Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:2381

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-02-2016
Datum publicatie
03-06-2016
Zaaknummer
18.720312-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (poging tot) 5 diefstallen en wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden onder meer inhoudende een behandelingverplichting m.b.t. de verslavingsproblematiek.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummers: 18/720312-15, 18/730077-16 en 18/830371-13 (tul)

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 februari 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende te [woonplaats] ,

thans preventief gedetineerd in [verblijfadres]

.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van de onderzoeken op de terechtzitting van
18 december 2015 (politierechterzitting ten aanzien van parketnummer 18/720312-15) en

8 februari 2016.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. Terpstra, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.C. Westerling.

Tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 18/720312-15

hij op of omstreeks 7 oktober 2015, te [pleegplaats] , althans in de gemeente

Leeuwarden , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een pand aan [adres 1]

heeft weggenomen

- een computer/notebook, merk Samsung en/of een computer/notebook, merk HP Pro

Book 4720S en/of

- zeven, althans een aantal, telefoons, te weten drie telefoons Iphone 4S,

en/of twee telefoons, merk Samsung en/of 1 telefoon, merk Blackberry, type

Bold en/of een telefoon Iphone 5C en/of

- een oplaadkabel en/of een speaker, merk Logitech, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het (omheinde) terrein van genoemd

pand hebben betreden en/of de genoemde goederen onder zijn/hun bereik hebben

gebracht door middel van inklimming;

ten aanzien van parketnummer 18/730077-16

1.

hij op of omstreeks 25 augustus 2015, te [pleegplaats] , althans in de gemeente

Leeuwarden , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een pand (van

[college 1] ) aan [adres 2] , heeft weggenomen een

portemonnee en/of een hoeveelheid geld en/of een rijbewijs en/of twee, althans

een, bankpas(sen) en/of een Ipad en/of een (auto)sleutel, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 9 september 2015, te [pleegplaats] , althans in de gemeente

Leeuwarden , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een

schoolgebouw aan [adres 3] heeft weggenomen twee, althans een,

beamer(s) en/of een aantal kabels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [college 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 9 september 2015, te [pleegplaats] , althans in de gemeente

Leeuwarden , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een schoolgebouw aan [adres 3]

weg te nemen twee, althans een, beamer(s) en/of een aantal

kabels, geheel of ten dele toebehorende aan [college 2] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, een ruimte in dat schoolgebouw is

binnengegaan en/of de weg te nemen goederen in een (rug)tas heeft gedaan en/of

(vervolgens) die ruimte met medeneming van genoemde goederen heeft verlaten,

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid, alleen tengevolge van de

van zijn wil onafhankelijke omstandigheid dat een medewerker van het [college 2]

verdachte betrapte en/of de (rug)tas afpakte, in elk geval alleen

tengevolge van een van zijn wil onafhankelijke omstandigheid;

3.

hij op of omstreeks 9 september 2015, te [pleegplaats] , althans in de gemeente

Leeuwarden , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit (de

koffiekamer van) een tandartspraktijk aan [adres 4] heeft weggenomen

een telefoon (merk: Samsung S3 Mini), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of een telefoon (merk: Nokia Lumia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] ,

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op of omstreeks 23 september 2015, te [pleegplaats] , althans in de gemeente

Leeuwarden , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een

(kantoorruimte van een) zorgcentrum/gebouw aan [adres 5] heeft

weggenomen een geldkistje en/of een hoeveelheid geld en/of een aantal

toegangspassen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij op of omstreeks 26 september 2015, te [pleegplaats] , althans in de gemeente

Leeuwarden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een

bedrijfspand/laboratorium aan [adres 6] heeft weggenomen negen,

althans een aantal, computer(s) en/of een container, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van de stukken en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 februari 2016 gerekwireerd tot bewezenverklaring ten aanzien van het onder parketnummer 18/720312-15 ten laste gelegde en ten aanzien van parketnummer 18/730077-16 van het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat ten aanzien van het feit, ten laste gelegd onder parketnummer 18/720312-15, niet bewezen kan worden dat verdachte de diefstal heeft gepleegd met een ander. Verdachte dient derhalve van dit deel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken. Ten aanzien van parketnummer 18/730077-16 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit van het onder 3 ten laste gelegde, nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het verdachte is geweest die de gestolen goederen heeft weggenomen.

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van parketnummer 18/730077-16 voor het onder 3 ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank zal verdachte van dat feit vrijspreken.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot de ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

Ten aanzien van parketnummer 18/720312-15

De bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting van 8 februari 2016 afgelegd.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 7 oktober 2015, opgenomen op pagina 45 e.v. van dossier nr. PL0100-2015319318 d.d. 20 november 2015, inhoudende de verklaring van [aangever 1] namens [slachtoffer 1] .

Ten aanzien van parketnummer 18/730077-16

Feit 1

De bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting afgelegd.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 26 augustus 2015, opgenomen op pagina 191 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .

Feit 2 primair

De bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting afgelegd.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 9 september 2015, opgenomen op pagina 214 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [aangever 2] , namens het [college 2] .

Feit 4

De bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting afgelegd.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 24 september 2015, opgenomen op pagina 299 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [aangever 3] , namens het zorgcentrum [slachtoffer 5] .

Feit 5

De bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting afgelegd.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 8 oktober 2015, opgenomen op pagina 319 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [aangever 4] , namens [slachtoffer 6] .

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het onder parketnummer 18/720312-15 ten laste gelegde op grond van de stukken in het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de diefstal tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd. Verdachte zal daarom van dit deel van het hem ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 18/720312-15 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/730077-16 onder 1, 2 primair, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

ten aanzien van parketnummer 18/720312-15

hij op 7 oktober 2015 te [pleegplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan [adres 1] heeft weggenomen een computer/notebook, merk Samsung toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte het omheinde terrein van genoemd pand heeft betreden en het genoemde goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

ten aanzien van parketnummer 18/730077-16

1.

hij op 25 augustus 2015 te [pleegplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand van [college 1] aan [adres 2] , heeft weggenomen een

portemonnee en een hoeveelheid geld en een rijbewijs en bankpassen en een Ipad en een (auto) sleutel, toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

2. primair

hij op 9 september 2015 te [pleegplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schoolgebouw aan [adres 3] heeft weggenomen beamers en/of een aantal kabels, toebehorende aan [college 2] ;

4.

hij op 23 september 2015 te [pleegplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kantoorruimte van een zorgcentrum/gebouw aan [adres 5] heeft

weggenomen een geldkistje en een hoeveelheid geld en een aantal toegangspassen, toebehorende aan [slachtoffer 5] ;

5.

hij op 26 september 2015 te [pleegplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand/laboratorium aan [adres 6] heeft weggenomen negen

computers en een container, toebehorende aan [slachtoffer 6] .

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 18/720312-15

1. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming

ten aanzien van parketnummer 18/730077-16

1 diefstal

2 primair: diefstal

4 diefstal

5 diefstal

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van al het hem ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden. Bij het bepalen van de eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van de feiten. Daarnaast heeft de officier van justitie er rekening mee gehouden dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan gedurende een proeftijd van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest. Aan het voorwaardelijke deel van de vrijheidsstraf dienen de voorwaarden gekoppeld te worden zoals opgenomen in het reclasseringsadvies van 9 december 2015. In plaats van een langdurige vrijheidsstraf, zoals gevorderd door de officier van justitie, zou volgens de raadsvrouw een werkstraf voor de maximale duur van 240 uren moeten worden opgelegd, nu een vrijheidsstraf van aanzienlijke duur het behandel- en begeleidingstraject, zoals geadviseerd door de reclassering, zal doorkruisen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van vermogensdelicten waarbij hij blijk heeft gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen en geen oog te hebben voor de materiële schade die dergelijk handelen veroorzaakt.

Voornoemde delicten zijn door verdachte gepleegd om in zijn drugbehoefte te kunnen voorzien.

Gelet op de aard en de ernst van de door verdachte gepleegde feiten en de omvang van de daardoor aan anderen berokkende (financiële) schade dient naar het oordeel van de rechtbank in beginsel oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf te volgen.

Dit geldt temeer nu verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister al vele malen eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld en verdachte de feiten heeft begaan gedurende een proeftijd, hetgeen hem er niet van heeft weerhouden zijn criminele activiteiten voort te zetten.

Uit het reclasseringsadvies van 9 december 2015 betreffende verdachte komt naar voren dat er sprake is van ernstige verslavingsproblematiek. Ondanks meerdere deelnames aan behandeltrajecten binnen het voornamelijk forensische hulpverleningscircuit, hebben deze interventies bij verdachte (nog) niet geleid tot een blijvende abstinentie van harddrugs.

Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Positieve veranderingen op het gebied van zijn partnerrelatie en zijn behandelbereidheid maken de prognose mogelijk iets minder zorgelijk.

Het verloop van het behandelverleden maakt duidelijk dat er voornamelijk ingezet moet worden op praktische zaken als begeleid wonen, bewindvoering en dagbesteding.
De reclassering adviseert om aan verdachte, naast een deels voorwaardelijk gevangenisstraf, een verplichte ambulante behandeling, gedragsinterventies en een drugs- en alcoholverbod op te leggen.

Gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het advies van de reclassering is

de rechtbank van oordeel dat veel belang dient te worden gehecht aan de behandeling van verdachtes verslavingsproblematiek, zodat het plegen van feiten zoals ten laste gelegd en bewezen verklaard in de toekomst wordt voorkomen. De rechtbank ziet daarin aanleiding om een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen om daaraan de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd in het reclasseringsrapport, te verbinden.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 7 oktober 2013, gewezen door de meervoudige strafkamer in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, is verdachte veroordeeld tot
- voor zover hier van belang - een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 22 oktober 2013.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 29 januari 2016 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

Primair heeft de raadvrouw de rechtbank verzocht de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf te verlengen met één jaar. Subsidiair heeft de raadsvrouw gepleit voor een gedeeltelijke tenuitvoerlegging, waarbij in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf een taakstraf wordt gelast.

Beoordeling

De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. Nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/730077-16 onder feit 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 18/720312-15 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/730077-16 onder 1, 2 primair, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

 dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

 dat de veroordeelde zich binnen 5 dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie meldt bij de reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland (verder: VNN) op het adres Oostergoweg 6 te Leeuwarden. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

 dat de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van VNN waar hij meewerkt aan diagnostiek en behandeling die de Forensische Polikliniek van VNN ten behoeve van het behandeltraject zal uitvoeren;

 dat de veroordeelde geen cocaïne/heroïne en alcohol zal gebruiken zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en de veroordeelde zich verplicht, ten behoeve van de naleving van dit verbod, mee te werken aan urineonderzoek of andere controlemiddelen;

 dat de veroordeelde zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit GI-GGZ Korte leefstijltraining;

 dat de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering die in het kader van het toezicht op de naleving van de voorwaarden noodzakelijk zijn.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Gelast de tenuitvoerlegging van de 12 maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Noord-Nederland , locatie Groningen d.d. 7 oktober 2013.

Dit vonnis is gewezen door M. Haisma, voorzitter, L.H.A.M. Voncken en A.G.D. Overmars, rechters, bijgestaan door J.H. van Scharrenburg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 februari 2016.

Mr. A.G.D. Overmars is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.