Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6401

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-11-2015
Datum publicatie
23-06-2016
Zaaknummer
18.215292-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een werkstraf voor het medeplegen van Marktplaatsoplichting. De rechtbank is van oordeel dat de valse hoedanigheid in dit geval niet alleen bestaat uit het zich in strijd met de waarheid voordoen als bonafide verkoper, maar tevens uit het als verkoper verstrekken van onbruikbare contactgegevens aan de wederpartij en het gebruiken van een niet aan verdachte en de medeverdachte te linken bankrekening. Hierdoor hebben zij bewust de mogelijkheden van de gedupeerde kopers om verhaal op hen te halen, bemoeilijkt. Ditzelfde geldt voor het verwijderen van de advertenties, nadat het aankoopbedrag was betaald.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/215292-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 november 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 november 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.A. Buijs, advocaat te Heerenveen .

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.V. van Overbeeke.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 3 februari 2014 tot en met 20 februari 2014, in elk geval in of omstreeks de maand februari 2014, te [pleegplaats 1] , (althans) in de gemeente Weststellingwerf, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] (en/of (een) ander(en)) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (- zakelijk weergegeven -) (telkens) onder een valse naam ( [alias 1] ) een advertentie op marktplaats geplaatst en/of (daarin) een iPod te koop aangeboden en/of (in het mailverkeer) valselijk aangegeven dat na betaling van de iPod en/of de verzendkosten, deze zou worden opgestuurd en/of (nadat de verkoop had plaatsgevonden) (in een of meer voorkomende gevallen) de advertentie van marktplaats verwijderd, waardoor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] (en/of (een) ander(en))(telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 3 februari 2014 tot en met 20 februari 2014, in elk geval in of omstreeks de maand februari 2014, te [pleegplaats 1] , (althans) in de gemeente Weststellingwerf, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal, (telkens) geld heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geld (telkens)

wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf (oplichting, dan wel verduistering) verkregen goed(eren) betrof.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. primair ten laste gelegde;

- oplegging van een taakstraf voor de duur van 80 uren;

- volledige toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] , telkens onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs

Betrouwbaarheid van het bewijs

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verklaringen van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) voorbij moet worden gegaan, omdat deze onbetrouwbaar zijn. Daartoe is aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 1] tegenstrijdig zijn en dat er geen bewijs is dat deze verklaringen ondersteunt.

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte 1] ten aanzien van zijn eigen rol op zijn minst de nodige vragen oproepen. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaringen van [medeverdachte 1] voor zover deze de rol van verdachte en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) betreffen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat dit deel van de verklaringen van Koopmans steun vindt in de overige - hierna opgenomen - bewijsmiddelen. De rechtbank heeft daarbij vooral in aanmerking genomen dat uit de overige bewijsmiddelen blijkt dat één van de advertenties op Marktplaats is geplaatst met gebruikmaking van het IP-adres dat is gekoppeld aan het woonadres van [medeverdachte 2] , dat daarbij de gebruikersnaam " [gebruikersnaam] " is gebruikt, dat verdachte en/of [medeverdachte 2] meerdere malen, kort nadat aankoopbedragen voor iPods op de bankrekening van [medeverdachte 1] waren gestort, geld hebben gepind van deze rekening en dat op de beelden van de bewakingscamera te zien is dat [medeverdachte 1] het geld dat hij op 3 februari 2014 heeft gepind, heeft afgegeven aan verdachte.

Gelet op het voorgaande, ziet de rechtbank geen aanleiding om de verklaringen van [medeverdachte 1] uit te sluiten van het bewijs. Dit betekent dat het verweer niet slaagt.

Bewijsmiddelen

De rechtbank past ten aanzien van het primair ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 12 november 2015 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb twee keer gepind in [pleegplaats 1] met de pas van [medeverdachte 1] van de rekening van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft zelf ook een keer gepind en het gepinde geld aan mij gegeven.

2. De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2014018259, gesloten op 24 juni 2014, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

2.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL1305-2014088551-1, d.d. 10 april 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :

Op 3 februari 2014 heb ik via internet een aankoop gedaan via de website Marktplaats. Het aankoopbedrag was € 66,75 en dit heb ik overgemaakt op het Rabobank rekeningnummer [rekeningnummer] . Het product heb ik nooit ontvangen. Ik ben opgelicht. Bij dit proces-verbaal is een kopie van mijn bankafschrift gevoegd.

2.2.

een computeruitdraai van een rekening ten name van (onder meer) dhr. drs. [slachtoffer 1] , als bijlage gevoegd bij het onder 2.1. vermelde proces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

rekening begunstigde: [rekeningnummer]

boekdatum: 03-02-2014

omschrijving: [rekeningnummer] [alias 1] I-pod touch

- € 66,75.

2.3.

een aangifteformulier internetoplichting, nummer 012860000736626, d.d. 4 april 2014 ondertekend door de aangever, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 2] :

website: www.marktplaats.nl

advertentietitel "iPod Touch 8GB 4g"

omschrijving geschil: Op 7 februari heb ik gereageerd op een advertentie met nummer 775818763. Nadat we het eens waren over de prijs heb ik mijn gegevens naar de verkoper gestuurd en vervolgens dezelfde dag via telebankieren geld overgemaakt. Sindsdien heb ik niets meer gehoord van deze verkoper en heb ook geen product ontvangen tot nu toe. Ook heeft de verkoper de advertentie direct verwijderd. Van de verkoper heb ik geen gegevens ontvangen behalve een naam en een rekeningnummer [rekeningnummer] . Op deze rekening heb ik het geld overgemaakt.

datum betaling: 07-02-2014

bedrag aankoop: € 50,00

naam rekeninghouder wederpartij: [alias 2]

2.4.

een kopie van een rekeningafschrift van een rekening ten name van (onder meer) [slachtoffer 2] , gevoegd bij het onder 2.3 vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

rentedatum: 07-02-2014

tegenrekening: [rekeningnummer]

naam/omschrijving: [alias 2] , Ipod 4 via marktplaats, Groeten [slachtoffer 2]

bedrag af: € 50,00

2.5.

een uitdraai van enkele e-mailberichten, gevoegd bij het onder 2.3 vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Op 7 februari 2014 heeft " [slachtoffer 2] via Marktplaats" het volgende geschreven: Hallo [alias 2] , ik wil er 50 euro voor geven inclusief verzendkosten. Wat vind je daarvan? Ik hoor het wel weer. Groeten, [slachtoffer 2] .

Op 7 februari 2014 heeft " [alias 2] via Marktplaats" het volgende geschreven: Beste [slachtoffer 2] , dan hebben wij een akkoord. U kunt het overboeken op rekeningnummer [rekeningnummer] . Zou ik uw adres en gegevens mogen. Ik geef direct een sein zodra het binnen is. Vervolgens ga ik direct naar het postkantoor. Ik hoor graag als het gelukt is. Mvg [alias 2] .

2.6.

een aangifteformulier internetoplichting, nummer 012860000738006, d.d. 9 april 2014 ondertekend door de aangever, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 3] :

website: www.marktplaats.nl

advertentietitel: Ipod nano (16 GB)

advertentienummer: 776258130.

omschrijving geschil: iPod Nano gekocht op Marktplaats, daarna betaald en niets toegeleverd gekregen. Als ik hem bel, zegt hij nergens van af te weten en op mailtjes reageert hij niet. Eerst noemde hij zichzelf [alias 1] , vervolgens heb ik via één van zijn andere advertenties contact opgenomen, hier noemt hij zichzelf [alias 3] . Tevens heeft meneer een valse woonplaats opgegeven.

datum betaling: 08-02-2014

bedrag aankoop: 51,75

bankrekeningnummer wederpartij: [rekeningnummer]

naam rekeninghouder wederpartij: [alias 1]

2.7.

een uitdraai met de titel "details van de transactie" betreffende een rekening ten name van [slachtoffer 3] , gevoegd bij het onder 2.6. vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

tegenrekening: [rekeningnummer]

ten name van: [alias 1]

omschrijving: ipod nano 16 gb 7e generatie incl verzenden

verwerkingsdatum: 08-02-2014

2.8.

een uitdraai van enkele e-mailberichten, gevoegd bij het onder 2.6 vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Van: [alias 1] via Marktplaats

Onderwerp: RE: Bod: Ipod nano (16 GB)

Beste [slachtoffer 3] , ik accepteer je bod. Hoor het wel van je. Mvg [alias 1] .

Van: [alias 1] via Marktplaats

Onderwerp: RE: Bod: Ipod nano (16 GB)

Beste [slachtoffer 3] , het kan worden overgemaakt op [rekeningnummer] [alias 1] . Laat me weten of het is gelukt, dan zal ik hem zo snel mogelijk versturen en de ipod eraf halen. Alvast bedankt. Mvg.

2.9.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL1000-2014046957-1, d.d. 3 mei 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 4] :

Op 8 februari 2014 heb ik een geldbedrag overgemaakt naar een verkoper op Marktplaats voor de aankoop van een iPod nano. Ik zag op Marktplaats een advertentie staan waarin de verkoper een gebruikte iPod aanbood. Ik heb € 55,00 geboden. Ik kreeg van de verkoper, volgens de mail [alias 1] , via de e-mail de mededeling dat het bod was aangenomen. We kwamen overeen dat ik € 55,00 plus verzendkosten zou overmaken naar rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [alias 1] . De afspraak was dat [alias 1] de iPod de volgende dag op de post zou doen en mij een track & tracenummer zou doormailen. Ik kreeg geen mail. Ik zag dat de advertentie van Marktplaats was verwijderd. Ik heb een aantal mails gestuurd naar [alias 1] maar heb geen enkele reactie gekregen en begreep dat ik was opgelicht. Ik lever hierbij een kopie in van mijn rekeningafschrift waarop te lezen is dat ik het genoemde bedrag heb overgemaakt en een kopie van de e-mailcorrespondentie met [alias 1] .

2.10.

een uitdraai met de titel "transactieoverzicht" betreffende een rekening van de Rabobank, gevoegd bij het onder 2.9. vermelde proces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

datum: 08-02-2014

tegenrekening: [rekeningnummer] ten name van [alias 1]

omschrijving: [adres 1] ipod"

bedrag: € 61,75.

2.11.

een uitdraai van enkele e-mailberichten, gevoegd bij het onder 2.9. vermelde proces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Op 8 februari 2014 heeft " [alias 1] via Marktplaats" het volgende geschreven: Beste [slachtoffer 4] , Dat is helemaal prima, u kunt het overmaken op [rekeningnummer] de naam [alias 1] . Laat me weten of het is gelukt dan zal ik hem zo snel mogelijk versturen en stuur ik u de track & trace. Alvast bedankt. Mvg [alias 1] .

Advertentienummer: 776258130.

2.12.

een aangifteformulier internetoplichting, nummer 012860000737796, d.d. 9 april 2014 ondertekend door de aangever, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 5] :

gegevens wederpartij: [alias 1] .

website: www.marktplaats.nl

advertentietitel: i-pod touch 8gb te koop

omschrijving geschil: Betaald en niet ontvangen. Na meerdere keren contact via Marktplaats te hebben gezocht, heeft hij geen enkele keer meer gereageerd, maar wel de advertentie verwijderd van Marktplaats.

datum betaling: 09-02-2014

bedrag aankoop: 71,75

bankrekening wederpartij: [rekeningnummer]

naam rekeninghouder wederpartij: [alias 1]

2.13.

een kopie van een rekeningafschrift van een rekening ten name van (onder meer) [slachtoffer 5] , gevoegd bij het onder 2.12. vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

rentedatum: 09-02-2014

tegenrekening: [rekeningnummer]

ten name van: [alias 1]

omschrijving: [slachtoffer 5] inzake [alias 1]

bedrag af: € 71,75.

2.14.

een aangifteformulier internetoplichting, nummer 012860000746271, d.d. 16 april 2014 ondertekend door de aangever, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever [slachtoffer 6] :

gegevens wederpartij: [alias 3] of [alias 1]

website: www.marktplaats.nl

advertentietitel: Ipod Nano (16GB)

omschrijving geschil: Met dhr tot overeenkomst gekomen tot het bedrag van 65 euro. Na het geld overgemaakt te hebben op rekeningnummer [rekeningnummer] onder de naam van [alias 1] is er geen contact meer geweest. Dhr. meerdere malen gemaild waar mijn product bleef, maar tot op heden niks ontvangen. Bedrag op 09-02-2014 overgemaakt. Nu bijna een maand later nog niks ontvangen en dhr is niet traceerbaar.

2.15.

een uitdraai met de titel "transactiedetails" betreffende een rekening ten name van [slachtoffer 6] , gevoegd bij het onder 2.14. vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

bedrag af: € 65,00

naar rekening: [rekeningnummer] ten name van [alias 1]

omschrijving: ipod conform afspraak 9-2

verwerkingsdatum: 09-02-2014

2.16.

een uitdraai van enkele e-mailberichten, gevoegd bij het onder 2.14. vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

RE: Bod: Ipod nano (16 GB)

[alias 1] via Marktplaats

Beste [slachtoffer 6] , ik accepteer uw bod. Ik hoor het wel verder van je. Mvg.

Advertentienummer: 776258130

RE: Bod: Ipod nano (16 GB)

Kevin via Marktplaats

Hallo [slachtoffer 6] , mag worden overgemaakt op [rekeningnummer] , [alias 1] . Laat me weten of het is gelukt dan zal ik het zo snel mogelijk voor u op de post doen. Alvast bedankt. Mvg.

2.17.

een aangifteformulier internetoplichting, nummer 012860000739636, d.d. 7 april 2014 ondertekend door de aangeefster, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster [slachtoffer 7] :

gegevens wederpartij: [alias 3]

woonplaats: [plaats 1]

website: www.marktplaats.nl

advertentietitel: Ipod nano 6th generatie 8 GB

omschrijving geschil: Op 12-2 heeft [alias 3] mijn bod van 50 euro geaccepteerd. Op 13-2 heeft [alias 3] mij verzocht om 56,76 (incl. verzendkosten) over te maken op zijn rekening en hij zou de iPod zo snel mogelijk op de post doen. Ik heb op 13-2 het geld overgemaakt en hem op de hoogte gesteld. Later op de dag van 13-2 heeft [alias 3] de advertentie verwijderd van marktplaats. Ik heb hem meerdere e-mails gestuurd met de vraag of hij nog van plan is om de iPod op te sturen en zo nee, of hij mij het geld wil terugbetalen. Tot vandaag heb ik niets meer van hem gehoord.

bankrekeningnummer wederpartij: [rekeningnummer]

naam rekeninghouder wederpartij: [alias 3]

2.18.

een uitdraai met de titel "mijn ING overzicht" betreffende een rekening ten name van [slachtoffer 7] , gevoegd bij het onder 2.17. vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

datum: 13-02-2014

tegenrekening: [rekeningnummer]

ten name van: [alias 3]

omschrijving: iPod

bedrag af: € 56,75

2.19.

een aangifteformulier internetoplichting, nummer 012860000744951, d.d. 20 april 2014 ondertekend door de aangeefster, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster [slachtoffer 8] :

gegevens wederpartij: [alias 4]

e-mailadres wederpartij: [emailadres alias 4]

woonplaats wederpartij: [plaats 2]

website: www.marktplaats.nl

advertentietitel: 2x Apple iPod touch 8gb

omschrijving geschil: Ik heb een bod uitgebracht en kreeg mail dat deze geaccepteerd was. Meteen betaald, maar nooit wat ontvangen, sindsdien ook geen reacties meer op mail. " [alias 4] via Marktplaats 13 feb. aan [slachtoffer 8] . Reactie op uw bod van EUR 90,00 op "2x Apple iPod touch 8gb" Beste [slachtoffer 8] , Ik accepteer uw bod. Ik hoor hoe u het wilt afhandelen. Let op mijn mail is veranderd naar [emailadres alias 4] . Ik hoor het wel. Mvg.

datum betaling: 14-02-2014

bankrekeningnummer wederpartij: [rekeningnummer]

naam rekeninghouder wederpartij: [alias 4]

2.20.

een kopie van een rekeningafschrift betreffende een rekening ten name van [slachtoffer 8] , gevoegd bij het onder 2.19. vermelde aangifteformulier, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

boekdatum: 14-02-2014

IBAN: [rekeningnummer]

ten name van: [alias 4]

omschrijving: 2x iPod via Marktsplaats

bedrag af: € 90,00

2.21.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02FW-2014018259-5, d.d. 12 maart 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [verbalisant] :

Op 4 maart 2014 bekeek ik vluchtig de beelden van de bewakingscamera van de geldautomaten van de Rabobank te [pleegplaats 1] en zag dat [medeverdachte 1] samen met twee andere personen betrokken was, ofwe1 samen alsook afzonderlijk, voor alle geldopnames bij de Rabobank in [pleegplaats 1] . Op 5 maart 2014 verscheen [getuige 1] , de moeder van [medeverdachte 1] , samen met haar andere zoon [getuige 2] . Ik toonde hen de beelden. Zij herkende haar zoon op de beelden en ook herkende ze [verdachte] . Haar zoon [getuige 2] herkende op de beelden zijn broer [medeverdachte 1] . Tevens herkende hij beide andere jongens. Het ging om [verdachte] en [medeverdachte 2] . [getuige 1] overhandigde mij een bankafschrift van de rekening van haar zoon. Ik zag dat op 13/02/2014 en 14/02/2014 twee keer een geldbedrag op de rekening was gestort en dat drie keer geld was opgenomen bij een geldautomaat, waarvan twee keer bij de geldautomaat van de Rabobank aan het [adres 2] te [pleegplaats 2] . Op 10 maart 2014 bekeek ik uitgebreid de van de Rabobank ontvangen bewakingsbeelden van de geldautomaat van de Rabobank te [pleegplaats 1] . Ik zag dat die beelden waren voorzien van datum en tijdsaanduiding. Verder zag ik dat onder de beelden een bericht meeliep in verband met de geldopnames (hierna: de meelopende regel). Op die beelden zag ik het volgende:

03/02/2014 tussen 17:58 uur en 18:01 uur: [medeverdachte 1] pint tot tweemaal toe een geldbedrag te weten 20 euro en 40 euro. Bij hem zijn [verdachte] en [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zit op zijn fiets en [verdachte] verricht ook handelingen bij de geldautomaat. Ook zie ik op die beelden dat [medeverdachte 1] geld afgeeft aan [verdachte] . Op de meelopende regel zie ik naast de genoemde bedragen dat de transacties respectievelijk die dag beginnen om 17:00:01 uur en 17:01:00 uur en dat het beide keren bankrekening [rekeningnummer] betreft.

06/02/2014 tussen 15:18 uur en 15:20 uur: [medeverdachte 2] pint een bedrag van 60 euro. Op de meelopende regel zie ik naast het genoemde bedrag dat de transactie die dag begint om 14:20:13 uur en dat het bankrekening [rekeningnummer] betreft.

07/02/2014 tussen 16:47 uur en 16:50 uur: [verdachte] pint een bedrag van 80 euro. [medeverdachte 2] staat naast hem. Op de meelopende regel zie ik naast het genoemde bedrag dat de transactie die dag begint om 15:49:32 uur en dat het bankrekening [rekeningnummer] betreft.

08/02/2014 tussen 23:22 uur en 23:27 uur: [medeverdachte 1] pint bij geldautomaat 4, 20 euro en bij de daarnaast gelegen geldautomaat 5, 40 euro. Op de meelopende regel zie ik naast het genoemde geldbedrag dat de transacties die dag beginnen om 22:27:43 uur en dat het bankrekening [rekeningnummer] betreft.

09/02/2014 tussen 14:58 uur en 15:01 uur: [medeverdachte 2] pint bij de geldautomaat een bedrag van 130 euro. Op de meelopende regel zie ik naast het genoemde geldbedrag dat de transactie die dag begint om 14:14:00 uur en dat het bankrekening [rekeningnummer] betreft.

Op vordering van de officier van justitie stelde de Rabobank aan mij de beelden van de bewakingscamera van de Rabobank, [adres 2] te [pleegplaats 2] van twee geldopnames op 11 maart 2014 ter beschikking. Op 11 maart 2014 bekeek ik deze beelden. Ik zag dat die beelden waren voorzien van datum en tijdsaanduiding. Op die beelden zag ik het volgende:

13/02/2014 tussen 14:41 uur en 14:43 uur: [medeverdachte 2] pleegt handelingen bij de geldautomaat.

Uit het bankafschrift van de rekening [rekeningnummer] blijkt dat op 13/02/2014 te 14.40 uur 50 euro is gepind.

14/02/2014 tussen 11:52 uur en 11:54 uur: [medeverdachte 2] pleegt handelingen bij de geldautomaat.

Uit bet bankafschrift van de rekening [rekeningnummer] blijkt dat op 14/02/2014 te 11.51 uur 30 euro is gepind.

2.22.

een kopie van een rekeningafschrift d.d. 12 februari 2014, betreffende de rekening van de Rabobank met rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [medeverdachte 1] , als bijlage gevoegd bij het onder 2.21. vermelde proces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Rente Naam Omschrijving Mutaties Mutaties datum af (debet) bij (credit)

3-02 [slachtoffer 1] I-POD TOUCH - € 66,75

3-02 - geldautomaat 17:01 € 20,00 -

3-02 - geldautomaat 17:01 € 40,00 -

7-02 [slachtoffer 2] Ipod 4 via marktplaats. - € 50,00

Groeten [slachtoffer 2]

7-02 Call-Me Telecom ipod samy - € 35,00

7-02 - geldautomaat 15:50 € 80,00 -

8-02 [slachtoffer 3] ipod nano 16 gb 7e generatie - € 51,75

8-02 - geldautomaat 17:52 € 50,00 -

8-02 [slachtoffer 4] [adres 1] - € 61,75

[adres 1] ipod

8-02 - geldautomaat 22:27 € 20,00 -

8-02 - geldautomaat 22:30 € 40,00 -

9-02 [slachtoffer 5] inzake [alias 1] - € 71,75

9-02 [slachtoffer 6] ipod conform afspraak 9-2 - € 65,00

9-02 - geldautomaat 14:14 € 130,00 -

2.23.

een kopie van een rekeningafschrift d.d. 26 februari 2014, betreffende de rekening van de Rabobank met rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [medeverdachte 1] , als bijlage gevoegd bij het onder 2.21. vermelde proces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Rente Naam Omschrijving Mutaties Mutaties datum af (debet) bij (credit)

13-02 [slachtoffer 7] iPod - € 56,75

13-02 - geldautomaat 14:40 € 50,00 -

14-02 [slachtoffer 8] 2x iPod via Marktplaats - € 90,00

14-02 - geldautomaat 11:43 € 60,00 -

14-02 - geldautomaat 11:51 € 30,00 -

2.24.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02FW-2014018259-9, d.d. 10 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [verbalisant] :

Marktplaats BV maakte bekend dat de advertentie met bet nummer 77581873 (de rechtbank begrijpt op grond van de bijgevoegde advertentie: 775818763) is geplaatst door een persoon met het e-mailadres [emailadres 1] , het [IP-adres] , de gebruikersnaam [gebruikersnaam] en het adres [pleegplaats 1] , [postcode 1] . Ik zag dat de internetprovider van het [IP-adres] KPN Internet is. KPN Internet maakte bekend dat [IP-adres] actueel in gebruik is bij [medeverdachte 2] , [adres 3] te [postcode 2] [pleegplaats 1] . Op het adres [adres 3] te [pleegplaats 1] woont onder andere [gebruikersnaam] [medeverdachte 2] .

2.25.

een uitdraai van een Marktplaatsadvertentie met advertentie ID 775818763, gevoegd bij het onder 2.24. vermelde proces-verbaal, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

titel: iPod Touch 8GB 4g

prijs: € 50,00

omschrijving: Hallo, mooie iPod touch te koop. De iPod is gebruikt maar altijd goed opgepast dus in redelijk goede staat. Geen ernstige schades o.i.d. Bij de iPod krijgt u de oplader, beschermhoesje en oordopjes. Doe een mooi bod. Mvg [alias 2] .

datum: 07-02-2014

adverteerder: [emailadres 2]

naam: [alias 2]

plaats: [plaats 3]

2.26.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02FW-2014018259-23, d.d. 4 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [medeverdachte 1] :

Ik moest mijn bankpas of aan [verdachte] of aan [gebruikersnaam] afgeven. Volgens mij was [verdachte] degene die mij vertelde dat ze iPads en volgens mij iPods op internet aanboden, dat de mensen dan moesten betalen op mijn rekening en dat ze dan die goederen niet leverden. Volgens mij was [gebruikersnaam] bij dit gesprek aanwezig. Ik moest het gepinde geld aan hen geven. Ik heb een keer geld afgegeven aan [verdachte] en ook een keer aan [gebruikersnaam] .

2.27.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02FW-2014018259-35, d.d. 5 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [medeverdachte 1] :

[verdachte] vertelde mij dat wanneer er geld voor hem op mijn rekening was gestort, hij mij zou bellen. Ik zou dan gaan pinnen of hij zou gaan pinnen. De eerste keer stond ik in [pleegplaats 1] . [verdachte] kwam daar toen ook en vroeg of ik met hem meeliep naar de bank, want er stond geld op mijn rekening. Ik ben toen meegegaan. Volgens mij was [gebruikersnaam] er ook bij. Ik heb toen gepind. Er kwam twee keer geld uit de automaat, 20 en 40 volgens mij. Volgens mij heb ik mijn bankpas drie keer aan [gebruikersnaam] gegeven om te kunnen pinnen. De laatste paar keer hebben ze mijn bankpas gewoon gehouden. Voor zover ik mij herinner is het nog wel een keer gebeurd dat [verdachte] erbij stond terwijl ik pinde. Ik moest het geld van [verdachte] aan [gebruikersnaam] geven.

Bewijsoverwegingen

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, omdat niet kan worden bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde oplichting. Daartoe is aangevoerd dat het gebruikte IP-adres niet van [medeverdachte 2] is, maar van een huisgenoot, dat een groot aantal mensen gebruik maakt van dit IP-adres en dat [gebruikersnaam] in Arabische kringen een zeer veel voorkomende naam is. Voorts is aangevoerd dat verdachte en [medeverdachte 2] er een verklaring voor hebben gegeven waarom zij geld hebben gepind van de rekening van [medeverdachte 1] , namelijk omdat hij hen heeft gevraagd dit te doen en verdachte nog geld tegoed had van [medeverdachte 1] . Ook heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van medeplegen, aangezien nergens uit is gebleken dat verdachte en [medeverdachte 2] hebben samengewerkt bij het aanmaken van het IP-adres, de gebruikersnaam, de advertenties en de e-mailadressen, noch dat zij samen hebben afgesproken mensen via internet te gaan oplichten. Voorts is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat sprake is van het aannemen van een valse hoedanigheid. Het enkel zich voordoen als bonafide koper is daarvoor onvoldoende en de kopers zijn niet bewogen tot het afgeven van het geld door het gebruik van verschillende namen en het verwijderen van de advertentie na het sluiten van de koop. Bovendien moeten mensen die goederen kopen van Marktplaats voorzichtig zijn en is in dit geval niet gebleken dat de kopers op enigerlei wijze hebben geprobeerd te controleren of de opgegeven gegevens klopten, aldus de verdediging.

De rechtbank overweegt naar aanleiding van deze verweren het volgende.

Koopmans heeft - zakelijk weergegeven - onder meer verklaard dat het volgens hem [verdachte] was die hem vertelde dat ze iPods op internet aanboden, dat de mensen moesten betalen op de rekening van [medeverdachte 1] en dat ze de goederen vervolgens niet leverden. Voorts heeft hij verklaard dat [gebruikersnaam] volgens hem bij dit gesprek aanwezig was. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, ziet zij geen aanleiding om aan de geloofwaardigheid van deze verklaring te twijfelen.

Uit de bankafschriften van de rekening van [medeverdachte 1] en de beschrijving van de beelden van de bewakingscamera's van de Rabobank blijkt dat telkens op dezelfde dag dat de aankoopbedragen voor de iPods van alle acht aangevers op de rekening van [medeverdachte 1] werden bijgeschreven, die bedragen - afgerond op een veelvoud van € 10,00 - door verdachte, [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] van die rekening werden gepind. Verdachte was aanwezig toen [medeverdachte 1] pinde op 3 februari 2014 en toen [medeverdachte 2] pinde op 6, 9, 13 en 14 februari 2014 en hij heeft zelf gepind op 7 februari 2014. Voorts blijkt daaruit dat [medeverdachte 1] op 3 februari 2014 het door hem gepinde geld heeft afgegeven aan verdachte en dat verdachte toen zelf ook handelingen heeft verricht bij de geldautomaat. Verdachte en [medeverdachte 2] hebben ieder verklaringen afgelegd over de reden waarom zij pinden van de rekening en met de pinpas van [medeverdachte 1] . Deze verklaringen komen niet met elkaar overeen en ook niet met de beelden van de bewakingscamera's. [medeverdachte 2] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij gepind heeft op verzoek van [medeverdachte 1] en dat hij het geld aan [medeverdachte 1] gaf. Verdachte heeft in eerste instantie - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij nooit met de bankpas van iemand anders heeft gepind bij een geldautomaat (behalve voor zijn vader). Vervolgens wenste hij niet te verklaren hoeveel geld hij nog van [medeverdachte 1] kreeg en uiteindelijk heeft hij ter terechtzitting - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij niet meer precies weet hoeveel geld [medeverdachte 1] van hem had geleend. Daarom acht de rechtbank de verklaringen die verdachte en [medeverdachte 2] hebben gegeven voor het pinnen van de rekening van [medeverdachte 1] niet geloofwaardig en zal zij deze verklaringen terzijde schuiven.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] van 10 juni 2014 blijkt dat de Marktplaats-advertentie met het nummer 775818763, waarop is gereageerd door aangever [slachtoffer 2] , is geplaatst door een persoon met het emailadres [emailadres 1] en de gebruikersnaam [gebruikersnaam] , met gebruikmaking van het [IP-adres] . Ook blijkt daaruit dat dit IP-adres actueel in gebruik is bij [medeverdachte 2] , wonende aan de [adres 3] te [postcode 2] [pleegplaats 1] , zijnde het woonadres van [medeverdachte 2] .

De overige zeven aangevers hebben gereageerd op Marktplaats-advertenties met andere advertentienummers, zodat van die advertenties niet zonder meer vaststaat dat deze zijn geplaatst met gebruikmaking van hetzelfde IP-adres.

Alle acht de gevallen hebben echter gemeen dat ze betrekking hebben op de verkoop van dezelfde goederen, te weten iPods, en dat het aankoopbedrag moest worden overgemaakt op de rekening met het nummer [rekeningnummer] . Voorts hebben alle verkopen en betalingen plaatsgevonden in een zeer korte periode van minder dan twee weken. Daarbij komt dat de aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] het geld moesten overmaken ten name van [alias 1] . De naam [alias 1] komt terug in het emailadres ( [emailadres 1] ) dat is gebruikt door de persoon die de advertentie met nummer 775818763 heeft geplaatst. De door aangeefster [slachtoffer 7] gebruikte tenaamstelling van de rekening ( [alias 3] ) wijkt hier nauwelijks van af. Verder hebben de gevallen van de aangevers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] met elkaar gemeen dat de verkoper zich Kevin noemt en de gevallen van de aangevers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] dat de verkoper zich (ook) [alias 3] noemt. Bovendien hebben [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] allen gereageerd op dezelfde advertentie met nummer 776258130.

Op grond van de voorgaande overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de advertenties waarop de aangevers hebben gereageerd allemaal zijn geplaatst door dezelfde persoon of personen en dat het ook telkens dezelfde perso(o)n(en) is/zijn geweest die het e-mailcontact met de aangevers hebben onderhouden en de advertenties hebben verwijderd. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de aangiftes en de daarbij gevoegde e-mailberichten blijkt dat de modus operandi in alle acht gevallen op essentiële punten overeenkomt.

Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] en de beschrijving van de beelden van de bewakingscamera's leidt de rechtbank af dat deze personen telkens verdachte en [medeverdachte 2] waren. Voorts leidt de rechtbank uit deze bewijsmiddelen af dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 2] gericht op het plaatsen van de advertenties op Marktplaats, het door de aangevers laten betalen van de koopsom op de rekening van [medeverdachte 1] , het niet leveren van de verkochte iPods en het opnemen van het geld van de rekening van Koopmans.

De verdediging heeft terecht aangevoerd dat ook andere personen gebruik konden maken van het desbetreffende IP-adres en dat de naam [gebruikersnaam] in Arabische kringen veel voorkomt. Deze omstandigheden kunnen op zichzelf dan ook niet het bewijs leveren dat verdachte en [medeverdachte 2] betrokken zijn geweest bij het plaatsen van de advertenties op Marktplaats. Indien deze omstandigheden echter worden bezien in het licht van de overige bewijsmiddelen en hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen, dragen zij naar het oordeel van de rechtbank in sterke mate bij aan dit bewijs. Daarbij merkt de rechtbank op dat alleen verdachte en [medeverdachte 2] worden genoemd in de verklaringen van [medeverdachte 1] en dat alleen verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] geld hebben gepind van de rekening van [medeverdachte 1] .

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] de advertenties betreffende het te koop aanbieden van de iPods op Marktplaats heeft geplaatst, per e-mail contact met deze aangevers heeft gehad, hen heeft verzocht het aankoopbedrag over te maken op de rekening van [medeverdachte 1] , in strijd met de waarheid heeft aangegeven de iPods aan de aangevers te zullen versturen en vervolgens de advertenties heeft verwijderd.

Zoals de verdediging terecht heeft aangevoerd, levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen te leveren, niet het aannemen van een valse hoedanigheid als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht op.

De rechtbank is echter van oordeel dat de valse hoedanigheid in dit geval niet alleen bestaat uit het zich in strijd met de waarheid voordoen als bonafide verkoper, maar tevens uit het als verkoper verstrekken van onbruikbare contactgegevens aan de wederpartij en het gebruiken van een niet aan verdachte en [medeverdachte 2] te linken bankrekening. Daartoe overweegt de rechtbank dat verdachte en [medeverdachte 2] in alle acht gevallen een foutieve naam hebben opgegeven, te weten [alias 2] , [alias 1] , [alias 3] , [alias 1] , [alias 3] en/of [alias 4] . Naar het oordeel van de rechtbank is het evident dat hier geen sprake was van een zogenaamde nickname, zoals de verdediging heeft aangevoerd, aangezien deze namen (ook) zijn opgegeven in het kader van de tenaamstelling van de rekening waarop de aankoopbedragen gestort moesten worden. Ook hebben verdachte en [medeverdachte 2] in alle acht gevallen het rekeningnummer opgegeven van een rekening die niet aan hen toebehoort en daardoor niet aan hen te linken is. Daarnaast hebben zij in enkele gevallen een foutieve woonplaats opgegeven. Door het verstrekken van deze onbruikbare contactgegevens en door gebruik te maken van andermans bankrekening hebben verdachte en [medeverdachte 2] bewust de mogelijkheden van de gedupeerde kopers om verhaal op hen te halen, bemoeilijkt. Ditzelfde geldt voor het verwijderen van de advertenties, nadat het aankoopbedrag was betaald. Daarom is de rechtbank van oordeel dat in deze gevallen wel sprake was van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank verwijst in dit kader naar een arrest van de Hoge Raad van 11 november 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3144).

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte 2] de aangevers door hun handelen hebben bewogen het geld af te geven en dat zij daarbij het oogmerk hebben gehad zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen. Zodoende heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan het medeplegen van de acht ten laste gelegde gevallen van oplichting. Dit betekent dat de rechtbank de verweren verwerpt.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij omstreeks de maand februari 2014 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk valselijk, listiglijk, bedrieglijk en in strijd met de waarheid telkens onder een valse naam (onder meer [alias 1] ) een advertentie op Marktplaats geplaatst en daarin een iPod te koop aangeboden en in het mailverkeer valselijk aangegeven dat na betaling van de iPod (en de verzendkosten), deze zou worden opgestuurd en nadat de verkoop had plaatsgevonden (in voorkomende gevallen) de advertentie van Marktplaats verwijderd, waardoor [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

primair medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met een klasgenoot schuldig gemaakt aan (ten minste) acht gevallen van internetoplichting. Zij hebben telkens op Marktplaats één of meer iPods te koop aangeboden en, nadat de koop via e-mailberichten was bevestigd en het aankoopbedrag was betaald, de iPods niet geleverd. Door zo te handelen hebben zij niet alleen de kopers financieel benadeeld, maar hebben zij ook het vertrouwen in de handel via internet in het algemeen en de handel via Marktplaats in het bijzonder ernstige schade toegebracht. Door verschillende valse namen en woonplaatsen op te geven en gebruik te maken van een niet aan hen toebehorend bankrekeningnummer hebben zij het de kopers bewust moeilijker gemaakt deze gegevens te controleren en verhaal op hen te halen.

Uit verdachtes houding ter terechtzitting blijkt dat hij geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. De rechtbank acht dit zorgelijk.

Mede gelet op het grote aantal gevallen en de relatief grote waarde van de verkochte goederen, is de rechtbank van voordeel dat in beginsel het opleggen van een gevangenisstraf op zijn plaats is. Op grond van de omstandigheden dat verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde net 18 jaar oud was en op zijn strafblad geen eerdere veroordelingen voor strafbare feiten voorkomen, zal de rechtbank hiervan afzien en verdachte in plaats daarvan veroordelen tot een forse taakstraf. Deze taakstraf is hoger dan de door de officier van justitie geëiste taakstraf van 80 uren en de door de raadsman voorgestelde taakstraf van 40 uren, omdat de rechtbank van oordeel is dat deze eis en dit strafvoorstel onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten. De rechtbank zal een deel van de straf voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] hebben zich voor aanvang van de terechtzitting als benadeelde partijen in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hen geleden schade ten gevolge van het aan verdachte primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De gevorderde schade bestaat in alle drie de gevallen uit het geldbedrag dat de benadeelde partijen hebben overgemaakt op de door verdachte en zijn mededader gebruikte bankrekening.

De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partijen gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht daarom alle drie de vorderingen gegrond en vermeerderd met de wettelijke rente voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast in alle drie de gevallen oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 140 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 70 dagen zal worden toegepast.

Bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 40 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijk opgelegde deel van de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast.

Beveelt voorts dat, indien het mocht komen tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde deel van de taakstraf, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast, indien de veroordeelde dat deel van de taakstraf niet naar behoren verricht.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 61,75 (zegge: eenenzestig euro en vijfenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 februari 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] , te betalen een bedrag van € 61,75 (zegge: eenenzestig euro en vijfenzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van één dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat volledig uit materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 februari 2014.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 50,00 (zegge: vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , te betalen een bedrag van € 50,00 (zegge: vijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van één dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat volledig uit materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2014.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] , te betalen een bedrag van € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van één dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat volledig uit materiële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2014.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. de Wit, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. M. Jansen, rechters, bijgestaan door mr. F.F. van Emst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 november 2015.

w.g.

De Wit

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Brinksma

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Jansen

locatie Leeuwarden,

Van Emst