Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:3281

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-07-2016
Datum publicatie
13-07-2016
Zaaknummer
5144892 AR VERZ 16-138 en 5145081 AR VERZ 16-130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet buschauffeur

Niet direct verstrekken kaartje

Geen dringende reden

Tewerkstelling op straffe van een dwangsom

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2047
AR-Updates.nl 2016-0760
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer.: 5144892 AR VERZ 16-138 en 5145081 AR VERZ 16-139

beschikking van de kantonrechter ex artikel 7:681 BW d.d. 13 juli 2016

inzake

[verzoeker] ,

wonende te Stiens,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. J.S. Mennega,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARRIVA PERSONENVERVOER NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. N.H.M. Poort.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en Arriva worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek gedaan, primair om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever te vernietigen, en (voorwaardelijk, voor het geval hij verkiest te berusten in het gegeven ontslag) subsidiair om ten laste van Arriva een billijke vergoeding toe te kennen, ingekomen ter griffie op 10 juni 2016. [verzoeker] heeft daarnaast (voorwaardelijk) subsidiair een verzoek gedaan om de werkgever te veroordelen een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding te betalen. [verzoeker] heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

Arriva heeft op 20 juni 2016 een verweerschrift ingediend.

1.3.

Op 29 juni 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. Ter zitting is [verzoeker] verschenen vergezeld van zijn echtgenote, mevrouw [naam echtgenote] , en bijgestaan door mr. Mennega voornoemd. Namens Arriva waren aanwezig mevrouw L. Glasbergen, exploitatiemanager van Arriva en mevrouw A. van Halen, HR manager van Arriva, bijgestaan door mr. Poort voornoemd. Partijen hebben hun standpunten (nader) toegelicht aan de hand van pleitnota's. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt door de griffier. Voorafgaand aan de zitting heeft de werknemer bij brief van 24 juni 2016 nog nadere stukken (producties 5 tot en met 10) toegezonden.

1.4.

Ter zitting heeft [verzoeker] het voorwaardelijke subsidiaire verzoek ingetrokken.

1.5.

Er is beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] , geboren 15 juni 1970, is op 1 maart 2009 in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) Arriva. De functie die [verzoeker] vervulde, is die van buschauffeur vanuit de standplaats Leeuwarden, met een salaris van € 2.568,88 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

2.2.

Op 24 maart 2016 is er telefonisch een klacht binnengekomen bij Arriva. In de gespreksnotitie van deze klacht staat - voor zover van belang - het volgende:

"(…)

Datum tijdstip voorval: 23-03-2016 19:49

Vervoersvorm: Bus

(…)

Plaats van vertrek: Dokkum, Sionsberg

Plaats van aankomst: Leeuwarden Blokhuisplein Publiek lijnnummer 50

(…)

Chauffeur/machinist: [verzoeker]

(…)

Omschrijving:

Meneer wil graag een melding maken van het volgende. Hij heeft op 23-03-2016 gereisd met Lijn 50 van Dokkum Sionsberg naar Leeuwarden, Blokhuisplein. Hij kocht een loskaartje bij de buschauffeur voor 6,00. De prijs van zijn reis klopt. Echter ontving hij van de buschauffeur geen kaartje en om die reden werd hij dus ook niet afgestempeld. Nu geeft meneer aan dat het hem al 2 á 3 keer is voorgekomen dat hij bij deze betreffende buschauffeur geen kaartje ontvangt maar wel betaald. Hij is bang dat de chauffeur het geld zelf int en wil daarom een melding maken. Meneer wil dat zijn persoonsgegevens niet vrijkomen omdat hij zelf ondernemer is. (…)"

2.3.

Arriva heeft vervolgens [Detectivebureau naam] ingeschakeld. Dit bureau heeft een onderzoek ingesteld om na te gaan of Arriva mogelijk financieel benadeeld wordt door het handelen van [verzoeker] . In het op 1 juni 2016 gedateerde rapport van [Detectivebureau naam] staat - voor zover van belang - het volgende:

"(…)

Op 29 april 2016 heeft Arriva aan de heer [Detectivebureau naam] een opdracht gegeven om een onderzoek in te stellen.

Het onderzoek betreft het aantonen van het mogelijk financieel benadelen van de werkgever van de heer [verzoeker] .

De opdrachtgever heeft de volgende gegevens verstrekt:

De heer [verzoeker] rijdt op diverse buslijnen van Arriva. Er zijn klachten bij Arriva binnengekomen als zou [verzoeker] geen vervoerskaartjes geven bij de contante

betaling van een rit. Zo mogelijk ook het verstrekken van oude vervoersbewijzen en/of een (oud) kaartje met een onjuist stempel

(…)

Zaterdag

28 mei 2016 Vandaag rijdt [verzoeker] op lijn 72.

Het traject is Busstation Leeuwarden naar Minnertsga.

Vertrek vanaf station Leeuwarden om 13.32 uur.

13.36

uur Lijn 72 met als chauffeur [verzoeker] maakt een stop bij de halte

Harlingersingel. Er zitten ongeveer een vijftal personen in de bus.

[Detective] stapt in busnummer 8508 en geeft aan ‘enkeltje Sint Annaparochie.

[verzoeker] zegt: dat is vier euro.

[Detective] betaalt met twee munten van twee euro en wacht even.

[verzoeker] maakt geen aanstalten een kaartjke te verstrekken.

[Detective] gaat op rij twee zitten.

Tijdens de rit stapt er één meisje in met een OVkaart.

14.05

uur De bus komt aan bij de eerste halte binnen de bebouwde kom in Sint Annaparochie en [Detective] stapt uit.

(…)

Maandag

30 mei 2016 Vandaag rijdt [verzoeker] op lijn 92.

Het traject is Busstation Leeuwarden naar Bolsward.

Vertrek vanaf station Leeuwarden om 15.54 uur.

15.53

uur Lijn 92 met als chauffeur [verzoeker] stopt bij de vertrekhalte

Station Leeuwarden. Er stappen ongeveer een tiental jeugdigde personen in de bus.

Allen hebben een OVkaart.

[Detective] stapt in busnummer 857B en geeft aan ‘enkeltje Wommels.

[verzoeker] zegt: vier euro.

[Detective] betaalt met twee munten van twee euro en wacht even. [verzoeker] maakt geen aanstalten een kaartjke te verstrekken. [Detective] gaat op rij drie zitten. Tijdens de rit stapt er niemand in die contant betaalt.

16.22

uur De bus komt aan bij de halte ‘De Terp” binnen de bebouwde kom in Wommels en [Detective] stapt uit.

(…)

Maandag

30 mei 2016 Vandaag rijdt [verzoeker] vanuit Bolsward terug naar Leeuwarden op lijn 92. Vertrek vanuit Bolsward is volgens het busboekje om 16.49 uur.

17.05

uur Lijn 92 met als chauffeur [verzoeker] stopt bij de halte ‘De Terp” binnen de bebouwde kom in Wommels

[Detective] stapt in busnummer 8558 en geeft aan: ik had beter een retourtje kunnen nemen en [verzoeker] antwoordt daarop:

Tegenwoordig hebben we geen retourtjes meer

[Detective] zegt: vier euro maar weer?

[verzoeker] bevestigt dit.

[Detective] betaalt met twee munten van twee euro en wacht weer even.

[verzoeker] maakt geen aanstalten een kaartje te verstrekken en stopt de munten in zijn blikken geldbakje..

[Detective] gaat op rij twee zitten.

Tijdens de rit stapt er niemand in die contant betaalt.

17.30

uur De bus komt aan bij de eindhalte Station Leeuwarden en [Detective] stapt uit.

(…)

Conclusie:

(…)

Bij elk van de drie verschillende ritten vroeg de heer [verzoeker] €4,00 voor een enkel reis.

Er is in totaal drie maal met twee maal twee-euromunten betaald.

[verzoeker] heeft geen enkele keer aanstalten gemaakt om een vervoersbewijs/buskaartje te verstreken

Ook niet na even wachten. Ook heeft [verzoeker] De Boer niet terug geroepen dat hij nog een kaartje moest verstrekken.

(…)"

2.4.

[verzoeker] is op 1 juni 2016 op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van die datum is als reden voor het ontslag opgegeven:

"(…)

Door middel van dit schrijven bevestigen wij het op 1 juni jl. aan u gegeven ontslag op staande voet wegens een dringende reden welke gelegen is het in het feit dat er u tijdens het uitvoeren van uw dienst geld heeft ontvangen van passagiers zonder aan hen vervoerbewijzen te verstrekken.

Via de Klantenservice van Arriva is een klacht binnengekomen bij mevrouw [klaagster] , teammanager Leeuwarden Streek De indiener van de klacht heeft aangegeven dat de chauffeur hem diverse malen geen kaartje heeft gegeven, nadat de reiziger had betaald. Voor Arriva vormde dit reden om een nader onderzoek in te stellen. Uit dit onderzoek blijkt onomstotelijk dat u geld int van passagiers zonder aan hen vervoerbewijzen te verstrekken.

Op woensdag 1 juni jI. heeft met u een gesprek plaatsgevonden, waarbij mevrouw 1. Glasbergen (exploitatiemanager) en mevrouw A. van Halen (HR manager) aanwezig waren. Zij hebben u naar een verklaring gevraagd. U heeft aangegeven dat u wel kaartjes na betaling afgeeft. Als een passagier direct doorloopt dan stempelt u dit kaartje wel af en gooit dit vervolgens weg. In dit gesprek is aangegeven dat er controle heeft plaatsgevonden op verschillende momenten en dat in geen enkel geval een kaart is afgestempeld, aan de reiziger werd uitgegeven of weggegooid is.

U bent sinds 7 maart 2009 werkzaam bent als buschauffeur. Het behoort tot de primaire taken van een buschauffeur dat hij vervoerbewijzen verstrekt aan betalende passagiers. Het kan niet zo zijn dat u dit niet doet.

Arriva moet haar buschauffeurs kunnen vertrouwen met het geld en andere bedrijfsmiddelen die aan de betreffende chauffeurs wordt verstrekt. U heeft dit vertrouwen geschonden. Door geld te incasseren en geen vervoerbewijzen te verstrekken, is er een overschot in uw consignatievoorraad ontstaan, waar geen kaartverkopen tegenover staan. Uw werkgever wordt hierdoor financieel gedupeerd. Arriva wil en kan uw dienstverband dan ook niet langer voortzetten.

De bovenstaande omstandigheden tezamen genomen en in onderling verband bezien, maken dat Arriva bevoegd is de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen op grond van artikel 7:677 j° 7:678 BW wegens een dringende reden, welke dringende redenen zodanig zijn dat van Arriva redelijkerwijs niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Op grond daarvan is uw arbeidsovereenkomst per 1 juni jl. met onmiddellijke ingang beëindigd.

(…)"

3 Het verzoek

in de hoofdzaak

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter - samengevat - het ontslag op staande voet te vernietigen, te bepalen dat Arriva hem te werk dient te stellen in zijn eigen functie van buschauffeur binnen twee dagen na dagtekening van de beschikking op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag en Arriva te veroordelen tot doorbetaling van loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, alsmede om Arriva in de kosten te veroordelen. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Hij voert daartoe het volgende aan. [verzoeker] stelt dat hij altijd een kaartje aan passagiers verstrekt tenzij zij doorlopen voordat hij een kaartje heeft kunnen pakken en stempelen. In dat geval scheurt hij later een kaartje af, stempelt dit en gooit het vervolgens weg. De meeste passagiers in het streekvervoer reizen met de OV-chipkaart en er zijn nog slechts enkele passagiers per week die een kaartje kopen. Vanwege het zeer geringe aantal kaartjes dat nog wordt verkocht, alsmede om veiligheidsredenen, bewaart [verzoeker] zijn rollen met kaartjes en zijn geldbakje met wisselgeld in zijn tas. [verzoeker] betwist dat er een overschot is in de consignatievoorraad. Er is verder geen beleid van Arriva over wat een buschauffeur moet doen indien een betalende passagier doorloopt en niet wacht tot hij een kaartje krijgt. In het gesprek op 1 juni 2016 is [verzoeker] slechts meegedeeld dat de reden van het ontslag op staande voet bestaat uit het feit dat hij geen kaartjes heeft verstrekt aan betalende passagiers. Arriva mag de ontslaggrond niet zestien dagen later aanvullen met het verwijt dat [verzoeker] diefstal heeft gepleegd. Bovendien heeft [verzoeker] geen geld gestolen en ook geen enkel bewijs gezien van het feit dat hij geld zou hebben gestolen. Hij heeft namelijk op 7 juni 2016 een consignatievoorraad ingeleverd van dezelfde waarde als de consignatievoorraad die hem aanvankelijk is verstrekt.

in het incident

3.2.

[verzoeker] vordert voorts bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Arriva te veroordelen tot betaling van loon van € 2.568,88 bruto ingaande 1 juni 2016 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, dan wel in ieder geval voor de duur van de onderhavige procedure, zulks op de gebruikelijke wijze en tijdstippen, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% en met de wettelijke rente over het salaris en de wettelijke verhoging.

4 Het verweer

4.1.

Arriva verweert zich tegen het verzoek. Zij stelt zich op het standpunt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Het verstrekken van een afgestempeld kaartje behoort tot de kerntaak van de buschauffeur. Het verstrekken van een kaartje aan betalende passagiers is voor Arriva essentieel voor het toezicht en de controle op het aantal vervoerde passagiers en de daarmee te genereren inkomsten. Wanneer een buschauffeur wel passagiers vervoert tegen betaling maar in ruil voor die betaling geen kaartje verstrekt, ontstaat er een surplus in de consignatievoorraad waar Arriva geen weet van heeft. Arriva moet er op kunnen vertrouwen dat een buschauffeur passagiers niet tegen betaling vervoert zonder dat de opbrengst van dat vervoer aan haar wordt afgedragen. Dat vertrouwen is ernstig door [verzoeker] geschaad nu hij in ieder geval drie keer geen kaartje aan een betalende passagier (de 'mysteryguest', [Detectivebureau naam] ) heeft gegeven, waarbij telkens € 4,00 aan [verzoeker] is verstrekt. Op 7 juni 2016 heeft hij zijn consignatievoorraad ingeleverd die qua waarde niet afweek van de waarde van de aanvankelijk aan hem verstrekte consignatie. Daaruit blijkt dat het surplus van de betalingen door hem zelf is behouden. Daarmee heeft [verzoeker] diefstal gepleegd, aldus Arriva.

5 De beoordeling

in de hoofdzaak

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet door Arriva moet worden vernietigd en Arriva moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon.

5.2.

[verzoeker] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.3.

De kantonrechter neemt tot uitgangspunt dat in zaken die voortvloeien uit de Wet werk en zekerheid (Wwz), zoals deze zaak, het bewijsrecht in beginsel van toepassing is, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. In dit geval verzet de aard van de zaak zich niet tegen toepassing van het bewijsrecht.

5.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Zij overweegt daartoe het volgende. Vast staat dat [verzoeker] (in het geval van de 'mystery guest') drie maal niet ter plekke een kaartje heeft afgestempeld en aan de passagier heeft verstrekt, nu [verzoeker] dit heeft erkend. [verzoeker] heeft betwist dat hij op 23 april 2016 geen kaartje zou hebben verstrekt aan de passagier die een klacht bij Arriva heeft ingediend. Voorts is gesteld noch gebleken dat deze passagier bij [verzoeker] om een kaartje heeft gevraagd terwijl onduidelijk is of, en zo ja hoe lang, deze passagier heeft gewacht of/tot [verzoeker] een kaartje aan hem zou gaan verstrekken.

5.5.

Met het feit dat [verzoeker] drie maal niet direct een kaartje heeft afgestempeld en aan de passagier heeft verstrekt, staat echter nog niet vast dat hij dat kaartje niet later van de rol heeft gehaald, heeft gestempeld en weggegooid, waarmee het door de passagier betaalde geld evengoed aan Arriva is toegekomen. [verzoeker] heeft gemotiveerd gesteld dat hij de kaartjes en de geldla in zijn tas bewaart in verband met de overvallen op buschauffeurs die de afgelopen tijd in het land hebben plaatsgevonden, alsmede dat meerdere van zijn collega buschauffeurs dat op deze wijze doen. In de houder rechts van de chauffeurstoel waarin de kaartjes kunnen worden gezet heeft [verzoeker] zijn rooster neergezet, omdat hij op één dag soms op meerdere lijnen wordt ingeroosterd. [verzoeker] heeft voorts gesteld dat, indien een klant een kaartje wil kopen, hij eerst de geldla uit zijn tas haalt, de ritprijs met de passagier afrekent en vervolgens de kaartjes en een stempel uit zijn tas haalt, waarna hij een kaartje afscheurt, stempelt en aan de passagier verstrekt. Daar gaat enige tijd overheen. Als de passagier door door te lopen, aangeeft daar niet op te wachten stempelt [verzoeker] het kaartje later, op een rustiger moment af. Arriva heeft niet (gemotiveerd) betwist dat [verzoeker] de kaartjes en het geldbakje in zijn tas bewaart en dat meerdere buschauffeurs dit doen. Zij heeft slechts aangevoerd dat de chauffeur niet de keus heeft waar hij de kaartjes bewaart, dat de kaartjes in de kaarthouder behoren te zitten en dat het afscheuren en stempelen van een kaartje dan ook sneller verloopt. Vast is komen te staan dat Arriva geen (gecommuniceerd) beleid heeft omtrent de plaats waar de kaartenrollen geplaatst dienen te worden. Evenmin is door Arriva aangevoerd of anderszins gebleken dat aan de chauffeurs ooit concrete aanwijzingen zijn verstrekt of richtlijnen zijn afgegeven over de vraag waar /hoe de kaartenrollen bewaard moeten worden. Laat staan dat aan de chauffeurs kenbaar is gemaakt dat afwijking van die aanwijzingen/richtlijnen tot (verstrekkende) disciplinaire maatregelen zou leiden. Daarnaast is van belang dat, zoals ook door Arriva erkend, de meeste passagiers, in ieder geval in het streekvervoer, tegenwoordig met de OV-chipkaart reizen waardoor er nog slechts enkele kaartjes worden verkocht. [verzoeker] heeft onbetwist gesteld dat er ritten en dagen zijn waarbij de kaartjes niet eens uit zijn tas komen, omdat er geen enkel kaartje wordt verkocht.

5.6.

Arriva heeft de kantonrechter ter zitting beelden getoond van de drie voorvallen met de mystery guest. Arriva stelt zich op het standpunt dat uit deze beelden duidelijk blijkt dat de mystery guest even wacht op een kaartje, maar dat [verzoeker] geen enkele aanstalten maakt om een kaartje te pakken waarna de mysteryguest verder loopt. [verzoeker] stelt zich daarentegen op het standpunt dat uit deze beelden duidelijk blijkt dat de mystery guest na betaling snel doorloopt. De kantonrechter heeft op de beelden waargenomen dat de mystery guest aan [verzoeker] betaalt, dat hij slechts zeer kort blijft staan en vervolgens doorloopt, terwijl bij een van de opnames te zien is dat [verzoeker] dan nog bezig is met zijn geldla. De mystery guest geeft op de beelden voorts geen blijk van enige behoefte aan een kaartje.

5.6.

Ter zitting is komen vast te staan dat Arriva geen beleid heeft omtrent hoe een buschauffeur geacht wordt te handelen indien een passagier doorloopt voordat de buschauffeur een kaartje heeft kunnen verstrekken. Arriva heeft weliswaar gesteld dat [verzoeker] in dat geval het kaartje evengoed direct moet afscheuren en stempelen en vervolgens op zijn plankje moet laten liggen totdat de betreffende passagier is uitgestapt, maar gesteld noch gebleken is dat deze werkwijze ergens is vastgelegd en op enig moment aan [verzoeker] kenbaar is gemaakt. De stelling van Arriva dat het ongeloofwaardig is dat [verzoeker] later de kaartjes afscheurt omdat het moeilijk is te onthouden dat kaartjes zijn verkocht zonder deze af te scheuren, wordt door de kantonrechter gepasseerd. Vast staat immers dat de meeste passagiers tegenwoordig met de OV-chipkaart reizen waardoor er nog slechts enkele kaartjes worden verkocht. Er mag vanuit worden gegaan dat een gemiddelde buschauffeur zich aan het einde van de rit nog wel kan herinneren of en zo ja, hoeveel kaartjes hij heeft verkocht zonder dat hij deze tegelijkertijd met de betaling door de passagier heeft afgescheurd. De stelling van Arriva dat een passagier in het bezit moet zijn van een kaartje in verband met mogelijke controle in de bus wordt eveneens door de kantonrechter gepasseerd Een mogelijke kaartcontrole komt voor rekening en risico van de passagier en niet van [verzoeker] als buschauffeur.

5.7.

Voorts is van belang dat vast staat dat [verzoeker] op 7 juni 2016 dezelfde waarde aan consignatievoorraad bij Arriva heeft ingeleverd als de waarde van de consignatie die aan hem is verstrekt. Van een overschot van de consignatievoorraad was dus geen sprake. Arriva heeft in dit verband gesteld dat [verzoeker] op 1 juni 2016 heeft geweigerd zijn bedrijfseigendommen in te leveren en dat hij tot het moment dat hij de consignatievoorraad heeft ingeleverd vijf dagen de tijd heeft gehad om de consignatievoorraad kloppend te maken. [verzoeker] heeft daartegen echter onbetwist gesteld dat hij na het gesprek op 1 juni 2016 emotioneel naar huis is gegaan, dat hij op dat moment zijn spullen nog niet wilde inleveren omdat hij niet wist of hij daarmee geacht werd met zijn ontslag in te stemmen en dat hij dat eerst met een jurist wilde bespreken, dat een deel van het kleingeld van zijn consignatievoorraad op 1 juni 2016 in de kluis lag, dat hij op 7 juni 2016 zijn consignatievoorraad bij medewerker [voornaam] moest inleveren en dat hij toen samen met [voornaam] dat deel van de consignatievoorraad uit de kluis heeft gehaald. [verzoeker] heeft daarom de consignatievoorraad thuis niet kloppend kunnen hebben maken, omdat hij niet wist hoeveel er in de kluis lag.

5.8.

De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat [verzoeker] de kaartjes, die hij niet aan de passagier heeft verstrekt omdat deze doorliep voordat hij een kaartje heeft kunnen verstrekken, later niet alsnog heeft afgescheurd en gestempeld. Arriva heeft geen bewijs aangeboden van de stelling dat [verzoeker] de kaartjes ook later niet heeft afgescheurd en gestempeld. Voorts heeft Arriva ter zitting uiteengezet dat zij op geen enkele wijze kan nagaan hoeveel (rollen) kaarten een bepaalde chauffeur in zijn bezit heeft op enig moment en welke chauffeur op welk moment rollen kaarten "koopt", omdat deze op ieder moment door een chauffeur, tegen betaling (met geld uit zijn consignatiekas), uit de automaat kunnen worden getrokken. Bovendien is gesteld noch gebleken dat [verzoeker] minder (aan Arriva) betalende klanten heeft gehad dan zijn collega's, zodat ook daaraan op geen enkele wijze is af te leiden dat [verzoeker] , in ruil voor het van passagiers geïnde geld, verzuimt kaartjes af te scheuren en te stempelen en het geïnde geld aldus niet zou afdragen aan Arriva. Het enkele feit dat [verzoeker] niet terstond de kaartjes heeft afgescheurd en gestempeld op het moment dat de passagier doorliep levert naar het oordeel van de kantonrechter geen dringende reden voor ontslag op.

5.9.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoeker] om vernietiging van dat ontslag worden toegewezen. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.

5.10.

Het verzoek om te bepalen dat Arriva [verzoeker] te werk dient te stellen in zijn eigen functie van buschauffeur binnen twee dagen na dagtekening van de beschikking wordt eveneens toegewezen, nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd en [verzoeker] geacht kan worden belang te hebben bij werkhervatting. Aan de veroordeling tot tewerkstelling wordt de door [verzoeker] gevraagde dwangsom verbonden als in het dictum vermeld. De kantonrechter zal de te verbeuren dwangsom maximeren tot een bedrag van € 10.000,00.

5.11.

Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft [verzoeker] recht op loon. De vordering van [verzoeker] tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen. Voor wat betreft het inmiddels achterstallige loon over de maand juni 2016 wordt de gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente eveneens toegewezen, nu is geoordeeld dat ten onrechte geen loon is voldaan door Arriva.

5.12.

De proceskosten komen voor rekening van Arriva, omdat zij ongelijk krijgt. De proceskosten worden tot op heden aan de zijde van Arriva vastgesteld op:

griffierecht € 79,00

salaris gemachtigde € 400,00

totaal € 479,00.

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen, nu Arriva daartegen geen (inhoudelijk) verweer heeft gevoerd.

in het incident

5.13.

Nu in deze beschikking reeds een eindoordeel wordt gegeven over het verzoek van [verzoeker] , is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

vernietigt het op 1 juni 2016 aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet;

6.2.

veroordeelt Arriva om [verzoeker] te werk te stellen in zijn eigen functie van buschauffeur met alle daarbij behorende taken uiterlijk binnen twee dagen na heden;

6.3.

bepaalt dat Arriva een dwangsom verschuldigd is van € 500,00 voor elke dag of dagdeel dat Arriva nalaat om, ook na betekening van de beschikking, aan de veroordeling onder 6.2 te voldoen, met een maximum van € 10.000,00;

6.4.

veroordeelt Arriva tot betaling aan [verzoeker] van het overeengekomen brutosalaris van € 2.568,88 per maand en de overige emolumenten met ingang van 1 juni 2016 totdat de dienstbetrekking van [verzoeker] rechtsgeldig is beëindigd, zulks op de gebruikelijke wijze en tijdstippen;

6.5.

veroordeelt Arriva tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW alsmede de wettelijke rente over het salaris over de maand juni 2016;

6.6.

veroordeelt Arriva in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [verzoeker] vastgesteld op € 479,00, vermeerderd met de wettelijke rente indien deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking door Arriva zijn voldaan;

6.7.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2016 door

mr. E.Th.M. Zwart-Sneek, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c: 779