Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:814

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-02-2015
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
C18-151029 FA RK 14-2537
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hoewel minderjarigen reeds in familierechtelijke betrekking staan tot de vader is het in het belang van de minderjarigen om het vaderschap gerechtelijk vast te stellen. Het idee dat de juridisch vader mogelijk niet is overleden en alsnog zou kunnen verschijnen, brengt een enorme onrust bij de minderjarige teweeg.

Minderjarigen verkrijgen ook direct de Nederlandse nationaliteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Nationaliteitsrecht 2017/855
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Meervoudige kamer

Locatie: Groningen

zaaknr.: C/18 / 151029 / FA RK 14-2537

beschikking d.d. 24 februari 2015

in de zaak van:

[verzoeker] ,

en

[verzoekster] ,

beiden wonende te [adres]

hierna te noemen de minderjarigen,

in rechte vertegenwoordigd door mr. J. W. Schouten,

in zijn hoedanigheid als bijzondere curator.

Belanghebbenden:

  • -

    [naam] , de vader van de minderjarigen,

  • -

    [naam] , de moeder van de minderjarigen,

  • -

    het Leger des Heils Jeugdzorg en Jeugdreclassering (LJ&R).

PROCESVERLOOP

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 september 2014, heeft de bijzondere curator namens de minderjarigen verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [naam] te bevelen.

De kinderrechter heeft de minderjarige [naam] gehoord op 8 oktober 2014.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 6 januari 2015 in aanwezigheid van mr. Schouten, de heer [naam] , bijgestaan door mr. S.S. Ilahi,

de advocaat van de vrouw mr. Y.M. Prins en mevrouw S [naam] namens het LJ&R.

RECHTSOVERWEGINGEN

De feiten

In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan:

- de heer [naam] en mevrouw [naam] hebben een affectieve relatie met elkaar gehad;

- uit deze relatie zijn geboren de minderjarigen:

[minderjarige] geboren op [geboortedatum] te Groningen, door de heer [naam] erkend op 12 september 2003, en

[minderjarige] geboren op [geboortedatum] te Groningen, door de heer [naam] erkend op 12 september 2003;

  • -

    bij beschikking van 17 december 2008 zijn de beide minderjarigen onder toezicht gesteld;

  • -

    bij verzoekschrift van 22 oktober 2008 heeft de vader een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank Zutphen tot nietigverklaring van de erkenning;

  • -

    bij verzoekschrift van 27 oktober 2008 heeft de vader verzocht zijn vaderschap gerechtelijk vast te stellen, de geslachtsnaam van de minderjarigen te wijzigen in [naam] , hem samen met de moeder met het gezag te bekleden alsmede het hoofdverblijf van de minderjarigen bij hem te bepalen;

  • -

    bij beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 25 april 2013 is het verzoek tot nietigverklaring van de erkenning afgewezen, is de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot gerechtelijke vaststelling en zijn de overige beslissingen aangehouden;

  • -

    de vader is bij appelrekest van 24 juli 2013 in beroep gekomen tegen deze (deel) uitspraak;

  • -

    namens de minderjarigen is in de hoger beroepsprocedure verzocht het verzoek tot vernietiging van de erkenning af te wijzen en bij wijze van incidenteel hoger beroep is verzocht om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap;

  • -

    bij beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 20 januari 2014 zijn de ouders gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast;

  • -

    ter gelegenheid van de mondelinge behandeling bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 februari 2014 heeft het Gerechtshof te kennen gegeven dat de bijzondere curator niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen aangezien het verzoek tot gerechtelijke vaststelling niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan;

  • -

    in overleg tussen partijen en het gerechtshof hebben partijen ingestemd met een aanhouding van de zaak zodat namens de minderjarigen het verzoek tot vaststelling eerst in eerste aanleg kunnen doen.

Standpunt van de minderjarigen

Namens de minderjarigen wordt aan het verzoek ten grondslag gelegd dat er door een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap duidelijkheid komt over hun afstamming.

Het belang van de minderjarigen bij een gerechtelijke vaststelling is voorts gelegen in de onmiddellijke verkrijging van de Nederlandse nationaliteit, aangezien de vader sedert 17 september 2003 de Nederlandse nationaliteit heeft. Hoewel het onderhavige verzoek volgens het bepaalde in artikel 1:207, tweede lid onder a van het Burgerlijk Wetboek niet gedaan kan worden, is het belang van de minderjarigen bij een gerechtelijke vaststelling echter zodanig groot dat zij toch ontvangen kunnen worden in het onderhavige verzoek. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst de bijzondere curator naar een tweetal uitspraken van het Gerechtshof Arnhem waarin is bepaald dat de gerechtelijke vaststelling na erkenning mogelijk is indien dat, gelet op de gevolgen voor de nationaliteit, in het belang van de minderjarigen kan zijn. Een gerechtelijke vaststelling geeft ook veel meer zekerheid voor de minderjarigen.

Standpunt van de vader

Het belang van de minderjarigen staat voorop. De minderjarigen zijn in Nederland geboren. Door de gerechtelijke vaststelling zijn er ook veel minder problemen bij de grens.

Standpunt van de moeder

De moeder betwist dat haar echtgenoot nog in leven is. De moeder acht het in het belang van de minderjarigen dat zij de Nederlandse nationaliteit krijgen. In deze situatie verdient naar de mening van de moeder het optierecht echter de voorkeur. Mocht dat niet mogelijk zijn dan is het wenselijk dat het vaderschap gerechtelijk wordt vastgesteld.

Beoordeling

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:207 van het Burgerlijk Wetboek (BW) het vaderschap van een man door de rechtbank kan worden vastgesteld, op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat de man als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad.

In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat vaststelling van het vaderschap niet kan geschieden indien een kind al twee ouders heeft.

In deze procedure staat als onbetwist vast dat [naam] de vader is van de minderjarige [minderjarige] en [minderjarige] . De vader heeft de beide minderjarigen op 12 september 2003, erkend.

In artikel 1:207 lid 2 sub a BW is bepaald dat gerechtelijke vaststelling is uitgesloten wanneer een minderjarige reeds is erkend. De strekking van die bepaling is daarin gelegen dat moet worden voorkomen dat een kind tot méér dan twee personen in familierechtelijke betrekkingen komt te staan. Daarvan is in dit geval geen sprake. De kinderen blijven uitsluitend in een familierechtelijke verhouding staan tot de man en de vrouw.

De rechtbank deelt het standpunt van de bijzondere curator dat het in het belang van de minderjarigen is om, hoewel de minderjarigen reeds in familierechtelijke betrekking staan tot de vader, het vaderschap van hem gerechtelijke vast te stellen. Hierbij wordt met name van belang geacht dat de gerechtelijke vaststelling de minderjarigen zekerheid geeft over hun afstamming. Hoewel juridisch niet is komen vast te staan dat de echtgenoot van de moeder nog in leven is, brengt het idee dat hij alsnog zou kunnen opduiken met alle juridische gevolgen die dit voor de minderjarigen zou kunnen hebben, een enorme onrust bij de minderjarigen te weeg. Daarnaast is het belang van de minderjarigen gelegen in de omstandigheid dat zij bij een gerechtelijke vaststelling onmiddellijk de Nederlandse nationaliteit verkrijgen.

Op grond van voorgaande overwegingen zal het verzoek worden toegewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

stelt vast het vaderschap van [naam], geboren op [geboortedatum] te Sorkh Rod, Afghanistan, van de minderjarigen:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] te Groningen, en

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] te Groningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs W.P. Claus (voorzitter), D.W.J. Vinkes, en

J.H.H.M. Dorscheidt en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 24 februari 2015, in aanwezigheid van mr. M.M. Verbeek, griffier.

mmv

De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.

Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.

Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.