Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:3391

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
17-08-2016
Zaaknummer
146895
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Voorlopige machtiging wet Bopz verleend om dwangbehandeling toe te kunnen passen. Betrokkene verblijft al lange tijd vrijwillig in de inrichting.

De rechtbank overweegt dat de gerechtvaardigde verwachting bestaat dat betrokkenen zich zal verzetten tegen een behandeling die noodzakelijk is om gevaar voor anderen af te wenden. Daarnaast leidt de rechtbank uit het gedrag van betrokkene, te weten het zonder toestemming verlaten van (het terrein van) de inrichting af, dat betrokkene blijk geeft van verzet tegen het verblijf in een zwakzinnigeninrichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Leeuwarden

Voorlopige machtiging

Zaak-/rekestnr.: C/17/146895 / BZ RK 16-96

Beschikking van 23 februari 2016,

van de rechtbank Noord-Nederland naar aanleiding van het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging om:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,

wonende [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

te doen opnemen en verblijven in een zwakzinnigeninrichting.

Procesverloop

Op 10 februari 2016 heeft de officier van justitie het verzoek ingediend.

Bij het verzoek is overgelegd een geneeskundige verklaring.

De rechtbank heeft op 23 februari 2016 de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door mr. G.A. Pots;

- [naam] , orthopedagoog;

- [naam] , begeleider.

Motivering

Betrokkene heeft aangegeven dat hij al tien jaar verblijft in deze zwakzinnigeninrichting. Tot op heden is er sprake van vrijwillig verblijf. Betrokkene bevestigt dat indien hij niet beperkt wordt in zijn vrijheden hij weggaat uit de inrichting. Anderzijds geeft betrokkene ook aan dat hij de inrichting beschouwt als zijn eindstation. De advocaat van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat er sprake is van een aantal vrijheid beperkende middelen en maatregelen en dat het verblijf en de behandeling in een passend juridisch kader dient te worden voortgezet. Ter zitting heeft [naam orthopedagoog] aangegeven dat een machtiging nodig is omdat fixatie van betrokkene soms noodzakelijk is.

Uit de geneeskundige verklaring en het verhoor is gebleken dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens. Betrokkene is gediagnosticeerd met een verstandelijke handicap, ernstige gedragsstoornissen, stoornissen tot uiting komend in kindertijd/adolescentie en overige (inclusief ongespecificeerde) organische hersensyndromen.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of betrokkene blijk geeft van verzet tegen opneming of verblijf in de zwakzinnigeninrichting. De rechtbank overweegt dat betrokkene al vele jaren vrijwillig verblijft in de inrichting. Zoals uit de geneeskundige verklaring blijkt en zoals ook ter zitting is toegelicht, wordt de machtiging verzocht om onder meer dwangbehandeling (fixatie) toe te kunnen passen.

Als onweersproken staat vast dat betrokkene prikkelgevoelig is en onvoorspelbaar en impulsief kan reageren. Betrokkene is meermalen fysiek agressief geweest naar begeleiders, waarbij hij heeft geschopt en gebeten en waarop hij enkele malen is gefixeerd. Voorts is betrokkene niet verkeersveilig en wordt hij door de inrichting tegengehouden als hij het terrein onbegeleid wil verlaten. De rechtbank overweegt dat onder deze omstandigheden geoordeeld moet worden dat de gerechtvaardigde verwachting bestaat dat betrokkenen zich zal verzetten tegen een behandeling die noodzakelijk is om gevaar voor anderen af te wenden. Daarnaast leidt de rechtbank uit het gedrag van betrokkene, te weten het zonder toestemming verlaten van (het terrein van) de inrichting af, dat betrokkene blijk geeft van verzet tegen het verblijf in een zwakzinnigeninrichting.

Ook is komen vast te staan dat deze stoornis betrokkene gevaar doet veroorzaken. Het betreft het gevaar

 dat betrokkene zich van het leven zal beroven of zichzelf ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen;

 dat betrokkene maatschappelijk ten onder gaat;

 dat betrokkene zichzelf in ernstige mate zal verwaarlozen;

 dat betrokkene door hinderlijk gedrag agressie van anderen zal oproepen;

 dat betrokkene een ander van het leven zal beroven of ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen;

 voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

Gebleken is voorts dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een zwakzinnigeninrichting kan worden afgewend.

Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:

Verleent een voorlopige machtiging als bedoeld in artikel 2 Wet Bopz, welke machtiging de bevoegdheid geeft om betrokkene in een zwakzinnigeninrichting te doen verblijven tot en met 23 augustus 2016.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Teertstra, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2016.

(fn: 697)

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.