Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:2777

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-06-2016
Datum publicatie
17-06-2016
Zaaknummer
5038540 \ AR VERZ 16-122
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbinding op de h-grond, beëindiging zelfstandig bedrijfsonderdeel.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 669
Burgerlijk Wetboek Boek 7 670
Burgerlijk Wetboek Boek 7 670a
Burgerlijk Wetboek Boek 7 671b
Burgerlijk Wetboek Boek 7 672
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1729
RAR 2016/142
JAR 2016/178
AR-Updates.nl 2016-0659
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 5038540 \ AR VERZ 16-122

beschikking van de kantonrechter ex artikel 7:671b lid 1 BW d.d. 1 juni 2016

inzake

de stichting STICHTING RENN4,

gevestigd te Groningen,

verzoekster,

gemachtigde: mr. M.H. Boogers,

tegen

[Werknemer] ,

wonende te [Plaats] ,

verweerder,

gemachtigde: mr. S.G. Volbeda.

Partijen zullen hierna de werkgever en de werknemer worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

De werkgever heeft een verzoek ingediend om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden, ingekomen ter griffie op 29 april 2016.

1.2

De werknemer heeft een verweerschrift ingediend, ingekomen ter griffie op 26 mei 2016.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 mei 2016. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.

2 De beoordeling

2.1.

De werkgever verzoekt ingevolge artikel 7:671b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden.

Aan dit verzoek legt de werkgever primair ten grondslag dat er sprake is van het noodzakelijkerwijs vervallen van de arbeidsplaats van de werknemer als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering, als omschreven in artikel 7:669 lid 3 onderdeel a BW, subsidiair dat er sprake is van omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren als omschreven in artikel 7:699 lid 3 onderdeel h BW. Het UWV heeft op 1 maart 2016 de werkgever de toestemming om de arbeidsovereenkomst met de werknemer op te zeggen geweigerd in verband met het feit dat er sprake is van een opzegverbod, aangezien de werknemer korter dan twee jaar ziek is. De werkgever voert ter onderbouwing van haar verzoek aan dat het bedrijfsonderdeel waarvoor de werknemer werkzaam is, SENSOR, per 1 augustus 2016 wordt beëindigd, doordat de overheidsfinanciering per die datum definitief stopt. De werkgever heeft dit in haar verzoekschrift nader toegelicht. Herplaatsing van de werknemer binnen de organisatie van de werkgever is niet mogelijk. De werkgever verzoekt om ontbinding per 1 augustus 2016.

2.2.

De werknemer erkent dat er sprake is van omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De werknemer betwist niet dat er geen mogelijkheden voor herplaatsing meer zijn. De werknemer betwist evenmin dat bij een ontbinding per 1 augustus 2016 de volledige opzegtermijn in acht wordt genomen.

2.3.

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een redelijke grond in de zin van artikel 7:669 lid 3 onderdeel a danwel onderdeel h BW, overweegt de kantonrechter als volgt. Voor toewijzing op de primair aangevoerde grond voor ontbinding (7: 671b lid 1, aanhef en sub b, BW jo. artikel 7:669 lid 3, onderdeel a, BW) is geen plaats nu krachtens artikel 7:671b lid 2 BW ook de kantonrechter is gebonden aan het opzegverbod als bedoeld in artikel 7: 670 BW en werknemer nog ziek is. Door het UWV is geoordeeld dat er sprake is van het verval van arbeidsplaatsen, dat afspiegeling niet aan de orde is doordat alle arbeidsplaatsen binnen het bedrijfsonderdeel SENSOR komen te vervallen en dat er geen sprake is van herplaatsingsmogelijkheden. Zoals partijen hebben aangevoerd is er, gelet op de beëindiging van het zelfstandige bedrijfsonderdeel SENSOR ten gevolge van het wegvallen van de overheidsfinanciering en het daarmee verband houdende vervallen van alle arbeidsplaatsen in dat bedrijfsonderdeel, in het onderhavige geval sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, aanhef en sub a BW jo. artikel 7:669 lid 3, onderdeel h, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn.

2.4.

De kantonrechter acht het verzoek van de werkgever op voormelde grond toewijsbaar, nu partijen het er over eens zijn dat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop de opzegverboden betrekking hebben.

2.5.

De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van partijen dat bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2016 de opzegtermijn als bedoeld in artikel 7:672 BW in acht wordt genomen, zodat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onder a BW zal worden ontbonden per 1 augustus 2016.

2.6.

Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2016;

3.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2016 door

mr. A. van der Meer, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c: 471