Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:2607

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-06-2016
Datum publicatie
02-06-2016
Zaaknummer
18.850046-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op 18 januari 2013 tweemaal schuldig gemaakt aan doodslag. Onderzoek heeft onder meer bestaan uit een reconstructie. Aan verdachte is een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 287
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummers: 18/850046-13 en 18/232368-12 (ter terechtzitting gevoegd)

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 juni 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende te [woonplaats] ,

thans preventief gedetineerd in [verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

24 april 2014, 29 en 30 oktober 2015 en 23 mei 2016.

Verdachte is verschenen, laatstelijk bijgestaan door mr. M.M. Kuyp, advocaat te Amsterdam.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.F. Severs.

Tenlastelegging

Parketnummer 18/850046-13

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, (onder meer),

- een koord, althans een voorwerp, om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 1] aangebracht en/of een of

meer andere handelingen ten aanzien van dat koord, althans dat voorwerp, verricht en/of (vervolgens) dat koord, althans dat voorwerp, aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun handen de keel van die [slachtoffer 1] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 1] aangebracht en/of een of meer (andere)

strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 1] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- een doek in de mond en/of keelholte van die [slachtoffer 1] gepropt/geduwd, en/of

- een plastic zak over het hoofd van die [slachtoffer 1] getrokken en/of die zak vervolgens met een koord dicht geknoopt, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat

opzet, (onder meer),

- een koord, althans een voorwerp, om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 1] aangebracht en/of een of meer andere handelingen ten aanzien van dat koord, althans dat voorwerp, verricht en/of (vervolgens) dat koord, althans dat voorwerp, aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun handen de keel van die [slachtoffer 1] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 1] aangebracht en/of een of meer (andere)

strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 1] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- een doek in de mond en/of keelholte van die [slachtoffer 1] gepropt/geduwd, en/of

- een plastic zak over het hoofd van die [slachtoffer 1] getrokken en/of die zak vervolgens met een koord dicht geknoopt, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1]

geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal (met geweld en/of een valse sleutel), al dan niet gepleegd in vereniging, van een computer (laptop), mobiele telefoon en/of levensmiddelen en/of andere goed(eren) van die [slachtoffer 1] , en/of mishandeling van die [slachtoffer 1] , en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving van die [slachtoffer 1] , en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/die feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet, (onder meer),

- een koord, althans een voorwerp, om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 1] aangebracht en/of een of meer andere handelingen ten aanzien van dat koord, althans dat voorwerp, verricht en/of (vervolgens) dat koord, althans dat voorwerp, aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun handen de keel van die [slachtoffer 1] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 1] aangebracht en/of een of meer (andere)

strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 1] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- een doek in de mond en/of keelholte van die [slachtoffer 1] gepropt/geduwd, en/of

- een plastic zak over het hoofd van die [slachtoffer 1] getrokken en/of die zak vervolgens met een koord dicht geknoopt, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een laptopcomputer en/of een tas (inhoudende onder meer etenswaar en/of een of meet kranten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s),

- een koord, althans een voorwerp, om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangebracht en/of een of meer andere handelingen ten aanzien van dat koord, althans dat voorwerp, heeft/hebben

verricht en/of (vervolgens) dat koord, althans dat voorwerp, heeft/hebben aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun handen de keel van die [slachtoffer 1] heeft/hebben dicht gedrukt en/of dicht gedrukt heeft/hebben gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangebracht en/of een of meer (andere) strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen heeft/hebben aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 1] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- een doek in de mond en/of keelholte van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gepropt/geduwd, en/of

- een plastic zak over het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben getrokken en/of die zak vervolgens met een koord heeft/hebben dicht geknoopt, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt,

terwijl voornoemd feit de dood voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] , meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade

zwaar lichamelijk letsel, te weten:

- bloeduitstortingen in de schedelhuid en/of in het gezicht en/of in beide oorschelpen als gevolg van meermalen, althans eenmaal toegepast uitwendig inwerkend mechanisch stomp geweld, en/of

- breuken van het tongbeen en/of het strottenhoofd als gevolg van zeer heftig samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals en/of mondbodem, en/of

- gebroken ribben en/of borstbeen als gevolg van heftig botsend geweld op de romp,

heeft toegebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, (onder meer),

- een koord, althans een voorwerp, om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 1] aangebracht en/of een of meer andere handelingen ten aanzien van dat koord, althans dat voorwerp, verricht en/of (vervolgens) dat koord, althans dat voorwerp, aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun handen de keel van die [slachtoffer 1] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 1] aangebracht en/of een of meer (andere)

strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 1] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- een doek in de mond en/of keelholte van die [slachtoffer 1] gepropt/geduwd, en/of

- een plastic zak over het hoofd van die [slachtoffer 1] getrokken en/of die zak vervolgens met een koord dicht geknoopt, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt,

terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, (onder meer),

- een voorwerp om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 2] aangebracht en/of een of meer andere handelingen ten aanzien van dat voorwerp verricht en/of (vervolgens) dat voorwerp aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun, handen de keel van die [slachtoffer 2] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 2] aangebracht en/of een of meer (andere)

strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 2] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt, en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal in de

hals/halsstreek en/of arm van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet, (onder meer),

- een voorwerp om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 2] aangebracht en/of een of meer andere handelingen ten aanzien van dat voorwerp verricht en/of (vervolgens) dat voorwerp aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun, handen de keel van die [slachtoffer 2] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 2] aangebracht en/of een of meer (andere)

strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 2] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt, en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal in de

hals/halsstreek en/of arm van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal (met geweld en/of een valse sleutel), al dan niet gepleegd in vereniging, van een mobiele telefoon en/of een SIM-kaart en/of andere goed(eren) van die [slachtoffer 2] , en/of mishandeling van die [slachtoffer 2] , en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/die feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet, (onder meer),

- een voorwerp om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 2] aangebracht en/of een of meer andere handelingen ten aanzien van dat voorwerp verricht en/of (vervolgens) dat voorwerp aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun, handen de keel van die [slachtoffer 2] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 2] aangebracht en/of een of meer (andere)

strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 2] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt, en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal in de

hals/halsstreek en/of arm van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een simkaart en/of (een) ander(e) goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s),

- een voorwerp om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 2] heeft/hebben aangebracht en/of een of meer andere handelingen ten aanzien van dat voorwerp heeft/hebben verricht en/of (vervolgens) dat voorwerp heeft/hebben aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun handen de keel van die [slachtoffer 2] heeft/hebben dicht gedrukt en/of dicht gedrukt

heeft/hebben gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 2] heeft/hebben aangebracht en/of een of meer (andere) strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen heeft/hebben aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 2] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt, en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen althans eenmaal in de

hals/halsstreek en/of arm van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gestoken en/of gesneden,

terwijl voornoemd feit de dood voor die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 18januari 2013, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] , meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade

zwaar lichamelijk letsel, te weten:

- veel onderhuidse bloeduitstortingen en/of oppervlakkige huidkneuzingen verspreid over het hoofd, de zachte hersenvliezen, het gezicht, de hals, de romp, de handen en vingers, als gevolg van meermalen opgelopen uitwendig inwerkend stomp botsend geweld, en/of

- breuken van het schildkraakbeen rechts, het tongbeen rechts en het linker bovenste hoorntje van het strottenhoofd als gevolg van omsnoerend, samendrukkend en/of comprimerend geweld op de hals,en/of

- steekverwondingen met oppervlakkige perforatie van de weke delen van de hals met daarbij links gerelateerde perforatie van het schildkraakbeen als gevolg van meermalen opgelopen scherprandige perforatie aan de hals, en/of

- steekverwondingen aan de linkerbovenarm,

heeft toegebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, (onder meer),

- een voorwerp om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 2] aangebracht en/of een of meer andere handelingen

ten aanzien van dat voorwerp verricht en/of (vervolgens) dat voorwerp aangetrokken waardoor

samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met zijn/hun handen de keel van die [slachtoffer 2] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 2] aangebracht en/of een of meer (andere)

strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 2] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, en/of

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt, en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen althans eenmaal in de

hals/halsstreek en/of arm van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden,

terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

parketnummer 18/232368-12

1.

hij op of omstreeks 31 maart 2012 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop en/of meerdere, althans een telefoon(s) en/of een fotocamera en/of een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2.

hij in of omstreeks de periode van 5 april 2012 tot en met 3 mei 2012 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een muntenverzameling en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 30 juni 2012 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of meerdere, althans een siera(a)d(en) en/of een autoradio en/of een navigatiesysteem en/of een fototoestel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 18/850046-13

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde 1

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 2 primair ten laste gelegde niet kan worden bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er erg weinig bekend is over wat er precies in welke volgorde is gebeurd, in welk tijdsbestek één en ander zich heeft afgespeeld en hoe snel het is gegaan. Er is geen sprake geweest van voorbedachte raad. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het onder 2 primair ten laste gelegde.

Op grond van de stukken in het dossier kan het onder 2 subsidiair ten laste gelegde wel worden bewezen.

De officier van justitie acht het door verdachte aangevoerde alternatieve scenario volstrekt ongeloofwaardig. Het was verdachte die [slachtoffer 2] om het leven heeft gebracht. Hij heeft haar voordat hij haar om het leven bracht, ernstig mishandeld. Na haar dood heeft hij haar GSM en simkaart meegenomen. Hij heeft derhalve die doodslag gepleegd, terwijl die is voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van twee andere strafbare feiten en kennelijk met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf straffeloosheid of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van de stukken in het dossier het onder 1 primair ten laste gelegde kan worden bewezen. De verklaringen die verdachte heeft afgelegd over zijn confrontatie(s) met [slachtoffer 1] zijn onbetrouwbaar, wellicht deels leugenachtig, omdat ze strijdig zijn met andere vastgestelde feiten en omstandigheden. Alle aangetroffen (forensische) sporen wijzen naar verdachte en niemand anders. Er kan wettig en overtuigend worden bewezen dat [slachtoffer 1] door verdachte om het leven is gebracht.

Op grond van de bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsels en de manier waarop hij om het leven is gebracht is er sprake van opzet op de dood van [slachtoffer 1] .

In het dossier zijn de volgende aanwijzingen te vinden voor de aanwezigheid van voorbedachte raad:

- verdachte is van ‘s ochtends vroeg tot aan het einde van de middag bezig geweest met het zoeken naar geld, drugs en onderdak;

- nadat hij eerst [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven had beroofd, met vermoedelijk roof als motief heeft hij in de loop van de middag drugs op de pof gekocht, met de afspraak deze te betalen met beltegoed;

- vanaf omstreeks 15:30 uur hangt verdachte rond bij de woning van [slachtoffer 1] ;

- uiterlijk rond 16:45 uur heeft hij zich toegang tot de woning van [slachtoffer 1] verschaft en heeft daar op kosten van [slachtoffer 1] zijn beltegoed opgewaardeerd;

- [slachtoffer 1] komt waarschijnlijk rond 18:38 uur thuis; hij wordt daar opgewacht door verdachte;

- tussen 18:38 en 19:45 uur (dus meer dan een uur) heeft de verdachte de tijd genomen - nadat hij [slachtoffer 1] vanaf ongeveer 16.45 in de woning heeft opgewacht - om [slachtoffer 1] in elkaar te schoppen en te slaan, een doek diep in zijn mond en keel te proppen, een plastic tas over zijn hoofd te trekken, een nylon koord in ieder geval over de tas rond de hals te wikkelen en vast te knopen, en vermoedelijk ook rond de polsen en de enkels en -

tot slot - zijn slachtoffer te wurgen. De spullen die hij daarvoor heeft gebruikt, te weten de doek, de tas en het touw, moet hij eerst bij elkaar hebben gezocht in de woning van

[slachtoffer 1] , of hebben meegenomen, of een combinatie daarvan. In ieder geval heeft hij kennelijk voorbereidingen getroffen om met [slachtoffer 1] te doen wat hij met hem heeft gedaan.

Al deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien leiden tot de conclusie dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer 1]

opzettelijk en met voorbedachte raad van het leven heeft beroofd, zoals onder 1 primair is ten laste gelegd.

Parketnummer 18/232368-12

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde moet verdachte worden vrijgesproken, aangezien zich in het dossier voor deze feiten slechts een aangifte bevindt, terwijl de beide verdachten ontkennen. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde kan, op grond van de aangifte en de bekennende verklaringen van [medeverdachte 1] en verdachte, diefstal in vereniging van de fiets worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

Parketnummer 18/850046-13

Ten aanzien van beide feiten op deze tenlastelegging gaat de verdediging uit van het navolgende scenario.

In 2011 heeft verdachte [persoon] ontmoet, die zich evenals verdachte bezighield met het leeghalen van weedhokken en het oplichten van mensen. In maart 2012 is verdachte samen met [persoon] en twee anderen naar een kwekerij in de buurt van [plaats 1] gegaan en is deze kwekerij leeggeroofd. Er zijn toen vijf vuilniszakken weed buitgemaakt. De weed is gedroogd en luchtdicht in sealbags verpakt. Het ging om in totaal 35 kg droge hennep. Verdachte heeft vervolgens de weed bij [slachtoffer 1] , bij wie [medeverdachte 1] en hij toen in de woning verbleven, verstopt onder het bed. [slachtoffer 1] wist hiervan en hij zou een vergoeding ontvangen. Toen verdachte bij [slachtoffer 2] ging wonen heeft hij twee zakken verplaatst naar de woning van [slachtoffer 2] en daar bewaard in zwarte vuilniszakken achter de bank, onder zijn kleding, die ook in die vuilniszakken zat. In juni 2012 zijn verdachte en [medeverdachte 1] aangehouden. Verdachte kwam in oktober 2012 vrij. Kort nadat verdachte op vrije voeten was, is hij naar [slachtoffer 1] gegaan om te vragen naar de weed, maar de weed was er niet meer. Op 31 december 2012 ging verdachte zijn spullen halen bij [slachtoffer 2] . De twee vuilniszakken met kleding en onderin de weed die bij [slachtoffer 2] lagen bleken eveneens spoorloos te zijn.

Kort na Nieuwjaar heeft verdachte aan [persoon] verteld wat er gebeurd was. In het circuit is het

kwijtraken van handel een groot probleem. In de nacht van 17 op 18 januari 2013 zijn twee mannen, [man 1] en [man 2] , naar de [locatie 1] in [pleegplaats] gekomen. De mannen wilden geld zien, of wilden zien waar de weed opgeslagen was. Daarbij is aan verdachte een wapen getoond. Verdachte is toen samen met [man 1] en [man 2] in een auto gestapt en heeft zowel het huis van [slachtoffer 1] als van [slachtoffer 2] aan de mannen aangewezen. Daarna is verdachte afgezet en is hij weer naar huis gegaan.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

In aanvulling op eerder genoemd scenario geldt verder nog het volgende. Een uur nadat hij thuis was afgezet door [man 1] en [man 2] is verdachte gebeld (op zijn Samsung telefoon met buitenlands nummer) door [persoon] . Hij zei dat verdachte naar de [winkel] moest komen. Daar trof verdachte de beide mannen, [man 1] en [man 2] , die hij eerder had ontmoet, en ook [slachtoffer 2] , die op de grond lag. Ook daar is hij bedreigd met een vuurwapen. Nadat verdachte [slachtoffer 2] had aangeraakt, heeft hij haar op aandringen van [man 1] en [man 2] naar haar woning getild. Verder heeft verdachte ook de telefoon van [slachtoffer 2] meegenomen. [persoon] is onlangs overleden. Verdachte durft over vorenstaande daarom nu pas te verklaren.

De raadsman betwist de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [medeverdachte 1] , [getuige 4] en [getuige 5] . De verklaringen van deze getuigen zijn veelal afgelegd onder invloed van drugs en onderhevig aan collusie wegens contact met andere getuigen en/of mensen op straat en getuigen die aanwezig zijn bij verhoren van andere getuigen. Bovendien valt niet meer te toetsen of de getuigen zaken zelf hebben waargenomen, van de politie hebben gehoord of dat zij zelf conclusies hebben getrokken en deze presenteerden als waarnemingen. De raadsman verzoekt zowel de verklaringen van deze getuigen als de verschillende tap- en OVC-gesprekken met deze getuigen uit te sluiten van het bewijs, nu deze onvoldoende betrouwbaar zijn en niet getoetst kunnen worden.

Door de verdediging wordt de doodsoorzaak van [slachtoffer 2] niet betwist, maar wel de betrokkenheid van verdachte daarbij. De verdediging gaat daarbij uit van het hiervoor weergegeven scenario. De resterende bewijsmiddelen passen bij dit scenario. Volgens het NFI passen de uitkomsten van het vezelonderzoek niet beter bij het scenario van het openbaar ministerie dan bij het scenario van verdachte. Het bloed van [slachtoffer 2] moet al in een eerder stadium op de paarse schoenen terecht zijn gekomen, door bijvoorbeeld kuchen van [slachtoffer 2] of door het feit dat [slachtoffer 2] een wondje had, toen de schoenen nog in de woning van [slachtoffer 2] stonden. Verdachte droeg deze schoenen immers niet toen hij haar de woning in droeg.

Ook op grond van de overige door het NFI verrichte onderzoeken, alsmede de overige bewijsmiddelen in het dossier, waaronder de tap- en OVC-gesprekken, kan niet worden geconcludeerd dat het boven iedere twijfel verheven is dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 2] om het leven heeft gebracht. De raadsman verzoekt dan ook om verdachte integraal vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

In aanvulling op eerder genoemd scenario geldt nog het volgende.

Verdachte betwist niet dat hij op 18 januari 2013 in de woning van [slachtoffer 1] is geweest. Hij deed dit om te kijken of daar alles in orde was en ook om beltegoed op te waarderen. Hij heeft een tijd voor de woning gewacht en is toen naar binnen gegaan. Hij is nog even naar de [locatie 2] geweest en kwam toen een jongen tegen die hem een tas met boodschappen heeft verkocht voor € 10 en een bolletje. Hij ging weer terug naar de woning van [slachtoffer 1] om te kijken of het beltegoed inmiddels was opgewaardeerd. Het is goed mogelijk dat het iets later dan 18:00 uur was dat verdachte de woning van [slachtoffer 1] verliet. Hij heeft uit de woning een laptop meegenomen. De telefoon van [slachtoffer 1] had hij al eerder in zijn bezit. Verdachte is [slachtoffer 1] vervolgens op straat tegengekomen, waarna er op straat een vechtpartij heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft daarbij geschopt en geslagen. Daarna heeft hij zijn spullen gepakt en daarbij per ongeluk ook de tas met boodschappen van [slachtoffer 1] meegenomen.

Er kan niet eenduidig komen vast te staan wanneer [slachtoffer 1] zijn woning is binnengegaan. Evenmin kan eenduidig worden vastgesteld wanneer verdachte in de woning van [slachtoffer 1] is geweest.

Ook ten aanzien van dit feit wordt door de raadsman de betrouwbaarheid van de getuigen uit de kring rond verdachte betwist zoals reeds bij het onder 2 ten laste gelegde is aangevoerd.

De overige bewijsmiddelen zijn verenigbaar met de gebeurtenissen zoals die zich volgens het scenario van de verdediging hebben voorgedaan. Uitgaande van het scenario van het openbaar ministerie, inhoudende dat [slachtoffer 1] in zijn woning door verdachte is gedood, is het onverklaarbaar dat in de woning geen enkel voetbloedspoor althans bebloede schoenafdruk van verdachte is aangetroffen.

Ten aanzien van de niet door brand aangetaste bladblazer, die in de woning is aangetroffen tussen de totaal weggebrande arm van [slachtoffer 1] en de muur, heeft de raadsman het navolgende aangevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de armen van [slachtoffer 1] het hevigst hebben gebrand. De enige logische verklaring voor het verschil in intensiteit van verbranding is dat er op specifieke onderdelen geforceerd meer lucht is toegevoerd, bijvoorbeeld door een bladblazer. Mogelijk is de dader gestoord toen de buurman poolshoogte ging nemen, en is de dader weggegaan. Hierdoor is de toegevoerde geforceerde lucht weggevallen en is de brandtemperatuur gezakt. De bladblazer is, gelet op het gebrek aan brandsporen op het apparaat, kort voor de komst van de brandweer door de dader achtergelaten. Het is dan ook aannemelijk dat de brand, voordat de brandweer ter plaatste was, niet langer heeft gewoed dan 30 minuten. Indien van vorenstaande wordt uitgegaan is de brand op een tijdstip kort voor ontdekking gestart, op een tijdstip waarop verdachte al lang niet meer in de woning kan zijn geweest. Het is onwaarschijnlijk dat verdachte de brand heeft aangestoken en dat verdachte in de woning aanwezig was tijdens het overlijden van [slachtoffer 1] .

De raadsman verzoekt dan ook om verdachte vrij te spreken van het onder 1 ten laste gelegde.

Wanneer de rechtbank niet uit gaat van voornoemde lezing betreffende de bladblazer, verzoekt de raadsman om de zaak aan te houden teneinde The Maastricht Forensic Institute (TMFI) aanvullend onderzoek te laten verrichten.

Parketnummer 18/232368-12

De raadsman is, met de officier van justitie, van mening dat verdachte, bij gebrek aan voldoende wettig bewijs, voor het onder 2 en 3 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de elementen 'laptop', 'telefoon(s)' en 'fotocamera', nu ook hiervoor het wettig bewijs ontbreekt.

Zowel de medeverdachte als verdachte bekennen dat zij de fiets hebben weggenomen. Dit deel van de tenlastelegging kan wel worden bewezen.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

Parketnummer 18/850046-13

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2013, opgenomen op pagina A 449 e.v. van dossier 01TGO13002 d.d. 7 februari 2014 van de politie Noord Nederland, inhoudende de relatering van verbalisanten:

Door het personeel van de meldkamer van de politie Noord Nederland werden wij op vrijdag 18 januari 2013 omstreeks 13:24 uur, gezonden naar de [straat 1] te [pleegplaats] .
Aldaar zouden bekenden van de bewoonster voor de deur staan die geen contact met haar konden krijgen. Ter plaatse aangekomen zagen wij dat een ambulancebroeder in de gang stond en hoorden dat hij mededeelde dat de bewoonster, [slachtoffer 2] , was overleden. Hierop liep hij voor ons uit naar de woonkamer, alwaar hij ons wees op een vrouwspersoon, die op de grond lag.

Een proces-verbaal schouw en onderzoek [slachtoffer 2] , d.d. 28 januari 2013 opgenomen op pagina B144 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisanten

Om het geschatte tijdstip van overlijden te bepalen is gebruik gemaakt van het zogenaamde monogram van Henssge. Het tijdstip van overlijden van [slachtoffer 2] zou op basis hiervan op 18 januari 2013 tussen 02:00 uur en 11:00 liggen.

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut "Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood" d.d. 24 januari 2013, opgemaakt door A. Maes, arts en patholoog, opgenomen op pagina B 879 e.v. van dossier 01TGO13002 d.d. 7 februari 2014 van de politie Noord Nederland, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] , is het navolgende gebleken. Bij sectie waren er als gevolg van meermalen bij leven opgelopen uitwendig inwerkend stomp botsend geweld veel onderhuidse bloeduitstortingen en oppervlakkige huidkneuzingen verspreid over het hoofd, de zachte hersenvliezen, het gezicht, de hals, de romp en de handen en vingers. Hierbij kunnen slaan/stompen/schoppen/vallen worden overwogen. De bloeduitstortingen aan de handen en vingers passen bij afweerletsels. Als gevolg van omsnoerend, samendrukkend en/of comprimerend geweld op de hals waren er breuken van het schildkraakbeen rechts, het tongbeen rechts en het linker bovenste hoorntje van het strottenhoofd ontstaan. Hierbij kan worden gedacht aan o.a. wurghandelingen en strangulatie maar ook stompen/slaan/schoppen op de hals kunnen worden overwogen.

Als gevolg van meermalen bij leven opgelopen scherprandige perforatie aan de hals waren er steekverwondingen met oppervlakkige perforatie van de weke delen van de hals met daarbij links gerelateerde perforatie van het schildkraakbeen. De steekverwondingen zijn het gevolg van steken met een scherp voorwerp en passen bij steken met een of meer messen. Er waren aan de linker bovenarm kleine bij leven opgelopen perforatieopeningen passend bij prikken met een scherppuntig voorwerp zoals een of meer messen. Het overlijden wordt zondermeer verklaard door verstikking als gevolg van bij leven opgelopen omsnoerend en/of samendrukkend geweld op de hals. Mogelijk dat bloedverlies door bij leven opgelopen steekverwondingen aan de hals aan het overlijden heeft bijgedragen.

De door verdachte op de terechtzitting van 29 oktober 2015 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik had op 18 januari 2013 inderdaad in de ochtend de telefoon van [slachtoffer 2] in mijn bezit en heb hier ook mee gebeld en ge-sms't.

Ik heb [getuige 1] inderdaad op 18 januari 2013 een sms-bericht verstuurd met daarin de mededeling dat ik echt in de shit zat.

Een proces-verhaal van verhoor verdachte, d.d 3 juni 2014, opgenomen op pagina 19 van de aanvulling op einddossier, d.d. 14 januari 2015, inhoudende de verklaring van verdachte

Volgens mij heb ik in de loop van de ochtend contact gehad met [getuige 1] met de telefoon van [slachtoffer 2] . In eerste instantie was dat omdat ik aan iemand kwijt wou wat er was gebeurd.

Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 19 januari 2013, opgenomen op pagina A 1748 e.v., van dossier 01TGO13002 d.d. 7 februari 2014 van de politie Noord Nederland, inhoudende de verklaring van [getuige 1] , zakelijk weergegeven:

Ik ben vanochtend vroeg op 18 januari 2013 ongeveer tussen 6 en half 7 weggegaan naar [plaats 2] . [verdachte] (nb: de rechtbank begrijpt dat hiermee verdachte wordt bedoeld) was al een half uur voor mij weggegaan. Ik heb hem rond 11 uur weer gezien met die telefoon. Ik lees nu een sms voor die ik van [verdachte] vanochtend kreeg om 07:47.2 "Baby ik zit echt maar dan ook echt in de shit. Ik heb er een zooitje van gemaakt. Kom straks alsjeblieft naar huis. Ik zit ondergedoken ergens. Voor een paar uur. Bel als je kom ma doe rustig aan. Heel rustig aan please. Ben rond half 11 weer op weg naar huis toe. Kom je eerder dan bel ik zit ergens. Nu zonder gelul ik heb je nodig. Vergeet alles wat je denkt, ik ben helemaal doorgeflipt. Ik hou van je [verdachte] . Ma dit komt niet goed."

Ik heb hem daarna nog gebeld. Hij was heel vaag en in de war. Hij had me nodig en wat moet ik nou. Hij had het over bloed. Hij had ergens in huis ruzie gehad en toen hij bijkwam zat alles onder het bloed. Hij had het ook over dingen weggooien.

Het was daar uit de hand gelopen. Hij zei ook nog een mes onder het bloed. Over het mes verklaarde hij dat die onder het bloed zat. Hij was heel manisch en paniekerig.

Een proces- verbaal van verhoor getuige, d.d. 19 januari 2013, opgenomen op A 1766 e.v., van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1] :

(Vraag: "Weet jij waar dit hele onderzoek om draait?" ) Het gaat om [slachtoffer 2] . Uit de [wijk] . Die vrouw woont in een flat. Het had iets te maken met steken. [verdachte] heeft daar gewoond. Hij had het ook gehad over dat bloed op dat mes. Ik denk dat die telefoon het abonnement was van die vrouw. Ook snap ik nu waarom hij schrok toen de telefoon ging.

Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 18 januari 2013, opgenomen op pagina A 1722 e.v., inhoudende de verklaring van [getuige 2] , zakelijk weergegeven:

[verdachte] is vanochtend rond 07:00 uur weggegaan. Vanmorgen op 18 januari 2013 om 8:30 ongeveer belde hij. Hij belde op dat hij domme dingen had gedaan. Hij zou stommiteiten hebben uitgehaald. Vervolgens gaf hij aan dat hij naar huis zou komen. Hij is uiteindelijk wel thuisgekomen. Dit is volgens mij omstreeks 11:00 geweest. Hij had een telefoon bij zich, die niet van hem was. Dit was een zwarte telefoon. Die ging af. Vervolgens liep hij naar buiten toe en gooide hij die kapot. (Vraag:” Vanochtend had u hem aan de lijn?” ) Volgens mij riep hij ook nog iets van 'gestoken' of zoiets. Hij had iets stoms gedaan uit kwaadheid.

Een proces-verbaal uitluisteren OVC 19 april 2013, d.d. 29 april 2013, opgenomen op pagina C 481 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Op maandag 29 april 2013, heb ik een OVC (Opnemen Vertrouwelijke Communicatie) gesprek uitgeluisterd tussen de [verdachte] en bezoeker [getuige 1] .

Het gesprek vond plaats op vrijdag 19 april 2013, in de bezoekruimte van het Huis van Bewaring te Ter Apel.

[verdachte] = [M]

[getuige 1] = [A]

Samenvatting van gesprek (pagina C490 e.v):

M: Nou ik zal jou zeggen, ze hebben, kijk ze hebben mijn telefoon gepeild, ja? Maar mijn telefoonpeiling is bij [locatie 5] , is niet in de [straat 2] .

A : (onverstaanbaar)

M : Nja? Dus ze zeggen ik ben ik was in de buurt, ja? Ze zeggen ik ben binnen

in zijn huis geweest op...

A : (onverstaanbaar)

M : ..op het moment dat hij d'r niet was.

A : Is dat zo?

M : Op het moment dat hij d'r niet was? Hmm, ja.

A : Hahhah (lacht).

M : Ja, daar laat ik mij niet over uit.

A : Hahha (lacht).

M : Toch?

A : (onverstaanbaar) niet meegenomen.

M : Nee.

A : (onverstaanbaar klinkt als: dan was het tenminste ook nog een beetje)

normaal gegaan (onverstaanbaar).... Ik ben heel goed in schoonmaken.

M : Ja., ik ook Daarom flipte ik ook zo dat jullie politie hadden gebeld.

A : Ikke noit (fonetische zin).

M : Met [persoon 1] ja, serieus.

Verklaring van [getuige 2] , ten overstaan van de rechter-commissaris, afgelegd in Colombia d.d. 5 februari 2014:

[verdachte] heeft op 18 januari 2013 gezegd dat hij zwaar in de problemen zat. Het staat mij bij dat hij het woord "stekerij" heeft gebruikt.

Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 28 januari 2013, opgenomen op pagina A 1953 e.v., van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 5] ( [bijnaam] ), zakelijk weergegeven:

Vrijdagmorgen, de dag dat hij gepakt is door de politie, een week geleden, belde [verdachte] mij rond 07:00 uur. [verdachte] is dan bij [persoon 1] . De telefoon staat dan op de luidspreker en ik hoor [persoon 1] op de achtergrond schelden. Ik weet dan dat [verdachte] dus op de [locatie 1] is. Zo rond 10:00 uur belde [verdachte] mij opnieuw. Ik denk dat dit zo rond 10:00 uur was.3 [verdachte] huilde. Hij zegt tegen mij: "Ik denk dat die vrouw dood is". Ik vraag waar hij is. Hij zegt dan dat hij op straat is. [verdachte] zegt dat zijn handen onder het bloed zitten. [verdachte] zegt ook dat hij denkt dat het hoofd van de vrouw tegen de tafel is geslagen. Die vrouw ligt op de grond. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat volgens hem die vrouw dood was.

Een proces-verbaal d.d. 7 maart 2013, opgenomen op pagina C 17 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

De onder verdachte inbeslaggenomen laptop is onderzocht. Uit de internethistorie blijkt dat er op verschillende tijdstippen is ingelogd op [hotmailaccount] .

Om 17:29:20 uur werd als zoekopdracht ' [huismoord] ' op de website ingevuld.4

Een proces-verbaal van bevindingen, d.d.16 april 2013, opgenomen op pagina A553 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Ik heb onderzoek verricht naar of er op vrijdag 18 januari 2013 voor 17:30 informatie op internet aanwezig was waaruit kon blijken dat het [slachtoffer 2] in een woning aan de [straat 1] in [pleegplaats] is overleden. Op 18 januari 2013 omstreeks 23:33 is er een dergelijke bericht op internet geplaatst.

Een proces-verbaal d.d. 5 februari 2013 opgenomen op pagina B 246 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

De kleding welke de [verdachte] bij zijn aanhouding had gedragen was door medewerkers van voormeld cellencomplex in afzonderlijke papieren zakken verpakt. Bij mijn onderzoek heb ik de navolgende sporen veilig gesteld en in beslag genomen

o.a.:

Goednummer: PLO1N3-2013007075-307144

Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel

Object: Kleding (Vest)

Kleur: Grijs

SIN: AADF5832NL

Goednummer: PLO1N3-2013007075-307135

Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel

Object: Kleding (Jas)

Kleur: Blauw

SIN: AADF5838NL

Bijzonderheden: Blauw/wit jack, vintage college, bebloed aan mouwen.

Goednummer: PLO1N3-2013007075-307134

Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel

Object: Kleding (Trui)

Merk: Active Sport

Kleur: Rood

SIN: AADF5839NL

Bijzonderheden Rood/zwarte fleece trui

Een proces-verbaal doorzoeking [locatie 1] [nummer 1] d.d. opgenomen op pagina B 493 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Op 19 januari 2013 werd er door ons onderzoek gepleegd in de woning van verdachte aan de [locatie 1] [nummer 1] te [pleegplaats] . In de slaapkamer troffen wij een paar Nikes Air in de kleur paars aan. Deze schoenen werden voorzien van SIN AAES3165NL.

Een proces-verbaal schouw en onderzoek [slachtoffer 2] , d.d. 28 januari 2013, opgenomen op pagina B144 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisanten

Het slachtoffer was gekleed in een licht blauwe fleece trui en een spijkerbroek. Deze kledingstukken werden veiliggesteld en verpakt in een papieren zak en overgedragen.

SIN AAES3342NL, fleece trui, gedragen door SO.

SIN AAES3343NL, spijkerbroek, gedragen door SO.

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206, d.d. 26 maart 2013 opgemaakt door ir. H.J.T. Janssen, opgenomen op pagina B 914 e.v., van voornoemd dossier, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:
AADF5832NL#01 een bemonstering met bloed van de binnenzijde van de

linker manchet van het vest van [verdachte]
AADF5832NL#02 een bemonstering van de binnenzijde van de rechter manchet van het

vest van [verdachte]

AADF5832NL#03 een bemonstering met bloed van de buitenzijde van de rechter manchet van het vest van [verdachte]

De DNA-profielen van het [slachtoffer 2] AAFN6683NL en de verdachte [verdachte]

REH182 zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.

Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

SIN Beschrijving DNA-profiel Matchkans DNA-profiel 5

celmateriaal kan afkomstig

zijn van

AADF5832NL#01 DNA-profiel van een vrouw kleiner dan één op één

[slachtoffer 2] miljard

AADF5832NL#02 DNA-mengprofiel van ten niet berekend

minste drie personen

[verdachte]

en

[slachtoffer 2]

en

minimaal één andere

persoon

AADF5832NL#03 DNA-mengprofiel van ten

minste twee personen

afgeleid DNA-hoofdprofiel kleiner dan één op één

[slachtoffer 2] miljard

en

additionele DNA-kenmerken niet berekend

[verdachte]

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206 (003), d.d. 18 september 2013 opgemaakt door ir. H.J.T. Jansen, opgenomen op pagina B1299 e.v., voor zover inhoudende als zijn verklaring:

De rechterschoen is met het blote oog en microscopisch onderzocht op de aanwezigheid van bloed. De volgende locaties met bloed zijn bemonsterd:

Een deel van de stikdraad van een stiknaad en het aangetroffen bloed onder

de losgehaalde stikdraad zijn als AAES3165NL#04 veiliggesteld.

De linkerschoen is met het blote oog en microscopisch onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn de volgende bloedsporen aangetroffen:

Aan de rechterzijde van de schoen zijn enkele bloedspatjes met afmetingen van kleiner dan 1 mm aangetroffen. Drie bloedspatjes zijn veiliggesteld als AAES3165NL#12, #13 en #14 voor een DNA-onderzoek.

SIN Beschrijving DNA-profiel Matchkans DNA-profiel 6

celmateriaal kan afkomstig

zijn van

AAES3165NL#4 DNA Mengprofiel van 2 personen

[slachtoffer 2] kleiner dan één op één

(afgeleid DNA-hoofdprofiel) miljard

en

[verdachte] niet berekend

(DNA-nevenkenmerken)

AAES3165NL#12 DNA-profiel van een vrouw kleiner dan één op één

[slachtoffer 2] miljard

AAES3165NL#13 DNA-profiel van een vrouw kleiner dan één op één

[slachtoffer 2] miljard

Opvallend is dat een groot deel van het bloed zich bevindt op/in (stik)naden en beschadigingen. Dit bloedsporenbeeld kan worden verklaard als restant van een aanvankelijk groter geheel.

De eigen waarneming van de rechtbank betreffende de op de zitting getoonde beelden van de reconstructie d.d. 15 oktober 2014.

Op de beelden is te zien dat verdachte probeert het slachtoffer op te tillen, de eerste keer vanaf de grond. Dit gaat moeilijk, maar lukt uiteindelijk. Verdachte loopt een stukje en houdt het slachtoffer vast als een baby. Dan glijdt het slachtoffer weg. Verdachte tilt haar weer op, maar nu staat het slachtoffer. Verdachte loopt weer een stukje en zet het slachtoffer weer neer. Dit gaat zo door. Verdachte zegt dat hij niet kan ademen en verklaart dat het op die dag aan het vriezen was. Verdachte tilt het slachtoffer weer op uit staande positie, loopt weer een stukje en zet het slachtoffer weer neer. Verdachte verklaart dat hij toen ook 2 x is gestopt of zo. Verdachte verklaart dat hij veel lagen kleding aan heeft en zich kapot zweet. Op voorstel van politie doet hij twee kledingstukken uit (een grijze fleece jas en een zwarte fleece trui). Verdachte loopt weer een stukje en hijgt en puft daarbij. Zet het slachtoffer weer neer en pakt haar weer op, zet slachtoffer weer neer en zegt: " Het werkt niet. Dit gaat zo niet werken jongens." Verdachte hijgt en puft. Op de vraag wat er nu anders is vergeleken met toen antwoordt verdachte: "Ik heb nu griep. Ik weet het allemaal niet meer. Ik heb me in tijden niet zo belabberd gevoeld; ik ben kapot."

De rechtbank heeft voorts waargenomen dat de stand-in haar arm om de rug van verdachte heeft geslagen.

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206 (003), d.d. 9 april 2013 opgemaakt door ir. H.J.T. Jansen, opgenomen op pagina B956 e.v., voor zover inhoudende als zijn verklaring:

Resultaten, interpretaties en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

SIN Beschrijving DNA-profiel Matchkans DNA-profiel

celmateriaal kan afkomstig

zijn van

AAES3342NL#01 tot en met #08, DNA-profielen van een vrouw niet berekend

#10 tot en met #12 [slachtoffer 2]
(fleecetrui [slachtoffer 2] ) Y-chromosomaal DNA-mengprofielen
[verdachte] en

minimaal één andere onbekende

man

AAES3342NL#09 DNA-mengprofiel van tenminste niet berekend

(fleecetrui [slachtoffer 2] ) drie personen

(afgeleid DNA-hoofdprofiel)

[verdachte]

minimaal één onbekende persoon

Y-chromosomaal DNA-

mengprofielen
en

minimaal drie andere mannen

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206 (003), d.d. 18 september 2013 opgemaakt door ir. H.J.T. Jansen, opgenomen op pagina B1314 e.v., voor zover inhoudende als zijn verklaring:

Onder de aanname dat de bemonstering AAES3342NL#09 celmateriaal bevat van drie

personen en onder de aanname dat de bemonstering celmateriaal bevat van het [slachtoffer 2]

, zijn de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar:

Hypothese I:

De bemonstering AAES3342NL#09 bevat celmateriaal van het [slachtoffer 2] , de

[verdachte] en één onbekende persoon (niet verwant aan het slachtoffer of aan

de [verdachte] ).

Hypothese II:

De bemonstering AAES3342NL#09 bevat celmateriaal van het [slachtoffer 2] en twee

willekeurig gekozen personen (niet verwant aan elkaar of aan de [verdachte] ).

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker als

hypothese I juist is, dan als hypothese II juist is.

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206 (003), d.d. 18 september 2013 opgemaakt door ir. H.J.T. Jansen, opgenomen op pagina B1321 e.v., voor zover inhoudende als zijn verklaring:

Om de wetenschappelijke bewijswaarde van de bevindingen van het vergelijkend Y

chromosomale DNA-onderzoek met betrekking tot bemonstering AAES3342NL#03 te

kunnen formuleren in verbale termen van waarschijnlijkheid is het volgende

hypothesepaar beschouwd:

Hypothese I:

Het mannelijk celmateriaal in de bemonstering AAES3342NL#03 van de fleecetrui

van het [slachtoffer 2] is afkomstig van de [verdachte] , of van

een in de mannelijke lijn aan de [verdachte] verwante man.

Hypothese II:

Het mannelijk celmateriaal van de prominente cel donor in de bemonstering

AAES3342NL#03 van de fleecetrui van het [slachtoffer 2] is niet afkomstig

van de [verdachte] , maar van een willekeurig gekozen, niet in de

mannelijke lijn aan de [verdachte] verwante man.

De onderzoeksresultaten van het Y-chromosomale DNA-onderzoek aan bemonstering AAES3342NL#03 zijn veel waarschijnlijker als hypothese I waar is, dan als hypothese II waar is. Dit betekent dat de onderzoeksresultaten van het Y chromosomale DNA-onderzoek veel waarschijnlijker zijn als het celmateriaal van de prominente mannelijke donor in de bemonstering AAES3342NL#03 van de fleecetrui van het [slachtoffer 2] afkomstig is van de [verdachte] dan wanneer het mannelijk celmateriaal niet afkomstig is van de verdachte [verdachte] , maar van een willekeurig gekozen niet in de mannelijke lijn aan de verdachte verwante man.

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206 (012), d.d. 13 september 2013 opgemaakt door ir. J. van der Weerd, opgenomen op pagina B1284 e.v. voor zover inhoudende als zijn verklaring:

Resultaten van het vergelijkend vezelonderzoek tussen de kleding van verdachte en vezelsporen aangetroffen op de kleding van slachtoffer

Referentiemateriaal aantal overeenkomende

vezelsporen op de fleecetrui

van het slachtoffer [AAES3342NL]

Blauw witte jas [AADF5838NL

Turquoise katoenvezels 6

Rood zwarte fleecetrui [AADF5839NL]

Blauwgrijze kunstvezel 14

Rode kunstvezel 5

De resultaten zijn geëvalueerd aan de hand van de volgende hypothesen:

Hypothese H1
De vezels op de fleecetrui van het slachtoffer [AAES3342NL] die overeenkomen met de vezels zoals verwerkt in de kleding van de verdachte zijn overgedragen op de fleecetrui van [slachtoffer 2] door contact met (de kleding van) de verdachte op 18 januari 2013.

Hypothese H2
De vezels op de fleecetrui van het slachtoffer [AAES3342NL] die overeenkomen met de vezels zoals verwerkt in de kleding van de verdachte zijn overgedragen door contact met (de kleding van) de verdachte op of voor 31 december 2012 of zijn afkomstig uit één of meerdere willekeurige andere bronnen.

Uit bovenstaande leid ik af dat de resultaten een duidelijke aanwijzing vormen dat de sporen, aangetroffen op de fleecetrui van [slachtoffer 2] deels afkomstig zijn uit de zwart rode fleecetrui van [verdachte] [AADF5839NL] en dat het aantal aangetroffen vezelsporen wijst op een recent contact.
Ik concludeer dat de resultaten veel waarschijnlijker zijn als hypothese H1 waar is dan wanneer hypothese H2 waar is.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde onder parketnummer 18/850046-13 het navolgende.

Uit de bewijsmiddelen blijkt het volgende:

- [slachtoffer 2] is op 18 januari 2013 tussen 02:00 uur en 11:00 uur overleden. Zij

is om het leven gekomen door verwurging of strangulatie;

- verdachte is op 18 januari 2013 om 7:47 uur in het bezit van de telefoon van [slachtoffer 2]

;

- verdachte heeft even later met deze telefoon contact gezocht met [getuige 1] omdat hij aan iemand kwijt wilde wat er was gebeurd;

- verdachte heeft op de ochtend van 18 januari 2013 meerdere telefoontjes gepleegd naar

[getuige 2] , [getuige 5] en [getuige 1] en op 18 januari 2013 om 07:47 uur

een bericht naar [getuige 1] verstuurd met de inhoud dat hij (verdachte) echt maar dan ook

echt in de shit zit;

- uit de verschillende gesprekken die verdachte op die ochtend heeft gepleegd blijkt dat

verdachte op dat moment al daderinformatie had. Immers:

> nadat [getuige 1] voornoemd sms-bericht had ontvangen, heeft zij met verdachte

gebeld. Verdachte was blijkens de verklaring van [getuige 1] op dat moment heel vaag en in de war. Hij had het over bloed en over dat hij ergens in huis ruzie had gehad en dat, toen hij bijkwam, alles onder het bloed zat. Hij had het ook over dingen weggooien. Het was daar uit de hand gelopen.

Hij zei ook nog een mes onder het bloed. Verdachte was heel manisch en paniekerig;

> verdachte heeft op die ochtend vanaf ongeveer 07:00 uur meerdere keren met [getuige 5] gebeld. Hij heeft het in deze gesprekken volgens [getuige 5] op dat moment onder meer over "bloed" en dat hij (verdachte) denkt dat de vrouw dood is en op de grond ligt;

> op 18 januari 2013 rond 8:30 uur heeft verdachte met [getuige 2] gebeld met de mededeling dat hij (verdachte) stommiteiten had uitgehaald. Ook had hij het over "stekerij";

- de daderinformatie blijkt ook uit het gegeven dat verdachte, nog voordat er informatie op

internet was vrijgegeven over de dood van [slachtoffer 2] , op de laptop die hij in zijn

bezit had al heeft gezocht op " [huismoord] ". Verdachtes verklaring dat hij al van

zijn dealer had vernomen dat er hulpdiensten bij de woning van [slachtoffer 2] aanwezig waren,

maakt dat niet anders;

- uit de NFI rapportages blijkt dat er sprake is geweest van recent fysiek contact tussen

verdachte en [slachtoffer 2] :

> er is DNA materiaal van verdachte aangetroffen op de kleding van [slachtoffer 2]

;

> er zijn vezels van twee kledingstukken van verdachte op de kleding van [slachtoffer 2]

;

> er is bloed van [slachtoffer 2] op kleding en paarse schoenen van verdachte

aangetroffen;

Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de [getuige 2] , [getuige 5] en [getuige 1] , overweegt de rechtbank het volgende. Gelet op het tijdstip waarop deze verklaringen zijn afgelegd (hoofdzakelijk op 18 januari 2013), alsmede het gegeven dat deze verklaringen worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, acht de rechtbank deze getuigenverklaringen bruikbaar voor het bewijs. Het gegeven dat de getuigen mogelijk met elkaar hebben overlegd en deze getuigen tevens verslaafd zijn, maakt de verklaringen nog niet onbetrouwbaar. De rechtbank ziet, anders dan de raadsman, dan ook geen reden om deze verklaringen uit te sluiten voor het bewijs.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 oktober 2015 verklaard dat hij de paarse schoenen, waarop bloed van [slachtoffer 2] is aangetroffen, niet heeft gedragen op 18 januari 2013 en dat hij zich op die dag niet heeft verkleed. De rechtbank acht dit niet aannemelijk, te meer nu onder meer [getuige 1] op 7 februari 2013 heeft verklaard dat verdachte zich wel heeft omgekleed en verdachte deze schoenen mogelijk wel aanhad op de ochtend van 18 januari 2013.7 Voorts acht de rechtbank het niet geloofwaardig dat het bloed op de schoenen terecht is gekomen door kuchen en/of een wondje van [slachtoffer 2] op het moment dat de schoenen nog in haar woning stonden, zoals door verdachte is aangevoerd. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte op de ochtend van 18 januari 2013 de paarse schoenen heeft gedragen. Gelet op de conclusie van het NFI dat de bloedsporen een restant vormen van een aanvankelijk groter geheel, gaat de rechtbank ervan uit dat de schoenen na de confrontatie met [slachtoffer 2] zijn schoongemaakt. Deze gang van zaken is in lijn met het feit dat verdachte in een tapgesprek met [getuige 1] te kennen geeft (net als [getuige 1] ) goed te zijn in schoonmaken. De rechtbank leidt uit de context van de mededeling af dat het gesprek betrekking heeft op het schoonmaken van sporen van een misdrijf.

Door verdachte is een alternatief scenario aangevoerd, inhoudende dat hij op 18 januari 2013 zou zijn gebeld met het verzoek om naar de [winkel] te komen. Daar zou verdachte [slachtoffer 2] op straat hebben aangetroffen. Vervolgens moest hij, onder bedreiging en op verzoek van [man 1] en [man 2] , [slachtoffer 2] naar haar woning tillen. Op grond van dit door verdachte geschetste scenario heeft er op 15 oktober 2014 een reconstructie plaatsgevonden. De beelden van deze reconstructie zijn op terechtzitting van 29 oktober 2015 getoond. Op basis van deze reconstructie concludeert de rechtbank dat het niet mogelijk is dat verdachte [slachtoffer 2] naar haar woning heeft getild. Uit de beelden blijkt duidelijk dat verdachte niet in staat was om dit te doen. Dat hij op het moment van de reconstructie griep zou hebben gehad, en daardoor niet in staat was om de persoon die tijdens de reconstructie de rol van [slachtoffer 2] op zich had genomen op te tillen, acht de rechtbank ongeloofwaardig, te meer nu verdachte zich destijds niet door een arts heeft willen laten onderzoeken. 8

Voorts past het scenario van verdachte - het tillen/ verslepen van [slachtoffer 2] - niet bij het gegeven dat op de pantysokjes die [slachtoffer 2] op 18 januari 2013 droeg, geen noemenswaardige beschadigingen of slijtplekken zijn aangetroffen.9 Daarnaast had [slachtoffer 2] volgens meerdere getuigen altijd haar bril op en ging ze nooit weg zonder rollator.10 [slachtoffer 2] had echter toen zij in haar woning werd aangetroffen geen bril op. De bril lag op het dressoir in de woonkamer.11 De rollator is aangetroffen in de gang van de woning van [slachtoffer 2] , hetgeen door verdachte is bevestigd in één van zijn verklaringen. Ook deze gegevens zijn strijdig met het scenario van verdachte.

Daarnaast kan verdachte geen nadere informatie verschaffen over [man 1] en [man 2] , die hem zouden hebben bedreigd en verklaart verdachte uiteindelijk pas - nadat er door verdachte in de loop van de tijd al diverse scenario's zijn aangevoerd - die veelal in een later stadium weer zijn aangepast dan wel ontkend - na twee en een half jaar over het scenario waarin [man 1] en [man 2] een rol spelen.

Uit het dossier blijkt daarnaast niet van enige betrokkenheid van een ander aan de dood van [slachtoffer 2] . Dat er DNA van twee onbekend gebleven mannen is aangetroffen bij de wond van [slachtoffer 2]12 is naar het oordeel van de rechtbank geen bewijs voor het feit dat een ander dan verdachte [slachtoffer 2] heeft gedood. Dit kan immers worden verklaard door het feit dat er in eerste instantie bij [slachtoffer 2] een natuurlijke dood is geconstateerd 13en dat zij door meerdere mensen is aangeraakt en vervoerd alvorens het DNA-onderzoek plaatsvond.

De rechtbank zal, gelet op vorenstaande, het scenario van verdachte als ongeloofwaardig, ter zijde leggen.

Op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die [slachtoffer 2] om het leven heeft gebracht. De rechtbank heeft bij dit oordeel betrokken het gegeven dat dit scenario niet strijdig is met de resultaten van het NFI.14

Vrijspraak van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank stelt op grond van het sectierapport vast dat [slachtoffer 2] om het leven is gebracht door verwurging. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 2] . De rechtbank constateert echter dat de verklaringen van verdachte - nu hij het ten laste gelegde ontkent- geen inzicht hebben gegeven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in de verdachte is omgegaan. Derhalve kan niet wettig worden bewezen dat verdachte tevoren daadwerkelijk het plan had opgevat om [slachtoffer 2] van het leven te beroven. Voorts blijkt uit de voorhanden zijnde stukken onvoldoende in welk tijdsbestek één en ander zich heeft afgespeeld en wat de volgorde van de handelingen is geweest. Derhalve kan niet worden vastgesteld of er voor verdachte tijd en gelegenheid heeft bestaan om zich te beraden over het genomen of het te nemen besluit en na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Vorenstaande betekent dat niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld zodat hij moet worden vrijgesproken van de onder 2 primair ten laste gelegde moord.

De rechtbank is ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde van oordeel dat dit niet kan worden bewezen, nu naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gebleken dat verdachte [slachtoffer 2] om het leven heeft gebracht met één van de in de

tenlastelegging aangeduide oogmerken.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het navolgende. Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer 2] is gebleken dat er als gevolg van meermalen bij leven opgelopen uitwendig inwerkend stomp botsend geweld veel onderhuidse bloeduitstortingen en oppervlakkige huidkneuzingen verspreid over het hoofd, de zachte hersenvliezen, het gezicht, de hals, de romp en de handen en vingers zijn ontstaan. Hierbij kan slaan/stompen/schoppen/vallen worden overwogen. Als gevolg van omsnoerend, samendrukkend en/of comprimerend geweld op de hals waren er breuken van het schildkraakbeen rechts, het tongbeen rechts en het linker bovenste hoorntje van het strottenhoofd ontstaan. Hierbij kan worden gedacht aan onder andere wurghandelingen en strangulatie, maar ook stompen/slaan/schoppen op de hals kan worden overwogen.

Als gevolg van meermalen bij leven opgelopen scherprandige perforatie aan de hals waren er steekverwondingen met oppervlakkige perforatie van de hals en het schildkraakbeen, alsmede aan de linker bovenarm. De steekverwondingen zijn het gevolg van steken met een scherp voorwerp en passen bij steken met een of meer messen. Het overlijden wordt zonder meer verklaard door verstikking als gevolg van bij leven opgelopen omsnoerend en/of samendrukkend geweld op de hals. Mogelijk dat bloedverlies door bij leven opgelopen steekverwondingen aan de hals aan het overlijden heeft bijgedragen.

De rechtbank gaat er - zoals reeds aangegeven- vanuit dat verdachte verantwoordelijk is voor bovenstaande gedragingen. Deze door verdachte verrichte gedragingen zijn naar het oordeel van de rechtbank naar hun aard en uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op de dood dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood heeft aanvaard.

De onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde doodslag kan dan ook worden bewezen.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2013, opgenomen op pagina A632 van dossier 01TGO13002 d.d. 7 februari 2014 van de politie Noord Nederland, inhoudende de relatering van verbalisant:

Op vrijdag 18 januari 2013 omstreeks 21:20 uur kregen wij het verzoek te gaan naar de [straat 2] [nummer 2] te [pleegplaats] . Aldaar zou er rook uit de woning komen.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 januari 2013, opgenomen op pagina B 319 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Op vrijdag 18 januari 2013, omstreeks 21:30 uur, kreeg ik de telefonische melding, van de

Politiemeldkamer Noord-Nederland, met het verzoek te gaan naar het adres: [straat 2]

[nummer 2] te [pleegplaats] . Op dit adres was een woningbrand geweest. Bij de

bluswerkzaamheden had men het verbrande lichaam van een overleden man

aangetroffen. Het slachtoffer bleek later te zijn genaamd: [slachtoffer 1] ,

geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] te [geboorteplaats slachtoffer 1] , gewoond hebbende: [straat 2] [nummer 2] te

[pleegplaats] .

Het lichaam van het slachtoffer is in een verzegelde lijkenzak, voorzien van het SIN-nummer: AADE0868NL, van de plaats delict verwijderd.

Een proces-verbaal PD onderzoek d.d. 15 februari 2013, opgenomen op pagina B 325 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Het slachtoffer lag ruggelings met het hoofd in de richting van de hal en met de voeten in de

richting van de bijkeuken/wasruimte. Naast het slachtoffer lag een bladblazer. Wij zagen dat er een blauwe plastic tas, vermoedelijk van Albert Heijn, om het hoofd van

het slachtoffer zat. Wij zagen dat deze plastic zak zodanig versmolten was dat de onderzijde

van de neus, kin en rechter oor zichtbaar waren.

In de mond van het slachtoffer zat een prop van rood/wit geruite stof. Een zelfde soort stof

zat ook onder een wit nylon touw dat rondom de hals van het slachtoffer was geknoopt. Het

uiteinde van de prop in de mond was verbrand evenals het uiteinde van het stuk dat onder

het nylontouw zat. Het is aannemelijk dat beide delen één geheel hebben gevormd en door

vuur zijn gescheiden.

Het koord was zeer strak om de hals van het slachtoffer aangebracht. Het koord was zo

strak om de hals aangebracht, dat het niet mogelijk was om een vinger onder dit koord te

krijgen. Het koord was twee keer om de hals van het slachtoffer aangebracht en was zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde geknoopt.

Een proces-verbaal herkenning slachtoffer, d.d. 29 januari 2013, opgenomen op pagina A 726 van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Op zondag 20 januari 2013, omstreeks 20:00 uur kregen wij van [inspecteur van politie]

, opdracht om een zwart-wit foto van het [slachtoffer 1] ,

geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] te [geboorteplaats slachtoffer 1] , te tonen aan [getuige 6] . Zij heeft de foto bekeken en zei:

"Ja, volgens mij is dit [slachtoffer 1] . Als ik mijn hand op de onderkant van het gezicht leg,

dus over de mond en hals en ik kijk naar de haarinplant met het dunne vlassige

haar, de zijkant van de neus en het stukje tussen de bovenlip en de neus, dat is [slachtoffer 1] ."

Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut "Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood" d.d. 15 april 2013, opgemaakt door A. Maes, arts en patholoog, opgenomen op pagina B 1004 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven

Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] , is het navolgende gebleken. De bij vinding en bij radiologie waargenomen theedoek bleek in de mondholte gepropt met afsluiten van de doorgang van de mond/keelholte. Er waren veel letsels in het hoofdhals gebied. Er waren als gevolg van meermalen bij leven opgelopen uitwendig inwerkend mechanisch stomp geweld op het hoofd en het gezicht bloeduitstortingen in de schedelhuid en in het gezicht en in de beide oorschelpen. Hierbij moet gedacht worden aan slaan/stompen/schoppen. Er waren als gevolg van bij leven opgelopen zeer heftig samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals en de mondbodem breuken van het tongbeen en van het strottenhoofd en de bovenste ring van de luchtpijp ontstaan. Hierbij kan worden gedacht aan wurghandelingen, strangulatie maar ook aan schoppen en/of stompen. Er was zeer veel begeleidende bloeduitstorting in zowel de weke delen van de hals en de mondbodem als in de slijmvliezen van de mond en keelholte en in de schildklier. Door bij leven opgelopen heftig botsend geweld op de romp waren beiderzijds meerdere ribben en was het borstbeen gebroken. Het is mogelijk dat fragmentatie van de romp door thermisch geweld aan het optreden van de bij sectie waargenomen ribbreuken heeft bijgedragen. Het overlijden wordt zondermeer verklaard door verstikking als gevolg van het geweld op de hals. Op grond van de sectiebevindingen is het niet uit te sluiten dat afsluiten van de mond/keelholte door een daarin gepropte theedoek en afsluiten van de luchtwegen door een om het hoofd dichtgeknoopte plastic tas, indien deze daar bij leven zijn aangebracht, aan de verstikkingverschijnselen en daarmee aan het overlijden hebben bijgedragen.

Een deskundigenrapport afkomstig van het The Maastricht Forensic Institute (TMFI)

Maastricht, d.d. 25 maart 2013, opgemaakt door drs. F.R.W. van de Goot, opgenomen op pagina B1065 e.v. van voornoemd dossier voor zover inhoudende als zijn verklaring:

Op grond van de uitgevoerde experimenten is het aannemelijk dat de brand in de woning

aan de [straat 2] te [pleegplaats] niet al te lang heeft aangehouden. Op basis van deze limiterende studie kan worden gesteld dat bij een situatie met maximale

brandomstandigheden het wegbranden van de botten binnen een tijdsperiode van 1 uur

zondermeer mogelijk was. Bij het wegbranden onder minimale omstandigheden bleek dat

binnen een periode van circa 3 uren eveneens de botdelen totaal weggebrand waren. Uitgaande van de vraagstelling of een zelfde beeld binnen een periode van circa 1 uur zou

kunnen optreden kan worden gesteld dat de bevindingen bij de experimentele opzet een

dergelijke korte tijdspanne beslist niet uitsluiten.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 29 oktober 2015 afgelegd, inhoudende:

Ik ben op 18 januari 2013 inderdaad in de woning van [slachtoffer 1] geweest. Ik heb in zijn woning mijn beltegoed opgewaardeerd. De laatste download voor het opwaarderen van mijn beltegoed was rond half 715 en ik was toen in de woning van [slachtoffer 1] . De fiets waar ik op 18 januari 2013 op fietste was van [getuige 2] . Het kan wel kloppen dat er op de trappers van deze fiets bloed van [slachtoffer 1] is aangetroffen. Ik heb de laptop meegenomen. Ook had ik twee telefoons van [slachtoffer 1] meegenomen. Ik heb een tas met boodschappen van [slachtoffer 1] meegenomen.

Een proces-verbaal van bevindingen (onderzoek beltegoed) d.d. 22 april 2013, opgenomen op pagina C192 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Er is op 18 januari 2013 's middags gebruik gemaakt van de internetverbinding

van de [straat 2] [nummer 2] te [pleegplaats] terwijl de bewoner, [slachtoffer 1] , niet thuis was. Met de laptop, die verdachte bij zich had, is op 18 januari 2013 's middags

onder andere drie keer beltegoed besteld bij beltegoed.nl. De bestellingen werden gedaan vanaf het IP-adres van de [straat 2] [nummer 2] te [pleegplaats] .

De betaling via de vaste telefoonlijn duurde 548, 2113 en 2114 seconden, dus

ongeveer 1 uur en 20 minuten. De beltegoedcodes werden verzonden naar het [emailadres]

Het [opwaardeernummer] voorkomend op

18 januari 2013 om 18:03:15 uur op de lijst met historische verkeersgegevens was hetzelfde als de Lebara opwaardeercode zoals die op 18 januari 2013 om 17:50 uur naar het [emailadres]

was verzonden. De opwaardeercodes zoals die op

18 januari 2013 om 17:50 uur en 18:33 uur zijn verstuurd naar [emailadres] waren opgeslagen in het adresboek op de mobiele telefoon die [verdachte] bij zijn aanhouding bij zich had.16

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2014, opgenomen op pagina A 196 van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

18:38 uur: De laptop van [slachtoffer 1] wordt niet op de juiste wijze afgesloten.

19:45 uur: Tussen 18:38 uur en 19:45 uur is er geen enkele activiteit op de gsm van [verdachte] , of op een GSM van [slachtoffer 1] of op de vaste lijn van [slachtoffer 1] . Dat is een tijdvak van 1 uur en 7

minuten. Er waren geen activiteiten op de laptop van [slachtoffer 1] .17

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2013, opgenomen op pagina A 740 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Op 18 januari 2013 omstreeks 20:25 kwamen wij aan bij de woning aan de [locatie 1]

[nummer 1] . Ik zag dat een man die voldeed aan het signalement op de stoep stond voor de woning en hoorde van mijn collega dat het om [verdachte] ging.

Bij de voordeur zag ik twee Albert Heijn boodschappentassen staan, op het eerste gezicht gevuld met levensmiddelen. Toen ik [verdachte] vroeg van wie deze boodschappen waren gaf hij aan dat hij deze had gekregen van zijn vader. [verdachte] liet mij zien dat er op zijn kleren bloed zat. Bij het instappen in de politieauto wees [verdachte] ons op het bloed op zijn schoenen.

Een proces-verbaal verhoor getuige, d.d. 20 januari 2013, opgenomen op pagina A1382 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 7] :

Afgelopen vrijdag 18 januari 2013 omstreeks 15:45 uur kwam [slachtoffer 1] het café binnen. Hij vroeg aan mij waar je een rollade in moest bakken. [slachtoffer 1] vertelde dat hij dan even langs de Albert Heijn zou gaan. Dit is aan de [locatie 3] hier in [pleegplaats] .

Een proces-verbaal verhoor getuige, d.d. 23 januari 2013, opgenomen op pagina A1385 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 7] :

Toen [slachtoffer 1] op 18 januari 2013 het [café 1] verliet, heb ik [slachtoffer 1] nog de krant van vrijdag 18 januari 2013 meegegeven. Dit betrof "Dagblad van het Noorden" en "de Telegraaf".

Een proces-verbaal verhoor getuige, d.d. 20 januari 2013, opgenomen op pagina A1403 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 8] :

Afgelopen vrijdag 18 januari 2013 is [slachtoffer 1] hier nog geweest. Hij kwam, omstreeks 18:00 uur zoals altijd alleen. Toen [slachtoffer 1] binnen kwam, had hij enkele boodschappen bij zich.

Hij vertelde, dat hij bij [café 1] was geweest en daarna bij Albert Heijn.

Een proces-verbaal verhoor getuige, d.d. 22 januari 2013, opgenomen op pagina A1458 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 9] :

Ik ken [slachtoffer 1] goed. Hij is een vaste bezoeker van [café 2] en de [café 1] . Afgelopen vrijdagavond 18 januari 2013 weet ik dat hij tussen 18:15 uur en 18:30 weggegaan is bij het [café 2] .

Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot verstrekkingen Albert Heijn,

d.d. 22 januari 2013, opgenomen op pagina D 165 e.v. ban voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Bij het onderzoek op de plaats delict, de woning perceel [straat 2] [nummer 2] te [pleegplaats] , werd aan de binnenzijde van de voordeur een sleutelbos

aangetroffen met hieraan een Albert Heijn-Bonuskaart met het nummer [bonuskaartnummer 1] bevestigd. De afdeling Risk & Security van Albert Heijn BV te Zaandam deelde mee dat

aan [slachtoffer 1] , het vermoedelijke slachtoffer dat aangetroffen is in genoemde woning, een Albert Heijn-Bonuskaart op naam was verstrekt met het nummer [bonuskaartnummer 2] . Op maandag 21 januari 2013 ontving de politie zaken van de filiaalmanager van de Albert Heijn-vestiging aan [locatie 3] te [pleegplaats] .18 De verstrekte zaken betroffen o.a. een kassabon betreffende betaling van aankopen in genoemde Albert Heijn-vestiging d.d. 18 januari 2013 te 17:37:07 uur. Uit die kassabon blijkt dat toen, met gebruikmaking van de Albert Heijn- Bonuskaart nummer [bonuskaartnummer 1] , bij kassanummer EB0203 een aantal artikelen zijn afgerekend. De aangeschafte artikelen betreffen conform de kassabon: AH melk, Zaanse snijd, Bamischijven, Blue band, Blue band, AH roerbak, Loempia groe, ES beer. 19

In zijn fouillering bleek [verdachte] artikelen met logo's van de winkelketens Albert Heijn en HEMA bij zich te dragen in plastic tassen. Ook bevond zich daar een kassabon van de HEMA bij. De in die fouillering aangetroffen HEMA-kassabon was gedateerd op 18 januari 2013 te 17:16 uur.

Het betrof de HEMA-vestiging aan de [locatie 4] te [pleegplaats] , [telefoonnummer] . Het betrof

de aankoop van: '20560124 Wasmiddel vloeibaar 1 stuks'. 20

Een proces-verbaal onderzoek boodschappen verdachte, d.d. 29 januari 2013, opgenomen op pagina B 273 e.v van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

De [verdachte] had bij zijn aanhouding 2 plastic tassen / zakken met boodschappen /

goederen bij zich. Ik kreeg het verzoek deze tassen en de inhoud te onderzoeken.

Inhoud Blokker zak. In deze zak zaten drie afzonderlijke kleinere plastic zakjes. In deze zakjes zaten de volgende goederen: Inhoud Blokker zak: doos met vier frikandellen,

varkensrollade van 450 gr. Albert Heijn (verder te noemen AH).21 De zakjes en de artikelen waren vochtig. Inhoud C1000 zak: In deze zak zaten twee transparante plastic zakjes en een Hema zakje. In deze zakjes zaten de volgende goederen:

twee pakjes blue band margarine voor bakken en braden.

fles wasverzachter Hema.

aankoop bon Hema, van wasverzachter 2 euro, d.d. 18-01-2013, 17:16 uur.

blik halve liter bier, Euroshopper.

pak houdbare volle melk, Albert Heijn (AH).

krant, Dagblad van het Noorden, van vrijdag 18-01-2013.

krant, Telegraaf, van vrijdag 18-01-2013.

potjes specerijen, 10 stuks, waaronder o.a. zout, peper, Aromat, kerrie etc.

loempia, mora.

half volkoren brood, AH.

Chinese roerbakgroente AH.

Een proces-verbaal Vergelijking van de goederen uit de fouillering van de [verdachte]

en situatie in de woning [straat 2] [nummer 2] te [pleegplaats] d.d. 16 mei 2013, opgenomen op pagina B747 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

De verdachte had bij zijn aanhouding levensmiddelen bij zich waarvan een deel van de verpakkingen aangebroken waren. De verpakkingen van de levensmiddelen waren grotendeels van de merken "Albert Heijn" en "Euroshopper". Tussen de levensmiddelen was een aangebroken verpakking voor 4 frikandellen waarin nog één frikandel zat.

In de woning van [slachtoffer 1] werden voornamelijk levensmiddelen van het merk

'Euroshopper" en "Albert Heijn" aangetroffen. Het bovenste rekje van het vriesvakje van de koel/vrieskast was - uitgezonderd een losse niet verpakte frikandel- leeg.

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 7 februari 2013, opgenomen op pagina A 1820 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1] , zakelijk weergegeven:

Tussen 17 en 18 uur heb ik [verdachte] gebeld waar hij was. Hij zei dat hij allemaal boodschappen, kalkoen, rollade...had.22

Een proces-verbaal fiets [locatie 1] [nummer 1] , d.d. 31 januari 2013, opgenomen op pagina B 501 van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant

Op zondag 20 januari 2013, omstreeks 16:00 uur, werd door mij op verzoek van de

Politie Groningen, de fiets uit de doorgang aan de zijkant van de woning aan de [locatie 1] [nummer 1] in [pleegplaats] veiliggesteld. Deze fiets zou gebruikt worden door de [verdachte] . De bemonstering van de linker trapper werd voorzien van SIN AAES3155 NL. De bemonstering van de rechter trapper werd voorzien van SIN AAES3156 NL.

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206 (003), d.d. 18 september 2013 opgemaakt door ir. H.J.T. Jansen, opgenomen op pagina B1299 e.v., voor zover inhoudende als zijn verklaring:

(pagina 1313)

Resultaten, interpretaties en conclusie vergelijkend autosomaal DNA-onderzoek aan overige bemonsteringen

SIN Beschrijving DNA-profiel Matchkans DNA-profiel 23

celmateriaal kan afkomstig

zijn van

AAES3155NL#1 DNA-profiel van een man kleiner dan één op één

(bemonstering miljard

linkertrapper) [slachtoffer 1]

AAES3156NL#1 DNA-profiel van een man kleiner dan één op één

(bemonstering miljard

rechtertrapper) [slachtoffer 1]

Een proces-verbaal d.d. 5 februari 2013 opgenomen op pagina B 246 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

De kleding welke de [verdachte] bij zijn aanhouding had gedragen was door medewerkers van voormeld cellencomplex in afzonderlijke papieren zakken verpakt. Bij mijn onderzoek heb ik de navolgende sporen veilig gesteld en in beslag genomen

o.a.

Goednummer: PLO1N3-2013007075-307146

Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel

Object: Schoeisel (schoen)

Merk Nike Air

SIN: AADF5830NL

Bijzonderheden: Nike air schoenen sterk bebloed beide rondom

Goednummer: PLO1N3-2013007075-307135

Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel

Object: Kleding (Jas)

Kleur: Blauw

SIN: AADF5838NL

Bijzonderheden: Blauw/wit jack, vintage college, bebloed aan mouwen

Goednummer: PLO1N3-2013007075-307133

Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel

Object: Kleding (broek)

Kleur: grijs

SIN: AADF5840NL

Bijzonderheden: Joggingbroek, bloed aan de voor-en achterzijde


Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206 (003), d.d. 9 april 2013 opgemaakt door ir. H.J.T. Jansen, opgenomen op pagina B945 e.v. van voornoemd dossier voor zover inhoudende als zijn verklaring:

(pagina 956 en 957)

Resultaten, interpretaties en conclusie

SIN Beschrijving DNA-profiel Matchkans DNA-profiel 24

celmateriaal kan afkomstig

zijn van

AADF5830NL#01 t/m #26 DNA-profiel van een man kleiner dan één op één

(schoenen verdachte [slachtoffer 1] miljard

[verdachte] )

AADF5838NL#02,#03,#04,#08, DNA-profielen van een man kleiner dan één op één

#09 [slachtoffer 1] miljard

(jas verdachte [verdachte] )

AADF5840NL#01,#02, #03,#04 DNA-profielen van een man kleiner dan één op één

#05, #06, #09, #10, #11, #15 T. [slachtoffer 1] miljard

(joggingbroek verdachte

[verdachte] )

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2013.01.18.206 (003), d.d. 9 april 2013 opgemaakt door ing. M.J. van der Scheer, opgenomen op pagina B 930 e.v., van voornoemd dossier, voor zover inhoudende als zijn verklaring:

(pagina B942)

Bloedstolseltjes

Op de rechterschoen zijn enkele bloedstolseltjes aangetroffen gelegen in contactsporen van bloed. Deze bloedstolseltjes zijn als reeds gestolde minieme hoeveelheid bloed op de schoen terechtgekomen. Omdat bloed nadat het uit een lichaam treedt na verloop van tijd stolt, is het aannemelijk dat de bloedstolseltjes enige (niet nader te bepalen) tijd nadat het bloed uit het lichaam is getreden op de schoen zijn geraakt. De DNA-profielen van de veiliggestelde delen van de bloedstolseltjes AADF5830NL#06 en #15 vanaf de rechterschoen matchen met het

DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer 1] .

Een proces-verbaal uitluisteren OVC 19 april 2013, d.d. 29 april 2013, opgenomen op pagina C 481 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Op maandag 29 april 2013, heb ik een OVC (Opnemen Vertrouwelijke Communicatie) gesprek uitgeluisterd tussen de [slachtoffer 1] en bezoeker [getuige 1] .

Het gesprek vond plaats op vrijdag 19 april 2013 in de bezoekruimte van het Huis van Bewaring te Ter-Apel.

M = [verdachte] , de bezoeker is Bezoeker [getuige 1] . A = [getuige 1] .

samenvatting van gesprek (pagina C485 e.v.):

M: Maar je weet het, je woord is je woord hè?

A: Ja.

M: (…)

M: En je weet ik heb een kronkel in mijn hoofd.

(…)

M: En wat ik allemaal.

A: Maar dat laatste stukje van [slachtoffer 1] weet ik niet.

M: Wat ik allemaal in staat ben.

(…)

M: Je weet het wel toch?

(…)

M: Schat ik zit in een moeilijke positie.

A: Je hoeft niet verder in details te treden maar gewoon (onverstaanbaar)

(…)

A: Ik wil het woord ja of nee?

(…)

A: vertel zeg ja of nee, daar wil ik wel…ik wil het een keer weten (onverstaanbaar)

M: Straks word je bang van (of voor) me.

(…)

M: Ja, laat mij het zo zeggen…Ik, ja? Ik krijg (onverstaanbaar) krijg een lange straf ja.

A: Jij had na moeten denken.

(…)

A: Jij had met mij weg moeten gaan.

(…)

M: Op mijn, op mijn jas zitten een paar druppels, op mijn schoenen

(onverstaanbaar) op allebei mijn schoenen, dat klopt ook ik heb hem gewoon in

zijn mond getrapt, nja. lk kan op twee manieren d'r nog onderuit komen, ja?

A: Hm?

M: Dat is omdat mijn handen niet dik waren. Dus eh (onverstaanbaar: fonetisch

ze zeggen) ik heb hem doodgeslagen, maar mijn handen waren helemaal niet

dik. Dus ik had geen eh littekens of wondjes of

A: (onverstaanbaar) die schoen.

Een proces-verbaal uitluisteren OVC 19 april 2013, d.d. 29 april 2013, opgenomen op pagina C 481 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:

Op maandag 29 april 2013, heb ik een OVC (Opnemen Vertrouwelijke Communicatie) gesprek uitgeluisterd tussen de [verdachte] en bezoeker [getuige 1] .

Het gesprek vond plaats op vrijdag 19 april 2013, in de bezoekruimte van het Huis van Bewaring te Ter-Apel.

M = [verdachte] , de bezoeker is Bezoeker [getuige 1] . A = [getuige 1] .

samenvatting van gesprek (pagina C490 e.v):

M: Nou ik zal jou zeggen, ze hebben, kijk ze hebben mijn telefoon gepeild, ja? Maar mijn telefoonpeiling is bij [locatie 5] , is niet in de [straat 2] .

A: (onverstaanbaar)

M: Nja? Dus ze zeggen ik ben ik was in de buurt, ja? Ze zeggen ik ben binnen

in zijn huis geweest op...

A: (onverstaanbaar)

M: ..op het moment dat hij d'r niet was.

A: Is dat zo?

M: Op het moment dat hij d'r niet was? Hmm, ja.

A: Hahhah (lacht).

M: Ja, daar laat ik mij niet over uit.

A: Hahha (lacht).

M: Toch?

A: (onverstaanbaar) niet meegenomen.

M: Nee.

A: (onverstaanbaar klinkt als: dan was het tenminste ook nog een beetje)

normaal gegaan (onverstaanbaar).... Ik ben heel goed in schoonmaken.

M: Ja., ik ook Daarom flipte ik ook zo dat jullie politie hadden gebeld.

A: Ikke noit (fonetische zin).

M: Met [persoon 1] ja, serieus.

A: (onverstaanbaar)

M: Ik denk godverdomme.

A: Ja daarom dacht ik (onverstaanbaar)

M: En ik zag hun al aan komen rijden. Ik zag ze al, ze kwamen vanuit het park

kwamen ze. Ik denk dit is niet goed, dit is niet goed. Ik denk ik kan ook niet

meer weg.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt het navolgende.

Uit de bewijsmiddelen blijkt het volgende:

- [slachtoffer 1] is op 18 januari 2013 tussen ongeveer 18:3025 en 21:3026 uur overleden. Hij is

om het leven gekomen door wurghandelingen of strangulatie en voordat hij is overleden is

hij ernstig mishandeld;

- verdachte is op 18 januari 2013 vanaf ongeveer 17:50 uur tot in elk geval 18:33 uur in de

woning van [slachtoffer 1] geweest; bij zijn aanhouding was hij in het bezit van een laptop en

2 telefoons uit het huis van [slachtoffer 1] ;

-verdachte had bij zijn aanhouding boodschappen in zijn bezit die op die dag door [slachtoffer 1]

waren gekocht.

-verdachte heeft op 18 januari 2013 tussen 18:38 uur en 19:45 uur geen enkele

telecomactiviteit verricht, hetgeen betekent dat hij in de gelegenheid is geweest het onder 1

ten laste gelegde te plegen.

De rechtbank merkt op dat dit a- typisch gedrag is voor verdachte, gelet op zijn normaal

gesproken - blijkens onder meer de gecombineerde chronolijst op pagina C 404D van

strafdossier- intensieve telecom gebruik.

-in de OVC gesprekken spreekt verdachte over 2 manieren om "er onder uit te komen". De

rechtbank verstaat deze mededeling aan [getuige 1] aldus dat verdachte hier zelf onderkent

dat hij betrokken is bij het onder 1 ten laste gelegde. Daarbij is ook de context van deze

mededeling relevant. Voorafgaand vraagt [getuige 1] immers aan verdachte om haar te

vertellen over ‘dat laatste stukje van [slachtoffer 1] ’. In dat verband voegt verdachte [getuige 1] , die

het wel een keer wil weten toe: ‘Straks word je bang van (of voor) me’.

Tevens zegt hij in een OVC gesprek dat hij goed kan schoonmaken en dat hij daarom flipte

toen ze de politie hadden gebeld en dat hij de politie al zag aankomen en niet meer weg kon;

-uit de NFI rapportages blijkt dat er bloed van [slachtoffer 1] op de kleren en schoenen van

verdachte is aangetroffen.

Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de [getuige 1] verwijst de rechtbank naar hetgeen hieromtrent bij het onder 2 ten laste gelegde reeds is overwogen.

Verder is het volgende van belang.

Verdachte heeft op de terechtzitting van 29 oktober 2015 onder meer verklaard dat hij wèl geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer 1] , maar dat deze geweldshandelingen niet hebben plaatsgevonden in de woning van [slachtoffer 1] , maar op straat. [slachtoffer 1] leefde nog toen hij wegging. Voorts heeft verdachte op de terechtzitting van 29 oktober 2015 de suggestie gewekt dat [man 1] en [man 2] wellicht verantwoordelijk zijn voor de dood van [slachtoffer 1] .

De rechtbank overweegt ten aanzien van de verklaringen van verdachte het navolgende.

De rechtbank constateert dat verdachte in de loop van het strafproces zijn verklaringen vaak heeft aangevuld, veranderd en meerdere tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd, die veelal ook strijdig blijken met de bewijsmiddelen. Daarbij springt in het oog dat verdachte aanvankelijk telkens weigert opening van zaken te geven, dat hij vervolgens – zodra hij wordt geconfronteerd met belastend bewijsmateriaal – een met dit bewijsmateriaal verenigbare verklaring aflegt. Wanneer die verklaring vervolgens in de loop van het onderzoek op punten wordt gefalsifieerd, past verdachte zijn verklaring (soms radicaal) aan, om die opnieuw verenigbaar met de bewijsmiddelen te maken.

Een voorbeeld is te vinden in de verklaringen die verdachte heeft afgelegd over de boodschappen die hij in zijn bezit had bij zijn aanhouding. Verdachte heeft hierover bij zijn aanhouding gezegd dat hij deze van zijn vader had gekregen27.

Toen zijn vader dat weerlegde 28 verklaarde verdachte dat hij de boodschappen van ene [persoon 2] had gekocht. Verdachte herkende van een foto [persoon 2]29. Nadat bleek dat [persoon 2] op 18 januari 2013 vast zat, ontkende verdachte dat het om [persoon 2] ging. De boodschappen waren nu van een andere [persoon 3] afkomstig.30 Tijdens de eerste inhoudelijke behandeling bracht verdachte voor het eerst te berde dat een deel van de boodschappen wel degelijk afkomstig was van [slachtoffer 1] . Een ander voorbeeld is het volgende. Over het bloed dat op verdachtes kleding is aangetroffen verklaart verdachte bij zijn aanhouding dat dit komt doordat zijn hand op de [locatie 1] tussen de deur is gekomen.31 Bij de politie verklaart verdachte vervolgens dat dit bloed op zijn kleding terecht is gekomen tijdens een vechtpartij met een man in het [park] .32 Later, nadat verdachte is geconfronteerd met het feit dat er bloed van [slachtoffer 1] op zijn kleding is aangetroffen, verklaart verdachte dat hij met [slachtoffer 1] heeft gevochten in het [park] en zijn telefoon heeft meegenomen.33 Dit blijkt strijdig met de telecom gegevens.34 Op de zitting van 29 oktober 2015 heeft verdachte deze verklaring over het vechten in het [park] weer ingetrokken.

Tevens heeft verdachte onder meer op de zitting van 29 oktober 2015 verklaard dat hij [slachtoffer 1] op 18 januari 2013 op straat is tegengekomen, dat hij daar met [slachtoffer 1] heeft gevochten en dat hij na het gevecht meteen is weggegaan. De rechtbank constateert dat dit strijdig is met de onderzoekresultaten van het NFI betreffende de bloedstolsels van [slachtoffer 1] die op de rechterschoen van verdachte zijn aangetroffen. Volgens het NFI betreft dit namelijk gestolde bloedstolsels die pas na enige tijd nadat het bloed uit het lichaam is getreden op de schoen zijn terecht gekomen. Het is, gelet op deze resultaten, dan ook niet aannemelijk dat verdachte [slachtoffer 1] meteen na de vechtpartij heeft verlaten.

Ook verklaarde verdachte op de terechtzitting van 24 april 2014 in eerste instantie dat hij de woning van [slachtoffer 1] op 18 januari 2013 rond een uurtje of 6 's avonds heeft verlaten. Later, als hem wordt voorgehouden dat zijn verklaring niet strookt met de telecom gegevens, verklaart hij op de zitting van 29 oktober 2015, dat hij de woning pas heeft verlaten nadat het opwaarderen van de telefoon klaar was (18:38 uur).

Op de zitting van 29 oktober 2015 verklaart verdachte opeens over [man 1] en [man 2] , over wie hij niet eerder heeft verklaard en over wie hij ook geen aanvullende informatie verschaft.

Verdachte weigert zelfs te melden wie hem heeft gebeld met de mededeling dat “crimineel kopstuk” [persoon] zou zijn overleden. De rechtbank kan niet meegaan in het verhaal dat verdachte gevaar zou lopen als hij de naam zou onthullen, nu verdachte zelf ter zitting ook heeft onderkend dat over deze “afrekening in het criminele circuit” door de kranten uitgebreid is bericht.35

De rechtbank komt, bij gebrek aan een logische verklaring voor het aanvankelijke stilzwijgen, in combinatie met het voortdurende aanpassen van verklaringen, tot het oordeel dat verdachte dusdoende de waarheid heeft willen bemantelen, te weten zijn betrokkenheid bij het ten laste gelegde. De rechtbank zal het door de verdediging geschetste scenario dan ook, als volstrekt ongeloofwaardig, buiten beschouwing laten.

De rechtbank merkt, ten aanzien van het door de raadsman gevoerde verweer betreffende het gegeven dat er wel bloed van [slachtoffer 1] op de trappers van de fiets waarop verdachte heeft gefietst is aangetroffen, maar geen bloedvoetsporen van verdachte in de woning van [slachtoffer 1] zijn gevonden, op dat dit naar het oordeel van de rechtbank geenszins strijdig is met het door het openbaar ministerie geschetste scenario, nu het bloed dat op de trappers is aangetroffen slechts een geringe hoeveelheid bloed betreft. Immers, de politie ziet bij het onderzoeken van de fiets geen bloed.36 Pas bij een Tetrabase test wordt het duidelijk dat er bloed op de trappers zit.37

Daarnaast ziet de rechtbank in het door de raadsman gevoerde verweer aangaande de bladblazer geen aanleiding tot nader onderzoek. Het is geenszins uit te sluiten dat de bladblazer naast het lichaam van het slachtoffer is terechtgekomen doordat bijvoorbeeld de brandweerlieden en/of de politie bij binnenkomst in het brandende huis tegen de bladblazer zijn aangelopen, waardoor deze is verplaatst.

De rechtbank constateert dat uit geen van de stukken in het dossier blijkt van betrokkenheid van een ander dan verdachte aan de dood van [slachtoffer 1] .

Gelet op vorenstaande en alle bewijsmiddelen in onderling verband beschouwd, is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 1] om het leven heeft gebracht.

Vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank stelt op grond van het sectierapport vast dat [slachtoffer 1] om het leven is gebracht door verwurging. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 1] . De rechtbank constateert echter dat de verklaringen van verdachte - nu hij het ten laste gelegde ontkent- geen inzicht hebben gegeven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in de verdachte is omgegaan. Derhalve kan niet wettig worden bewezen dat verdachte tevoren daadwerkelijk het plan had opgevat om [slachtoffer 1] van het leven te beroven. Voorts blijkt uit de voorhanden zijnde stukken onvoldoende in welk tijdsbestek één en ander zich heeft afgespeeld en wat de volgorde van de handelingen is geweest. Derhalve kan niet worden vastgesteld of er voor verdachte tijd en gelegenheid heeft bestaan om zich te beraden over het genomen of het te nemen besluit en na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Vorenstaande betekent dat niet kan worden bewezen verklaard dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken van de onder 1 primair ten laste gelegde moord.

De rechtbank is ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde van oordeel dat dit niet kan worden bewezen, nu naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gebleken dat verdachte [slachtoffer 1] om het leven heeft gebracht met het oogmerk om zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het navolgende. Bij het aantreffen van het lichaam in de woning werd [slachtoffer 1] aangetroffen met plastic tas om het hoofd. In de mond van [slachtoffer 1] zat een prop van rood/wit geruite stof. Een zelfde soort stof zat ook onder een wit nylon touw dat rondom de hals van het slachtoffer was geknoopt. Het uiteinde van de prop in de mond was verbrand evenals het uiteinde van het stuk dat onder het nylontouw zat. Het koord was zeer strak om de hals van het slachtoffer aangebracht. Het koord was zo strak om de hals aangebracht, dat het niet mogelijk was om een vinger onder dit koord te krijgen. Het koord was twee keer om de hals van het slachtoffer aangebracht en was zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde geknoopt.

Er waren veel letsels in het hoofd/hals gebied. Er waren als gevolg van meermalen bij leven opgelopen uitwendig inwerkend mechanisch stomp geweld op het hoofd en het gezicht bloeduitstortingen in de schedelhuid en in het gezicht en in de beide oorschelpen. Hierbij moet gedacht worden aan slaan/stompen/schoppen. Er waren als gevolg van bij leven opgelopen zeer heftig samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals en de mondbodem breuken van het tongbeen en van het strottenhoofd en de bovenste ring van de luchtpijp ontstaan. Hierbij kan worden gedacht aan wurghandelingen, strangulatie maar ook aan schoppen en/of stompen. Er waren zeer veel begeleidende bloeduitstortingen in zowel de weke delen van de hals en de mondbodem als in de slijmvliezen van de mond en keelholte en in de schildklier. Door bij leven opgelopen heftig botsend geweld op de romp waren beiderzijds meerdere ribben en was het borstbeen gebroken. Het is mogelijk dat fragmentatie van de romp door thermisch geweld aan het optreden van de bij sectie waargenomen ribbreuken heeft bijgedragen. Het overlijden wordt zondermeer verklaard door verstikking als gevolg van het geweld op de hals. Op grond van de sectiebevindingen is het niet uit te sluiten dat afsluiten van de mond/keelholte door een daarin gepropte theedoek en afsluiten van de luchtwegen door een om het hoofd dichtgeknoopte plastic tas, indien deze daar bij leven zijn aangebracht, aan de verstikkingverschijnselen en daarmee aan het overlijden hebben bijgedragen.

De rechtbank gaat er - zoals reeds aangegeven- vanuit dat verdachte verantwoordelijk is voor bovenstaande gedragingen. Deze door verdachte verrichte gedragingen zijn naar het oordeel van de rechtbank naar hun uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op de dood dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood heeft aanvaard.

De onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde doodslag kan dan ook worden bewezen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van parketnummer 18/232368-12

De door verdachte op de terechtzitting van 26 april 2014 afgelegde bekennende verklaring, voor zover het de diefstal van de fiets betreft.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 4 april 2012 , opgenomen op pagina 7 e.v. van dossier nummer PL01 KE 2012081656 van politie Groningen, d.d. 29 augustus 2012, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] .

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 28 augustus 2012, opgenomen op pagina 33 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] .

Bewezenverklaring

Parketnummer 18-850046-13

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet

- een koord, althans een voorwerp, om de nek/keel/hals van die [slachtoffer 1] aangebracht en/of handelingen ten aanzien van dat koord, althans dat voorwerp, verricht en/of (vervolgens) dat koord, althans dat voorwerp, aangetrokken waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en/of

- met zijn handen de keel van die [slachtoffer 1] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 1] aangebracht en/of strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 1] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend en/of comprimerend geweld op de hals/keel en/of mondbodem van die [slachtoffer 1] is ontstaan, en

- een doek in de mond en/of keelholte van die [slachtoffer 1] gepropt/geduwd, en

- een plastic zak over het hoofd van die [slachtoffer 1] getrokken en die zak vervolgens met een koord dicht geknoopt, en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, en

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of de romp en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt, ten gevolge waarvan vernoemde [slachtoffer 1] is overleden;

2.

hij op 18 januari 2013, in de gemeente Groningen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet

- met zijn handen de keel van die [slachtoffer 2] dicht gedrukt en/of dicht gedrukt gehouden en/of een (zogenaamde) verwurging bij die [slachtoffer 2] aangebracht en strangulatie/strangulerende handelingen en/of verwurgingen door middel van de handen/armen en/of met behulp van andere voorwerpen aangebracht en/of toegepast op de hals/keel van en/of bij die [slachtoffer 2] , waardoor samendrukkend en/of omsnoerend geweld op de hals/keel van die [slachtoffer 2] is ontstaan, en

- op/tegen het hoofd en/of de hals en/of overige delen van het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen, gestompt, geschopt en/of getrapt, en

- met een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, in de hals/halsstreek en/of arm van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden, ten gevolge waarvan [slachtoffer 2] is overleden.

parketnummer 18/232368-12

1.

hij op 31 maart 2012 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, toebehorende aan

[slachtoffer 1] .

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 18/850046-13

1 (meer subsidiair)Doodslag;

2. (meer subsidiair) Doodslag;

Parketnummer 18/232368-12

1 Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d.14 maart 2016, opgemaakt door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater en de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 22 februari 2016, opgemaakt door

drs. D. Breuker, psycholoog.

De conclusies van deze rapporten luiden, zakelijk weergegeven:

Er kan op basis van de onderzoeken bij veroordeelde geen ziekelijke stoornis van de geestvermogens worden vastgesteld. Er is wel sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens door de aanwezigheid van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en psychopathie.

Verdachte heeft in het verleden veel problemen gehad met middelengebruik, maar hij lijkt daar de laatste jaren meer controle over te hebben. Inherent aan de antisociale persoonlijkheidsstoornis is bij betrokkene sprake van een gebrekkige gewetensontwikkeling, empathisch tekort en egocentrisme mede waardoor hij zich niet erg bezwaard voelt over het plegen van strafbare feiten, zoals ook over het plegen van de ten laste gelegde feiten, en hij zich inlaat met een criminele levensstijl. Verdachte ontkent het ten laste gelegde. Hij stelt wel betrokken te zijn geweest bij een drugsdiefstal (rip deal) en verkoop van drugs. Hij kan duidelijk aangeven welke rationele afwegingen hij heeft gemaakt om te komen tot het delictgedrag. Zo heeft hij ook verteld dat hij geholpen heeft met het wegruimen van het vrouwelijke slachtoffer om de negatieve consequenties voor zichzelf zo veel mogelijk te beperken. Hij geeft aan hierin een bewuste keuze te hebben gemaakt. Hij had ook anders kunnen kiezen en was in zijn keuzevrijheid niet beperkt, ondanks de antisociale persoonlijkheidsstoornis. Voor het gedeelte waarover hij zelf heeft verklaard te weten het verplaatsen van het lichaam van [slachtoffer 2] , schat de psychiater hem als volledig toerekeningsvatbaar in. De psycholoog adviseert om verdachte als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen ten aanzien van het plegen van de ten laste gelegde feiten (indien bewezen).

Mede gelet op de verklaring van de psycholoog trekt de rechtbank de conclusie van de psychiater door naar de bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank kan zich met de conclusies van de psycholoog en de psychiater verenigen en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezen verklaarde aan hem volledig kan worden toegerekend.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de rapporten van de psychiater en de psycholoog voldoende zijn onderbouwd en voldoende gespecificeerd inzicht geven in de diagnose psychopathie. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de rapporten buiten beschouwing te laten.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van parketnummer 18/850046-13 voor het onder 1 primair en het onder 2 subsidiair ten laste gelegde en ter zake van parketnummer 18/232368-12 voor het onder 1 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 jaren, met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. De officier van justitie heeft bij het bepalen van de strafmaat onder meer rekening gehouden met de aard en ernst van de feiten. Verdachte heeft op gruwelijke wijze twee bejaarde mensen van het leven beroofd. Verdachte heeft er blijk van gegeven geen enkel respect op te brengen voor het leven van zijn medemensen. De nabestaanden blijven achter met gevoelens van verdriet, gemis en woede. Op grond van de rapportages is de officier van justitie van mening dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Vanuit de oogpunten van vergelding voor wat verdachte zijn slachtoffers en diens nabestaanden heeft aangedaan en van beveiliging van de samenleving, zou een levenslange gevangenisstraf begrijpelijk zijn, zeker nu verdachte in de afgelopen tien jaar al vier keer eerder is veroordeeld voor strafbare feiten met een geweldscomponent.

Daar staat tegenover dat levenslang feitelijk echt levenslang betekent en dat verdachte nu 41 jaar oud is. Daar komt bij dat de wet sinds de invoering van de Wet Herijking Strafmaxima voorziet in de mogelijkheid tot het opleggen van een zeer langdurige tijdelijke gevangenisstraf en dat in dat geval bovendien aan een eventuele voorwaardelijke invrijheidstelling met het oog op het voorkomen van recidive strenge voorwaarden kunnen worden verbonden. Gelet op vorenstaande acht de officier van justitie de oplegging van een tijdelijke gevangenisstraf voor de maximale duur passend.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank de feiten bewezen mocht achten, aangevoerd dat aan verdachte geen levenslange gevangenisstraf dient te worden opgelegd.

Bescherming van de maatschappij kan binnen de grenzen van een tijdelijke gevangenisstraf met moderne middelen en met nog veel modernere middelen in de toekomst, op een adequate wijze plaatsvinden. Daarnaast brengt de leeftijd van verdachte mee dat het risico op recidive naar objectieve maatstaven tot een minimum beperkt is. Ook de persoon van de verdachte geeft, mede gelet op zijn gedrag in detentie, geen aanleiding tot definitieve verwijdering uit de samenleving. Een tijdelijke gevangenisstraf is aangewezen, waarbij rekening dient te worden gehouden met overschrijding van de redelijke termijn. Deze overschrijding heeft veel impact op verdachte gehad, nu hij meer dan drie jaren in onzekerheid heeft verkeerd over zijn toekomst. Hoewel deze zaak een bijzondere zaak is die uitvoerig onderzoek heeft gevergd en het verzoek van de officier van justitie om een reconstructie te laten verrichten als zorgvuldig en begrijpelijk dient te worden aangemerkt, dient niettemin te worden vastgesteld dat een groot deel van de vertraging het gevolg is van de keuze om het onderzoek naar de identificatie van de slachtoffers van de MH-17 voorrang te geven. Dit is een beleidskeuze die maakt dat een redelijke uitleg van artikel 6 van het EVRM meebrengt dat een bruto korting op de op te leggen straf van 1,5 jaar passend is indien aan verdachte een gevangenisstraf van 20 jaren of meer wordt opgelegd en 1 jaar in geval van een straf die lager is.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzittingen en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 18 januari 2013 schuldig gemaakt aan een tweetal levensdelicten. In de vroege ochtend heeft hij [slachtoffer 2] , om redenen die onbekend zijn gebleven, op een gewelddadige wijze om het leven gebracht. [slachtoffer 2] is door verstikking als gevolg van bij leven opgelopen omsnoerend en/of samendrukkend geweld op de hals overleden, waarbij het goed mogelijk is dat bloedverlies door bij leven opgelopen steekverwondingen aan de hals aan het overlijden heeft bijgedragen. Op dezelfde dag heeft verdachte zich in de avond nogmaals schuldig gemaakt aan een gruwelijk strafbaar feit. Verdachte heeft op die avond [slachtoffer 1] , wederom om redenen die onbekend zijn gebleven, op een afschuwelijke wijze om het leven gebracht. Het overlijden wordt zonder meer verklaard door verstikking als gevolg van het geweld op de hals.

Op grond van de sectiebevindingen is het niet uit te sluiten dat afsluiten van de mond/keelholte door een daarin gepropte theedoek en afsluiten van de luchtwegen door een om het hoofd dichtgeknoopte plastic tas, indien deze daar bij leven zijn aangebracht, aan de verstikkingverschijnselen en daarmee aan het overlijden hebben bijgedragen. Gelet op de wijze waarop beide slachtoffers in hun woningen zijn aangetroffen is het evident dat zij doodsangsten hebben moeten uitstaan in de laatste momenten van hun leven. Verdachte heeft deze twee weerloze bejaarde slachtoffers, die hem eerder onderdak hadden geboden, op gruwelijke wijze het meest wezenlijke recht, namelijk het recht te mogen leven, ontnomen. De nabestaanden van beide slachtoffers blijven achter met gevoelens van verdriet, gemis en woede en zullen verder moeten leven met het gegeven dat hun dierbare op gruwelijke wijze om het leven is gekomen, zonder dat zij hiervan de reden kennen. Daarmee is hen onherstelbaar leed aangedaan. De rechtbank rekent dit alles verdachte zeer zwaar aan.

Deze daden hebben daarnaast voor de rechtsorde in zijn algemeenheid een zeer schokkend karakter en brengen gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

De rechtbank heeft tevens de persoonlijke omstandigheden van verdachte betrokken bij de op te leggen straf, zoals deze blijken uit de over verdachte opgemaakte rapportages.

Er is bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens door de aanwezigheid van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en psychopathie. Deze gebrekkige ontwikkeling was echter niet van dien aard dat verdachte hierdoor beperkt was in zijn keuzevrijheid en ten tijde van de delicten geen andere keuzes kon maken. De rechtbank is, in overeenstemming met de inhoud van de rapportages, dan ook van oordeel dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van de feiten. Voorts blijkt uit de rapportages dat verdachte niet intrinsiek is gemotiveerd voor een behandeling gericht op verandering van zijn persoonlijkheid.

Daarnaast heeft de rechtbank de justitiële documentatie van verdachte betrokken bij de op te leggen straf.

De rechtbank constateert dat de procedure in zijn geheel langer heeft geduurd dan de periode die doorgaans in de jurisprudentie als "redelijk" wordt beschouwd (24 maanden). De rechtbank is echter van oordeel dat deze vertraging voor het grootste deel samenhangt met het feit dat verdachte na de eerste inhoudelijke behandeling van de zaak zijn proceshouding drastisch heeft gewijzigd, waardoor in het kader van een zorgvuldige afdoening, nader onderzoek is verricht. Tevens heeft hij in eerste instantie niet meegewerkt aan onderzoek naar zijn persoon, hetgeen eveneens heeft bijgedragen aan de vertraagde afdoening van de zaak. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn zonder consequenties kan blijven.

De delicten die door verdachte zijn gepleegd zijn naar hun aard misdrijven die oplegging van een gevangenisstraf van zeer lange duur rechtvaardigen. De rechtbank merkt wat de duur van de op te leggen gevangenisstraf betreft op dat de rechtbank zich heeft georiënteerd op hetgeen in andere gevallen voor dergelijke zaken is opgelegd. In dit geval zal de rechtbank de maximale gevangenisstraf opleggen die mogelijk is voor deze strafbare feiten.

De rechtbank acht alles afwegende een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Dat de rechtbank een minder hoge straf zal opleggen dan door de officier van justitie geëist komt omdat de rechtbank minder bewezen acht dan de officier van justitie.

Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 3] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder feit 2 van parketnummer 18/232369-12 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bedraagt € 159,00.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft eveneens betoogd dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Beoordeling

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/850046-13 onder

1 primair en subsidiair en onder 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/232368-12 onder 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

Verklaart het onder parketnummer 18/850046-13 onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart het onder parketnummer 18/232368-12 onder 1 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

(t.a.v. feit 2 parketnummer 18/232368-12)

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.E. Kiezebrink, voorzitter, mr. J.V. Nolta en

mr. A. Jongsma, rechters, bijgestaan door mr. E.A.B. de Jong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juni 2016.

1 In het vonnis wordt, overeenkomstig de chronologie van de ten laste gelegde feiten, eerst het onder 2 ten laste gelegde besproken.

2 Zie ook pagina C419 van voornoemd dossier voor een overzicht van alle telefoongesprekken

3 Zie voor overzicht belgegevens C 407 e.v.

4 Zie ook pagina C 226 van voornoemd dossier

5 Pagina B 40 van strafdossier: Daar waar in dit proces-verbaal bij de resultaten van een D.N.A. onderzoek wordt vermeld dat de matchkans kleiner is dan 1 op 1 miljard wordt bedoeld: "De kans dat het D.N.A.-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard."

6 Pagina B 40 van strafdossier: Daar waar in dit proces-verbaal bij de resultaten van een D.N.A. onderzoek wordt vermeld dat de matchkans kleiner is dan 1 op 1 miljard wordt bedoeld: "De kans dat het D.N.A.-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard."

7 Pagina 1815 van het strafdossier

8 Zie proces-verbaal van bevindingen pagina

9 Zie het proces-verbaal (onderzoek pantykousjes [slachtoffer 2] ) pagina 88 e.v van het Aanvullend einddossier d.d. 14 januari 2015

10 Verklaring [getuige 3] pagina A966 e.v. van het strafdossier / [getuige 10] , pagina A954 e.v. van het strafdossier

11 Zie wederom getuige verklaring [getuige 3] A 966 e.v van het strafdossier, alsmede de verklaring van [getuige 11] , pagina A1097 van het strafdossier

12 B 64/94 van het strafdossier

13 A 452 van strafdossier

14 Zie het nagestuurde NFI rapport d.d. 27 oktober 2015

15 Zie voor bel/ internetactiviteiten etc. ook gecombineerde chronolijst op pagina C 404D van strafdossier

16 Zie ook voor bel/ internetactiviteiten gecombineerde chronolijst op pagina C 404D van strafdossier

17 Zie ook gecombineerde chronolijst op pagina C 404D van strafdossier

18 Zie voor gedetailleerde uitwerking van de camerabeelden van deze Albert Heijn op 18 januari 2013. Tussen 17:16 en 17:43 uur. Van de camerabeelden zijn afbeeldingen gemaakt. Op de afbeeldingen is het [slachtoffer 1] te zien.

19 Zie ook D 168 van het strafdossier voor de kassabon

20 Zie pv bevindingen camerabeelden pagina C 118 van de camerabeelden van de Hema rond 17:16 uur waarop [slachtoffer 1] is te zien.

21 Volgens proces-verbaal B 29 van het strafdossier zou het gaan om een half bevroren rollade

22 Uit belgegevens op pagina C404D blijkt dat verdachte om 16:55:22 door [getuige 1] is gebeld op 18 januari 2013

23 Pagina B 40 van strafdossier: Daar waar in dit proces-verbaal bij de resultaten van een D.N.A. onderzoek wordt vermeld dat de matchkans kleiner is dan 1 op 1 miljard wordt bedoeld: "De kans dat het D.N.A.-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard."

24 Pagina B 40 van strafdossier: Daar waar in dit proces-verbaal bij de resultaten van een D.N.A. onderzoek wordt vermeld dat de matchkans kleiner is dan 1 op 1 miljard wordt bedoeld: "De kans dat het D.N.A.-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard."

25 Moment waarop [slachtoffer 1] ongeveer [café 2] verliet

26 Moment waarop de brandmelding binnen komt

27 Zie proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 januari 2013, opgenomen op pagina A 740 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant

28 Zie pagina A 2049 van dossier, inhoudende de verklaring van [persoon 4] ;

29 Zie verklaring verdachte d.d. 30 januari 2012, pagina 312 e.v;

30 Zie verklaring verdachte d.d. 30 januari 2012, pagina 312 e.v;

31 Zie verklaring verdachte tijdens A 741

32 Zie verklaring verdachte pagina A 310

33 Zie verklaring verdachte pagina A 319

34 Zie ook gecombineerde chronolijst op pagina C 404D van strafdossier

35 Verklaring verdachte ter zitting d.d. 29 oktober 2015 afgelegd

36 Zie strafdossier pagina B502

37 Zie strafdossier pagina B503