Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:3403

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-07-2016
Datum publicatie
28-07-2016
Zaaknummer
K L 3990689 \ CV EXPL 15-3128 (E)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

onrechtmatige daad, besproeiing iepen met gif, is het bewijs geleverd dat de discotheekeigenaar samen met een aannemer vanuit een hoogwerker gespoten heeft

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 3990689 \ CV EXPL 15-3128

vonnis van de kantonrechter d.d. 27 juli 2016

inzake

de overheidinstelling

GEMEENTE HARLINGEN,

gevestigd te Harlingen,

eiseres,

gemachtigde: mr. P. van Eijk,

tegen

[gedaagde 1]

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. P.R. Logemann,

[gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna de gemeente en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd.

Procesverloop

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

-het tussenvonnis van 16 september 2015

-het proces-verbaal van getuigenverhoor van 2 december 2015

-het proces-verbaal van getuigenverhoor van 24 februari 2016

-de conclusie na enquête van de gemeente en van [gedaagde 1]

-de antwoordconclusie na enquête van de gemeente en van [gedaagde 1] en de schriftelijke reactie van [gedaagde 2]

1.2.

Ten slotte is wederom vonnis bepaald.

De verdere beoordeling van het geschil

2.1.

Bij voornoemd tussenvonnis, gewezen door mr. R.J.L. Timmer, is de gemeente toegelaten te bewijzen dat [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] zich op of omstreeks 11 juni 2013 in de ter hoogte van de [adres] opgestelde hoogwerker bevond(en) en dat [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] vanuit die hoogwerker de iepen hebben/heeft besproeid met een glyfosaat houdende herbicide;

2.2.

Mr. Timmer heeft de door de gemeente voorgedragen getuigen gehoord. Wegens vertrek van mr. Timmer wordt dit vonnis gewezen door mr. J.A. Werkema die als opleider tijdens de getuigenverhoren aanwezig was en in die hoedanigheid in de gelegenheid was om vragen te stellen (hetgeen per abuis niet in het proces-verbaal is vermeld).

2.3.

De gemeente heeft [getuige 1] ( [beroep] ) en [getuige 2] ( [beroep] ) op 2 december 2015 als getuigen laten horen. [getuige 3] ( [beroep] ) is toen niet verschenen. [getuige 3] is op 24 februari 2016 alsnog gehoord. Voor zover relevant hebben de getuigen het volgende verklaard.

[getuige 1]

"Ik werd om 6 uur (…) wakker van een zoemend geluid. Ik keek uit het raam en zag meneer [gedaagde 1] en meneer [gedaagde 2] een hoogwerker in stelling brengen. (…) Op een gegeven moment stapten zij in het bakje van de hoogwerker en lieten zij zich omhoog brengen tot boven de bomen. (…) Ik kon tussen de bladeren van de bomen door zien dat er een felgekleurde gele gifspuit met een blauwe bovenkant tevoorschijn werd gehaald waarmee eerst de ene boom en vervolgens de andere boom werd besproeid. Ik heb met [naam] van de gemeente Harlingen gebeld. (…) Later op die dag zag ik dat de bladeren aan die zijden van de bomen die besproeid waren verschrompelden. Ik ken [gedaagde 1] en heb wel eens gesproken over overlast van het café.. Ik heb het busje van [gedaagde 2] vaker in de buurt van het café zien staan en ik heb de persoon die dat busje reed ook vaker met [gedaagde 1] gezien bij werkzaamheden aan het pand. (…) Ik weet niet meer precies hoe groot de spuit was. (…) Ik zag wel dat het een gifspuit was aan de hand van de kleuren. (…)Ik heb mijn telefoon opgehaald om daar foto's mee te maken. (…) Op één van de foto's staat [getuige 3] . Ik heb hem ook gezien. Hij was bezig de zaak te openen toen de twee mannen in de hoogwerker bezig waren, hij liep in en uit."

[getuige 2]

"(…) Wij hebben op 10 juni 2013 in de vestiging Franeker een hoogwerker verhuurd aan [gedaagde 2] . Deze is op 10 juni om 16.30 opgehaald. Wat ik zojuist eerder verklaard heb dat dit op 11 juni zou zijn klopt niet. Dit leid ik af uit een huurcontract dat ik vanmorgen heb laten uitprinten in Franeker van de hoogwerker die aan [gedaagde 2] destijds is verhuurd. (…) Op het huurcontract staat dat wij een knip arm hoogwerker van 20 meter hebben verhuurd aan [gedaagde 2] . De hoogwerker is de volgende dag rond 8 uur terug gebracht. U laat mij foto's zien uit het dossier waarop een hoogwerker te zien is. Ik kan niet met 100% zekerheid bevestigen of dit één van onze hoogwerkers is. Wij verhuren geen hoogwerkers die volledig wit zijn. De hoogwerker op de foto is deels wit, deels blauw. Ik herken de eerste vier cijfers van het telefoonnummer (0900) (…) Op uw vraag of ik de omschrijving bij klantreferentie herken moet ik ontkennend antwoorden. De omschrijving ' [naam café/discotheek] ' zegt mij niets. Op deze plek wordt gewoonlijk het door de klant aangegeven gebruikersdoel ingevuld.

[getuige 3]

"Ik ben bakker aan de [adres] . (…) Ik heb de bewuste ochtend niets gezien. Het was nog donker. U laat mij een foto zien (…). Ik zie nu dat het licht was die ochtend. Ik heb de hoogwerker niet 1,2,3 gezien. Daarmee bedoel ik dat ik hem misschien wel gezien heb maar dat ik hem niet heb opgeslagen. Ik kan het mij niet herinneren. Ik heb contact gehad met [naam] van de gemeente. Ik heb tegen hem gezegd dat ik de man op de foto ben en dat ik verder niets heb gezien. Op de vraag van mr. Van Eijk of ik verder nog ergens met [naam] over gesproken heb antwoord ik nee. Ook nadat mr. Van Eijk mij wijst op het feit dat ik onder ede sta blijft mijn antwoord nee."

2.4.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben zichzelf in contra-enquête laten horen. Daarnaast is [getuige 4] (partner van [gedaagde 1] ) gehoord. Voor zover relevant hebben zij het volgende verklaard.

[gedaagde 1]

"(…) Rond een uur of half 9 ben ik de hond gaan uitlaten. Dat was toen mijn vaste patroon. Toen ik naar buiten ging waren de werklieden al aan het opruimen. (…) Ik heb ze niet herkend. Toen ik terug kwam met de hond waren de hoogwerker met werklieden al weg. [naam] , dat is mijn moeder, heeft ongeveer een week voorafgaand aan de werkzaamheden laten weten dat die zouden plaatsvinden op een dinsdag. Zij heeft daartoe opdracht gegeven omdat er duiven in de schoorsteen en op de dakgoot zaten. Op uw vraag wat ik ervan vind dat [getuige 1] heeft verklaard dat hij mij in die ochtend samen met [gedaagde 2] in de hoogwerker heeft gezien is mijn antwoord dat ik dat vreemd vind. Ik heb nog nooit in een hoogwerker gezeten. (…) Ik denk dat ik weet waarom hij dat misschien gezegd heeft. Onze relatie was wat gespannen. Hij had klachten over het café en daarover heeft hij met mij gesproken. [getuige 1] heeft in de korte tijd dat hij hier heeft gewoond meer geklaagd dan de andere buren bij elkaar in de afgelopen 10 jaar. Ik ken [gedaagde 2] als klant in mijn horecagelegenheid. Hij heeft in het verleden ook klussen in het pand uitgevoerd. Overigens was hij niet de enige die werkzaamheden heeft verricht aan het pand (…)Op de vraag wat [gedaagde 2] eerder in of aan het pand heeft gedaan is mijn antwoord dat ik geloof dat hij de toiletgroep en het systeemplafond heeft gerepareerd. Ik heb hem ongeveer vier keer over de vloer gehad. (…) U verbaast zich over het feit dat er mensen uit Amsterdam kwamen terwijl eerdere klusbedrijven die ik noemde klant waren bij mij. Niet alle klusbedrijven die bij mij kwamen waren klant bij mij. De reden dat deze mensen wel uit Amsterdam kwamen was dat zij volgens [naam] goedkoper waren. (…)

[gedaagde 2]

"Ik doe wel vaker klussen voor [naam] . In dit geval had ik zelf geen tijd om de klus te doen. U houdt mij voor dat ik in de conclusie van dupliek heb geschreven dat de reden dat ik de klus niet deed was omdat [naam] goedkopere klusjesmannen kon huren. Daarover zeg ik nu dat we helemaal niet hebben gesproken over goedkopere klusjesmannen. De reden dat ik het zelf niet heb gedaan is omdat ik niet kon. (…) Ik weet niet precies meer wat ik exact heb geschreven in de conclusie en wat ik exact heb besproken met [naam] . Het is al heel lang geleden en ik heb heel veel klussen. (…) Ik weet nog wel dat ik tussen half 3 en 4 uur de hoogwerker in Sneek bij Sijperda heb opgehaald. En vervolgens naar [adres] heb gebracht. Dat had ik zo afgesproken met [naam] . Ik heb hem daar voor de deur gezet. (…) Ik heb de hoogwerker de volgende dag om ongeveer 10 uur weer opgehaald van dezelfde plek als waar ik hem heb afgeleverd. (…) Ik denk dat ik de hoogwerker rond kwart over 10 bij Sijperda in Franeker weer heb ingeleverd. Ik weet het niet exact. (…) Ik heb op 11 juni 2013 bij de familie [naam] gewerkt daar moest ik laminaat leggen. Ik weet nog dat ik daar koffie heb gedronken en om circa half 10, kwart voor 10 ben ik vertrokken om de hoogwerker weer terug te brengen.(…) De reden dat ik als referentie [naam café/discotheek] heb opgegeven is dat bijna alle werkzaamheden die ik voor [naam] verricht met het café te maken hebben. Als ik bij [naam café/discotheek] werkzaamheden verricht dan krijg ik altijd opdracht van [naam] . (…) Ik heb nooit met [gedaagde 1] te maken. U vraagt mij nogmaals hoe het kan dat de tijdstippen in de retourbevestiging afwijken van wat ik u vertel. Ik weet niet precies hoe dat kan, maar het kan zijn dat ze mij hebben gematst zodat ik niet meer hoefde te betalen dan voor één dagdeel. Ik weet niet wie dat voor mij zou hebben gedaan. Er werken veel mensen bij Sijperda. (…) U houdt mij voor dat ik geen duidelijk antwoord heb gegeven op vragen van mr. van Eijk. (…) Ik vind het allemaal lastig. Op de vraag of ik [naam] ken antwoord ik [naam] komt mij niet bekend voor. Op de vraag waarom hij mij dan iets zou gunnen is mijn antwoord dat dat gewoon gebeurt. Dat is allemaal heel ingewikkeld. Het contract wordt van te voren opgemaakt en de tijden worden soms wel van te voren ingevuld en soms achteraf. [naam] had de hoogwerker zelf niet kunnen huren dat kunnen alleen bedrijven. Ik heb het voor haar geregeld omdat ik haar vertrouw. Ik regel dit soort dingen voor mensen. (…) Ik betaal de huur zelf aan Sijperda en vervolgens stuur ik een factuur naar [naam] . Ik heb dit in een verzamelfactuur gedaan daarop staat niet gespecificeerd waar het precies om gaat. Ik heb de hoogwerker zelf niet aan de [adres] zien staan omdat ik daar die ochtend niet ben geweest. (…)

[getuige 4]

"Wij zijn gebeld door de gemeente kort na die bewuste dinsdag. (…) Ik heb twee mensen in de hoogwerker gezien. (…) Ik heb hen niet herkend. (…) Zij hebben werkzaamheden verricht aan de schoorsteen en de dakgoten. (…) Ik heb niet gezien dat mijn partner in de hoogwerker zat. Ook meneer [gedaagde 2] zat niet in de hoogwerker. Ik ken meneer [gedaagde 2] omdat hij klant is in ons café en ook wel in de cafetaria van ons komt. Ik ken hem daarnaast van werkzaamheden die hij aan het pand heeft uitgevoerd. [getuige 1] was onze overbuurman. Wij groeten elkaar altijd. Hij had meerdere klachten geuit (…)

2.5.

De kantonrechter acht de gemeente in de aan haar gegeven bewijsopdracht geslaagd. Daartoe is het volgende redengevend. Allereerst kan uit de diverse afgelegde verklaringen en in het geding gebrachte stukken worden afgeleid dat de door [getuige 1] op 11 juni 2013 gefotografeerde hoogwerker aan de [adres] ter plaatse van de discotheek [naam café/discotheek] door [gedaagde 2] is gehuurd. Dit blijkt onder meer uit het aan het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 2 december 2015 gehechte huurcontract waarin als contactpersoon ' [gedaagde 2] ' en als klantreferentie ' [naam café/discotheek] ' is ingevuld. In de bij het huurcontract behorende retourbevestiging staat beschreven dat de hoogwerker op 11 juni 2013 om 07.50 uur is terug gebracht. Dat het tijdstip 07.50 niet juist zou zijn, maar dat dit 10.15 zou moeten zijn (en dat [gedaagde 2] tot 08.00 uur thuis is geweest), zoals door hem is verklaard, is op geen enkele wijze aannemelijk geworden. De kantonrechter kent dan ook geen gewicht toe aan de verklaring van [gedaagde 2] dat een onbekende medewerker van het verhuurbedrijf [getuige 2] (in de persoon van [naam] ) hem (mogelijk) een gunst heeft verleend door 07.50 in te vullen op de retourbevestiging. De verklaring van [gedaagde 2] dat hij in de ochtend van 11 juni 2013 niet aan de [adres] is geweest komt de kantonrechter evenmin geloofwaardig voor. [getuige 1] heeft eerst schriftelijk en daarna als getuige verklaard dat hij heeft gezien dat [gedaagde 1] en zijn bevriende [gedaagde 2] op 11 juni 2013 om 06.00 uur in de ochtend een hoogwerker in stelling brachten. Ook heeft hij verklaard dat hij ze later met een felgekleurde gele gifspuit in de hoogwerker heeft gezien. Nog later op de dag heeft hij waargenomen dat het loof aan de gevelzijde van de bomen verschrompeld was. Uit de door hem op 11 juni 2013 gemaakte foto's (waarvan bij conclusie na enquête nadere details zijn getoond) is te zien dat de aan [gedaagde 2] toebehorende zwarte bus van het merk Volkswagen met het kenteken [kentekennummer] op dat moment op de [adres] was geparkeerd. Dat [getuige 1] [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet heeft gefotografeerd of heeft kunnen fotograferen omdat ze zich op het moment van het maken van de foto's achter de bladeren bevonden, maakt niet dat zijn verklaring niet van waarde is. Dat [getuige 1] niet kon zien wat er in de spuit zat, zoals door [gedaagde 1] is gesteld, acht de kantonrechter evenmin van belang. De verklaring van [getuige 1] komt de kantonrechter geloofwaardig en aannemelijk voor. Zijn schriftelijke en mondelinge verklaring ter terechtzitting stemmen met elkaar overeen en worden door de door hem gemaakte foto's ondersteund. Zijn verklaring dat hij een felgekleurde gele gifspuit heeft gezien en later op de dag waarnam dat het loof van de bomen aan de gevelzijde was verschrompeld wordt bevestigd door het later op 4 november 2013 opgemaakte taxatierapport van de geregistreerde boomexpert [naam] . In dit rapport wordt namelijk vermeld dat het blad van 'boom nr. 1' met een glyfosaat houdende herbicide is bespoten en dat de boom hierdoor meer dan 90% van de bladmassa door afsterven is verloren. De verklaringen van [getuige 4] , de partner van [gedaagde 1] , en de verklaring van [gedaagde 1] (als partijgetuige) dat de klusjesmannen uit Amsterdam die ochtend werkzaamheden aan de dakgoten en de schoorsteen hebben verricht is dan ook niet geloofwaardig.

2.6.

De verklaring van [gedaagde 2] komt de kantonrechter eveneens op diverse punten onbetrouwbaar voor. Zijn verklaring is niet consistent en bevat diverse omissies. Zonder nadere onderbouwing door [gedaagde 2] , die ontbreekt, valt niet in te zien waarom [gedaagde 2] bij wijze van vriendendienst de hoogwerker op 10 juni 2013 bij [naam] , de moeder van [gedaagde 1] , zou hebben gebracht en zijn bus bij haar zou hebben achtergelaten. Dat hij dat gedaan heeft omdat hij haar 'vertrouwt' en de ochtend erna 'niet kon', omdat hij laminaat zou leggen bij zijn vriend [naam] , die hem om 08.00 uur van huis zou hebben gehaald, gaat niet op, want de klus was al om 07.50 klaar. De verklaring dat hij 'niet kon' is overigens ook in tegenspraak met de schriftelijke verklaring van zijn moeder dat hij voor 08.00 uur in bed zou hebben gelegen. De kantonrechter gaat ook voorbij aan de verklaring van [gedaagde 1] dat (onbekend gebleven) klusjesmannen uit Amsterdam werkzaamheden hebben verricht omdat zij volgens zijn moeder goedkoper zouden zijn. Zonder nadere onderbouwing van [gedaagde 1] bij conclusie na enquête, die ontbreekt, valt niet in te zien dat een klus die circa 2 uren heeft geduurd goedkoper door klusjesmannen uit Amsterdam kunnen worden uitgevoerd die wegens reistijd circa 2 uren extra in rekening moeten hebben gebracht. Dit is temeer niet geloofwaardig nu de klus niet op een reguliere werktijd, namelijk tussen circa 06.00 uur en 07.50 uur is uitgevoerd. Dat [getuige 1] in strijd met de waarheid zou hebben verklaard dat hij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de hoogwerker heeft gezien, omdat hij last heeft gehad van lawaai van de discotheek, zoals door [gedaagde 1] is verklaard, is op geen enkele wijze aannemelijk geworden. De verklaring van [gedaagde 1] dat hij slechts een zakelijke relatie met [gedaagde 2] onderhoudt komt de kantonrechter evenmin betrouwbaar voor. [gedaagde 2] deed niet alleen vaker klussen bij ' [naam café/discotheek] '; hij was ook klant en facebookvriend van [gedaagde 1] en zijn partner en hij wordt door [getuige 1] als bevriende aannemer van [gedaagde 1] beschreven. De door [gedaagde 2] en [gedaagde 1] in persoon genomen conclusies zijn overigens ook in hetzelfde lettertype en in dezelfde lay-out opgesteld.

2.7.

De kantonrechter komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat het bewijs door de gemeente is geleverd. Al hetgeen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verder nog in hun conclusies na enquête hebben aangevoerd brengen niet mee dat de kantonrechter tot een ander oordeel komt. Nu de kantonrechter hiervoor al heeft geoordeeld dat de verklaring van [gedaagde 1] , van zijn partner en van [gedaagde 2] op meerdere punten onbetrouwbaar is, gaat de kantonrechter voorbij aan het (te laat gedane) verzoek van [gedaagde 1] (in de antwoordconclusie na enquête) om thans nog zijn moeder als getuige te laten horen. Om deze reden ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om nog andere getuigen (waaronder [gedaagde 2] nogmaals) te horen.

2.8.

De kantonrechter heeft bij voornoemd tussenvonnis al de bindende eindbeslissing genomen dat de bomen op 11 juni 2013 met glysofaat zijn besproeid. [gedaagde 1] heeft dit na de getuigenverhoren nogmaals in de conclusie na enquête betwist. De kantonrechter komt niet op voornoemde eindbeslissing terug, nu niet is gebleken dat deze beslissing op een ondeugdelijke juridische of feitelijke grondslag berust.

2.9.

De kantonrechter is voorts van oordeel dat als vaststaand moet worden aangenomen dat de door de geregistreerde boomexpert, [naam] , verder te noemen [naam] , vastgestelde schade aan de bomen is ontstaan door het besproeien daarvan met glyfosaat. In de door de gemeente in het geding gebrachte rapportage van 4 november 2013 van [naam] is namelijk vermeld dat uit een bladmonsteranalyse is gebleken dat glyfosaat is aangetroffen en dat de toekomst van 1 van de bomen nihil is ten gevolge van het besproeien met gif en dat door onderling wortelcontact tussen de individuele bomen het gif zich verder kan uitspreiden, waardoor het risico van vervroegde uitval bij buurtbomen 20% is. De kantonrechter acht de taxatie van de boomexpert deugdelijk en goed gemotiveerd. [gedaagde 1] heeft het rapport onvoldoende gemotiveerd betwist, nu hij de conclusies van [naam] slechts in algemene zin heeft bestreden. De kantonrechter neemt op grond van het voorgaande de conclusies van [naam] tot de hare. Nu [naam] de schade op een bedrag van € 14.970,00 exclusief BTW (€ 18.113,70 inclusief BTW) heeft begroot is de vordering van de gemeente tot dit bedrag toewijsbaar. Ook de door de gemeente gemaakte kosten ten bedrage van € 1.343,10 om de aansprakelijkheid en schade vast te stellen komen voor vergoeding in aanmerking. Nu de wettelijke rente niet is betwist wordt deze vanaf 11 juni 2013 toegewezen.

2.10.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

De proceskosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:

- explootkosten € 94,19

- GBA € 3,94

- kosten getuigen € 114,50

- salaris gemachtigde € 1.650,00 (5,5 punten x tarief € 300,00)

totaal € 1.862,63.

De vordering tot vergoeding van de nakosten zal worden toegewezen als na te melden.

Beslissing

De kantonrechter:

1.verklaart voor recht dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een onrechtmatige daad hebben gepleegd jegens de gemeente door het besproeien van bij de gemeente in eigendom zijnde iepen met een glyfosaat houdend middel;

2. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , hoofdelijk, met dien verstande dat indien de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan de gemeente van een bedrag groot € 19.456,80 , (zegge: negentienduizend vierhonderdvijfenzestig euro en tachtig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 juni 2013, tot aan de dag der algehele voldoening;

3. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , hoofdelijk, met dien verstande dat indien de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 1.862,63;

4. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , hoofdelijk, met dien verstande dat indien de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, indien niet binnen 14 dagen na vandaag vrijwillig volledig aan dit vonnis wordt voldaan, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,-- aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet binnen 14 dagen na aanschrijving door de gemeente aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. J.A. Werkema, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 601