mee dat we vanwege de [...] geen verwachtingen hadden over een spontane verbetering van het gedrag van [de ouders] .

[…]

9. Klachtencommissie

[…]

Wij ervoeren de [...] problematiek bij de ouders, maar onze gerichtheid op een oplossing heeft ons voorzichtig gemaakt in het duiden van het gedrag van de ouders. […] Echter, de grillen van deze ouders komen voort uit de [...] problematiek van de moeder van [B] (zoals zij dit zelf een aantal keren heeft aangegeven) en heeft in combinatie met de beperkingen van [de medebewoner] grote en gevaarlijke consequenties.

10. Na de uitspraak klachtencommissie

Sinds de uitspraak van de klachtencommissie hebben we via mail een uitnodiging voor een gesprek gestuurd en hier is niet op ingegaan. Verder hebben we geen inhoudelijk contact meer met [de ouders] gehad. […]

11. Belangen van [B] niet gediend

Ruimzicht vraagt zich af of terugkeer in het belang van [B] is. […] Ruimzicht ziet een persoonlijke strijd die door haar ouders wordt gevoerd en waar zij de gevolgen van moet dragen. Haar ouders voeren openlijk een conflict met haar medebewoner [de medebewoner] en spelen haar daar in mee, komen met steeds wisselende eisen m.b.t. haar begeleiding, verbieden haar op onverwachte momenten contact met mensen in haar omgeving, kondigen allerlei acties aan en vermijden elk contact met Ruimzicht (onder het mom van emotionele schade), zeggen de mediators van Zorgbelang en van MEE op; voorbeelden van gedrag bij ouders dat het conflict in stand houdt en zelfs vergroot zonder een serieuze poging om het belang van [B] te zien en te dienen.

[…]

De ouders trekken alle aandacht naar zichzelf toe, [B] komt hierdoor op de achtergrond. Daarnaast belasten ze [B] met langdurige telefoongesprekken waarin [B] alle gebeurtenissen van de dag moet vertellen. Vervolgens krijgt ze instructies wat te doen en wat te zeggen. [B] voelt wel aan dat dit niet in haar belang is maar ze probeert loyaal te zijn naar haar ouders. Voor [B] is dit een zware belasting, toen [B] op 9 juli door haar ouders is opgehaald was [B] overbelast door het stuurgedrag van haar ouders en de consequenties die zij bij haar medebewoners ervoer.

12. Terugkeer binnen 3 dagen onverantwoord

Ruimzicht acht de directe terugkeer van [B] naar Ruimzicht onverantwoord zolang de ouders hun invloed kunnen laten gelden. […]

De conclusie van Ruimzicht is dat [B] los zou moeten komen van haar ouders. Als [B] terug zou komen bij Ruimzicht dan is dat alleen mogelijk als haar ouders als mentor/bewindvoerder zijn vervangen door een onafhankelijke curator. Daarnaast zullen de ouders zich terughoudend moeten opstellen in hun contacten met [B] . Hier horen afspraken bij over de maatregelen die Ruimzicht kan nemen als het contact te belastend wordt voor [B] , zoals het beperken van het contact tussen [B] en haar ouders. […]

De kans voor een terugkeer van [B] is niet benut door [de ouders] . Ook hebben ze de instanties die hierbij (op aanvraag van ouders/mentoren) begeleiding kunnen bieden na een enkel contact afgewezen. Ook dit is weer een illustratie dat [de ouders] hun verantwoordelijkheid ten opzichte van [B] niet waarmaken. […]

14. Handhaving toegangsverbod na uitspraak Klachtencommissie

[…]

Hun onvoorspelbare gedrag in reactie op [de medebewoner] maakt dat elk contact een risico is. Ruimzicht mag van bezoekers verwachten dat hun gedrag niet leidt tot spanningen en uitbarstingen bij bewoners, immers de eerste taak van Ruimzicht is het bieden van een veilige woonomgeving.

Een toegangsverbod in eerste instantie ter beoordeling van Ruimzicht. Het is ingesteld vanwege de veiligheid van de andere bewoners, personeel en ook de familie Post zelf. Wij kunnen een bewezen risico (twee opeenvolgende incidenten) niet laten bestaan.

[…]

18. Besluit

Door het [...] -gedrag van de ouders van [B] is niet te verwachten dat er ooit nog een oplossing/overeenstemming komt. […]

De [..] heeft een grote invloed op het gedrag van de ouders van [B] . Bij [...] hoort het zoeken van spanning, het nemen van risico's, het handelen uit woede. De ouders van [B] zijn intelligent, voor elke gebeurtenis is een uitleg paraat. […]

[de ouders] hebben een grote verantwoordelijkheid ten opzichte van [B] . Deze verantwoordelijkheid maken ze niet waar. Hun gedrag maakt het voor Ruimzicht onmogelijk om [B] te begeleiden, zelfs hun aanwezigheid is al niet te hanteren. […]

3 De vordering

3.1.

[de ouders] vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. Ruimzicht veroordeelt om [B] , binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, toe te laten in haar woning/appartement aan de Kerkeweg 20, appartement H te (8486 GE) Oldelamer, en de algemene ruimten en overige algemene voorzieningen in de woonzorg locatie de Kerkeweg 20, te (8486 GE) Oldelamer tot nakoming van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst d.d. 1 april 2016, zoals opgenomen in productie 2 bij dagvaarding;

2. Ruimzicht veroordeelt om, binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, de zorg en begeleiding aan [B] te bieden conform de tussen partijen gesloten zorgovereenkomsten:

- overeenkomst verzorgingskosten zoals opgenomen in productie 3 bij dagvaarding;

- overeenkomst dagbesteding d.d. 1 april 2016, zoals opgenomen in productie 4 bij dagvaarding;

- overeenkomst Begeleid wonen d.d. 1 april 2016, zoals opgenomen in productie 5 bij dagvaarding;

3. Ruimzicht verbiedt om het appartement van [B] aan de Kerkeweg 20, appartement H te (8486 GE) Oldelamer te betreden, zonder toestemming van [de ouders] , tenzij daarvoor een wettelijke grond is en/of zich een noodsituatie voordoet;

4. Ruimzicht verbiedt om de eigendommen van [B] te verwijderen uit haar appartement aan de Kerkeweg 20, appartement H te (8486 GE) Oldelamer;

5. Ruimzicht veroordeelt aan [B] een dwangsom te voldoen van EUR 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Ruimzicht met het hiervoor onder 1 tot en met 4 gevorderde in gebreke is/nalaat met een maximum van EUR 100.000,00;

6. Ruimzicht veroordeelt in de kosten van de procedure.

3.2.

Ruimzicht voert verweer.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1.

De vordering van [de ouders] strekt - kort samengevat - tot nakoming van de tussen partijen gesloten huur- en zorgovereenkomsten.

4.2.

Het spoedeisend belang bij de onderhavige vorderingen - dat door Ruimzicht is weersproken - vloeit naar het oordeel van de voorzieningenrechter uit de aard der zaak voort. Weliswaar heeft het enige tijd geduurd voordat [de ouders] namens [B] een kort geding heeft geëntameerd, maar dit laat onverlet dat uit de aard van de zaak volgt dat een beslissing in de bodemzaak niet kan worden afgewacht. Ook de omstandigheid dat [B] thans bij haar ouders verblijft en aldus over woonruimte beschikt noopt niet tot een ander oordeel. De voorzieningenrechter wijst erop dat [B] voordat zij bij Ruimzicht haar intrek nam in ieder geval gedurende negen jaren in een andere instelling voor geestelijk gehandicapten verbleef. Een langdurig verblijf bij haar ouders ligt aldus niet voor de hand, terwijl gesteld noch gebleken is dat zij al de beschikking heeft over zorg en woonruimte bij een andere instelling dan Ruimzicht. Het verweer van Ruimzicht dat een spoedeisend belang bij het gevorderde ontbreekt wordt daarom verworpen.

4.3.

Ruimzicht heeft zich - kort samengevat - op het standpunt gesteld dat zij de huur- en zorgovereenkomsten op juiste gronden heeft opgezegd bij brief van 26 september 2016.

4.4.

[de ouders] heeft erkend dat Ruimzicht de onderhavige huurovereenkomst bij brief van 26 september 2016 heeft opgezegd. Weliswaar heeft deze opzegging binnen de proeftijd van zes maanden plaatsgevonden, maar Ruimzicht heeft daarbij volgens [de ouders] niet de overeengekomen opzegtermijn van een maand in acht genomen. [de ouders] betwist voorts dat in diezelfde brief door Ruimzicht de onderhavige zorgovereenkomsten zijn opgezegd. Gelet op de samenhang tussen de zorgovereenkomsten en de huurovereenkomst, dient de huurovereenkomst volgens [de ouders] het lot van de zorgovereenkomsten - die volgens [de vader] niet zijn opgezegd - te volgen. Voor zover de zorgovereenkomsten al door Ruimzicht zijn opgezegd, was er volgens [de ouders] geen sprake van een "gewichtige reden" zoals in de zorgovereenkomsten en in artikel 7:460 BW bedoeld.

4.5.

De voorzieningenrechter overweegt dat uit de stellingen en verweren van partijen volgt dat zij het er over eens zijn dat in het onderhavige geval sprake is van een gemengde rechtsverhouding tussen partijen (zoals in artikel 6:215 BW bedoeld), waarbij het zorgelement leidend is. Bij een dergelijke, gemengde, overeenkomst zijn de voor die beide overeenkomsten geldende bepalingen in beginsel naast elkaar van toepassing, tenzij deze bepalingen niet goed met elkaar verenigbaar zijn of de strekking van de bepalingen zich tegen de toepassing ervan op de overeenkomst verzet. In het geval de onderhavige zorgovereenkomsten niet of niet op juiste gronden zijn opgezegd, verzet de strekking van de bepalingen zich er naar het oordeel van de voorzieningenrechter tegen dat de huurovereenkomst wél rechtsgeldig zou zijn opgezegd. Voortzetting van het zorgelement (waaronder begeleid wonen) is zonder voortzetting van het gebruik van de woning immers strijdig met het doel van de overeenkomst tussen partijen. Uitgaande van de juistheid van de stelling van [de ouders] op dit punt zou de vordering reeds om die reden voor toewijzing gereed liggen. Nu de feitelijke juistheid van deze stelling in dit kort geding evenwel niet voldoende aannemelijk is geworden, zal de voorzieningenrechter bij de verdere beoordeling van het geschil er van uitgaan dat (zoals Ruimzicht heeft betoogd) de zorgovereenkomsten eveneens zijn opgezegd. Zoals hierna zal blijken zal dit tot dezelfde uitkomst van het geschil leiden. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat de zorgovereenkomsten niet op juiste gronden zijn opgezegd.

4.6.

In het midden kan blijven of de onderhavige zorgovereenkomsten kunnen worden aangemerkt als behandelingsovereenkomsten zoals in Boek 7, Titel 7, Afd. 5 BW bedoeld (dan wel dat deze regeling op analogische wijze op dit geschil moet worden toegepast). Immers, in de onderhavige zorgovereenkomsten is in artikel 9 bepaald - evenals ten aanzien van behandelingsovereenkomsten in artikel 7:460 BW - dat de opdrachtnemer deze (voor onbepaalde tijd gesloten) overeenkomsten slechts tussentijds mag opzeggen als daar gewichtige redenen voor zijn zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek.

4.7.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Ruimzicht - op wie op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast rust van de aanwezigheid van "gewichtige redenen" - in het kader van dit kort geding onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van zodanige gewichtige redenen dat deze de opzegging voldoende rechtvaardigen, in die zin dat van Ruimzicht in redelijkheid niet kan worden gevraagd dat zij de zorgovereenkomsten voortzet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er onvoldoende inhoudelijke redenen en heeft Ruimzicht onvoldoende zorgvuldig gehandeld om dergelijke gewichtige redenen aanwezig te achten, terwijl het door haar gestelde gebrek aan vertrouwen door de ouders in Ruimzicht thans onvoldoende gewicht in de schaal kan leggen. Daartoe wordt het navolgende overwogen.

4.8.

Voorop wordt gesteld dat het onderhavige conflict aanwezig is tussen [de ouders] en Ruimzicht en derhalve niet tussen [B] - de cliënt - en Ruimzicht. Een dergelijk conflict kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter slechts in uitzonderlijke situaties een reden tot opzegging opleveren. Daarvan zou sprake kunnen zijn indien [de ouders] ernstig grensoverschrijdend gedrag kan worden verweten en/of sprake zou zijn van een situatie dat vanwege het gedrag van de ouders in redelijkheid niet van de hulpverlener gevraagd kan worden dat de zorgovereenkomst met de cliënt wordt voortgezet. Van dat laatste geval zou sprake kunnen zijn indien de verhoudingen zo ernstig verstoord zijn dat de hulpverlener herstel van de vertrouwensrelatie uitgesloten acht en andere oplossingen hebben gefaald. Voor beide situaties geldt dat de lat daarbij voor de hulpverlener zeer hoog ligt voordat deze de zorgovereenkomst met de cliënt kan opzeggen en dat dus alleen in uiterst uitzonderlijke gevallen naar de opzeggingsmogelijkheid gegrepen kan worden.

4.9.

Uit hetgeen Ruimzicht heeft aangevoerd en uit haar schriftelijke verklaring van

30 oktober 2016 volgt dat Ruimzicht de opzegging baseert op een tweetal incidenten tussen [de ouders] en/ [de moeder] enerzijds en een medebewoner [de medebewoner] ) anderzijds en op het gedrag/de houding van [de ouders] , te weten het volgens Ruimzicht grillige gedrag aan de zijde van [de ouders] , de beslissende/sturende rol van [de ouders] in het dagelijks leven van [B] en kritiek van [de ouders] op begeleiders dan wel op de werkwijze van Ruimzicht.

4.10.

De twee incidenten die zich op 9 mei 2016 respectievelijk 16 juni 2016 hebben voorgedaan tussen [de ouders] / [de moeder] en een medebewoner [de medebewoner] ) zijn door [de vader] beschreven in een brief van 27 juni 2016. Het tweede incident is voorts beschreven in de verklaring van Ruimzicht van 30 oktober 2016. Partijen hebben elkaars weergave - die in hoofdlijnen overeenstemt - niet weersproken, zodat van de juistheid daarvan zal worden uitgegaan. Uit deze weergaven blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het geheel niet van enig grensoverschrijdend gedrag aan de zijde van [de ouders] De oorzaak van de (agressieve) reactie van deze medebewoner is veeleer gelegen in [...] van deze medebewoner. Een oplossing had dan ook niet - althans niet als eerste maatregel - door Ruimzicht gezocht moeten worden in een zo'n vergaande maatregel als een toegangsverbod voor [de ouders] maar in (eventueel externe) deskundige hulp voor deze medebewoner. Ook na de uitspraak van de klachtencommissie is Ruimzicht niet overgegaan tot het opheffen van dit toegangsverbod, hetgeen de verhoudingen tussen [de ouders] en Ruimzicht nog meer op scherp heeft gezet. Wel heeft Ruimzicht in een e-mailbericht van

14 juli 2016 (de dag na de bekendmaking van de beslissing van de klachtencommissie) een gesprek aangeboden, waarbij onder meer "een bezoekregeling" kon worden afgesproken, maar het onverkort toestaan van bezoeken van [de ouders] was daarbij kennelijk voor haar geen mogelijkheid, terwijl voor de verwanten van andere bewoners een zodanige bezoekregeling niet geldt.

4.11.

De voorzieningenrechter tekent bij het voorgaande aan dat bij gelegenheid van de mondelinge behandeling gaandeweg is gebleken dat de incidenten rond de mede-bewoner in wezen ook niet de kern vormen van het conflict zoals dat thans voorligt. Uit het verhandelde ter zitting komt veeleer naar voren dat Ruimzicht (zowel directie als personeel) zich zeer stoort aan de opstelling van [de ouders] jegens [B] en jegens medewerkers van Ruimzicht. Deze kritiek komt erop neer dat [de ouders] zich veel te veel bemoeien met het leven van [B] binnen Ruimzicht en zowel haar als het personeel niet de ruimte geven om te werken aan een adequaat en plezierig leven voor [B] binnen Ruimzicht.

4.12.

Ruimzicht heeft dienaangaande een uitgebreide verklaring gedateerd

30 oktober 2016 in het geding gebracht, waarin [T.K.] haar persoonlijke visie geeft op het ontstane conflict. De voorzieningenrechter stelt in dit verband voorop dat de inhoud van deze verklaring geheel in de sleutel is geplaatst van een door [T.K.] bij [de moeder] aangenomen [...] in de vorm van [...] . Deze beweerde [.....] dicht zij vervolgens ook aan [de vader] toe. Vervolgens concludeert zij dat vanwege deze door haar aangenomen [.....] geen enkel herstel meer valt te verwachten van de relatie met de ouders van [B] . [de ouders] heeft echter gemotiveerd betwist dat [de moeder] aan [...] leidt, volgens hem zou alleen sprake zijn van een [....] . Voor wat betreft het gedrag/de houding van [de ouders] blijkt uit de schriftelijke verklaring van Ruimzicht van

30 oktober 2016 - die naar het oordeel van de voorzieningenrechter deels onprofessioneel en onnodig grievend voor [de ouders] genoemd kan worden - niet van een ernstig grensoverschrijdend(e) gedrag/houding. Uit deze verklaring blijkt zoals hiervoor vermeld voorts dat Ruimzicht de oorzaak van de slechte verhouding met [de ouders] geheel bij [de ouders] neerlegt. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het kort geding is echter door Ruimzicht erkend dat zij niet weet of er [...] is gediagnosticeerd bij [de moeder] en dat zij het bestaan hiervan enkel baseert op uitlatingen die [de moeder] zélf jegens haar zou hebben gedaan. Nu deze uitlatingen van de zijde van [de ouders] gemotiveerd zijn weersproken zijn deze in het kader van dit kort geding derhalve niet voldoende aannemelijk geworden. De voorzieningenrechter wil op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting op zich wel aannemen dat [de ouders] zich niet altijd op een voor Ruimzicht gemakkelijk te hanteren wijze hebben opgesteld waar het [B] en de hulpverleners betreft, maar dat het gedrag van [de moeder] door een [..] zou worden veroorzaakt en aldus een verbetering uitgesloten kan worden geacht, is onvoldoende aannemelijk geworden. Hierbij kan nog worden aangetekend dat volgens Ruimzicht de meeste contacten met [de vader] plaatsvonden en niet met [de moeder] , zodat de vraag gesteld kan worden hoe groot de invloed van [de moeder] in de dagelijkse praktijk feitelijk is geweest. Voor wat betreft [de vader] geldt temeer dat Ruimzicht op geen enkele wijze ook maar enigszins aannemelijk heeft weten te maken dat sprake zou zijn van [...] . Niet te begrijpen valt waarom Ruimzicht dan toch stelt dat dit het geval zou zijn en daarin mede een reden voor opzegging ziet. Van Ruimzicht mag als professionele instelling nog meer dan van anderen de nodige terughoudendheid worden verwacht voordat zij dergelijke uitlatingen doet.

4.13.

Bij het vorenstaande komt nog dat [de vader] ter gelegenheid van het gesloten gedeelte van de mondelinge behandeling van het kort geding (niet in het geding gebrachte) sms-berichten heeft voorgelezen van [T.K.] aan [de ouders] waaruit volgt dat de verhouding tussen [de ouders] en Ruimzicht in de beginfase (zeer) goed was en dat de visie van [de ouders] - en met name van [de moeder] , die is opgeleid tot maatschappelijk werkster - juist zeer op prijs werd gesteld. De bewoordingen en toon van deze door Ruimzicht aan [de ouders] gezonden sms-berichten getuigen naar het oordeel van de voorzieningenrechter van een destijds alles behalve verstoorde sfeer en/of conflictueuze situatie tussen Ruimzicht en [de ouders] Gelet op deze aanvankelijk goede verhouding, alsmede gelet op de omstandigheid dat [B] slechts ongeveer zes weken op Ruimzicht heeft verbleven, baseert Ruimzicht de onderhavige opzegging (naast de hiervoor bedoelde twee incidenten) derhalve slechts op het gedrag/de houding van [de ouders] over een zeer korte periode, welk gedrag ten onrechte wordt toegedicht aan een [..] bij beide ouders. Van Ruimzicht had als professionele hulpverlener mogen worden verwacht dat zij zich zou inspannen om vanuit haar eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de dagelijkse gang van zaken op Ruimzicht en zo nodig door het aantrekken van externe professionele hulp in deze gewenningsfase tot werkbare afspraken met [de ouders] te komen. Ook mag van Ruimzicht als professionele hulpverlener een meer dan gemiddeld hoge tolerantiegrens in de omgang met (onder meer) ouders/bewindvoerders/mentoren worden verwacht en mag van haar verwacht worden dat zij met eventuele grilligheid van laatstgenoemden kan omgaan. Van de hiervoor bedoelde inspanningen is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gebleken. In tegendeel, Ruimzicht heeft zich er in deze korte periode reeds op beroepen dat verbetering van de houding/het gedrag van [de ouders] niet te verwachten valt gelet op de beweerde [...] van [de ouders] / [de moeder] . Niet alleen is Ruimzicht in deze korte periode zonder nadere waarschuwing overgegaan tot het opleggen van een zeer vergaande maatregel als een toegangsverbod voor [de ouders] - en heeft zij dit niet opgeheven nadat zij door de klachtencommissie in het ongelijk was gesteld - maar ook de opzegging heeft kort nadien rauwelijks plaatsgevonden

4.14.

De voorzieningenrechter volgt Ruimzicht evenmin in haar verweer dat de opzegging gebaseerd mocht worden op het ontbreken van een voldoende vertrouwensbasis. Zoals uit het voorgaande blijkt is de relatie tussen partijen met name pas ernstig onder druk komen te staan nadat Ruimzicht aan [de ouders] plotseling een bezoekverbod opgelegd had, zonder dat daarvoor een voldoende feitelijke aanleiding was (nog daargelaten de vraag of deze maatregel op grond van de zorgovereenkomsten mogelijk moet worden geacht). Dat de relatie daarna ernstig is bekoeld is een feit, maar deze omstandigheid valt in de eerste plaats Ruimzicht euvel te duiden. Dat [de ouders] zich daarna mogelijk niet altijd even plooibaar heeft opgesteld kan daarom, mede bezien tegen de belangen die spelen in deze kwestie, geen reden zijn om de opzegging van de zorgovereenkomsten wegens het ontbreken van een vertrouwensrelatie alsnog gelegitimeerd te achten.

4.15.

Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat - indien er al van wordt uitgegaan dat de zorgovereenkomsten bij brief van 26 september 2016 door Ruimzicht zijn opgezegd - deze opzegging niet op juiste gronden is geschied bij gebreke van gewichtige redenen die deze opzegging zouden rechtvaardigen. Weliswaar is voldoende duidelijk geworden dat sprake is van een moeizame relatie tussen [de ouders] en Ruimzicht, maar in het licht van de toepasselijke maatstaf heeft Ruimzicht veel te snel de handdoek in de ring gegooid. Gelet op de omstandigheid dat deze zorgovereenkomsten dus nog in stand zijn en de huurovereenkomst het lot van deze zorgovereenkomsten volgt, zal de vordering van [de ouders] strekkende tot het wederom toelaten van [B] tot haar appartement en tot het verlenen van de overeengekomen zorg aan [B] worden toegewezen. De voorzieningenrechter zal hieraan in redelijkheid een termijn verbinden van zes weken (in plaats van de gevorderde drie dagen), waarbinnen tot nakoming moet worden overgegaan. Zoals ook van de zijde van [de ouders] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het kort geding is erkend, dient de terugkeer van [B] met de nodige zorgvuldigheid plaats te vinden. Aan partijen wordt overgelaten hoe zij hieraan uitvoering wensen te geven, waarbij opgemerkt wordt dat het op de weg van Ruimzicht als professionele partij ligt om het heft in handen te nemen teneinde tot constructieve oplossingen te komen, waarbij inschakeling van (externe) professionele hulp in de rede ligt. Deze periode kan tevens door beide partijen benut worden om te reflecteren op eigen handelen. Daarbij wordt opgemerkt dat hoewel van ernstig grensoverschrijdend gedrag aan de zijde van [de ouders] niet gebleken is, ook een verandering van het gedrag/de houding van [de ouders] de verhouding tussen [de ouders] en Ruimzicht ten goede kan komen en in het belang van [B] zal zijn. Zo is de bemoeienis van [de ouders] met het dagelijks leven van [B] - hoewel dat ongetwijfeld wordt ingegeven door goede bedoelingen aan de zijde van [de ouders] - zoals [de vader] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het kort geding heeft erkend, een "aandachtspunt" aan hun zijde. Bovendien moet [de ouders] zich realiseren dat voor een langdurig, geslaagd verblijf van [B] in Ruimzicht een belangrijk vereiste is dat er van zijn kant voldoende vertrouwen bestaat in de hulpverlening en dat hij Ruimzicht ook in staat moet stellen om dat vertrouwen terug te winnen.

4.16

Ook de gevorderde oplegging van dwangsommen zal worden toegewezen, zoals in het dictum te melden. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat deze gematigde dwangsom een voldoende prikkel tot nakoming vormt.

4.17.

Het door [de ouders] gevorderde verbod voor Ruimzicht om het onderhavige appartement te betreden en om eigendommen van [B] te verwijderen, zal worden afgewezen. Gesteld noch gebleken is dat Ruimzicht voornemens is om het appartement te betreden, dan wel om eigendommen van [B] te verwijderen. Ruimzicht heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het kort geding ook aangegeven dat zij dit niet zal doen.

4.18.

Ruimzicht zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van [de ouders] worden vastgesteld op:

- kosten dagvaarding c.a. EUR 101,34

- griffierecht EUR 79,00

- salaris voor de advocaat EUR 816,00

Totaal EUR 996,34.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Ruimzicht om [B] , binnen zes weken na betekening van dit vonnis, toe te laten in haar woning/appartement aan de Kerkeweg 20, appartement H te (8486 GE) Oldelamer, en de algemene ruimten en overige algemene voorzieningen in de woonzorglocatie de Kerkeweg 20, te (8486 GE) Oldelamer tot nakoming van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst d.d. 1 april 2016, zoals opgenomen in productie 2 bij dagvaarding;

5.2.

bepaalt dat Ruimzicht een dwangsom aan [B] verbeurt van EUR 250,00 voor elke dag of gedeelte van een dag dat Ruimzicht niet voldoet aan de veroordeling onder 5.1.;

5.3.

verbindt aan de aldus sub 5.2. te verbeuren dwangsommen een maximum van

EUR 5.000,00;

5.4.

veroordeelt Ruimzicht om, binnen zes weken na betekening van dit vonnis, de zorg en begeleiding aan [B] te bieden conform de tussen partijen gesloten zorgovereenkomsten:

- overeenkomst verzorgingskosten zoals opgenomen in productie 3 bij dagvaarding;

- overeenkomst dagbesteding d.d. 1 april 2016, zoals opgenomen in productie 4 bij dagvaarding;

- overeenkomst Begeleid wonen d.d. 1 april 2016, zoals opgenomen in productie 5 bij dagvaarding;

5.5.

bepaalt dat Ruimzicht een dwangsom aan [B] verbeurt van EUR 250,00 voor elke dag of gedeelte van een dag dat Ruimzicht niet voldoet aan de veroordeling onder 5.4.;

5.6.

verbindt aan de aldus sub 5.5. te verbeuren dwangsommen een maximum van EUR 5.000,00;

5.7.

veroordeelt Ruimzicht in de kosten van het geding, aan de zijde van [de ouders] vastgesteld op EUR 996,34;

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.9.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2016.1

1 82.