Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:1820

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-03-2016
Datum publicatie
15-04-2016
Zaaknummer
C18/165031/PR RK 16-66
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Wraking wegens vermeende fouten in de procedure.

Verzoek afgewezen met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Meervoudige wrakingskamer

Zittingsplaats Groningen

zaaknummer / rekestnummer: C/18/165031 / PR RK 16-66

Beslissing van 9 maart 2016

op het verzoek van

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Bij brief van 3 februari 2016 heeft verzoeker het verzoek tot wraking ingediend van mr. E.M. Visser als rechter die de bestuursrechtelijke procedure met zaaknummer LEE 15 / 4068 behandelt.

Mr. Visser heeft aangegeven niet te berusten in het wrakingsverzoek.

1.2.

Hierop is een wrakingskamer geformeerd, bestaande uit mr. P.J. Duinkerken,
mr. M. Griffioen en mr. P.G. Wijtsma.

Op 2 maart 2016 is het verzoek ter zitting behandeld door de wrakingskamer.

1.3.

Ter zitting heeft verzoeker het wrakingsverzoek toegelicht.
Mr. Visser heeft haar standpunt schriftelijk toegelicht en is niet ter zitting verschenen.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidhorn, het bestuursorgaan inzake de vorengenoemde bestuursrechtelijke procedure, is in de gelegenheid gesteld ter zitting aanwezig te zijn. Het bestuursorgaan heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

2 Het standpunt van verzoeker

Aan het wrakingsverzoek heeft verzoeker onder meer het volgende ten grondslag gelegd:

‘Inzake de vreemde gang van zaken betreffende de hele procedure en de brieven, de volstrekt idiote actie van mijn verwijdering uit uw pand en een duidelijke aanwijzing, dat hier een en ander niet deugt (en in de beroepszaak al langer niet deugt) wens ik middels dit schrijven de rechtbank in voornoemde zaak te wraken.’

3 Het standpunt van mr. Visser

In de schriftelijke toelichting heeft mr. Visser onder meer het volgende aangegeven:

‘Allereerst wordt (kennelijk) de gehele rechtbank Noord-Nederland gewraakt en niet mijn persoon. Nu het verzoek om wraking gelegen moet zijn in feiten en omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen, verzoek ik u reeds hierom het verzoek af te wijzen. Overigens worden geen gronden genoemd die zien op de rechterlijke onpartijdigheid. Ten overvloede meld ik u dat ik de heer Broersma niet ken. Zoals u kunt lezen in het proces-verbaal is hij niet op de zitting verschenen.

Ten aanzien van de zitting merk ik nog op dat deze niet gepland had mogen worden nu het griffierecht niet was voldaan. Dergelijke zaken worden buiten zitting afgedaan.’

4
4. Beoordeling

4.1.

Ingevolge artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

4.3.

Ter zitting heeft verzoeker desgevraagd aangevoerd dat het wrakingsverzoek niet is gericht tegen de gehele rechtbank – verzoeker is er immers naar zijn zeggen van op de hoogte dat een wraking van een rechtbank in haar geheel niet is toegestaan – doch tegen de behandelend rechter, mr. E.M. Visser, in de door verzoeker aanhangig gemaakte bestuursrechtelijke procedure tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidhorn (zaaknummer LEE 15 / 4068). Verzoeker heeft verder gesteld dat hij het wrakingsverzoek heeft ingediend omdat in de zojuist genoemde bestuursrechtelijke procedure diverse zaken onjuist zijn verlopen, zo heeft verzoeker aanvankelijk geen oproepingsbrieven ontvangen en toen hij daar vervolgens op de rechtbank om vroeg bevatte deze oproepingsbrief slordigheden.

4.4.

De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting geen feiten of omstandigheden zijn gebleken waaruit kan worden geconcludeerd tot vooringenomenheid aan de zijde van de gewraakte rechter.

4.5.

Ook indien moet worden aangenomen dat de oproeping van verzoeker voor de zitting van 4 februari 2016 gebrekkig is geweest danwel dat die oproeping niet had moeten plaatsvinden, kan daaruit niet worden geconcludeerd dat de partijdigheid van mr. Visser in het geding is.

4.6.

Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken van uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat mr. Visser jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert of waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.7.

Het verzoek tot wraking wordt dan ook afgewezen.

4.8.

Op grond van artikel 8:18 vierde lid Awb kan de rechtbank ingeval van misbruik van bevoegdheid bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen.

De rechtbank is van oordeel dat het in dit geval geboden is aldus te beslissen. In de onderhavige zaak heeft verzoeker geen gronden aangevoerd waarvan in redelijkheid gezegd zou kunnen worden dat daaruit de vrees voor onpartijdigheid van de rechter die zijn zaak behandelt zou kunnen worden afgeleid. Bovendien heeft verzoeker tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek aangekondigd de wrakingskamer te zullen gaan wraken ingeval zijn wrakingsverzoek zou worden afgewezen. Daarop heeft verzoeker na de behandeling en voor de uitspraak een verzoek tot wraking van de wrakingskamer ingediend. Dat verzoek bevat geen gronden die als wrakingsgrond zouden kunnen worden aangemerkt. Verzoeker gebruikt het wrakingsmiddel kennelijk voor een ander doel dan dat wat de wetgever voor ogen heeft gestaan, te weten het waarborgen van een eerlijk proces.

5 De beslissing

De rechtbank

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat de hoofdzaak (met zaaknummer LEE 15 / 4068) wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking, bevond;

- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. Visser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidhorn;

- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van mr. E.M. Visser, in de bestuursrechtelijke procedure, met zaaknummer LEE 15 / 4068 niet in behandeling wordt genomen.


Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Duinkerken, voorzitter, mr. M. Griffioen en
mr. P.G. Wijtsma en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2016.

js