Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:1622

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
06-04-2016
Datum publicatie
07-04-2016
Zaaknummer
C/17/135553 / HA ZA 14-269
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet nakoming overeenkomst, onrechtmatig handelen wegens schending onderhandelingsplicht, niet naleven algemene beginselen van behoorlijk bestuur, afbreken van onderhandelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1056
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/135553 / HA ZA 14-269

Vonnis van 6 april 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. M.A. Kerkdijk, kantoorhoudende te Zwolle,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

WETTERSKIP FRYSLÂN,

zetelend te Leeuwarden,

gedaagde,

advocaat mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [eiser] en WF genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek

  • -

    akte uitlating producties

  • -

    antwoordakte

  • -

    de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is wetenschapper en entrepreneur.

2.2.

In 2002 heeft [eiser] samen met de besloten vennootschap Waterstromen B.V. de onderneming SR Technologie B.V. - hierna in geciteerde stukken/correspondentie ook wel aangeduid als SR of SR-TECH - opgericht. Deze onderneming, die een samenwerkingsovereenkomst met TNO had gesloten, had tot doel "onderzoek naar slibreducerende technologietechnieken door predatoren en in het bijzonder borstelwormen en de exploitatie van dat onderzoek". SR Technologie B.V. heeft zich vervolgens beziggehouden met de ontwikkeling van een compact systeem waarin slibafbraak door wormen op de locatie van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (hierna: rwzi) kon plaatsvinden. De onderliggende - zeer innovatieve - technologie (hierna: de technologie) is vervolgens geoctrooieerd.

2.3.

WF maakt gebruik van rwzi's. Deze installaties produceren zuiveringsslib als bijproduct van het zuiveren van afvalwater. Dit slib - dat voor een belangrijk deel uit water bestaat - wordt getransporteerd naar centrale slibontwateringsinstallaties. Na de ontwatering wordt het slib verder verwerkt, door verbranding, compostering of droging.

2.4.

WF verwerkt ongeveer 15.000 ton droge stof (hierna: d.s.) op jaarbasis. De "out-of-pocket" kosten daarvan belopen een bedrag tussen de EUR 7.500.000,00 en EUR 8.000.000,00 per jaar. De integrale kosten van het verwerken van slib belopen ongeveer 30-40% van de totale kosten van afvalwaterbehandeling en kunnen oplopen tot 50%.

2.5.

In 2005 is SR Technologie B.V. (in de persoon van [eiser] ) in contact gekomen met WF. Omdat alle contacten van de zijde van SR Technologie B.V. hebben plaatsgevonden in de persoon van [eiser] en [eiser] alle vorderingen die SR Technologie B.V. op WF had of zou krijgen - uit welke hoofde dan ook - op enig moment overgedragen heeft gekregen van SR Technologie B.V. nadat laatstgenoemde was geliquideerd, zal hierna nog slechts gesproken worden van " [eiser] ".

2.6.

Partijen hebben vervolgens gesproken over een samenwerking. In dat kader is de zogenaamde "end-of-pipe" oplossing besproken. Hierbij wordt de technologie aan het eind van het zuiveringsproces in de sliblijn geplaatst. Het doel hierbij is maximalisatie van de slibafbraak. Nader onderzoek was daarbij vereist. Partijen hebben volgens gesproken over de bouw van een proefinstallatie op de rwzi van WF te Wolvega (hierna: het project). Op deze wijze kon [eiser] de technologie testen en verder ontwikkelen.

2.7.

In de notulen van de bestuursvergadering van WF van 30 augustus 2005 is onder meer vermeld:

[…]

Beoogd resultaat

Kennis opdoen en mogelijkheden onderzoeken voor de vermindering van afzetkosten zuiveringsslib.

[…]

De methode van slibvermindering met behulp van wormen kan op een aantal locaties van WF worden toegepast.

[…]

2.8.

In een e-mailbericht van de Provincie Fryslân, als verstrekker van de hierna onder 2.9. te bedoelen subsidie in het kader van het subsidieprogramma "Fryslân Fernijt", aan SR en WF van 21 november 2005 is onder meer vermeld:

[…]

We hebben gesproken over het risico dat bij een succesvolle pilot geen follow-up in Fryslân plaats vindt. U heeft verklaard dit zeker wel van plan te zijn; dit voornemen is sterker dan een intentieverklaring. Provincie Fryslân wil dit voornemen als voorwaarde meenemen bij de subsidie. Met de NOM zal overlegd worden hoe dit het beste kan worden vastgelegd.

[…]

2.9.

Op 25 april 2006 is een subsidie van EUR 200.000,00 aangevraagd bij de Provincie Fryslân - waarbij [eiser] als penvoerder optrad en partijen allebei als deelnemer hadden te gelden - uit hoofde van het subsidieprogramma "Fryslân Fernijt".

2.10.

In de subsidieaanvraag die is ingediend bij de Provincie Fryslân in het kader van het subsidieprogramma Fryslân Fernijt is (in het projectvoorstel) onder meer vermeld:

[…]

Spin-off voor Friesland

Een van de doelstellingen van Fryslân Fernijt is dat de projecten moeten leiden tot een verbetering van de economische situatie van de provincie Friesland. Wetterskip Fryslân en Biodero [een vennootschap die [eiser] voornemens was op te richten in het kader van het project, toevoeging rechtbank] denken hierbij via de volgende richtingen invulling aan te geven.

[…]

Ten vierde is Wetterskip Fryslân bij het succesvol zijn van het project voornemens deze techniek toe te passen op meerdere rioolzuiveringsinstallaties in haar beheersgebied. Dit leidt verlaging van de slibverwerkingskosten die op hun beurt resulteren in een verlaging van de vervuilingsheffing. Een lagere heffing leidt tot een lager kostenniveau voor Friese burgers en bedrijven.

[…]

en in bijlage 1 (het subsidieaanvraagformulier):

[…]

7. De doelstellingen en de verwachte output/resultaten van het project:

[…]

Kwantitatief:

Minimaal 35% slibverwijdering (op basis van drogestof) gedurende minimaal twee maanden.

8. Doelgroep(en) van het project:

In principe is elke instantie die een afvalwaterzuivering in beheer heeft, waarbij een biologisch aëroob (mét zuurstof) zuiveringsproces wordt toegepast en waarbij zuiveringsslib wordt geproduceerd, een potentiële klant. Dit zijn o.a. alle waterschappen, die in NL in totaal circa 500 installaties in beheer hebben, waarvan er ca. 300-350 in aanmerking komen. Specifiek voor de Provincie Friesland is dit Wetterskip Fryslân (WF). WF heeft 29 zuiveringsinstallaties in beheer waarvan in eerste instantie de installaties zonder slibgisting in aanmerking komen (25 stuks).

Daarnaast komen in aanmerking alle industrieën die hun afvalwater zelf zuiveren in een eigen afvalwaterzuiveringsinstallatie volgens het eerder genoemde proces. Dit zijn met name de voedingsmiddelenindustrieën.

In een verdere uitbouw van de activiteiten komen ook buitenlandse zuiveringsinstallaties voor deze technologie in aanmerking.

[…]

11. Geef aan welk perspectief op continuïteit of opschaling wordt geboden na beëindiging van het project met steun van het Regionaal Innovatie Programma Fryslân:

In dit voorstel wordt het nieuwe proces toegepast op de rwzi Wolvega. Op deze installatie wordt jaarlijks ca. 619 ton drogestof aan slib geproduceerd, dat verder moet worden verwerkt en afgezet. Indien het daar succesvol is (ca. 50% afbraak) biedt toepassing ervan perspectief voor alle andere installaties (29 stuks), die in beheer zijn bij Wetterskip Fryslân. Hierbij wordt jaarlijks ca. 15.136 ton d.s. aan slib geproduceerd.

In eerste instantie wordt echter gefocust op de installatie zonder slibgisting (25 stuks), omdat daar naar verwachting het hoogste afbraakrendement kan worden gerealiseerd. Deze installaties vertegenwoordigen jaarlijks ca. 11.100 ton d.s. aan slib.

Bij het succesvol zijn van dit project vindt in eerste instantie een verdere uitbouw en opschaling van de activiteiten naar de overige Nederlandse waterschappen. Het betreft 380 installaties, waarvan er in eerste instantie 280 in aanmerking komen. Deze installaties produceren totaal ca. 140.000 ton d.s. aan slib, waarvan ca. 70.000 ton d.s. kan worden afgebroken.

Een vervolgstap zal zijn een verdere uitbouw van deze activiteiten buiten Nederland.

[…]

12. […]

In de promotionele activiteiten zal door een gezamenlijke aanpak van alle partners op een efficiënte wijze een brug naar de markt kunnen worden geslagen: Biodero als ontwikkelaar/exploitant, Wetterskip Fryslan als gebruiker/klant en Wetsus voor de wetenschappelijke onderbouwing van het geheel.

13. Omschrijving van de wijze waarop het project bijdraagt aan de algemene doelstellingen van het programma (zie hoofdstuk 1 van de handleiding) en aan de resultaten zoals beoogt door het thema waarbinnen dit project wordt ingediend: (zie pagina 7 en 8 van de handleiding). Indien mogelijk graag kwantificeren.

[…]

Veel potentiële gebruikers zullen dit proces pas toepassen wanneer de werking ervan is aangetoond op praktijkschaal en dan ook nog bij voorkeur door een instantie uit de eigen beroepsgroep.

[…]

2.11.

In een brief van WF aan de gemeente Weststellingwerf van 23 mei 2006 is onder meer vermeld:

[…]

Wij zijn voornemens om vanaf juli 2006 een duurproef (circa 3 jaar) uit te voeren op de rwzi Wolvega met (borstel)wormen. […] Wanneer de proef het verwachte positieve resultaat oplevert, overwegen wij om de opstelling na ca. 3 jaar na heden definitief te maken.

[…]

2.12.

Partijen hebben op 1 december 2006 een overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst is onder meer het volgende vermeld:

[…]

In aanmerking nemend dat:

- SR-TECH een proces heeft ontwikkeld waarbij secundair zuiveringsslib wordt afgebroken;

[…]

- verder onderzoek nodig is en de technologie op grotere schaal getest moet worden;

- ook de economische rentabiliteit moet worden aangetoond;

- dit verder onderzoek betreft de derde en laatste fase van het totale onderzoeksprogramma;

- deze laatste fase ongeveer 3,5 jaar zal duren en omvat onder meer een tweetal duurtesten op locatie.

[…]

- de huidige overeenkomst betreft de tweede duurtest en het laatste deel van de derde fase van het totale onderzoeksprogramma. Hierbij wordt een installatie gebouwd in de zogenaamde end-of-pipe configuratie;

- Dit deel van het onderzoeksprogramma zal worden uitgevoerd in samenwerking met het onderzoeksinstituut Wetsus en zal mede worden gefinancierd door het subsidieprogramma Fryslân Fernijt.

[…]

- WF, SR-Tech of diens aandeelhouders, en/of Biodero vragen gezamenlijk subsidie aan bij het programma Fryslân Fernijt.

[…]

Komen het volgende overeen.

Art. 1 Inbreng van de partijen

1. In overleg met SR-TECH stelt WF gedurende de proefperiode kosteloos een locatie op de RWZI te Wolvega ter beschikking waar SR-TECH een proefinstallatie kan bouwen en testen.

[…]

5. SR-TECH heeft een inspanningsverplichting de installatie gedurende de tijd van het onderzoek te optimaliseren en eventuele aanpassingen te doen om te komen tot een rendabele slibafbraak.

6. Naast eventueel ontvangen subsidie en de kosten genoemd onder art. 1.3 draagt WF maximaal € 150.000 bij in de kosten van het onderzoeksproject; de overige kosten komen voor rekening van SR-TECH.

7. SR-TECH zal met de proefinstallatie slib afbreken, in principe tot een totaal van 450 ton ds.

[…]

Art 3. Uitvoering

1. WF geeft SR-TECH opdracht tot het bouwen van de proefinstallatie op het terrein van de RWZI in Wolvega.

2. SR-TECH is verantwoordelijk voor de bouw van de installatie, de bedrijfsvoering en het onderhoud.

3. Gedurende het onderzoek is de installatie eigendom van WF, maar WF stelt deze voor de duur van het onderzoek ter beschikking van SR-TECH.

[…]

5. SR-TECH voert het onderzoek uit.

Art 4. Einde van het onderzoek

1. Het onderzoekprogramma in Fryslân wordt afgesloten indien 450 ton ds is afgebroken, dan wel uiterlijk 36 maanden na aanvang van het onderzoek.

[…]

3. Uiterlijk 6 maanden na het einde van de derde fase besluit SR-TECH of de technologie in exploitatie kan worden genomen of dat commerciële exploitatie uit economische of technische overwegingen niet rendabel is.

Art 5. Verrekening tussen partijen bij een negatief resultaat van het onderzoek

Er is sprake van een negatief resultaat als SR-TECH meent dat de exploitatie van het proces niet loont [art 4 sub 3].

1. Partijen verlenen elkaar wederzijds kwijting met betrekking tot alle verplichtingen ten opzichte van elkaar inclusief de verplichting tot verdere afbraak van droge stof.

2. WF verkrijgt het recht om tegen een nader overeen te komen vergoeding de installatie zelf te exploiteren.

3. Besluit WF de installatie niet verder aan te willen wenden [art 5.2] dan zal de installatie worden afgebroken. De kosten hiervoor vallen binnen de projectkosten.

Art 6. Verrekening tussen partijen bij een positieve afsluiting van het onderzoek

Tenzij SR-TECH uiterlijk binnen 6 maanden na afsluiting van de derde fase van het onderzoeksprogramma besluit niet tot commerciële exploitatie over te gaan [art 4 sub 3], is er sprake van een positief resultaat.

1. Er heeft een volledige verrekening tussen partijen plaatsgevonden als 450 ton ds slib is afgebroken.

2. Zodra de installatie 450 ton ds slib heeft afgebroken zullen WF en SR-TECH onderhandelen over commerciële voorwaarden voor verdere exploitatie van de proefinstallatie.

3. Indien partijen het niet eens kunnen worden over de commerciële voorwaarden van exploitatie van de proefinstallatie dan dient de installatie te worden afgebroken. De kosten hiervoor vallen binnen de projectkosten.

4. SR-TECH heeft nadat partijen overeenstemming hebben bereikt over de commerciële voorwaarden van exploitatie van de proefinstallatie, het recht om de installatie van WF over te nemen tegen de restwaarde. De restwaarde wordt aan het einde van het financieringstraject door Fryslan Fernijt vastgesteld om te komen tot de definitieve bepaling van de subsidie bijdrage van Fryslan Fernijt. [zie ook bijlage II]

[…]

2.13.

De subsidie is vervolgens verleend. De dijkgraaf van WF - de heer Van Erkelens - had zitting in het deskundigenpanel Water, dat het project en de subsidieaanvraag heeft beoordeeld en goedgekeurd.

2.14.

In het Innovatieprogramma Watertechnologie getiteld "Een wereld om water", dat is opgesteld door de Stuurgroep Watertechnologie, is onder meer het volgende vermeld:

[…]

De thuismarkt kan een belangrijke rol spelen bij het verkleinen van dit risico, door op te treden als launching customer.

[…]

Een belangrijk kenmerk van succesvolle innovaties is dat deze tot stand zijn gekomen in een omgeving waarbij kennisleveranciers (universiteiten en kennisinstituten), het bedrijfsleven (technologieleveranciers en adviesbureaus) en eindgebruikers hebben geparticipeerd in het ontwikkelingstraject (customer co-creation).

[…]

In de Stuurgroep Watertechnologie zit onder meer een vertegenwoordiger van de Unie van Waterschappen waarin de dijkgraaf van WF (Van Erkelens) plaatsvervangend voorzitter was.

2.15.

Het project is vervolgens op 1 december 2006 van start gegaan.

2.16.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat er een proefinstallatie zou worden gebouwd bestaande uit vier parallelle en identieke units die voldoende capaciteit zouden hebben om al het slib van de zuivering te Wolvega te verwerken. Meteen in het begin werd hier in overleg tussen partijen van afgeweken en werd besloten om eerst één unit te bouwen.

2.17.

Het hele proces bestond uit een door [eiser] ontwikkelde en gebouwde wormenreactor, een door WF ter beschikking gestelde slibbuffer (sedimentatietank) voor ontwatering en een uitgebreide in het bezit van [eiser] zijnde besturingsunit/machinekamer. In de wormenreactor werd het slib door de wormen begraasd. Vervolgens werd het resterende slib in de slibbuffer ontwaterd en opgeslagen. Het hele proces kon online worden gevolgd en bestuurd.

2.18.

De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (hierna: STOWA) is het kenniscentrum van de regionale waterschappen. STOWA heeft met betrekking tot het project een deelonderzoek gefinancierd met als doel het valideren van het proces op basis van de ervaringen die zouden worden opgedaan in Wolvega alsmede het aantonen van de inzetbaarheid van het proces door verschillende type zuiveringen te testen en pilots uit te voeren. Ten behoeve van het onderzoek dat STOWA uitvoerde werd ook nog een begeleidingscommissie ingesteld, waarin ook WF deelnam.

2.19.

Na beëindiging van het subsidieprogramma Fryslân Fernijt in oktober 2007 is een vervolg subsidieaanvraag ingediend bij het Ministerie van Economische Zaken, waarbij [eiser] wederom als penvoerder optrad en waarbij partijen tezamen met STOWA, Alterra en de TU Delft als deelnemer hadden te gelden. Dit betrof het subsidieprogramma "innoWATOR" (hierna: innoWATOR). InnoWATOR is een programma gericht op het stimuleren van watertechnologie, het verkorten van de "time-to-market" van nieuwe ontwikkelingen en het stimuleren van de concurrentiepositie van Nederland. Het programma is een module die valt onder de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten. Het initiatief hierbij lag bij het Nederlands Water Partnership. De achterliggende gedachte bij de regeling innoWATOR is - kort samengevat - het bevorderen van innovatie en het uitnodigen van ondernemers tot topprestaties. Voor het verkrijgen van subsidie uit hoofde van de innoWATOR-regeling is de betrokkenheid van potentiële eindgebruikers (de zogenaamde "launching customer") een vereiste.

2.20.

In de subsidieaanvraag die is ingediend bij het Ministerie van Economische Zaken in verband met het subsidieprogramma innoWATOR is onder meer vermeld:

[…]

De waterschappen zijn als deelnemer in STOWA de belangrijkste potentiële gebruikers van deze technologie. Een aantal van hen zal als partner/launching customer deelnemen in dit project.[…]

Het ligt voor de hand dat de betrokken waterschappen de technologie ook werkelijk gaan gebruiken op hun installaties. Hierbij met voorkeur op de rzwi's waar het onderzoek heeft plaatsgevonden, waarbij het vervolgens wordt uitgebouwd naar andere rzwi's.

[…]

De (markt)doelstellingen die we willen bereiken zijn:

- Het ontwikkelen van betrouwbare, duurzame en kosteneffectieve methode voor de verwerking van zuiveringsslib.

- Brede toepassing(smogelijkheden) van het proces op in principe alle zuiveringsinstallatie die gebaseerd zijn op actiefslibtechnologie.

[…]

In Nederland bevinden zich circa 500 rioolwaterzuiveringsinstallaties. Bij ongeveer 100-150 daarvan wordt het geproduceerde zuiveringsslib voor 20-25% afgebroken middels slibgisting. Dit zijn met name de grotere installaties.

Op de overige 300-350 vindt geen slibafbraak plaats. Dit zijn met name de kleinere installaties. Hoewel in principe het slib van de grotere installaties net zo goed kan worden afgebroken in een wormenreactor en hiermee ook nog eens een hoger afbraakpercentage (50% i.p.v. 20-25%) wordt bereikt, wordt in eerste instantie de aandacht gericht op kleine en middelgrote rwzi's, aangezien daar de toegevoegde waarde het grootste is.

[…]

2.21.

Artikel 33 van de Experimentele kaderregeling subsidie innovatieve projecten, waaronder de InnoWATOR-subsidie valt, luidt als volgt:

Artikel 33

1. De subsidie-ontvanger draagt zorg voor een verantwoord gebruik van de uit het innovatieproject voortvloeiende resultaten, waaronder mede begrepen intellectueel eigendom, die zijn opgedaan uit hoofde van het innovatieproject.

2. De subsidie-ontvanger draagt zorg voor de exploitatie van resultaten overeenkomstig de subsidieaanvraag.

3. De subsidie-ontvanger draagt zorg voor de bescherming van octrooieerbare kennis.

4. Indien kennis en andere resultaten aan derden worden overgedragen, dan vindt dit plaats op basis van marktconforme voorwaarden.

5. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid tot en met het vierde lid, gelden gedurende 5 jaren na de dag waarop subsidie wordt vastgesteld.

2.22.

Uit hoofde van het programma innoWATOR is een subsidie verkregen van EUR 423.703,00. De subsidie was bedoeld voor het uitvoeren van onderzoek dat was gericht op het verkrijgen van verder inzicht in de werking van het proces, verbetering van de processtabiliteit en de verruiming van toepassingsmogelijkheden van het proces.

2.23.

Partijen hebben met TU Delft, STOWA en Alterra in het kader van de hiervoor bedoelde subsidie een samenwerkingsovereenkomst gesloten op 11 december 2007. In deze overeenkomst is onder meer het volgende vermeld:

[…]

Artikel 1 Uitvoering van het onderzoek

(1) Partijen voeren het onderzoek uit conform het projectplan "Afbraak van zuiveringsslib met behulp van wormen" en zullen voldoen aan de verplichtingen die worden vermeld in de subsidieregeling InnoWATOR.

[…]

(4) Partijen spreken af om op een of meerdere momenten tijdens de onderzoeksperiode de stand van zaken van het onderzoek te evalueren en nadere afspraken te maken over het vervolg.

[…]

2.24.

Na verloop van tijd bleek dat het slib in de slibbuffer verder werd afgebroken, ondanks dat er geen (levende) wormen in deze slibbuffer zaten.

2.25.

Bij e-mailbericht van 12 augustus 2008 heeft [eiser] onder meer het volgende aan WF medegedeeld:

[…]

Er is indertijd een bouwaanvraag gedaan om de reactor in Wolvega uit te breiden. Je zult je herinneren dat oorspronkelijk het idee was om een 3 tot 4-tal reactoren naast elkaar te bouwen, maar dat besloten was in eerste instantie er één neer te zetten om te voorkomen dat concept fouten in het nieuwe reactor type niet 4 keer gecorrigeerd moesten worden. Daar we toch de afgesproken 450 ton moeten afbreken hadden we besloten tot uitbreiding over te gaan.

In het kader van het Innowater project zijn we hier weer van terug gekomen. Deels omdat we onze aandacht willen focussen op het optimaliseren en het begrijpen van het proces. En deels omdat de buffer als een tweede reactor blijkt te functioneren.

[…]

2.26.

De bouw van de drie geplande reactoren heeft geen doorgang gevonden.

2.27.

Bij e-mailbericht van 24 maart 2009 heeft [eiser] onder meer het volgende aan WF medegedeeld:

[…]

2. […] omdat we op basis van de resultaten die we in Wolvega realiseren van mening zijn dat het nu tijd wordt om met deze technologie de "markt" op te gaan. […]

De andere reden om nu commercieel te gaan is omdat er gewoon geld binnen moet komen.

[…]

3. N.a.l. van ons laatste gesprek is het mij duidelijk geworden dat het business model dat ons voor ogen stond niet langer haalbaar is. Er moet dus een nieuw model komen. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe dit er uit moet gaan zien. Onze gedachten gaan uit naar een opzet waarbij de klant de investering doet en het day-to-day beheer [waarbij er zorg voor gedragen wordt dat de kennis embedded wordt in de organisatie] en waarbij SR-tech (1) de bouw van de installatie verzorgt (2) voor een fee het management van de wormen op zich neemt cq ondersteunt [dit dmv remote controle] en (3) een gestaffelde licentie voor de toepassing.

[…]

Ik heb de laatste maanden met groot aantal partijen gesproken. Natuurlijk gezien het verleden met Fryslân Fernijt ook met de provincie Friesland en met het NOM. Ik denk dat daar ook wel interesse bestaat om voort te bouwen op het traject dat we met Wolvega zijn begonnen.

Het Wetterskip is echter de linking pin in zo iets. De eerste stap moet dan ook zijn om te kijken of wat wij [potentieel] te bieden hebben zou passen in jullie plannen.

Ik ben ook in gesprek gekomen met Haskoning (in combinatie met GMB). Die zouden wel wat willen met deze technologie. Wellicht zou daar een combinatie mee te maken zijn om jullie als launching customer iets te kunnen bieden.

[…]

2.28.

Op 28 april 2009 heeft er een bespreking tussen partijen plaatsgevonden.

2.29.

Bij e-mailbericht van 14 juli 2009 heeft [eiser] het volgende aan de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) medegedeeld:

[…]

In onze discussie hadden we het over het vinden van een Launching Customer. Het Wetterskip meldt zich aan. Daar kunnen we een grootschalige installatie bouwen in Leeuwarden of in Bergum. Maar er zijn ook complicaties. Het bestuur van het Wetterskip heeft net een miljoen van het innovatiebudget geschrapt. Dus moeten we op zoek naar financiering.

[…]

2.30.

In een e-mailbericht van 14 juli 2009 van [eiser] aan Plas Bedrijfsadvies is onder meer vermeld:

[…]

3. Ondertussen dient zich iets nieuws aan. Het Wetterskip is bereid als launching customer op te treden. We willen nu een complete installatie bouwen in Leeuwarden of Burgum, waarbij gebruik maken van een bestaande vergister. Probleem is de financiering. Het bestuur heeft in zijn wijsheid € 1 milj van het innovatiebudget afgetrokken. Dus moeten wij kijken of we het geld bijeen kunnen sprokkelen. Zijn er nog subsidiepotjes? […]

2.31.

In een e-mailbericht van 11 februari 2010 aan [C] , een consulent die in opdracht van [eiser] meewerkte om de wormentechnologie te ontwikkelen en/of te vermarkten, is onder meer vermeld:

[…]

Even enkele punten van ons gesprek op een rijtje:

- Het wormenconcept zoals dat er nu ligt (wormenreactor; psychrofiele vergisting) zie je niet zitten. Er ligt meer toekomst in de wormenreactor als voorbehandeling/ontsluiting voorafgaand aan een mesofiele vergisting. Maar dan is nog onderzoek nodig.

- We kunnen met dat nieuwe concept met een (onderzoeks)voorstel komen voor Burgum en eventueel ook Ameland.

- Probleem van SR was (is?) communicatie, onderbouwing cijfers en (gebrek aan) openheid en presentatie. Technologisch wel een interessant concept.

- Met Operatie Storm gaat er mogelijk veel veranderen in de waterschapswereld (waterketenbedrijven; rioleringstaken);

- Ik zal nog wat informatie voor je opzoeken over de interessante Zwitserse en Oostenrijkse initiatieven om LBG (Liquid Bio Gas) te maken;

- Ik houd me aanbevolen als je nog werkzaamheden voor me hebt in het kader van Operatie Storm, kosten-/energiebesparing, projectvoorbereiding en- management, etc.

[…]

2.32.

STOWA heeft in april 2010 een rapport uitgebracht. Hierin is onder meer het volgende vermeld:

[…]

SAMENVATTING

[…]

De anorganische fractie nam slechts beperkt toe maar minder dan zou worden verwacht. Dit komt waarschijnlijk doordat een deel van de anorganische fractie is omgezet en via de waterfase is afgevoerd; dit is nog een belangrijk onderzoekspunt.

[…]

Op een van de pilots waar de SVI boven de 300 ml/g lag, bleken de wormen niet te groeien.

[…]

3.3.

Kengetallen wormenreactor en wormbiomassa

[…]

De kengetallen voor de reactor in Wolvega zijn berekend over een periode van 2 jaar waarbij periodes met grote verstoringen buiten beschouwing zijn gelaten. De pilots waren gevoeliger voor technische storingen; de berekeningen zijn gedaan op basis van cijfers van tenminste 4 weken.

4 SLIBAFBRAAK: RESULTATEN EN DISCUSSIE

[…]

De wormenpopulatie groeide zo voortvarend dat deze in week 6 van 2007 te groot geworden was, hetgeen leidde tot een massale sterfte.

[…]

In 2008 kwam de nadruk te liggen op de optimalisatie van de totale afbraak. De totale afbraak is de som van de afbraak in de wormenreactor plus de afbraak in de sedimentatietank. […] In 2008 werd er dan ook niet langer geprobeerd om de afbraak in de wormenreactor te maximaliseren.

[…]

4.2.

Afbraak in de sedimentatietank

[…]

In het eerdere STOWA onderzoek naar wormen was al aangegeven dat de mechanismen die voor de slibafbraak verantwoordelijk zijn niet echt bekend waren […].

[…]

Wel is duidelijk dat er grote hoeveelheden methaan gevormd worden en dat dit proces ook bij lage temperaturen (4-18 º C) doorgaat.

4.2.1.

Afbraak sedimentatietank 2007

[…]

De hoge afbraak in de eerste periode laat zich niet zo gemakkelijk verklaren.

[…]

4.2.3. "

Koude vergisting?"

[…]

De voorlopige conclusie die uit het voorgaande kan worden getrokken is dat de voorbehandeling door de wormen schijnbaar een effect heeft op de afbraak in de sedimentatietank.

4.3.

Stabiliteit

Zoals al vermeld zijn de conclusies van alle vorige onderzoeken naar de toepasbaarheid van slibreductie door middel van borstelwormen gestuit op het feit dat het proces niet beheersbaar bleek. Ook in Wolvega zijn deze problemen naar voren gekomen. […] Toch is er in Wolvega grote vooruitgang gemaakt en is het gelukt om de fluctuaties in de wormenpopulatie sterk in te dammen, respectievelijk te neutraliseren. […]

In de praktijk betekent dit dat de populatie zorgvuldig moet worden gemanaged.

[…]

Kleine veranderingen in bepaalde procesomstandigheden maakt dat de wormen plotseling massaal een ander onderkomen proberen te vinden en van het dragermateriaal loskomen en in de waterfase gaan zwemmen. Bij een korte hydraulische verblijftijd kan zo in korte tijd de populatie decimeren. Deze zelfde gevoeligheid heeft ook invloed op de afbraak zelf. Veranderingen van temperatuur, voeding, stroming etc., beïnvloeden de afbraak.

[…]

De wormen planten zich voort door deling. Onder optimale omstandigheden is dit iedere drie dagen. In de praktijk is iedere zeven dagen echter goed haalbaar gebleken. Onder suboptimale omstandigheden kan dit echter oplopen tot 20 dagen. Een technische storing die een sterke reductie van de populatie tot gevolg heeft kan dan ook makkelijk leiden tot een terugval in de afbraak waarbij enkele weken nodig zijn om weer op het oude niveau terug te keren. […]

In de loop van het onderzoek zijn oplossingen ontwikkeld om aan deze tekortkomingen c.q. beperkingen van deze technologie tegemoet te komen of te ondervangen. Zo is er in de loop van 2008 een methode ontwikkeld om de populatiegroei te beheersen en het nestelgedrag te sturen. Dit resulteerde in minder grote fluctuaties en maakt het ook mogelijk om in de toekomst compactere reactoren te kunnen bouwen.

De gevoeligheid voor veranderingen in het leefmilieu is alleen te ondervangen door een robuuste bouw. Technische verstoringen moet zoveel mogelijk uitgebannen worden. In Wolvega waren met name de technische problemen de grootste boosdoener, zoals verstoppingen bij het oppompen van het slib uit de slibretourleiding. Technische problemen waren verantwoordelijk voor de meeste fluctuaties.

Het dood gaan van de populatie wormen is een groot afbreukrisico. Het opbouwen van een nieuwe populatie kan enkele weken tot maanden duren als er een grote sterfte heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld als gevolg van een stroomuitval of onderbreking van de zuurstofvoorziening. Dit heeft in het huidige onderzoek verschillende malen de afbraak volledig stil gelegd. Dit probleem is echter heel goed te managen als er meerdere installaties zijn.

[…]

Tabel 4.6 overzicht van de mate van fluctuaties van de afbraak in de verschillende proces stappen vergeleken met de fluctuaties over het totale systeem (2-staps systeem) berekend over de periode 2007-2008

Afbraak 95% betrouwbaarheidsinterval

Wormenreactor 27% 18-36%

Sedimentatietank 53% 41-65%

Wormenreactor + sedimentatietank 64% 56-72%

4.4

Conclusies slibafbraak

[…]

Het extra toegevoerde slib is blijkbaar met een percentage afgebroken in de sedimentatietank vergelijkbaar met het slib dat uit de wormenreactor komt. Dit doet vermoeden dat de wormen een enzym afscheiden dat het slib ontsluit en bij omgevingstemperatuur laat vergisten.

[…]

7. NIEUW ONTWERP EN DIMENSIONERING

[…]

Tijdens het onderzoek is ontdekt dat de wormen het slib ontsluiten en is een tweede stap aan het proces toegevoegd.

[…]

Een nieuw reactor concept is ontwikkeld op basis van dit nieuwe processchema.

[…]

10. PILOTREACTOREN

10.1

Resultaten en discussie

De resultaten van de pilot wormenreactoren op de locaties Nieuwegein, Westpoort, Alkmaar en St. Maartensdijk waren vergelijkbaar met Wolvega wat betreft de belangrijkste biologische parameters […]

Hierdoor ontstonden relatief vaker technische storingen met ineenstorting van de wormenpopulatie tot gevolg.

[…]

10.2

Conclusie pilots

[…]

Aanwezigheid van draadvormers in de RWZI bleek het proces te remmen.

[…]

11 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

Op basis van de praktijkschaal proef in Wolvega kan worden geconcludeerd dat het wormenproces de hoeveelheid spuislib met 65% reduceert. Proeven met pilotreactoren op verschillende zuiveringen wijzen uit dat het proces toegepast kan worden op de typische laagbelaste zuiveringen zoals die in Nederland voorkomen. Het proces kan als een extra stap worden gekoppeld aan het bestaande zuiveringsproces, in de sliblijn aan het einde van het proces of als tussenstap bij het retourslib. De terugverdientijd is kort zodat een investering goed lonend is te maken. Bovendien belooft het een aantal milieuvoordelen zoals minder transport, minder afval en een positieve energiebalans.

De toevoeging van een tweede anaerobe stap heeft geresulteerd in een stabiel en robuust proces, waarbij de fluctuaties in de afbraak in de wormenreactor gecompenseerd worden. Hiermee is het belangrijkste nadeel dat tot nu toe aan de predatie van slib door wormen kleefde, namelijk de onbeheersbaarheid van het proces, ondervangen.

Het proces staat nog aan de beginfase van zijn ontwikkeling. Ongetwijfeld zullen verder onderzoek en praktijkervaringen nog leiden tot verdere verbeteringen van het proces, maar in het huidige stadium van ontwikkeling kan dit proces al direct een bijdrage leveren.

In het bijzonder is onderzoek naar de rol van de wormen in het ontsluiten van het slib en naar de processen die zich afspelen in de anaerobe stap gewenst. Een afbraak van meer dan 50% van de drogestof bij lage temperaturen is tot nu toe nooit beschreven en komt dan ook tegen-intuïtief over, evenals de nauwelijks wijzigende verhouding organische/anorganische fractie van het slib bij deze hoge afbraakpercentages. Een beter begrip van deze processen kan wellicht de weg openen naar een nieuw perspectief op slibverwerking.

De anorganische fractie nam slechts beperkt toe maar minder dan zou worden verwacht. Dit komt waarschijnlijk doordat een deel van de anorganische fractie is omgezet en via de waterfase is afgevoerd; dit is nog een belangrijk onderzoekspunt.

[…]

Appendix 9

PROCESVOERING

[…]

Oligochaeten zijn hogere organismen dan bacteriën. Dit stelt bepaalde eisen aan het proces en maakt dat het proces ook binnen rigoureuzere randvoorwaarden moet worden bedreven dan met bij een typische RWZI gewend is. Belangrijk is dat het proces zo constant wordt bedreven, met minimale fluctuaties anders zijn de wormen van slag en valt de afbraak terug.

[…]

Kortstondige dalingen van de zuurstofspanning onder de 0,5 mg/l resulteert in sterfte van de wormen.

[…]

2.33.

In een e-mailbericht van 21 mei 2010 heeft [eiser] onder meer het volgende aan DB-lid [D] van WF medegedeeld:

[…]

Het afgelopen jaar zijn gesprekken gevoerd met [B] [ambtenaar bij WF, toevoeging rechtbank] over hoe verder te gaan nu het huidige project op zijn einde loopt. Niettegenstaande de goede resultaten in Wolvega bestond de behoefte de technologie uit te testen in een geïntegreerde setting. Hierbij werd voorgesteld om dit te doen op de zuivering in Bergum, waar een vergister beschikbaar is. Een voorlopige projectstudie is begin dit jaar uitgevoerd.

Nu doet zich de mogelijkheid voor om in te schrijven op een nieuw Innowater project. Wij zouden daar graag aan mee doen samen met de vorige partners. […]

Doel van het project is op Demo-schaal de geïntegreerde combinatie wormen/vergisting toe te passen en aan te tonen. Hiervoor wordt er een wormenreactor gekoppeld aan de bestaande vergister en wordt er bij de vergister een slib/waterscheiding gebouwd [samen met Paques] om de hydraulische verblijftijd in de vergister los te kunnen koppelen van de slibverblijftijd. […]

2.34.

Bij e-mailbericht van 27 mei 2010 heeft WF het volgende geantwoord:

[…]

Ik stuur u dit stuk en geef u toestemming om de aanvraag in te dienen onder een aantal voorwaarden. Deze zijn als volgt:

1. De aanvraag indienen betekent dat dit gebeurt zonder dat wij nu al op enigerlei wijze gebonden zijn aan het project. Het komt nu zo snel en onverhoeds tot een aanvraag, dat wij nu niet kunnen overzien welk het nut en de noodzaak is van dit innovatief project binnen ons totaalbeleid slibverwerking.

2. Als de STOWA niet meedoet in de aanvraag indienen en dus in deelname aan het project, dan beginnen wij er niet aan en heeft indienen van deze aanvraag voor deze tender geen zin. Er komt dat later vast een volgende tendermogelijkheid.

3. Wij houden ons te allen tijde het recht voor, om als blijkt dat een verbintenis aangaan met uw bedrijf niet (rechtstreeks) kan vanwege het rechtmatigheidsbeginsel Europese regelgeving op het gebied van aanbesteden en aangaan van contracten, dat we dan afhaken van het project.

4. Over de financiële verdeelsleutel moeten nadere afspraken worden gemaakt wie wat betaalt.

5. Wij achten deelname van Wetsus in dit project een belangrijke meerwaarde. Dit willen we graag samen met u onderzoeken.

[…]

2.35.

Bij e-mailbericht van 16 juni 2010 heeft [eiser] onder meer het volgende aan WF medegedeeld:

[…] bevestig ik dat […] contact met je opneemt om een begin te maken met het opstellen van de business cases zoals we dat hebben besproken.

[…]

Doel is om samen met jullie te inventariseren hoe een wormenreactor gecombineerd met vergister het beste in gepast kan worden, zodat we iets op papier kunnen zetten dat aansluit met jullie wensen. We doen dit voor Bergum en Ameland. Op basis daarvan zullen we dan de cases uitwerken.

2.36.

In een e-mailbericht van 18 augustus 2010 heeft [eiser] onder meer het volgende aan WF medegedeeld:

[…]

Het is een tijdje stil geweest. Eef heeft zoals afgesproken contact gehad met [B] en de gegevens verzameld. Daarnaast hebben wij de calculaties voor de investeringen gemaakt. Door de vakanties is het allemaal wat vertraagd omdat het moeilijk was offertes te krijgen. Wij hebben ook twee partners gevonden die met ons de uitvoering willen doen voor dit een toekomstige projecten: GMB [voor de bouw] en Hollander Techniek [voor de W+E]. Op basis van de gegevens hebben we de Business cases doorgerekend. Alleen tav Ameland is er nog wat onduidelijkheid tav de besparingen op transport.

[…]

2.37.

Bij e-mailbericht van 20 augustus 2010 heeft [eiser] onder meer het volgende aan WF medegedeeld:

[…]

Hierbij twee uitgewerkte Business cases.

* De eerste betreft een installatie van 1000 ton. […] Wij denken dat een goede locatie Burgum zou kunnen zijn, maar dan gevoed met slib uit Dokkum en Damwoude […]

* Ameland is een apart geval.

[…]

2.38.

Bij e-mailbericht van 9 december 2010 heeft [eiser] onder meer het volgende aan DB-lid [D] van WF medegedeeld:

[…]

We zijn nu ruim een jaar - dit speelde al toen wij elkaar spraken op het Noordelijk Stratentreffen in oktober 2009 - met het Wetterskip in gesprek over het vervolg van dit project. Voor ons is dat cruciaal. Een onderneming zonder omzet heeft geen bestaansrecht. En in die situatie verkeren wij nu. Bovendien als het Wetterskip zou besluiten om niet verder te gaan, dan is, zoals U zult begrijpen, er zoveel uit te leggen naar de markt dat dit ons op een onoverkoombare achterstand zet.

Een volgende stap zou naar onze mening een full-scale installatie moeten zijn. Met onze partners, Hollander Techniek en GMB, zijn wij bereid in een dergelijke installatie te investeren en de exploitatie ter hand te nemen en zo het financieel risico op ons te nemen. Met de TU Delft, DHV en Alterra hebben wij een stuurgroep opgezet die de technische en technologische ontwikkeling begeleid. In combinatie zouden we een aangepaste versie op de eilanden Ameland, Terschelling kunnen inzetten. De hoge transportkosten maken dit financieel bijzonder aantrekkelijk [terugverdientijd < 1,5 jaar]. Maar juist ook de ecologische aspecten zijn in dit verband van belang.

Het subsidieprogramma Innowater loopt per 31 december op zijn einde. Dan moet er ook voor ons duidelijkheid ontstaan, al was het maar omdat de personeelscontracten aflopen en de overeenkomst over Wolvega vervalt.

[…]

2.39.

In een e-mailbericht van 9 december 2010 heeft [eiser] onder meer het volgende aan WF medegedeeld:

[…]

2. Op 15 december neemt het bestuur een beslissing over het innovatieplan. Hierin is een bedrag ge-earmarked voor onderzoek naar de wormen. Dit is bedoeld voor ondersteuning. De eigenlijke innovatieprojecten [voor de wormen bijvoorbeeld Burgum, Wolvega of Ameland] moeten daarna nog wel goedkeuring van het bestuur krijgen.

[…]

6. Wij zijn er van overtuigd dat met de kennis die we de afgelopen 4 jaar op gedaan hebben, de volgende stap het bouwen van een full-scale installatie moet zijn. Binnen het Wetterskip [Bonnie oa] zijn er die denken dat een tussenstap nodig is, maar naar onze mening is dat economisch/financieel gezien een slechte oplossing. Wij zijn, met onze partners Hollander Techniek en GMB, overigens bereid om de bouw en exploitatie op ons te nemen en zo de risico's af te dekken.

7. Wel zien wij nog de mogelijkheid om met een kleine aanpassing de installatie in Wolvega full-scale te maken en 300 ton slib per jaar af te breken. Dit levert in ieder geval onmiddellijk geld op dat dan in de verdere ontwikkeling kan worden gestoken.

[…]

2.40.

Op 14 december 2010 heeft het algemeen bestuur van WF het Innovatieplan 2011, opgesteld op 18 november 2010, goedgekeurd. In het innovatieplan is onder meer het volgende vermeld:

[…]

Wormenreactor op rwzi Wolvega

In 2006 heeft SR-Technologie samen met Wetterskip Fryslân in het kader van het subsidieprogramma Fryslân Fernijt van de Provincie Fryslân een testlocatie opgezet voor de vermindering van zuiveringsslib middels wormen. De wormenreactor heeft als doel om een afbraak van meer dan 50% te realiseren. Met een mobiele wormenreactor zal SR Technologie bij diverse rwzi's in Nederland ook diverse slibsoorten gaan uittesten. Tijdens de studie bleek dat in combinatie met vergisting het rendement opgeschroefd kan worden naar 70%. Die uitbreiding op dit innovatieproject wordt bij de nieuwe projecten in dit innovatieplan voorgesteld.

[…]

Slibafbraak met wormen en vergisting (Demosite rwzi Leeuwarden)

Wormen zoals gebruikt bij de afbraak van slib op de rwzi Wolvega produceren enzymen die de celstructuur van bacteriën aantasten. Slib bestaat voor het grootste deel uit afgestorven bacteriën. Door slib door wormen te laten behandelen, wordt organische stof vrijgemaakt voor omzetting naar biogas (vergisting). Dit is een nieuwe processtap die uit het onderzoek op Wolvega voortvloeit. Een business case voor dit BOS-proces (Biodegradation of Oligochaete treated Sludge) heeft berekend dat dit een financieel haalbare techniek zou moeten zijn. Door de afbraak van slib en de productie van biogas kan er bespaard worden op de slibverwerkingskosten. Daarbij is het afbraakpercentage doorslaggevend. Middels onderzoek moet deze factor vastgesteld. Om dit goed te kunnen onderzoeken, vergt dit een investering in een full-scale installatie. Deze investering zal via een aparte kredietaanvraag worden aangevraagd.

[…]

In het Innovatieplan is voorts vermeld dat er voor genoemd onderzoek een bedrag van EUR 100.000,00 beschikbaar is.

2.41.

Op 22 december 2010 heeft een medewerker van WF een intern memo opgesteld, waarin onder meer het volgende is vermeld:

Binnenkort vindt overleg plaats tussen WF en SR Technology/TU Delft over de mogelijke investering in een wormenreactor met koude gisting op één van de rwzi's van Wetterskip Fryslân. Naar aanleiding hiervan is het STOWA rapport van de experimenten op rwzi Wolvega, alsmede onze eigen bedrijfsgegevens nog eens doorgespit.

Het STOWA rapport […] Het rapport beschrijft alleen de succesvolle metingen. Eén van de problemen van de wormenreactor is het stabiel laten functioneren. De wormengroei en sterfte leiden tot grote schommelingen in de afbraak van slib. […] De gemiddelde afbraak van slib zal dus lager liggen dan de gemiddelde afbraakpercentages die tijdens de goede perioden zijn gemeten.

Het experiment in Wolvega heeft duidelijk gemaakt dat een economische wormenreactor voor afbraak van slib niet haalbaar is. Daarvoor is meer nodig, en dat wordt nu gepresenteerd door de aanvullende koude gisting van de uitgaande stroom van de wormenreactor. Deze koude gisting is echter een technische en technologische noviteit waardoor er risico's leven aan de opschaling naar een full scale reactor.

[…]

Er bestaan nog grote onzekerheden over het uiteindelijke afbraakpercentage. Dat geldt ook voor de verwachte investering en mogelijke subsidiegelden. […]

2.42.

Op 26 januari 2011 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen partijen. Ook professor Van Loosdrecht, die in het kader van het innoWATOR project betrokken was geweest als verantwoordelijke bij projectpartner TU Delft en die ook in de begeleidingscommissie van de STOWA zat, was hierbij aanwezig.

2.43.

In een e-mailbericht van [eiser] aan WF van 3 februari 2011 is onder meer vermeld:

[…]

Jullie zullen begrepen hebben dat het voor ons, en de toekomst van de wormen, cruciaal is dat we een formule vinden om door te gaan. Ik vind ook niet dat er nu mee stoppen recht doet aan de inspanningen die wij ons getroost hebben om van dit project een succes te maken en met de insteek waarmee we beide dit project begonnen zijn. […] Zoals al eerder gezegd, als de launching customer afhaakt dan is er weinig toekomst en eindigt deze technologie op de afvalberg.

[…]

2.44.

Op 3 maart 2011 heeft WF [eiser] mondeling verzocht de proefinstallatie in Wolvega binnen drie maanden te verwijderen.

2.45.

In een brief van 18 maart 2011 heeft [eiser] onder meer het volgende aan WF medegedeeld:

[…]

Ik refereer naar ons gesprek van 3 maart jl. en Uw verzoek om het onderzoek op de wormenreactor op de RWZI Wolvega te beëindigen en de installatie binnen drie maanden te ontmantelen. Naar mijn mening doet dit geen recht aan onze samenwerking van de afgelopen jaren noch aan de rol van "launching customer" die het Wetterskip op zich heeft genomen toen we samen in het INNOWATOR traject zijn gestapt.

Het laatste jaar zijn er regelmatig gesprekken tussen het Wetterskip en SR Technologie geweest over toepassing van deze unieke technologie en zijn er plannen uitgewerkt voor toepassing op verschillende locaties. In december is er nog een budget in het innovatie programma van het Wetterskip voor onderzoek naar deze technologie goedgekeurd. Uw verzoek kwam dan ook geheel onverwachts.

Uw verzoek gaat voorbij aan de afspraken die indertijd gemaakt zijn en aan de intenties waaronder indertijd met dit project van start is gegaan. Uitgangspunt van deze afspraken was om bij gebleken economische rentabiliteit van het proces dit te gaan exploiteren. Dat er sprake is van een rendabel proces mogen blijken uit het Stowa rapport 2010-09 […]

2.46.

Bij brief van 6 april 2011 heeft WF onder meer het volgende aan [eiser] medegedeeld:

[…]

In de overeenkomst zoals wij die destijds met uw bedrijf zijn aangegaan zijn de wederzijdse rechten en verplichtingen van partijen vastgelegd. Op basis van genoemde overeenkomst constateren wij dat het onderzoeksprogramma is afgerond. Er is gebleken dat commerciële exploitatie uit economische of technische overwegingen niet rendabel is. Verder vormen de door u in bovengemelde brief aangevoerde argumenten voor ons onvoldoende reden om verdere voortzetting van de activiteiten van uw bedrijf op de rioolwaterzuiveringsinstallatie te Wolvega toe te staan.

Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 5 van genoemde overeenkomst getiteld verrekening tussen partijen bij een negatief resultaat van onderzoek hebben wij gelet op bepaalde in lid 2 van dit artikel besloten af te zien van het recht om de installatie tegen een nader over een te komen vergoeding zelf te exploiteren. Verder doen wij hierbij een beroep op hetgeen in artikel 5 lid 3 is overeengekomen en verzoeken wij uw bedrijf om binnen drie maanden na dagtekening van deze brief de installatie af te breken en het daarmee vrijkomende perceel weer in goede staat aan ons op te leveren.

[…]

2.47.

Op 16 mei 2011 heeft een medewerker van WF een intern memo opgesteld, waarin onder meer het volgende is vermeld:

[…]

Uit deze risico-analyse blijkt dat een vervolgproject met het nieuwe ontwerp van een wormenreactor geen goede business case oplevert. Dit wordt vooral veroorzaakt door de onzekerheid rondom het afbraakpercentage. De initiatiefnemers waren niet bereid tot nader onderzoek met behulp van een pilotinstallatie naar deze afbraak op een kleine rwzi als Akkrum of Ameland. Met de initiatiefnemers is overeengekomen dat de huidige installatie per 31-12-2011 geheel is gedemonteerd en verwijderd.

[…]

2.48.

In een brief van 24 juni 2011 heeft WF onder meer het volgende aan [eiser] medegedeeld:

[…]

Ter aanvulling op onze brief van 6 april jl. wijzen wij u er op dat in artikel 6 lid 3 van de overeenkomst is bepaald dat indien partijen het niet eens kunnen worden over de commerciële voorwaarden van exploitatie van de proefinstallatie de installatie dan dient te worden afgebroken. Het mag duidelijk zijn dat partijen gelet op het voorgaande het niet eens zullen worden over de commerciële voorwaarden van exploitatie van de installatie. Wij wensen dan ook, ongeacht de opvatting van uw cliënt overeenkomstig artikel 4 lid 3 van de overeenkomst dat de technologie wel in exploitatie kan worden genomen, daarbij een beroep te doen op hiervoor genoemd lid 3 van artikel 6 van de overeenkomst dat de installatie wordt afgebroken.

[…]

2.49.

Bij brief van 28 juli 2011 heeft de advocaat van [eiser] onder meer het volgende aan de juridisch adviseur van WF medegedeeld:

[…]

Op 22 juli jl. heeft een bespreking plaatsgevonden […]

Het komt erop neer dat partijen met name een verschil van mening hebben over de behaalde resultaten over de afgelopen jaren. We hebben met elkaar vastgesteld dat hoewel er een geschil is tussen partijen als bedoeld in art. 14 van de tussen partijen bestaande overeenkomst, voorlopig partijen wensen te streven naar een oplossing.

In dit verband is door mijn cliënt genoemd voortzetting van het project te Wolvega. Daarbij is uitgangspunt dat dit project voor Wetterskip budgettair neutraal is. In de bijlage bij deze brief staat in het kort dit vervolgtraject beschreven. Mijn cliënt heeft inmiddels een afspraak gemaakt om op 2 augustus a.s. de beschikbare cijfers te bekijken en te analyseren. Cliënt is ervan overtuigd en met hem enkele hoogleraren (zij bijlage), dat hetgeen in Wolvega de afgelopen jaren ontdekt is m.b.t. de anaerobe afbraak uniek is en hoopt dat het Wetterskip het vervolgtraject op een nog nader af te spreken basis zal ondersteunen om samen te onderzoeken hoe deze ontdekking tot toepassing kan leiden. Zoals in het gesprek naar voren kwam, zou een dergelijke techniek ook voor het Wetterskip een interessante optie zijn.

Mijn cliënt streeft ernaar medio augustus het plan/voorstel bij u in te dienen.

[…]

In de bijlage bij deze brief is onder meer het volgende vermeld:

Vervolgproject Wolvega

[…]

Op de proefopstelling in Wolvega wordt de capaciteit uitgebreid door de plaatsing van een 6.500 m3 bufferzak. Deze bufferzak dient ervoor om de capaciteit van de anaerobe stap naar de wormenreactor te vergroten zodat al het slib van de zuivering verwerkt kan worden.

[…]

Hoewel het onderzoek er op gericht is om de economische rentabiliteit en technisch/technologische haalbaarheid van slibreductie dmv predatie door wormen in combinatie met anaerobe afbraak aan te tonen, is de verwachting dat dit tevens zal leiden tot inzichten om het rendement van vergistingprocessen, en in het bijzonder vergisting van secondaire slib, significant te verhogen.

2.50.

Bij brief van 1 augustus 2011 heeft WF onder meer het volgende aan (de advocaat van) [eiser] medegedeeld:

[…]

Verder zijn wij bereid op basis van een via tussenkomst van uw cliënt op te stellen onderzoeksvoorstel na te gaan of via inbreng van nieuwe technologie tot verder slibreductie kan worden gekomen. De proefnemingen zouden op een voor het waterschap kosteloze wijze dienen te geschieden via een ander bedrijf dan dat van uw cliënt en op een andere locatie dan de rioolwaterzuiveringsinstallatie te Wolvega.

[…]

Het hiervoor gestelde laat overigens onverlet dat zij nog steeds van opvatting zijn dat de huidige installatie ongeacht de uitkomsten van onze besluitvorming over het toestaan van nadere proefnemingen uiterlijk per 31 december 2011 moet worden verwijderd onder hiervoor gemelde condities.

[…]

2.51.

In een e-mailbericht van 25 november 2011 heeft [eiser] onder meer het volgende aan WF medegedeeld:

[…]

* Voor Ameland en Terschelling kunnen wij de kosten van € 1000/ton ds terugbrengen tot minder dan € 450/ton. Om dat te bewijzen zijn wij bereid voor eigen rekening en risico meer dan € 500.000 te investeren. Nadat bewijs is geleverd zal indien gewenst de installatie aan het Wetterskip worden overgedragen. In de aanloop daartoe accepteren wij de verantwoordelijkheid voor alle eventuele risico's.

[…]

Het is mijn intentie de technologie onder te brengen bij een marktpartij die deze zou kunnen vercommercialiseren. Gesprekken over een nieuwe onderneming hiervoor zijn gaande met bestaande projectpartners, maar een en ander kan echter pas concreet worden gemaakt als overeenstemming is over het project. Het eilanden-project is met deze partijen besproken en zij zijn eventueel bereid garant te staan.

[…]

2.52.

In het Chemisch Weekblad is in 2011 een artikel geplaatst met onder meer de volgende inhoud:

[…]

Een ander opvallend project van de TU Delft was het gebruik van wormen om zuiveringsslib bij rwzi's te minimaliseren. In juni 2010 publiceerde het blad WaterForum nog een artikel over de pilotinstallatie in Wolvega, waar het slib niet alleen door de wormen die deze afvalstof "begraasden" werd afgebroken, maar ook nog eens beter vergistte. In het artikel loofde [eiser] van SR Technology, een bedrijf dat meewerkte aan de proef in Wolvega, de wormenreactor nog. Uit navraag bij Wetterskip Fryslan bleek echter dat de pilotinstallatie intussen ontmanteld is, omdat deze "niet opleverde wat ervan werd verwacht", aldus Marjan Hoogeveen, woordvoerder van het waterschap.

2.53.

SR Technologie B.V. is op enig moment geliquideerd. Alle vorderingen die SR Technologie B.V. op WF had of zou krijgen - uit welke hoofde dan ook - zijn aan [eiser] overgedragen.

2.54.

In een brief van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân van 24 september 2013 naar aanleiding van een brief van (de advocaat van) [eiser] is onder meer het volgende vermeld:

[…]

Er zijn geen voorwaarden of verplichtingen vanuit de provincie tot voortgangsrapportages over en/of implementatie van ontwikkelde technologie, diensten of producten. De vermarkting door de technologieontwikkelaar en aankoop door (eerste) klanten is een zaak die door de marktpartijen wordt bepaald. De provincie Fryslân ziet hierin geen rol voor zichzelf. Wij zijn daarom niet voornemens om onderzoek te doen naar de rol en de besluitvorming van Wetterskip Fryslân in het ontwikkelingstraject van de technologie van S.R. Technologie. Wel zullen wij in ons reguliere overleg met Wetterskip Fryslân uw brief aan de orde stellen en het Wetterskip vragen om hun reactie.

[…]

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert - na wijziging van eis - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair en subsidiair:

I. voor recht verklaart dat WF tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens [eiser] ;

II. WF veroordeelt aan [eiser] een schadevergoeding te betalen van EUR 34.866.527,16, althans een in goede justitie te bepalen nader bedrag, dan wel bepaalt dat de schadevergoeding zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet, met veroordeling van WF aan [eiser] te betalen een voorschot op die schadevergoeding van EUR 1.000.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

meer subsidiair:

I. voor recht verklaart dat WF onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld;

II. WF veroordeelt aan [eiser] een schadevergoeding te betalen van

EUR 34.866.527,16, althans een in goede justitie te bepalen nader bedrag, dan wel bepaalt dat de schadevergoeding zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet, met veroordeling van WF aan [eiser] te betalen een voorschot op die schadevergoeding van EUR 1.000.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

meer meer subsidiair:

I. voor recht verklaart dat WF onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld;

II. WF veroordeelt aan [eiser] een schadevergoeding te betalen van EUR 34.866.527,16, althans een in goede justitie te bepalen nader bedrag, subsidiair EUR 215.207,00, dan wel bepaalt dat de schadevergoeding zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet met veroordeling van WF aan [eiser] te betalen een voorschot op die schadevergoeding van EUR 1.000.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

uiterst subsidiair:

I. WF veroordeelt aan [eiser] te betalen een (schade)vergoeding van EUR 215.207,00;

primair tot en met uiterst subsidiair:

IV. WF veroordeelt aan [eiser] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten, zijnde EUR 6.422,00;

V. WF veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.2.

WF voert verweer.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1.

Wijziging eis

4.1.1.

Bij conclusie van repliek heeft [eiser] zijn eis in die zin gewijzigd, dat daaraan de hiervoor onder 3.1. vermelde meer meer subsidiaire vordering is toegevoegd.

4.1.2.

Omdat WF geen bezwaar heeft gemaakt tegen deze wijziging van eis en de rechtbank ook ambtshalve geen aanleiding ziet om deze wijziging van eis gelet op de eisen van een goede procesorde buiten beschouwing te laten, zal recht worden gedaan op de gewijzigde eis.

4.2.

Primair: toerekenbaar tekort schieten door niet-nakoming overeenkomst

4.2.1.

[eiser] heeft gesteld dat uit de subsidieaanvraag bij de Provincie Fryslân in het kader van het subsidieprogramma Fryslân Fernijt, de subsidieaanvraag in het kader van het project innoWATOR en de overeenkomst van 1 december 2006 - in samenhang bezien - volgt, dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten. Deze overeenkomst houdt volgens [eiser] in dat WF zich heeft verbonden de technologie op alle geschikte rzwi's (25 stuks) van WF toe te passen als de proef in Wolvega succesvol zou blijken. Het doel van partijen was blijkens de subsidieaanvragen gericht op een brede toepassing van de technologie door WF op meerdere rwzi's van WF, alsmede toepassing van de technologie door andere waterschappen in Nederland. Deze brede toepassing is onder meer ook af te leiden uit de notulen van de bestuursvergadering van WF van 30 augustus 2005 en uit de brief van WF van 23 mei 2006. Op grond van artikel 33 van de Experimentele kaderregeling subsidie innovatieve projecten, waaronder de innoWATOR subsidie valt, was WF verplicht er voor te zorgen dat de (positieve) resultaten van het onderzoek op een verantwoorde wijze werden gebruikt. Omdat de subsidieaanvragen gezamenlijk zijn opgesteld en ingediend, moet de inhoud daarvan als een overeenkomst tussen [eiser] en WF worden aangemerkt, aldus [eiser] .

De bedoeling van de innoWATOR-regeling is dat de potentiële eindgebruiker na de onderzoeksfase als "eerste klant" (launching customer) optreedt. De eindgebruikers zijn publieke instellingen, namelijk waterschappen en drinkwaterbedrijven. Hen werd dan ook de rol van launching customer toegedicht en zij hebben zich ook daartoe gecommitteerd. De rol van de waterschappen was - zoals WF wist, waartoe onder meer wordt verwezen naar het document "Een wereld om water" - van groot belang.

[eiser] heeft er voorts op gewezen dat de dijkgraaf van WF - de heer Van Erkelens - zitting had in het deskundigenpanel Water, dat het project en voornoemde subsidieaanvraag heeft beoordeeld en goedgekeurd. Ook vanuit die hoedanigheid had WF zich volgens [eiser] aan het project gecommitteerd.

De proef te Wolvega is volgens [eiser] succesvol gebleken. Het kwantitatieve doel (de af te breken hoeveelheid slib van 450 ton d.s., zoals bedoeld in de overeenkomst van 1 december 2006) is gehaald, waarbij [eiser] heeft opgemerkt dat deze eis is losgelaten toen bleek dat het slib verder werd afgebroken in de sedimentatietank, waarna de focus is verlegd naar optimalisatie van de afbraak in de reactor en de sedimentatietank. Ook de kwalitatieve doelstelling is volgens [eiser] gerealiseerd, te weten een succesvolle technologie, aangetoond door een onafhankelijk rapport van STOWA. De conclusies van het STOWA-rapport zijn volgens [eiser] bovendien door nader onderzoek in het kader van het innoWATOR-onderzoek en het Nieuwe Energieonderzoek alsmede door diverse wetenschappelijke artikelen ondersteund. De in een intern memo van 22 december 2010 van een medewerker van WF getrokken conclusie dat er geen sprake zou zijn van een financieel haalbare business case, is onjuist en kan volgens [eiser] het gedegen onderzoek van STOWA niet ter zijde zetten. Op grond van het voorgaande is WF volgens [eiser] toerekenbaar te kort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser] door "de stekker uit het project te trekken".

De vordering van [eiser] strekt tot vergoeding van de door hem geleden schade als gevolg van de omstandigheid dat WF de hiervoor bedoelde overeenkomst niet is nagekomen, bestaande uit het door [eiser] in het project geïnvesteerde bedrag van EUR 1.479.756,16 dat niet kan worden terugverdiend, het gemiste rendement van de toepassing van de technologie bij 25 rwzi's van WF ter hoogte van EUR 5.672.708,00 en het gemiste rendement van de toepassing van de technologie bij andere partijen (andere waterschappen) ter hoogte van EUR 27.714.063,00, totaal derhalve een bedrag van in totaal

EUR 34.866.527,16.

4.2.2.

WF heeft - kort samengevat - betwist dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, inhoudende dat WF zich heeft verbonden de technologie op alle geschikte rzwi's (25 stuks) van WF toe te passen als de proef in Wolvega succesvol bleek. Nog afgezien van de omstandigheid dat de technologie volgens WF niet succesvol is gebleken, heeft WF zich (zoals neergelegd in de overeenkomst van 1 december 2006) volgens haar slechts verbonden om gedurende drie jaren een wormenreactor op de rzwi van WF te Wolvega aan [eiser] in gebruik te geven, dit ten behoeve van nadere ontwikkeling van deze technologie. Op grond van artikel 6 lid 2 van de overeenkomst van

1 december 2006 was WF verplicht om met [eiser] in onderhandeling treden over commerciële voorwaarden voor verdere exploitatie van deze proefopstelling te Wolvega, zodra de installatie 450 ton d.s. slib zou hebben afgebroken. Van een toerekenbaar tekort schieten aan haar zijde door de technologie niet op alle geschikte rzwi's (25 stuks) van WF toe te passen, is volgens WF dan ook geen sprake. WF betwist voorts het bestaan van een causaal verband tussen de beweerde tekortkoming en de beweerde schade, alsmede de omvang van de beweerde schade.

4.2.3.

Nog afgezien van de omstandigheid dat WF diverse keren is aangeduid als "potentiële gebruiker", hetgeen niet duidt op het reeds bestaan van een overeenkomst en [eiser] ter gelegenheid van het pleidooi niet langer meer heeft gesproken over een "overeenkomst" maar van een "vergezicht", waarvan het de bedoeling was dit geleidelijk toe te passen, kan naar het oordeel van de rechtbank uit de subsidieaanvragen (daarbij in het midden latend wie als aanvrager(s) daarvan is opgetreden) en de overeenkomst van 1 december 2006 niet worden afgeleid dat WF zich jegens [eiser] heeft verplicht om de technologie op alle geschikte rzwi's (25 stuks) van WF toe te passen als de proef in Wolvega succesvol bleek. De subsidieaanvragen - die tot de subsidieverlener zijn gericht - strekten tot het verkrijgen van subsidie en niet tot het vastleggen van afspraken tussen partijen. Uit deze subsidieaanvragen blijkt daarbij weliswaar - evenals uit de notulen van de bestuursvergadering van WF van 30 augustus 2005 - dat er in beginsel een groot marktbereik was, maar daaruit kan naar het oordeel van de rechtbank nog geen verplichting van WF worden afgeleid om de technologie ook daadwerkelijk breed toe te passen. Een dergelijke verplichting is evenmin te herleiden uit de enkele omstandigheid dat in deze subsidieaanvragen wordt gesproken over het voornemen van WF om de techniek toe te passen op meerdere rzwi's, dat WF wordt aangeduid als launching customer en dat daarin wordt aangegeven dat het voor de hand ligt dat WF de technologie ook werkelijk gaat gebruiken. Hetzelfde geldt voor het (niet door WF opgestelde) e-mailbericht van 21 november 2005 van de Provincie Fryslân, waaruit volgt dat "U" - waarbij onduidelijk is of dit [eiser] is (zoals WF heeft aangevoerd) en/of WF - heeft verklaard van plan te zijn om bij een succesvolle pilot een follow-up in Fryslân te laten plaatsvinden, waarbij dit voornemen "sterker is dan een intentieverklaring". Ook hieruit valt niet af te leiden dat WF voldoende bepaalbare verbintenissen jegens [eiser] op zich heeft genomen. Ook de Experimentele kaderregeling subsidie innovatieve projecten kan niet dergelijke verbintenissen van WF jegens [eiser] scheppen. Uit de bewoordingen van de hiervoor bedoelde stukken kan naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze worden afgeleid dat tussen partijen wilsovereenstemming bestond in de door [eiser] bedoelde zin. Daarbij is mede van belang dat bedoelde stukken slechts betrekking hebben op subsidieaanvragen en de gegeven antwoorden niet los kunnen worden gezien van de context waarin ze zijn gegeven, waarbij mede van belang is dat met de antwoorden de subsidieverstrekker moet worden overtuigd van nut en noodzaak van de subsidie voor het project.

4.2.4.

WF heeft voorts onweersproken aangevoerd dat in de onderhavige periode van het aanvragen van de subsidies en het sluiten van de overeenkomst van 1 december 2006 (de jaren 2005 en 2006) door [eiser] slechts contact is geweest met ambtenaren van WF, die niet gemachtigd waren om WF te binden. De enkele omstandigheid dat de dijkgraaf van WF zitting had in het deskundigenpanel Water, welk deskundigenpanel belast was met de beoordeling van subsidieaanvragen in het kader van Fryslân Fernijt, leidt naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf niet tot een uitlating van het bevoegd gezag die tot een verbintenis kan worden herleid.

4.2.5.

WF heeft voorts onweersproken aangevoerd dat over de commerciële voorwaarden van exploitatie geen afspraken zijn gemaakt - waarbij wordt opgemerkt dat ook uit de onder 2. geciteerde vaststaande feiten niet van dergelijke afspraken blijkt - terwijl de beweerde overeenkomst een zeer groot financieel belang had. Zo is bijvoorbeeld niet gesproken over prijs, prijsgaranties, back-upvoorzieningen, boeteclausules, afbraakhoeveelheden, vrijwaringen, duur, opzeg- of beëindigingsmogelijkheden. Zoals WF terecht heeft aangevoerd volgt uit de overeenkomst van 1 december 2006 bovendien slechts (ex artikel 6 lid 2) onder bepaalde voorwaarden een verplichting tot onderhandelen over commerciële voorwaarden voor verdere exploitatie van (uitsluitend) de proefinstallatie te Wolvega. Ook hieruit valt derhalve niet de gestelde verplichting van WF tot brede toepassing van de technologie af te leiden.

Bij gebreke van een overeenkomst tussen partijen, zal de vordering op deze grond worden afgewezen.

4.3.

Subsidiair: toerekenbaar tekort schieten door schending onderhandelingsplicht

4.3.1.

[eiser] heeft voorts gesteld dat WF toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen met betrekking tot de overeenkomst van 1 december 2006 omdat WF heeft geweigerd met [eiser] in onderhandeling te treden over de voortzetting van de exploitatie in Wolvega. Indien dat wél was gebeurd, was er volgens [eiser] overeenstemming bereikt over voortzetting van de exploitatie van de technologie te Wolvega. Zoals hiervoor onder 4.2.1. is uiteengezet, was het kwantitatieve en het kwalitatieve doel volgens [eiser] gehaald. Het ging daarbij volgens [eiser] om het gehele proces, waarbij de focus begin 2008 is verlegd naar maximale afbraak in het hele proces, dus zowel in de wormenreactor als in de sedimentatietank. [eiser] heeft voorts aangevoerd dat hij zich bereid had verklaard het financiële risico van voortzetting te dragen. Dat kan derhalve geen reden zijn waarom niet tot overeenstemming zou zijn gekomen, aldus [eiser] . WF zou immers geen risico lopen en de kosten van slibverwerking zouden in ieder geval niet toenemen. Er was dan ook voor WF geen enkele aanleiding om de exploitatie niet voort te zetten. Op basis van objectieve factoren zou er volgens [eiser] tot overeenstemming zijn gekomen. Weliswaar had de overeenkomst van 1 december 2006 alleen betrekking op Wolvega, maar de bedoeling was dat de technologie breed zou worden toegepast, te weten op alle geschikte rzwi's van WF. De overeenkomst van 1 december 2006 was volgens [eiser] enkel opgesteld met het doel enige praktische afspraken te maken met betrekking tot de eigendom van de installatie en de door [eiser] te plegen inspanningen. Aan de bedoeling van partijen, brede toepassing van de technologie, verandert dat niets. Volgens [eiser] heeft hij voor het eerst bij e-mailbericht van 24 maart 2009 - alsmede nadien tijdens de bespreking op 28 april 2009 - aan WF laten weten dat hij de technologie wilde gaan exploiteren. WF was dus verplicht om met [eiser] over de exploitatie te onderhandelen, aldus [eiser] . De weigering van WF bij brief van 24 juni 2011 dient volgens [eiser] als een mededeling zoals bedoeld in artikel 6:82 lid 2 juncto artikel 6:83 sub c BW te worden aangemerkt, zodat WF zonder ingebrekestelling in verzuim verkeerde. De schade als gevolg van de weigering door WF om in onderhandeling te treden, zoals in artikel 6 lid 2 van de overeenkomst van 1 december 2006 bedoeld, komt volgens [eiser] dan ook overeen met de primair gevorderde schade.

4.3.2.

WF heeft betwist dat zij toerekenbaar tekort is geschoten ter zake van de in de overeenkomst van 1 december 2006 opgenomen onderhandelingsplicht. WF heeft er daarbij op gewezen dat er op grond van artikel 6 lid 2 van de overeenkomst van 1 december 2006 eerst sprake was van een onderhandelingsplicht bij een afbraak van 450 ton d.s. slib. Een dergelijke afbraak is niet door de wormenreactor gehaald. WF heeft voorts aangevoerd dat [eiser] WF ook niet voor onderhandelingen als bedoeld in artikel 6 lid 2 van de overeenkomst van 1 december 2006 heeft uitgenodigd. [eiser] heeft nimmer aangegeven dat hij de wormenreactor op de rwzi te Wolvega commercieel wilde gaan exploiteren. Weliswaar heeft [eiser] WF voorgesteld om een BOS-installatie (dat wil zeggen: een wormenreactor met een verwarmde en overdekte vergistingstank) commercieel in gebruik te nemen op een rwzi, maar dat betrof een geheel andere propositie dan de installatie die partijen bij het aangaan van de overeenkomst van 2006 voor ogen hadden, aldus nog steeds WF. Ook een kleinschaligere variant van de BOS-installatie die [eiser] in het voorjaar van 2011 voorstelde als vervolgproject op Wolvega betrof volgens WF niet slechts de wormenreactor, maar omvatte ook een aanzienlijke sedimentatiestap in de vorm van een grote vergistingszak en betrof dus niet de proefinstallatie waarop de overeenkomst van 1 december 2006 betrekking had.

WF betwist voorts het bestaan van een causaal verband tussen de beweerde tekortkoming en de beweerde schade, alsmede de omvang van de beweerde schade.

4.3.3.

De rechtbank overweegt dat in artikel 6 lid 2 van de overeenkomst van 1 december 2006 is bepaald dat zodra de installatie 450 ton d.s. slib heeft afgebroken, partijen onderhandelen over commerciële voorwaarden voor verdere exploitatie van de proefinstallatie. Deze bepaling ziet derhalve - zoals de gehele overeenkomst van

1 december 2006 - enkel op de onderhavige proefinstallatie, te weten de daadwerkelijk aanwezige proefinstallatie te Wolvega. Uit de bewoordingen van de overeenkomst en artikel 6 in het bijzonder kan niet worden afgeleid dat, zoals [eiser] heeft betoogd, partijen met deze overeenkomst ook wilsovereenstemming hadden bereikt over een veel bredere inzet van de technologie die in Wolvega werd toegepast.

4.3.4.

Overigens is de rechtbank van oordeel dat nog afgezien van het geschil tussen partijen omtrent de vraag of de proefinstallatie al dan niet 450 ton d.s. heeft afgebroken - en het in dat verband tussen partijen bestaande geschil of daarbij enkel acht dient te worden geslagen op de afbraak door de wormenreactor of ook op de afbraak in de sedimentatietank - onvoldoende gesteld of gebleken is dat [eiser] zélf destijds tot commerciële exploitatie van deze proefinstallatie, zoals deze destijds aanwezig was te Wolvega, wenste over te gaan en dit vervolgens ook aan WF heeft laten weten. Op enig moment is gebleken dat het slib in de slibbuffer verder werd afgebroken, ondanks dat er geen (levende) wormen in de slibbuffer zaten. Zoals [eiser] zelf heeft gesteld - en ook uit de onder 2. geciteerde vaststaande feiten volgt - is de focus in het jaar 2008 verlegd van de wormenreactor naar de slibvergisting in de sedimentatietank. Partijen hebben vervolgens nog slechts gesproken over de zogenoemde BOS-installatie, die niet geschikt was voor een (kleine) rwzi als Wolvega en later over een kleine BOS-installatie te Wolvega. Een dergelijke BOS-installatie betreft echter niet de onderhavige, daadwerkelijk aanwezige proefinstallatie te Wolvega. Uit het e-mailbericht van [eiser] van 24 maart 2009 volgt ook niet - zoals [eiser] ter gelegenheid van de gehouden pleidooien heeft erkend - dat hij een commerciële exploitatie van deze proefinstallatie wenste. In dit e-mailbericht is slechts vermeld dat hij met de technologie de "markt" op wilde gaan. De in artikel 6 lid 2 van de overeenkomst van 1 december 2006 opgenomen onderhandelingsplicht strekt echter naar het oordeel van de rechtbank niet zo ver dat deze zich ook ziet op andere installaties dan de onderhavige proefinstallatie. Omdat gesteld noch gebleken is dat [eiser] zélf destijds tot commerciële exploitatie van deze proefinstallatie wenste over te gaan en dat hij deze wens vervolgens aan WF kenbaar heeft gemaakt, kan de enkele omstandigheid dat WF bij brief van 24 juni 2011 heeft verzocht de installatie af te breken, niet worden aangemerkt als een toerekenbaar tekort schieten aan de zijde van WF. Van een weigering om te onderhandelen over de commerciële exploitatie van de proefopstelling is immers geen sprake geweest, nu [eiser] niet heeft aangegeven dat hij een dergelijke exploitatie wenste.

Ook op deze grond is de vordering dus niet toewijsbaar.

4.4.

Meer subsidiair: onrechtmatig handelen door schending algemene beginselen van behoorlijk bestuur

4.4.1.

[eiser] heeft meer subsidiair gesteld dat WF onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld, aangezien WF het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het fair play beginsel en het vertrouwensbeginsel niet in acht heeft genomen. Ook heeft WF volgens [eiser] in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 2:4 Awb en artikel 38a Waterschapswet. [eiser] heeft ter onderbouwing van het voorgaande gewezen op de omstandigheid dat hij ruim 15 maanden heeft moeten wachten op een besluit van het algemeen bestuur van WF ter zake het gebruik van de technologie (de rechtbank begrijpt: het Innovatieplan). Het dagelijks bestuur van WF heeft vervolgens in strijd met het besluit van het algemeen bestuur gehandeld en zonder enig overleg met het algemeen bestuur besloten het gebruik van de technologie te staken. Voor [eiser] was het onduidelijk waar hij aan toe was. De beslissing van het dagelijks bestuur om het gebruik van de technologie te staken is bovendien slechts gebaseerd op een intern memo van een medewerker van WF en is volgens [eiser] in strijd met het uitgebreide onderzoeksrapport van STOWA, waarvan WF bovendien onderdeel uitmaakte en is niet nader gemotiveerd. De betrokken personen waren niet bekend met de inhoud van het rapport van STOWA en het aanbod van [eiser] om alle financiële risico's met betrekking tot de uitbreiding van het project te dragen. [eiser] heeft er voorts op gewezen dat een lid van het managementteam van Paques - die door WF naar voren was geschoven om de technologie te gaan gebruiken - zitting had in het algemeen bestuur van WF. Voorts heeft [eiser] gesteld dat de onderbouwing van voornoemde beslissing later door WF is gewijzigd van een niet haalbare business case naar het standpunt dat de afbraak van slib in de slibbuffer niet in de beoordeling mocht worden betrokken. De beslissing van het dagelijks bestuur om het gebruik van de technologie te staken is volgens [eiser] bovendien niet, althans onvoldoende, onderbouwd en [eiser] is hier niet over gehoord. WF heeft bovendien geweigerd met [eiser] in onderhandeling te treden, terwijl dit wel was overeengekomen en heeft geen, althans onvoldoende rekening gehouden met de belangen van [eiser] , die veel in de technologie had geïnvesteerd. Ook is volgens [eiser] door WF geen rekening gehouden met de belangen van [eiser] door in het Chemisch Weekblad te laten optekenen dat de technologie niet had opgeleverd wat er van werd verwacht, terwijl die mededeling in strijd was met de uitkomst van het STOWA rapport. Ten slotte heeft [eiser] gesteld dat het de bedoeling van partijen was dat indien de technologie succesvol zou zijn, deze breed zou worden toegepast. [eiser] mocht er dus op vertrouwen dat WF bij een positieve uitkomst van de proef in Wolvega de technologie zou gaan gebruiken voor de locatie Wolvega en de overige geschikte rwzi's.

Door dit onrechtmatig handelen is hij niet in de gelegenheid gesteld de technologie breed toe te passen, aldus [eiser] . Op grond van deze meer subsidiaire grondslag van de vordering vordert [eiser] dezelfde schade als hij op grond van de primaire en subsidiaire grondslag van de vordering vordert.

4.4.2.

WF heeft betwist dat zij in strijd met de door [eiser] genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur - die, gelet op de omstandigheid dat geen sprake is van bestuursrechtelijke besluitvorming, niet rechtstreeks van toepassing zijn - en de door [eiser] genoemde wetsbepalingen heeft gehandeld. Zij heeft daartoe - kort samengevat - aangevoerd dat het algemeen bestuur geen besluit heeft genomen over de toepassing van de technologie en dat dat ook niet haar bevoegdheid was (maar dat van het dagelijks bestuur), maar dat het algemeen bestuur slechts door middel van het Innovatieplan een besluit heeft genomen om geld beschikbaar te stellen voor nader onderzoek. Reeds begin 2011 heeft WF [eiser] laten weten dat zij niet wenste te investeren in een BOS-installatie. De duur van de besluitvorming is - gelet op de grote belangen - niet onevenredig lang geweest, aldus WF. In de interne memo van een medewerker van WF - dat anders dan het Innovatieplan slechts zag op de BOS-installatie en niet op een algeheel onderzoek - wordt nu juist ingegaan op de waarde van het STOWA-rapport. WF mocht daarbij zijn eigen afwegingen maken. Voor wat betreft de onderbouwing van de beslissing van het dagelijks bestuur om niet te investeren in de technologie, zijn de resultaten van de sedimentatietank wel betrokken in de afweging, maar leidde dit naar het oordeel van WF niettemin tot de conclusie dat geen sprake was van een goede business case. Omdat geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb, had [eiser] niet het recht om vooraf te worden gehoord, waarbij WF ten overvloede opmerkt dat vóór het nemen van die beslissing contact hierover met [eiser] is geweest. De beslissing is mondeling door WF toegelicht aan [eiser] . [eiser] had bovendien jegens WF geen recht op commerciële toepassing. Paques (als bedrijf) was eerst betrokken bij de latere contacten in 2012 en 2013 over de mogelijke toepassing van de technologie op Ameland en Terschelling en niet ten tijde van het besluit van het algemeen bestuur tot vaststelling van het Innovatieplan. WF heeft voorts aangevoerd dat zij nimmer afspraken of toezeggingen heeft gedaan omtrent het breed toepassen van de technologie. Hetgeen in het Chemisch Weekblad is vermeld, is bovendien een onjuiste weergave van het besprokene, aldus WF. WF heeft ten slotte aangevoerd dat de (wijze van) besluitvorming niets heeft afgedaan of toegevoegd aan hetgeen tussen partijen is overeengekomen. Enig causaal verband met de beweerde schade - waarvan de omvang eveneens wordt betwist - ontbreekt dan ook, aldus nog steeds WF.

4.4.3.

De rechtbank is van oordeel dat ook indien de door [eiser] genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur - die, zoals WF terecht heeft betoogd, niet rechtstreeks van toepassing zijn - en/of de door [eiser] genoemde wetsbepalingen overtreden zouden zijn, dit niet leidt tot het gevolg waarop [eiser] zich beroept. In dat geval is WF immers door die enkele omstandigheid niet verplicht tot de door [eiser] bedoelde brede toepassing van de technologie. De vordering zal dan ook op deze grond - wegens het ontbreken van enig causaal verband met de gevorderde schade - worden afgewezen. Een inhoudelijke beoordeling ten aanzien van de vraag of sprake is van een schending van de door [eiser] genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de door hem genoemde wetsbepalingen kan dan ook achterwege blijven.

4.5.

Meer meer subsidiair: onrechtmatig handelen door afbreken onderhandelingen

4.5.1.

[eiser] heeft voorts aangevoerd dat WF op onrechtmatige wijze de onderhandelingen met [eiser] over toepassing van de technologie op andere rwzi's van WF (dus niet in Wolvega) op een voor WF kostenneutrale wijze, heeft afgebroken. WF heeft op 28 april 2009 medegedeeld dat zij het STOWA-rapport wilde afwachten. Partijen waren in de tussentijd in gesprek over brede toepassing van de technologie op andere rwzi's van WF. Op verzoek van WF heeft [eiser] projectvoorstellen en business cases uitgewerkt voor de rwzi te Leeuwarden en Burgum en later ook voor Ameland. Tevens heeft [eiser] diverse acties ondernomen om de financiering van die nieuwe projecten rond te krijgen, onder meer bij NOM, Plas Bedrijfsadvies en door middel van het aanvragen van een tweede subsidie in het kader van het innoWATOR-programma. STOWA heeft nadien een positief rapport uitgebracht. WF heeft vervolgens aangegeven dat zij wilde wachten op de vaststelling van het Innovatieplan. In november 2010 is het Innovatieplan uitgebracht, waarin de exploitatie van de technologie en de uitbreiding van het project is opgenomen. WF heeft [eiser] echter bij brief van 1 augustus 2011 buiten spel gezet door als eis te stellen dat [eiser] geen meerderheidsaandeel of meerderheid in de zeggenschap zou mogen hebben en dat er derden bij betrokken moesten worden. Gelet op de bedoeling van partijen bij de start van de proef te Wolvega om de technologie breed toe te passen, de grote investeringen door [eiser] in de installatie te Wolvega en in dat verband het belang van [eiser] bij toepassing van de technologie, de omstandigheid dat WF zich meerdere jaren positief heeft uitgelaten over brede toepassing van de technologie en actief heeft meegedacht over de toepassing van de technologie op andere rwzi's van WF, alsmede het aanbod van [eiser] dat één en ander kostenneutraal voor WF zou zijn, mocht [eiser] er gerechtvaardigd op vertrouwen dat een overeenkomst tussen partijen tot stand zou komen, aldus nog steeds [eiser] .

Door het afbreken van de onderhandelingen door WF stelt [eiser] schade te hebben geleden. Primair wordt het positief contractsbelang gevorderd, te weten het door [eiser] zowel primair, subsidiair als meer subsidiair gevorderde schadebedrag. Subsidiair vordert [eiser] het negatief contractsbelang, te weten de kosten van het voortzetten van de exploitatie van de proefinstallatie te Wolvega na het jaar 2010, te weten een bedrag van EUR 215.207,00.

4.5.2.

WF heeft hiertegen aangevoerd dat partijen nimmer hebben onderhandeld over het op commerciële basis toepassen van de technologie op één of meerdere rwzi's. De contacten die na het afronden van het project te Wolvega hebben plaatsgevonden zagen op verschillende, voor WF kostenneutrale, mogelijke vervolgprojecten ten behoeve van onderzoek met een installatie van het BOS-type. Bij toeval was in Wolvega ontdekt dat het slib in de sedimentatietank door koude vergisting verder werd afgebroken. Deze "tweede stap" in het afbraakproces was niet voorzien bij het aangaan van de overeenkomst van

1 december 2006. In het rapport van STOWA - dat van belang was om te zien of de technologie enig potentieel zou hebben - staat de aanbeveling hiernaar nader onderzoek te doen. Het Innovatieplan had betrekking op een installatie op een demosite te Leeuwarden. [eiser] heeft na het STOWA-rapport contact gezocht met WF om te bespreken of een combinatie van de wormenreactor met de vergister voor WF een goede "business case" zou kunnen opleveren. [eiser] leverde een projectvoorstel aan, te weten de BOS-installatie, gebaseerd op een combinatie van wormenreactor, sedimentatietank en warmtekrachtkoppeling. Ook leverde [eiser] een fact sheet aan voor een wat kleinschaliger installatie (eveneens een combinatie van wormenreactor en sedimentatiegedeelte), waarbij hij aangaf dat die voor de rwzi's op de Waddeneilanden (met name Ameland) was bedoeld: door de hoge transportkosten van slib is een installatie op de eilanden meer rendabel dan op het vasteland. WF vond de technologie nog altijd interessant genoeg om een of twee rwzi's beschikbaar te stellen ten behoeve van vervolgonderzoek. Daartoe was WF echter niet gehouden. Uiteindelijk is het vervolgproject niet van de grond gekomen. Ook indien WF toen echter al zou hebben besloten om te investeren, zou [eiser] er niet gerechtvaardigd op hebben mogen vertrouwen dat een overeenkomst tot commerciële exploitatie van de technologie tot stand zou komen. Over de essentialia van een dergelijke overeenkomst is niet onderhandeld, aldus nog steeds WF.

4.5.3.

De rechtbank stelt voorop - onder verwijzing naar onder meer Hoge Raad,

12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337 alsmede de conclusie van de AG bij HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1870 - dat als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen - die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen - vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen.

4.5.4.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de onder 2. geciteerde vaststaande feiten niet dat partijen daadwerkelijk hebben onderhandeld over commerciële toepassing van de technologie op één of meerdere rwzi's. Zoals WF heeft uiteengezet, volgt daaruit dat partijen slechts hebben gesproken over mogelijke vervolgprojecten in het kader van nader onderzoek naar een BOS-installatie, een nog nooit gebouwd prototype van een installatie met weer andere technologische aspecten dan de proefinstallatie in Wolvega. Door het uitwerken door [eiser] van business cases en projectvoorstellen zou een beter inzicht dienen te ontstaan in de financieel-economische verwachtingen. Van onderhandelingen over essentialia van een overeenkomst strekkende tot commerciële exploitatie van de technologie - waarop de vordering van [eiser] is gebaseerd - is geen sprake geweest. Bovendien heeft WF onweersproken gesteld dat vrijwel alle contacten - op een enkele brief aan DB-lid [D] na waarin, constateert de rechtbank, niet wordt onderhandeld over de essentialia van een overeenkomst strekkende tot commerciële exploitatie van de technologie - hebben plaatsvonden op ambtelijk niveau. Enig gerechtvaardigd vertrouwen in het totstandkomen van een overeenkomst strekkende tot commerciële exploitatie van de technologie heeft [eiser] aan die contacten ook om die reden niet mogen hebben.

4.6.

Uiterst subsidiair: ongerechtvaardigde verrijking

4.6.1.

[eiser] heeft voorts gesteld dat hij de exploitatie van de proefinstallatie na het einde van de overeenkomst van 1 december 2006, voor eigen rekening twee jaren heeft voorgezet omdat hij er van uitging dat partijen wel tot overeenstemming zouden komen. WF heeft [eiser] hiervoor geen enkele vergoeding betaald, terwijl zij wel van de voortzetting heeft geprofiteerd. De wormen hebben immers slib afgebroken, waardoor de kosten van slibverwerking voor WF zijn gedaald. [eiser] wenst hiervoor een vergoeding te ontvangen, te weten de kosten die hij heeft gemaakt in de periode 2011-2012 in verband met de voortzetting van de exploitatie in Wolvega, primair op grond van ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW) en subsidiair op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid.

4.6.2.

WF heeft hiertegen aangevoerd dat zij voortzetting van de exploitatie van de proefinstallatie te Wolvega op herhaald en uitdrukkelijk verzoek van [eiser] heeft toegestaan. WF heeft daarbij de niet geringe energie- en andere facilitaire kosten gedragen. Van verrijking is dan ook volgens WF geen sprake. Als er al sprake zou zijn van enige verrijking, dan is deze volgens WF niet ongerechtvaardigd en is het ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als WF geen vergoeding betaalt.

4.6.3.

Aangezien [eiser] er - gelet op hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 4.5.4. is overwogen - niet gerechtvaardigd van heeft mogen uitgaan dat tussen partijen een overeenkomst zou worden gesloten omtrent de commerciële exploitatie van de technologie, is er naar het oordeel van de rechtbank - voor zover er al sprake zou zijn van enige verrijking aan de zijde van WF - geen sprake van een ongerechtvaardigde verrijking aan de zijde van WF door de eigen keuze van [eiser] om de exploitatie van de proefinstallatie te Wolvega voort te zetten. Ook volgt een verplichting tot betaling van enige vergoeding gelet op het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval niet uit de aanvullende werking van de redelijkheid en de billijkheid.

4.7.

Resumé

4.7.1.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zijn de vorderingen van [eiser] op geen enkele grondslag toewijsbaar. Zij zullen dan ook worden afgewezen.

4.8.

Proceskosten

4.8.1.

[eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, waaronder de kosten van het voorlopig getuigenverhoor. De kosten aan de zijde van WF worden tot op heden vastgesteld op:

- griffierecht EUR 3.829,00

- salaris voor de advocaat EUR 24.082,50 (7,5 punt x tarief EUR 3.211,00)

Totaal EUR 27.911,50.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, aan de zijde van WF tot op heden vastgesteld op EUR 27.911,50,

5.3.

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman, mr. H.K. Scholtens en mr. N.A. Baarsma en in tegenwoordigheid van mr. N. van Oorschot, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 april 2016.1

1 82.