Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:3851

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-08-2016
Datum publicatie
22-08-2016
Zaaknummer
LEE 16/2912, LEE 16/2914, LEE 16/2915, LEE 16/2916, LEE 16/2917, LEE 16/2927, LEE 16/2928, LEE 16/2929 EN LEE 16/3114
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Psy-Fi 2016

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 16/2912, LEE 16/2914, LEE 16/2915, LEE 16/2916, LEE 16/2917,

LEE 16/2927, LEE 16/2928, LEE 16/2929 en LEE 16/3114

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 augustus 2016 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

I. Stichting Groene Ster Duurzaam!, te Leeuwarden, verzoekster 1,

(gemachtigde: [gemachtigde])

II. [verzoekster 2], te Leeuwarden, verzoekster 2,

(gemachtigde: mr. J.S. Haakmeester),

verzoekers,

en

I. de burgemeester van de gemeente Leeuwarden, verweerder 1,

II. het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden, verweerder 2,

(gemachtigde: mr. J.V. van Ophem).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Stichting Psy-Fi, te (gemachtigde: mr. C. Nome).

Procesverloop

Evenementenvergunning

Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 1 aan de Stichting Psy-Fi (Psy-Fi) een evenementenvergunning verleend voor het houden van het evenement Psy-Fi “Holographic Universe” (het evenement) op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden. De vergunning is geldig voor de volgende periode:
- Opbouw: 12 augustus 2016 tot en met 23 augustus 2016, dagelijks van 07.00 uur -

21.00

uur.

- Evenement: 24 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016.

- Afbouw: 29 augustus 2016 tot en met 8 september 2016, dagelijks van 07.00 uur - 21.00 uur. Het besluit houdt tevens een ontheffing van de Zondagswet in.

Verzoekster 1 heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder

LEE 16/2912.

Verzoekster 2 heeft eveneens tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder LEE 16/2927.

Geluidsontheffing

Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 2 aan Psy Fi een geluidsontheffing verleend voor het houden van het evenement op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden van 24 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016, inclusief soundcheck op

23 augustus 2016.

Verzoekster 1 heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder

LEE 16/2914.

Verzoekster 2 heeft eveneens tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder LEE 16/2928.

Tijdelijke gebruiksvergunning

Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 2 aan de Psy Fi een tijdelijke gebruiksvergunning verleend voor het plaatsen van diverse tenten ten behoeve van het evenement op 24 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016.

Verzoekster 1 heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder

LEE 16/2915.

Ontheffing verbod liggen of slapen op openbare plaatsen

Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 2 aan Psy Fi een ontheffing verleend van het verbod om te liggen of te slapen op openbare plaatsen tijdens het evenement op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden van 12 augustus 2016 tot en met

8 september 2016.

Verzoekster 1 heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder

LEE 16/2916.

Verzoekster 2 heeft eveneens tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder LEE 16/2929.

Ontheffing verbod om in openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben

Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 2 aan Psy Fi een ontheffing verleend van het verbod om in openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben tijdens het evenement op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden van

22 augustus 2016 12.00 uur tot en met 31 augustus 2016 12.00 uur.

Verzoekster 1 heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder

LEE 16/2917.

Omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik ten behoeve van het organiseren van drie meerdaagse festivals per kalenderjaar

Op 3 juni 2014 heeft verweerder 2 een omgevingsvergunning aan de gemeente Leeuwarden verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het gebruiken van

gronden of bouwwerken op de locatie plaatselijk bekend als De Groene Ster, ten behoeve van het organiseren van drie meerdaagse festivals per kalenderjaar, met een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen.

Bij besluit van 24 juli 2014 heeft verweerder 2 het gebied, waarop de omgevingsvergunning van 3 juni 2014 betrekking heeft, verkleind, in die zin dat het (schier)eiland waarop het naaktstrand gelegen is, er in zijn geheel buiten wordt gelaten.

Bij besluit van 4 augustus 2015 heeft verweerder 2 de op 3 juni 2014 aan de gemeente Leeuwarden verleende, en op 24 juli 2014 gewijzigde, omgevingsvergunning wederom gewijzigd in die zin dat:

1. één van de drie festivals een langere duur mag hebben dan 15 dagen, tot een maximaal aantal van 28 dagen, ten behoeve van het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het festival;

2. de gronden waarop deze omgevingsvergunning betrekking heeft, uit te breiden met de in het plangebied gelegen percelen (kadastraal bekend, gemeente Leeuwarden, sectie L, nummers 1604, 1605, 1607, 1608, 1609, 1610 (allen deels)) zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende, gewaarmerkte situatietekening.

Bij besluit van 12 mei 2016 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster 2 gegrond verklaard in zoverre dat:

- de geldigheidsduur van de omgevingsvergunning eindigt op 4 augustus 2025;

- de opbouw- en afbouwwerkzaamheden uitsluitend mogen plaatsvinden in de periode van 07.00 uur tot 21.00 uur;

- de omgevingsvergunning alleen geldt voor evenemeneten met maximaal vijf festivaldagen waarop festivalgangers aanwezig zijn;

- de ecologische beoordeling van 5 augustus 2015 van onderzoeksbureau Altenburg en Wymenga aan de ogevingsvergunning wordt toegevoegd.

Verzoekster 2 heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder LEE 16/2476. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder LEE 16/3114.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 10 augustus 2016.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2016. Namens verzoekster 1 is de gemachtigde verschenen, bijgestaan door [de heer] . Verzoekster 2 is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door J. Stieber, H. Veenstra, R.T. Offringa, G.H. Breukelaar,

I. de Jong en H. Tania. Namens Psy Fi zijn de gemachtigde en [derde belanghebbende] verschenen.

Overwegingen

Algemeen

LEE 16/2912, LEE 16/2914, LEE 16/2915, LEE 16/2916, LEE 16/2917, LEE 16/2927,

LEE 16/2928 en LEE 16/2929

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

1.1.

Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over de geschillen in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedures.

1.2.

Aangezien tijdig bezwaar is gemaakt tegen de besluiten waarop de verzoeken betrekking hebben en deze rechtbank in de hoofdzaak bevoegd zal zijn, is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Ook overigens is er geen beletsel de verzoeken om een voorlopige voorziening ontvankelijk te achten.

LEE 16/3114

1.3.

Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

1.4.

In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan wanneer beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, deze onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak.

Geluidsontheffing

LEE 16/2914 en LEE 16/2928

2. Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 2 aan Psy Fi een geluidsontheffing verleend voor het houden van het evenement op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden op 24 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016, inclusief soundcheck op 23 augustus 2016.

2.1.

Op grond van artikel 4:6, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden (APV) is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Ingevolge het tweede lid van artikel 4:6 van de APV kan het college van het verbod ontheffing verlenen.

2.2.

In de geluidsontheffing heeft verweerder 2 voor het ten gehore brengen van muziek gedurende het festival geluidsgrenswaarden opgelegd die gelden op een zestal referentiepunten voor de in de ontheffing weergegeven data en periodes. Deze referentiepunten zijn weergegeven op een kaartje gevoegd bij het bestreden besluit. Verweerder heeft de aanvraag getoetst aan de “Beleidsregel geluid bij evenementen in de open lucht in de gemeente Leeuwarden” (de Beleidsregel), de Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter”, opgesteld door de Inspectie Milieuhygiëne Limburg (Nota Limburg) en de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 11 augustus 2015 (LEE 15/2874, LEE 15/2926 en LEE 15/1929 tot en met LEE 16/2932) en 8 juli 2016 (LEE 16/2473). In de geluidsontheffing zijn strengere grenswaarden opgelegd dan in de Beleidsregel. Deze grenswaarden sluiten volgens verweerder aan bij die van de Nota Limburg.

2.2.1.

De StAB heeft in het rapport van 10 augustus 2016 opgemerkt dat de grenswaarden in de geluidsontheffing in tabel 1 van voorschrift 2.1 als langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) zijn vastgelegd, hetgeen betekent dat het hier om equivalente muziekgeluidsniveaus gaat over een specifiek bepaalde periode van het etmaal. Op de equivalente niveaus moeten nog op grond van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (HRMI 1999) correcties plaatsvinden vooraleer sprake is van het over die periode gemeten of berekende beoordelingsniveau. Het gaat daarbij onder andere om factoren als meteo- en bedrijfsduurcorrecties. Ook de hinderlijkheid van het geluid kan daarbij verdisconteerd worden in de vorm van een straffactor, maar in voorschrift 1.1 van

de geluidsontheffing is aangegeven dat deze toeslag niet wordt toegepast.

In voorschrift 2.4 van de geluidsontheffing is bepaald dat vergunninghouder doorlopend geluidsmetingen moet uitvoeren op de referentie- en meetpunten. Deze geluidsmetingen zijn volgens de StAB cruciaal, omdat zo nodig met de resultaten van deze geluidsmetingen de geluidsemissie van het evenemententerrein ‘bijgestuurd’ moet worden. Deze ‘bijsturing’ moet zodanig zijn dat op alle referentiepunten het geluidsniveau in tabel 1 van voorschrift 2.1 wordt gehaald. De Nota Limburg adviseert om voor de bewaking van de gestelde geluidsniveaus uit te gaan van een één-minuut equivalent geluidsniveau LAeq. Een bewaking van de geluidsnormen op de referentiepunten met een korte intervaltijd heeft als voordeel dat nog tijdig een ‘bijsturing’ van de geluidsemissie van het muziekgeluid kan plaatsvinden, aldus de StAB. Het is om die reden niet doelmatig de grenswaarden op de referentiepunten te vergunnen als langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus, omdat daarmee geen bijsturing kan plaatsvinden. De StAB concludeert dat het voor de bijsturing vereist dat op de referentiepunten wordt uitgegaan van een ‘één-minuut equivalent’ geluidsniveau.

2.2.2.

De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder 2 ter zitting niet aannemelijk heeft gemaakt waarom in onderhavig geval de grenswaarden, in afwijking van hetgeen in de Nota Limburg is opgenomen, als langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus moeten worden vastgelegd. Het bezwaar heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter in zoverre redelijke kans van slagen.

De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande aanleiding de voorziening te treffen dat de grenswaarden zoals neergelegd in tabel 1 van voorschrift 2.1 conform de Nota Limburg en conform het advies van de StAB worden vastgelegd als een één-minuut equivalent geluidsniveau LAeq. Verweerder 2 dient hierop adequaat te handhaven. Ter zitting heeft verweerder 2 te kennen gegeven dat ten behoeve van het evenement acht handhavers zullen worden ingezet waarvan continue twee handhavers op het evenemententerrein aanwezig zullen zijn. Mocht uit de één-minuut equivalent geluidsniveau LAeq geluidsmetingen blijken dat sprake is van een overschrijding dan dient de organisatie hier onmiddellijk op te worden aangesproken en de geluidsemissie van het evenemententerrein binnen één kwartier te worden bijgestuurd, zodanig dat binnen de vergunde en in deze uitspraak gegeven geluidswaarden wordt gebleven.

2.3.

De StAB heeft verder in het rapport van 10 augustus 2016 opgemerkt dat geen akoestisch rapport is opgesteld aan de hand waarvan de geluidsverspreiding van de aangevraagde muziekpodia in beeld is gebracht. Uitgaande van een ‘worst case-situatie worden de grenswaarden in de geluidsontheffing volgens de StAB mogelijk overschreden.

2.3.1.

Op 9 augustus 2016 heeft verweerder 2 alsnog een akoestisch rapport van DGMR overgelegd. De voorzieningenrechter stelt vast dat de conclusies voor enkele referentiepunten eensluidend zijn aan de indicatieve uitkomsten in het StAB-verslag. Uit het rapport blijkt dat het bronniveau van de Alternative stage en de Chillout stage te hoog zijn om in de ‘worst case’-situatie aan de grenswaarden op verschillende referentiepunten te voldoen. DGMR adviseert in het rapport het bronniveau van de Alternative stage met 2 dB te verlagen en het bronniveau van de Chillout stage met 3dB, teneinde te voldoen aan de normen in de geluidsontheffing. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder bij brief van 12 augustus 2016 te kennen gegeven voornemens te zijn aan de geluidsontheffing een voorschrift toe te voegen dat het maximale geluidsniveau op 25 meter voor de podia (FOH) dat niet overschreden mag worden 103 dB(A) is, met uitzondering van de Chill-out stage, waar het maximale geluidsniveau 100 dB(A) (FOH) is en de Alternatieve stage, waar het maximale geluidsniveau 101 dB(A) (FOH) is.

2.3.2.

De voorzieningenrechter overweegt dat in het rapport van DGMR in tabel 6 op pagina 14 het maximale geluidsniveau en het spectrum per podium is opgenomen dat gebruikt kan worden om te voldoen aan de geluidsontheffing. De voorzieningenrechter ziet aanleiding tabel 6 als extra waarborg op te nemen als voorschrift in de geluidsontheffing. Verweerder 2 heeft ter zitting niet kunnen aangeven waarom alleen ten behoeve van de Alternatieve stage en de Chill-out stage het maximale geluidsniveau wordt vastgelegd teneinde te kunnen voldoen aan de geluidsontheffing. Dit klemt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter te meer, nu in het door verweerder voorgestelde voorschrift geen onderscheid wordt gemaakt tussen de dag- en nachtperiode. De voorzieningenrechter ziet aldus aanleiding aan de geluidsontheffing het voorschrift toe te voegen dat het maximale geluidsniveau op 25 meter voor de podia (FOH) dat niet overschreden mag worden is:

Chillout stage: 100 dB(A) in de dag- en avondperiode

75 dB(A) in de nachtperiode

Alternative stage: 101 dB(A) in de dag- en avondperiode

76 dB(A) in de nachtperiode

Mainstage: 103 dB(A) in de dag- en avondperiode

78 dB(A) in de nachtperiode

Trechtown: 103 dB(A) in de dag- en avondperiode

78 dB(A) in de nachtperiode

Sacred Stage: 85 dB(A) in de dag- en avondperiode

60 dB(A) in de nachtperiode.

2.4.

De voorzieningenrechter acht het voorts aangewezen om de aanvangstijd op donderdag 25 augustus 2016 aan te passen van 07.00 uur naar 08.00 uur. Hierbij heeft de voorzieningenrechter enerzijds het belang van het evenement en anderzijds het belang van omwonenden betrokken. Hierbij acht de voorzieningenrechter van belang dat namens Psy-Fi ter zitting is verklaard dat de activiteiten op het hoofdpodium op donderdag 25 augustus 2016 eerst om 08.00 uur beginnen.

2.5.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om in het door verzoekster 2 gestelde omtrent de isolatie van gevel van de slaapkamer op eerste verdieping van de woning [adres] te Leeuwarden strengere geluidsgrenswaarden vast te stellen. De door verzoekster 2 ter zitting overgelegde notitie van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (de notitie) maakt dit niet anders. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband dat in de Nota Limburg rekening wordt gehouden met een gevelisolatie van 20 a 25 dB(A). In de notitie wordt geconcludeerd dat de gevelwering van de gevel van de slaapkamer afgerond 21 dB(A) bedraagt met gesloten ventilatieopening en afgerond 16 dB(A) met geopende ventilatieopening In het beleid is vastgelegd dat bij de meting en beoordeling van de geluidbelasting de HRMI 1999 wordt gehanteerd. Dit betekent met betrekking tot de vaststelling van de geveldemping van woningen dat deze plaatsvindt middels een meting met gesloten ramen. Deze keuze heeft een grote invloed op de hoogte van de geluidsbelasting binnenshuis. De voorzieningenrechter stelt vast dat de HRMI 1999 in situaties als de onderhavige uit gaat van metingen met gesloten ramen. De voorzieningenrechter acht het op voorhand niet een kennelijk onredelijke keuze van verweerder om deze systematiek te volgen. In dat kader is de voorzieningenrechter van oordeel dat het houden van evenementen met muziek in en om bewoonde gebieden praktisch onmogelijk wordt als gemeten moet worden met open ramen en dat van omwonenden verlangd kan worden dat zij gedurende een beperkte aantal dagen per jaar minder mogelijkheden hebben om hun woning te ventileren.

2.6.

Met betrekking tot het verzoek van verzoekster 2 om verweerder een preventieve last op te leggen overweegt de voorzieningenrechter dat zij hiertoe thans geen aanleiding ziet. In dit verband overweegt de voorzieningenrechter dat verzoekster 2 niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een gevaar van een overtreding die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden. In dit verband acht de voorzieningenrechter ook van belang dat verweerder 2 ter zitting te kennen heeft gegeven dat ten behoeve van het evenement acht handhavers zullen worden ingezet waarvan continue twee handhavers op het evenemententerrein aanwezig zullen zijn. Wanneer door verweerder 2 een overtreding wordt geconstateerd, zal de organisatie van het evenement eerst worden gewaarschuwd en dient het geluidsniveau binnen één kwartier beneden de betrokken grenswaarde(n) te worden gebracht. Mocht deze waarschuwing niet het gewenste effect hebben, zal verweerder een last onder dwangsom op leggen; de beschikkingen zijn door verweerder 2 reeds opgesteld en kunnen onmiddellijk worden uitgereikt. Verzoekster 2 heeft voorgaande ter zitting niet bestreden. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt in zoverre afgewezen.

2.7.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen worden de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening gedeeltelijk toegewezen.

2.8.

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster 2 gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 992,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 496,- en wegingsfactor 1). Tevens dient verweerder het door verzoekster 1 betaalde griffierecht van € 334,- en het door

verzoekster 2 betaalde griffierrecht van € 168,- aan hen te vergoeden.

Evenementenvergunning

LEE 16/2912 en LEE 16/2927

3. Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 1 aan Psy Fi een evenementenvergunning verleend voor het houden van het evenement op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden. De vergunning is geldig voor de volgende periode:
- Opbouw: 12 augustus 2016 tot en met 23 augustus 2016, dagelijks van 07.00 uur -21.00

uur.

- Evenement: 24 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016.

- Afbouw: 29 augustus 2016 tot en met 8 september 2016, dagelijks van 07.00 uur - 21.00 uur. Het besluit houdt tevens een ontheffing van de Zondagswet in.

3.1.

Op grond van artikel 2:25, eerste lid, van de APV is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

Ingevolge artikel 2:25g van de APV wordt de vergunning geweigerd indien niet is voldaan

aan het bepaalde in artikel 2:25c of niet wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:25d gestelde eisen.

Op grond van het tweede lid van artikel 2:25g van de APV kan de vergunning, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 worden geweigerd, indien:

a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de ruimte of op de gemeentelijke - of hulpdiensten;

b. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement;

c. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie;

d. herhaaldelijk gegronde klachten worden ingediend met betrekking tot een evenement of organisator of;

e. in de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:25e reeds een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan.

3.2.

Verweerder 1 stelt zich op het standpunt dat geen aanleiding is de gevraagde vergunning op grond van het gestelde in artikel 2:25g van de APV te weigeren. In dit verband heeft verweerder 1 te kennen gegeven dat plaatsing op de Evenementenkalender impliceert dat met het evenement rekening wordt gehouden. Verder biedt het draaiboek en de aan de vergunning te verbinden voorschriften volgens verweerder voldoende waarborgen voor een goed verloop van het evenement. Het evenement past voorts binnen de verleende omgevingsvergunning en de aard van het evenement is niet zodanig dat het zich niet verdraagt met het karakter of bestemming van de gevraagde locatie in relatie tot bescherming van de openbare orde en veiligheid, aldus verweerder. Verweerder heeft de klachten over de voorgaande editie meegenomen bij het formuleren voor de uitgangspunten van de editie van 2016.

3.3.

Verzoekster 1 heeft verzocht de parkeerverboden uit te breiden van een klein deel van het Alddiel tot een volledig parkeerverbod aan beide zijden van het gehele Alddiel. Tevens heeft verzoekster 1 verzocht om een parkeerverbod langs de gehele Woelwijk als ook een algemeen parkeerverbod langs alle calamiteitenroutes op en buiten het evenemententerrein.

3.3.1.

De voorzieningenrechter constateert in dit verband dat – mede naar aanleiding van de ervaringen van vorig jaar – ten behoeve van de organisatie van het evenement in 2016 een aantal maatregelen zijn getroffen. Zo worden ten opzichte van vorig jaar minder auto’s toegelaten op het evenemententerrein dan vorig jaar. In totaal worden maximaal 400 campers en 600 auto’s toegelaten. Dit is ook vastgelegd in voorschrift 12 van de evenementenvergunning. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat wanneer het terrein vol dreigt te raken, bezoekers tijdig naar het WTC zullen worden geleid alwaar, onbestreden, 3200 parkeerplekken zijn. Om alles in goede banen te leiden zullen verkeersregelaars en beveiligers worden ingezet, die continue met elkaar in contact zullen staan. De voorzieningenrechter ziet, gezien de hiervoor beschreven werkwijze, in zoverre geen aanleiding een voorziening te treffen.

3.3.2.

Verweerder 1 heeft verder te kennen gegeven er voor te zorgen dat niet op de weg zal worden geparkeerd en dat de calamiteitenroutes aldus vrij zullen worden gehouden. De voorzieningenrechter acht het van groot belang dat niet zal worden geparkeerd op de wegen van de calamiteitenroutes en ziet aanleiding de volgende voorlopige voorzieningen te treffen.

Niet in geschil is dat de Woelwijk 3,40 meter breed is, met een grasbetonrand van 50 centimeter. In totaal is de Woelwijk aldus 3,90 meter breed. In de vergunning staat in voorschrift 17 dat de minimale wegbreedte 4,50 meter dient te zijn zodat hulpverleningsdiensten ongehinderd het terrein, alsmede de in de buurt gelegen percelen kunnen bereiken. De Woelwijk voldoet hier niet aan. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding een parkeerverbod voor één zijde van de Woelwijk op te leggen, aan de kant met de minst brede berm. Verweerder 1 dient afdoende maatregelen te treffen om het parkeerverbod te handhaven.

Verweerder dient er verder streng op toe te zien dat auto’s in hun geheel in de berm, en niet (gedeeltelijk, ook niet voor een klein deel) op de weg en op de wegen van de calamiteitenroutes, worden geparkeerd. Dit betekent dat indien een auto, schuin geparkeerd, gedeeltelijk op de weg staat, verweerder er op zal toezien dat alsnog in de lengte zal worden geparkeerd en dat, indien toch op de weg wordt geparkeerd, auto’s onmiddellijk zullen worden weggesleept. De verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening worden in zoverre toegewezen.

3.4.

De voorzieningenrechter stelt verder vast dat in voorschrift 29 van de evenementenvergunning voorwaarden zijn opgenomen voor wat betreft de Technische Hygiëne. Hierbij wordt opgemerkt dat op grond van de bevindingen van het festival 2015 door verweerder zelf in overweging wordt gegeven om een inspectie door de Technische Hygiënezorg uit te laten voeren. De voorzieningenrechter ziet aanleiding aan voorschrift 29 de voorwaarde toe te voegen dat de Technische Hygiënezorg dagelijks een inspectie uitvoert op het evenemententerrein. De verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening worden in zoverre toegewezen.

3.5.

Met betrekking tot de stelling van verzoekers dat het evenement tot onacceptabele schade zal leiden, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. In de evenementenvergunning is in voorschrift 4.6 bepaald dat voor de aan- en afvoer van materialen gebruik dient te worden gemaakt van de verharde paden, om zo schade van het terrein zo veel mogelijk te voorkomen. Voorschrift 4.4 van de evenementenvergunning voorziet er verder expliciet in dat de tekeningen dienen te worden aangepast op de plaats van het drainagesysteem. Voor plaatsing van palen, verankeringen en dergelijke in de grond dient vergunninghouder zich er van te verzekeren dat leidingen niet worden geraakt. Bij dat plaatsen dient bovendien toezicht van de gemeente aanwezig te zijn.

Op pagina 10 van het draaiboek wordt voorts expliciet ingegaan op het zo snel mogelijk herstellen van het terrein: “De palen worden verwijderd middels een manitou of verrijker. Er wordt een spanband om de paal gewikkeld en vervolgens trekt de manitou of verrijker de paal, recht omhoog, de grond uit. Deze werkwijze zorgt ervoor dat de grond niet meer dan noodzakelijk beschadigd wordt. Het zand dat bij het uitboren van de gaten vrij gekomen is wordt op een centraal punt opgeslagen en kan na het verwijderen van de paal weer terug in het gat gestort worden. Dit zal na elke verwijdering van een paal direct gebeuren. Ook zullen wij vergelijkbaar zand aanslepen aangezien er tijdens dit proces altijd wat aarde verloren zal gaan. Dit zal in overeenstemming gebeuren met de beheerders van de Groene Ster zodat wij zeker zijn dat het juiste zand gestort wordt. Op 8 september 24:00 levert Psv-Fi het terrein weer schoon en hersteld op, tenzij andere afspraken met de gemeente gemaakt zijn (zoals voorgaande jaren). Dat betekent dat op die datum ook alle palen verwijderd zullen zijn. Ook zullen wij dus zorg dragen dat de gaten van de palen weer opgevuld zijn. De kabelgoten worden op dezelfde wijze als de gaten van de palen, uiterlijk 8 september 24.00 uur, opgevuld met zand”. Verweerder 1 heeft te kennen gegeven er op toe te zien dat Psy-Fi zich aan voorgaande houdt. Er zijn in dit kader ook voorschriften aan de evenementenvergunning verbonden, Op grond van voorschrift 3.1 van de evenementenvergunning dient direct na afloop van evenement het terrein weer schoon en heel, in de oorspronkelijke staat worden opgeleverd. Voorschrift 4.3 brengt mee dat gaten (en goten) na afloop gedicht moeten worden met zand, aangevuld met graszoden. Voor de aan- en afvoer van materialen dienen verharde paden te worden gebruikt (voorschrift 4.6). Voorts brengt voorschrift 4.2 mee dat Psy-Fi verantwoordelijk is voor alle schade als gevolg van het evenement aan eigendommen van de gemeente, zoals de Groene Ster. Voorschriften 5.1 tot en met 5.5 regelen ten slotte de voor- en naschouw van

het evenemententerrein. Ter zitting heeft verweerder 1 te kennen gegeven dat, indien tijdens de naschouw mocht blijken dat herstel nodig is, zo spoedig mogelijk met de werkzaamheden zal worden begonnen.

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zijn, gelet op voorgaande, voldoende maatregelen getroffen teneinde schade aan het terrein te voorkomen en eventueel te herstellen. De voorzieningenrechter ziet aldus in zoverre geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

3.6.

De voorzieningenrechter overweegt verder dat verweerder in de evenementenvergunning in voorschrift 30 voorschriften heeft opgenomen ter bescherming van Flora- en Fauna. Verweerder heeft hierbij verwezen naar de (bij partijen bekende) rapporten van 3 juni 2014, 20 juli 2015 en 4 augustus 2015 van Altenburg & Wymenga. Hetgeen verzoekers op dit punt hebben aangevoerd acht de voorzieningenrechter onvoldoende om de rapporten van Altenburg & Wymenga in twijfel te trekken. De door verweerder in de evenementenvergunning opgenomen voorschrift 30 sluit aan bij de conclusies van voornoemde rapporten. De voorzieningenrechter ziet aldus in zoverre geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

3.7.

In hetgeen verzoekers overigens hebben aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

3.8.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen worden de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening gedeeltelijk toegewezen.

3.9.

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster 2 gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 992,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 496,- en wegingsfactor 1). Tevens dient verweerder het door verzoekster 1 betaalde griffierecht van € 334,- en het door

verzoekster 2 betaalde griffierrecht van € 168,- aan hen te vergoeden.

Ontheffing verbod liggen of slapen op openbare plaatsen

LEE 16/2916 en LEE 16/2929

4. Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 2 aan Psy Fi een ontheffing verleend van het verbod om te liggen of te slapen op openbare plaatsen tijdens het evenement op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden van 12 augustus 2016 tot en met 8 september 2016.

4.1.

Ingevolge artikel 2:47a, eerste lid, van de APV is het verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken en verder op een openbare plaats een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden. Ingevolge het derde lid kan het college van burgemeester en wethouders van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden, onder andere ter voorkoming en beperking van hinder, overlast en ontsiering van het stadsbeeld. Ingevolge het derde lid geldt het verbod niet op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.

4.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het verlenen van ontheffing van het kampeerverbod een discretionaire bevoegdheid betreft van verweerder 2, die door de rechter terughoudend moet worden getoetst. Getoetst dient te worden of verweerder 2 in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.

4.3.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende gebleken dat er zodanige overlast is te verwachten van de medewerkerscamping dan wel van de bezoekerscamping dat op basis daarvan verweerder de ontheffing niet in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Voor het treffen van een voorlopige voorziening inzake de door verweerder verleende ontheffing van het verbod te slapen op openbare plaatsen voor bezoekers en medewerkers op grond van artikel 2:47a van de APV ziet de voorzieningenrechter dan ook geen aanleiding. Verweerder 2 heeft ter zitting overigens nog te kennen gegeven dat vorig jaar, als gevolg van een niet goed functionerende beveiliging, buiten het terrein werd gekampeerd. Dit jaar zal verweerder 2 streng gaan handhaven op wildkamperen.

4.4.

De verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorzieningen zullen worden afgewezen.

4.5.

Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De tijdelijke gebruiksvergunning en ontheffing verbod om in openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben

LEE 16/2915 en LEE 2917

5. Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 2 aan Psy Fi een tijdelijke gebruiksvergunning verleend voor het plaatsen van diverse tenten voor het evenement op

24 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016.

Bij besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder 2 aan Psy Fi een ontheffing verleend van het verbod om in openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben tijdens het evenement op de locatie plaatselijk bekend als de Groene Ster te Leeuwarden van 22 augustus 2016 12.00 uur tot en met 31 augustus 2016 12.00 uur.

5.1.

De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster 1 bezwaar heeft gemaakt tegen voornoemde besluiten en tevens verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening heeft ingediend. Verzoekster 1 heeft hierbij evenwel niet aangegeven waarom de besluiten volgens haar niet in stand zouden kunnen blijven. Reeds gelet hierop wijst de voorzieningenrechter de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

5.2.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik ten behoeve van het organiseren van drie meerdaagse festivals per kalenderjaar

LEE 16/3114

6. Op 3 juni 2014 heeft verweerder 2 een omgevingsvergunning aan de gemeente Leeuwarden verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het gebruiken van gronden of bouwwerken op de locatie recreatiegebied De Groene Ster, ten behoeve van het organiseren van drie meerdaagse festivals per kalenderjaar, met een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen.

Bij besluit van 24 juli 2014 verweerder 2 het gebied waarop de omgevingsvergunning van 3 juni 2014 betrekking heeft verkleind, in die zin dat het (schier)eiland waarop het naaktstrand gelegen is, er in zijn geheel buiten wordt gelaten.

Bij besluit van 4 augustus 2015 heeft verweerder 2 de op 3 juni 2014 aan de gemeente Leeuwarden verleende, en op 24 juli 2014 gewijzigde, omgevingsvergunning wederom gewijzigd in die zin dat:

1. één van de drie festivals een langere duur mag hebben dan 15 dagen, tot een maximaal aantal van 28 dagen, ten behoeve van het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het festival;

2. de gronden waarop deze omgevingsvergunning betrekking heeft, uit te breiden met de in het plangebied gelegen percelen (kadastraal bekend, gemeente Leeuwarden, sectie L, nummers 1604, 1605, 1607, 1608, 1609, 1610 (allen deels)) zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende, gewaarmerkte situatietekening.

Bij besluit van 12 mei 2016 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster 2 gegrond verklaard in zoverre dat:

- de geldigheidsduur van de omgevingsvergunning eindigt op 4 augustus 2025;

- de opbouw- en afbouwwerkzaamheden uitsluitend mogen plaatsvinden in de periode van 07.00 uur tot 21.00 uur;

- de omgevingsvergunning alleen geldt voor evenementen met maximaal vijf festivaldagen waarop festivalgangers aanwezig zijn;

- de ecologische beoordeling van 5 augustus 2015 van onderzoeksbureau Altenburg en Wymenga aan de ogevingsvergunning wordt toegevoegd.

6.1.

Onderhavige percelen vallen binnen het bestemmingsplan “Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster”, vastgesteld 29 oktober 2012, en hebben hierin de bestemming “Recreatie - Dagrecreatie” en/of “Natuur”. Op grond artikel 6.1 van de planvoorschriften zijn de gronden met de bestemming “Natuur” bestemd voor: het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwetenschappelijke en tandschappelijke waarden, droge en (half)natte ruigvegatieve terreinen, water, groenvoorzieningen, bebossing, recreatief medegebruik en gebouwen ten behoeve van het beheer en onderhoud. Ingevolge artikel 7.1 van de planvoorschriften zijn de gronden met de bestemming: “Recreatie - Dagrecreatie” bestemd voor: extensieve dagrecreatie, water, strandoevers, (schier)eiland(en), groenvoorzieningen en bebossing. Op grond van de begripsbepaling in artikel 1 lid 25 van de regels van het bestemmingsplan wordt onder extensieve dagrecreatie verstaan: die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf.

6.2.

Niet in geschil is dat verlenging van de toegestane duur van op- en afbouw voor één van de drie meerdaagse festivals en vergroting van de omvang van het gebied waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft in strijd is met artikel 6.1 en 7.1 van de planvoorschriften.

6.3.

Ingevolge artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, de omgevingsvergunning slechts worden verleend, indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening, in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.

Artikel 4, aanhef en onder 11, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht bepaalt dat voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan wordt afgeweken, in aanmerking komt ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

6.4.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de op 3 juni 2014 verleende omgevingsvergunning onherroepelijk is en thans enkel de wijziging van deze omgevingsvergunning ter discussie staat. De wijziging ziet op de aan- en afbouwperiode en

een uitbreiding van de gronden benodigd voor het festival (een deel van het eiland waarop ook het naaktstrand is gelegen). Het aantal festivaldagen, de opzet/inhoud van het festival en de verkeersstromen zijn niet gewijzigd (vergroot) middels het besluit. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoekster 2 heeft aangevoerd thans geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. In dit verband overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder ter zitting te kennen heeft gegeven dat zo spoedig mogelijk na het evenement eventuele schade zal worden hersteld waardoor zo snel mogelijk weer recht kan worden gedaan aan de bestemmingen “Recreatie - Dagrecreatie” en/of “Natuur”. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband naar de maatregelen zoals deze zijn genoemd in rechtsoverweging 3.5. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De voorzieningenrechter ziet, zoals ter zitting ook met partijen besproken, geen aanleiding om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb.

7. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Ten aanzien van LEE 16/2914 en LEE 16/2928:

- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening inzake de geluidsontheffing toe in die zin dat:

- de grenswaarden zoals neergelegd in tabel 1 van voorschrift 2.1 worden vastgelegd als een één-minuut equivalent geluidsniveau LAeq;

- voegt aan de geluidsontheffing het voorschrift toe dat het maximale geluidsniveau op 25 meter voor de podia (FOH) dat niet overschreden mag worden is:

Chillout stage: 100 dB(A) in de dag- en avondperiode

75 dB(A) in de nachtperiode

Alternative stage: 101 dB(A) in de dag- en avondperiode

76 dB(A) in de nachtperiode

Mainstage: 103 dB(A) in de dag- en avondperiode

78 dB(A) in de nachtperiode

Trechtown: 103 dB(A) in de dag- en avondperiode

78 dB(A) in de nachtperiode

Sacred Stage: 85 dB(A) in de dag- en avondperiode

60 dB(A) in de nachtperiode;

- de aanvangstijd op donderdag 25 augustus 2016 wordt aangepast van 07.00 uur naar 08.00 uur.

- wijst de verzoeken voor het overige af;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster 2 ten bedrage van € 992,--;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 502,--, zijnde € 334,--

(Stichting Groene Ster Duurzaam!) en € 168,-- (J.M.E. van Gelder) aan verzoekers te

vergoeden.

Ten aanzien van LEE 16/2912 en LEE 16/2927

- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening inzake de evenementenvergunning toe in die zin dat:

- een parkeerverbod voor één zijde van de Woelwijk wordt opgelegd, aan de kant met de minst brede berm;

- verweerder 1 er streng op dient toe te zien dat auto’s in hun geheel in de berm, en niet (gedeeltelijk, ook niet voor een klein deel) op de weg en de wegen van de calamiteitenroutes, worden geparkeerd. Dit betekent dat indien een auto, schuin geparkeerd, gedeeltelijk op de weg staat, verweerder er op zal toezien dat alsnog in de lengte zal worden geparkeerd en dat, indien toch deels op de weg en de wegen van de calamiteitenroutes wordt geparkeerd auto’s onmiddellijk zullen worden weggesleept;

- aan voorschrift 29 de voorwaarde wordt toegevoegd dat de Technische Hygiënezorg dagelijks een inspectie uitvoert op het evenemententerrein.

- wijst de verzoeken voor het overige af;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster 2 ten bedrage van € 992,--;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 502,--, zijnde € 334,--

(Stichting Groene Ster Duurzaam!) en € 168,-- (J.M.E. van Gelder) aan verzoekers te

vergoeden.

Ten aanzien van LEE 16/2916 en LEE 16/2929

- wijst de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Ten aanzien van LEE 16/2915 en LEE 16/2917

- wijst de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Ten aanzien van LEE 16/3114

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Visser, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.T. Hofman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2016.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.