Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:2195

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-05-2016
Datum publicatie
23-11-2017
Zaaknummer
C/17/139934 / HAZA 15-44
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Melkrobot, ontbinding koopovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6209
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/139934 / HA ZA 15-44

Vonnis van 4 mei 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. P. Stehouwer te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. B. Korvemaker te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 8 juli 2015;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 23 september 2015;

  • -

    de conclusie na comparitie (inclusief reactie op conclusie na comparitie van [gedaagde]), tevens conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte vermeerdering van eis in conventie van [eiser] van 4 november 2015;

  • -

    de conclusie na comparitie (inclusief reactie op conclusie na comparitie van [eiser]), tevens akte uitlating vermeerdering eis, tevens akte overlegging producties en uitlating producties van [gedaagde] van 4 november 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] exploiteert een melkveebedrijf en [gedaagde] is verkoper/installateur van onder meer melkrobots en voersystemen. De leverancier van de melkrobots en voersystemen van [gedaagde] is GEA Farm Technologies.

2.2.

In verband met de uitbreiding van zijn bedrijf heeft [eiser] een melkrobot van [gedaagde] gekocht van het merk Westfalia Surge type M1one 3-box met toe- en aanbehoren voor een koopsom van € 232.000,00 exclusief BTW. Deze koopovereenkomst is neergelegd in een orderbevestiging, gedateerd 22 april 2013. Hierin staat vermeld, voor zover van belang:

"(…)

Wij danken u voor uw interesse in de GEA Farm Technologies producten.

(…)

Deze offerte, opgesteld volgens uw wensen, waarborgt:

* Een efficiënt en zorgvuldig melken van alle dieren en rassen.

* Het hoogste comfort en de hoogste veiligheid op de werkplaats.

* Automatisering voor het hoogste rendement en de kleinste routinetijden.

* Maximale productkwaliteit en hoogste betrouwbaarheid van alle componenten.

* Toekomstige uitbreidingsmogelijkheden dankzij modulair systeemconcept.

* Geringe bedrijfs- en servicekosten.

5 Prijsoverzicht - Orderbevestiging

Ml one 3-box

(…)

Diensten:

* Installatie en bouwbegeleiding van het project

* 25 uur opstart instructiebegeleiding

(…)

Onderhoudscontract:

* Comfort voor de prijs van advance contract (zie bijlage)

Netto totaalprijs gemonteerd (excl. BTW):………………€ 180.000,--

(Mlone € 210.000,- en inruil -/- € 30.000,- excl. btw)

Netto meerprijs gemonteerd extra melkbox (excl. BTW) € 53.000,--

(…)

Afspraken:

* (…)

* Inruil: Delaval melkrobot hydraulisch 2006 (…)

* GEA maakt een aanbieding van sprayen op in de beker nadat de NZO hieraan goedkeuring heeft

gegeven. [eiser] wordt voorgedragen als testklant voor dit onderdeel.

(…)."

2.3.

Het onderhoudscontract ("Comfort") dat [eiser] met [gedaagde] heeft gesloten duurt 36 maanden. Dit contract houdt onder meer in dat [gedaagde], naast een service- en onderhoudsbeurt (4 keer per jaar) van de melkrobot, de materiaalkosten van bepaalde onderhoudsdelen voor haar rekening neemt, alsmede de materiaalkosten en inbouw van bepaalde "slijtdelen".

2.4.

Op 22 april 2013 heeft [eiser], naast de melkrobot, ook een voersysteem van [gedaagde] gekocht, een Mullerup MixFeeder, voor een koopsom van € 137.000,00 exclusief BTW. Ook deze koopovereenkomst is neergelegd in een orderbevestiging.

2.5.

De melkrobot is in de winter van 2013/2014 door [gedaagde] bij [eiser] geïnstalleerd en [eiser] heeft de robot begin februari 2014 in gebruik genomen.

2.6.

In een bezoekverslag van GEA Farm Technologies van 11 maart 2014 staat vermeld:

"(…)

Besproken zaken:

- Algemeen is de montage van het hele project goed verlopen. Het inregelen van de complete installatie is nog niet afgerond. Verder moet de klant nog uitleg krijgen over specifieke kenmerken van de installatie en de werking van support bij dealer [gedaagde] en GEA 0900-milking.

Mlone:

- Tijdens de opstart zijn een aantal zaken afgesteld die op voorhand beter ingesteld moesten worden:

* Separatie straat was onvoldoende ingesteld. (…)

* Melkinstellingen (…)

(…)

- De opstartbegeleiding was in de eerste dagen voor deze klant te kort. (…)

- Nazorg begeleiding is het huidige traject.

* Hierin komt het op een fijn afstelling aan. (…)

* Melkproductie is iets te ver onderuit gegaan en moet zo snel mogelijk weer op peil komen. In de oude situatie was dit rond de 31 liter per dag.

* Ook dealer [gedaagde] wil graag betrokken worden op dit traject zodat zij ook beter kan inspelen op de behoefte van de klant.

(…)

Mullerup systeem:

- Montage door [voornaam]/[gedaagde] is goed verlopen. Wel zijn er een aantal opmerkingen en enkele problemen die nog opgelost moeten worden.

(…)."

2.7.

Bij brief van 6 april 2014 heeft [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld. In de brief staat vermeld:

"(…)

Betreft: Ingebrekestelling GEA MIONE melkrobot en GEA Mullerup voersysteem

(…)

Ondanks herhaaldelijk verzoek zijn jullie nog niet in staat geweest om beide systemen goed te laten functioneren en in bedrijf te stellen.

Ik verzoek u om nu binnen 30 dagen beide systemen goed en storingsvrij te laten functioneren in overleg met mij.

Mocht er na deze 30 dagen nog geen verbetering optreden, dan stel ik u reeds nu voorzover al nodig in gebreke zeg u aan, dat ik dan tot rechtsmaatregelen zal overgaan. (…)."

2.8.

Leverancier GEA Farm Technologies heeft vervolgens getracht een minnelijke regeling met [eiser] te treffen, maar GEA Farm Technologies en [eiser] hebben geen overeenstemming bereikt.

2.9.

In een bezoekverslag van GEA Farm Technologies van 24 mei 2014 staat vermeld:

"(…)

Mullerup voersysteem

(…)

- Originele ronde aanschuif wiel werkte niet goed. Is vervangen door een alternatief van [voornaam]. Zou nog wel in originele kleur moeten worden gemaakt (= nu zwart)

(…)

- De PDA is niet 'meer' los te nemen. (…)

(…)

Mlone

(…)

- BSK is tijdens de opstart in deze melking gedaald met 10 punten. Is nu weer op 42 gekomen.

(…)

- Heeft nog regelmatig dieren die bij 60% afgehaald worden. Waarom haalt de robot het hele melkstel er af ? (…)

- Valt op dat de melkbeker gaatjes goed open moeten zijn. Regelmatig controleren is belangrijk. De gaatjes zijn wel moeilijk te zien.

(…)

Open punten naar aanleiding van de brief van [eiser] aan [gedaagde]

- Er wordt sinds de opstart aan punten gewerkt die zijn opgemerkt.

- Het aantal alarmen is behoorlijk gereduceerd en de werking is meer naar tevredenheid.

- Nu staan er een aantal minder urgente zaken open welke we bij de kop pakken (…).

Afspraken:

- Nieuwe zijplaat voor stoverdeler (Leveren door GEA, montage [gedaagde])

(…)

- Voerschuif vooralsnog laten draaien en later netter afwerken

(…)"

2.10.

Bij brief van 22 oktober 2014 heeft (de gemachtigde van) [eiser] buitengerechtelijk de ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen. (De gemachtigde van) [eiser] heeft in dit verband aan [gedaagde] geschreven:

"(…)

Het door u geleverde voersysteem GEA Mullerup functioneert inmiddels redelijk, maar de melkrobot functioneert nog steeds niet. Er zijn aan de lopende band storingen, cliënt heeft wekelijks tot 2 of 3 keer toe onderhoudsmonteurs op zijn erf.

Zonder dat hiermee een limitatieve opsomming is beoogd, hebben zich de afgelopen periode onder de navolgende storingen en gebreken voorgedaan:

- De afstelling van de klapdeuren was verkeerd, waardoor vee klem kwam te zitten en deze koeien durfden vervolgens niet meer in de box;

- Tepelvoeringen scheurden;

- Het "melkrek" buigt krom en is kennelijk van inferieur materiaal gemaakt, waardoor de spenen niet goed aansluiten;

- De desinfectie werkt nog steeds niet naar behoren (straaltjes in plaats van verneveling);

- De draadloze communicatie werkt niet;

- Er gaan aan de lopende band onderdelen stuk (dempingscilinders, membranen, schroeven, klemmen, enzovoorts).

Het zal u duidelijk zijn dat de melkrobot niet de eigenschappen bezit die cliënt op grond van de overeenkomst mocht verwachten, zodat er sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. Op grond van de orderbevestiging mocht cliënt een eersteklas product verwachten. (…)

(…)

Gelet op de waslijst aan problemen is voor cliënt nu de maat vol.

Namens cliënt ontbind ik hierbij de met u gesloten koopovereenkomst ter zake van de melkrobot.

(…)."

2.11.

Partijen hebben vervolgens getracht een minnelijke regeling te treffen, maar zijn daarin niet geslaagd.

2.12.

In opdracht van [eiser] hebben mevrouw I. Haasken en de heer J. Hamming van VIB Consulting (hierna: VIB Consulting) de schade berekend die [eiser] stelt te hebben geleden ten gevolge van het niet goed functioneren van de melkrobot en het voersysteem. In de door VIB Consulting opgemaakte schadeberekening staat vermeld:

"(…)

De schade bedraagt qua melkproductie:

Gemiddeld zijn vanaf april 2014 33 vaarzen aan de melk die de lopende lactatie 1.100 kg. melk minder gaan produceren (naar verwachting). Het is niet reëel om te verwachten dat de dieren deze gemiste productie nog weer in gaan halen gedurende de rest van de lactatie.

Gemiddeld zijn er 15,67 2e kalfskoeien aan de melk die de lopende lactatie 1.300 kg. melk minder produceren (naar verwachting).

De totale gemiste melkproductie bedraagt dus ruim 56.500 kg. melk.

(…)

De ondernemer heeft (…) veel extra arbeid moeten leveren om alle problemen op te lossen. Dit heeft gedurende de periode vanaf 9 februari tot 1 september (203 dagen) zeker 2 uur per dag gekost. (…) Voor de periode 1 september tot 1 december (91 dagen) bedraagt de extra arbeid voor storingen ca. 1 uur per dag.

(…)

Het totale bedrag, tot 1 september 2014, ziet er dan als volgt uit:

- Gemiste melkopbrengsten 56.500 kg a € 0,38 = € 21.470

- Extra gemaakte uren 203 dagen a 2 uur a € 30 = € 12.180

- Extra gemaakte uren 91 dagen a 1 uur a € 30 = € 2.730

- Extra kosten schade rapport € 1.250

Totale schade: € 37.630 excl. BTW

(…)."

2.13.

In opdracht van [gedaagde] heeft een deskundige, de heer J.A. Grolleman (hierna: Grolleman), de werking van de melkrobot beoordeeld aan de hand van de processtukken, waaronder de dagvaarding van [eiser], alsmede aan de hand van prestatiegrafieken en tabellen van de melkrobot die door [gedaagde] zijn aangeleverd. In de daarvan opgemaakte rapportage, gedateerd 5 juni 2015, staat vermeld:

"(…)

Niet goed uitmelken (…)

Een probleem bij het melken van de koeien (…) was dat het melkstel werd afgenomen voordat de koe "leeg" was. de melkgift was meer dan 75% lager dan de verwachte melkgift. Een belangrijke oorzaak van dit euvel was de vervuiling van de melkstroom indicatoren door zaagsel resten. De melkstroom indicatoren "zien" dan geen melkstroom en nemen dan de tepelbeker(s) af volgens de instellingen van de melkrobot. Deze vervuiling komt door te veel zaagsel resten aan de spenen van de koeien voor het melken.

Ook als de luchtgaatjes in de melkbekers niet open zijn kan dit een afwijkende registratie van de melkstroom geven met het verkeerd afnemen tot gevolg.

Dit zijn 2 punten die bij de dagelijkse controle van de veehouder horen.

(…)

Bijlage 2, verdeling van de melkbeurten per uur, geeft een indruk van de werking van de melkrobot. Deze gegevens zijn van een beperkte tijd en niet volledig. Echter door de getallen ten opzichte van het aantal melkingen in de betreffende periode te bekijken geven deze getallen een goed beeld van de prestatie van de melkrobot (…).

Opvallend daarbij is het lage percentage incomplete melkingen van gemiddeld 1,5 %. Dit geeft aan dat praktisch alle melkingen goed verlopen. (…) Dit geeft aan dat de veehouder een groep koeien 2 maal daags handmatig aansluit.

Kortom de melkrobot deed zijn werk naar behoren.

(…)

SMS berichten. (Rb: storingen aan de melkrobot worden per sms-bericht doorgegeven aan [eiser])

De waslijst aan SMS berichten is groot.

Echter in de koopovereenkomst staat dat tankalarmen ook via een SMS van de melkrobot worden verstuurd. Daarnaast zijn er ook veel Sms'jes die binnen enkele minuten na elkaar zijn verstuurd. Dit kunnen verschillende meldingen zijn maar ook dezelfde melding die herhaald wordt.

Omdat er bij de Sms'jes niet bij staat welke alarmen het zijn is hieruit niet af te leiden dat er veel storingen waren.

(…) schade berekening:

De tijdspanne om goed te kunnen beoordelen of de MIone melkrobot een effect zou hebben gehad op de melkproductie is te kort. Voor een betrouwbare vergelijking zijn ook gegevens van 2011 en 2012 nodig.

(…)

De grootste daling komt na het uitbreiden van de veestapel. De netto opbrengst bij de oude koeien (…) laat een constant beeld zien. Terwijl dit normaal gesproken de groep dieren is die de meeste problemen heeft met een omschakeling in de bedrijfsvoering (melksysteem) Het is vreemd dat deze dieren normaal blijven produceren en de vaarzen en 2e kalfs dieren niet. (…)

In verband met onvoldoende gegevens voor een goede beoordeling van de productiedaling en dat de daling al werd ingezet voor ingebruikname van de MIone melkrobot en de grote toename in het aantal vaarzen kan de "productie daling" ook door andere oorzaken zijn veroorzaakt.

(…)

Een forse productie daling bij koeien door slecht melken is goed mogelijk. (…) Over het vol melken van het melkquotum bij dhr. [eiser] zijn geen gegevens bekend. Daarnaast is ook niet bekend of er melk is verleast.

(…) Een berekende schadepost van 38 ct/kg melk is (…) buiten proporties.

Het inzetten van extra arbeid is een risico dat bij een onderneming hoort. (…) Nog afgezien van het uurtarief van € 30. Daarnaast staat in het bezoekverslag van 11-3-2014 (productie 4) dat de veehouder nog veel nieuwe zaken moest leren over de werking van de melkrobot ondanks zijn ervaring met het robot melken. Dit geeft aan dat de veehouder een extra inspanning moest leveren het robot melken met de MIone goed te laten verlopen.

Storingslijst:

De problemen op de storingslijst zijn op te delen in de volgende categorieën:

* In maart 2014 voornamelijk opsturing melkbeker.

* Kromme stangen en gescheurde slangen. Dit is vaak een gevolg van koe schade.

* Sprayen bijstellen. Sprayen is een zwak onderdeel van de MIone melkrobot. In praktijk staat bij veel MIone melkrobots hierom het sprayen uit.

* Overige storingen. Dit aantal is niet laag.

Overig:

* (…) Er zijn veel storingen soms staat er 2 of 3 keer per week een monteur van [gedaagde] op het erf! Dit geeft aan dat dhr. [gedaagde] steeds heeft geprobeerd de storingen op te lossen.

* (…) Veel storingen met als gevolg onvoldoende capaciteit melkbox. Omdat er 3 melkboxen aanwezig zijn is de totale capaciteit van de melkrobot nooit een probleem geweest. (…)

Er is dus voldoende ruimte bij de melkrobot om meer koeien te melken.

(…)

Conclusie:

De hoeveelheid melk per koe per dag is in maart 2015 op het zelfde niveau als voor de start met de MIone melkrobot. Dit terwijl er geen melding is gemaakt van wezenlijke veranderingen in de melkrobot.

Alles wijst er op dat naast de opstart problemen in februari en maart 2014 de grote groep vaarzen die in april 2014 extra worden gemolken een grote verstoring hebben gegeven van het melkproces.

Als in februari 2015 de koeien opnieuw beginnen te kalven bij de MIone melkrobot komt het oude productie niveau weer terug. Bij een gelijk werkende melkrobot."

2.14.

In opdracht van [eiser] heeft de heer A. Hidding van VIB Consulting een uiteenzetting gegeven over [eiser] als ondernemer en over zijn melkveebedrijf. Ook wordt een reactie gegeven op het rapport van Grolleman. In de daarvan opgemaakte rapportage, gedateerd 6 oktober 2015, staat vermeld:

"(…)

Sinds 16 januari 1996, bijna 20 jaar, adviseer ik het melkveebedrijf [eiser]. (…)

(…)

[eiser] molk in 2012 en 2013 een gemiddelde BSK (rb: bedrijfs standaard koe) die schommelde tussen 46 en 49. Dit niveau ligt circa 15-20 % hoger dan het Nederlandse gemiddelde. (…)

(…)

Mijn conclusie is dat de heer [eiser] zijn vee en voer management uitstekend op orde heeft.

(…)

"Wanneer een klant overstapt van traditioneel naar robot melken verandert er natuurlijk wel het één en ander" een opmerking van [gedaagde] . Volgens [gedaagde] is een aanloopperiode voor deze overgang één jaar.

Als onafhankelijk adviseur van de heer [eiser] vind ik deze periode erg ruim. Dat het bij sommige bedrijven voorkomt dat deze periode meerdere maanden in beslag kan nemen zal in niet betwisten. Onze ervaring is echter dat bedrijven met een goed vee management binnen een paar maanden nagenoeg probleemloos draaien.

Het uitstekende vee en voer management van [eiser] en de negen jaren ervaring met de DeLaval robot geven geen enkele reden om uit te gaan van één jaar aanloop periode, zoals [gedaagde] aangeeft. (…) Uiteraard moet er enige fine-tuning plaatsvinden zoals b.v. het "vinden" van de spenen, maar in de praktijk zien wij dat dit binnen enkele weken gerealiseerd wordt. Dat er vervolgens allerlei zaken stuk gaan en er aan de lopende band storingen zijn is niet normaal. Deze storingen vervolgens onder het kopje aanloopperiode plaatsen is niet terecht. Uiteraard kan er altijd iets stuk gaan of er is een storing, maar in de mate zoals bij [eiser] is niet normaal en hoort zeker niet bij een nieuwe robot.

Ter info: in de praktijk vindt er normaals gesproken 3 tot 4 keer per jaar onderhoud plaats aan de melkrobots bij onze klanten.

(…)

In het rapport van de heer Grolleman staat het volgende:

"De netto opbrengst bij de oude koeien (…) laat een constant beeld zien. Terwijl dit normaal gesproken de groep dieren is die de meeste problemen heeft met een omschakeling in de bedrijfsvoering (melksysteem). Het is vreemd dat deze dieren normaal blijven door produceren en de vaarzen en 2e kalfs dieren niet."

De heer Grolleman bevestigd dat de grote groep vaarzen gezorgd heeft voor de productiedaling. In bovenstaande geeft hij zelf echter al aan dat tevens de 2e kalfs dieren behoorlijk in productie gedaald zijn, namelijk van 10750 (MPR jan-2014) naar 9500 kg melk (MPR juli-2014); is bijna 12 %. Hiermee kan worden gesteld dat de dalende productie niet alleen is te wijten aan de groep vaarzen. Het probleem is groter aangezien de 2e kalfs dieren tevens sterk zijn gedaald.

(…)

Volgens de heer Grolleman zorgt zaagsel voor vervuiling van de melkstroomindicatoren. De heer [eiser] heeft vanaf de start van het nieuwe bedrijf geen zaagsel maar gescheiden mest in de ligboxen. (…) De kans op vervuiling van de melkstroomindicatoren zal dan ook in de situatie van de heer [eiser] nihil zijn. Het feit dat luchtgaatjes in de tepelbekers open moeten zijn en dat men dit regelmatig moet controleren is na 9 jaren ervaring ruim voldoende bekend bij [eiser].

Vanaf 30 april 2015 wordt er weer gemolken met een DeLaval robot. Deze overgang is zonder problemen verlopen. Vijf maanden na overschakeling naar de MIone zaten de koeien met 173 in lactatie op 28.3 kg melk en een BSK van 42.6. Nu vijf maanden na omschakeling op de DeLaval robot zitten de koeien met 221 dagen op 29.3 melk en een BSK van 46.8. De koeien hebben dus meer melk terwijl de veestapel met 48 dagen veel oudmelkter is. (…)."

2.15.

[gedaagde] heeft [eiser] onder meer de navolgende facturen verzonden:

* factuurnr. 338290 d.d. 22 november 2013 ad € 12.100,00, betreffende voorschot montage stalinrichting;

* factuurnr. 78696 d.d. 23 januari 2014 ad € 12.705,00, betreffende bekapbox volgens afspraak, koerugborstel en inruil bestaande schuif + borstels;

* factuurnr. 142573 d.d. 6 februari 2014 ad € 4.350,58, betreffende stalinrichting;

* factuurnr. 144748 d.d. 28 februari 2014 ad € 455,79, betreffende sneeuw-/voerschep, Fort kruiwagen kun. 1 wiel, nagelplug, Fort kruiwagen kun. 1 wiel, geg.verl.ring, Fischer clicker, en kattenmix;

* factuurnr. 155915 d.d. 31 mei 2014 ad € 1.411,97, betreffende onderhoud, filters melkslang schoongemaakt, tepelvoeringen verwisseld en spray installatie bijgesteld, zuur, ontsmettingm., spray, speciale olie vacuump., tepelvoering, ondergedeelte milkarm, bekerdrager milkarm, en geg.nippel;

* factuurnr. 159003 d.d. 30 juni 2014 ad € 353,30, betreffende reinigingsmiddel, zuur, vacuump., spray en buisfilter;

* factuurnr. 165181 d.d. 31 augustus 2014 ad € 393,70, betreffende reinigingsmiddel, zuur, ontsmettingm, buisfilter en spray;

* factuurnr. 169159 d.d. 16 oktober 2014 ad € 8.275,15, betreffende onderhoudscontract 1e t/m 3e termijn, per abuis in rekening gebracht op factuurnr. 155915 d.d. 31 mei 2014 onderhoud, ondergedeelte milkarm, bekerdrager milkarm en geg.nippel;

* factuurnr. 176948 d.d. 31 december 2014 ad € 351,76, betreffende reinigingsmiddel, zuur, spray, ontsmettingm, buisfilter en speciale olie vacuump;

* factuurnr. 179198 d.d. 31 januari 2015 ad € 3.085,80, betreffende onderhoudscontract 4e termijn;

* factuurnr. 187643 d.d. 30 april 2015 ad € 145,53, betreffende duolit, reinigingsmiddel, buisfilter, en montage: glas melkontvangst vervangen;

* factuurnr. 191762 d.d. 31 mei 2015 ad € 254,10, betreffende arm mestschuif, montage, arm, tepelvoering en ring.

2.16.

[eiser] heeft deze facturen onbetaald gelaten.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert, na vermeerdering van eis, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. te verklaren voor recht dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de melkrobot buitengerechtelijk is ontbonden, althans deze koopovereenkomst te ontbinden, althans deze koopovereenkomst te vernietigen;

b. [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te betalen de koopsom ad € 232.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

c. [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 42.311,80 aan schadevergoeding;

d. [gedaagde] te gelasten om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de voermachine van het type Mullerup MixFeeder te voorzien van een deugdelijk functionerende draadloze afstandsbediening middels bluetooth, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat [gedaagde] daarmee nadien in gebreke blijft;

e. [gedaagde] te gelasten om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de voermachine van het type Mullerup MixFeeder te voorzien van een deugdelijk werkende voerschuif, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat hij daarmee nadien in gebreke blijft;

f. [gedaagde] te gelasten om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de Mullerup MixFeeder zodanig aan te passen dat er geen voer, bestemd voor koeien, op de grond valt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat hij daarmee nadien in gebreke blijft;

g. [gedaagde] te gelasten om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de zijplaat van de Mullerup MixFeeder te vervangen door een exemplaar dat niet is voorzien van gaten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat hij daarmee nadien in gebreke blijft;

h. [gedaagde] te veroordelen in de beslagkosten groot € 771,69;

i. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

[gedaagde] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. [eiser] te veroordelen tot betaling aan [gedaagde] van het bedrag van € 43.882,68, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente van de respectievelijke vervaldata van de betreffende facturen tot aan de dag der algehele voldoening;

b. [eiser] te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.5.

[eiser] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk van [gedaagde], althans afwijzing van haar vorderingen, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De standpunten van partijen en de beoordeling daarvan in conventie en in reconventie

4.1.

De vorderingen in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak vertonen een zodanige samenhang dat de rechtbank die vorderingen gelijktijdig zal behandelen.

4.2.

De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] geen bezwaar heeft gemaakt tegen de vermeerdering van eis van [eiser] (betreffende beslagkosten), zodat de rechtbank deze vermeerdering van eis in de beoordeling zal betrekken.

MIone melkrobot

4.3.

Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of de door [gedaagde] aan [eiser] geleverde melkrobot aan de tussen partijen gesloten koopovereenkomst beantwoordt.

4.4.

[eiser] stelt in dit verband, verkort weergegeven, dat dit niet het geval is, omdat de melkrobot sinds de ingebruikname begin februari 2014 aan de lopende band gebreken en storingen vertoonde. [eiser] is van mening dat hij er op grond van de orderbevestiging en de mondelinge uitlatingen van de verkoper (de heer Knol) vanuit mocht gaan (en hij ging daar ook vanuit) dat de melkrobot (na te zijn ingeregeld en afgesteld) probleemloos zou functioneren, te meer omdat [eiser] al ervaring had met het 'robotmelken'. Uit de bezoekverslagen van GEA Farm Technologies blijkt volgens [eiser] dat er een hele waslijst aan gebreken en storingen is geweest. Voorts heeft [eiser] een uitdraai overgelegd van een door hem bijgehouden overzicht van de storingen over de periode 11 februari 2014 tot en met 8 januari 2015. Ook heeft [eiser] een uitdraai overgelegd van alle sms'jes die hij over februari 2014 en maart/april 2014 heeft ontvangen vanaf de melkrobot. [eiser] stelt in dit verband dat het merendeel van de sms'jes storingsmeldingen zijn. Bij brief van 6 april 2014 heeft [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld en [gedaagde] een termijn gegeven om de werking van de melkrobot te verbeteren. Ook nadien waren er echter steeds nieuwe storingen volgens [eiser], met als gevolg dat hij soms twee of drie keer per week monteurs van [gedaagde] op het erf had. Om die reden heeft [eiser] op 22 oktober 2014 de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] een ondeugdelijk product geleverd. Zonder een limitatieve opsomming te willen geven, heeft [eiser] in dit verband, verkort weergegeven, gesteld:

- het "melkrek" valt tijdens het melken soms onder de koeien weg;

- de melkpomp ging lek;

- er kwamen scheuren in de glazen bekers die de melkontvangst registreren;

- de uiers worden niet goed gedesinfecteerd, het desinfectiemiddel ligt onder de robot;

- melkslangen scheuren los;

- cilinders breken af;

- membranen zijn gescheurd;

- de aansluittechniek functioneert niet en dit is in de loop van 2014 alleen maar erger geworden. Dit leidt ertoe dat er maar drie spenen worden gemolken, terwijl de vierde speen dubbelgeklapt tegen de robot aanhangt en "valse lucht" aanzuigt;

- mede als gevolg van deze gebreken is de capaciteit van de melkrobot onvoldoende.

Van een melkrobot die aan de overeenkomst beantwoordt is dan ook geen sprake, zodat [eiser] meent dat hij de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst heeft mogen inroepen.

4.5.

[gedaagde] betwist dat de melkrobot niet aan de koopovereenkomst beantwoordt en voert daartoe aan, samengevat weergegeven, dat de installatie van een melkrobot gepaard gaat met een aanlooptijd en aanloopproblemen, mede omdat het melkvee aan de robot moet wennen. Het feit dat [eiser] al ervaring had met het "robot melken" doet volgens [gedaagde] niet af aan voornoemde aanloopperiode. In dit verband voert [gedaagde] voorts aan dat de aanloopperiode, dat wil zeggen voordat het ideale productieniveau is bereikt, een jaar duurt. [gedaagde] betwist dat de robot "aan de lopende band storingen en gebreken" vertoonde. De door [eiser] gestelde problemen betreffen normale aanloopkwesties en zijn te wijten geweest aan een gebrek aan toezicht/management van [eiser] zelf, aldus [gedaagde]. De ingebrekestelling van 6 april 2014 was dan ook onterecht. In dit verband heeft [gedaagde] verwezen naar het bezoekverslag van GEA Farm Technologies van 11 maart 2014, waarin staat: Algemeen is de montage van het hele project goed verlopen. Het inregelen van de complete installatie is nog niet afgerond. Verder moet de klant nog uitleg krijgen over specifieke kenmerken van de installatie en de werking van support bij dealer [gedaagde] en GEA 0900-milking. Hieruit volgt volgens [gedaagde] dat met de melkrobot zelf niets mis was. Voorts voert [gedaagde] aan dat [eiser] regelmatig instellingen van de melkrobot wijzigde, waardoor er geen goed zicht was op het daadwerkelijk functioneren van de melkrobot. Ook uit de rapportage van deskundige Grolleman blijkt volgens [gedaagde] dat de melkrobot - kort gezegd - zijn werk naar behoren deed. Uit bezoekverslag van GEA Farm Technologies van 24 mei 2014 volgt volgens [gedaagde] eveneens dat alles op schema liep en dat er niks afwijkend was. Het door [eiser] overgelegde overzicht van door hem gestelde storingen over de periode van 11 februari 2014 tot en met 8 januari 2015 laat zien dat [gedaagde] zich tot het uiterste heeft ingespannen om [eiser] goed te begeleiden. In dit verband voert [gedaagde] verder aan dat de lijst met storingen weliswaar imposant lijkt, maar dat voor een groot deel sprake is van (gebruikelijke) service en onderhoud, dan wel van trapschade van koeien of zaken die de veehouder zelf in de hand heeft. [gedaagde] heeft in dit verband, samengevat weergegeven, aangevoerd:

- de verbinding tussen het melkrek en de robotarm is los-vast; als een koe er tegenaan schopt kan de robotarm het melkrek verliezen;

- de lekke melkpomp valt onder regulier onderhoud; deze pomp is slijtagegevoelig;

- de kwaliteit van het melkglas was inderdaad niet goed; dit betreft een seriefout en is telkens vervangen; dit probleem rechtvaardigt de ontbinding niet;

- het sprayprobleem betreft een kwestie van afstellen; de veehouder heeft dit zelf in de hand;

- de oorzaak van het losraken van slangen of slangbreuk is meestal het trappen van koeien; het vervangen van de slangen valt onder het onderhoudscontract; de slangen zelf vallen onder de slijtdelen die gratis zijn; van belang is hier ook dat [eiser] [gedaagde] op enig moment niet meer heeft toegestaan om het regulier onderhoud te verrichten;

- ook scheefstand van de melkbeker en scheuren kop tepelvoering zijn doorgaans het gevolg van het trappen van een koe;

- indien de melkrobot tot de conclusie komt dat één speen niet melkt dan trekt de melkrobot de aansluitingen weer naar beneden en probeert hij het opnieuw; hoe vaak de robot het opnieuw probeert kan de veehouder zelf instellen;

- de melkrobot heeft een capaciteit van circa 150-180 koeien, terwijl [eiser] er rond de 90 had, zodat er dus altijd gemolken kon worden; van onvoldoende capaciteit was geen sprake.

[gedaagde] concludeert dan ook dat van gebreken aan de melkrobot zelf geen sprake is geweest, zodat [eiser] ten onrechte de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst heeft ingeroepen.

4.6.

De rechtbank overweegt als volgt. Voor het antwoord op de vraag of de melkrobot beantwoordt aan de tussen partijen gesloten koopovereenkomst, dient op grond van artikel 7:17 lid 1 BW in beginsel het tijdstip van aflevering van de melkrobot tot uitgangspunt te worden genomen. Blijkens de bezoekverslagen van GEA Farm Technologies van 11 maart en 24 mei 2014 hebben na aflevering (winter 2013/2014) en ingebruikname (februari 2014) van de melkrobot, nog diverse werkzaamheden aan de melkrobot plaatsgevonden. Ook zijn partijen het erover eens dat de melkrobot een zekere inregelperiode vereist, zodat de rechtbank in het voorliggende geval niet het tijdstip van aflevering (en ingebruikname) van de melkrobot tot uitgangspunt zal nemen. Gelet op de ingebrekestelling die [eiser] bij brief van 6 april 2014 aan [gedaagde] heeft verzonden en de daarin genoemde termijn van dertig dagen om de melkrobot goed en storingsvrij te laten functioneren, alsmede op het feit dat er blijkens het bezoekverslag van GEA Farm Technologies van 24 mei 2014 nog werkzaamheden aan de melkrobot zijn verricht (mede naar aanleiding van de brief van 6 april 2014), zal de rechtbank de vraag of de melkrobot voldoet aan hetgeen [eiser] ervan mocht verwachten toespitsen op de periode na 24 mei 2014. Gelet op het feit dat er geen bezoekverslagen van GEA Farm Technologies dan wel van [gedaagde] in het geding zijn gebracht van een latere datum, gaat de rechtbank ervan uit dat de werkzaamheden eind mei, begin juni 2014 zijn afgerond, althans ergens in de zomer van 2014. De rechtbank zal de periode juni-augustus 2014 daarom als uitgangspunt nemen bij de beantwoording van de vraag of de melkrobot aan de koopovereenkomst beantwoordt. Het verweer van [gedaagde] dat de opstartfase minimaal een jaar duurt, zal de rechtbank in dit verband passeren, nu dit verweer naar het oordeel van de rechtbank met name ziet op de door [eiser] gevorderde schadevergoeding (voornamelijk ter zake verminderde melkproductie) en niet op de door [eiser] gestelde storingen en gebreken. Concrete feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de melkrobot pas na een jaar storingsvrij mag worden geacht zijn ook niet door [gedaagde] aangevoerd. De rechtbank acht de ingebrekestelling van 6 april 2014 daarom niet prematuur, zodat, indien komt vast te staan dat de melkrobot in de periode juni-augustus 2014 niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, [gedaagde] in dat geval in verzuim is.

4.7.

Wat [eiser] mocht verwachten is geregeld in artikel 7:17 lid 2 BW: "Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien".

4.8.

[eiser] heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat de melkrobot niet aan de koopovereenkomst beantwoordt onder meer een uitdraai overgelegd van een door hem bijgehouden overzicht van de door [eiser] gestelde storingen over de periode 11 februari 2014 tot en met 8 januari 2015. Hierin staat met betrekking tot de periode juni-augustus 2014 vermeld, voor zover van belang:

"(…) Monteur:

6-6-2014 Box 1, 2 en 3 sprayen afgesteld jdm

13-6-2014 Box 1, beker LA en RV tepelvoering gescheurd na ongeveer 500 melkingen, vernieuwd PB

17-6-2014 Box 1, 2 en 3 sprayen bijstellen, box 2 oppakpositie bijgesteld, box 3 stangen van voerbak

gehaald, koeien schrikken hiervan HS en PB

19-6-2014 emmerseparatie werkt niet, luchtslang cilinder dubbel in slurf hs

26-6-2014 storing 44002, rails schoongemaakt, arm gesmeerd, voeding switch nagelopen en

goed vastgezet HS+PB

30-6-2014 Sprayen bijgesteld, nieuwe gaffel op emmerseparatie gezet. Luchtslangen vervangen

emmerseparatie PB

1-7-2014 Emmerseparatie op tijd gezet, stond boven verkeerde positie tov robot. Voering Box

1A lek. Alle 3 boxen voeringen vernieuwd HS

7-7-2014 verbruik reinigingsmiddel gecontroleerd. Is goed. In box 1 tm 3 zat vuil in

melksensoren. Schoon gemaakt. Box 2 mastitus filter vernieuwd. Andere brak af. JDM&HS

8-7-2014 controle melksensoren deze waren schoon. Geen bijzonderheden JDM

11-7-2014 Emmerseparatie loopt zwaar. Blok en rvs gelijder bijgeschuurd en gesmeerd HS en PB

14-7-2014 lekkage melkstroom box 1 nr. bus is gezakt nieuwe is besteld mulrup snaren opgespand pb

15-7-2014 Box 1 en 2 sprayen bijgesteld. Controle lekkage ivm verhoog zuurte graad. Luchlekkage

bij box 1 melksensor 1 O ring miste. Zie pb 14-7-14 JDM

17-7-2014 compressor olie ververst 832 uur en o ring box 1 nr.1 vervangen pb

21-7-2014 Box 1, RA fixatie lek, vervangen. Box 3 sprayen bijgesteld. Zeep op, bus vervangen

Stang box 2 LV bijgebogen HS

22-7-2014 Box 1, 2 en 3 herkenning zwakker gezet. Bouten deur cilinders vast gezet HS en JDM

24-7-2014 Sprayen box 3 bijgesteld. Box 2 1 x zeefje omgeruild voor originele HS

28-7-2014 Sprayen 3 x bijgesteld. Selectie poort 1 hek neutraal dicht en selectiemethoden

veranderd naar melken of rechtdoor ivm klemzitten koeien HS en PB

29-7-2014 box 1 veer spanning lepel was er af. Daardoor storing aansluiten. Box 2 rommel

in melksensor. Alarm melding 109 box langer dan 1 uur uitgeschakeld aangezet JDM &PB

Romit aansturingskastje gereset. En alle boxen op werking gecontroleerd PB

7-8-2014 SPRYEN BIJ GESTELT HS+PB+TK

11-8-2014 Box 2 en 3 korte arm vervangen / update dp robot en HMPC. Alarm 201 en 202 en altijd aangezet.

Instellingen melken gecontroleerd ivm dubbele speen melken HS+PB+TK

12-8-2014 box 1 arm vervangen balans druk box 3 bijgesteld pb

13-8-2014 onderhoudsbeurt Q3 uitgevoerd. Romit slangetje pompje vernieuwd. Cilinder klep

maisbak vernieuwd JDM & PB

14-8-2014 storing box 1. plc module- 11 A5 zat storing in. Stuurde bij aansturing 14Y5 ook

14Y4 aan. Daardoor verdween de melk in het voormelkvat en kreeg je geen flow op de MM.

Daardoor nam hij vroegtijdig af. PLC Unit vernieuwd. Voersoort 2 kregen de koeien niet ivm

verstopping van vulbuis JDM & PB

16-8-2014 Box 2 melkpomp kering lek. Deze vernieuwd JDM

(…)."

4.9.

Uit voornoemd overzicht kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat [eiser] regelmatig monteurs van [gedaagde] op bezoek had om werkzaamheden aan de melkrobot uit te voeren, soms meerdere keren per week. Dit is door [gedaagde] ook niet weersproken. Voorts kan uit het overzicht worden afgeleid dat er diverse onderdelen vernieuwd moesten worden, zoals een gescheurde tepelvoering op 13 juni 2014, het vervangen van luchtslangen op 30 juni 2014, het vernieuwen van de voeringen van alle drie boxen op 1 juli 2014, het vervangen van "o ring box 1" op 17 juli 2014, et cetera. Ook volgt uit het overzicht dat er problemen waren met de emmerseparatie (bijvoorbeeld op 19 juni 2014, 30 juni 2014 en 1 juli 2014), alsmede dat de sprayen regelmatig bijgesteld moesten worden (bijvoorbeeld op 6 en 17 juni 2014). [gedaagde] heeft de inhoud van voornoemd overzicht niet weersproken, zodat de rechtbank van de juistheid daarvan uitgaat. Gelet op de hoeveelheid zaken die vervangen moesten worden en op de uiteenlopende werkzaamheden die door [gedaagde] zijn uitgevoerd (naast de reguliere onderhoudsbeurt op 13 augustus 2014) volgt de rechtbank [gedaagde] niet in haar verweer dat voor een groot deel sprake was van gebruikelijke service en onderhoud. Concrete feiten of omstandigheden waaruit dit blijkt zijn door [gedaagde] ook niet tot haar verweer aangevoerd, zodat de rechtbank dit verweer als onvoldoende adequaat onderbouwd zal passeren. Het verweer van [gedaagde] dat [eiser] wist dat gebruikers het oude spraysysteem bewerkelijk vonden, heeft [eiser] gemotiveerd weersproken en [gedaagde] heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat uitdrukkelijk met [eiser] is besproken dat het spraysysteem vaak moest worden bijgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit ook niet uit de tussen partijen gesloten koopovereenkomst worden afgeleid. Uit de orderbevestiging, zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.2., volgt weliswaar dat [eiser] wordt voorgedragen als testklant voor sprayen in de beker (de vernieuwde spray-techniek), maar dit betekent niet zonder meer dat [eiser] er rekening mee diende te houden dat het geleverde spraysysteem niet goed zou functioneren. In dat verband is verder van belang dat de door [gedaagde] ingeschakelde deskundige Grolleman heeft geconstateerd dat sprayen een zwak onderdeel is van de MIone melkrobot (zie rechtsoverweging 2.13.). Voorts is de rechtbank van oordeel dat ook zonder de aan de spraysystemen verrichte werkzaamheden nog steeds sprake is van meerdere gebreken.

4.10.

Ook het verweer dat de gebreken gedeeltelijk te wijten zijn aan handelingen van [eiser] zelf kan [gedaagde] niet baten. Zo heeft [gedaagde] bijvoorbeeld ter zitting aangevoerd (tijdens de powerpoint presentatie van [eiser]) dat de problemen met de emmerseparatie (spoelwater in melkseparatie) hoogstwaarschijnlijk te maken hebben met het feit dat de machine niet weer is ingesteld naar de startpositie met de reset-knop, maar uit het in rechtsoverweging 4.8. weergegeven overzicht kan worden afgeleid dat zich op 19 en 30 juni 2014, alsmede op 1 en 11 juli 2014, meerdere problemen met de emmerseparatie hebben voorgedaan en dat er onderdelen zijn vervangen (gaffel en luchtslangen). Dat de genoemde gebreken alle het gevolg zijn van handelingen van [eiser] zelf is de rechtbank niet gebleken en is ook overigens niet komen vast te staan. [gedaagde] heeft voorts geen concrete feiten of omstandigheden tot haar verweer aangevoerd waaruit volgt dat de door [eiser] opgesomde gebreken het gevolg waren van een wijziging van een instelling van de melkrobot door [eiser], nog daargelaten dat [eiser] betwist zelf instellingen te hebben gewijzigd, zodat de rechtbank ook dit verweer van [gedaagde] als onvoldoende adequaat onderbouwd passeren.

4.11.

Indien en voor zover de gebreken het gevolg zijn van trapschade door koeien, zoals [gedaagde] aanvoert, is de rechtbank van oordeel dat gelet op de frequentie van de optredende gebreken niet kan worden vastgesteld dat de melkrobot in dat geval de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat sprake is geweest van meerdere en uiteenlopende gebreken aan de melkrobot, ook na de ingebrekestelling van [eiser] van 6 april 2014 en de nadien door [gedaagde] verrichte werkzaamheden eind mei 2014.

4.12.

Indien en voor zover [gedaagde] door overlegging van een "messagelog" over de periode van 19 maart 2015 tot 1 mei 2015 wenst te betogen dat de frequentie van daadwerkelijke storingsmeldingen zeer acceptabel was, kan dit overzicht haar niet baten. De "messagelog" doet niet af aan de hiervoor besproken gebreken die in de periode juni-augustus 2014 hebben plaatsgevonden, voorafgaand aan de ontbinding van de koopovereenkomst op 22 oktober 2014. Ook uit het door [gedaagde] zelf overgelegde rapport van deskundige Grolleman, zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.13., kan worden afgeleid dat - naast het bijstellen van sprayen en gebreken die het gevolg zijn van koe schade - het aantal overige storingen op het door [eiser] overgelegde overzicht niet laag is.

4.13.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de melkrobot naar het oordeel van de rechtbank niet die eigenschappen bevatte die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten, ook niet na ingebrekestelling door [eiser] en de nadien door [gedaagde] verrichte werkzaamheden eind mei 2014, zodat sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 lid 2 BW. Gelet daarop had [eiser] het recht de koopovereenkomst te ontbinden, zoals hij heeft gedaan bij brief van 22 oktober 2014. De gevorderde verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst ter zake de melkrobot buitengerechtelijk is ontbonden acht de rechtbank daarom toewijsbaar.

4.14.

Voornoemde ontbinding van de koopovereenkomst heeft op grond van artikel 6:271 BW tot gevolg dat voor partijen verbintenissen ontstaan tot ongedaanmaking van de reeds ontvangen prestaties. Dit betekent dat [eiser] de melkrobot aan [gedaagde] moet retourneren en dat [gedaagde] de koopprijs aan [eiser] moet terugbetalen. De gevorderde terugbetaling van de koopsom ad € 232.000,00 acht de rechtbank daarom toewijsbaar, alsmede de niet betwiste wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling. Het verweer van [gedaagde] dat de koopsom is gebaseerd op inlevering van een inruilrobot door [eiser] en dat dat nog steeds niet is gebeurd, doet aan voornoemde toewijzing niet af, omdat [gedaagde] aan dit verweer geen juridische consequenties heeft verbonden. Wel gaat de rechtbank ervan uit dat [eiser] in dat verband zijn met [gedaagde] gemaakte afspraken ter zake inruil zal nakomen.

4.15.

[eiser] vordert voorts vergoeding van de schade die hij heeft geleden, doordat de melkrobot niet aan de koopovereenkomst heeft beantwoord. [eiser] stelt daartoe dat de storingen aan de melkrobot hun weerslag hebben gehad op het vee. Doordat de melkrobot niet goed functioneerde werden de dieren minder goed gemolken dan voorheen, met stress van het vee tot gevolg en een sterke vermindering van de melkproductie, aldus [eiser]. Daarnaast heeft [eiser] zelf ook extra arbeid moeten verrichten in verband met het verhelpen van de storingen. [eiser] heeft VIB Consulting daarom een schadeberekening laten maken (zie rechtsoverweging 2.12.). VIB Consulting heeft de totale schade begroot op een bedrag van € 42.311,80 inclusief BTW. Dit bedrag bestaat uit:

- Gemiste melkopbrengsten 56.500 kg a € 0,38 = € 21.470

- Extra gemaakte uren 203 dagen a 2 uur a € 30 = € 12.180

- Extra gemaakte uren 91 dagen a 1 uur a € 30 = € 2.730

- Extra kosten schade rapport € 1.250

Totale schade: € 37.630 excl. BTW

[eiser] vordert betaling van dit bedrag.

4.16.

[gedaagde] betwist de gevorderde schade en voert daartoe aan, samengevat weergegeven, dat er slechts tijdelijk een verminderde melkproductie is geweest, die zijn oorzaak vindt in omstandigheden buiten de melkrobot. [gedaagde] heeft in dit verband verwezen naar het door haar overgelegde rapport van deskundige Grolleman (zie rechtsoverweging 2.13.). Grolleman heeft - kort gezegd - geschreven dat melkrobot zijn werk naar behoren deed en dat de melkproductie begin 2015 op hetzelfde niveau zat dan in de periode kort voor de installatie (ca. 30 liter per koe per dag). In dit verband heeft Grolleman ook aangegeven dat de tijdspanne te kort is geweest om te kunnen concluderen dat de melkrobot invloed heeft gehad op de melkproductie (ook de gegevens van 2011 en 2012 dienen in de beoordeling te worden betrokken). Voorts heeft Grolleman geschreven dat de totale capaciteit van de melkrobot nooit een probleem is geweest omdat er 3 melkboxen aanwezig waren, zodat de melkrobot niet zijn weerslag op het vee heeft gehad, maar andersom. [gedaagde] betwist daarom het bestaan van een causaal verband tussen de werking van de melkrobot en (een dalende) melkproductie. In dit verband voert [gedaagde] voorts aan dat de komst van een aanzienlijk aantal vaarzen (die minder melk geven dan oudere koeien) voor een tijdelijke daling in de melkproductie heeft gezorgd en niet de melkrobot zelf. Ook betwist [gedaagde] de door [eiser] gestelde extra werkzaamheden. Toezicht en management zijn volgens [gedaagde] essentieel. Voorts wordt de juistheid van de schadeberekening van VIB Consulting betwist.

4.17.

De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat op grond van artikel 6:277 lid 1 BW schade kan worden gevorderd vanwege het feit dat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt. Daarbij geldt dat de omvang van de schade dient te worden vastgesteld door een vergelijking van de feitelijke situatie waarin [eiser] na ontbinding van de overeenkomst verkeert, met de (vermoedelijke) situatie waarin hij zou hebben verkeerd bij een in alle opzichten onberispelijke wederzijdse nakoming van de overeenkomst.

4.18.

Partijen verwijzen elk naar een rapportage van een deskundige ter onderbouwing van hun standpunt dat de door [eiser] gestelde schade al dan niet door [eiser] is geleden, in geval van een onberispelijke wederzijdse nakoming van de overeenkomst. Partijen hebben over en weer elkaars stellingen en weren gemotiveerd betwist, zodat de rechtbank aanleiding ziet om zich ter zake de gestelde verminderde melkproductie te laten voorlichten door een deskundige. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de door [gedaagde] ingeschakelde deskundige Grolleman onweersproken heeft aangegeven dat voor een goede beoordeling van de melkproductie ook de gegevens van 2011 en 2012 nodig zijn. Voorts heeft [eiser] heeft verweer van [gedaagde] dat het minimaal een jaar duurt voordat het ideale productieniveau weer is bereikt, alsmede dat de melkstroomindicatoren door zaagsel van [eiser] vervuild zijn geraakt, gemotiveerd betwist, zodat de deskundige zich ook over deze punten dient uit te laten. Ook twisten partijen of een onberispelijke nakoming van de overeenkomst tot schade van [eiser] heeft geleid in verband met de uitbreiding van de veestapel. De rechtbank ziet daarom aanleiding om een deskundige te benoemen die alle hiervoor genoemde factoren in de beoordeling betrekt van de gestelde verminderde melkproductie (inclusief een vergelijking van de feitelijke situatie met de vermoedelijke situatie in geval van onberispelijke nakoming van de koopovereenkomst). [eiser] zal in dat verband het procesdossier en de voor de beoordeling benodigde overige gegevens, zoals de melkproductie over voorgaande jaren en informatie ter zake het melkquotum, aan de deskundige dienen te verschaffen. [gedaagde] zal op haar beurt de gegevens van FarmView (die kennelijk door Grolleman zijn gebruikt) aan de deskundige dienen te verstrekken. Ook wenst de rechtbank zich te laten voorlichten omtrent de gestelde melkprijs en het door [eiser] gehanteerde uurtarief. De rechtbank zal de zaak daarom naar de rol verwijzen om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de persoon van de deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen.

4.19.

In de omstandigheden van het geval ziet de rechtbank aanleiding om het voorschieten van de kosten van de deskundige gelijkelijk over beide partijen te verdelen, zodat ieder de helft van de kosten zal moeten betalen.

4.20.

De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken omtrent de persoon van de deskundige. Voor zover partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de persoon van de deskundige en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, dienen partijen gemotiveerd aan te geven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking zou moeten komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onzijdigheid ten opzichte van één of meer van de partijen. Dergelijke zwaarwegende redenen dienen onderbouwd te worden gesteld, bij gebreke waarvan de rechtbank aan bezwaren voorbij zal kunnen gaan. De rechtbank zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.

4.21.

De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte aan beide zijden, zodat partijen zich over de onder 4.18. en 4.20. genoemde punten kunnen uitlaten. Partijen dienen de concept akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar te sturen, zodat in de definitieve akte op de akte van de wederpartij kan worden gereageerd.

Mullerup MixFeeder

4.22.

Ten aanzien van de Mullerup MixFeeder heeft [eiser], verkort weergegeven, gevorderd dat deze wordt voorzien van een deugdelijk functionerende draadloze afstandsbediening via bluetooth (PDA) en van een deugdelijk werkende voerschuif, alsmede om [gedaagde] te gelasten de Mullerup MixFeeder zodanig aan te passen dat er geen voer op de grond valt en om de zijplaat te vervangen voor een exemplaar dat niet is voorzien van gaten.

Daartoe stelt [eiser], samengevat, dat in afwijking van de offerte een LCD scherm is gemonteerd in plaats van een losse PDA computer. Voorts stelt [eiser], onder verwijzing naar de bezoekverslagen van GEA Farm Technologies van 11 maart en 24 mei 2014, dat er enkele afspraken zijn gemaakt. Zo zou een nieuwe zijplaat worden gemonteerd en de voerschuif zou netter worden afgewerkt. Dat is tot op heden niet gebeurd. In dit verband heeft [eiser] voorts ter zitting gesteld dat de schuif nu wel werkt, maar nog gefatsoeneerd moet worden. Ook heeft [eiser] onder overlegging van een foto gesteld dat er voer wordt gemorst.

4.23.

[gedaagde] erkent dat er geen losse PDA computer bij de voermachine is geleverd. Volgens [gedaagde] worden de voermachines niet meer geleverd met een losse PDA en is de werking van het LCD-scherm vergelijkbaar met een PDA. Ook voert [gedaagde] aan dat [eiser] de voermachine zonder protest in gebruik heeft genomen, zodat de machine is opgeleverd. Voorts voert [gedaagde] aan, samengevat weergegeven, dat zij de voerschuif heeft aangepast en dat de voerschuif thans naar behoren functioneert. Dat de voerschuif niet af fabriek is, is juist, maar [eiser] heeft nu een "custom made" schuif. Subsidiair is [gedaagde] bereid de schuif in de merkkleur van Mullerup (groen) te leveren, op het moment dat [eiser] de openstaande facturen heeft betaald.

4.24.

De rechtbank overweegt als volgt. Onweersproken is door [eiser] gesteld dat er gaten in de zijplaat zitten en dat is afgesproken dat deze zijplaat zou worden vervangen, zodat de rechtbank de gevorderde vervanging van de zijplaat toewijsbaar acht. Ook de door [eiser] gevorderde aanpassing van de Mullerup MixFeeder op zodanige wijze dat er geen voer (bestemd voor koeien) meer op de grond valt, heeft [gedaagde] niet weersproken (en ter zitting tijdens de powerpoint presentatie heeft [gedaagde] aangevoerd dat GEA Farm Technologies daarvoor aanpassingen gaat maken), zodat de rechtbank ook deze vordering toewijsbaar acht.

4.25.

Ten aanzien van de PDA computer zijn partijen het erover eens dat deze niet is geleverd, terwijl partijen dit wel in de offerte zijn overeengekomen. In dit verband is onweersproken door [gedaagde] tot haar verweer aangevoerd dat de betreffende voermachine niet meer wordt geleverd met een losse PDA, alsmede dat het LCD-scherm dat [eiser] daarvoor in de plaats heeft gekregen, qua werking vergelijkbaar is met een PDA. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de vordering om de voermachine niettemin te voorzien van een PDA middels bluetooth niet toewijsbaar. Nakoming van de koopovereenkomst is gelet op het vorenstaande immers niet mogelijk. Gelet daarop, op het feit dat het LCD-scherm een vergelijkbare werking heeft als de PDA en op het feit dat [eiser] in de conclusie na comparitie geen andere juridische consequenties aan de onmogelijkheid tot nakoming heeft verbonden, zal de rechtbank de vordering afwijzen.

4.26.

Voorts is tussen partijen niet in geschil dat de voerschuif thans werkt, maar de rechtbank begrijpt de stelling van [eiser] aldus, dat hij onder de door hem gevorderde deugdelijk werkende voerschuif, een netter afgewerkte voerschuif verstaat dan de "custom made" voerschuif, te weten een af fabriek voerschuif. Gelet op het feit dat de voerschuif thans niet af fabriek is en in het bezoekverslag van GEA Farm Technologies van 24 mei 2014 (waarnaar [eiser] heeft verwezen) onder het kopje afspraken ook wordt vermeld dat partijen afspreken om de voerschuif vooralsnog te laten draaien en later netter af te werken, acht de rechtbank de vordering om de voermachine te voorzien van een deugdelijk werkende voerschuif toewijsbaar.

De onbetaald gelaten facturen van [gedaagde]

4.27.

[gedaagde] vordert in reconventie betaling van de facturen zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.15., te vermeerderen met wettelijke rente. [eiser] heeft een deel van de facturen erkend en een deel betwist en beroept zich ter zake het erkende deel op opschorting en verrekening met zijn vorderingen in conventie. Ook voert [eiser] aan dat voor betaling geen grondslag bestaat, omdat de melkrobot en voermachine niet zijn opgeleverd. De rechtbank zal in de hiernavolgende overwegingen de stellingen en weren van partijen per factuurnummer beoordelen. Alvorens daartoe over te gaan, stelt de rechtbank allereerst vast dat het verweer van [eiser] dat de melkrobot en de voermachine niet zijn opgeleverd (omdat [eiser] heeft geweigerd een opleveringsverklaring van GEA Farm Technologies te ondertekenen), [eiser] niet kan baten. De melkrobot en voermachine zijn aan [eiser] geleverd en [eiser] heeft beide machines in gebruik genomen, zodat niet is gebleken dat van oplevering geen sprake is geweest. Het door [eiser] gedane beroep op opschorting en verrekening met de (toegewezen) vorderingen in conventie slaagt daarentegen wel. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen in rechtsoverwegingen 4.13., 4.24. en 4.26. acht de rechtbank dit beroep gerechtvaardigd.

Ter zake de melkrobot heeft [eiser] de ontbinding van de koopovereenkomst mogen inroepen en ter zake de voermachine is komen vast te staan dat [gedaagde] bepaalde afspraken die zij met [eiser] heeft gemaakt nog immer niet is nagekomen, hetgeen opschorting en verrekening met de toegewezen vorderingen in conventie rechtvaardigt. [eiser] heeft immers een prestatie van [gedaagde] te vorderen (terugbetaling van de koopsom) die in ieder geval beantwoordt aan de ingestelde vordering in reconventie. Het aldus in reconventie toe te wijzen bedrag zal daarom worden verrekend met het in conventie toe te wijzen bedrag.

Ten aanzien van het in reconventie toe te wijzen bedrag overweegt de rechtbank als volgt.

4.28.

Factuurnummers 338290, 144748, 159003, 165181 en 176948 zullen als erkend en gegrond op de wet worden toegewezen. Dit levert een bedrag op van (€ 12.100,00 +

€ 455,79 + € 353,30 + € 393,80 + € 351,76 =) € 13.654,65.

4.29.

Ten aanzien van factuurnummer 141403 ad € 12.705,00 heeft [eiser] tot zijn verweer aangevoerd dat dit bedrag gecrediteerd dient te worden, omdat [gedaagde] volgens [eiser] de klauwbekapbox en twee koeborstels opnieuw heeft gefactureerd bij factuurnummer 142572. [eiser] heeft in dit verband de betreffende factuur overgelegd, alsmede een betalingsbewijs ter zake een betaling groot € 12.553,75. Gelet op het feit dat [eiser] de betreffende stukken naar aanleiding van de akte overlegging producties in reconventie bij conclusie na comparitie heeft ingediend en onduidelijk is of deze stukken reeds ten tijde van het uitwisselen van de concept conclusies na comparitie zijn overgelegd, zal de rechtbank [gedaagde] in de gelegenheid stellen zich hierover bij akte uit te laten.

4.30.

Voorts heeft [eiser] factuurnummer 142573 ad € 4.350,58 betreffende stalinrichting betwist. [eiser] heeft in dit verband aangevoerd dat hij deze nota niet kan plaatsen en dat daarom ook onduidelijk is of van levering sprake is geweest. De rechtbank ziet in dit verweer aanleiding om [gedaagde] in de gelegenheid te stellen de betreffende factuur bij akte nader te onderbouwen.

4.31.

Met betrekking tot factuurnummer 155915 ad € 1.411,97 heeft [eiser] de factuur erkend voor wat betreft de onderdelen en geleverde producten, maar niet voor zover deze ziet op onderhoud. Ten aanzien van de overige facturen begrijpt de rechtbank het verweer van [eiser] aldus dat hij niet bereid is de facturen te voldoen, voor zover de facturen betrekking hebben op het onderhoudscontract en op onderdelen van (met name) de melkrobot welke om de haverklap stuk gingen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit factuurnummer 169159 ad € 8.275,15 dat het gedeelte van factuurnummer 155915 dat betrekking heeft op onderhoud, bij factuurnummer 169159 is gecrediteerd. Ten aanzien van factuurnummers 169159 (voornoemd) en 179198 ad € 3.085,80, waarin het onderhoudscontract wordt gefactureerd (vier termijnen), is de rechtbank van oordeel dat [eiser] de juistheid van deze facturen onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Dat [gedaagde] de gebruikelijke onderhoudswerkzaamheden heeft uitgevoerd - naast herstel van de gebreken - is niet door [eiser] betwist, zodat de rechtbank de gefactureerde termijnen ter zake het onderhoudscontract als onvoldoende adequaat weersproken toewijsbaar acht. Gelet op de creditering van het betwiste deel van factuurnummer 155915 in factuurnummer 169159, acht de rechtbank deze factuur ook volledig toewijsbaar. Dit betekent dat in totaal een bedrag van (€ 1.411,97 + € 8.275,15 + € 3.085,80 =) € 12.772,92 toewijsbaar is.

4.32.

Ten aanzien van de resterende factuurnummers 179198 ad € 145,53 en 191762 ad

€ 254,10 heeft [gedaagde] betwist dat deze betrekking hebben op herstel en aanpassing, zodat de rechtbank deze facturen als onvoldoende adequaat weersproken toewijsbaar acht. Hierbij acht de rechtbank van belang dat [eiser] slechts in algemene bewoordingen heeft aangevoerd dat hij niet gehouden is om onderdelen te betalen die om de haverklap stuk gingen en ten aanzien van voornoemde facturen niet heeft geconcretiseerd welke onderdelen volgens hem niettemin betrekking hebben op herstel, zodat dit verweer een onvoldoende gemotiveerde betwisting oplevert van voornoemde facturen.

4.33.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank de zaak naar de rol zal verwijzen voor het nemen van een akte aan beide zijden in conventie ter zake de te benoemde deskundige (zie rechtsoverweging 4.21.) en voor een akte aan de zijde van [gedaagde] in reconventie ter zake hetgeen in rechtsoverwegingen 4.29. en 4.30. is overwogen, waarna [eiser] daarop bij akte zal mogen reageren. De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

bepaalt dat de zaak daarna weer op de rol van 1 juni 2016 zal komen voor het nemen van een akte door [eiser] en [gedaagde] over hetgeen is vermeld onder rechtsoverweging 4.21., alsmede voor het nemen van een akte door [gedaagde] over hetgeen is vermeld onder rechtsoverwegingen 4.29 en 4.30,

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in tegenwoordigheid van mr. A. Hut, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2016.1

1 type: 698/ah coll: