Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6412

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-12-2015
Datum publicatie
29-06-2016
Zaaknummer
18.730060-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het medeplegen van een woningoverval. Veroordeling tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan deze overval door tijdens de overval buiten de woning in de auto te wachten en na afloop daarvan de auto te besturen. Verdachte heeft (ten minste) bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de medeverdachten het slachtoffer in diens woning zouden bestelen en dat dit gepaard zou gaan met geweld of bedreiging daarmee.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730060-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 december 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 november 2015 en 1 december 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.W. de Casseres, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

De rechtbank heeft bij beslissing van 1 december 2015 het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met onmiddellijke ingang opgeheven.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 8 januari 2015 en 9 januari 2015 te [pleegplaats 1] , in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, in een woning (gelegen aan of bij [adres] )), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (800 euro) en/of koffer en/of een hoeveelheid QAT, althans verdovende middelen, en/of een of meerdere USB-stick(s) en/of een of meerdere huissleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in die woning opzettelijk dreigend en/of gewelddadig

- die [slachtoffer 1] in een wurggreep om de keel/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) vastgehouden, waardoor het voor die [slachtoffer 1] nagenoeg niet mogelijk was adem te halen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: “Geef geld!” en/ of ”Give money!” en/of ”Give me more money, I need more!”, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] op de grond heeft gegooid en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen en/of op het hoofd en/of een of meerdere ander(e) de(e)l(en) van het lichaam, heeft gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens)

- met een mes in de hand in de richting van die [slachtoffer 1] is gelopen en/of

- met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij)

- met een mes een snijdende beweging over verdachtes linker wijsvinger heeft gemaakt en daarbij die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: “I’ll cut your fingers.” en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd:

- “ Als je schreeuwt of geen extra geld geeft, dan snij ik je vinger af.” en/of

- “ Als je praat of schreeuwt ga ik je doden.” en/of

- “ Als je met de politie praat dan ga ik je doden.” en/of

- “ Ik wil meer geld, anders ga je vandaag je leven verliezen.” en/of

- “ Waar is het geld. Je moet hem goed fouilleren.” en/of

- “ I’m the pirate and if you tell this to the police I will come and find you everywhere and kill you.”,

althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd:

“Als jullie de politie bellen en de politie komt bij ons, dan gaan we jullie vermoorden.”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een mes op die [slachtoffer 2] heeft gericht, althans een mes aan die [slachtoffer 2] heeft getoond, in elk geval zichtbaar voor die [slachtoffer 2] een mes voorhanden heeft gehad;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] in of omstreeks de periode omvattende de dagen 8 januari 2015 en 9 januari 2015 te [pleegplaats 1] , in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, in en woning (gelegen aan of bij [adres] )), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid geld (800 euro) en/of koffer en/of een hoeveelheid QAT, althans verdovende middelen, en/of een of meerdere USB-stick(s) en/of een of meerdere huissleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in die woning opzettelijk dreigend en/of gewelddadig

- die [slachtoffer 1] in een wurggreep om de keel/hals heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) vastgehouden, waardoor het voor die [slachtoffer 1] nagenoeg niet mogelijk was adem te halen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Geef geld!” en/of “Give money!” en/of ”Give me more money, I need more!”, althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] op de grond heeft/hebben gegooid en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen en/of op het hoofd en/of een of meerdere ander(e) de(e)l(en) van het lichaam, heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens)

- met een mes in de hand in de richting van die [slachtoffer 1] is/zijn gelopen en/of

- met een mes stekende bewegingen heeft/hebben gemaakt in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij)

- met een mes een snijdende beweging over verdachtes linker wijsvinger heeft/hebben gemaakt en daarbij die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: “I’ll cut your fingers.” en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd:

- “ Als je schreeuwt of geen extra geld geeft, dan snij ik je vinger af.” en/of

- “ Als je praat of schreeuwt ga ik je doden.” en/of

- “ Als je met de politie praat dan ga ik je doden.” en/of

- “ Ik wil meer geld, anders ga je vandaag je leven verliezen.” en/of

- “ Waar is het geld. Je moet hem goed fouilleren.” en/of

- “ I’m the pirate and if you tell this to the police I will come and find you everywhere and kill you.”,

althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de woorden heeft/hebben toegevoegd: “Als jullie de politie bellen en de politie komt bij ons, dan gaan we jullie vermoorden.”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een mes op die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht, althans een mes aan die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond, in elk geval zichtbaar voor die [slachtoffer 2] een mes voorhanden heeft/hebben gehad,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode omvattende de dagen 8 januari 2015 en 9 januari 2015 te [pleegplaats 1] , in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- zich in een (personen)auto naar de plaats van het delict te laten vervoeren en/of vervolgens)

- die (personen)auto te gaan besturen en die (personen)auto zodanig in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf te plaatsen/parkeren, zodat het voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] na het plegen van voornoemd feit gemakkelijk zou zijn om in te stappen en verdachte daarna direct weg zou kunnen rijden en/of (vervolgens) (zodoende)

- in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf (in die (personen)auto) te wachten, teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] bij onraad te waarschuwen en/of te helpen vluchten, althans de vlucht mogelijk te maken en/of gemakkelijk te maken,

althans dat verdachte op enigerlei wijze opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heef verschaft.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- oplegging van de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, een locatieverbod en elektronisch toezicht, zoals geadviseerd door de reclassering;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 450,00 onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige.

Beoordeling van het bewijs

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte aanwezig was in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) toen daar werd gesproken over het plan om naar de woning van het slachtoffer te gaan om qat te halen en dat hem in ieder geval tijdens de heenreis in de auto duidelijk is geworden dat het de bedoeling was de qat te stelen. Daaruit blijkt echter niet dat verdachte een significante rol heeft gehad bij de planning van de diefstal (met geweld). Tijdens de daadwerkelijke uitvoering daarvan is verdachtes rol beperkt gebleven tot het wachten in de auto tot de medeverdachten terugkwamen en het besturen van de auto gedurende het eerste deel van de terugreis. Verdachte is niet in de woning van het slachtoffer geweest. Nadat verdachte en de medeverdachten terug waren in [pleegplaats 2] is de gestolen qat uiteindelijk in de woning van verdachte terecht gekomen. Dit was echter niet van tevoren afgesproken. De qat is vervolgens in enkele kleinere hoeveelheden opgehaald uit de woning van verdachte en door anderen verkocht. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte daar (financieel) voordeel van heeft gehad.

Uitgaande van het hiervoor beschreven handelen van verdachte, was naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten gericht op het plegen van de ten laste gelegde woningoverval. Daarom is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en zal zij verdachte daarvan vrijspreken.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past bij de beoordeling van het subsidiair ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 27 november 2015 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben in een woning geweest, waarvan ik later heb begrepen dat die van [medeverdachte 1] was. In die woning waren ook [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en nog iemand. Ik noem [medeverdachte 3] [bijnaam 1] . In de woning is gezegd dat we qat gingen halen. We zijn met zijn vijven in de auto gestapt. In de auto heeft [medeverdachte 4] gebeld. Daarna was het mij duidelijk dat het de bedoeling was dat ze de qat gingen stelen. Een paar inzittenden van de auto zeiden toen iets van we gaan dit doen en we gaan dat meenemen. [medeverdachte 4] zei toen: "Jullie gaan alleen de qat meenemen en niets anders." Toen wist ik zeker dat er iets zou gaan gebeuren wat niet klopte. Ik heb gehoord dat ze zeiden dat ze toch niet naar de politie gingen, omdat qat illegaal is. Ik heb niet gezegd dat ze het niet moesten doen. In [pleegplaats 1] werd de auto achteruit ingeparkeerd. Ik ben in de auto gebleven en achter het stuur gaan zitten. De andere vier zijn gelijk uitgestapt en bij de auto weggelopen. Na een tijdje kwamen ze rustig teruglopen. Ze zijn ingestapt en ik ben weggereden. De qat lag toen in de auto. De qat zat in een koffer. In eerste instantie heeft [medeverdachte 4] de qat meegenomen. Een dag later heeft hij de qat bij mij gebracht. [medeverdachte 4] kwam daarna bij mij met een andere jongen. Die andere jongen heeft de qat in twee keer opgehaald. Ik heb twee keer geld gekregen voor de qat en die heb ik aan de anderen gegeven.

2. De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2015008721-2015030505, gesloten op 2 mei 2015, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

2.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer A-001-01, d.d. 9 januari 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina's 212 tot en met 216 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer 1] , wonende aan [adres] te [pleegplaats 1] , afgelegd op 9 januari 2015:

Ik was gisteren met [slachtoffer 2] . Rond 23:00 uur werd er weer aangebeld. De man die ik man 1 noem, kwam weer. De man deed de buitendeur open. Ik zag dat er een andere man, ik zal hem man 3 noemen, binnenkwam. Deze man pakte mij in de wurghouding met zijn rechterarm rondom mijn keel, zodat ik bijna geen adem kon halen. De man vroeg om geld. Ik wees met mijn rechterhand naar de tafel, daar lag mijn portemonnee. Man 3 sprak Nederlands en Engels, hij zei in beide talen: “Geef geld.” Hij liep naar mijn portemonnee. Ik zag dat hij het geld eruit haalde en toen kwam hij terug. Hij pakte me weer vast en zei: “Give me more money, I need more.” Hij gooide mij hierbij op de grond. Ik stond op en toen gaf man 3 mij een klap tegen mijn linker wang. Daarna kreeg ik gelijk weer een klap met zijn vlakke hand op mijn linker wang. Ik zag dat er nog twee mannen binnenkwamen. Eén van deze mannen was blank. Ik zal hem man 4 noemen. Daarnaast was er nog een man 5. De blanke man 4 droeg een mes bij zich en maakte steekbewegingen naar mij. Hij liep met het mes op mij af. Ik deed een stap achteruit. Hij zei: “Als je schreeuwt of geen extra geld geeft dan snij ik je vinger af." Op het moment dat hij dit zei, maakte hij een steekbeweging naar mij. Man 3 zei: “Als je praat / schreeuwt ga ik je doden.” Hij bedoelde: als je met de politie praat, ga ik je doden. Dit zei hij namelijk later nog eens. Man 1 kwam op dat moment ook op mij af lopen. Deze zei: ”Ik wil meer geld, anders ga je vandaag je leven verliezen.” De mannen gingen in mijn spullen zoeken naar meer geld. Ze liepen door het hele huis. Daarna vroegen man 3 en 4 aan ons of wij dit aan de politie zouden vertellen. Ik ontkende dit. Ik en [slachtoffer 2] waren op dat moment nog steeds in de woonkamer. Ik zag dat man 4 een mes op [slachtoffer 2] gericht had. Man 5 heeft geholpen met zoeken in mijn woning. Ze zeiden: "Als je dit aan de politie vertelt, gaan we je vermoorden." De grote man 3 zei: "Do you know pirates? Do you have seen the film about Somalisch pirates?" En daarna zei hij: "I am the pirate and if you tell this to the police, I will come and find you everywhere and kill you.” Toen de mannen in het huis aan het zoeken waren vroeg de blanke man 4 waar de sleutels van de schuur waren. De blanke man heeft de sleutel gepakt en is naar de schuur gegaan. Na korte tijd kwam hij terug. Wij moesten op de grond gaan liggen. Zij gingen toen weg. Wij bleven op de buik op de grond liggen want wij waren bang dat ze terug zouden komen.

2.2.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer A-001-02, d.d. 28 januari 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina's 217 tot en met 223 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik ben meerdere malen met de vlakke hand geslagen. Dit gebeurde afwisselend links en rechts. Ik werd door de wurghouding, waarin ik bijna geen lucht kon krijgen, gedwongen tot het aanwijzen van geld. Ik vreesde voor mijn leven. Man 4 maakte een snijbeweging met het mes over zijn linker wijsvinger; hiermee de indruk wekkend dat ze mijn vingers wilden afsnijden. Ook zei hij daarbij: "I’ll cut your fingers." Man 1 zei: “Waar is het geld. Je moet hem goed fouilleren.” Ze hebben ook mijn huissleutels, een usb-stick en mijn koffertje meegenomen.

2.3.

een ambtsedig proces-verbaal, PL0100-2015008721-4, d.d. 9 januari 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina's 254 tot en met 256 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer 2] , afgelegd op 9 januari 2015:

Ik was gisteren bij [slachtoffer 1] . Rond tien uur gaat de bel weer. [slachtoffer 1] loopt naar de voordeur. De man die eerder op de avond binnen was geweest, staat weer voor de deur. Dit is de Somalische man met het hele korte haar. De man loopt richting de wc naar het halletje. Opeens kwamen er drie onbekende mannen de woonkamer binnen draven. De Somalische man was nog in de hal. De Hollandse man had een mes in zijn handen. De eerste man is een grote man. De eerste man loopt direct naar [slachtoffer 1] en pakt [slachtoffer 1] bij de keel vast van achteren en vraagt [slachtoffer 1] waar is het geld. [slachtoffer 1] wijst naar de tafel en zegt daar ligt mijn portemonnee. De man zegt: "Ik wil geld, anders vermoord ik je." De tweede man is een Hollandse man. Hij had constant het mes in zijn handen. Ik moest op de grond gaan liggen. De derde man is een Antilliaanse man. Deze man is niet echt in de woonkamer geweest. Hij blijft in de gang staan. De grote man heeft de portemonnee van [slachtoffer 1] gepakt en het geld eruit gehaald. [slachtoffer 1] vertelde mij later dat deze man ook de usb stick waar mijn bruiloft op stond uit de computer had gehaald. Ik zie dan dat [slachtoffer 1] ook op de grond ligt bij de eettafel. De grote man en de Hollandse man zegen: "Als jullie de politie bellen en de politie komt bij ons dan gaan wij jullie vermoorden." De mannen hebben de sleutel van de voordeur meegenomen. Ze zeiden nogmaals: "Als jullie de politie bellen dan gaan wij jullie vermoorden." [slachtoffer 1] en ik zijn op de grond blijven liggen. Ik was heel erg bang.

2.4.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2015008721-20, d.d. 1 februari 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina's 557 tot en met 562 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [medeverdachte 1] :

Ik was met [bijnaam 1] . [medeverdachte 2] kwam toen bij ons samen met [verdachte] en [medeverdachte 4] . Ik had [verdachte] en [medeverdachte 4] nog nooit eerder gezien. [medeverdachte 4] is een Somalische man. [bijnaam 1] en ik zijn naar mijn adres op [straatnaam] gegaan. De anderen kwamen in de auto. [medeverdachte 4] vertelde dat hij een qat dealer in [pleegplaats 1] kende. Daar had hij die middag al eerder qat gehaald. Hij had daar een grote hoeveelheid qat zien liggen en er zou 30.000 euro tot 40.000 euro contant geld in de woning van die man liggen. [bijnaam 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] wilden daarheen om die man te overvallen. Dit is in mijn woning besproken, maar ook onderweg naar [pleegplaats 1] . Ik denk dat we rond 21.30 uur richting [pleegplaats 1] zijn gereden. [medeverdachte 4] reed heen. [verdachte] zat naast hem, [bijnaam 1] , [medeverdachte 2] en ik zaten achterin. Bij mij thuis zijn wapens meegenomen. Dat waren gewoon keukenmessen bij mij vandaan. Er werden kleine dingen besproken wat iedereen zijn rol zou moeten zijn. [verdachte] zou in de auto op de bestuurdersplaats blijven. Hij zou de auto op de terugweg besturen. [medeverdachte 4] heeft onderweg met de qat verkoper gebeld. We wilden weten of hij thuis was en of hij alleen was. [medeverdachte 4] zou nu aanbellen omdat hij had gebeld met die Somalische man. Ik zou dan aansluiten bij de andere twee die naar binnen zouden en daarom moest ik ook een mes bij me hebben. [bijnaam 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en ik stappen een hofje eerder uit de auto. [verdachte] blijft daar met de auto staan. Wij lopen met zijn vieren naar die woning. [medeverdachte 2] , [bijnaam 1] en ik wachten achter een schuurtje, [medeverdachte 4] loopt naar de woning en belt aan. Wij konden die woning goed zien. Die man doet open. [medeverdachte 4] gaat naar binnen, de deur gaat dicht. Hij bleef wel een vijf tot tien minuten binnen en kwam toen naar buiten. Hij liet de deur op een kier. Hij kwam naar ons toe en hij ging voorop met [bijnaam 1] , [medeverdachte 2] en tenslotte ik de voordeur binnen. Daarna wacht [medeverdachte 4] eerst op de gang, [bijnaam 1] rende door naar de keuken waar die Somalische jongen, de qat-dealer stond en hij pakte die jongen in een klem. Hij stond achter hem en deed de arm om zijn nek. [medeverdachte 2] en ik komen de woonkamer in. Ik zie dan nog een jongen op de bank zitten. Dat was ook een Somalische jongen. Ik loop erheen en toen ik bij die jongen stond, pakte ik het mes uit de binnenzak en ik zeg tegen die jongen dat hij moest blijven zitten. Ik heb het mes duidelijk aan hem laten zien. [medeverdachte 4] kwam daarna ook naar binnen en hij vroeg waar de qat was. [medeverdachte 2] was in de woning aan het zoeken naar geld en de drugs. [bijnaam 1] hield die Somalische man vast. [bijnaam 1] had inmiddels die qat-dealer naar de kamer geduwd en had die man in de bureaustoel gedrukt. Ik heb gezien dat [bijnaam 1] die man met zijn platte hand in het gezicht sloeg. Ik denk dat hij die man een stuk of twee, drie keer hard in het gezicht sloeg. Ik zag dat die man bang was. Ik zag dat aan zijn gezichtsuitdrukking. Hij heeft ook een paar keer in het Engels gezegd: “Doe me niks, je mag alles pakken.” [bijnaam 1] sprak die man ook aan in het Engels. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] waren in de slaapkamer van die man aan het zoeken en zij vonden daar een grote hoeveelheid qat. [bijnaam 1] had de beurs van die man van het bureau gepakt. Ik kreeg de huissleutel van die man in handen gedrukt van [medeverdachte 4] en kreeg de opdracht om in de schuur ook te gaan zoeken naar qat of geld. Toen ik terugkwam in de woning zei ik dat daar niks lag. We zijn vrij snel daarna weggegaan. Ik nam die sleutels mee. [bijnaam 1] had de portemonnee bij zich en [medeverdachte 4] de qat in een blauwe vuilniszak. [bijnaam 1] en de anderen hadden binnen een paar keer gezegd dat ze niet de politie moesten bellen, dat dat ook niet kon omdat ze zelf drugsdealers waren. We zijn daarna rustig naar de auto gelopen om geen argwaan te wekken. [verdachte] staat dan op ons te wachten, wij stappen in en we rijden terug. We hebben de buit verdeeld, maar dat stelde niks voor. Dat was misschien 25 euro de man. Dat kwam uit de gestolen portemonnee. De qat zou verkocht worden door [medeverdachte 4] . Bij mij thuis is de qat bekeken. De qat was verdeeld in zakjes. [medeverdachte 4] nam de qat mee. De buit bij deze overval in [pleegplaats 1] bestond uit een blauwe vuilniszak met qat en 125 euro uit de portemonnee.

2.5.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 44, d.d. 18 februari 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina's 647 tot en met 655 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [medeverdachte 3] :

Die overval in [pleegplaats 1] was ‘s avonds. Op het moment dat ik bij [medeverdachte 1] was, kwamen [medeverdachte 2] , [verdachte] en een Somaliër aanrijden. Dat hele plan was van die Somaliër. Ze liepen mee de woning van [medeverdachte 1] in. Die Somaliër was eerder die dag bij die woning langs geweest om een deal te maken om qat te kopen. We gingen met die Somaliër, [medeverdachte 2] en [verdachte] . Die Somaliër legt uit dat hij naar binnen gaat en al pratende met die man zou hij zeggen dat twee vrienden die nog in de auto zitten te wachten, qat willen kopen. Die Somaliër belde in de auto met die man. [verdachte] zou bij de auto blijven. Hij was de bestuurder. Dat was bij het huis van [medeverdachte 1] al besproken. Zover ik weet zou die qat door die Somaliër worden verkocht. [verdachte] bleef in de auto zitten. De Somaliër ging naar binnen en toen hij naar buiten kwam, floot hij na een minuut of tien, of een kwartier. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en ik stonden te wachten. Hij floot en liet de deur op een kier. We lopen naar binnen. Volgens die Somaliër was alleen die man thuis, maar er zat nog iemand binnen. Ik nam de man in de houdgreep. Mijn arm om zijn nek heen. De Somaliër die bij ons was begon te schreeuwen: ”Where is the money, where is the money?” Die Somaliër en [medeverdachte 2] gingen door het hele huis zoeken en ze kwamen met een vuilniszak vol met Qat. Die Somalier begon te roepen: ”Waar is het geld, waar is het geld.” [medeverdachte 1] pakte een mes en zei tegen die gehandicapte man:”I'll cut your finger off.” Op dat moment zat die man op de bureaustoel. Hij werd helemaal wild van angst. Toen heb ik hem vastgepakt en een platte hand gegeven. Ik heb hem geraakt. We hebben alleen die qat en contant geld wat op het bureau lag meegenomen. Dit heb ik gepakt. De Somaliër zei tegen [medeverdachte 1] : “Pak die achterdeursleutel en kijk in de schuur.” [medeverdachte 1] deed dat en hij kwam weer terug. Iedereen kreeg €20,00. Vanuit die woning in [pleegplaats 1] hebben we een koffer meegenomen en een vuilniszak vol met qat. De qat was verdeeld in boterhamzakjes. De Somaliër heeft alle qat meegenomen.

2.6.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 41, d.d. 18 februari 2015 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op de pagina's 703 tot en met 709 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [medeverdachte 2] :

Bij de overval in [pleegplaats 1] waren we met vier jongens. Ik heb toen een tip gekregen van [medeverdachte 4] dat er iets te pakken viel. Hij vertelde dat er geld te halen was. Ik was met die [bijnaam 2] en nog iemand. [medeverdachte 4] ging ook mee. [verdachte] was de driver (bestuurder). (Opmerking verbalisanten: Verbalisanten tonen verdachte een foto van [medeverdachte 1] .) Dat is die [bijnaam 2] . Die was er ook bij. (Opmerking verbalisanten: Verbalisanten tonen verdachte een foto van [medeverdachte 4] [medeverdachte 4]). Dat is [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] kende die mensen en ging naar de deur. Hij ging alleen naar binnen. Iets later kwam hij weer naar buiten en haalde ons op. [verdachte] ging niet mee naar binnen, maar bleef in de auto zitten. Ik, die [bijnaam 2] en [medeverdachte 4] gingen die woning binnen. Er waren twee mannen in de woning die ik niet kende. Ik ging die woning doorzoeken. Die [bijnaam 2] had dat mes in zijn handen. We hebben die qat en geld meegenomen. In de tas zaten allemaal kleine zakjes met qat. [verdachte] reed er terug. De qat is naar [medeverdachte 4] gegaan. Die zou het verkopen.

Bewijsoverwegingen

Uit de bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat verdachte in de woning van [medeverdachte 1] is geweest en heeft gehoord dat daar is gesproken over het ophalen van qat. Ook blijkt daaruit dat hij zich er in ieder geval tijdens de heenreis in de auto naar [pleegplaats 1] volledig van bewust is geworden dat het de bedoeling van de medeverdachten was om deze qat te stelen. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte wist dat het slachtoffer thuis was.

Gelet op deze omstandigheden bestond er naar het oordeel van de rechtbank een aanmerkelijke kans dat het slachtoffer de qat niet vrijwillig zou afstaan en zich zou verweren en dat de medeverdachten geweld zouden gebruiken om het verzet te breken.

Ondanks de voormelde wetenschap heeft verdachte zich niet van dit plan gedistantieerd. Hij heeft niet geprobeerd de medeverdachten tegen te houden. Ook is hij niet weggereden of weggelopen en heeft hij niet geprobeerd iemand te bellen, terwijl hij daar voldoende gelegenheid voor heeft gehad toen de medeverdachten in de woning waren. In plaats daarvan is verdachte achter het stuur van de auto gaan zitten, heeft hij gewacht tot de medeverdachten terugkwamen en heeft hij vervolgens de auto het eerste deel van de terugreis bestuurd, waarmee hij een snelle vlucht (bij onraad) mogelijk maakte. Door zo te handelen is verdachte behulpzaam geweest bij het plegen van de overval en heeft hij (ten minste) bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de medeverdachten het slachtoffer in zijn woning zouden bestelen van qat en mogelijk ook geld of andere goederen en dat dit gepaard zou gaan met geweld of bedreiging daarmee. Dit wordt naar het oordeel van de rechtbank bevestigd doordat verdachte een deel van de opbrengst van de overval heeft geaccepteerd en heeft toegelaten dat de gestolen qat een dag na de overval bij hem thuis werd ondergebracht en vervolgens vanuit zijn woning werd verkocht, waarna verdachte (een deel van) de opbrengst heeft overgedragen aan de medeverdachten.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de periode omvattende de dagen 8 januari 2015 en 9 januari 2015 te [pleegplaats 1] , in een woning (gelegen aan [adres] ), tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een hoeveelheid geld, een koffer, een hoeveelheid qat, een USB-stick en huissleutels, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] of [medeverdachte 4] , tezamen en in vereniging, in die woning opzettelijk dreigend en gewelddadig

- die [slachtoffer 1] in een wurggreep om de keel heeft vastgepakt en vastgehouden, waardoor het voor die [slachtoffer 1] nagenoeg niet mogelijk was adem te halen en

- die [slachtoffer 1] de woorden hebben toegevoegd: “Geef geld!”, “Give money!” en ”Give me more money, I need more!” en

- die [slachtoffer 1] op de grond heeft gegooid en

- die [slachtoffer 1] meermalen tegen het hoofd heeft geslagen en

- met een mes in de hand in de richting van die [slachtoffer 1] is gelopen en

- met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] en

- met een mes een snijdende beweging over verdachtes linker wijsvinger heeft gemaakt en daarbij die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: “I’ll cut your fingers.” en

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd:

- “ Als je schreeuwt of geen extra geld geeft, dan snij ik je vinger af.” en

- “ Als je praat of schreeuwt ga ik je doden.” en

- “ Als je met de politie praat dan ga ik je doden.” en

- “ Ik wil meer geld, anders ga je vandaag je leven verliezen.” en

- “ Waar is het geld. Je moet hem goed fouilleren.” en

- “ I’m the pirate and if you tell this to the police I will come and find you everywhere and kill you.”,

althans telkens woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd: “Als jullie de politie bellen en de politie komt bij ons, dan gaan we jullie vermoorden.” en

- een mes op die [slachtoffer 2] gericht,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode omvattende de dagen 8 januari 2015 en 9 januari 2015 te [pleegplaats 1] en elders in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest door

- zich in een personenauto naar de plaats van het delict te laten vervoeren en vervolgens

- in de nabijheid van de plaats van het misdrijf in die personenauto te wachten, teneinde die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij onraad de vlucht mogelijk te maken en gemakkelijk te maken.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

subsidiair

medeplichtigheid aan diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is medeplichtig aan een woningoverval. Tussen één van de medeverdachten en het slachtoffer bestond een conflict over qat (een verboden verdovend middel). Dit conflict is uit de hand gelopen. De rechtbank heeft de rol die het slachtoffer daarbij heeft gespeeld niet geheel duidelijk kunnen krijgen. De hiervoor bedoelde medeverdachte en drie anderen zijn de woning van het slachtoffer binnengegaan en hebben het slachtoffer en een man die bij hem op bezoek was, beroofd van (onder meer) een geldbedrag en een hoeveelheid qat. Eén van de medeverdachten heeft de bewoner in een wurggreep om zijn keel vastgepakt en hem een aantal klappen tegen zijn hoofd gegeven met de vlakke hand. Ook zijn de bewoner en diens bezoeker door de medeverdachten bedreigd. Daarbij is een mes gebruikt. Verdachte heeft dit misdrijf ondersteund door tijdens de overval buiten de woning in de auto te wachten en na afloop daarvan de auto te besturen.

De bewoner is door de overval financieel benadeeld. Bovendien was dit voor hem een zeer angstige en traumatische ervaring, zoals blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring. Verdachte heeft hieraan een bijdrage geleverd. Ook heeft hij samen met de plegers van de overval bijgedragen aan het in stand houden en versterken van de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte in de vijf jaar voorafgaande aan dit feit tweemaal is veroordeeld voor strafbare feiten, maar niet voor diefstal of geweldsdelicten.

De reclassering heeft het recidiverisico ingeschat als laag gemiddeld. Volgens de reclassering stelt verdachte zich onvoldoende assertief op als het gaat om zijn eigen keuzes en belangen en moet hij leren assertiever te worden. Ook moet hij leren zijn leven meer te structureren. Mede daarom heeft de reclassering geadviseerd verdachte te veroordelen tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en een locatiegebod (huisarrest) gedurende minimaal zes maanden.

Op grond van de door de rechtbank gehanteerde landelijke oriëntatiepunten is het uitgangspunt dat voor een overval op een woning, zoals deze, waarbij het toegepaste geweld relatief gering is, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaren wordt opgelegd. Aan een medeplichtige wordt in de regel een straf opgelegd die een derde lager ligt dan de straf voor de pleger(s) van het feit.

In de omstandigheden waaronder de woningoverval heeft plaatsgevonden, de geringe rol die verdachte daarbij heeft gehad en het ontbreken van relevante recidive ziet de rechtbank aanleiding de op te leggen gevangenisstraf te beperken tot twaalf maanden. De rechtbank zal een deel daarvan (te weten drie maanden) voorwaardelijk opleggen, teneinde verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Dit betekent dat verdachte het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf inmiddels al geheel heeft uitgezeten. Ook zal de rechtbank aan het voorwaardelijke deel een meldplicht verbinden, zodat de reclassering nog enige tijd toezicht op verdachte kan houden. De rechtbank ziet geen meerwaarde in het opleggen van een locatiegebod (huisarrest) en zal dit achterwege laten. De door de rechtbank opgelegde straf is lager dan de geëiste straf, omdat de rechtbank verdachte - anders dan de officier van justitie - aanmerkt als medeplichtige en niet als medepleger.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering van in totaal € 1.095,00 bestaat uit een bedrag van € 250,00 aan immateriële schade, een bedrag van € 800,00 aan weggenomen geld en een bedrag van € 45,00 voor weggenomen kleding.

De rechtbank is van oordeel dat een deel van de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. Dit deel betreft de gevorderde immateriële schade van € 250,00 en een bedrag van € 150,00 aan weggenomen geld. De rechtbank acht dit deel van de vordering, dat niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en - vermeerderd met de wettelijke rente - voor hoofdelijke toewijzing vatbaar. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

De rechtbank is van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om het overige deel van de gevorderde materiële schade te kunnen beoordelen. Uit het dossier blijkt dat een geldbedrag van ongeveer € 150,00 is weggenomen. De verklaring van de benadeelde partij dat een hoger bedrag (te weten € 800,00) en meerdere kledingstukken zijn weggenomen, wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen en de rechtbank acht deze verklaring op dit punt onvoldoende betrouwbaar om daar zonder meer vanuit te gaan. De rechtbank zal echter niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om dit deel van de gevorderde schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dit deel van de vordering. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 48 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot drie maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich binnen veertien dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zoutbranderij 1 in Leeuwarden en zich nadien blijft melden zo frequent en zo lang de reclassering dat gedurende de proeftijd van twee jaren noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 400,00 (zegge: vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2015, in dier voege dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 400,00 (zegge: vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van acht dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 150,00 aan materiële schade en € 250,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2015.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. M. Jansen, rechters, bijgestaan door mr. F.F. van Emst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2015.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Koelman

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Jansen

locatie Leeuwarden,

Van Emst