Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:4050

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30-08-2016
Datum publicatie
06-09-2016
Zaaknummer
Awb 16/961
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering van ziekengeld bij benadelingshandeling als bedoeld in artikel 45, lid 1, sub j juncto artikel 45, lid 7. Onder benadeling wordt mede verstaan het zonder deugdelijke grond nalaten verweer te voeren tegen of instemmen met beëindiging van de dienstbetrekking in de periode dat recht bestaat op loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid.

De ex-werknemer heeft tijdens de proeftijd meegedeeld zijn dienstverband te willen beëindigen, omdat het werk hem te zwaar valt. Het dienstverband is per 21 maart 2015 beëindigd. Tot aan die datum heeft de ex-werknemer zijn werk verricht. Zijn arbeidsongeschiktheid is daarna (22 maart 2015) ingetreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 16/961

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 augustus 2016 in de zaak tussen

[naam eiseres] ., te Assen, eiseres

(gemachtigde: mr. S. op de Dijk),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. L. Bergsma).

Procesverloop

Bij besluit van 19 mei 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de heer

[naam ex werknemer] (ex-werknemer) een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend.

Bij besluit van 19 januari 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De ex-werknemer heeft afgezien van deelname aan het geding. Hij heeft geen toestemming verleend om de medische informatie die zich in het dossier bevindt aan eiseres ter kennis te brengen. De rechtbank heeft besloten op deze stukken artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en deze stukken uitsluitend aan de gemachtigde van eiseres ter kennis te brengen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2016. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1

De ex-werknemer is per 15 maart 2015 bij eiseres in dienst getreden als internationaal vrachtwagenchauffeur. Hij heeft op 18 maart 2015 tegen eiseres gezegd dat het werk hem zwaar valt en dat hij het dienstverband wil beëindigen. Eiseres heeft dit verzoek gehonoreerd.

1.2

Op 16 april 2015 heeft de ex-werknemer zich per 22 maart 2015 ziek gemeld bij verweerder.

1.3

Bij het primaire besluit heeft verweerder de ex-werknemer met ingang van

26 maart 2015 in aanmerking gebracht voor een ZW-uitkering. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

2. Nu de ex-werknemer geen heeft toestemming gegeven voor kennisname van zijn medische gegevens door eiseres, zal de rechtbank de motivering van haar oordeel voor zover nodig beperken om te voorkomen dat die gegevens langs deze weg alsnog in de openbaarheid worden gebracht.

3. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat aan de ex-werknemer op goede gronden een ZW-uitkering is toegekend en dat geen sprake is van een door de ex-werknemer gepleegde benadelingshandeling.

4. Eiseres heeft aangevoerd - samengevat - dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, nu daarin wordt voorbijgegaan aan de in het bezwaarschrift van 23 oktober 2015 neergelegde bezwaren. Eiseres is van mening dat de gedragingen van haar ex-werknemer een benadelingshandeling opleveren die hem valt toe te rekenen.

5. Verweerder heeft in reactie op de beroepsgronden - samengevat - gesteld dat volgens bestaande jurisprudentie geen sprake kan zijn van een benadelingshandeling als de werknemer ontslag neemt en pas daarna ziek wordt. Verweerder is van mening dat in dit geval, gelet op de feiten, geen sprake kan zijn van een benadelingshandeling.

6. Ingevolge artikel 29, eerste lid, van de ZW, voor zover hier van belang, wordt geen ziekengeld uitgekeerd, indien de verzekerde uit hoofde van de dienstbetrekking op grond waarvan hij de arbeid behoort te verrichten:

a. recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel indien het recht op loon door toepassing van het derde, vijfde, zesde of negende lid van dat artikel geheel of gedeeltelijk ontbreekt;

b. recht heeft op bezoldiging als bedoeld in artikel 76a, eerste lid, dan wel indien het recht op die bezoldiging op grond van artikel 76a, derde of zevende lid, of artikel 76b, eerste, tweede of derde lid, geheel of gedeeltelijk ontbreekt.

Ingevolge artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW, weigert het Uwv het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit onderdeel is niet begrepen het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid, en artikel 49 van de ZW.

Ingevolge artikel 45, zevende lid, van de ZW wordt onder benadeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, mede verstaan de situatie dat de verzekerde zonder deugdelijke grond heeft nagelaten verweer te voeren tegen of heeft ingestemd met een beëindiging van de dienstbetrekking in de periode, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de ZW.

Ingevolge artikel 46, eerste lid, van de ZW heeft degene die binnen vier weken na het einde van zijn verzekering ongeschikt tot werken wordt, tegenover het Uwv aanspraak op ziekengeld alsof hij verzekerd was gebleven. Indien de verzekering berust op een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 ontstaat de in de eerste zin bedoelde aanspraak op ziekengeld eerst na het eindigen van die dienstbetrekking.

7. De vraag die partijen verdeeld houdt is of er sprake is van een benadelingshandeling als bedoeld in artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW op grond waarvan verweerder aan de ex-werknemer ziekengeld zou hebben moeten weigeren. De rechtbank overweegt het volgende.

7.1

Tussen partijen is niet in geschil dat de ex-werknemer op 18 maart 2015, tijdens de proeftijd, telefonisch aan eiseres heeft meegedeeld zijn dienstverband te willen beëindigen, omdat de werkzaamheden hem zwaar vallen. Eiseres heeft het verzoek van de ex-werknemer gehonoreerd. Bij brief van 20 maart 2015 heeft eiseres de ex-werknemer laten weten dat hij met ingang van 21 maart 2015 niet langer in dienst is.

De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting toegelicht dat het dienstverband eerst op

21 maart 2015 is beëindigd, omdat de ex-werknemer zich tijdens het telefoongesprek van

18 maart 2015 in verband met zijn werkzaamheden voor eiseres nog met een vrachtwagen van eiseres in het buitenland bevond en hij de vrachtwagen nog moest terugbrengen. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting verklaard dat het dienstverband inderdaad per 21 maart 2015 is beëindigd.

7.2

Uit de verklaringen van verweerder en eiseres ter zitting blijkt dat evenmin in geschil is dat de ex-werknemer zich met ingang van 22 maart 2015 ziek heeft gemeld.

7.3

Uit 7.1 en 7.2 volgt dat de ex-werknemer tot aan de datum van zijn ontslag zijn werk heeft verricht en dat zijn arbeidsongeschiktheid daarna is ingetreden. Daarom kan niet worden gezegd dat de ex-werknemer zijn recht op loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de ZW heeft prijsgegeven. Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat zich niet een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW. Gelet hierop komt de rechtbank niet toe aan de overige beroepsgronden.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van

mr. C.F.E. Post, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.