Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:3083

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-06-2016
Datum publicatie
07-07-2016
Zaaknummer
18-820331-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van aanwezig hebben van hennepplanten, meermalen gepleegd en medeplegen van diefstal van elektriciteit. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met het tijdsverloop in de zaak.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 311
Opiumwet 3
Opiumwet 11
Wet wapens en munitie 26
Wet wapens en munitie 55
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/820331-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

17 juni 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

1 april 2016 en 3 juni 2016.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Veen, advocaat te Delfzijl.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Supèr.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 april 2014 althans in de maand april 2014 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straat] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer

726, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 31 december 2013 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straat] een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

dat [verdachte en/ of medeverdachte] en/of een of meer ander(en) in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 31 december 2013 te [pleegplaats] met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [straat] een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks 1 november 2012 tot en met 31 december 2013 te [pleegplaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,

door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de

teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 24 april 2014 te [pleegplaats] , meermalen althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen telkens een hoeveelheid electriciteit in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededadeder(s) de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking;

4.

hij op of omstreeks 24 april 2014, althans in het jaar 2014, [pleegplaats] , een of meer vuurwapens van categorie III, te weten een enkelloops hagelgeweer (van het merk El Chimbo) en/of een automatisch kogelgeweer (van het merk Franchi) en/of een enkelloops semi automatisch hagelgeweer (van het merk FN) en/of en enkelschots repeterend kogelgeweer (van het merk Izhevsk Small Arms Factory) en/of een enkelschots repeterend kogelgeweer (van het merk Carcano), voorhanden heeft gehad en/of heeft

gedragen.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde medeplegen van telen van hennepplanten kan worden bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de kwekerij in de boerderij van verdachte stond. Verdachte is één van de initiatiefnemers van het opzetten van de kwekerij in zijn boerderij geweest. Bovendien is verdachte vaak in de kwekerij geweest. Tot slot zorgde verdachte voor de afvoer van potgrond en heeft hij hennepknippers voorzien van stoelen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde, voor zover dat ziet op het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennep, met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 juni 2016.

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal relaas van Politie Noord-Nederland d.d. 5 september 2014, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier met nummer 2014044348 d.d. 5 september 2014, inhoudende de relatering van [naam verbalisant]

Partiële vrijspraak feit 1 en feit 2 primair

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met anderen opzettelijk hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt. Het dossier bevat daartoe onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dat deel van de tenlastelegging.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is –ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

1. Een schriftelijk stuk, te weten een aangifte van Enexis B.V. d.d. 6 augustus 2014, opgenomen op pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [aangever] :

Namens Enexis B.V. ben ik bevoegd om aangifte te doen bij de politie. Enexis B.V. heeft met [verdachte] een overeenkomst betreffende aansluiting en transport van elektriciteit naar bovengenoemd perceel. Op verzoek van politieambtenaar [naam] van politie Noord-Nederland is op 24 april 2014 door fraude-inspecteur [naam] van Enexis B.V., een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting in bovengenoemd perceel. De fraude-inspecteur constateerde op 24 april 2014 verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie. Op de afgaande zijde van de hoofdbeveiliging is een driefasen aftakking gemonteerd, deze loopt door een lege afvoerbuis naar de kwekerij op de bovenverdieping. Het verbruik van de kwekerij wordt hierdoor niet geregistreerd door de KWh meter. De eerdergenoemde fraude-inspecteur zag dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard was.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 25 april 2014, opgenomen op pagina 25 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [verdachte] :

U vraagt mij of ik weet hoe de stroom van de hennepkwekerij in mijn woning aangesloten was. De man die elektra bij ons aanlegde zei tegen mij dat hij een aparte leiding zou gaan aanleggen. Ik heb gezien dat de man met een rare lange handschoen zekeringen uit de meterkast heeft gehaald. Daarna heeft hij er nieuwe zekeringen in gedaan en een nieuw zegel bevestigd.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

1. De door verdachte op de terechtzitting van 3 juni 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

De wapens die in de tenlastelegging staan genoemd, waren van mij en stonden in een vitrinekast in mijn woonkamer.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland team Wapens, Munitie en Explosieven, d.d. 4 juni 2014, opgenomen op pagina 28 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van [naam verbalisant] :

Door politie Noord-Nederland werden op vuurwapens gelijkende voorwerpen inbeslaggenomen onder: [naam verdachte] .

Wapen 1:

Het voorwerp is een enkelloops hagelgeweer,

Merk : El Chimbo

Model : enkelloops

Kaliber : .410 GA

Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is het voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie. De vrijstellingsbepalingen van de Wet wapens en munitie zijn op het vuurwapen niet van toepassing.

Wapen 2:

Het voorwerp is een semi automatisch kogelgeweer,

Merk : Franchi

Model : Centennial Takedown-Gallery

Kaliber : . 22 LR

Het voorwerp is bestemd om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing.

De loop van dit wapen is op twee plaatsen geheel doorboord en voorzien van 4 mm gaten. Ook de trekkermechaniek en de slagpin ontbreken (foto 2 A). Op dit moment is het wapen niet geschikt om projectielen af te vuren.

Derhalve is het voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 categorie Ill onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Het vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of 6 van de Wet wapens en munitie.

Wapen 3:

Het voorwerp is een enkelloops semi automatisch hagelgeweer,

Merk : FN

Model : 5

Kaliber : 16

Het hagelgeweer werd aangeboden als zijnde een wapen welke onklaar was gemaakt. Het betreft hier een enkelloops semi automatisch hagelgeweer met een buismagazijn geschikt voor 5 patronen. Onderzoek aan het wapen leerde dat het wapen voorzien was van:

1.Vier gaten in de loop met een diameter van ten minste 9 mm,

2. De kamer versperd was met een elektrische las en een stalen pen,

3. In de loopmonding een nauw passende stalen pen is aangebracht,

4. De trekkermechaniek was vast gelast.

Eisen ten aanzien van het voor gebruik ongeschikt maken van vuurwapens (art. 18 lid 1 onder a Regeling wapens en munitie) en beschreven in Bijlage II van genoemde regeling betreffen;

A. Basculerende hagelgeweren (enkel- of meerloops) met uitwendige hanen.

B. Basculerende hagelgeweren (enkel- of meerloops) met inwendige hanen.

C. Enkelschots grendelgeweren,

D. Meerschots grendelgeweren,

E. Overige vuurwapens, dienen overlangs te zijn doorgezaagd of afgeslepen.

Het bovengenoemde wapen voldoet aan geen van de genoemde omschrijvingen en er zijn in artikel 18 van de Regeling wapens en munitie geen voorschriften opgenomen voor het onklaar maken van genoemd wapen. Gezien het vorenstaande voldoet dit wapen NIET aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 18 lid 1 onder a van de Regeling wapens en munitie en zoals beschreven in Bijlage.

Het voorwerp is bestemd om projectielen door een loop af te schieten. Gezien de aanpassingen en het vastlassen van onderdelen is het wapen niet geschikt om projectielen door de loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit hagelgeweer een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.

Wapen 4:

Het voorwerp is een enkelschots repeterend kogelgeweer

Merk : lzhevsk Small Arms Factory

Model : M91 (Finse)Mosin Nagant

Kaliber : 7,62 x 53R

Wapen 5:

Het voorwerp is een enkelschots repeterend kogelgeweer

Merk : Carcano

Model : 1891

Kaliber : 6,5 x 52 mm

Wapen 4 en 5 zijn voorwerpen bestemd om projectielen door een loop af te schieten. De werking van de voorwerpen berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.

Onderzoek aan wapen 4 leerde dat het voor gebruik ongeschikt maken, gelet op de volgende punten, NIET conform de eisen gesteld in Bijlage II van de Regeling wapens en munitie, is uitgevoerd.

Onderzoek aan wapen 5 leerde dat het voor gebruik ongeschikt maken, gelet op de volgende punten, NIET conform de eisen gesteld in Bijlage II van de Regeling wapens en munitie, is uitgevoerd.

Gelet op het vorenstaande vallen de vuurwapens NIET onder de vrijstelling als bedoeld in artikel 18 lid 1 onder a van de Regeling wapens en munitie. Derhalve zijn de voorwerpen vuurwapens in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 24 april 2014 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan [adres] 726 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 1 november 2012 tot en met 31 december 2013 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan [adres] een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

hij in de periode van 1 november 2012 tot en met 24 april 2014 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Enexis, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking;

4.

hij op 24 april 2014 te [pleegplaats] vuurwapens van categorie III, te weten een enkelloops hagelgeweer (van het merk El Chimbo) en een semi automatisch kogelgeweer (van het merk Franchi) en een enkelloops semi automatisch hagelgeweer (van het merk FN) en een enkelschots repeterend kogelgeweer (van het merk Izhevsk Small Arms Factory) en een enkelschots repeterend kogelgeweer (van het merk Carcano), voorhanden heeft gehad.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

2. Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

3. Diefstal in vereniging waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

4. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

Deze feiten, met uitzondering van het onder 4 bewezen verklaarde voorhanden hebben van het semi automatische kogelgeweer van het merk Franchi, zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

De rechtbank is van oordeel dat uit het proces-verbaal van Politie Noord-Nederland team Wapens, Munitie en Explosieven d.d. 4 juni 2014 onvoldoende blijkt dat het voorhanden hebben van bovengenoemd wapen gekwalificeerd kan worden als een strafbaar feit, aangezien daaruit niet blijkt dat het voor gebruik ongeschikt maken van dat wapen niet conform de eisen gesteld in Bijlage II van de Regeling wapens en munitie is uitgevoerd.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde medeplegen van telen en het onder 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf aan verdachte. Mede gelet op het tijdsverloop in deze zaak is het daarnaast opleggen van een voorwaardelijke straf aan verdachte niet passend.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van telkens een groot aantal hennepplanten. Deze hennepplanten stonden in de boerderij van verdachte. Het is een feit van algemene bekendheid dat met de handel in softdrugs aanzienlijke financiële belangen zijn gemoeid en grote winsten worden behaald. De handel in softdrugs gaat niet zelden gepaard met geweld, bedreigingen en ripdeals. Aan dergelijke handel medewerking verlenen, op welke wijze dan ook, is laakbaar en kan verdachte worden verweten. Voorts levert een kwekerij waarbij de elektrische installatie ondeskundig is aangelegd, (brand)gevaar op voor de omgeving. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd. Daarnaast heeft verdachte een aantal verboden wapens voorhanden gehad.

Het ongecontroleerd circuleren van verboden wapens in de maatschappij is onwenselijk gelet op de daaraan inherent verbonden gevaren.

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het door de reclassering Nederland over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 10 september 2015. De reclassering adviseert om aan verdachte een werkstraf op te leggen.

De rechtbank zal, nu verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van telen van hennep, en gelet op zijn gezondheidstoestand en strafblad, aan verdachte een lagere taakstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank ziet voorts, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de ouderdom van de feiten, geen aanleiding om daarnaast aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 80 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mrs. M. Haisma en

N.A. Vlietstra, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juni 2016.

Mr. Vlietstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.