Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:737

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
11-02-2015
Datum publicatie
23-03-2015
Zaaknummer
3148094 CV EXPL 14-8692
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Onverschuldigde betaling aan onder bewind gestelde. Bewindvoerder moet terugbetalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 3148094 CV EXPL 14-8692

Vonnis d.d. 11 februari 2015

inzake

de stichting Lefier Stad Groningen,

gevestigd te Groningen,

eiseres, hierna te noemen Lefier,

gemachtigde mr. G.C. Visser, werkzaam bij Flanderijn en Bouwman gerechtsdeurwaarders.

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Groningen, p/a Groningse kredietbank,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder in het uitgesproken bewind d.d. 5 maart 2013 over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam],

kantoorhoudende/gevestigd te (9723 ZR) Groningen, Harm Buiterplein 1,

gedaagde, hierna de Gemeente Groningen te noemen,

gemachtigde mr. S. de Vaal, advocaat te Groningen.

PROCESGANG

Bij tussenvonnis van 20 augustus 2014 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. Deze is gehouden op 12 januari 2015. Partijen zijn verschenen en werden bijgestaan door hun gemachtigde. Voorafgaand aan de zitting heeft Lefier producties in het geding gebracht. Door de griffier is aantekening gehouden van het verhandelde ter zitting.

Vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 De vaststaande feiten

1.1

Op 16 december 2011 heeft Lefier van haar rekeningnummer[nummer] bij de ING Bank een bedrag van € 35.163,00 overgemaakt op rekeningnummer [nummer]. Dit rekeningnummer staat op naam van [naam].

1.2

Op 17 januari 2012 heeft Lefier een brief gezonden naar de ING Bank met het verzoek de betaling ten bedrage van € 35.163,00 naar haar terug te boeken, omdat de betaling naar een onjuist rekeningnummer is overgemaakt. De ING Bank heeft per brief van 3 februari 2012 laten weten dat het niet mogelijk was het bedrag terug te boeken. Tevens heeft zij aangegeven dat zij de rekeninghouder, [naam], heeft verzocht om het bedrag terug te betalen aan Lefier.

1.3

Op 27 februari 2012 heeft Lefier [naam] verzocht om het bedrag terug te betalen. [naam] heeft daarop een betaling verricht van € 15.000,-. Betaling van het resterende bedrag van

€ 20.163,- is ondanks meerdere sommaties uitgebleven.

2
2. De vordering

Lefier vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeente Groningen te veroordelen te betalen een bedrag van € 23.583,75, vermeerderd met rente en kosten.

3 De standpunten van partijen

3.1

Lefier vordert het bovenstaande bedrag van de Gemeente Groningen in haar hoedanigheid van bewindvoerder primair uit hoofde van onverschuldigde betaling, subsidiair uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking. Lefier is ervan uit gegaan dat zij het bedrag op het rekeningnummer van Stichting Elker, de begunstigde, stond.

3.2

De Gemeente Groningen heeft een beroep gedaan op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Zij voert aan dat [naam] als gevolg van een fout van Lefier een groot bedrag op zijn rekening gestort heeft gekregen. [naam] heeft vervolgens contact opgenomen met de bank om navraag te doen naar de herkomst van het geldbedrag. Nadat een medewerker van de bank hem had verteld dat de overschrijving op zijn rekening correct was, heeft [naam] een deel van het geld uitgegeven. Voorts voert zij aan dat [naam] verstandelijk beperkt is.

3
3. De beoordeling

3.1

De kantonrechter concludeert dat Lefier zonder rechtsgrond gelden aan [naam] heeft overgemaakt. Er is geen sprake van enige verhouding of overeenkomst tussen Lefier en [naam] en er is geen sprake van enig feit dat de betaling door Lefier rechtvaardigt. [naam] heeft het bovenstaande ook niet betwist. [naam] heeft inmiddels een bedrag van € 15.000,- terugbetaald. Lefier heeft in beginsel recht op terugbetaling van het resterende bedrag van

€ 20.163,-.

3.2

Namens [naam] is een beroep gedaan op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Dit beroep kan alleen slagen wanneer hetgeen uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit in de gegeven omstandigheden tot een onaanvaardbare uitkomst leidt. Namens [naam] is aangevoerd dat hij een beperkt denkvermogen heeft en het geld, nadat een bankmedewerker had bevestigd dat de overschrijving op zijn rekening correct was, heeft uitgegeven. De kantonrechter is van oordeel dat deze omstandigheden niet leiden tot het oordeel dat terugbetaling van het onverschuldigd betaalde door [naam] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zodat het verweer niet slaagt.

3.3

Voor zover de Gemeente Groningen met haar verweer dat een deel van het resterende bedrag op grond van de redelijkheid en billijkheid voor rekening van Lefier dient te blijven tevens heeft bedoeld een beroep te doen op eigen schuld aan de zijde van Lefier, wordt overwogen dat het voor de verbintenis tot terugbetaling van een onverschuldigd betaald bedrag niet van belang is of degene die onverschuldigd heeft betaald een verwijt treft, zodat ook dit verweer niet slaagt.

3.4

Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter de vordering van Lefier toewijzen. De hierover gevorderde rente zal eveneens worden toegewezen, nu [naam] met betaling in verzuim is gebleven.

3.5

Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke kosten overweegt de kantonrechter het volgende. Uitgangspunt voor toewijzing van de vordering met betrekking tot deze kosten is dat de buitengerechtelijke werkzaamheden meer moeten omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning. Nu hiervan niet is gebleken dienen deze werkzaamheden te worden aangemerkt als zijnde ter voorbereiding van de processtukken en instructie van de zaak. De buitengerechtelijke kosten komen daarom niet voor toewijzing in aanmerking.

3.6

[naam] zal ten slotte als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt de Gemeente Groningen, p/a Groningse Kredietbank, in haar hoedanigheid van bewindvoerder in het uitgesproken bewind over de goederen van [naam] om tegen kwijting aan Lefier te betalen € 22.373,75 vermeerderd met de wettelijke rente over

€ 20.163,00 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de Gemeente Groningen, p/a Groningse Kredietbank, in haar hoedanigheid van bewindvoerder in het uitgesproken bewind over de goederen van [naam] tevens in de kosten van het geding, aan de zijde van Lefier tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 923,00 aan griffierecht, € 97,74 aan explootkosten en € 800,00 voor salaris van de gemachtigde;

wijst af het meer of anders gevorderde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 11 februari 2015 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: md