Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:3765

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-08-2016
Datum publicatie
12-08-2016
Zaaknummer
K4303 \ 4768138 \CV EXPL 16-834
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; art. 3:246 BW, bevoegdheid pandhouder tot vernietiging algemene voorwaarden?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2387

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 4768138 \ CV EXPL 16-834

vonnis van de kantonrechter d.d. 9 augustus 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BIRNE ADVOCATEN B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: mr. R.H. Hulshof,

tegen

de naamloze vennootschap

DAS NEDERLANDSE RECHTSBIJSTAND

VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M. Eijkelenboom.

Partijen zullen hierna Birne en DAS worden genoemd.

Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 januari 2016,

- de conclusie van antwoord,

- het tussenvonnis van 22 maart 2016,

- het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

Bij faxbericht van 7 juli 2016 is door Birne opgemerkt dat het proces-verbaal van de comparitie, ter voorkoming van onduidelijkheden, op een punt aanvulling behoeft. DAS heeft niet gereageerd op deze haar in afschrift toegezonden brief. Het verzoek om wijziging zal worden afgewezen, nu niet gebleken is dat het zou gaan om een kennelijke verschrijving of vergissing en de kantonrechter ook overigens, aan de hand van de aantekeningen van de griffier, niet is gebleken dat het proces-verbaal ter zake niet juist is. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat, zelfs als de voorgestelde wijziging zou zijn overgenomen, zulks niet tot een ander dan onderstaand oordeel zou hebben geleid.

Motivering

2.De feiten

2.1.

Birne is een advocatenkantoor. DAS is een verzekeringsmaatschappij.

2.2.

De heer [A] (hierna te noemen: de verzekerde) is/was voor rechtsbijstand verzekerd bij DAS. In de polis (nummer: 611324, datum afgifte: 15 juni 2006) is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Voorwaarden: Algemene voorwaarden DAS rechtsbijstand verzekeringen (05/06)

Bijzondere voorwaarden DAS Rechtsbijstand-

verzekering voor particulieren (05/06)

Hieronder wordt per artikel van de bijzondere voorwaarden

vermeld hoe hoog het verzekerd bedrag in het betreffende

artikel is. De genoemde bedragen gelden per 1 mei 2006.

Artikel Sub Hoogte van het verzekerd bedrag\

5 b € 12.500,00

2.3.

In artikel 3 en 6 van de Algemene voorwaarden 05/06 is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Artikel 3

Het verzekerde risico en de gebeurtenis

3.1.

Verzekerd is het risico dat een verzekerde in een geschil moet voorzien in een eigen behoefte aan rechtsbijstand ten gevolge van een gebeurtenis, mits voldaan wordt aan beide onderstaande voorwaarden:

a. (…);

b. (…).

3.2.

Onder gebeurtenis wordt verstaan het voorval of de feitelijke ontwikkeling die redelijkerwijs moet worden beschouwd als de oorzaak van het geschil. (…)

3.3.

Een samenhangend geheel van geschillen die voortvloeien uit een gebeurtenis wordt beschouwd als één geschil.

Artikel 6

De kosten van rechtsbijstand

6.1.

DAS vergoedt de volgende kosten van rechtsbijstand:

a. (…);

b. de volgende externe kosten:

- de kosten van de externe deskundigen die door DAS worden ingeschakeld, voor zover deze kosten noodzakelijk gemaakt zijn voor de uitvoering van de opdracht;

- (…).

6.2. (…)

6.3.

Niet voor vergoeding komen in aanmerking:

a. (…);

b. de in lid 1 sub b bedoelde externe kosten die het verzekerde kostenmaximum per geschil te boven gaan.

2.4.

In artikel 5 van de Bijzondere polisvoorwaarden DAS rechtsbijstand verzekering (05/06) is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Artikel 5

De verlening van de rechtsbijstand

DAS verleent rechtsbijstand aan de verzekerde overeenkomstig de Algemene Voorwaarden en de hierna volgende bepalingen:

a. (…);

b. DAS vergoedt de uit rechtsbijstand voortvloeiende externe kosten tot ten hoogste € 12.500,- per geschil. (…)

2.5.

Birne heeft de verzekerde bijgestaan in diverse gerechtelijke procedures tegen diens voormalig echtgenote, waaronder een kort geding in 2010/2011 (waarin namens de verzekerde als eiser nakoming van de omgangsregeling ten aanzien van zijn zoon is gevorderd) en een bodemprocedure in 2011/2012 (waarin namens de verzekerde als gedaagde verweer is gevoerd tegen de door de voormalig echtgenote gevorderde wijziging en opschorting van die omgangsregeling). Ter zake van het kort geding heeft Birne in totaal € 15.261,36 aan de verzekerde gefactureerd en ter zake van de bodemprocedure een bedrag van in totaal € 13.468,02. DAS heeft van laatstgenoemd bedrag een gedeelte groot € 12.500,00 voldaan, zodat een openstaand bedrag van € 968,02 resteert. De verzekerde heeft de openstaande facturen niet aan Birne voldaan.

2.6.

Bij onderhandse geregistreerde akte van 10 oktober 2014 heeft de verzekerde een vordering uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst op DAS van, in hoofdsom € 16.229,38, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten aan Birne verpand, tot zekerheid strekkend voor de nakoming van zijn betalingsverplichtingen jegens Birne.

2.7.

Bij brief van 13 oktober 2015 heeft Birne aan DAS mededeling van voornoemd pandrecht gedaan en aanspraak gemaakt op betaling van het in de pandakte genoemde bedrag van € 16.229,38 in hoofdsom. DAS heeft in de hierna tussen partijen gevoerde correspondentie zich op het standpunt gesteld dat er onder de verzekeringsovereenkomst geen dekking bestaat voor het kort geding en dat er voor de bodemprocedure geen dekking bestaat voor zover de kosten uitkomen boven het kostenmaximum.

3.Het standpunt van Birne

3.1.

Birne vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, DAS te veroordelen tot betaling aan Birne van:

1. de hoofdsom ten bedrage van € 16.229,38, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,

2. de over de hoofdsom verschuldigde wettelijke rente vanaf (primair) veertien dagen na de respectieve factuurdata over de respectieve factuurbedragen, dan wel, (subsidiair) over € 16.229,38 vanaf 22 juni 2011 dan wel, (meer subsidiair) over € 16.229,38 vanaf de datum der dagvaarding, telkens tot de dag der algehele voldoening,

3. een vergoeding van de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, zijnde € 904,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,

4. een vergoeding van de proceskosten binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze procedure te wijzen vonnis, en - voor zover voldoening niet binnen deze termijn zal hebben plaatsgevonden, derhalve voorwaardelijk - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf het verstrijken van deze termijn van veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening van deze proceskosten,

5. een vergoeding van de nakosten voor het bedrag van € 131,00, dan wel - indien betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis plaatsvindt - € 199,00, en - voor zover voldoening niet binnen deze termijn zal hebben plaatsgevonden, derhalve voorwaardelijk - te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten vanaf het verstrijken van deze termijn van veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening van deze nakosten.

4.Het standpunt van DAS

4.1.

DAS voert verweer met conclusie Birne bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Birne in de volledige kosten van deze procedure, de nakosten daaronder begrepen, welke nakosten te begroten zijn op € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening.

4.2.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling van het geschil

5.1.

Birne legt - samengevat - het volgende aan de vordering ten grondslag. DAS dient op basis van de verzekeringsovereenkomst de ter zake van de door Birne verleende rechtsbijstand gemaakte kosten, voor wat betreft het kort geding een bedrag van € 15.261,36 en voor wat betreft de bodemprocedure het resterende bedrag van € 968,02, aan de verzekerde te vergoeden. Met de betaling hiervan, zijnde een totaalbedrag van € 16.229,38 in hoofdsom, is DAS in verzuim. Birne is als pandhouder bevoegd om tot inning in en buiten rechte van de vordering van de verzekerde op DAS over te gaan.

5.2.

DAS voert tot haar primaire verweer aan dat Birne niet-ontvankelijk in haar vordering is. Op grond van artikel 3:246 BW geldt dat de pandhouder na mededeling alleen bevoegd is om de vordering te innen of, zo nodig, tot opzegging over te gaan. Alle andere schuldeisersbevoegdheden zijn bij de verzekerde blijven rusten. Birne kan geen nakoming eisen omdat er sprake is van een dekkingsgeschil tussen DAS en de verzekerde. De vraag of de verzekerde een vordering heeft op DAS kan niet in een procedure tussen partijen worden vastgesteld, maar alleen in een procedure tussen DAS en de verzekerde.

5.3.

De kantonrechter oordeelt hierover als volgt. Art. 3:246 lid 1 BW houdt in dat, indien het pandrecht aan de schuldenaar is medegedeeld, de pandhouder bevoegd is in en buiten rechte nakoming van de vordering te eisen en betalingen in ontvangst te nemen. Na die mededeling is de pandhouder ook bevoegd tot opzegging wanneer de vordering niet opeisbaar is, maar door opzegging opeisbaar kan worden gemaakt (art. 3:246 lid 2 BW). Andere schuldeisersbevoegdheden met betrekking tot de vordering kent de wet de pandhouder niet toe, zodat moet worden aangenomen dat deze bij de pandgever blijven rusten. De pandgever blijft derhalve bevoegd handelingen te verrichten zoals het verlenen van kwijtschelding, het treffen van een afbetalingsregeling en het omzetten van de vordering tot nakoming in een vordering tot schadevergoeding. Voorts blijft de pandgever bevoegd tot ontbinding en beëindiging van de overeenkomst waaruit de vordering voortspruit, hetgeen eveneens gevolgen voor de vordering heeft of kan hebben. Zie: HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415. Het doen van een beroep op de vernietigbaarheid van algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 6:233 BW behoort naar het oordeel van de kantonrechter ook tot deze bij de pandgever blijvende schuldeisersbevoegdheden, nu ook dat gevolgen voor de vordering heeft of kan hebben. Voor het instellen van een nakomingsvordering door de pandhouder nadat mededeling heeft plaatsgevonden, is echter - anders dan DAS betoogt - niet vereist dat (het bestaan van) de verpande vordering vaststaat. Het verlenen van een pandrecht door een schuldeiser laat de verweermiddelen van de schuldenaar onverlet, zodat deze ook jegens de pandhouder kunnen worden ingeroepen. Er staat niets aan in de weg om in het kader van de onderhavige procedure over de deugdelijkheid van die verweermiddelen te oordelen. Birne zal dus worden ontvangen in haar vordering.

5.4.

DAS betwist dat de verzekerde jegens haar een vordering uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst, en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden, heeft. Hiertoe beroept DAS zich op artikel 6.3 onder b van de Algemene Voorwaarden 05/06, waarin is bepaald dat de externe kosten die het verzekerde kostenmaximum per geschil te boven gaan niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dat kostenmaximum bedraagt op grond van artikel 5 van de Bijzondere polisvoorwaarden DAS rechtsbijstand verzekering (05/06) een bedrag van € 12.500,00, wat door DAS is uitgekeerd ter dekking van de gemaakte kosten in het kader van de bodemprocedure. Op vergoeding van het nog openstaande bedrag van de facturen van Birne ad € 968,02 kan de verzekerde dus geen aanspraak maken. Voorts beroept DAS zich op artikel 3.3 van de Algemene Voorwaarden 05/06, ingevolge welke bepaling een samenhangend geheel van geschillen die voortvloeien uit een gebeurtenis worden beschouwd als één geschil. Het kort geding en de bodemprocedure betreffen een dergelijke samenhangend geheel, aldus DAS, zodat de verzekerde in het geheel geen aanspraak kan maken op vergoeding van de gemaakte kosten in het kader van het kort geding.

5.5.

Tussen partijen staat niet meer ter discussie dat de als productie 1 en 2 bij de conclusie van antwoord overgelegde Algemene voorwaarden (05/06) en Bijzondere polisvoorwaarden DAS rechtsbijstand verzekering (05/06) op de verzekeringsovereenkomst van toepassing zijn. Birne heeft zich ter comparitie op het standpunt gesteld dat de verzekerde in het kader van deze procedure de door haar als producties 6, 7 en 8 overgelegde algemene voorwaarden ter beschikking heeft gesteld, zodat aangenomen moet worden dat die algemene voorwaarden door DAS aan de verzekerde ter hand zijn gesteld. Het betreft hier andere algemene voorwaarden dan die die door DAS in het geding zijn gebracht. Birne heeft vervolgens ter zitting verklaard op die grond de algemene voorwaarden waarop DAS zich beroept, te vernietigen. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 5.3 is overwogen, komt een dergelijk beroep echter niet aan Birne toe. Bij de verdere beoordeling zal dan ook worden uitgegaan van de geldigheid van de Algemene voorwaarden (05/06) en de Bijzondere polisvoorwaarden DAS rechtsbijstand verzekering (05/06).

5.6.

Daarmee komt de kantonrechter toe aan beantwoording van de vraag of het kort geding en de bodemprocedure zijn aan te merken als één geschil als bedoeld in artikel 3.3 van de Algemene voorwaarden (05/06). De kantonrechter is van oordeel dat, anders dan Birne betoogt, de noodzaak voor rechtshulpverlening in het kort geding niet voortkwam uit een andere oorzaak dan in de bodemprocedure. Vaststaat dat beide procedures betrekking hadden op de, in een ouderschapsplan vervatte, omgangsregeling. De door verzekerde en zijn voormalig echtgenote ingenomen stellingen hadden betrekking op hetzelfde feitencomplex en rechtsgronden. Dat het initiatief voor het aanhangig maken van die procedures niet bij dezelfde persoon gelegen was, doet daaraan niet af. Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een samenhangende geheel van geschillen die voortvloeien uit een gebeurtenis, zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Algemene voorwaarden (05/06). Tussen partijen is verder niet meer in geschil dat er op grond van artikel 5 van de Bijzondere polisvoorwaarden DAS rechtsbijstand verzekering (05/06) een kostenmaximum van € 12.500,00 per geschil geldt, zodat DAS jegens de verzekerde volledig heeft voldaan aan de uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. Nu er geen sprake is van een vordering van de verzekerde jegens DAS, is de slotsom dat Birne geen nakoming daarvan in rechte van DAS kan vorderen. De vorderingen van Birne zullen daarom worden afgewezen.

5.7.

Alle overige door partijen ingenomen stellingen en verweren kunnen, gelet op het voorgaande, verder onbesproken blijven.

5.8.

Birne zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van DAS worden vastgesteld op:

- salaris gemachtigde € 600,00 (2 punten × tarief € 300,00)

5.9.

De nakosten, waarvan DAS betaling vordert, zullen overeenkomstig de aanbeveling van het LOVCK worden begroot op een half salarispunt met een maximum van € 100,00.

Beslissing

6.De kantonrechter:

6.1.

wijst de vorderingen van Birne af,

6.2.

veroordeelt Birne in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van DAS vastgesteld op € 600,00,

6.3.

veroordeelt Birne, onder de voorwaarde dat indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis wordt voldaan, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde,

6.4.

verklaart dit vonnis ten aanzien van rov. 6.2 en 6.3 uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. M. Sanna, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 752