Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:4362

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-08-2016
Datum publicatie
03-10-2016
Zaaknummer
5188052 VV EXPL 16-65
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

vordering in conventie tot o.m. betaling van achterstallig loon verschuldigde vergoeding ivm hoeden schaapskudde en in reconventie vordering tot o.m. verrekening van gemaakte kosten voor schaapskudde.Beide vorderingen ten dele toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1101
AR 2016/2848

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 5188052 \ VV EXPL 16-65

vonnis van de kantonrechter ex artikel 254 lid 5 Rv van 4 augustus 2016

in de zaak van

[eiser] ,

hierna te noemen: [eiser] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. P. Koops,

tegen

De stichting Stichting Schaapskudde Exloo,

hierna te noemen: de Stichting,

gevestigd te 9531 AB Borger, Hoofdstraat 25 a,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. C.M. de Jonge.

1 De procedure

In conventie en in reconventie

1.1.

[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Stichting in conventie zal veroordelen tot:

(I) betaling van een bedrag ad € 11.331,00 (achterstallig loon c.q. verschuldigde vergoeding) aan [eiser] , althans een bedrag dat de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en tevens vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, vanaf de eerst mogelijke datum van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening;

(II) betaling van het loon c.q. de overeengekomen vergoeding ad € 3.777,00 over de maand juli 2016, te voldoen aan [eiser] voor het einde van de betreffende maand;

(III) afgifte van de documenten ter zake van de door de Stichting ontvangen gelden en subsidies ter zake van het beheer en de instandhouding van de schaapskudde over de periode van 1 augustus 2015 tot 1 augustus 2016 aan [eiser] binnen vijf dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, op last van een dwangsom ad € 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat de Stichting in gebreke blijft aan deze vordering te voldoen met een maximum van € 15.000,00, althans een zodanige dwangsom als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

(IV) betaling van de proceskosten;

1.2.

De zaak is ter terechtzitting van 26 juli 2016 behandeld, van welke behandeling aantekeningen zijn gemaakt. Voorafgaande aan de zitting heeft de Stichting, ingekomen ter griffie op 22 juli 2016, een vordering in reconventie ingediend, inhoudende dat:

de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal bepalen dat:

1. [eiser] aan de Stichting een bedrag ad € 18.679,11 dient te voldoen ter zake van door de Stichting gedane betalingen van contractueel ten laste van [eiser] komende kosten, te vermeerderen met een bedrag van € 6.000,00 ter zake van 80 overleden schapen ad € 75,00 per stuk;

2. [eiser] uiterlijk binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis de personenwagen merk [auto] , met [kenteken] op zijn naam zal hebben gesteld en voorts dat [eiser] uiterlijk binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis de inloggegevens van het Facebookaccount van de Schaapskudde Exloo heeft vrijgegeven aan de Stichting, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat [eiser] in gebreke blijft geheel dan wel deels aan deze vordering te voldoen;

3. [eiser] zal worden veroordeeld in de kosten van de onderhavige procedure.

Bij gelegenheid van de zitting van 26 juli 2016 hebben partijen pleitaantekeningen overgelegd. Het vonnis is vervolgens op heden bepaald.

1.3.

De inhoud van alle stukken geldt als hier herhaald.

2 De vaststaande feiten

In conventie en in reconventie

2.1.

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist.

2.2.

Partijen hebben een overeenkomst gesloten, die door de Stichting (als verhuurder) en [eiser] (als huurder) is betiteld als huurovereenkomst, waarbij door de Stichting de door de gemeente Borger-Odoorn aan de Stichting in beheer overgedragen schaapskudde van het ras Drentse Heideschaap aan [eiser] wordt verhuurd.

2.3.

In deze overeenkomst is onder meer bepaald dat:

“Deze overeenkomst tot huur en verhuur wordt aangegaan onder de volgende voorwaarden:

1. De huur gaat in op 1 augustus 2015 en eindigt op 1 augustus 2016.

(…)

3. De vergoeding c.q. negatieve huur welke verhuurder aan huurder is verschuldigd bedraagt € 3777,00 per maand (vanaf 1 augustus 2015) zulks onder voorbehoud van subsidieverlening door de gemeente Borger-Odoorn en de Provincie Drenthe. Wanneer er van overheidswege additionele toeslagen worden toegekend in verband met het beheer/instandhouding van de kudde, anders dan de jaarlijkse instandhoudingskosten zullen deze worden doorbetaald aan de huurder.

4. De negatieve huur zal per maand betaalbaar worden gesteld.

(…)

6. De huurder dient minimaal 255 volwassen schapen aan te houden.

7. De huurder dient er zorg voor te dragen, dat de schapen van de kudde in goede conditie verkeren.

(…)

9. Behoudens de kosten verbonden aan onderzoek in verband met bijzondere ziekten, zoals Q-koorts, komen alle kosten die verband houden met de schaapskudde, zoals de kosten voor voer, dierenarts, vervoer, enz. voor rekening van de huurder.

(…)

24. Het door de huurder niet - of onvoldoende nakomen van de voorwaarden, genoemd onder de punten 5 tot en met 17 en punt 21 geeft de verhuurder het recht om de betaling van de huurvergoeding als genoemd in voorwaarde 3 op te schorten. Verhuurder gaat hiertoe niet over dan nadat de huurder daarover is gehoord. Ingeval van herhaling heeft de verhuurder tevens het recht om de overeenkomst eenzijdig te ontbinden.. (…)“.

2.4.

Op 14 december 2015 heeft [eiser] een overeenkomst ondertekend, waarbij hij heeft verklaard dat hij een bedrag van € 2.750,00 heeft geleend van de Stichting Vrienden van de Schaapskudde Exloo voor de aanschaf van een bedrijfsauto. De lening is aangegaan per 1 december 2015. De lening zal in 24 maanden/termijnen worden terugbetaald door een maandelijkse inhouding van € 115,00 op de negatieve huursom voor de kudde. Ter zake de 24ste termijn zal een bedrag ad € 10,00 worden ingehouden. Voorts is afgesproken dat, in het geval de overeenkomst tussen [eiser] en de Stichting wordt beëindigd, [eiser] het restant van de lening per direct zal terug betalen.

2.5.

Op 22 februari 2016 heeft [eiser] in een email onder meer het volgende opgemerkt:

"(…) Ik zag vanochtend dat er minder geld is overgemaakt op mijn rekening.

Ik weet van niks, en er is niks overlegd. (…)".

2.6.

In reactie daarop heeft de penningmeester van de Stichting onder meer aangegeven:

"(…) Toen we vrijdag bij elkaar zaten hebben we afgesproken, dat deze maand de wegenbelasting van drie maanden werd verrekend, de maandelijkse aflossing van de auto en jou deel van het wassen.

Ook afgesproken dat we de komende maanden zouden kijken naar de verrekening van biks, pulp en hooi. (…)".

2.7.

In het verslag van 4 maart 2016 tussen [eiser] en de (bestuursleden van de) Stichting is onder meer opgenomen:

"(…)

Materiaal

- Onroerende en roerende materialen voor de kooi is voor kosten van de Stichting, materiaal voor de kudde(s) voor [naam]

(…)

9. Regelen verdeling kosten bijvoeding kudde en overige onvoorziene uitgaven

Bijgevoegd voorstel bij de agenda wordt aangenomen. We komen [naam] op de reguliere uitgaven 1000,- tegemoet. (gezien het verlies op de kuilwinning) Het totaal voorgeschoten bedrag zal tot en met juli 2016 worden verrekend per maand. [naam] zal aangeven als dat eventueel niet mocht lukken. (…)".

2.8.

Bij schrijven van 27 mei 2016 heeft de voorzitter van de Stichting [eiser] meegedeeld dat het bestuur van de Stichting het lopende contract, dat op 31 juli 2016 afloopt, niet zal verlengen.

2.9.

Bij brief van 1 juni 2016 heeft de gemachtigde van [eiser] de Stichting bericht dat zij sinds april 2016 in gebreke is gebleven met de betaling voortvloeiende uit de tussen partijen gesloten (arbeids)overeenkomst. Voor zover nodig sommeert [eiser] het loon en de aan de Stichting toegekende subsidies te voldoen. Opgemerkt wordt dat [eiser] er mee akkoord kan gaan dat het restant van de aanschafprijs van de [auto] , welk bedrag [eiser] aan de Stichting verschuldigd is, wordt verrekend met het bedrag dat de Stichting aan [eiser] verschuldigd is. In het geval niet tot betaling zal worden overgegaan, zal [eiser] een gerechtelijke procedure starten. In dat geval zal tevens aanspraak worden gemaakt op de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente.

2.10.

De voorzitter van de Stichting heeft in reactie op 9 juni 2016 schriftelijk - kort gezegd - aangegeven dat niet gesproken kan worden van een arbeidsovereenkomst en dat [eiser] zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet is nagekomen. In dit verband is onder meer aangegeven dat de schaapskudde, die bij aanvang van de overeenkomst beschikte over 207 in goede gezondheid verkerende Drentse Heideschapen, thans 126 schapen omvat. Daarnaast is aangegeven dat de penningmeester van de Stichting op enig moment 30 dode schapen heeft aangetroffen in een hoek van de schaapskooi, dat uit een op verzoek van de Stichting uitgevoerd onderzoek is gebleken dat de schapen aan verschijnselen van ondervoeding leden en dientengevolge zijn overleden en dat, hoewel [eiser] op grond van het contract gehouden was deze kosten te voldoen, diverse rekeningen onbetaald zijn gebleven. De Stichting doet [eiser] een voorstel de zaak in der minne te regelen. In het geval [eiser] dit aanbod niet accepteert, behoudt de Stichting haar het recht voor om de volledige door toedoen van [eiser] door de Stichting geleden schade, begroot op circa

€ 9.000,00 op hem te verhalen.

3 De grondslag van de vordering en het verweer

In conventie

3.1.

Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [eiser] dat, hoewel de vigerende overeenkomst is betiteld als een huurovereenkomst, deze niet als zodanig is te kwalificeren. [eiser] stelt dat, gelet op de kenmerkende wederzijdse prestatie - waartoe de overeenkomst verplicht - het in deze kwestie gaat om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. [eiser] licht dit nader toe. [eiser] stelt dat nu sprake is van een arbeidsovereenkomst, naast betaling van het achterstallige loon, ook de wettelijke verhoging wordt gevorderd.

Indien en zover geen sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst, geldt dat het gaat om een overeenkomst van opdracht. Hoewel de Stichting daartoe is gehouden, heeft zij nagelaten het verschuldigde loon c.q. de verschuldigde maandelijkse vergoeding te betalen. De Stichting is derhalve in verzuim. [eiser] vordert, gelet op het feit dat hij reden heeft om aan te nemen dat de Stichting tevens in gebreke zal blijven met betaling van het verschuldigde bedrag over

juli 2016, de vergoeding over juli 2016.

[eiser] stelt dat hij heeft vernomen dat de Stichting forse bedragen heeft ontvangen voor de instandhouding van de Schaapskudde, maar dat deze niet aan hem zijn uitbetaald. In dit kader wijst [eiser] op een door hem verkregen overzicht.

[eiser] stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, nu hij afhankelijk is van zijn inkomen en hij door het uitblijven van een (tijdige) betaling in een moeilijke financiële positie is gekomen. In dit verband wijst [eiser] er onder meer op dat hij zelf een omvangrijke schaapskudde heeft die moet worden onderhouden.

3.2.

De Stichting betwist dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, omdat de gezagsverhouding ontbreekt, de Stichting [eiser] geen salaris betaalt en hij bevoegd is zelf zijn vervanging te regelen.

De Stichting wijst er op dat [eiser] een zelfstandig ondernemer is die zelf voor afdracht van sociale premies en belastingen zorg dient te dragen. De Stichting betwist niet dat zij op basis van de overeenkomst [eiser] , als herder van de Schaapskudde, maandelijks een bedrag ad

€ 3.777,00 dient te betalen. De Stichting voert aan dat [eiser] op jaarbasis recht heeft op een bedrag ad € 45.324,00, waarvan hij een bedrag van € 28.296,31 heeft ontvangen, zodat [eiser] tot en met juli 2016 nog recht heeft op een bedrag ad € 17.027,69. Nu, zoals de Stichting heeft betoogd, niet kan worden gesproken van een arbeidsovereenkomst, dient de gevorderde wettelijke verhoging te worden afgewezen. Ook de gevorderde wettelijke rente dient te worden afgewezen. Daartoe wordt aangevoerd dat uit de overeenkomst ook verplichtingen voor [eiser] voortvloeien, die hij op nagenoeg alle onderdelen niet is nagekomen. De Stichting licht dit nader toe. De Stichting voert aan dat [eiser] de schapen van de kudde van de Stichting, maar ook zijn eigen schapen, slecht verzorgde en liet verhongeren. In de periode dat [eiser] de kudde verzorgde zijn meer dan tachtig ooien gestorven en als gevolg van de slechte verzorging werden de lammeren te vroeg geboren. De Stichting heeft ter onderbouwing van haar stellingen diverse rapportages en sectierapporten overgelegd. De Stichting concludeert dat [eiser] niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 6 van de overeenkomst. Gelet hierop heeft de Stichting de overeenkomst opgezegd.

In reconventie

3.3.

De Stichting stelt dat zij op basis van de overeenkomst, waarin is bepaald welke kosten voor rekening van [eiser] komen (kosten van voer, dierenarts mestafvoer en dergelijke), een verrekenbare tegenvordering heeft op [eiser] . De Stichting heeft ter onderbouwing van haar vordering een groot aantal facturen overgelegd, die door de Stichting zijn betaald, maar die naar de mening van de Stichting op grond van de overeenkomst voor rekening van [eiser] komen. De Stichting wijst in er dit verband op dat in overleg met het bestuur en [eiser] afspraken zijn gemaakt over verrekening volgens een door de Stichting ten behoeve van dit kort geding opgemaakt "Overzicht van ten behoeve van [eiser] gedane betalingen door de Stichting Schaapskudde Exloo". De Stichting stelt verder dat [eiser] , ondanks herhaald verzoek, de auto niet op zijn naam heeft gesteld, zodat facturen voor wegenbelasting en boetes door de Stichting worden betaald. Ook stelt de Stichting dat aangifte is gedaan van vermissing van een door de Stichting betaalde afrastering ad € 4.173,55, die door [eiser] is verduisterd. Het totaal van de door [eiser] nog te betalen facturen bedraagt € 18.679,11. [eiser] heeft, ondanks sommatie, dit bedrag niet voldaan.

Daarnaast stelt de Stichting dat zij recht heeft op een (aanvullende) schadevergoeding ad

€ 6.000,00 voor alle dode schapen, gelet op de verplichting van [eiser] dat hij de kudde op een peil van tenminste 255 diende te houden. De Stichting vordert voorts - kort gezegd - dat [eiser] , de [auto] op zijn naam zet en dat hij per ommegaande de inloggegevens van het door hem beheerde Facebookaccount van de "Schaapskudde Exloo" dient af te geven, zodat deze in beheer van de Stichting komen.

3.4.

[eiser] voert met betrekking tot het op zijn naam zetten van de [auto] aan dat hij zich op zichzelf wel kan vinden in deze vordering en licht toe waarom dat tot op heden nog niet is gebeurd.

Met betrekking tot de inloggegevens van de Facebookpagina voert [eiser] aan dat de Stichting ten opzichte van deze pagina geen rechten kan doen gelden, omdat het een privépagina is van [eiser] .

Voorts wordt er op gewezen dat de Stichting inmiddels een eigen Facebookpagina heeft, zodat ook om die reden de Stichting geen belang heeft bij haar vordering.

Met betrekking tot de gevorderde betaling van een bedrag ad € 24.679,11 voert [eiser] aan dat de vordering zich niet leent voor behandeling in kort geding, omdat de vordering van de Stichting, althans het beroep op verrekening van de vorering te complex is en het onduidelijk is wat de rechtsgrond(en) zijn voor deze vordering. De vordering dient, zo wordt aangevoerd, tevens te worden afgewezen, omdat verweer tegen en de beoordeling van de door de Stichting in het geding gebrachte producties in alle redelijkheid niet mogelijk is. In dit kader wordt gewezen op jurisprudentie.

Ook is aangevoerd dat het verrekeningsverweer afstuit op het bepaalde in artikel 6:136 BW en dat verrekeningsmogelijkheden in het arbeidsrecht begrensd zijn. [eiser] licht dit nader toe. Voorts is aangevoerd dat de Stichting geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Ten slotte heeft [eiser] de overgelegde producties besproken.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

Het spoedeisend belang wordt, hoewel dit wordt betwist, gelet op het aard van de vorderingen, voldoende aanwezig geacht.

4.2.

De kantonrechter overweegt dat voor toewijzing van de door [eiser] gevorderde voorzieningen het in hoge mate waarschijnlijk moet zijn dat gelijkluidende vorderingen in een te voeren bodemprocedure zullen worden toegewezen. Er dient derhalve te worden beoordeeld of het al dan niet aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [eiser] op goede gronden de door hem gevorderde voorzieningen vordert.

4.3.

Tussen partijen is onder meer in geschil of de tussen hen gesloten overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter overweegt dat in het kader van deze procedure onvoldoende aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daartoe is niet doorslaggevend dat de overeenkomst door partijen is betiteld als huurovereenkomst, maar dat, gelet op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst, veeleer moet worden aangenomen dat sprake is van een overeenkomst tot opdracht.

4.4.

Tussen partijen is evenwel niet in geschil dat de Stichting gehouden is het tussen partijen overeengekomen maandelijks bedrag ad € 3.777,00 te betalen en dat de Stichting vanaf 1 april 2016 het verschuldigde bedrag nog niet heeft voldaan. De Stichting heeft erkent dat [eiser] tot en met juli 2016 nog recht heeft op een bedrag ad € 17.027,69.

Dit bedrag ligt derhalve voor toewijzing gereed. De gevorderde wettelijke verhoging zal worden afgewezen nu, zoals hiervoor is overwogen, op voorhand niet vast staat dat de tussen partijen gesloten overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst.

4.5.

Voor wat betreft de gevorderde wettelijke rente wordt overwogen dat vast staat de Stichting heeft verzuimd de verschuldigde maandelijkse vergoeding (tijdig) te betalen. De Stichting heeft in dit verband aangevoerd dat zij geen wettelijke rente verschuldigd is, nu [eiser] zelf in verzuim is omdat hij zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet is nagekomen.

Er bestaat aanleiding de wettelijke rente toe te wijzen over het saldo van het toegewezen bedrag in conventie verminderd met het bedrag ad € 10.537,25 dat hierna in reconventie zal worden toegewezen vanaf 6 juni 2016, zijnde de dag waarop het bedrag voor het eerst opeisbaar is geworden. Immers, de Stichting is bij brief van 1 juni 2016 gesommeerd het verschuldigde bedrag te voldoen binnen vijf dagen na dagtekening van het schrijven.

4.6.

Ten aanzien van de gevorderde afgifte van de documenten door de Stichting van de door de Stichting ontvangen gelden en subsidies voor van het beheer en de instandhouding van de schaapskudde over de periode van 1 augustus 2015 tot 1 augustus 2016 concludeert de kantonrechter tot afwijzing. In dit verband wordt overwogen dat de Stichting gemotiveerd heeft betwist dat, naast aangetoonde gelden en subsidies die de Stichting heeft ontvangen over de door [eiser] bedoeld periode, geen andere subsidies of gelden zijn ontvangen en dat de aan [eiser] verschuldigde maandelijkse vergoeding door de Stichting wordt betaald uit de hiervoor genoemde gelden en subsidies.

In reconventie

4.7.

Het spoedeisend belang van de Stichting, hoewel dit wordt betwist, staat voldoende vast.

4.8.

De kantonrechter passeert het verweer van [eiser] dat de vordering zich niet leent voor behandeling in kort geding en dat verweer en beoordeling van de producties niet mogelijk is. In dit verband acht de kantonrechter van belang dat op basis van de tussen partijen gesloten overeenkomst voldoende vast staat welke kosten voor rekening van [eiser] komen. Op basis van het door de Stichting verstrekte overzicht kan van een aantal kosten voldoende worden bepaald of deze voor rekening van [eiser] komen.

4.9.

Het verweer dat het beroep van de Stichting op verrekening afstuit op het gegeven dat de verrekeningsmogelijkheden in het arbeidsrecht zijn begrensd wordt verworpen, nu, zoals hiervoor is overwogen de tussen partijen gesloten overeenkomst niet als een arbeidsovereenkomst kan worden gekwalificeerd. Ook de stelling dat het verrekeningsverweer afsluit op het bepaalde in artikel 6:136 BW wordt gepasseerd, nu de feiten en de grondslagen voor de vordering voldoende duidelijk zijn. Hoewel de vordering door [eiser] wordt betwist is van een aantal kosten voldoende duidelijk dat [eiser] die dient te voldoen.

De facturen

4.10.

De kantonrechter zal hierna aan de hand van het door de Stichting verstrekte overzicht en de daaraan ten grondslag liggende producties vaststellen of de opgevoerde posten voor vergoeding in aanmerking komen. Daarbij zal de door de Stichting aangeduide nummering V-1 tot en met V-32 worden gehanteerd. De kantonrechter zal hierna eerst ingaan op de posten die op voorhand niet voor vergoeding in aanmerking komen en vervolgens de posten benoemen, die wel voor vergoeding in aanmerking komen.

4.11.

Met betrekking tot de onder V-1 genoemde post ad € 2.005,79 wordt overwogen dat deze niet voor vergoeding in aanmerkt komt, omdat deze post als een investering dient te worden beschouwd en deze goederen bij vertrek van [eiser] door hem dienen te worden achtergelaten. Dit geldt evenzeer voor de posten V-3 ad € 2.167,76 en V-4 ad € 1.362,69 (behoudens het bedrag ad € 550,00 voor de mineralenemmers) en V-13 ad € 97,50 (behoudend een bedrag ad € 68,40 voor Kobalt drench 2½ liter).

Indien en voor zover [eiser] deze goederen heeft meegenomen dient hij ze te retourneren, omdat ze eigendom zijn van de Stichting.

4.12.

De volgende posten komen niet in aanmerking omdat op voorhand te onduidelijk is waar de gemaakte kosten op zien. Het gaat om de posten:

V-14 ad € 930,00, V-18 ad € 200,00 en V-31 ad € 410,50.

4.13.

De post V-15 ad € 133,10 betreft een creditnota en dient ten goede te komen aan [eiser] .

4.14.

Ook de posten V-20 tot en met V-26 komen niet voor vergoeding in aanmerking. Vast staat dat de facturen zijn gedateerd na de schorsing van [eiser] . Overwogen wordt dat het in verband met de schorsing niet valt uit te maken of de kosten te maken hebben met het beweerdelijk te kortschieten van [eiser] of dat het gaat om reguliere kosten, die ook zouden zijn gemaakt als [eiser] de verplichtingen uit hoofde van zijn contract zou hebben uitgeoefend.

4.15.

De posten V-2 ad € 25,00, V-27 ad € 2.750,00, V-28 ad € 192,00, V-29 ad € 432,00 en V-30 ad € 62,00 (in totaal € 3.461,00) komen voor vergoeding in aanmerking omdat deze kosten zien op de [auto] , die in eigendom is bij [eiser] .

4.16.

De volgende posten komen voor vergoeding in aanmerking, omdat op voorhand voldoende duidelijk is dat deze kosten verband houden met houden van de schaapskudde als bedoeld onder artikel 9. van de tussen partijen gesloten overeenkomst, welke kosten voor rekening van [eiser] dienen te komen.

Het gaat om de volgende posten: V-4 voor zover de factuur betrekking heeft op de mineralenemmers ad € 550,00, de posten V-5 tot en met V-12, V13 voor zover de factuur betrekking heeft op Kobalt drench 2½ liter ad € 68,40, V-16, V-17, en V19.

Daarnaast komt de post V-32 ad € 803,00 voor vergoeding in aanmerking, nu deze kosten betrekking hebben op de eigen schapen van [eiser] .

4.17.

Op basis van het vorenstaande concludeert de kantonrechter dat een bedrag ad

€ 10.670,35 minus de creditnota € 133,10, zijnde € 10.537,25, voor toewijzing vatbaar is.

Schadevergoeding dode schapen

4.18.

De gevorderde schadevergoeding, die door [eiser] is betwist, zal worden afgewezen, nu de opgevoerde kosten geen onderdeel zijn van het door de Stichting verstrekte overzicht. Ook valt in het kader van deze procedure niet vast te stellen of het feit dat de nodige schapen zijn overleden het gevolg is van het nalaten van [eiser] .

Op naam stellen [auto]

4.19.

Met betrekking tot de vordering van de Stichting dat [eiser] de hem in eigendom toebehorende [auto] op zijn naam dient te stellen, wordt overwogen dat [eiser] deze vordering niet betwist, zodat deze voor toewijzing gereed ligt. De enkele stelling, dat [eiser] financieel niet is staat zou zijn om de financiële lasten van de [auto] te dragen, is onvoldoende om tot een andere beslissing te komen.

De Facebookpagina

4.20.

De kantonrechter overweegt ten aanzien van de door de Stichting gevorderde inloggegevens van de Facebookpagina "Schaapskudde Exloo" dat [eiser] deze vordering gemotiveerd heeft betwist. In dit verband is van belang dat onbetwist is aangevoerd dat deze Facebookpagina een privépagina is van [eiser] en dat de Stichting (inmiddels) een eigen Facebookpagina heeft. De vordering zal derhalve worden afgewezen, met dien verstande dat, zoals ter zitting ook is aangegeven, [eiser] in overweging wordt gegeven de naam van zijn Facebookpagina zodanig aan te passen dat er geen verwarring ontstaat bij het publiek over op welke schaapskudde de Facebookpagina betrekking heeft.

In conventie en in reconventie

4.21.

Ten aanzien van de proceskosten in conventie en reconventie wordt overwogen dat deze zullen worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen proceskosten draagt, nu partijen over en weer ten dele in het (on)gelijk zijn gesteld.

5 De beslissing

De kantonrechter recht doende als voorzieningenrechter:

in conventie

1. veroordeelt de Stichting tot betaling van een bedrag ad € 11.331,00 (verschuldigde vergoeding), vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over een bedrag ad € 793,75 vanaf 6 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

2. veroordeelt de Stichting tot betaling van het de overeengekomen vergoeding ad

€ 3.777,00 over de maand juli 2016, te voldoen aan [eiser] voor het einde van de betreffende maand;

in reconventie

3. veroordeelt [eiser] aan de Stichting te betalen een bedrag ad € 10.537,25 ter zake van door de Stichting gedane betalingen van contractueel ten laste van [eiser] komende kosten;

4. veroordeelt [eiser] uiterlijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis tot het op zijn naam stellen van de personenwagen merk [auto] , met [kenteken] ;

in conventie en in reconventie

5. verklaart dit vonnis voor zover gewezen onder 1, 2, 3 en 4 uitvoerbaar bij voorraad;

6. compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt.

7. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R. Tj. Terpstra en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2016.

typ/conc: 608/kw

coll: