Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:3584

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-07-2016
Datum publicatie
28-07-2016
Zaaknummer
18-730067-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Ontslag van alle rechtsvervolging en terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege voor teweegbrengen ontploffing gepleegd te Drachten op 27 december 2015.

Bewijs opzet in geval van ontoerekeningsvatbaarheid.

Geen terbeschikkingstelling met voorwaarden maar met verpleging van overheidswege, wanneer de terbeschikkinggestelde niet in staat moet worden geacht zich aan de aan de terbeschikkingstelling te verbinden voorwaarden te houden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 157
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730067-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 juli 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd [te verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 juli 2016 en 15 juli 2016.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.M.J.C. van Lee, advocaat te Donkerbroek.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 december 2015 te Drachten , (althans) in de gemeente

Smallingerland,

in een woning/appartement van een flatgebouw, gelegen aan of bij de

Nachtegaalstraat (nr. [nummer]), aldaar,

opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht,

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar, opzettelijk de gaskraan (welke zich in de keuken

bevond en behoorde bij de gastoevoer van het vierpitsgasstel) in genoemde

woning/appartement opengedraaid/opengezet en/of vervolgens deze gaskraan (gedurende

enige tijd) heeft open laten staan (zonder het aldus vrijkomende gas (direct) te ontsteken en/of aan te steken) en/of (vervolgens) (na enige tijd (daarbij)) een elektrische waterkoker in

werking gesteld,

in elk geval met dat opzet (gedurende enige tijd) een grote en/of (zeer) brandbare en/of (zeer)

ontploffingsgevaarlijke/ontploffingsgevoelige en/of explosieve gaswolk in zijn

woning/appartement heeft laten ontstaan en/of een dermate hoge concentratie gas in de

woning/appartement heeft laten ontstaan en/of daarbij een elektrische schakeling geactiveerd,

ten gevolge waarvan een ontploffing heeft plaatsgevonden,

terwijl door die ontploffing gemeen gevaar voor die woning en/of voor de

inventaris in die woning en/of voor een of meer (andere) in dat flatgebouw

aanwezige woning(en)/appartement(en) en/of voor de zich in die (andere)

woning(en)/appartement(en) van dat flatgebouw aanwezige inventaris en/of voor

zich in de (directe) omgeving van dat flatgebouw aanwezig(e) voertuig(en), in

elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

levensgevaar voor zich in die woning(en)/appartement(en) bevindende

perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of

gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in die

woning(en)/appartement(en) bevindende pers(o)n(en), in elk geval gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen.

Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht waardoor levensgevaar voor andere personen en gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Bij verdachte was, ondanks zijn psychische beperkingen, enig inzicht in de draagwijdte van zijn handelen en de mogelijke gevolgen daarvan aanwezig, aldus de officier van justitie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het ten laste gelegde opzet niet kan worden bewezen, ook niet in voorwaardelijke zin, doordat bij verdachte ieder inzicht in de draagwijdte van zijn handelen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken. De raadsvrouw verwijst hiervoor naar de conclusies van de psychiater en de psycholoog die verdachte onderzocht hebben. De psychiater omschrijft in zijn conclusie dat de psychose en depressieve gestemdheid bij verdachte dusdanig overweldigend waren dat hij de grip op de realiteit totaal kwijt was en geen besef had dat hij een groot risico nam toen hij de boot met gas opblies, alsmede dat de ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling een alles doordringende doorwerking hadden in het doen en laten van verdachte. De psychiater en de psycholoog komen beide tot het advies om verdachte ontoerekeningsvatbaar te verklaren. De raadsvrouw verwijst voorts naar de door verdachte afgelegde verklaringen zoals dat hij dacht dat er water uit de gaskraan kwam.

Het oordeel van de rechtbank

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij in zijn woning aan de Nachtegaalstraat [nummer] in Drachten opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht terwijl door die ontploffing gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.

Uitgangspunt voor de beoordeling van het opzet bij verdachte voor dit delict is dat het opzet gericht moet zijn op het teweeg brengen van de ontploffing. Het opzet van verdachte behoeft niet gericht te zijn op het bestanddeel ‘terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is’. Voor dit gevaar geldt dat dit ten tijde van het teweegbrengen van de ontploffing naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest, zodat niet van belang is dat de verdachte zelf dat gevaar wellicht niet heeft voorzien.

Voor de beoordeling van het beroep op een ernstige geestelijke stoornis bij verdachte, die aan het opzet in de weg zou staan, moet -naar vaste jurisprudentie- voorop worden gesteld dat een dergelijke stoornis alleen dan aan de bewezenverklaring van het opzet in de weg staat wanneer bij verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan zou hebben ontbroken. Daarvan zal slechts bij hoge uitzondering sprake zijn. Uit de omstandigheid dat een verdachte niet de vrijheid had om zijn wil te bepalen en keuzes te maken, kan op zichzelf niet worden afgeleid dat bij hem ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen heeft ontbroken.

Daarnaast geldt dat het oordeel dat sprake is van ontoerekeningsvatbaarheid niet uitsluit dat een verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Voor de bewijsbaarheid van opzet in juridische zin moet worden gekeken naar de concrete gedragingen van verdachte die uit de bewijsmiddelen naar voren komen, waarbij het in beginsel niet van belang is of die gedragingen hun grondslag vinden in wanen of een stoornis van andere aard.

Met betrekking tot de gedragingen van verdachte is de rechtbank het volgende gebleken uit de stukken en uit het onderzoek ter terechtzitting.

Op zondag 27 december 2015 heeft een explosie plaatsgevonden in een flatgebouw te Drachten. Het betreffende flatgebouw is gelegen aan de kruising van de Nachtegaalstraat met de Noordkade. Het gebouw bestaat uit twee vleugels, die in een hoek van 180 graden van elkaar staan en heeft vier verdiepingen met appartementen. Tegenover de flat ligt aan de voorzijde een openbaar parkeerterrein en achter de flat is een afgesloten parkeerterrein gelegen. Bij de komst van de politie bleek dat een groot gedeelte van het gebouw aan de zuidzijde was weggeblazen en dat het parkeerterrein aan de voorzijde en aan de achterzijde van het gebouw bezaaid lag met allemaal goederen, huisraad en stukken (muur)steen. Verscheidende auto’s die op het parkeerterrein aan de voor- en achterzijde van het flatgebouw stonden waren zwaar beschadigd. Later die nacht is de vleugel van het flatgebouw gelegen aan de Nachtegaalstraat grotendeels ingestort. Uit sporenonderzoek blijkt dat de Nachtegaalstraat [nummer] kan worden aangemerkt als het ontstaansgebied van de explosie. De officier van dienst van de brandweer heeft geconcludeerd dat gezien de kracht van de explosie er een vrij grote hoeveelheid gas moet zijn opgebouwd en dat indien de gaskraan van het betreffende pand is open gedraaid, dat de gaskraan enkele uren open heeft gestaan. Verdachte was bewoner van de Nachtegaalstraat [nummer] en is kort na de explosie in verwarde toestand aan de achterzijde van het pand aangetroffen. Hij heeft verklaard dat hij de gaskraan in zijn woning heeft open gezet. Hij heeft aangegeven dat het ging om de gaskraan die normaliter via een slang het gas naar het vierpitsgasstel leidt. Verdachte had in het verleden de slang tussen deze gaskraan en het gasstel verwijderd. Verdachte heeft voorafgaand aan de explosie gebruik gemaakt van het gas dat uit de gaskraan kwam om de zijkanten van een rubberboot op te blazen door het uiteinde van de slang niet aan de voetpomp maar aan de gaskraan te bevestigen zodat het gas de boot in stroomde. Verdachte heeft dit tweemaal gedaan namelijk voor beide zijkanten van de boot. Verdachte had daarvoor het gas al geruime tijd vrij in zijn woning laten stromen, zo blijkt uit zijn verklaring. Door het geluid van het gesis dacht hij op enig moment dat er water uit de gaskraan kwam en dat het bootje begon te varen. Verdachte dacht dat hij door het beton naar boven kon gaan met het bootje, dat hij als een soort tweede Jezus naar de hemel zou gaan en heeft zich daarbij afgevraagd hoe hij de knal zou kunnen overleven. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij in de boot is gaan liggen en dat hij verwachtte dat hij door het gas bewusteloos zou raken, maar dat dit niet gebeurde. Verdachte heeft verklaard dat hij honger kreeg en wilde eten. Hij wilde het eenpitsgasstel aan doen met de draaiknop, zag wel dat er een vonk kwam, maar dat het gasstelletje niet aan wilde. Op de vraag of verdachte dat niet gevaarlijk vond, heeft verdachte geantwoord dat iedereen weet dat je met gas voorzichtig moet zijn en dat je, als er vuur bij komt, een ontploffing krijgt. Verdachte heeft voorts aangegeven dat hij denkt dat de ontploffing is ontstaan doordat hij een waterkoker aan heeft gedaan.

De rechtbank komt op grond van deze verklaringen tot het oordeel dat hoewel uit de verklaringen van verdachte blijkt van waandenkbeelden en akoestische hallucinaties, dat niet gezegd kan worden dat daaruit afgeleid kan worden dat bij verdachte geen enkel inzicht aanwezig was in de draagwijdte van zijn handelen en de mogelijke gevolgen daarvan.

Uit die verklaringen van verdachte blijkt immers eveneens dat hij zich op verschillende momenten ervan bewust is geweest dat hij de gaskraan opendraaide, dat er gas uit die kraan kwam waarmee hij een rubberbootje heeft gevuld, dat hij flauw zou kunnen vallen als gevolg van het in de woning gestroomde gas en dat gas als gevolg van een vonk of vuur tot explosie kan komen.

Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan heeft hij, op zijn minst genomen, willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat een ontploffing zou ontstaan, die ook daadwerkelijk is ontstaan en waardoor zonder meer in algemene zin voorzienbaar was dat daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was.

De bewijsmiddelen

1. De door verdachte op de terechtzitting van 14 juli 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik woonde in het appartement aan de Nachtegaalstraat [nummer] in Drachten. Op 27 december 2015 was ik thuis. Ik heb de gaskraan open gezet. Het was de gaskraan bij het vierpitsgasstel en daar zat zo'n draaiknop op. Er zat niets op aangesloten, ik had de slang tussen de kraan en het gasstel al jaren geleden weggehaald. Ik had een rubberbootje en die heb ik met het gas opgepompt. Ik probeerde het éénpitsgasstel aan te doen maar dat lukte niet. Ik heb toen de elektrische waterkoker aangezet door de stekker in het stopcontact te doen en misschien ook weer uitgezet door de stekker uit het stopcontact te trekken. Toen kwam er een explosie in mijn flat.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 28 december 2015, opgenomen op pagina 77 van het dossier met nummer PL0100-2015380086, d.d. 11 april 2016, inhoudende als verklaring van verbalisant:

Op zondag 27 december 2015, omstreeks 21:52 uur kreeg ik, verbalisant, het mobilofonische verzoek van de meldkamer Noord Nederland, te gaan naar de Nachtegaalstraat, alwaar een explosie in de aldaar gesitueerde flat had plaatsgevonden. Toen ik, omstreeks, 22:00 uur aan de noordelijke zijde van de flat ter plaatse kwam, ben ik naar de achteringang van de flat gelopen. Deze achteringang is omheind door een hek, welke open stond. Ik, verbalisant zag dat de achterzijde van de flat volledig was vernield over de gehele breedte van de flat. Ik, verbalisant, zag dat een groot deel van de gevel van de gehele flat was weggeblazen en dat het parkeerterrein volledig lag bezaaid met puin en huisraad. Ik, verbalisant, zag dat er

meerdere auto's, die kennelijk eerder geparkeerd stonden op het parkeerterrein, enkele meters waren verplaatst en zwaar waren beschadigd. Tevens zag ik dat de galerijen van meerdere verdiepingen fors waren verzakt en ik hoorde hulpgeroep en knallen en krakende geluiden uit het pand komen. Ik, verbalisant, zag dat op de eerste verdieping een persoon bij de ontwrichte deur kwam, terwijl de woning naast deze woning inmiddels tot een gat geworden was. Ondertussen zag ik, verbalisant, een persoon uit de meest beschadigde woning komen.

Deze persoon werd in eerste instantie opgevangen door verbalisant [verbalisant]. Ik,

verbalisant, sprak daarna de persoon aan en vroeg hem van welke woning hij de bewoner

was. De persoon antwoordde mij in vrij heldere bewoordingen dat hij de bewoner van

Nachtegaalstraat [nummer] was en dat hij [verdachte] heette.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 82 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige]:

Ik ben werkzaam bij de brandweer. Op 27 december 2015 omstreeks 22.00 uur kreeg ik de oproep naar Drachten te gaan. In een woning aan de Nachtegaalstraat zou een explosie hebben plaatsgevonden en brand zijn. Een kwartier na de melding was ik ter plaatse. Het bleek te gaan om een appartement op de begane grond. Personeel van de brandweer was bezig met bluswerkzaamheden. Volgens mij was het een explosie van binnenuit want zowel de voor- als de achtergevel van het appartement waren weggeblazen. De explosie kan mede zijn ontstaan door gasvorming. Gezien de kracht van de explosie moet er een vrij grote hoeveelheid gas zijn opgebouwd. Indien de gaskraan van het betreffende pand is open gedraaid, dan heeft de gaskraan ook enkele uren open gestaan.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 15 februari 2016, opgenomen op pagina 100 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisanten:

Van 28 t/m 30 december 2015 werd door ons een forensisch brand- en explosieonderzoek ingesteld. Locatie incident: Nachtegaalstraat [nummer], Drachten, gemeente Smallingerland. Object: appartement in een flatgebouw. Het appartementencomplex is gelegen op een perceel aan de Nachtegaalstraat tussen de Noordkade en Eibertsbek te Drachten. Het object was gelegen op de eerste bouwlaag (begane grond) van een appartementencomplex welke ter plaatse bestond uit vier bouwlagen. Op elke bouwlaag waren appartementen gelegen met een woonbestemming. Het appartementencomplex was zeer zwaar beschadigd. In de ochtend na de explosie resulteerde de ontstane schade tot instorting van een deel van het complex. Hierbij raakten direct twaalf appartementen betrokken. Daarnaast raakten naastgelegen appartementen beschadigd. Gelet op de bevindingen vanuit het forensische- en tactische onderzoek kon het object als ontstaansgebied van de explosie worden aangemerkt. Na het opendraaien van de gaskraan kon het gas zich vrijelijk verspreiden in het object, waarna er op enig moment sprake kon zijn van het tot ontsteking komen van een optimaal gas/luchtmengsel.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 30 december 2015, opgenomen op pagina 149 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [gemachtigde woningstichting] namens de benadeelde woningstichting [benadeelde 1]:

Op 27 december 2015, omstreeks 22:00 uur, kwam bij [benadeelde 1] de melding binnen dat er een explosie had plaats gevonden in een appartement in het flatgebouw aan de Nachtegaalstraat te Drachten. Dit flatgebouw, bestaande uit 38 appartementen, is eigendom van eerder genoemde woningstichting [benadeelde 1]. De 38 appartementen hebben de [nummering] . Ter plaatse bleek mij dat er zeer veel schade was ontstaan door een explosie, die hoogstwaarschijnlijk had plaats gevonden in het appartement op de begane grond, voorzien van nummer [nummer]. Door de explosie heeft er ook kortstondig brand gewoed. Door de schade die ontstaan was door de explosie, was een gedeelte van het flatgebouw instabiel geworden en is enkele uren na de explosie ingestort. De bewoners van alle appartementen zijn elders ondergebracht.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 27 januari 2016, opgenomen op pagina 138 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Op de Nachtegaalstraat heb ik het vierpitsgasstel nooit gebruikt. Er zat geen slang meer tussen het gasstel en de gastoevoer. Op de gastoevoer zat een kraantje. Ik had het gaskraantje open gedraaid. Wel 1 of 2 uur. Hier in de keuken lag een rubberen boot. Ik heb de boot opgepompt met gas uit deze gaskraan. Ik heb de slang van de opblaaspomp van de boot op de gaskraan gedaan. Ik had toen de boot op het aanrecht gezet. Ik hoorde toen een sissend en borrelend geluid. Ik dacht dat ik met het bootje naar de hemel zou gaan. Daarna heb ik de boot op de grond gezet. Ik heb de gaskraan dicht gedraaid nadat ik de boot had volgepompt met gas. Ik dacht dat ik door het beton naar boven kon gaan met het bootje. Ik geloofde in een wonder van God, dat ik naar de hemel zou gaan. Maar hoe kan ik de knal overleven? Ik wilde als een soort tweede Jezus naar de hemel. Ik kreeg honger en wilde eten. Ik zou het éénpitsgasstel aan doen, naar door het vonkje gebeurde er niets. Ik deed de waterkoker aan en toen gebeurde het. Ja, ik had dat wel verwacht. Op mijn waterkoker zit geen aan/uit knop. Je moet deze waterkoker aan doen door de stekker erin te doen.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 4 februari 2016, opgenomen op pagina 143 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

De zijkanten van de boot heb ik met gas gevuld. Met het slangetje. Dat heb ik aan de gaskraan gedaan. Ik heb eerst gas in de woning gelaten en daarna de boot opgepompt.

Ik ben in het bootje gaan zitten en dacht zo naar de hemel te gaan. Ik wilde eten nemen met het éénpitsgasstelletje. Hij wilde niet aanslaan. Er zat een draaiknop op om hem aan te doen, met een vonkje. Dit moet je klikken. Ik zag de vonk wel, maar hij wilde niet aan.

Iedereen weet dat je met gas voorzichtig moet zijn. Als er vuur bij komt dan krijg je een ontploffing. Maar dat gebeurde niet. Toen deed ik de waterkoker aan. Als er een vonk is dan moet er toch een ontploffing komen. Met gas moet je toch bewusteloos raken. Dat gebeurde in de oorlog ook. Als de gaskraan 2 uur aan is dan moet er toch wat gebeuren.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 4 januari 2016, opgenomen op pagina 155 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

Op 27 december 2015 was ik samen met mijn vrouw in onze woning aan de Nachtegaalstraat [nummer] te Drachten. Rond 22.00 uur was er een hele harde knal en een steekvlam.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 157 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3]:

Ik woon samen met [slachtoffer 4] op de Nachtegaalstraat [nummer] in Drachten. Naast ons op [nummer] woont [verdachte]. Op 27 december 2015 gingen wij ons appartement binnen. Alles begon in een keer te trillen. Ook hoorden wij een soort knal en wij voelden heel veel luchtdruk en meteen daarna lag er allemaal puin om ons heen.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 28 december 2015, opgenomen op pagina 166 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5]:

Ik woon aan de Nachtegaalstraat [nummer] te Drachten. Ten tijde van de explosie was ik in de woning.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 168 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6], wonende Nachtegaalstraat [nummer] te Drachten:

Op 27 december 2015 was ik met [slachtoffer 7] thuis. Ik hoorde een hele diepe knal.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 172 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 8]:

Ik ben woonachtig op het adres Nachtegaalstraat [nummer] te Drachten. Op 27 december 2015 waren mijn vriend en ik beiden thuis. Ik hoorde ineens een enorme harde knal.

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 28 december 2015, opgenomen op pagina 177 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 9]:

Ik was samen met mijn man in onze woning in de Nachtegaalstraat [nummer] aanwezig. Ik hoorde een harde knal en glasgerinkel en kreeg grote scheuren in de muren.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 28 december 2015, opgenomen op pagina 185 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 10]:

Ten tijde van de explosie waren wij met 2 personen in de woning Nachtegaalstraat [nummer] Drachten.

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 28 december 2015, opgenomen op pagina 187 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 11]:

Ik woon op het adres Nachtegaalstraat [nummer]. Op 27 december 2015 omstreeks 22.00 uur was ik samen met mijn vriend in mijn woning. Er was een explosie.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 192 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 12]:

Ik woon aan de Nachtegaalstraat [nummer] te Drachten. Ten tijde van de explosie was ik alleen thuis.

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 28 december 2015, opgenomen op pagina 197 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 13]:

Ik woon aan de Nachtegaalstraat [nummer] te Drachten. Ten tijde van de explosie was ik alleen in die woning.

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 202 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 14]:

Ik ben woonachtig op het adres Nachtegaalstraat [nummer] te Drachten. Op 27 december 2015 omstreeks 22.00 uur was ik thuis. Opeens was er een heel aparte dreun en ging het licht uit.

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 28 december 2015, opgenomen op pagina 219 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 15]:

Ten tijde van de explosie was ik alleen in de woning Nachtegaalstraat [nummer].

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 225 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 16]:

Ik woon op het adres Nachtegaalstraat [nummer] te Drachten. Op 27 december 2015 omstreeks 22.00 uur lag ik in mijn bed. Opeens was er een enorme knal.

21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 228 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 17]:

Ik woon op de Nachtegaalstraat [nummer]. Op 27 december 2015 was ik thuis op het moment van de explosie. Bij mij in de woning was mijn vriendin [slachtoffer 18].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 27 december 2015 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, in een woning/appartement van een flatgebouw gelegen aan de Nachtegaalstraat nr. [nummer] aldaar,

opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht,

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar, opzettelijk de gaskraan welke zich in de keuken

bevond en behoorde bij de gastoevoer van het vierpitsgasstel in genoemde woning/ appartement opengedraaid/opengezet en vervolgens deze gaskraan gedurende enige tijd heeft open laten staan zonder het aldus vrijkomende gas direct te ontsteken en/of aan te steken en vervolgens na enige tijd een elektrische waterkoker in werking gesteld, ten gevolge waarvan een ontploffing heeft plaatsgevonden, terwijl door die ontploffing gemeen gevaar voor die woning en voor de inventaris in die woning en voor andere in dat flatgebouw aanwezige woningen/appartementen en voor de zich in die andere woningen/appartementen van dat flatgebouw aanwezige inventaris en voor zich in de directe omgeving van dat flatgebouw aanwezige voertuigen, en levensgevaar voor zich in die woningen/appartementen bevindende

personen te duchten was.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 4 juni 2016, opgemaakt door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus, en op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 20 mei 2016, opgemaakt door drs. T. van den Hazel, klinisch psycholoog.

De conclusies van deze rapporten luiden, zakelijk weergegeven, dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis der geestvermogens, te weten schizofrenie, paranoïde type tot uiting komend in langdurige aanwezigheid van auditieve hallucinaties en paranoïde wanen. Daarnaast is er sprake van een autisme spectrum stoornis bestaande uit een combinatie van afwijkingen in het contact, rigiditeit, moeite met veranderingen en fascinaties. Ook is er sprake van een depressieve stoornis die deels in remissie is. Voorts is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, te weten een verstandelijke beperking.

De psychiater heeft geconcludeerd dat er een gelijktijdigheidsverband is tussen de stoornissen en het hem tenlastegelegde feit. De psychose en de depressieve gestemdheid was dusdanig overweldigend dat verdachte de grip op de realiteit totaal kwijt was en geen besef had dat hij een groot risico nam toen hij de boot met gas opblies. De psychiater acht het zeer waarschijnlijk dat verdachte op grond van zijn stoornissen niet vrij was ten aanzien van zijn gedragskeuzes en gedragingen voorafgaande aan en ten tijde van het hem ten laste gelegde feit. Deze deskundige adviseert om verdachte als ontoerekeningsvatbaar te beschouwen voor het hem tenlastegelegde feit, indien bewezen.

De psycholoog heeft beschreven dat verdachte over een langere periode is afgegleden in een levendig waansysteem met akoestische hallucinaties. In zijn waan vult verdachte een rubber opblaasbootje met gas. Zonder enig besef van het risico, het mogelijke gevaar voor zichzelf en anderen tracht hij een gasbrandertje aan te steken en water te koken waarbij een stekker in het stopcontact wordt gestoken en er uit wordt getrokken. Ook deze deskundige adviseert het tenlastegelegde feit, indien bewezen, verdachte niet toe te rekenen en hem op grond van de combinatie van duurzame beperkingen, de reeds lang bestaande psychotische en mogelijke depressieve stoornis en het doormaken van een floride psychose ontoerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank kan zich met deze adviezen verenigen en neemt deze over en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezen verklaarde aan verdachte niet kan worden toegerekend.

De rechtbank acht verdachte derhalve niet strafbaar en zal verdachte daarom ontslaan van alle rechtsvervolging.

Motivering van de op te leggen maatregel

Bij een ontslag van alle rechtsvervolging kan aan verdachte geen straf worden opgelegd maar wel een maatregel.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte ter zake van het bewezenverklaarde feit de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met dwangverpleging zal worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor het opleggen van TBS met voorwaarden. Hiertoe is -kort samengevat- aangevoerd dat verdachte instemt met een langdurige klinische behandeling en dat hij hiertoe gemotiveerd is. Door de klinische opname en behandelverplichting is voldoende beveiliging van de maatschappij gegarandeerd. De twijfel omtrent therapietrouwheid bij verdachte is de belangrijkste reden voor de deskundigen om oplegging van TBS met dwangverpleging te adviseren. Mocht er in de toekomst een toename zijn van het recidivegevaar door een plotselinge verslechtering van de psychische conditie of onttrekking aan voorwaarden - hetgeen niet direct voor de hand ligt - kan onmiddellijk worden ingegrepen en omzetting naar TBS met dwangverpleging plaatsvinden.

De raadsvrouw wijst in dit verband erop dat TBS met dwangverpleging een ultimum remedium is en dat in dit geval er een andere mogelijkheid is.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de over hem opgemaakte psychiatrische en psychologische rapportages, het reclasseringsadvies, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een ontploffing, waarbij levensgevaar voor meerdere personen en gevaar voor goederen te duchten is geweest. Het betreft hier een zeer ernstig strafbaar feit. Uit de schriftelijke en mondelinge slachtofferverklaringen en de toelichting op de vorderingen van de benadeelde partijen blijkt hoe groot de impact van de ontploffing in het appartementencomplex aan de Nachtegaalstraat te Drachten voor de bewoners daarvan is geweest. Nog steeds kampt een deel van de bewoners met psychische klachten en met slaapproblemen. Er zijn bewoners die al hun bezittingen kwijt zijn geraakt en die niets anders meer in bezit hadden dan de kleren die zij ten tijde van de ontploffing aan hadden. Daarnaast zijn de bewoners spullen kwijt geraakt met een emotionele waarde. Verder hebben zij tijdelijk elders onderdak gekregen en hebben zij problemen op het werk ondervonden. Voorts heeft een aantal bewoners financiële schade geleden als gevolg van de ontploffing en heeft een aantal autobezitters schade ondervonden doordat hun voertuig ten tijde van de explosie in de nabijheid van de flat stond geparkeerd.

De psychiater heeft geconcludeerd dat het risico op herhaling van het tenlastegelegde groot is, indien verdachte niet wordt behandeld en begeleid in verband met zijn ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling. Belangrijkste risicofactoren zijn de psychotische stoornis, de autisme spectrum stoornis en de verstandelijke beperking. Een andere risicofactor is het oppervlakkige ziekte-inzicht met de daarbij passende ambivalentie ten aanzien van hulpverlening en daarmee een grote kans op therapieontrouw. Door het oppervlakkige ziekte-inzicht en zijn beperkte probleemoplossing heeft verdachte de neiging verkeerde keuzes te maken waardoor hij ernstig destabiliseert en zichzelf en de omgeving in de problemen brengt. Een behandeling en langdurige begeleiding is noodzakelijk om de kans op herhaling van het tenlastegelegde binnen aanvaardbare grenzen te krijgen.

De hulpverleningsgeschiedenis maakt duidelijk dat niet met een ambulante behandeling kan worden volstaan. Deze deskundige adviseert daarom een klinische behandeling op te leggen.

De lijdensdruk is momenteel weliswaar hoog, maar het is de vraag hoe lang de motivatie aanwezig blijft, ook als de lijdensdruk minder hoog zal zijn. De complexiteit van de stoornissen is groot waarbij verdachte moeilijk te peilen en in te schatten is. Het ziektebesef is beperkt en daarmee samenhangend het ziekte-inzicht eveneens. Om te voorkomen dat verdachte zich kan onttrekken aan de behandeling adviseert de psychiater deze te laten plaatsvinden in het kader van de TBS-maatregel. Omdat verdachte momenteel gemotiveerd is voor een klinische behandeling heeft de psychiater overwogen te adviseren TBS met voorwaarden op te leggen. Deze deskundige schat echter in dat de problematiek te complex is waardoor er een veel langer klinisch traject nodig zal zijn dan doorgaans binnen een TBS met voorwaarden wordt geboden. De psychiater schat in dat een klinisch traject van minimaal vier jaar nodig zal zijn. Bovendien is het ziektebesef beperkt en daarmee samenhangend het ziekte-inzicht eveneens, zodat de kans groot is dat verdachte de behandeling zal stoppen.

De psychiater adviseert dan ook om aan verdachte de TBS-maatregel met dwangverpleging op te leggen. De deskundige acht de kans op slagen van een behandeling binnen een dergelijk kader groot indien rekening wordt gehouden met zijn blijvende handicap, namelijk de combinatie van de psychotische stoornis, de autisme spectrum stoornis en de verstandelijke beperking, hetgeen betekent dat hij de rest van zijn leven met name op praktische wijze zal moeten worden bijgestaan om te voorkomen dat hij weer ten onder gaat met delictgedrag als inadequate probleemoplossing tot gevolg.

Ook de psycholoog schat het risico op recidive van het in ernstige mate in gevaar brengen van anderen en zichzelf als hoog in op grond van de combinatie van de cognitieve beperkingen en de autistische stoornis die leiden tot forse beperkingen in de sociale redzaamheid van verdachte. Voorts spelen een rol de reeds lange tijd bestaande psychosen die leiden tot zeer ernstige verstoringen in de realiteitszin van verdachte, verdachtes sociale isolatie en het zich onttrekken aan de zorg van de GGZ en Gehandicaptenzorg.

De problematiek van verdachte is reeds lang bestaand en complex. Een langdurende, geïntegreerde en klinische behandeling met een hoge zorgintensiteit is geïndiceerd. Een bindend kader is aangewezen uitgaande van verdachtes zorgmijdende en afwijzende reacties zodra begeleiders of behandelaars niet aansluiten op de ideeën van verdachte, en op het moment dat frustraties optreden, vanuit zijn duurzaam wantrouwen.

Deze deskundige adviseert een behandeling te doen plaatsvinden in een gespecialiseerde behandelvoorziening voor mensen met verstandelijke beperkingen en complexe problematiek zoals Trajectum (Hoeve Boschoord) die zou kunnen bieden, in het kader van een TBS met bevel tot verpleging van overheidswege.

Ook de psycholoog heeft overwogen een TBS met voorwaarden te adviseren. Het is echter zeer de vraag in welke mate verdachte in staat is de reikwijdte van de gestelde voorwaarden te overzien, hoe stabiel en duurzaam zijn instemming met de voorwaarden zal zijn en hoe stabiel en betrouwbaar zijn motivatie voor behandeling zal zijn. Daarbij is er een hoog recidiverisico en een hoog risico op het beëindigen van een ingezette behandeling bij een onvoldoende bindend kader, aldus de psycholoog.

De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater en de psycholoog ten aanzien van het recidivegevaar en de adviezen met betrekking tot de noodzaak van een behandeling binnen een stevig justitieel kader over. Met de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat een dergelijke behandeling niet ambulant kan plaatsvinden. Het door verdachte begane feit is een misdrijf waarop een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank eist de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel van TBS. De rechtbank heeft hierbij de ernst van het begane feit meegewogen.

De rechtbank ziet zich vervolgens geplaatst voor de vraag of behandeling van verdachte kan plaatsvinden binnen het kader van een TBS met voorwaarden of dat de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van verpleging van overheidswege eist.

De rechtbank is van oordeel, alles in aanmerking genomen en afwegende, dat de algemene veiligheid van personen en goederen verpleging van overheidswege eist, nu een langdurige klinische behandeling en (dwingende) begeleiding nodig zijn om het hoge recidiverisico te verminderen. De rechtbank schat met de deskundigen daarnaast in dat verdachte, gelet op zijn complexe problematiek en zijn beperkte inzicht daarin niet in staat zal zijn zich aan de aan hem te stellen voorwaarden in het kader van een TBS met voorwaarden te kunnen houden. Weliswaar kan de TBS met voorwaarden worden omgezet in een TBS met dwangverpleging, maar indien op voorhand al kan worden ingeschat dat een terbeschikkinggestelde zich niet aan de aan hem te stellen voorwaarden kan houden en een langdurige klinische behandeling valt te voorzien, acht de rechtbank een TBS met voorwaarden niet aangewezen, zeker in het geval wanneer er sprake is van een hoog recidiverisico, zoals in dit geval.

Omdat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, kan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar te boven gaan.

Benadeelde partijen

Er hebben zich 30 slachtoffers als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door het indienen van een vordering tot vergoeding van de schade die ze geleden hebben door het bewezenverklaarde feit.

Voor de beoordeling van deze vorderingen gaat de rechtbank (onder andere) uit van de volgende algemene uitgangspunten:

a. het moet gaan om schade die rechtstreeks het gevolg is van de ontploffing;

b. er moet een concreet bedrag per schadepost worden gevorderd;

c. de vordering moet per schadepost goed onderbouwd zijn;

d. de gevorderde immateriële schade wordt beoordeeld naar billijkheid;

e. er kan niet meer worden toegewezen dan gevorderd.

Wanneer de schadepost niet goed is onderbouwd, zal de rechtbank de strafzaak niet gaan heropenen om de benadeelde in de gelegenheid te stellen nadere bewijsstukken over te leggen omdat heropening van de zaak leidt tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De vordering zal met betrekking tot deze schadeposten dan ook niet ontvankelijk moeten worden verklaard.

Doordat de rechtbank niet een hoger bedrag dan gevorderd kan toewijzen, komt het voor dat bij soortgelijke omstandigheden toch verschillende bedragen worden toegekend ter vergoeding van immateriële schade.

De door [slachtoffer 4], [slachtoffer 19], [slachtoffer 5], [slachtoffer 8], [slachtoffer 10], [slachtoffer 20], [slachtoffer 21], [slachtoffer 14], [slachtoffer 22], [slachtoffer 23], [slachtoffer 15], [slachtoffer 17], [slachtoffer 18], [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] ingediende vorderingen voldoen aan de algemene wettelijke eisen, waaronder de bovenstaande regels, en zijn voorts niet (voldoende) betwist zijdens verdachte en zullen geheel worden toegewezen.

De vordering van [slachtoffer 26] voldoet eveneens aan de wettelijke eisen met dien verstande dat de rechtbank de opgevoerde proceskosten ziet als rechtstreeks geleden schade.

Stichting [benadeelde 1] heeft een vordering ingediend ten bedrage van € 292.197,25. Dit bedrag is opgebouwd uit 10 posten en deze posten zijn weer uitgesplitst in meer dan 100 posten die vermeld staan op 2 overgelegde uitklapvellen uit de boekhouding van Stichting [benadeelde 1]. Deze posten zijn niet onderbouwd met de onderliggende facturen. Zijdens verdachte is ten verwere aangevoerd dat deze omvangrijke en complexe vordering om een nadere toelichting en specificering vraagt en dat daarmee de vordering een onevenredige belasting op het strafproces legt.

De rechtbank overweegt dat Stichting [benadeelde 1] haar vordering op een overzichtelijke wijze aan de rechtbank heeft voorgelegd. Echter de veelheid aan posten en het ontbreken van onderliggende stukken maakt dat beoordeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarom zal de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering tot vergoeding van de materiële schade. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde mevrouw [slachtoffer 2] heeft mondeling ter terechtzitting twee vorderingen ingediend, naar de rechtbank begrijpt voor geleden immateriële schade, voor zichzelf en voor haar niet bij de terechtzitting aanwezige echtgenoot. Mevrouw [slachtoffer 2] heeft geen bedragen genoemd. De vorderingen zijn reeds om die reden niet-ontvankelijk. Daar komt bij dat mevrouw [slachtoffer 2] geen schriftelijke machtiging van haar echtgenoot heeft overhandigd om namens hem een vordering in te kunnen dienen. Ook dat is een reden voor het niet-ontvankelijk verklaren van de vordering ingediend namens de echtgenoot.

[slachtoffer 27] heeft een vordering ingediend van € 20.000,00 voor geleden immateriële schade. Bij de onderbouwing van die schade zijn echter ook argumenten genoemd die niet passen bij geleden immateriële schade. Alles afwegende en ermee rekening houdend dat mevrouw [slachtoffer 27] niet thuis was ten tijde van de ontploffing, acht de rechtbank in ieder geval een bedrag van € 800,00 ter vergoeding van immateriële schade billijk. Het meer-gevorderde zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

[slachtoffer 28] heeft een bedrag van € 340,50 gevorderd in verband met opgenomen verlof voor het regelen van allerlei praktische zaken met betrekking tot de gevolgen van de gasexplosie. De benadeelde rekent hiervoor 50 uren à € 6,81 per uur. Dit uurbedrag is gebaseerd op de in het Besluit tarieven in strafzaken genoemde vergoeding voor personen die als getuige voor een gerecht een verklaring moeten afleggen. De rechtbank ziet geen onderbouwing van het opgenomen verlof en niet van de genoemde uren. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat de benadeelde gedurende die uren niet haar normale inkomen heeft genoten zodat niet vastgesteld kan worden of de benadeelde daadwerkelijk schade heeft geleden gedurende die uren. De verwijzing naar het Besluit tarieven in strafzaken maakt dit niet anders. Dit besluit is niet van toepassing nu de benadeelde de geclaimde 50 uren niet heeft besteed aan het afleggen van een verklaring voor een rechter als getuige. De vordering zal daarom ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard. De gevorderde immateriële schade acht de rechtbank toewijsbaar.

[slachtoffer 6] heeft een bedrag van € 3.890,80 euro gevorderd omdat hij door de explosie een posttraumatische stoornis heeft opgelopen waardoor hij in de maanden januari 2016 tot en met april 2016 zijn werkzaamheden voor zijn eigen bedrijf niet heeft kunnen uitvoeren en geen inkomsten heeft genoten. De rechtbank acht de vordering op dit onderdeel onvoldoende onderbouwd omdat er onder andere geen nadere medische informatie is overgelegd waaruit blijkt dat de benadeelde vanaf 1 januari 2016 in het geheel niet in staat is geweest om te werken. Er is ook geen nadere informatie over het bedrijf verstrekt zoals de gemiddelde omzet van het bedrijf en de op 1 januari 2016 bestaande orderportefeuille. Daarnaast is niet duidelijk waarom de benadeelde niet voor 3 mei 2016 een uitkering aangevraagd heeft om daarmee de schade te beperken. Deze schadepost is onvoldoende onderbouwd en zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De overige gevorderde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en toewijsbaar.

[slachtoffer 7] heeft mondeling ter terechtzitting een vordering ingediend bestaande uit de schade door het verloren gaan van haar portemonnee met € 730,00 aan contant geld en

€ 1.500,00 aan immateriële schade in verband met -kort gezegd- het psychisch lijden door haar aanwezigheid in de woning van [slachtoffer 6] ten tijde van de ontploffing. De rechtbank acht, in het licht van het verweer van de verdediging, de gevorderde € 730,00 euro aan contant geld onvoldoende onderbouwd en daarmee niet ontvankelijk. De gevorderde immateriële schade is toewijsbaar.

[slachtoffer 29] heeft een schadebedrag van € 1.500,00 gevorderd voor het verrichten van eigen werkzaamheden à € 15,00 per uur. Er is niet gesteld of gebleken dat de benadeelde gedurende die uren niet haar normale inkomen heeft genoten zodat niet vastgesteld kan worden of de benadeelde daadwerkelijk schade heeft geleden gedurende die uren. Daarnaast is een bedrag van € 5.446,75 gevorderd in verband met de aankoop van goederen voor de inrichting van de nieuwe woning. Hierop wordt een bedrag van € 3.600,00 in mindering gebracht in verband met een vergoeding uit de inboedelverzekering. Nu niet gesteld of gebleken is dat er sprake is geweest van onderverzekering moet het ervoor worden gehouden dat het uitgekeerde verzekeringsbedrag voldoende is geweest ter dekking van de schade aan de inboedel. De gevorderde € 150,00 euro voor telefoon en autokosten is niet nader onderbouwd. De gevorderde materiële schade kan als onvoldoende onderbouwd niet worden toegewezen en zal niet-ontvankelijk worden verklaard. Er is een bedrag van € 5.000,00 als vergoeding voor geleden immateriële schade gevorderd. De rechtbank acht, alles afwegende, in ieder geval een bedrag van € 2.000,00 ter vergoeding van deze schade billijk. Het meer-gevorderde zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

[slachtoffer 30] heeft een bedrag van € 10.000,00 euro gevorderd als vergoeding voor geleden immateriële schade. Zijn woning is door de explosie volledig ingestort en de gehele inboedel is verloren gegaan. De rechtbank is van oordeel dat toekenning van een bedrag van in ieder geval € 5.000,00 billijk is. Het meer-gevorderde zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

[slachtoffer 31] heeft een bedrag van € 313,26 gevorderd omdat hij reeds opgenomen verlof en daarnaast extra opgenomen verlof heeft moeten besteden aan het regelen van praktische zaken met betrekking tot de gevolgen van de gasexplosie. Het bedrag is gebaseerd op 46 uren naar rato van € 6,81 per uur, onder verwijzing naar het Besluit tarieven in strafzaken. Er is niet gesteld of gebleken dat de benadeelde gedurende die uren niet zijn normale inkomen heeft genoten zodat niet vastgesteld kan worden of de benadeelde daadwerkelijk schade heeft geleden gedurende die uren. De verwijzing naar het Besluit tarieven in strafzaken maakt dit niet anders. Dit besluit is niet van toepassing nu de benadeelde de geclaimde 46 uren niet heeft besteed aan het afleggen van een verklaring voor een rechter als getuige. De vordering is daarom ten aanzien van deze schadepost onvoldoende onderbouwd en zal

niet-ontvankelijk worden verklaard. De gevorderde immateriële schade acht de rechtbank toewijsbaar.

[slachtoffer 32] heeft een bedrag van € 3.093,90 gevorderd als vergoeding van schade aan haar inmiddels gesloopte auto die total loss is verklaard na beschadiging door de explosie. Dit bedrag is gebaseerd op een taxatie van de reparatiekosten. Daarnaast heeft zij een bedrag gevorderd van € 3.500,00 als kosten gemaakt voor de aankoop van een nieuwe auto. Hierdoor is er sprake van een dubbeltelling omdat de vergoeding die eventueel wordt ontvangen ter dekking van de schade aan of het verlies van de oude auto kan worden aangewend voor de aankoop van de nieuwe auto. De rechtbank zal het bedrag van € 3.093,90

als schade veroorzaakt door de explosie toekennen, evenals de gevorderde gemaakte kosten in verband met de verzekering en wegenbelasting voor de oude auto die nog een maand is betaald. Het gevorderde bedrag van € 3.500,00 voor de aankoop van de nieuwe auto zal worden afgewezen. Daarnaast is een bedrag van € 250,00 gevorderd ter vergoeding van de brandstofkosten voor de geleende auto. Op basis van de door de benadeelde gegeven toelichting daarbij (6 weken x 3 maal per week x 40 kilometer) acht de rechtbank een bedrag van € 100,00 euro hiervoor toewijsbaar met niet-ontvankelijkverklaring van het meer-gevorderde als onvoldoende onderbouwd. De gevorderde immateriële schade van € 2.000,00 acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd, enerzijds omdat uit schade aan de auto in beginsel geen immateriële schade voortvloeit en anderzijds niet is gebleken dat de benadeelde niet woonachtig of aanwezig was in het getroffen appartementencomplex. Ook dit deel van de vordering zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

De door [slachtoffer 33] gevorderde € 375,00 aan eigen risico in verband met de ziektekostenverzekering acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en daarmee niet ontvankelijk nu de behandeling van benadeelde nog moet aanvangen en onduidelijk is welke kosten daaraan zijn verbonden. De gevorderde extra belkosten à € 10,00, de kosten voor een aangetekende brief à € 8,15 en de kosten in verband met voorgeschreven medicijnen à

€ 12,92 acht de rechtbank toewijsbaar. Daarnaast is een bedrag van € 10.000,00 gevorderd in verband met geleden immateriële schade. De rechtbank acht in ieder geval een bedrag van

€ 2.000,00 billijk en zal dit toewijzen. Het meer-gevorderde zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtspersoon [slachtoffer 34] heeft via haar vertegenwoordiger [vertegenwoordiger slachtoffer 34] een vordering ingediend tot vergoeding van € 11.400,00 aan geleden schade aan goederen. Deze schade is alleen gesteld en niet onderbouwd zodat niet-ontvankelijkverklaring daarvan moet volgen.

[slachtoffer 35] heeft een vordering ingediend tot een geschat bedrag van € 2.500,00 ter vergoeding van schade in verband met extra kosten voor de autoverzekering. Het gevorderde bedrag is een schatting en is niet onderbouwd met een opgave van de verzekeraar waaruit dit blijkt.

De vordering zal daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

[slachtoffer 36] heeft een bedrag van € 1.500,00 gevorderd aan reparatiekosten van haar door de gasexplosie beschadigde auto. Dit bedrag is niet onderbouwd met een taxatierapport of nota's. De rechtbank zal deze vordering dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank acht in die gevallen waarin (een deel van) de vordering is toegewezen, oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen omdat dit tot gevolg heeft dat de staat de executie van de toegewezen vorderingen op zich neemt en zal trachten de toegewezen bedragen te innen van verdachte. Aan de schadevergoedingsmaatregel zal vervangende hechtenis worden verbonden voor het geval verdachte de toegewezen bedragen niet (volledig) zal betalen. Dit laatste is reëel nu verdachte niet alleen de komende jaren niet de mogelijkheid heeft inkomsten te verwerven maar, gezien zijn geestesgesteldheid, naar alle waarschijnlijkheid nooit in staat zal zijn voldoende inkomsten te verwerven om alle vorderingen volledig te voldoen. De rechtbank acht het onwenselijk dat deze ontoerekeningsvatbare verdachte als gevolg daarvan langere tijd gedetineerd zal worden zodat de rechtbank de vervangende hechtenis per opgelegde schadevergoedingsmaatregel zal beperken tot één dag.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 37b, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld, maar verdachte daarvoor niet strafbaar.

Ontslaat verdachte ter zake van alle rechtsvervolging.

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen:

[slachtoffer 4]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.126,88 (zegge: tweeduizend éénhonderd zesentwintig euro en achtentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], te betalen een bedrag van € 2.126,88 (zegge: tweeduizend éénhonderd zesentwintig euro en achtentachtig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 326,88 aan materiële schade en € 1.800,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 19]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 19] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.600,00 (zegge: éénduizend zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 19], te betalen een bedrag van € 1.600,00 (zegge: éénduizend zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 5]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3.868,38 (zegge: drieduizend achthonderd en achtenzestig euro en achtendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], te betalen een bedrag van € 3.868,38 (zegge: drieduizend achthonderd en achtenzestig euro en achtendertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.868,38 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 8]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 7.255,13 (zegge: zevenduizend tweehonderd en vijfenvijftig euro en dertien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8], te betalen een bedrag van € 7.255,13 (zegge: zevenduizend tweehonderd en vijfenvijftig euro en dertien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 5.655,13 aan materiële schade en € 1.600,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 10]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.934,40 (zegge: éénduizend negenhonderd vierendertig euro en veertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10], te betalen een bedrag van € 1.934,40 (zegge: éénduizend negenhonderd vierendertig euro en veertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 34,40 aan materiële schade en € 1.900,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 20]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 20] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.600,00 (zegge: éénduizend zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 20], te betalen een bedrag van € 1.600,00 (zegge: éénduizend zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 21]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 21] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.500,00 (zegge: éénduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 21], te betalen een bedrag van € 1.500,00 (zegge: éénduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 14]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 5.492,44 (zegge: vijfduizend vierhonderd en tweeënnegentig euro en vierenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 14], te betalen een bedrag van € 5.492,44 (zegge: vijfduizend vierhonderd en tweeënnegentig euro en vierenveertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 3.692,44 aan materiële schade en € 1.800,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 22]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 22] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 6.225,73 (zegge: zesduizend tweehonderd en vijfentwintig euro en drieënzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 22], te betalen een bedrag van € 6.225,73 (zegge: zesduizend tweehonderd en vijfentwintig euro en drieënzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 4.425,73 aan materiële schade en € 1.800,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 23]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 23] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.835,00 (zegge: éénduizend achthonderd en vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 23], te betalen een bedrag van € 1.835,00 (zegge: éénduizend achthonderd en vijfendertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 15]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.384,22 (zegge: tweeduizend driehonderd en vierentachtig euro en tweeëntwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 15], te betalen een bedrag van € 2.384,22 (zegge: tweeduizend driehonderd en vierentachtig euro en tweeëntwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 484,22 aan materiële schade en € 1.900,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 17]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 17] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.625,35 (zegge: tweeduizend zeshonderd en vijfentwintig euro en vijfendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 17], te betalen een bedrag van € 2.625,35 (zegge: tweeduizend zeshonderd en vijfentwintig euro en vijfendertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 825,35 aan materiële schade en € 1.800,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 18]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.080,00 (zegge: éénduizend en tachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 17], te betalen een bedrag van € 1.080,00 (zegge: éénduizend en tachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 24]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 24] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.494,35 (zegge: éénduizend vierhonderd en vierennegentig euro en vijfendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 24], te betalen een bedrag van € 1.494,35 (zegge: éénduizend vierhonderd en vierennegentig euro en vijfendertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 25]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 25] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 750,00 (zegge: zevenhonderd en vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 25], te betalen een bedrag van € 750,00 (zegge: zevenhonderd en vijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 26]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 26] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 340,00 (zegge: driehonderd en veertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 26], te betalen een bedrag van € 340,00 (zegge: driehonderd en veertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Stichting [benadeelde 1]

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij Stichting [benadeelde 1] niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Mevrouw [slachtoffer 2]

Bepaalt dat de vorderingen van de benadeelde partijen de heer en mevrouw [slachtoffer 2] niet ontvankelijk zijn en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partijen en verdachte de eigen kosten dragen.

[slachtoffer 27]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 27] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 800,00 (zegge: achthonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Wijst de vordering voor het overige af.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 27], te betalen een bedrag van € 800,00 (zegge: achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 28]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 28] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.600,00 (zegge: éénduizend zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 28], te betalen een bedrag van € 1.600,00 (zegge: éénduizend zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 6]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.585,88 (zegge: tweeduizend vijfhonderd en vijfentachtig euro en achtentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6], te betalen een bedrag van € 2.585,88 (zegge: tweeduizend vijfhonderd en vijfentachtig euro en achtentachtig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 585,88 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 7]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.500,00 (zegge: éénduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7], te betalen een bedrag van € 1.500,00 (zegge: éénduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 29]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 29] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 29], te betalen een bedrag van € 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 30]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 30] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 30], te betalen een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 31]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 31] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.600,00 (zegge: éénduizend zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 31], te betalen een bedrag van € 1.600,00 (zegge: éénduizend zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 32]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 32] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3.273,90 (zegge: drieduizend tweehonderd en drieënzeventig euro en negentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige deels niet ontvankelijk is en deels wordt afgewezen. Het niet ontvankelijk verklaarde deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 32], te betalen een bedrag van € 3.273,90 (zegge: drieduizend tweehonderd en drieënzeventig euro en negentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 33]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 33] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.031,07 (zegge: tweeduizend éénhonderd en éénendertig euro en zeven eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 33], te betalen een bedrag van € 2.031,07 (zegge: tweeduizend éénhonderd en éénendertig euro en zeven eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 31,07 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 34]

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 34] niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

[slachtoffer 35]

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 35] niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

[slachtoffer 36]

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 36] niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. M. Jansen en mr. L.G. Wijma, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juli 2016.