Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:656

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-02-2015
Datum publicatie
19-02-2015
Zaaknummer
18.830452-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 jaar en TBS met dwangverpleging voor de moord en meermalen poging tot doodslag op zijn zwakbegaafde stiefdochter.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 287, 289
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830452-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

19 februari 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum],

thans gedetineerd in [verblijfplaats]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

19 januari, 21 januari, 23 januari en 26 januari 2015.

De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door mr. R.J. Mesland en/of

mr. A.A. Bloemberg, advocaten te Haarlem.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.J. Wildeman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 juli 2013 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk, en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het

leven heeft beroofd,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet, en al dan

niet na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer]

- ( meermalen) met een (honkbal)knuppel en/of een stoelpoot, althans met een of

meer (hard(e)) voorwerp(en) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht

en/of op/tegen haar lichaam geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of

op/tegen haar lichaam geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of

(meermalen) (hardhandig) bij haar keel gepakt en/of (meermalen) haar keel

dichtgeknepen en/of

- ( meermalen) bij haar hoofd gepakt en/of (vervolgens) (met kracht) (op haar

hoofd) op de grond gegooid en/of met haar hoofd op de grond geslagen,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 20 juli 2013 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen,

aan een persoon genaamd [slachtoffer], zijnde een kind dat hij, verdachte,

verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, opzettelijk, en al dan niet

met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel ((te weten een of meer

hoofdwond(en) en/of een breuk van het neusbeen en/of een kneuzing van de

schedel en/of een of meer gebroken rib(ben)), althans enig lichamelijk letsel,

heeft toegebracht,

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer]

(al dan niet na kalm beraad en rustig overleg)

- ( meermalen) met een (honkbal)knuppel en/of een stoelpoot, althans met een of

meer (hard(e)) voorwerp(en) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht

en/of op/tegen haar lichaam geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of

op/tegen haar lichaam geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of

- ( meermalen) (hardhandig) bij haar keel gepakt en/of (meermalen) haar keel

dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of

- ( meermalen) bij haar hoofd gepakt en/of (vervolgens) (met kracht) (op haar

hoofd) op de grond gegooid en/of met haar hoofd op de grond geslagen,

terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari

2013 tot en met 19 juli 2013 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of

zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met

voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet (al

dan niet na kalm beraad en rustig overleg),

die [slachtoffer]

- ( meermalen) met een (honkbal)knuppel en/of een stoelpoot, althans met een of

meer (hard(e)) voorwerp(en) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht

en/of op/tegen haar lichaam heeft geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of

op/tegen haar lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of

- ( meermalen) (hardhandig) bij haar keel heeft gepakt en/of (meermalen) haar

keel heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of

- ( meermalen) bij haar hoofd heeft gepakt en/of (vervolgens) (met kracht) (op

haar hoofd) op de grond heeft gegooid en/of met haar hoofd op de grond heeft

geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari

2013 tot en met 19 juli 2013 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met anderen

of een ander, althans alleen,

aan een persoon genaamd [slachtoffer], zijnde een kind dat hij, verdachte,

verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin,

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel (te

weten een of meer hoofdwond(en) en/of een breuk van het neusbeen en/of een

kneuzing van de schedel en/of een (steek)wond in haar been en/of een of meer

gebroken rib(ben)), heeft toegebracht,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer]

(al dan niet na kalm beraad en rustig overleg)

- ( meermalen) met een (honkbal)knuppel en/of een stoelpoot, althans met een of

meer (hard(e)) voorwerp(en) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht

en/of op/tegen haar lichaam geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of

op/tegen haar lichaam geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of

- ( meermalen) (hardhandig) bij haar keel gepakt en/of (meermalen) haar keel

dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of

- ( meermalen) bij haar hoofd gepakt en/of (vervolgens) (met kracht) (op haar

hoofd) op de grond gegooid en/of met haar hoofd op de grond geslagen en/of

- ( meermalen) met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in

haar been gestoken en/of (vervolgens) dat mes, althans dat voorwerp,

(rond)gedraaid en/of

- ( meermalen) een kopstoot gegeven;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari

2013 tot en met 19 juli 2013 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een

ander anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om aan [slachtoffer], zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgt

of opvoedt als behorend tot zijn gezin, opzettelijk en al dan niet met

voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet die [slachtoffer]

- ( meermalen) met een (honkbal)knuppel en/of een stoelpoot, althans met een of

meer (hard(e)) voorwerp(en) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht

en/of op/tegen haar lichaam heeft geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of

op/tegen haar lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of

- ( meermalen) (hardhandig) bij haar keel heeft gepakt en/of (meermalen) haar

keel heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of

- ( meermalen) bij haar hoofd heeft gepakt en/of (vervolgens) (met kracht) (op

haar hoofd) op de grond heeft gegooid en/of met haar hoofd op de grond heeft

geslagen en/of

- ( meermalen) met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in

haar been heeft gestoken en/of (vervolgens) dat mes, althans dat voorwerp,

heeft (rond)gedraaid en/of

- ( meermalen) een kopstoot heeft gegeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2013

tot en met 19 juli 2013 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade

[slachtoffer], zijnde een kind dat hij, verdachte, verzorgt of opvoedt als

behorend tot zijn gezin, heeft mishandeld,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- ( meermalen) met een (honkbal)knuppel en/of een stoelpoot, althans met een of

meer (hard(e)) voorwerp(en) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht

en/of op/tegen haar lichaam geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of

op/tegen haar lichaam geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of

- ( meermalen) (hardhandig) bij haar keel heeft gepakt en/of (meermalen) haar

keel dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of

- ( meermalen) bij haar hoofd gepakt en/of (vervolgens) (met kracht) (op haar

hoofd) op de grond gegooid en/of met haar hoofd op de grond geslagen en/of

- ( meermalen) met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in

haar been gestoken en/of (vervolgens) dat mes, althans dat voorwerp,

(rond)gedraaid en/of

- ( meermalen) een kopstoot gegeven en/of

- ( meermalen) (hard) aan diens haren getrokken

waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair ten laste gelegde moord en de onder 2 primair ten laste gelegde poging tot moord (meermalen gepleegd), wettig en overtuigend kan worden bewezen, telkens met uitzondering van het ten laste gelegde schoppen.

De officier van justitie heeft tevens, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad d.d. 2 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3474), gesteld dat ten aanzien van beide feiten sprake is van medeplegen, omdat de rol van medeverdachte [medeverdachte] van voldoende gewicht is en zij daarom als medepleger geduid dient te worden.

Met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde periode heeft de officier van justitie gesteld dat deze periode moet worden ingekort tot vijf, zes weken voorafgaand aan het overlijden van [slachtoffer].

Standpunt van de verdediging

Namens verdachte heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet kan worden verweten dat hij verantwoordelijk is - in de breedste zin van het woord - voor het overlijden van [slachtoffer]. De raadsman heeft daarom gepleit voor vrijspraak van de levensdelicten. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft de raadsman primair aangevoerd dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] onbetrouwbaar zijn en van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Zonder deze verklaringen is voorbedachte rade en opzet niet bewezen.

Ingeval de rechtbank niet tot uitsluiting van de verklaringen van [medeverdachte] mocht besluiten, heeft de raadsman voorwaardelijk verzocht een onderzoek te laten verrichten naar de betrouwbaarheid van deze verklaringen door een geregistreerd gedragsdeskundige.

Subsidiair heeft de raadsman - zo begrijpt de rechtbank - als alternatief scenario naar voren gebracht dat het slachtoffer is komen te overlijden door letsel ontstaan door een val van de trap, waarbij mogelijk ziektebeelden en (foutieve) medische handelingen eveneens een rol hebben gespeeld.

Beoordeling

Betrouwbaarheid verklaringen medeverdachte en alternatief scenario

De rechtbank ziet geen aanleiding de verklaringen van [medeverdachte] uit te sluiten van het bewijs. De rechtbank constateert met de verdediging dat [medeverdachte] gedurende het verloop van het proces steeds gedetailleerder en negatiever over de rol van verdachte (tijdens en voorafgaande aan de ten laste gelegde feiten) is gaan verklaren. De rechtbank stelt echter vast dat de kern van haar verhaal over het gebeurde op 20 juli 2013 en de vijf à zes weken daarvoor vanaf het allereerste begin onveranderd is gebleven en bovendien ondersteund wordt door andere bewijsmiddelen. De rechtbank doelt daarbij niet alleen op de verklaring van [getuige], maar met name op objectief forensisch bewijs. De rechtbank ziet dit voorts in het licht van het feit dat verdachte ruimschoots de gelegenheid heeft gehad om op de verklaringen van [medeverdachte] te reageren, maar ervoor heeft gekozen om te zwijgen.

Gelet op voorgaande en nu de raadsman zijn standpunt slechts heeft onderbouwd met het noemen van voorbeelden waaruit de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte] zou moeten blijken, gevolgd door een algemene opmerking omtrent het horen van verstandelijk beperkte getuigen/verdachten is de rechtbank de noodzaak om nader onderzoek te laten verrichten naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte] niet gebleken. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.

Het door de raadsman geschetste scenario van - kort gezegd - een val van de trap door het slachtoffer is niet onderbouwd en mist feitelijke grondslag, nu het wordt weerlegd door de bewijsmiddelen.

Opzet, voorbedachte raad

Uit de bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank met betrekking tot beide feiten zonder meer af te leiden dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de dood van [slachtoffer].

Ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde ‘moord’, overweegt de rechtbank als volgt.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen/genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen/genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

De rechtbank stelt ten aanzien van feit 1 vast dat, gelet op hetgeen [medeverdachte] heeft verklaard omtrent de duur van het toegepaste geweld op 20 juli 2013 en de door verdachte geuite woorden "je mag al wel vast afscheid nemen van je moeder en van je broertjes" en "nog tien minuten, ik maak er een einde aan", verdachte tijd heeft gehad zich te beraden op het te nemen of genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Van contra-indicaties, die overigens ook niet door of namens verdachte zijn aangedragen, is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank acht derhalve ‘moord’ bewezen zoals verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd.

Uit de stukken kan de rechtbank ten aanzien van feit 2 niet bepalen of er bij verdachte sprake is geweest van voorbedachte raad. De enkele omstandigheid dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling heeft gehandeld, is onvoldoende om voorbedachte raad aan te kunnen nemen. De rechtbank overweegt daarbij ook dat de door verdachte gemaakt opmerking op 20 juli 2013 dat hij er “een einde aan ging maken”, ook als contra-indicatie kan worden beschouwd voor het aannemen van voorbedachte raad in de periode daaraan voorafgaand. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ in feit 2.

Medeplegen

Onder 1 primair wordt verdachte het medeplegen van moord op [slachtoffer] op 20 juli 2013 verweten en onder 2 primair het medeplegen van poging tot doodslag1 op [slachtoffer], meermalen gepleegd, in de periode vóór 20 juli 2013.

Bij de beoordeling van het primair ten laste gelegde stelt de rechtbank voorop dat het verdachte is geweest die de ten laste gelegde geweldshandelingen jegens [slachtoffer] heeft gepleegd. Uit het dossier noch uit het verhandelde ter zitting blijkt dat [medeverdachte] op enig moment geweld op [slachtoffer] heeft toegepast.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de rol van [medeverdachte] in/bij de ten laste gelegde gebeurtenissen als volgt omschreven kan worden.

[medeverdachte] heeft er in toegestemd dat haar zwakbegaafde dochter [slachtoffer] op enig moment na haar achttiende verjaardag bij haar en haar partner, [verdachte], is komen wonen. Op initiatief van verdachte is een voor [slachtoffer] beschikbare plek in een woonvoorziening afgezegd.2 [slachtoffer] kon niet zelfstandig leven en wonen. Ze had een IQ van 553 en op doordeweekse dagen nam ze deel aan de dagbesteding van [stichting] in [plaats], waar ze per taxi naar toe werd vervoerd.4 [medeverdachte] was op het moment dat [slachtoffer] thuis kwam wonen niet alleen op de hoogte van het feit dat verdachte veroordeeld was ter zake van een of meer zedendelicten tegen zijn minderjarige stiefdochter(s) uit een eerdere relatie en een of meer geweldsdelicten, maar zij wist daarnaast ook dat [slachtoffer] seksueel overschrijdend gedrag naar mannen vertoonde.5 De moeder van medeverdachte heeft haar geadviseerd de relatie met verdachte te verbreken.6 Dat heeft zij niet gedaan, óók niet in de periode van een aantal maanden dat verdachte gedetineerd zat.

[medeverdachte] heeft samen met verdachte hulpverlening aan het gezin gedwarsboomd, hetgeen er uiteindelijk in de laatste weken vóór 20 juli 2013 in heeft geresulteerd dat het gezin ook thuis niet meer werd bezocht.7 Medeverdachte heeft verder bij haar (veelvuldige) bezoeken aan de huisarts nooit iets gemeld over de mishandelingen en het misbruik door verdachte jegens haar dochter.8

Toen de mishandelingen van [slachtoffer] in de laatste vijf à zes weken voor 20 juli 2013 in alle opzichten verhevigden – omdat het [slachtoffer] niet lukte een foto of filmpje over mogelijk seksueel misbruik van haarzelf op internet9 te vinden en aan verdachte te laten zien - heeft medeverdachte op generlei wijze ingegrepen. Zij heeft geen pogingen ondernomen om het geweld te stoppen of om verdachte van verder geweld te weerhouden, niet toen (en nadat) medeverdachte – in ieder geval één keer en mogelijk twee keer - fysiek aanwezig was (geweest) bij het langdurig aftuigen van haar dochter door verdachte10 en ook niet toen medeverdachte constateerde dat haar dochter fysiek sterk achteruit ging. Ook het waarnemen van een diepe steekwond in het bovenbeen van [slachtoffer],11 deed haar niet tot actie overgaan.

Rond de eerste week van juli 2013 heeft medeverdachte [slachtoffer] teruggeroepen toen zij naar een buurvrouw was gelopen en haar om hulp vroeg.12

[medeverdachte] verbleef in de laatste vijf à zes weken voor 20 juli 2013 op verzoek van verdachte al dan niet met haar twee zoons op de bovenverdieping van het huis op het moment dat verdachte beneden [slachtoffer] mishandelde. Na een afranseling verwijderde ze de bloedsporen in het huis. Ze douchte [slachtoffer] en ze smeerde haar veelvuldig in met witte zalf, zodanig dat de blauwe plekken minder goed te zien waren.13 Op aangeven van verdachte meldde medeverdachte op 18 juni 2013 telefonisch bij de dagbesteding dat [slachtoffer] griep had, deed een week later verslag van het ziekteproces en zette het ziekteverlof van [slachtoffer] rond 7 juli 2013 om in vakantieverlof.14

Op 20 juli 2013 is medeverdachte aan het begin van de avond met haar twee zoons naar boven gegaan. Ze heeft [slachtoffer] bij verdachte achtergelaten, terwijl ze hem kort daarvoor een honkbalknuppel had zien pakken, die hij vaker bij het mishandelen van [slachtoffer] had gebruikt. Vlak daarvoor had ze verdachte tegen [slachtoffer] horen zeggen “Je mag wel vast afscheid nemen van je moeder en je broertjes.” Medeverdachte heeft op de bovenverdieping meegekregen dat [slachtoffer] urenlang werd afgetuigd. Ze hoorde [slachtoffer] krijsen, schreeuwen, huilen en gillen. Ze hoorde dat [verdachte] een knuppel en een of meer andere voorwerpen gebruikte. Medeverdachte heeft tijdens deze urenlange mishandelingen, die uiteindelijk tot de dood van [slachtoffer] hebben geleid, niet ingegrepen. Ze heeft ook niet ingegrepen toen verdachte op een bepaald moment boven kwam en haar meedeelde “Ik ben er zat van. Ik maak er een eind aan.” De mishandelingen zijn vervolgens nog geruime tijd doorgegaan.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de boven omschreven rol van [medeverdachte] zodanig wezenlijk is geweest, dat van ‘medeplegen’ gesproken kan worden. De kwalificatie medeplegen is immers alleen gerechtvaardigd als de (intellectuele en/of materiële) bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht is.

In de rol die [medeverdachte] heeft gespeeld kunnen handelingen onderscheiden worden die vooraf zijn gegaan aan de geweldshandelingen door [verdachte] en handelingen die daarna hebben plaatsgevonden. Voor het overige heeft het aandeel van medeverdachte bestaan uit het vooraf en/of ten tijde van de mishandelingen door verdachte niet (laten) ingrijpen, het zich niet distantiëren, waarbij medeverdachte tijdens de mishandelingen (regelmatig) lijfelijk in dezelfde woning aanwezig was en tenminste één keer in dezelfde ruimte.

Voor wat betreft de aan de geweldshandelingen door verdachte voorafgegane handelingen van medeverdachte - zoals het thuis laten wonen van [slachtoffer] en het op afstand zetten/houden van de hulpverlening - overweegt de rechtbank dat daaruit achteraf zonder meer geconcludeerd kan worden dat die gedragingen het gewelddadige optreden van verdachte hebben vergemakkelijkt. Datzelfde geldt – achteraf beschouwd - voor de gedragingen van medeverdachte ná het door verdachte toegepaste geweld, zoals het schoonmaken van het huis en het insmeren van [slachtoffer] met witte zalf. Uit het dossier blijkt echter ten aanzien van geen van deze (voorafgaande of opvolgende) handelingen van [medeverdachte] dat deze zijn uitgevoerd met het oog op het (vergemakkelijken van het) door verdachte toegepaste geweld, bijvoorbeeld ter nakoming van vooraf gemaakte afspraken tussen verdachten. Dit gegeven houdt in dat op basis van deze gedragingen van medeverdachte geen ‘nauwe en bewuste samenwerking’ met verdachte kan worden vastgesteld.

Voor wat betreft de overige gedragingen van medeverdachte overweegt de rechtbank dat louter het niet (laten) ingrijpen bij of het zich niet distantiëren van door een ander gepleegd geweld alsmede het daarbij (gedeeltelijk) aanwezig zijn, ieder voor zich en in onderlinge samenhang bezien onvoldoende is voor het aannemen van medeplegen (poging tot) doodslag. De vaststelling in een geval als het onderhavige dat er sprake is geweest van een reeks van geweldsincidenten tegen het slachtoffer in een periode van tenminste vijf tot zes weken, maakt dit oordeel niet anders. Een wezenlijke bijdrage van medeverdachte aan de geweldsdelicten van verdachte is (ook uit deze gedragingen van medeverdachte) niet te destilleren.

Nu ‘medeplegen’ niet bewezen kan worden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit onderdeel van het hem onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt en telkens zakelijk weergegeven. Daarbij is ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts gebruikt met betrekking tot het feit of de feiten waarop het blijkens zijn inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

Een proces-verbaal d.d. 21 juli 2013, opgenomen op pagina 933 e.v. van dossier nummer 2013073815 d.d. 20 november 2013 van Politie Noord-Nederland (hierna: het dossier), inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik woon met [medeverdachte] en [slachtoffer] aan de [adres] te [pleegplaats].

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2013, opgenomen op pagina 1075 e.v. van het dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte] d.d. 5 augustus 2013:

[slachtoffer] kon niet meer normaal lopen, die liep helemaal krom. Door die afranselingen, mishandelingen en aftuigingen van [verdachte], werd zij met de week minder. En ze was steeds blauw, pimpelblauw van boven naar onder. En ik en [verdachte] waren haar steeds met "Sudocrem" aan het insmeren om die plekken weg te krijgen. Dat insmeren gebeurde al vijf, zes weken.

De middag van 20 juli zat [verdachte] thuis achter de computer met een blik bier in zijn handen. Nou toen kwam de uitspraak van [verdachte]: "We gaan straks weer bezig [slachtoffer]. We gaan weer achter de computer zitten en dan te proberen om die foto tevoorschijn te halen." En op een gegeven moment zegt [verdachte]: "Je mag al wel vast afscheid nemen van je moeder en van je broertjes." Ik had het vermoeden dat hij weer van plan was om haar te dwingen die foto te laten zien. En lukte dat haar niet, dat hij haar weer ging afranselen, mishandelen, aftuigen, met allerlei voorwerpen over de rug heen, met de hand bij der kop pakken en keihard op de grond gooien. Dat weet ik, omdat ik in die vijf, zes weken met eigen ogen heb gezien hoe mijn dochter werd afgeranseld.

Ik weet dat hij dat nu deed, omdat ik dat hoorde aan die geluiden. [slachtoffer] schreeuwde en jankte en krijste en smeekte hem op te houden. En hij telde van "tien negen acht, ja je gaat nu vertellen [slachtoffer], en als ik bij één ben, dan heb jij die foto op de computer".

Toen ik in die vijf, zes weken in die kamer zat, toen zag ik alles gebeuren in die hoek. En toen ik alleen boven zat of met de beide jongens, hoorde ik diezelfde geluiden weer, getik en geschreeuw en geroep. En voorwerpen en knuppels, oh verschrikkelijk. Hij gebruikte een knuppel. Voordat ik naar boven ging, liep hij naar de meterkast en haalde die knuppel uit de meterkast en toen zette hij die in de hoek neer bij de tafel.

Ik ging tegen 6 uur naar boven. Zodra ik de deur sloot van de slaapkamer, toen begon het geschreeuw en gekrijs al. Op een gegeven moment was het even stil, toen ging de slaapkamerdeur open en toen kwam [verdachte] bij mij. Hij zei: "Nog tien minuten. Ik ben er zat van. Ik maak er een einde aan, ik ben er strontzat van. Ik ben al vijf, zes weken met haar bezig." Niet tien minuten, het werd nog twee uur. In die twee uur hoorde je hetzelfde, getik, geram, geroep, gekrijs en het was net of al dat gekrijs en gegil en getik al heviger werd al groter.

Op een gegeven moment stond ik op de overloop. En toen hoorde ik zo knik, en dacht... het was net of er iets brak. En het kwam beneden weg. Toen ik die knik hoorde, zei [verdachte] "Zo!" Ik liep die kamer in en zag mijn dochter daar liggen. En ik keek haar in het gezicht, ik dacht die is echt dood. Het hele T-shirt van [verdachte] zat onder het bloed. Toen zei hij op een gegeven moment tegen mij: "[medeverdachte], we tillen van de kamer naar de gang. We leggen haar in de gang neer."

Ik kreeg de indruk, toen ik haar zag liggen, dat de mishandeling, het aftuigen en de klappen die zaterdagavond heviger waren dan de afgelopen zes weken. Die waren groter en heviger.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2013, opgenomen op pagina 1084 e.v. van het dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte] d.d. 5 augustus 2013:

[verdachte] sloeg met de vuist en de knuppel. Hij sloeg [slachtoffer] met zijn vuisten in het gezicht, in de buik, in haar maag en op de armen. Hij deed iedere keer hetzelfde. Die knuppel kwam tevoorschijn als hij drank op had. Hij sloeg haar met die knuppel tegen haar kop aan, op haar rug. Hij heeft haar zelfs een keer met een mes gestoken, in haar been. Ook in die vijf, zes weken.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2013, opgenomen op pagina 1103 e.v. van het dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte] d.d. 6 augustus 2013:

Hij gebruikte zijn broekriem ook om te ranselen. En ook gooide hij haar op de grond.

Dan ging hij keihard op haar hoofd springen. Met zijn schoen, stampen. Hij sloeg met zijn vuist, een eetkamerstoel.

Een proces-verbaal d.d. 29 augustus 2013, opgenomen op pagina 1167 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige]:

De maandagnacht voor die zaterdag de 20e juli, werd [verdachte] boos. [verdachte] raakte gefrustreerd dat de foto niet tevoorschijn kwam. Dat ging van kwaad tot erger. [verdachte] werd steeds bozer. [slachtoffer] had op een gegeven moment moeite om in de stoel te blijven zitten om de klappen op te vangen. Hij begon met slaan met de vlakke hand, toen begon hij met stompen op de schouder. Hij heeft haar heel hard op haar rug geslagen wel drie, vier of vijf keer met een stuk hout of zo, zo'n ding wat wel tussen de stoelpoten zit. [slachtoffer] weerde af met haar arm, dat was hoorbaar. Dat was hout op bot, dat hoorde je. Ze gilde heel hard "au". Met het hout sloeg hij alleen op de rug en dus de arm. Het leek of hij heel selectief was waar hij haar sloeg. Het leek of hij ergens sloeg waar geen fatale slagen konden worden gegeven. Ik kreeg de indruk dat dit niet de eerste keer was dat hij dit deed.

Een proces-verbaal d.d. 18 september 2013, opgenomen op pagina 1184 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige]:

Dat onderdeel van een stoelpoot, zo'n tussenspijl, die stond toen in de meterkast, dat heb ik al eerder een keer gezien. Dat was dat stuk hout waarover ik de vorige keer heb verteld. Dat stuk hout was zo’n 30 centimeter lang.

[slachtoffer] is zeker een maand, anderhalve maand thuis geweest en niet meer naar het werk geweest. Ik heb haar die zaterdag nog wel gezien met crème op het gezicht.

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d.

17 januari 2014, bijlage 1 van het aanvullend forensisch dossier, opgemaakt door

dr. V. Soerdjablie-Maikoe, arts en patholoog, voor zover inhoudende als haar verklaring:

Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer], geboren op 29 december 1992, is het navolgende gebleken:

A. Uitwendig en inwendig

1. Er werden breuken van het neusbeen en de oogkas, breuk van wervel C6 op 2 plaatsen, mogelijke breuk van wervel C4 en ribbreuken beiderzijds vastgesteld. Er werden onderhuidse bloeduitstortingen aan het hoofd beschreven op de postmortale CT-scan van 22 juli 2013, zie ook sub A6 en A7.

6. De mond/neusregio: er waren scheuren in de slijmvliezen van de lippen met bloeduitstortingen. Er waren bloeduitstortingen in het wangslijmvlies en rondom de bovenste lipriem. De neus was gezwollen; er was breuk van het neusbeen met uitgebreide bloeduitstorting.

7. Verspreid aan het gehele lichaam (met name aan het gelaat en aan de ledematen) waren vele rode en paarse huidverkleuringen van onderhuidse bloeduitstortingen, met plaatselijk streepvormige of onregelmatige oppervlakkige huidbeschadigingen. In relatie met die aan de rug waren er begeleidende bloeduitstortingen in de rugspieren. Er was uitgebreide bloeduitstorting aan de binnenzijde van de schedelhuid rondom tot in het bindvlies van het schedeldak, in de slaapspieren beiderzijds en in de weke delen van het gelaat. Er was een strak gespannen harde hersenvlies; afplatting van hersenwindingen en zwelling van de gyri parahippocampi en van de cerebellaire tonsillen; het hersengewicht was toegenomen (1770 gram, normaal 1057-1565 gram), alle duidend op vochtophoping in de hersenen en tekenen van herseninklemming. Bij neuropathologisch onderzoek werden de bij sectie vastgestelde tekenen van vochtophoping in de hersenen en tekenen van herseninklemming bevestigd. Voorts werden veranderingen gezien passend bij ontregeling van de stofwisseling.

Er waren aan het behaarde hoofd en het gelaat plaatselijk ruwrandige verscheuringen in de huid.

Er was bloeduitstorting aan de rand van de zesde halswervel (en volgens radiologisch onderzoek breuk op twee plaatsen in deze wervel, zie ook sub Al). Er was bloeduitstorting aan de linker oogkasrand en in de weke delen rondom het linkeroog (en breuk van de mediale oogkasrand links volgens radiologisch onderzoek, zie sub Al).

8. Er waren inwendig in de hals meerdere bloeduitstortingen in de oppervlakkige spieren en diepe weke delen (los van de bloeduitstortingen die in relatie waren met de puntvormige huidperforaties aan de hals rechts (sub A3). Er was bloeduitstorting langs het tongbeen met overdwarse breuk van het tongbeen rechts ter plekke. Er was uitwendig aan de hals een oppervlakkige beschadiging. Er was bloeduitstorting rondom de grote hoorn van het strottenhoofd rechts.

9. Er was aan de strekzijde van het linkerbovenbeen op 60 cm van de voetzoolrand een scherprandige huidperforatie ter lengte van 2 cm. Er was een onderliggend steekkanaal ter lengte van 5 cm met bloeduitstorting.

C. Conclusie oogpathologisch onderzoek:

I: oogbol links: focaal twee kleine retina bloedingen.

II: oogbol rechts: geringe bloedingen van de nervus opticus schede.

Interpretatie van resultaten

Bij sectie werden letsels sub A7 vastgesteld en bij radiologisch onderzoek werden botbreuken vastgesteld (sub Al), welke alle bij leven waren ontstaan als gevolg van inwerking van uitwendig mechanisch stomp geweld zoals bijvoorbeeld door meervoudig slaan, al dan niet met een/meerdere voorwerp(en), schoppen kan ontstaan.

De botbreuken duiden erop dat de geweldsinwerking ter plekke heftig moet zijn geweest.

De letsels sub A7 aan de ledematen zouden kunnen passen bij afweerletsels tegen stompe geweldsinwerking.

Letsel sub A9 was bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch scherprandig klievend en perforerend geweld zoals door een scherp(puntig) voorwerp kan ontstaan. Dit letsel heeft geen directe rol van betekenis gespeeld bij het intreden van de dood.

Gezien het (specifiek) patroon van enkele letsels sub A7 en letsel sub A9, is het goed mogelijk dat deze letsels waren ontstaan door slaan met een substantieel, (deels scherppuntig), kantig voorwerp, zoals een tafelpoot met een schroef eraan of een ander (soortgelijk) voorwerp.

De bloedingen in het netvlies en de oogzenuw (sub C) kunnen zowel door dezelfde bovengenoemde mechanische geweldsinwerking zijn ontstaan, als ook direct of indirect het gevolg zijn van bijvoorbeeld gestoorde stolling bij trauma.

Er dient te worden opgemerkt dat de klinisch vastgestelde stollingsstoornissen de omvang van de bovenvermelde bloeduitstortingen (sub A7, A9) kan hebben beïnvloed. Dit betekent niet dat deze letsels spontaan door stollingsstoornissen waren ontstaan: de huidbeschadigingen en botbreuken kunnen niet spontaan door stollingsproblemen zijn ontstaan.

De letsels sub A8 waren bij leven ontstaan en kunnen door bovengenoemde stompe geweldsinwerking (zoals stoten) zijn ontstaan. Echter kunnen deze letsels aan de hals ook zijn opgeleverd door inwerking van (heftig) uitwendig mechanisch (samen)drukkend, op de halsregio. Een combinatie van beide is ook mogelijk.

Gezien de toestand na doorgemaakte medische handelingen, is het goed mogelijk dat (een deel van) deze letsels sub A8 het gevolg waren van doorgemaakte medische handelingen. Er is een biochemische aanwijzing gevonden voor beschadiging van de schildklier. De oorzaak van de schade (zoals mechanisch of ziekelijk) kan met het uitgevoerde biochemisch onderzoek naar thyreoglobuline niet worden vastgesteld (sub 8). Het verhoogde thyreoglobuline is aspecifiek en kan veroorzaakt zijn door de bovengenoemde mechanische geweldsinwerking op de hals, ongeacht of deze door medisch- of niet medisch handelen was ontstaan.

Gezien de letsels sub A6 aan de mond (lippen, slijmvliezen), is bij leven doorgemaakt drukkend, botsend, belemmerend, geweld op de mond/neus regio ook goed mogelijk.

Gezien de sectiebevindingen waren alle bovengenoemde geweldsinwerkingen bij leven ontstaan.

Conclusie:

Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer], 20 jaren oud, kan het intreden van de dood goed worden verklaard door functiestoornissen van organen, waaronder hersenfunctie-stoornissen door herseninklemming, ontregeling van de stofwisseling door spierafbraak. De orgaanfunctiestoornissen waren ontstaan als verwikkeling van:

- meervoudig ingewerkt (heftig) uitwendig mechanisch stomp geweld op het lichaam.

- belemmering van de luchtwegen (verstikking) door doorgemaakt geweld op de mond-neusregio, al of niet in combinatie met die op de hals. Mechanische belemmering van de ademhaling door druk op de borstkas is ook een mogelijkheid, gezien de letsels aan de borstkas.

Uiteraard kunnen deze elk afzonderlijk dan wel in combinatie hebben plaatsgevonden.

Een toxicologische bijdrage aan of verklaring voor het overlijden van [slachtoffer] kan op grond van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek niet worden geconcludeerd.

Er waren macroscopisch en lichtmicroscopisch geen ziekelijke orgaanafwijkingen die het intreden van de dood zouden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis geweest zouden kunnen zijn.

Een deskundigenrapport d.d. 29 september 2014, opgemaakt door F.R.W. van de Goot, arts en patholoog, voor zover inhoudende als zijn verklaring:

Van [slachtoffer] werden verschillende letsels voor aanvullende datering uitgenomen. De letsels zijn niet allemaal even oud. Een deel van de letsels (aan het been en mogelijk ook een deel van de letsels in het gelaat) lijkt reeds meerdere dagen oud te zijn. Het grootste deel van de letsels echter is recent en gegeven de klinische omstandigheden beduidend beter in te passen bij een ouderdom van circa 1 dag dan een langere periode.

Een scenario van herhaaldelijk slaan, al dan niet met een voorwerp, is dermate waarschijnlijker dat feitelijk de veronderstelde val van een trap kan worden genegeerd.

Bij [slachtoffer], oud 20 jaren, was het intreden van de dood het gevolg van extreme geweldinwerking te omschrijven als herhaaldelijk botsend mechanisch geweld waarbij een scenario van herhaaldelijk slaan, schoppen, etc. al dan niet in combinatie met slaan met een voorwerp zondermeer als reële mogelijkheid voor het ontstaan kan worden aangedragen. Gezien het beloop van het geheel zijn de letsels bij leven opgelopen.

Verschillende letsels lijken veel ouder te zijn dan twee dagen. Indien er sprake zou zijn van eerdere geweldinwerkingen dan zouden deze bevindingen een dergelijk veronderstelling zondermeer ondersteunen.

Behoudens kleine verschillen in nuance of formulering ondersteun ik de conclusies van de rapporteurs van het NFI.

Een proces-verbaal d.d. 16 september 2013, bijlage 4 van het forensisch dossier, inhoudende de relatering van [verbalisant 1]en [verbalisant 2]:

Het onderzoek betrof het perceel [adres] te [pleegplaats]. Door ons werd op de keukenvloer bloed aangetroffen. Door ons werd op een willekeurige plaats de vloer bemonsterd met een wattenstaafje. Dit monster werd voorzien van het sin AAGA0701NL.

In de keuken stond een vuilnisbak. In de vuilnisbak werd een gedeelte van een houten knuppel aangetroffen. De knuppel werd door ons veiliggesteld en voorzien van het sin AAGA0693NL. Wij zagen dat er vermoedelijk bloed op de houten knuppel zat.

In de woonkamer stond tegen de muur van de hal een PC tafel en een tafel met daarop een stereotoren. Voor de monitor van de PC lag een toetsenbord en muis. Zowel de monitor, het toetsenbord, muis en tafelkleed zaten bloedspatten. Willekeurig werd door ons op een plaats op het toetsenbord het bloed bemonsterd en voorzien van het sin AAGA0705NL.

Op de muur achter de PC en stereotoren werden bloedspatten aangetroffen. De buitenste bloedspatten werden met pijlen door ons gemarkeerd. Willekeurig werd een van de bloedspatten door ons bemonsterd en voorzien van het sin AAGA0720NL.

In de woonkamer voor het raam aan de voorzijde stond een stoel. Op de stoel zat bloed. Onder de stoel lag een plas rood helder bloed. Dit bloed werd door ons bemonsterd en voorzien van het sin AAGA0704NL.

Op de eettafel in de woonkamer troffen wij delen van een houten knuppel aan. Deze delen werden door ons veiliggesteld en voorzien van het sin AAGA0694NL. Zeer waarschijnlijk behoorde dit bij het gedeelte van de knuppel die door ons in de vuilnisbak in de keuken was aangetroffen.

In de kamer naast de eettafel werd een kapotte stoel aangetroffen. De zitting met rugleuning werd rechts naast de tafel aangetroffen. Op de zitting zagen wij bloeddruppels. De poten van de stoel stonden onder de tafel. Op de poten van stoel zagen wij bloed. Dit bloed werd door ons bemonsterd en voorzien van het sin AAGA0721NL.

In de woonkamer aan de achterzijde van de woning stond tegen de scheidingsmuur met de keuken een groene bank. Op de bank troffen wij voornamelijk aan de rechterzijde van de bank een behoorlijke hoeveelheid bloed aan. Op een willekeurig gekozen plaats werd het bloed bemonsterd. Deze bemonstering werd voorzien van het sin AAGA0715NL.

Onderaan de trap werden in het geheel geen sporen en/of bloed aangetroffen waar je wel sporen en/of bloed verwacht na een val van de trap.

Uit het onderzoek, met name de aangetroffen bloedsporen, kon blijken dat er zeer waarschijnlijk een geweldsdelict had plaatsgevonden in de woonkamer van de woning en wel ter hoogte van de computertafel. Aangezien hier door ons de volgende sporen/ sporendragers van geweldsinwerking werden gezien c.q. aangetroffen:

Op de eettafel in de woonkamer (nabij de computertafel) lag de handgreep (onderste gedeelte) van een houten knuppel. Deze was afgebroken. Het vermoedelijke andere gedeelte van de knuppel (bovenste gedeelte) werd in een afvalemmer in de keuken van de woning aangetroffen. Op deze knuppel zat vermoedelijk bloed en een haar.

Bij de eettafel (nabij de computertafel) stond een kapotte bebloede stoel. Deze stoel was doormidden gebroken, te weten een onderstel en zitvlak met rugleuning.

Op de vloer nabij de eetkamertafel en voor de computertafel werd een grote hoeveelheid bloed aangetroffen.

Op de kamermuur ter hoogte van de computer werd verspreid een grote hoeveelheid kleine bloedspatten aangetroffen, tot op een hoogte van 1.72 meter, zulks gerekend vanaf de vloer.

Op computertafel, beeldscherm computer, toetsenbord computer, kleedje op computertafel, werd bloed aangetroffen.

Een proces-verbaal d.d. 2 augustus 2013, bijlage 8 van het forensisch dossier, inhoudende de relatering van [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [verbalisant 5]:

Op 26 juli 2013 stelden wij een onderzoek in naar de latente aanwezigheid van bloed met behulp van luminol in een woning aan de [adres] te [pleegplaats].

- Wij zagen in de woonkamer (voorzijde woning) op de vloer voor het tafeltje waarop de

computer stond een vlek luminesceren. Deze vlek leek een sleepspoor vanuit de voorzijde van de kamer in de richting van de deur naar de hal. Wij zagen namelijk een spoor met in het

midden een duidelijke aftekening van ongeveer 5 centimeter breed. Wij zagen dat deze aftekening in de richting van de deur naar de gang/hal smaller werd.

Vervolgens werd deze vlek door mij, [verbalisant 3], gewaarmerkt en bemonsterd.

Het monster genomen van deze vlek reageerde positief (bloed), na te zijn getest met tetrabase. Het monster werd veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN: AAFQ0164NL.

- Wij zagen tussen de eettafel en de buitenmuur een kapotte stoel liggen. De stoel was in twee gedeelten. Wij zagen zowel het onderstel als de zitting en rugleuning luminesceren. Van het onderstel zagen wij met name beide rechter stoelpoten luminesceren. Vervolgens werd deze vlek (onderstel) door mij, [verbalisant 3], gewaarmerkt en bemonsterd.

Het monster genomen van deze vlek reageerde positief (bloed), na te zijn getest met tetrabase. Het monster werd veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN: AAFQ0166NL.

Een proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 6 augustus 2013, bijlage 9 van het forensisch dossier, als relatering van [verbalisant 6]:

Tijdens het onderzoek op de plaats delict ([adres] [pleegplaats]) werd door de forensisch onderzoekers in de woonkamer, bij de eettafel, een eettafelstoel aangetroffen welke bebloed was en doormidden gebroken.

Deze stoel werd door mij op 5 augustus 2013 veilig gesteld in die zin dat: de stoel separaat, in twee plastic zakken, werd verpakt, verzegeld en voorzien van SIN AAGA0579NL.

Een deskundigenrapport afkomstig van het NFI d.d. 20 september 2013, opgenomen in bijlage 17 van het forensisch dossier, opgemaakt door dr. J. Warnaar, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:

De bemonsteringen AAFQ0164NL, AAGA0701NL, AAGA0704NL, AAGA0705NL,

AAGA0715NL, AAGA0720NL en AAGA0721NL zijn onderzocht op de

aanwezigheid van bloed. Hierbij is in alle bemonsteringen bloed aangetroffen.

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

AAFQ0164NL#01 een bemonstering (sleepspoor ter hoogte van computer woonkamer)

AAGA0701NL#01 een bemonstering (vloer keuken)

AAGA0704NL#01 een bemonstering (vloer woonkamer)

AAGA0705NL#01 een bemonstering (toetsenbord computer woonkamer)

AAGA0715NL#01 een bemonstering (bank woonkamer)

AAGA0720NL#01 een bemonstering (muur woonkamer boven computer)

AAGA0721NL#01 een bemonstering (kapotte stoel)

Resultaten, interpretatie en conclusie

SIN Beschrijving DNA-profiel / Matchkans

- bloed/celmateriaal kan afkomstig DNA-profiel

zijn van

AAFQ0164NL#01, AAGA0701NL#01, DNA-profiel van een vrouw kleiner dan 1

AAGA0704NL#01, AAGA0705NL#01, - [slachtoffer] op 1 miljard

AAGA0715NL#01, AAGA0720NL#01,

AAGA0721NL#01

Een deskundigenrapport afkomstig van het NFI d.d. 4 december 2013, opgenomen in bijlage 17 van het forensisch dossier, opgemaakt door dr. A.G.M. van Gorp, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:

Onderzoek naar biologische sporen

Stoel (in twee delen) AAGA0579NL

De twee delen van de stoel zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn verspreid over de twee delen van de stoel bloedsporen aangetroffen. Elf bloedsporen zijn bemonsterd. Deze bemonsteringen zijn als AAGA0579NL#01 tot en met #03 en #05 tot en met #12 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek.

Knuppel (bovenzijde) AAGA0693NL

De bovenzijde van de knuppel is onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn verspreid over de bovenzijde van de knuppel bloedsporen aangetroffen. Het grootste bloedspoor is bemonsterd. Deze bemonstering is als AAGA0693NL#02 veiliggesteld voor een DNA- en RNA-onderzoek.

Knuppel (onderzijde) AAGA0694NL

De delen van de onderzijde van de knuppel zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn verspreid over de delen van de onderzijde van de knuppel bloedsporen aangetroffen. Twee bloedsporen zijn bemonsterd. Deze bemonsteringen zijn als AAGA0694NL#01 en #02 veiliggesteld voor een DNA- en RNA-onderzoek.

Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

SIN Beschrijving DNA-profiel / Matchkans DNA-profiel

celmateriaal kan afkomstig

zijn van

Stoel (in twee delen) AAGA0579NL

AAGA0579NL#01 DNA-profiel van een vrouw kleiner dan 1 op 1 miljard

tot en met #03 en [slachtoffer]

#05 tot en met #12

Knuppel (bovenzijde) AAGA0693NL

AAGA0693NL#02 DNA-profiel van een vrouw kleiner dan 1 op 1 miljard

[slachtoffer]

Knuppel (onderzijde) AAGA0694NL

AAGA0694NL#01 DNA-profiel van een vrouw kleiner dan 1 op 1 miljard

[slachtoffer]

AAGA0694NL#02 DNA-profiel van een vrouw kleiner dan 1 op 1 miljard

[slachtoffer]

Gecombineerde interpretatie en conclusie DNA- en RNA-onderzoek

Op basis van de resultaten van het DNA- en RNA-onderzoek aan de bemonsteringen AAGA0693NL#01 tot en met #03 van de bovenzijde van de knuppel en AAGA0694NL#01 tot en met #02 van de onderzijde van de knuppel wordt geconcludeerd dat deze bemonsteringen bloed en huid bevatten dat afkomstig kan zijn van het [slachtoffer].

Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 28 december 2013, opgenomen in bijlage 17 van het forensisch dossier, opgemaakt door dr. D. Botter, forensisch arts, voor zover inhoudende als zijn/haar verklaring:

Beantwoording vraagstellingen

Ad vraag 1: Zouden bepaalde letsels veroorzaakt kunnen zijn met de ingezonden voorwerpen (stukken hout, vermoedelijk een honkbalknuppel en een kapotte stoel)?

De waargenomen letsels kunnen zondermeer veroorzaakt zijn door één of meerdere van de ingezonden voorwerpen, aangezien de voorwerpen morfologische kenmerken bezitten waarmee door uitoefening van geweld op een lichaam kneuzingen (bloeduitstortingen, botbreuken), huidscheurwonden en ontvellingen kunnen worden opgeleverd.

Aan de voorwerpen zijn geen kenmerken waargenomen waarmee de scherprandige huidperforatie aan het linker bovenbeen kan worden verklaard; meest waarschijnlijk betreft het een steekwond opgeleverd met een scherprandig en scherppuntig voorwerp zoals bijvoorbeeld een mes.

Ad vraag 2: Is er een verschil in waarschijnlijkheid tussen onderstaande hypothesen?

Hypothese 1: De recente letsels van het slachtoffer zijn veroorzaakt door uitwendige inwerking van geweld, zoals bijvoorbeeld door schoppen of slaan, al dan niet met een voorwerp zoals bijvoorbeeld een honkbalknuppel of stoelpoot.

Hypothese 2: De recente letsels van het slachtoffer zijn veroorzaakt door uitwendige inwerking van geweld, zoals bijvoorbeeld door vallen of (zich) stoten in het kader van een val van een trap.

De bevonden letsels zijn zeer veel waarschijnlijker onder hypothese 1 dan onder hypothese 2, hetgeen impliceert dat zij zeer veel waarschijnlijker het gevolg zijn van schoppen en/of slaan, al dan niet met een voorwerp. Daarnaast is sprake van een steekverwonding aan het linker bovenbeen. Alhoewel het mogelijk is dat een deel van de letsels is ontstaan door een val van een trap, moet het vrijwel onmogelijk worden geacht dat alle c.q. een merendeel van de letsels uitsluitend daarvan het gevolg zouden kunnen zijn.

Een schriftelijk stuk, te weten een verslag medewerkers dagbesteding over [slachtoffer] d.d. 24 juli 2013, opgenomen op pagina 319 e.v. van het dossier:

Het laatste half jaar, sinds januari 2013, bemerkten de begeleiders dat [slachtoffer] ander gedrag vertoonde. In hun ogen was [slachtoffer] sneller geagiteerd en schold ze vaker op begeleiders en cliënten. Bovendien zagen ze meerdere keren blauwe plekken en kleine wondjes op [slachtoffer]'s lichaam.

Vanaf maart 2013 werd ze vaak ziek gemeld door moeder. [slachtoffer] bleef bij elke ziekmelding minimaal een week maar meestal langer thuis.

De begeleider schreef op 27 februari 2013 dat [slachtoffer] ongewone verwondingen en blauwe plekken had op haar hals en schouder. Ze droeg een sjaal om de plekken te verbergen.

De laatste maanden hebben de begeleiders [slachtoffer] weinig gezien omdat ze zo vaak afwezig was.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 20 juli 2013 te [pleegplaats], opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer]

- ( meermalen) met een (honkbal)knuppel en/of met een of meer (harde) voorwerpen op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of op/tegen haar lichaam geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of op/tegen haar lichaam geslagen en/of gestompt en/of

- ( meermalen) (hardhandig) bij haar keel gepakt en/of (meermalen) haar keel dichtgeknepen en/of

- ( meermalen) met haar hoofd op de grond geslagen,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 februari 2013 tot en met 19 juli 2013 te [pleegplaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

[slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer]

- ( meermalen) met een (honkbal)knuppel en/of met een of meer (harde) voorwerpen op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of op/tegen haar lichaam heeft geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen haar hoofd en/of in/op/tegen haar gezicht en/of op/tegen haar lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of

- ( meermalen) bij haar hoofd heeft gepakt en/of met haar hoofd op de grond heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair moord;

2. primair poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 28 oktober 2013, opgemaakt door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater en de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 21 oktober 2013, opgemaakt door H.A. Feringa, klinisch psycholoog.

De conclusies van deze rapporten luiden, zakelijk weergegeven, dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en verslavingsproblematiek. Beide onderzoekers komen tot de conclusie dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Beide onderzoekers hebben ter zitting van 19 januari 2015 aangegeven dat voornoemde conclusies nog steeds actueel zijn.

De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen en neemt deze over en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezen verklaarde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Oplegging straf en/of maatregel

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf van 14 jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de maatregel tot terbeschikkingstelling wordt opgelegd met verpleging van overheidswege.

Standpunt verdediging

Met betrekking tot de strafmaat heeft de raadsman in zijn pleitnota een uitspraak vermeld van de rechtbank Midden-Nederland, waarbij ter zake van zware mishandeling de dood tot gevolg hebbende, een gevangenisstraf van 12 maanden - waarvan 4 maanden voorwaardelijk - is opgelegd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zeer lange duur moet worden opgelegd. De rechtbank neemt bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft op een gruwelijke wijze een einde gemaakt aan het leven van zijn 20-jarige, zwakbegaafde stiefdochter [slachtoffer]. Hij heeft haar op 20 juli 2013 gedurende een aantal uren zodanig mishandeld en afgetuigd, dat zij uiteindelijk een dag later aan haar verwondingen is overleden. Aan deze laffe moord ging een lange periode van grof geweld vooraf. Verdachte heeft het jongvolwassen slachtoffer het hoogst denkbare goed, te weten het leven, ontnomen en heeft de laatste vijf à zes weken van haar leven tot een hel gemaakt. Verdachte heeft de nabestaanden onherstelbaar leed toegebracht, zoals ter zitting treffend namens de oma van het slachtoffer is verwoord. Het hoeft geen betoog dat dergelijke feiten een schok in de samenleving teweeg brengen.

Verdachte was als stiefvader mede verantwoordelijk voor het waarborgen van een veilige leefomgeving voor het slachtoffer, een verstandelijk beperkte jonge vrouw, die op alle leefgebieden hulp en begeleiding nodig had. Door het handelen van verdachte moet het slachtoffer echter lange tijd hebben geleefd met haast onvoorstelbare gevoelens van pijn, (doods)angst, onmacht, wanhoop, eenzaamheid en verdriet.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake geweldsmisdrijven. Ook is verdachte eerder - in 2007 - veroordeeld ter zake van zedendelicten, gepleegd tegen minderjarige kinderen van een vroegere partner.

Daar komt bij dat verdachte zich ten tijde van de thans bewezen verklaarde feiten in een proeftijd bevond.

Daarnaast neemt de rechtbank bij het opleggen van de vrijheidsstraf in aanmerking de conclusies van voormelde psychiatrische en psychologische onderzoeksrapportages, dat het bewezen verklaarde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.

Door het zwijgen van verdachte is niet duidelijk geworden hoe en waarom verdachte tot zijn daden is gekomen. In het PBC-rapport d.d. 14 maart 2014 is hierover onder meer opgenomen: "De weigering tot medewerking heeft geleid tot een beperkt en onvolledig zicht op de persoonlijkheid van betrokkene. Of er nu wordt aangekeken tegen een man met beperkte cognitieve mogelijkheden die opgroeide in een asociaal milieu en wegens overvraging mogelijk tot grensoverschrijding komt, of dat een man wordt gezien die moedwillig over de grenzen van de ander gaat, de ander gebruikt, nauwelijks schuldgevoel ervaart en onverantwoord door het leven gaat, is onvoldoende duidelijk geworden."

Nu de verdachte zwijgt over zijn beweegredenen, houdt de rechtbank bij de strafoplegging ten nadele van verdachte rekening met de mogelijkheid dat hij in laatstgenoemd profiel past.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal een zwaardere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, omdat de eis naar haar oordeel geen recht doet aan de aard en de ernst van de feiten.

Motivering van de maatregel

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opleggen.

Blijkens de hiervoor al genoemde psychiatrische en psychologische rapportage, de daarop ter terechtzitting van 19 januari 2015 gegeven toelichting en de ter zitting door de deskundigen expliciet benoemde actualiteitswaarde van hun conclusies, alsmede het PBC-rapport d.d.

14 maart 2014, bestond bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. De door verdachte begane feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Het gaat bovendien om misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van een of meer personen. Verder eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de oplegging van die maatregel.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte tevens van overheidswege moet worden verpleegd omdat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging eist.

De rechtbank heeft haar oordeel gegrond op het advies van de gedragsdeskundigen

dr. T.W.D.P. van Os en H.A. Feringa.

Het advies van dr. Van Os houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Er is bij onderzochte sprake van een ziekelijke stoornis der geestvermogens, te weten cocaïnemisbruik, alcoholmisbruik en mogelijk alcoholafhankelijkheid. Daarnaast is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens, te weten zwakbegaafdheid en een persoonlijkheidsstoornis met ontwijkende en antisociale trekken.

Het risico op herhaling van het ten laste gelegde is groot, indien onderzochte niet wordt behandeld voor zijn ziekelijke stoornis en nadien levenslang wordt begeleid in verband met zijn gebrekkige ontwikkeling. Een risicotaxatie instrument toont aan dat onderzochte op vele historische, klinische en toekomstige items scoort. Belangrijkste risicofactoren zijn de verstandelijke beperking, de persoonlijkheidsstoornis en zijn middelenmisbruik met het daarmee samenhangende gebrek aan inzicht, gebrek aan normale relatievorming en gebrekkige probleemoplossing en risico op agressief en impulsief gedrag.

Zonder behandeling en levenslange begeleiding blijven de risicofactoren onveranderd. Een behandeling en begeleiding is noodzakelijk om de kans op herhaling binnen aanvaardbare grenzen te krijgen. Onderzoeker adviseert de maatregel van TBS op te leggen zodat er een klinische behandeling kan starten gericht op de ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling waarbij het maken van een delict scenario van groot belang is, niet alleen voor onderzochte, maar ook voor de hulpverlening, die immers voor onderzochte blijvend nodig zal zijn zodat op tijd kan worden ingegrepen als zich het begin van de delict keten gaat voordoen.

Het advies van Feringa houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Betrokkene is een affectief en pedagogisch verwaarloosde man bij wie sprake is van een verstandelijke beperking en een jarenlange geschiedenis van problemen en alcoholmisbruik.

Uit het onderzoek komt naar voren dat betrokkene verstandelijk beperkt is en in complexe situaties, zoals het gezin waarin hij leefde ten tijde van het ten laste gelegde, het overzicht kan verliezen, spanningen moeizaam kan reguleren en impulsief agressief kan reageren. Daar waar hij drugs en/of alcohol gebruikt, verliest betrokkene nog meer zijn remmingen.

Betrokkenes ontwikkeling- en detentiegeschiedenis, zijn beperkingen, de inadequate copingstrategieën en het hieraan gelieerde middelengebruik in ogenschouw nemende, lijkt een TBS behandeling geïndiceerd om toekomstig gevaar af te wenden. Indien betrokkene zonder behandeling en begeleiding terug zou keren naar de maatschappij is het risico groot dat hij in een vergelijkbare situatie terechtkomt als ten tijde van het ten laste gelegde.

De rechtbank kan zich met de inhoud en de conclusies van de adviezen verenigen en neemt deze over.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, 45, 57, 287 en 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaar.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Stuiver, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 februari 2015.

1 Gelet op het feit dat de rechtbank verdachte – zoals uit het voorgaande blijkt – bij feit 2 zal vrijspreken van moord, spreekt de rechtbank in het navolgende bij feit 2 gemakshalve enkel van (een verdenking van) doodslag.

2 Verklaring [persoon 1], pagina 710 e.v. van het dossier.

3 Verklaring verdachte, pagina 937 van het dossier.

4 Verklaring [verdachte], pagina 1012 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2013, pagina 311 e.v.

5 Verklaring [persoon 2], pagina 721 van het dossier.

6 Verklaring [persoon 3], pagina 627 van het dossier en verklaring [medeverdachte], pagina 1096.

7 Verklaring [persoon 1], pagina 710 e.v. van het dossier.

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 522 t/m 539 van het dossier.

9 Verklaring [medeverdachte], pagina 1098 van het dossier.

10 Verklaring [medeverdachte], pagina 1119 van het dossier.

11 Verklaring [medeverdachte], pagina 1090 van het dossier.

12 Verklaring [persoon 4], pagina 617 van het dossier.

13 Verklaring [medeverdachte], pagina 1101 van het dossier.

14 Verklaring[persoon 5], pagina 806 e.v. van het dossier en verklaring [medeverdachte], pagina 1112 en 1113.