Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2016:101

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-01-2016
Datum publicatie
25-01-2016
Zaaknummer
4592702/AR VERZ 15-41
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen, grensoverschrijdend gedrag jegens collega's geen grond voor ontbinding, verstoorde arbeidsverhouding niet objectief gerechtvaardigd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0077
AR 2016/204
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer.: 4592702/ AR VERZ 15-41

beschikking van de kantonrechter ex artikel 7:671 lid 1 BW d.d. 20 januari 2016

inzake

de stichting

STICHTING TALANT,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekende partij in de zaak van het verzoek, verwerende partij in de zaak van het tegenverzoek,

gemachtigde: mr. H.J. Funke,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij in de zaak van het verzoek, verzoekende partij in de zaak van het tegenverzoek,

gemachtigde: mr. S.A. Ruijs.

Partijen zullen hierna Talant en [verweerder] worden genoemd.

1 Het procesverloop

in de zaak van het verzoek en het tegenverzoek

1.1.

Talant heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden, ingekomen ter griffie op 6 november 2015. [verweerder] heeft op 15 december 2015 een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 21 december 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

in de zaak van het verzoek en het tegenverzoek

2.1.

Talant is een organisatie die zorg, hulp en ondersteuning verleent aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap. Op de locatie van Talant te [vestigingsplaats] bevindt zich een aantal woningen waar mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking voor onbepaalde duur wonen.

2.2.

[verweerder] , [geboortedatum] , is op [datum] in dienst getreden bij Talant. De laatste functie die [verweerder] vervulde, is die van [functie] met een salaris van

€ 2.072,06 bruto per maand exclusief emolumenten. [verweerder] was laatstelijk werkzaam in een woning van Talant te [vestigingsadres] . In de woning woont een groep van negen cliënten van Talant. Gezien hun beperkingen betreft het een zeer kwetsbare doelgroep.

2.3.

Op 4 mei 2015 heeft [functie] van Talant te [vestigingsplaats] , [naam medewerker] (hierna te noemen [naam medewerker] ) een e-mail ontvangen van één van de medewerkers die werkzaam is in de woning aan [vestigingsadres] met de melding dat cliënten van Talant gepest worden door twee medewerkers van Talant. Naar aanleiding van deze e-mail heeft [naam medewerker] samen met de P&O adviseur besloten een nader onderzoek in te stellen naar de geuite klachten. De beide betrokken medewerkers zijn gedurende de duur van het onderzoek vrijgesteld van werkzaamheden.

2.4.

In het kader van het onderzoek hebben [naam medewerker] en de P&O adviseur gesprekken gevoerd met de andere medewerkers, waaronder [verweerder] , die werkzaam zijn in de woning aan [vestigingsadres] over de klachten die geuit zijn door de bewoners en de rol daarbij van medewerkers van Talant. Naar aanleiding van de verklaringen van de medewerkers heeft Talant besloten om ook het gedrag van [verweerder] in het onderzoek te betrekken. [verweerder] , die sinds [datum] arbeidsongeschikt is, is op [datum] voor de duur van het onderzoek vrijgesteld van werkzaamheden. [verweerder] heeft tegen deze vrijstelling van werkzaamheden geprotesteerd.

2.5.

Binnen Talant geldt een Gedragscode.

2.6.

Talant heeft vervolgens het [onderzoeksbureau] ingeschakeld met het verzoek een onderzoek in te stellen met de focus op mogelijk grensoverschrijdend en niet professioneel gedrag jegens cliënten van Talant door drie medewerkers, waaronder [verweerder] . [onderzoeksbureau] heeft tevens onderzoek gedaan naar mogelijk grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag jegens collega's door deze drie medewerkers.

2.7.

[onderzoeksbureau] vermeldt in haar rapportage van 17 juli 2015 met betrekking tot [verweerder] het volgende (voor zover hier van belang):

3.2.2.

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van collega's

Er was een sfeer van practical jokes en er gingen plaatjes en filmpjes van porno rond.

(….) hebben verklaard dat zij grove porno te zien kregen tijdens werktijd, van zowel verweerder [naam collega] als [verweerder] . Het is de commissie opgevallen dat -voor wat betreft de porno- de meeste collega's stelden dit niet echt heel vervelend te hebben gevonden. Daar staat tegenover dat de inhoud van de foto's en filmpjes dermate heftig was, dat ze [naam persoon 1] hebben doen overgegeven na het zien van zo'n filmpje.

Maar de meeste collega's waren allang blij zeker te weten dat het materiaal niet aan cliënten getoond werd en verder lagen ze er niet wakker van. Zij hebben hun afkeuring niet of nauwelijks laten blijken en als ze dat al deden, dan ging dat redelijk subtiel: 'dat hoef ik niet zo nodig te zien, hou dat maar bij je'.

(…..)

3.2.3.

Practical jokes-cultuur

Onderling, binnen het team, werd menig practical joke uitgehaald. Voorbeelden daarvan zijn het laten overlopen van het koffieapparaat, pindakaas smeren aan de grepen van de keukenkastjes, een pak Brinta aan de onderkant openmaken, met yoghurt gooien, pindakaas in pampers, ketchup in maandverband, kaas smeren aan portiergrepen en dan wellicht als apotheose het verplaatsen van de auto van verweerder [naam collega]

(…..)

Over de cultuur van de practical jokes heeft de commissie begrepen dat het incident met het pak Brinta een corrigerende werking heeft doen uitgaan: daarna is de situatie blijkbaar weer enigszins genormaliseerd. De collega's die de volgende ochtend dienst hadden (…..) werden, toen een van hen het pak oppakte, getrakteerd op een keuken vol Brintavlokken. Zij hadden het druk en konden de grap niet waarderen. Dit is besproken en verweerder [verweerder] heeft zijn excuses aangeboden.

Door verweerder [naam collega] is aangegeven dat enkele maanden geleden zijn auto was verdwenen. Hij kreeg wel instructies hoe en waar hij zijn auto zou kunnen terugvinden en wist dus dat de auto niet gestolen was maar hij vond het geen leuke grap.

Weliswaar heeft verweerder [verweerder] aangegeven niet te willen reageren op de vraag van de commissie naar deze kwestie, maar hij heeft niet ontkend de auto te hebben weggenomen bij wijze van grap. Hij verklaarde meermalen zijn excuses te hebben aangeboden aan verweerder [naam collega] en acht de kwestie daarmee afgedaan.

Naar het oordeel van de commissie gaat het wegnemen van een auto van een collega veel te ver en stond dit niet in verhouding tot de practical jokes die tot op dat moment werden uitgehaald.

3.2.4.

Ontbreken van feedbackcultuur

De cultuur binnen dit team kenmerkt zich onder andere door het ontbreken van onderlinge feedback.

(…..)

3.2.5.

Veel wisselingen de afgelopen jaren in teamleiding en orthopedagogen

In de afgelopen jaren is het team geconfronteerd geweest met veel wisselingen van teamleiders en orthopedagogen. Dit heeft geresulteerd in onzekerheid en heeft het vertrouwen in de organisatie doen afbrokkelen.

(…..)

4 Conclusies

(…..)

De commissie komt op grond van het vorenstaande, de bewijsstukken en de afgelegde verklaringen tot de volgende conclusies.

Ad 1a Ten aanzien van het grensoverschrijdend gedrag jegens cliënten:

 Ten aanzien van het schreeuwen naar [naam persoon 2] toen zij haar kapotte glas moest opruimen: dit acht commissie niet aannemelijk

 Ten aanzien van het duwen en het tegen de rollator schoppen: dit acht de commissie niet aannemelijk.

Ad a.b. Ten aanzien van grensoverschrijdend gedrag jegens collega's:

 Ten aanzien van het Brinta-pak incident: dit acht de commissie aannemelijk.

 Ten aanzien van het 'verplaatsen' van de auto door verweerder [verweerder] en nog een collega: dit acht de commissie aannemelijk en zoals hiervoor beschreven ging dit naar het oordeel van de commissie veel te ver.

 Ten aanzien van het delen van pornografische afbeeldingen tijdens werktijd door verweerder [verweerder] : dit acht de commissie aannemelijk.

Getoetst aan de definitie van Psychosociale Arbeidsbelasting is de commissie van oordeel dat geen sprake is geweest van intentioneel pesten, wel van onprofessioneel gedrag.

Nu enkele van de collega's hebben gesteld dat zij het tonen van de filmpjes en plaatjes niet als kwetsend hebben ervaren is jegens die collega's geen sprake van seksuele intimidatie, wel van grensoverschrijdend gedrag.

Meerdere getuigen hebben verklaard dat de pornografische afbeeldingen ook van verweerder [verweerder] kwamen, en dit wordt door de commissie aannemelijk geacht. Dit wordt beoordeeld als grensoverschrijdend gedrag.

2.8.

Talant heeft [verweerder] op 30 juli 2015 uitgenodigd voor een gesprek waarbij Talant [verweerder] kenbaar heeft gemaakt dat zij wenst te streven naar het einde van de arbeidsovereenkomst.

2.9.

[verweerder] is tot heden arbeidsongeschikt (sarcoïdose).

3 Het verzoek

3.1.

Talant verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), primair in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g BW (een verstoorde arbeidsverhouding) en subsidiair in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW (een verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer).

3.2.

Ter onderbouwing van haar verzoek stelt Talant dat [verweerder] zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag. Ondanks dat niet vast is komen te staan dat [verweerder] grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag jegens cliënten van Talant heeft vertoond, neemt Talant de klachten van cliënten tegen [verweerder] wel hoog op. Dit mede gezien het gegeven dat meerdere collega's van [verweerder] hebben aangegeven dat [verweerder] respectloos omgaat met cliënten. Daar komt nog bij dat ook meerdere collega's van [verweerder] hebben verklaard dat zij zich niet veilig bij hem voelen. In het externe onderzoek is bovendien komen vast te staan dat [verweerder] zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag jegens zijn collega's. Het handelen van [verweerder] is in strijd met de kernwaarden betrouwbaarheid en deskundigheid (waaronder ook het respectvol en integer omgaan met cliënten en collega's valt) die binnen Talant gelden. Zo heeft [verweerder] - naast het aan de onderkant openmaken van een pak Brinta en het verplaatsen van de auto een collega - verschillende collega's onder werktijd geconfronteerd met pornografisch beeldmateriaal (waaronder poep- en plassex). Talant acht het niet enkel zeer kwalijk dat [verweerder] zijn collega's ongevraagd pornografische beelden vertoont, maar ook dat dit gebeurt onder werktijd in de nabijheid van haar cliënten. Aangezien [verweerder] uit hoofde van zijn functie bij Talant zorg verleent aan zeer kwetsbare mensen, is dit gedrag van [verweerder] voor Talant volstrekt onacceptabel en in strijd met de Gedragscode.

Talant is hierdoor het vertrouwen in [verweerder] verloren en acht een vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk. Het gedrag heeft er tevens voor gezorgd dat een vruchtbare samenwerking tussen hem en zijn collega's niet langer mogelijk is, aldus Talant. Herplaatsing van [verweerder] bij Talant ligt volgens Talant niet in de rede.

3.3.

Subsidiair stelt Talant dat voormeld feitencomplex een verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] oplevert op grond waarvan de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden.

3.4.

Volgens Talant is er sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Talant verzoekt dan ook om bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen rekening te houden met de geldende opzegtermijn.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen nu er geen sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding noch van disfunctioneren. Hij voert daartoe – samengevat – het volgende aan.

[verweerder] wijst er op dat [onderzoeksbureau] hebben geconcludeerd dat er door [verweerder] geen sprake was van grensoverschrijdend en onprofessioneel gedrag ten opzichte van cliënten. In de conclusie van [onderzoeksbureau] dat zich drie incidenten hebben afgespeeld waarvan het aannemelijk is dat deze hebben plaatsgevonden en dat dit onprofessioneel en grensoverschrijdend gedrag vormt, kan [verweerder] zich niet vinden.

Met betrekking tot het 'Brinta incident' heeft [verweerder] aangevoerd dat dit incident zich drie jaar geleden heeft voorgedaan, dat er veel 'practical jokes' tussen de collega's onderling werden uitgehaald en dat hij destijds aan zijn collega zijn excuses heeft aangeboden.

Het verplaatsen van de auto van zijn collega/vriend is, zo voert [verweerder] aan, een grap geweest die buiten werktijd is uitgehaald. Zaken die zich in de privésfeer afspelen en niet werk gerelateerd zijn, kunnen hem niet worden verweten. [verweerder] erkent dat zijn collega deze grap niet kon waarderen, maar met de desbetreffende collega heeft hij nog altijd een goed contact.

Ten aanzien van de pornografische afbeeldingen tijdens werktijd voert [verweerder] aan dat hij met een paar collega's een groepsapp heeft. Hierop worden hilarische afbeeldingen gedeeld. Sommige collega's hebben deze wellicht als pornografisch beschouwd. De collega's hebben geen klacht ingediend en geen enkele collega neemt aanstoot aan de afbeeldingen. [verweerder] betwist dat hij foto's of filmpjes met poep- en plassex heeft verstuurd of laten zien, zoals door Talant gesteld.

4.2.

Voorts voert [verweerder] aan dat hij arbeidsongeschikt is en dat het onderhavige verzoek te maken heeft met zijn arbeidsongeschiktheid.

4.3.

Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] bij wijze van tegenverzoek om toekenning van een transitievergoeding van € 14.625,- bruto alsmede een billijke vergoeding van € 50.000,- bruto, nu de ontbinding van de arbeidsovereenkomst alsdan het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Talant, aldus [verweerder] .

4.4.

Voorts verzoekt [verweerder] opheffing van de vrijstelling van werkzaamheden van [verweerder] en Talant te veroordelen de re-integratie van [verweerder] te laten oppakken in eigen dan wel aangepast werk.

5 De beoordeling

in de zaak van het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

5.2.

De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een opzegverbod, omdat [verweerder] ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Dit opzegverbod staat gezien artikel 7:671b lid 6 BW echter niet in de weg aan ontbinding, omdat niet is gebleken dat het verzoek verband houdt met de ziekte van [verweerder] . [verweerder] heeft zulks wel gesteld, doch zijn stelling dienaangaande heeft hij niet nader onderbouwd.

5.3.

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

5.4.

Talant voert primair aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Talant in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.5.

Talant heeft gesteld dat zij de klachten van cliënten jegens [verweerder] hoog opneemt, alsmede dat meerdere collega's hebben aangegeven dat [verweerder] respectloos omgaat met cliënten. [onderzoeksbureau] heeft, zo blijkt uit haar rapport, de situaties rond het vermeend grensoverschrijdend gedrag van [verweerder] richting cliënten (het schreeuwen tegen een cliënte en het tegen een rollator schoppen) met alle getuigen besproken om vervolgens de concluderen dit niet aannemelijk te achten. Nu door [onderzoeksbureau] in het kader van het in opdracht van Talant uitgevoerde onderzoek is geconcludeerd dat niet aannemelijk is dat [verweerder] zich aan voormelde gedragingen heeft schuldig gemaakt, zal de kantonrechter voorbijgaan aan de stelling van Talant dat [verweerder] respectloos omgaat met cliënten van Talant. Zulks is immers niet vast komen te staan.

5.6.

Voorts stelt Talant dat de arbeidsverhouding met [verweerder] ten gevolge van het grensoverschrijdend en onprofessionele gedrag jegens collega's zodanig is verstoord, dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In dat kader dient te worden beoordeeld of de door Talant gestelde (subjectieve) verstoorde arbeidsverhouding, (objectief) gerechtvaardigd wordt door de feiten en omstandigheden. De kantonrechter is van oordeel dat die vraag ontkennend dient te worden beantwoord en overweegt daartoe als volgt.

Uit het rapport van [onderzoeksbureau] blijkt dat het gaat om een drietal gebeurtenissen. Ten aanzien van het 'Brinta incident' overweegt de kantonrechter dat dit incident gezien moet worden binnen de sfeer van practical jokes die er (kennelijk) binnen het team heerste en dat, zo blijkt ook uit het rapport van [onderzoeksbureau] , het incident tussen de betrokkenen is besproken en dat [verweerder] daarvoor zijn excuses heeft aangeboden. Als meer dan een practical joke dient dit incident naar het oordeel van de kantonrechter ook niet te worden aangemerkt. Ook het incident met de auto van zijn collega moet, zo blijkt uit de stukken, gerubriceerd worden in de categorie van practical jokes tussen collega's, met dien verstande dat zulks, zo wordt ook door [verweerder] erkend, te ver ging. Zulks betekent naar het oordeel van de kantonrechter echter niet dat dit incident objectief gezien de stelling van Talant rechtvaardigt dat hierdoor de arbeidsverhouding tussen partijen verstoord is geraakt, te meer nu dit incident zich buiten de (directe) werksfeer heeft voorgedaan.

Resteert het verwijt dat [verweerder] wordt gemaakt ten aanzien van het tonen aan collega's van porno(achtige) afbeeldingen en/of filmpjes op zijn mobiele telefoon. Los van de vraag wat [verweerder] precies aan zijn collega's heeft getoond of gestuurd, is de kantonrechter van oordeel dat dit handelen - noch zelfstandig, noch in combinatie met voormelde incidenten - niet de conclusie rechtvaardigt dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding,

zodanig dat de van werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Indien er sprak is van ongewenst gedrag, dan is het aan Talant om [verweerder] daarop aan te spreken. Nu vaststaat dat de genoemde foto's en filmpjes niet ter kennis zijn gekomen van de cliënten van Talant, is hetgeen Talant heeft aangevoerd omtrent de kwetsbaarheid van haar cliënten naar het oordeel van de kantonrechter niet relevant. Dat deze cliënten de foto's en/of filmpjes mogelijkerwijs hadden kunnen zien, maakt dit niet anders, nu zij ze niet hebben gezien. Voorts overweegt de kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat [verweerder] filmpjes van poep- en/of plassex heeft verzonden - zulks is door Talant immers niet aangetoond - zodat de verwijten die Talant [verweerder] dienaangaande maakt geen stand houden.

5.7.

Dat [verweerder] in het kader van zijn verweer een aantal verwijten aan het adres van Talant maakt, brengt nog niet met zich dat daarmee de (gerechtvaardigde) conclusie kan worden getrokken dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding.

5.8.

Evenmin levert het gedrag van [verweerder] naar het oordeel van de kantonrechter een verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] op, zodanig dat van Talant in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Het gedrag van [verweerder] , dat volgens [onderzoeksbureau] als grensoverschrijdend gedrag jegens collega's dient te worden aangemerkt, rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter niet het verstrekkende gevolg van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een andere sanctie, zoals bijvoorbeeld een waarschuwing, zou meer in de rede hebben gelegen.

5.9.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Talant zal afwijzen en dat de arbeidsovereenkomst dus niet zal worden ontbonden.

5.10.

De proceskosten komen voor rekening van Talant, tot op heden aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op € 400,- wegens salaris gemachtigde.

in de zaak van het tegenverzoek

5.11.

Nu het verzoek van Talant tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, behoeven de verzoeken van [verweerder] tot toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding geen bespreking.

5.12.

Over de vordering van [verweerder] tot opheffing van de vrijstelling van werkzaamheden overweegt de kantonrechter dat nu Talant ter zitting onweersproken heeft aangegeven dat de vrijstelling van werkzaamheden niet meer aan de orde is omdat het onderzoek is afgerond, [verweerder] geen belang meer heeft bij deze vordering, zodat deze vordering zal worden afgewezen.

5.13.

Ook de vordering van [verweerder] om Talant te verplichten [verweerder] zijn re-integratie te laten oppakken in eigen danwel aangepast werk zal worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat Talant tekort schiet in de op haar rustende verplichtingen met betrekking tot de re-integratie van [verweerder] . Dit klemt te meer nu niet aannemelijk is geworden dat [verweerder] , gezien zijn ziektebeeld, thans feitelijk in staat is om te re-integreren.

5.14

De proceskosten voor het tegenverzoek komen voor rekening van [verweerder] tot op heden aan de zijde van Talant vastgesteld op € 200,- wegens salaris gemachtigde.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in de zaak van het verzoek

6.1.

wijst de verzochte ontbinding af;

6.2.

veroordeelt Talant in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op € 400,-;

in de zaak van het tegenverzoek

6.3.

wijst het verzoek af;

6.4

veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Talant vastgesteld op € 200,-;

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2016 door mr. A. van der Meer, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c: 471