Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:2297

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-02-2016
Datum publicatie
22-05-2016
Zaaknummer
18.750068-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 februari 2016 een man veroordeeld voor het medeplegen van dealen in cocaïne en heroïne voor een periode van acht maanden en het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. De rechtbank acht heeft de landelijke oriëntatiepunten als uitgangspunt genomen bij het opleggen van de straf. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 56
Wetboek van Strafrecht 57
Opiumwet 2
Opiumwet 10
Opiumwet 13a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/750068-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 februari 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Libanon),

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in [verblijfadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 januari 2016.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van maart 2015 tot en met 13 oktober 2015 in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op of omstreeks 13 oktober 2015 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in woningen aan [adres 1] en/of [adres 2] en/of [adres 3] ) bolletjes en/of brokken/poeder van materialen bevattende heroïne en/of cocaïne, in ieder geval van middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van een meldplicht bij Reclassering Nederland;

- onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen te weten:

- 18 bolletjes bevattende cocaïne;

- 10 bolletjes bevattende heroïne;

- 15 bolletjes bevattende cocaïne;

- een brok wit poeder bevattende cocaïne;

- een brok bruine poeder bevattende heroïne;

- drugs gerelateerde goederen, te weten een schaar, een aansteker, een lepel met wit

poeder en drie weegschalen met resten poeder;

- een balletjespistool;

- verpakkingsmateriaal, een blauwe plastic zak met een boterhamzakje;

- teruggave aan verdachte van de overig inbeslaggenomen goederen waarop geen conservatoir beslag is gelegd.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past bij de beoordeling van de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe.

1.

De door verdachte op de terechtzitting van 19 januari 2016 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb in de periode april/mei 2015 tot en met 13 oktober 2015 in [pleegplaats] in cocaïne en heroïne gehandeld. Ik verkocht deze middelen op straat, maar ik maakte ook wel gebruik van de drugstelefoon van mijn [broer] . [broer] gaf de telefoon dan aan mij en mijn [neef] om te dealen. De gebruikers van harddrugs bestelden met deze telefoon de drugs en ik bracht de drugs dan bij hen langs en zij betaalden mij voor de drugs. Ik heb de drugs die ik verkocht wel van mijn [broer] gekregen. De gebruikers noemden zowel mijn broer als mij [bijnaam 1] of [bijnaam 2] . Als ze echter over de jongere, kale man spreken bedoelen zij mij. Ze noemen mij ook wel kleine [bijnaam 1] uit [naam wijk] . Mijn vader heeft een [winkel] aan [straatnaam 1] in [pleegplaats] . Ik maakte voor het vervoer wel gebruik van een blauwe Volkswagen Polo die op naam staat van mijn [zus] , een rode Ford Ka en een scooter. Mijn neef was de laatste drie maanden regelmatig bij mij als ik de drugs verkocht.

Op 13 oktober 2015 zijn er in mijn jas, die zich bevond in mijn slaapkamer aan [adres 2] te [pleegplaats] , 18 bolletjes cocaïne en de 10 bolletjes heroïne aangetroffen. Deze middelen waren van mij.

2.

De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2015242346/2015029662, gesloten op 21 december 2015, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2015110876-76, d.d. 5 augustus 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten:

Op 4 augustus 2015 te [pleegplaats] zagen wij een ambtshalve bekende harddrugsgebruiker lopen. Op de brug maakte hij contact met een getinte man op de fiets. Beide personen liepen naar de [supermarkt] waar zij twee vrouwen ontmoeten, waarvan een de ambtshalve bekende harddrugsgebruikster [naam 1] . De man op de fiets fietste weg en de junk liep al bellend weg. Wij zagen dat de vrouwen bleven wachten. Wij zagen dat een blauwe Volkswagen Polo voorbij kwam gereden, kenteken [kenteken] en op naam van [zus] . Wij zagen dat in deze auto twee getinte mannen zaten welke contact maakten met de vrouwen. Daarna reed de auto door. De vrouwen liepen de [straatnaam 2] op. Wij zagen de Polo weer aan komen rijden. De bestuurder parkeerde naast de vrouwen. Wij zagen dat [naam 1] meteen naar de passagierskant van de auto liep en wij zagen dat zij iets gaf aan de inzittende van de Polo. Vervolgens zagen wij dat de inzittende iets aan [naam 1] gaf. De bestuurder van de Polo was de ons ambtshalve bekende [verdachte] . Beide vrouwen staande gehouden. [naam 1] verklaarde dat zij drie jaar lang harddrugs kocht van de bestuurder die zij kent als [naam 2] , waarvan zij wist dat dit een zoon was van de eigenaar van de [winkel] op [straatnaam 1] te [pleegplaats] . Ze had nu een bolletje bruin gekocht van de passagier.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2015110876-15, d.d. 9 september 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [naam 1] :

Ik heb zojuist drugs gekocht. Ik gebruik ongeveer vijf jaar wit en bruin. Ik gebruik twee maal per dag 5 gram drugs. Ik trof een jongen bij de [supermarkt] . Deze jongen belde iemand. Door hem werd met mij afgesproken dat ik bij de [supermarkt] moest wachten. Kort daarop zag ik een blauwe auto aan komen rijden. Ik herkende de bestuurder van die auto als zijnde de mij bekende [naam 2] . Ik heb al eerder drugs van [naam 2] gekocht. Ik koop ongeveer al drie jaar lang drugs van [naam 2] . De drugs die ik van hem koop is van een goede kwaliteit. Ik hoorde dat [naam 2] tegen mij zei dat ik verderop moest gaan staan. Een eindje verderop stopte [naam 2] . Aan zijn bijrijder gaf ik 10 euro en van de bijrijder kreeg ik vervolgens een bolletje bruin. Van [naam 2] kreeg ik een telefoonnummer dat ik kon bellen als ik drugs wilde hebben. Het nummer dat ik van [naam 2] heb gekregen is [telefoonnummer 1] .

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2015029662-81, d.d. 22 oktober 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [persoon 1] :

(O = opmerking verbalisant)

Ik gebruik heroïne en cocaïne. Als ik geld had gebruikte ik elke dag. Ik kocht van [bijnaam 2] . Hij is was langer. Hij woont in [naam buurt] . Hij reed eerst in een zwarte auto. Daarna reed hij in een rood autootje. De andere persoon was vrij klein net geen 1.60 meter lang, hij was kalend. Deze persoon maakte gebruik van een blauwe auto. Ook weet ik dat er een langere bij was. Hij overhandigde ook wel eens de drugs. Hij sprak slecht Nederlands.

O: foto van [neef] getoond.

Dit is de lange jongen. Hij was van de laatste tijd. Ik denk sinds twee of drie maanden.

O: Foto van [verdachte] getoond.

Dit is het kleine mannetje en volgens mij woont hij in [naam wijk] .

O: foto van [broer] getoond.

Dit is [bijnaam 2] . Ik koop denk ik anderhalf of twee jaar van hem. In het begin deed ik alleen zaken met [bijnaam 2] , maar ik denk dat de andere kleine man in ieder geval sinds een jaar ook in de drugshandel zit en ook bij mij kwam. Ik heb nooit van andere personen gekocht in die tijd. Zij waren mijn vaste leveranciers. De prijzen en hoeveelheden werden niet aangepast, maar de kwaliteit wisselde wel heel erg.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2015029662-83, d.d. 23 oktober 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [persoon 2] :

Ik ben al dertig jaar verslaafd. Ik gebruik voor 30 tot 50 euro per week aan cocaïne. De eerste keer dat ik van [bijnaam 2] kocht is twee of drie jaar geleden. Ik heb toen twee jaar cocaïne van hem gekocht. Ik gebruikte in die periode dagelijks. Daarna heb ik hem een jaar niet gezien. Ongeveer vijf maanden geleden kreeg ik het nieuwe nummer. Het nummer eindigt op 1616. Dat nummer is van [bijnaam 2] . Ik belde hem om te bestellen en dan kwam die kleine kale in zijn Ka het brengen. Ik heb een keer drugs van [bijnaam 2] gekregen en een keer van die lange. Dat is een neef van hun. De kwaliteit was niet heel goed. Ik gebruik nu zeven maanden weer. Die kleine kale bracht me vaak drugs.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2015029662-35, d.d. 13 oktober 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [persoon 3] :

Ik heb het telefoonnummer van [bijnaam 2] gekregen zo'n twee jaar geleden en zo is het begonnen. Het nummer eindigde eerst op 7113 en nu is zijn nummer [telefoonnummer 2] . Ik heb wel eens betere heroïne van [bijnaam 2] gehad. Het is een tijdje wel goed geweest, maar nu niet.

Ik spreek de afgelopen twee jaar met [bijnaam 2] af bij [locatie 1] en bij [locatie 2] . Ik koop alleen heroïne of coke. [bijnaam 2] is een klein kaal mannetje. Ik betaal 10 euro voor een bolletje heroïne of cocaïne.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2015029662-79, d.d. 22 oktober 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [broer] :

(V = vraag verbalisant, A = antwoord [broer] )

Ik verkoop drugs. Ik gebruik telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Ik had nog een ander nummer dat eindigt op 113. Mijn broer en mijn [neef] zijn vaak samen.

V: Hoe kan het dat [neef] soms rijdt als er een bestelling is.

A: Dan geef ik ze mijn telefoon. Aan mijn broertje en mijn neefje samen. Ik geeft ze de telefoon om te werken, te dealen. Ik koop drugs in voor ons drieën. Als ik drugs gekocht heb verdeel ik de drugs over mezelf, mijn broer en mijn neef.

een kennisgeving van inbeslagneming, nummer PL0100-2015242346-52, d.d. 13 oktober 2015 opgemaakt door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:

Op 13 oktober 2015 te [pleegplaats] , [adres 2] , een zakje met 28 bolletjes aangetroffen in een blauwe jas op de kamer van [verdachte] .

18 bolletjes met goednummer PL0100-2015242346-615805 en 10 bolletjes met goednummer PL0100-2015242346-615807.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2015242346-115, d.d. 29 oktober 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisanten:

De ontvangen vermoedelijk verdovende middelen onderzocht.

goednummer: PL0100-2015242346-615805:

16 bolletjes wit en 2 bolletjes witte brokjes en poeder

netto : 2,602 gram

monster: SIN AAIK0130NL

Positief op cocaïne getest en verzonden naar het NFI.

goednummer: PL0100-2015242346-615807:

in totaal 10 bolletjes met bruine brokjes en poeder

netto : 1,387 gram

monster: SIN AAIK0133NL.

Positief op heroïne getest en verzonden naar het NFI.

2.9.

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie, zaaknummer 2015.09.28.029, d.d. 13 november 2015 opgemaakt door [deskundige] , op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn/haar verklaring:

onderzoekmateriaal en conclusie:

monster met kenmerk AAIK0130NL bevat cocaïne;

monster met kenmerk AAIK0133NL bevat heroïne.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen hierna bewezen zal worden verklaard en de rechtbank heeft op grond hiervan de overtuiging bekomen dat verdachte het hierna bewezen verklaarde heeft begaan. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van maart 2015 tot en met 13 oktober 2015 in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne, telkens een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 13 oktober 2015 te [pleegplaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een woning aan [adres 2] , bolletjes van materialen bevattende heroïne en cocaïne, middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. ten aanzien van het verkopen en afleveren:

medeplegen van de voortgezette handeling van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en

ten aanzien van het vervoeren:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige schulduitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 21 december 2015, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met zijn broer en zijn neef dealen in cocaïne en heroïne voor een periode van acht maanden en het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. De klantenkring van verdachte en zijn medeverdachten bestond uit een zeer groot deel van de gebruikers uit [pleegplaats] .

Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. De rechtbank rekent verdachte aan dat hij aan deze drugscriminaliteit een bijdrage heeft geleverd door cocaïne en heroïne te verkopen.

De rechtbank neemt als uitgangspunt de landelijke oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten geven voor een alleen opererende dader voor het dealen van harddrugs met enige regelmaat gedurende een periode van zes tot twaalf maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij geen drugs afzette binnen een beperkte kring van vrienden en bekenden, maar dat hij uit winstbejag aan willekeurige derden verkocht. De rechtbank acht dit strafverzwarend. Eveneens acht de rechtbank strafverzwarend de grote schaal waarop verdachte samen met zijn medeverdachten heeft gedeald. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Door de officier van justitie is onder meer de bijzondere voorwaarde van een meldplicht bij de reclassering gevorderd. Uit het reclasseringsadvies blijkt niet dat verdachte een hulpvraag heeft en dat begeleiding van de reclassering is geïndiceerd. De rechtbank zal derhalve geen meldplicht bij de reclassering opleggen. Tevens acht de rechtbank gelet op de hiervoor genoemde oriëntatiepunten en de grote schaal waarop verdachte heeft gedeald een langere gevangenisstraf dan is gevorderd aangewezen. De rechtbank zal echter wel een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van drie jaren om recidive in de toekomst te beperken.

Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden en zal deze straf ook aan verdachte opleggen.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen drugs gerelateerde voorwerpen, te weten een schaar, een aansteker, een lepel, drie weegschalen en twee plastic zakken vatbaar voor verbeurdverklaring nu de feiten met behulp van deze voorwerpen zijn voorbereid en begaan en deze voorwerpen toebehoren aan verdachte.

De rechtbank acht de inbeslaggenomen harddrugs, te weten 33 bolletjes bevattende cocaïne, 10 bolletjes bevattende heroïne, een brok wit poeder bevattende cocaïne en een brok bruine poeder bevattende heroïne, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu de bewezenverklaarde feiten hiermee zijn begaan en de voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

De officier van justitie heeft eveneens gevorderd dat het balletjespistool zal worden onttrokken aan het verkeer. Dit pistool is bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane strafbare feiten aangetroffen. De rechtbank zal geen beslissing nemen omtrent het balletjespistool nu verdachte bij de politie reeds afstand van het pistool heeft gedaan.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat alle overige voorwerpen, waarop geen conservatoir beslag is gelegd, terug worden gegeven aan verdachte. De rechtbank zal beslissen dat deze voorwerpen worden teruggegeven aan verdachte, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 56 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot drie maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen drugs gerelateerde voorwerpen, te weten een schaar, een aansteker, een lepel, drie weegschalen en twee plastic zakken.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen harddrugs, te weten 33 bolletjes bevattende cocaïne, 10 bolletjes bevattende heroïne, een brok wit poeder bevattende cocaïne en een brok bruine poeder bevattende heroïne.

Gelast de teruggave aan verdachte van de overige inbeslaggenomen voorwerpen waarop geen conservatoir beslag is gelegd en waarvan geen afstand is gedaan en welke nog niet zijn teruggegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 februari 2016.

w.g.

Brinksma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Koelman

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

De Wit

locatie Leeuwarden,

Zandstra-Alkema