Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:2963

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
05-07-2016
Zaaknummer
18.730402-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 25 maart 2016 een verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 24 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijke deel van de straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder de voorwaarde dat verdachte gedurende het eerste jaar van de proeftijd niet thuis mag wonen. Verder dient verdachte zich onder behandeling te stellen van de GGZ Friesland voor zijn seksueel grensoverschrijdende gedrag. Verdachte had zich gedurende een tweetal periodes schuldig gemaakt aan misbruik van twee van zijn dochters. Het misbruik begon toen zijn oudste dochter 13 jaar oud was en heeft ongeveer anderhalf jaar geduurd. Het misbruik bij de tweede dochter vond ruim anderhalf jaar later plaats en heeft ongeveer een half jaar geduurd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 245
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730402-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 25 maart 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

[verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 maart 2016.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.J. Kuiters, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M.S. Kappeyne van de Coppello.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2010 tot 30 november 2013, te

[pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Smallingerland, meermalen, althans

eenmaal, met zijn dochter, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer]

[geboortedatum slachtoffer] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte in

voornoemde periode meermalen, althans eenmaal

- de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] betast/aangeraakt

en/of

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 2] doen of laten aftrekken,

althans aanraken en/of

- de vagina van die [slachtoffer] gepenetreerd met verdachtes penis en/of

vinger(s);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2010 tot 30 november 2013, te

[pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Smallingerland, meermalen, althans

eenmaal, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, [slachtoffer]

[slachtoffer] ( [geboortedatum slachtoffer] ), bestaande die ontucht hierin dat

verdachte in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,

- de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] heeft

betast/aangeraakt en/of

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] heeft doen of laten

aftrekken, althans aanraken en/of

- die [slachtoffer] vaginaal heeft gepenetreerd met verdachtes penis en/of

vinger(s);

2.

hij in of omstreeks de periode van 19 oktober 2014 tot en met 26 november

2015, te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Smallingerland, meermalen,

althans eenmaal, met zijn dochter, [slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2]

[geboortedatum slachtoffer 2] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , hebbende verdachte in

voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,

- de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] betast/aangeraakt

en/of

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 2] doen of laten aftrekken,

althans aanraken en/of

- die [slachtoffer 2] vaginaal gepenetreerd met verdachtes penis en/of vinger(s);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 19 oktober 2014 tot en met 26 november

2015, te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Smallingerland, meermalen,

althans eenmaal, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2] ), bestaande die ontucht

hierin dat verdachte in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,

- de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] heeft

betast/aangeraakt en/of

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 2] heeft doen of laten

aftrekken, althans aanraken en/of

- die [slachtoffer 2] vaginaal heeft gepenetreerd met verdachtes penis en/of

vinger(s).

Beoordeling van het bewijs

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het onder 1. primair en het onder 2. primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 1. primair bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 maart 2016;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 3 december 2015, opgenomen op pagina 38 van het dossier met nummer 2015347018 d.d. 21 januari 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] .

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 2. primair bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 maart 2016;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 11 december 2015, opgenomen op pagina 72 van het dossier met nummer 2015347018 d.d. 21 januari 2016, inhoudende een samenvatting van de verklaring van [slachtoffer 2] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 3 december 2015, opgenomen op pagina 66 van het dossier met nummer 2015347018 d.d. 21 januari 2016, inhoudende een verklaring van [persoon] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij in de periode van 30 november 2011 tot 22 september 2013, te [pleegplaats] , in de gemeente Smallingerland, meermalen met zijn dochter, [slachtoffer] ( [geboortedatum slachtoffer]

[geboortedatum slachtoffer] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte in

voornoemde periode meermalen

- de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] betast/aangeraakt en/of

- zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] doen aanraken en/of

- de vagina van die [slachtoffer] gepenetreerd met verdachtes penis en/of vinger(s);

2. primair

hij in de periode van 1 mei 2015 tot en met 26 november 2015, te [pleegplaats] , in de gemeente Smallingerland, meermalen met zijn dochter, [slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2]

[geboortedatum slachtoffer 2] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , hebbende verdachte in

voornoemde periode meermalen

- de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] betast/aangeraakt en/of

- die [slachtoffer 2] vaginaal gepenetreerd met verdachtes penis en/of vinger(s).

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

2. primair

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. primair en 2. primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, zulks met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de officier van justitie gevorderd de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de Reclassering Nederland en een behandeling bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord Nederland op te leggen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat uit de rapportages blijkt dat in dit specifieke gezin een langdurige gevangenisstraf niet zal helpen. Het is in het belang van het gezin dat de duur van de detentie zo kort mogelijk is en dat verdachte behandeld wordt. Hoewel terugkeer op korte termijn verantwoord wordt geacht, kan verdachte het eerste jaar bij zijn ouders wonen. Onder supervisie van de reclassering en de gezinstherapeut kan vervolgens aan de geleidelijke terugkeer binnen het gezin gewerkt worden. De raadsman verzoekt verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 24 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met voorwaarden, op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een tweetal periodes schuldig gemaakt aan misbruik van twee van zijn dochters. Het misbruik begon toen zijn oudste dochter 13 jaar oud was en heeft ongeveer anderhalf jaar geduurd. Het misbruik bij de tweede dochter vond ruim anderhalf jaar later plaats en heeft ongeveer een half jaar geduurd.

Het is gestopt doordat de oudste dochter vermoedde dat met haar zusje hetzelfde gebeurde als met haar gebeurd was, waarna de oudste dochter hierover met haar zus en vervolgens met haar moeder sprak.

Bij beide meisjes bestond het misbruik onder meer uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Verdachte heeft hiermee niet alleen op grove wijze hun lichamelijke integriteit geschonden, maar ook heeft hij het vertrouwen dat zijn dochters in hem als vader mochten hebben zeer ernstig geschaad.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik vaak nog lang de nadelige gevolgen hiervan ondervinden. De rechtbank tilt dan ook zwaar aan zaken zoals deze, waarin om die reden doorgaans forse onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd.

De rechtbank ziet in deze zaak aanleiding om de onvoorwaardelijk op te leggen straf te beperken tot een relatief korte periode en overweegt daartoe als volgt.

De psycholoog en de psychiater hebben bij verdachte geen ziekelijke stoornis of een stoornis van de geestesvermogens kunnen vaststellen. Zij achten verdachte dan ook volledig toerekeningsvatbaar. Wel heeft met name de psycholoog aangegeven dat bij verdachte sprake is van sociale en emotionele beperkingen die van invloed lijken te zijn geweest op zijn handelen. De psycholoog benoemt in het advies dat verdachte verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, open staat voor behandeling en daartoe ook gemotiveerd is. Overwogen wordt voorts dat de behandelprognose goed is en dat de kans op recidive door de psycholoog laag wordt ingeschat en door de psychiater laag tot matig. Door beiden wordt geadviseerd om een behandelverplichting in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. Door de psycholoog wordt ten slotte benadrukt dat een langdurige detentie zowel voor betrokkene, die inmiddels een aanpassings- en depressieve stoornis heeft ontwikkeld, als voor zijn gezin zeer nadelige gevolgen zal hebben. De reclassering heeft zich hierbij aangesloten en heeft geadviseerd om in het kader van een voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden van een meld- en een behandelverplichting op te leggen waarop de reclassering toezicht zal kunnen houden.

Met inachtneming van al het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat in deze specifieke zaak een langdurige gevangenisstraf, afgezien van de algemene preventie, geen redelijk strafdoel dient. Bij beperking van het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf tot een periode van zes maanden is er nog een reëel perspectief voor verdachte om terug te keren naar de maatschappij en zich opnieuw een plek op de arbeidsmarkt te verwerven. Bovendien kan in dat geval op relatief korte termijn een behandeling worden gestart, hetgeen de rechtbank gezien de persoon van verdachte en zijn positie in het gezin, van groot belang acht. Daarbij kan, (mede) in het kader van de in te zetten systeemtherapie, bezien worden of herstel van de gezinsbanden mogelijk is. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het niet wenselijk is dat verdachte meteen na detentie terugkeert naar het gezin en zij zal dan ook bepalen, een en ander zoals door de verdediging voorgesteld, dat verdachte gedurende maximaal de eerste 12 maanden van de proeftijd in het appartement bij zijn ouders zal wonen.

De rechtbank heeft bij vorenstaande afweging over de duur van het onvoorwaardelijk strafdeel ten slotte nog meegewogen dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven en vanaf het begin van het onderzoek volledig heeft erkend dat het misbruik heeft plaatsgevonden. Juist deze erkenning is doorgaans voor de slachtoffers een belangrijk element bij de verwerking van hetgeen gebeurd is.

Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 30 maanden waarvan 24 maanden voorwaardelijk met oplegging van voornoemde bijzondere voorwaarden, toezicht door de reclassering en een proeftijd van drie jaren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57 en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 24 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen 5 dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zoutbranderij 1 in Leeuwarden;

2. dat de verdachte gedurende het eerste jaar van de proeftijd na zijn ontslagdatum uit detentie gaat wonen in het appartement bij zijn ouders op het [adres ouders verdachte] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van drie jaren onder behandeling zal stellen van de forensische psychiatrie van GGZ Friesland of soortgelijke ambulante forensische zorg, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn seksueel grensoverschrijdende gedrag.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Dölle, voorzitter, mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme en mr. E.G.C. Groenendaal, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 maart 2016.

Mr. Groenendaal is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Lootsma-Oude Nijeweme

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

locatie Leeuwarden,

Postma-Westerhof