Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:3365

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-07-2016
Datum publicatie
26-09-2016
Zaaknummer
5148637 \ CV EXPL 16-5006
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

relatieve bevoegdheid; ambtshalve toetsing; art. 1:12 BW; afhankelijke woonplaats bij bewind

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 5148637 \ CV EXPL 16-5006

vonnis van de kantonrechter van 19 juli 2016

in de zaak van

de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgkantoor voorheen handelend onder de naam Achmea Zorgkantoor N.V., handelend onder de naam Zorgkantoor Rotterdam, Zorgkantoor Kennemerland, Zorgkantoor Drenthe, Zorgkantoor Zwolle, Zorgkantoor Flevoland, Zorgkantoor Zaanstreek-Waterland, Zorgkantoor Amsterdam, Zorgkantoor 't Gooi, Zorgkantoor Apeldoorn, Zutphen e.o., Zorgkantoor Utrecht,

hierna te noemen: Zilveren Kruis,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht, mede kantoorhoudende te Zwolle,

eisende partij,

gemachtigde: GGN mastering credit,

tegen

[bewindvoerder] in diens hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de op

11 december 2008 - te Hoogeveen wonende - onder bewind gestelde [X] , geboren [geboortedatum] 1990,

hierna te noemen: [bewindvoerder] ,

wonende te [adres] ,

gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 27 mei 2016.

1.2.

Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag dit vonnis wordt gewezen.

2 De beoordeling

2.1.

Zilveren Kruis heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd [bewindvoerder] te veroordelen tot betaling van een geldbedrag met rente en kosten.

2.2.

Met betrekking tot de relatieve bevoegdheid overweegt de kantonrechter het volgende. Gelet op het bepaalde in artikel 110 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient de kantonrechter deze bevoegdheid ambtshalve te toetsen.

2.3.

Het vierde lid van art. 1:12 BW regelt een uitzondering op de afhankelijke woonplaats van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel in curatele-, beschermingsbewind- en mentorschapszaken. In de Memorie van Toelichting bij de laatste wijziging van art. 1:12 BW valt hierover te lezen: “De redactie van het nieuwe vierde lid van artikel 12 houdt er rekening mee dat voor aangelegenheden die niet van doen hebben het rechterlijk toezicht en rechterlijke beslissingen gedurende de beschermingsmaatregel, de afhankelijke woonplaats van de curator, bewindvoerder en de mentor overeenkomstig de hoofdregel van artikel 12 blijft gelden. Te denken valt aan voor de betrokkene bestemde post: deze zal, juist omdat bescherming is beoogd, uiteraard aan de wettelijke vertegenwoordiger blijven worden gestuurd, terwijl bij voorbeeld voor de bewindsrekening (vgl. artikel 436, vierde lid) uiteraard ook het adres van de bewindvoerder moet worden aangehouden.” Artikel 266 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat in zaken betreffende curatele, onderbewindstelling en mentorschap de kantonrechter van de woonplaats van de rechthebbende bevoegd is.

2.4.

Waar het in deze zaak niet gaat om rechterlijk toezicht op het bewind en rechterlijke taken in dat toezicht bepaalt de woonplaats van de curator, bewindvoerder of mentor de relatieve bevoegdheid. Aldus is de kantonrechter te Assen niet bevoegd in deze zaak te beslissen, nu [bewindvoerder] woonachtig is in Hardenberg. Hij zal de zaak verwijzen in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.

Beslissing

De kantonrechter:

1. verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen;

2. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de Rechtbank Overijssel, kamer voor kantonzaken, locatie Zwolle.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2016.

typ/conc: 577/tvdv

coll: