Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6406

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-11-2015
Datum publicatie
29-06-2016
Zaaknummer
18.720310-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een werkstraf voor wederspannigheid en het beledigen van twee agenten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2011-01-01
Wetboek van Strafrecht 180, geldigheid: 2002-04-01
Wetboek van Strafrecht 266, geldigheid: 2002-04-01
Wetboek van Strafrecht 267, geldigheid: 2002-04-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720310-15

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/730374-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 12 november 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in [verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 november 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W. Boonstra, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.V. van Overbeeke.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 4 oktober 2015 te [pleegplaats] , toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 1] (brigadier van politie) en/of [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie), verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en) (te weten artikel 447e Wetboek van Strafrecht), had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den), teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen voornoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken, althans zijn lichaam te bewegen, in een andere richting dan die waarin voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hem, verdachte, trachtte(n) te geleiden;

2.

hij op of omstreeks 4 oktober 2015 te [pleegplaats] , opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 1] (brigadier van politie) en/of [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, in het openbaar en/of in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kankerhoeren" en/of "Ga je moeder neuken", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde;

- oplegging van een taakstraf voor de duur van zestien uren.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten, die door verdachte zijn bekend, de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 november 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL0100-2015289550-5, d.d. 4 oktober 2015, inhoudende de verklaring van de verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan. Ieder bewijsmiddel is - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 4 oktober 2015 te [pleegplaats] , toen in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren, te weten [slachtoffer 1] (brigadier van politie) en [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie), verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit (te weten overtreding van artikel 447e Wetboek van Strafrecht), hadden aangehouden en vastgegrepen, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen voornoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een andere richting dan die waarin voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hem, verdachte, trachtten te geleiden;

2.

hij op 4 oktober 2015 te [pleegplaats] opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [slachtoffer 1] (brigadier van politie) en [slachtoffer 2] (hoofdagent van politie), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in het openbaar en in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kankerhoeren" en "Ga je moeder neuken".

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. wederspannigheid;

2. eenvoudige belediging aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Nadat twee politieagenten verdachte hadden aangehouden, omdat hij weigerde zijn paspoort te tonen, is verdachte weggelopen en heeft hij zich verzet tegen zijn aanhouding. Ook heeft hij beide agenten beledigd. Door zijn handelen heeft verdachte het gezag van de politie ondermijnd en heeft hij de agenten in hun eer en goede naam aangetast.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de dagvaarding is vermeld met parketnummer 18/720310-15, betreffende het niet voldoen aan de verplichting een identiteitsbewijs aan te bieden. Dit feit is hiermee afgedaan.

De rechtbank acht de door de officier van justitie geëiste werkstraf van zestien uren passend en geboden en zij zal verdachte overeenkomstig deze eis veroordelen.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 13 september 2013, gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 14 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 26 oktober 2015 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast heeft de officier van justitie bij vordering d.d. 11 november 2015 de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk opgelegde straf gevorderd wegens overtreding van de daaraan verbonden bijzondere voorwaarde(n). De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de laatstgenoemde vordering eerst te beoordelen. De rechtbank heeft besloten de laatstgenoemde vordering (gedeeltelijk) toe te wijzen. Daarom zal zij de vordering tot tenuitvoerlegging wegens overtreding van de algemene voorwaarde afwijzen. De beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging wegens overtreding van de bijzondere voorwaarde(n) is neergelegd in een afzonderlijke uitspraak.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 180, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van zestien uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van acht dagen zal worden toegepast.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

730374-13:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Leeuwarden d.d. 13 september 2013 wegens overtreding van de algemene voorwaarde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Jansen, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door mr. F.F. van Emst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 november 2015.

w.g.

Jansen

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Brinksma

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

De Wit

locatie Leeuwarden,

Van Emst