Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6382

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-12-2015
Datum publicatie
22-05-2016
Zaaknummer
18.830264-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 21 maanden opgelegd aan verdachte die in [pleegplaats] in korte tijd een drietal jonge personen hun telefoon afhandig heeft gemaakt, al dan niet onder bedreiging. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank ziet geen aanleiding een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Tevens bevel tot tenuitvoerlegging van een eerder aan verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 317
Wetboek van Strafrecht 321
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummers: 18/830264-15 + 18/830015-15 (vordering tenuitvoerlegging)

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

31 december 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] ,

thans preventief gedetineerd in de [verblijfadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

17 december 2015.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. Hertogs.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

A. hij op of omstreeks 05 juli 2015 te [pleegplaats]

opzettelijk een mobiele telefoon (I-phone), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener/gebruiker,

onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

en/of

B. hij op of omstreeks 09 juli 2015, te [pleegplaats] , [slachtoffer 1] , heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer 1] toegevoegd de

woorden "Anders moet ik je hoeken. Ik ga je hoeken", althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 09 juli 2015 te [pleegplaats]

opzettelijk een mobiele telefoon (LG Nexus 5), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener/gebruiker,

onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

en/of

hij op of omstreeks 09 juli 2015, te [pleegplaats] , [slachtoffer 2] , heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immer heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2]

toegevoegd de woorden "Doe niet sjap, ik sla je, ik steek je neer" en/of "Als

je weer in mijn zak graait, sla ik je in elkaar", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 9 t/m 11 juli 2015 te [pleegplaats] ,

althans in Nederland, een mobiele telefoon (LG Nexus 5)

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist,

althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf

verkregen goed betrof;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 9 t/m 11 juli 2015, te [pleegplaats] ,

althans in Nederland,

een voorwerp, te weten een mobiele telefoon (LG Nexus 5), heeft verworven,

voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of

van een voorwerp, te weten een mobiele telefoon (LG Nexus 5) gebruik heeft

gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp

geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf;

3.

hij op of omstreeks 11 juli 2015, te [pleegplaats] , op of aan [straatnaam 10]

[straatnaam 10] , althans op of aan de openbare weg, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een

portemonnee met inhoud, een telefoon (Iphone 6) en een damesfiets (Sparta), in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen met zijn mededader, althans alleen (in de nachtelijke uren):

- [slachtoffer 3] , die op de fiets was, tot stoppen heeft gebracht, waardoor een

dreigende situatie onstond, en/of

- in de zakken van [slachtoffer 3] heeft gevoeld, waardoor een dreigende situatie

ontstond, en/of

- ( dreigend) tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij, verdachte, een mes bij zich

had en/of

- [slachtoffer 3] dreigend heeft toegevoegd, de woorden "ik heb een mes, ik ga je

steken", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 26 juni 2015 te [pleegplaats] met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening, in/uit een woning aan [straatnaam 1] , heeft

weggenomen eem Apple Macbook en/of een Ipod Touch, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij op of omstreeks 15 juli 2015, te [pleegplaats] ,

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] ,

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 6] en/of

[slachtoffer 7] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik snij je helemaal open" en/of "Ik

sla je helemaal dood" en/of "Ik maak je helemaal dood", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1A, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde kan worden bewezen.

Zij heeft met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat de aangifte wordt ondersteund door de verklaring van de getuige die er bij aanwezig was. Aan het feit dat aangever de leeftijd van de dader op 50 jaar schat moet niet teveel waarde worden gehecht, gelet op het grote leeftijdsverschil tussen aangever en verdachte en het feit dat aangever zelf heeft opgemerkt dat hij moeilijk leeftijden kan schatten. Voor het overige bevat het signalement bovendien voldoende elementen die wel bij verdachte passen, zoals de tatoeage op de onderarm en het kale hoofd. Verdachte bezit ook een zwarte klaptelefoon, waarover aangever en de getuige ook verklaren. In die telefoon staat het nummer opgeslagen waarmee een sms werd verstuurd naar de gestolen telefoon. Van de ten laste gelegde bedreiging moet verdachte worden vrijgesproken, nu de gebruikte bewoordingen geen bedreiging met zware mishandeling of enig misdrijf tegen het leven gericht opleveren.

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat de modus operandi gelijk is aan die van het onder 1 ten laste gelegde. De dader gebruikte een oud model telefoon en het signalement past ook bij verdachte. De gestolen telefoon is door verdachte verkocht aan iemand die hem van een foto herkent als de verkoper. Bovendien staat het nummer dat met de telefoon is gebeld ook in verdachtes telefoon.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte door de aangever als de dader is herkend bij een meervoudige fotoconfrontatie. De modus operandi, die gelijk is aan die van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, kan als steunbewijs dienen.

Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte korte tijd alleen in de woning van aangeefster heeft verbleven in de nacht waarin de goederen werden weggenomen. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte nadat hij uit de woning kwam een opvallende vorm onder zijn jas had, en volgens [getuige 1] heeft verdachte een laptop weggenomen. De verklaring van [getuige 1] past bij de camerabeelden en de verklaring van verdachte is niet geloofwaardig.

Met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat er twee aangevers zijn die grotendeels gelijkluidend verklaren. Er is geen reden om aan hun verklaringen te twijfelen. Bovendien was verdachte bij zijn aanhouding in het bezit van een mes.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde.

Hij heeft daartoe met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat het door de aangever en de getuige gegeven signalement het bewijs is dat verdachte niet de dader was. Verdachte is verre van 50 jaar oud en heeft een tatoeage aan de onderkant van zijn linkeronderarm en niet bovenop zijn rechteronderarm. Dat verdachte een zwarte klaptelefoon heeft, zegt helemaal niets, nu dergelijke telefoons nog altijd veel worden gebruikt.

Ook bij het onder 2 ten laste gelegde geldt dat verdachte helemaal niet past in het door de aangever opgegeven signalement van de dader. Verdachte heeft geen rossig haar, blauwe ogen en sproeten. Het signalement past veel beter bij [getuige 2] , die de telefoon nota bene ook in zijn bezit had. Het is dus niet uit te sluiten dat hij de telefoon heeft gestolen. De met de gestolen telefoon gebelde [getuige 3] kan niet verklaren door wie hij die dag is gebeld.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde geldt dat dit een heel ander soort feit is, zodat de modus operandi van het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet kan worden gebruikt als steunbewijs. Het opgegeven signalement van de dader is weinig specifiek en past weer niet bij verdachte. De aangever herkent verdachte weliswaar bij een fotoconfrontatie, maar daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat dat ruim anderhalve maand na de beroving was, terwijl de aangever ten tijde van de beroving aangeschoten was en het beeld van de dader voor hem steeds vager wordt naarmate de tijd vordert. Het is dus de vraag hoe betrouwbaar die herkenning is. Bovendien wonen aangever en verdachte vlakbij elkaar, zodat niet is uit te sluiten dat aangever verdachte herkent omdat zij elkaar in de buurt eerder onbewust zijn tegengekomen. Tot slot is niet te controleren of geschikte foto's zijn gebruikt voor de confrontatie, nu die niet zijn bijgevoegd bij het proces-verbaal.

Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte weliswaar in de woning van aangeefster is geweest, maar dat hij daar niets heeft weggenomen. Onduidelijk is waar de weggenomen goederen precies hebben gelegen en of verdachte wel in staat is geweest die weg te nemen. Hetgeen op de camerabeelden te zien is, heeft onvoldoende overtuigingskracht om bij te kunnen dragen aan een bewezenverklaring. Verdachtes lezing dat een ander de laptop heeft weggenomen, wordt door de bewijsmiddelen niet uitgesloten.

Met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat beide aangevers verdachte treiterden en lange tijd achter hem aan bleven lopen. Verdachte ontkent de bedreigende bewoordingen te hebben geuit, maar ook al zou hij dat hebben gedaan, dan is sprake van culpa in causa. Onder de gegeven omstandigheden was geen sprake van een redelijke vrees bij de aangevers dat zij het leven zouden verliezen.

Beoordeling van het bewijs

Vrijspraak van het onder 1B ten laste gelegde

De rechtbank overweegt met betrekking tot het onder 1B ten laste gelegde dat de volgens aangever en de getuige geuite bewoordingen, zoals deze zijn opgenomen in de tenlastelegging, juridisch niet kunnen worden aangemerkt als een bedreiging. Deze woorden kunnen hooguit worden aangemerkt als een bedreiging met mishandeling; niet met zware mishandeling of met een misdrijf tegen het leven gericht. Een bedreiging met mishandeling is niet strafbaar. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1B ten laste gelegde.

Feiten 1A, 2 primair en 3

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het onder 1A, 2 primair en 3 ten laste gelegde acht geslagen op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 5 juli 2015, opgenomen op p. 7 e.v. (zaak 1) van dossier nummer 2015193567 d.d. 29 oktober 2015, van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik liep op zondag 5 juli 2015 tussen 16:30 en 16:50 uur samen met [getuige 4] richting het parkje in [wijknaam] . Ineens werden we aangesproken door een man. Hij vroeg of één van ons een telefoon bij zich had en of hij even mocht bellen. Uiteindelijk toetste ik het nummer in dat hij noemde. Toen pakte hij mijn telefoon en ging hij bellen. Toen zei hij: "Nu moet ik je telefoon houden. Ik moet hem ruilen voor wiet." Ik zei: "Je mag hem niet houden." Toen zei hij: "Of heb je tien euro." Ik zei nee. Daarna fietste hij weg. Mijn telefoon is een witte iPhone 4. De man was blank, kaal en had op één arm een tatoeage.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 8 juli 2015, opgenomen op p. 12 e.v. (zaak 1) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] :

De man die tegen ons sprak probeerde een beetje straattaal te praten. Het was geen ABN. Ik dacht ook dat de man drugs gebruikte. De man had ook een tatoeage, letters of tekens aan de binnenkant van zijn onderarm. Ik schat dat hij 1.75 meter was.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 7 juli 2015, opgenomen op p. 15 e.v. (zaak 1) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 4] :

Wij liepen in het [park] . Een man vroeg of hij mocht bellen en of we tien euro hadden. Hij zei op een dwingende manier dat hij moest bellen. [slachtoffer 1] gaf de telefoon om te bellen. Toen zei hij dat hij de telefoon moest houden. Hij zou de telefoon teruggeven voor tien euro. De man is vervolgens weggefietst. Het was een blanke man, kaal, heel slank, met tatoeages op de binnenkant van zijn onderarm. De man zei dat hij onder de drugs zat.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 7 juli 2015, opgenomen op p. 18 e.v. (zaak 1) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 4] :

De man noemde het nummer dat [slachtoffer 1] intoetste uit zijn eigen telefoon. Volgens mij was dat een zwarte Samsung die je in kan klappen. Hij sprak Nederlands, maar straattaal. Ik denk dat hij tussen de 1.75 en 1.80 meter was.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 9 juli 2015, opgenomen op p. 10 e.v. (zaak 2) van dossier nummer 2015193567 d.d. 29 oktober 2015, van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] :

Donderdag 9 juli 2015 omstreeks 11:30 uur bevond ik mij op de [straatnaam 2] . Uit de richting van het [locatie 1] kwam er een man aanfietsen. Ik hoorde dat hij mij aansprak. Ik vond dat het klonk als straattaal. Ik hoorde dat hij zei: "Hey man, laat me ff je telefoon lenen, ik moet ff bellen met een vriend." Toen hij klaar was met bellen zei ik tegen hem dat ik mijn telefoon terug wilde. Ik hoorde dat hij zei dat hij nog een keer moest bellen verderop en dat het maar 2 minuten zou duren. Ik wilde dit niet en heb aangegeven dat ik mijn telefoon terug wilde. Vervolgens zag ik dat hij mijn telefoon in zijn broekzak stopte. Ik heb geprobeerd mijn telefoon uit zijn broekzak te halen. Ik voelde dat hij mij met kracht wegduwde. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: "Doe niet sjap, ik sla je, ik steek je neer." Ik hoorde dat hij weer riep dat het maar twee minuten duurde en: "Als je in mijn zak graait, sla ik je in elkaar." Ik zag dat hij wegfietste in de richting van [straatnaam 3] . Het was een blanke man van rond de 25 jaar. Hij was 1.70 meter en droeg een petje met NY Y…. Hij was ongeschoren en had een rossig baardje. Mijn telefoon betreft een LG Nexus 5, kleur zwart, met scheur in het scherm.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 1 oktober 2015, opgenomen op p. 18 e.v. (zaak 2) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] :

De telefoon die de man zelf bij zich had was een oud model mobiele telefoon.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 15 september 2015, opgenomen op p. 59 e.v. (zaak 2) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 2] :

Ik ben als volgt aan de door mij gekochte LG Nexus 5 gekomen. Ik was buiten aan de [straatnaam 4] in [pleegplaats] met de fietsen van de kinderen bezig. Een man vroeg rond 15:00/16:00 uur of ik een telefoon nodig had, want hij had geld nodig. Hij vroeg 50 euro. Ik zag dat het scherm al een beetje stuk was. Het was 1, 2 of 3 dagen voor de verjaardag van mijn dochter, die op 11 juli jarig is. Hij had een lichte huidskleur. Ik zie aan de ogen van de man op de foto die u mij toont dat hij er precies op lijkt.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2015, opgenomen op p. 21 e.v. (zaak 1) van voornoemd dossier, inhoudende:

Op vrijdag 11 juli 2015 werd [verdachte] na verhoor terzake het niet voldoen aan een bevel of vordering omstreeks 7:00 uur heengezonden. Tijdens het vervoer van verdachte naar zijn broer hoorde ik, [verbalisant 1] , [verdachte] vragen of hij zijn dealer mocht bellen voor GHB. Ik zag hierbij dat hij een zwarte klaptelefoon bij zich had.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2015, opgenomen op p. 22 e.v. (zaak 1) van voornoemd dossier, inhoudende:

Uit het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] van 10 juli 2015 blijkt dat de gestolen telefoon van aangever [slachtoffer 1] twee keer een sms van nummer [telefoonnummer 1] ontvangt.1 Uit onderzoek blijkt dat dit nummer in gebruik is bij [persoon 1] . Tijdens het doen van aangifte door aangever [slachtoffer 2] hoorde de moeder van aangever van provider Tele2 dat er op 9 juli 2015 om 11:38 uur een telefoongesprek van 37 seconden heeft plaatsgevonden tussen het nummer van het weggenomen toestel en

[telefoonnummer 2] . Onderzoek wees uit dat dit nummer in gebruik is bij [getuige 3] .2

Op woensdag 15 juli 2015 werd [verdachte] aangehouden. Omstreeks 11:30 uur is de telefoon van [verdachte] in beslag genomen. Het betreft een zwarte klaptelefoon van Samsung. Het telefoonnummer van [getuige 3] staat in de contactenlijst van de telefoon onder ' [bijnaam 1] '. Het telefoonnummer van [persoon 1] staat in de contactenlijst van de telefoon onder ' [bijnaam 2] '.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2015, opgenomen op p. 40 e.v. (zaak 2) van voornoemd dossier, inhoudende:

Op woensdag 15 juli 2015 werd verdachte [verdachte] aangehouden ter zake bedreiging. Tijdens de insluitingsfouillering werd er een zwarte Samsung klaptelefoon bij hem aangetroffen. Deze werd voor waarheidsvinding in beslag genomen. Wij hebben de telefoon uitgelezen. Opgeslagen telefoonnummers contactenlijst:

[naam 1]

[telefoonnummer 3]

[bijnaam 1]

[telefoonnummer 2]

[bijnaam 2]

[telefoonnummer 1]

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 11 juli 2015, opgenomen op p. 6 e.v. (zaak 3) van dossier nummer 2015193567 d.d. 29 oktober 2015, van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] :

Op zaterdagochtend 11 juli 2015 omstreeks 3:45 uur fietste ik vanuit de stad [pleegplaats] naar [station] . Op het voetpad net voor het station zag ik twee mannen staan. Ik hoorde de blanke man met dun postuur, ongeveer 26 jaar, met een witte pet en een trainingsvest, tegen mij zeggen: "Hey jongen stop eens." Ik ben toen gestopt. Ik hoorde de man vervolgens zeggen: "Als wij jou drie euro geven ofzo, mogen we dan met jouw telefoon bellen?" Ik zei toen: "Nee bedankt dat ga ik niet doen." Ik voelde dat de donkere man in mijn zakken voelde. Ik stond tussen de blanke en de donkere man in. Ik hoorde de blanke man zeggen dat hij een mes bij zich had. Ik heb aan de donkere man mijn portemonnee gegeven. Toen hoorde ik dat de blanke man aan mij vroeg of ik ook een telefoon bij me had. Ik zei toen tegen hem: "Doe gewoon niet, ik wil slapen." Ik weet niet precies wat de man toen zei maar het was iets met een mes en dat hij me ging steken. Ik heb hierop besloten mijn telefoon aan hem te geven. Mijn telefoon is een grijze iPhone 6. Nadat ik de telefoon had afgegeven hoorde ik de blanke man zeggen dat ik van de fiets moest stappen. Ik heb dat toen gedaan. Ik zag dat de blanke man op de damesfiets, merk Sparta, stapte en dat de donkere man achterop sprong en dat ze in de richting van de [straatnaam 5] fietsten.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 24 juli 2015, opgenomen op p. 11 e.v. (zaak 3) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] :

Ik hoorde dat de mannen van achteren vroegen of ik ze kon helpen. Ik ben toen gestopt, de mannen kwamen naar me toe gelopen en toen kon ik ze goed zien. De donkere man stond achter mij, deze hield mij van achteren bij mijn linkerbovenarm/schouder vast. De blanke man stond rechts voor mijn fiets. Hij hield mij licht met zijn hand bij mijn rechterarm vast. Ik heb de blanke man in zijn gezicht aan kunnen kijken.

Een proces-verbaal van fotobewijsconfrontatie d.d. 20 augustus 2015, opgenomen op p. 24 e.v. (zaak 3) van voornoemd dossier, inhoudende:

Op donderdag 20 augustus 2015 confronteerde ik de getuige [slachtoffer 3] met een fotoselectie van 10 personen. Ik toonde aan de getuige de foto's van de personen op een beeldscherm. De foto's waren doorlopend genummerd van 1 tot en met 10. Ik observeerde de getuige terwijl hij naar de foto's keek. Ik hoorde hem zeggen: "Volgens mij is dit hem." Ik hoorde dat de getuige dit zei direct toen foto 6 in beeld kwam. Na afloop van de confrontatie deelde de confrontatieleider mij mee dat in de getoonde selectie de foto van [verdachte]

[verdachte] op plaats 6 stond.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 17 september 2015, opgenomen op p. 53 e.v. (persoonsdossier) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik heb een tatoeage van mijn naam op mijn linkeronderarm. Ik heb een zwarte Samsung met een klepje omhoog.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 16 september 2015, opgenomen op p. 46 e.v. (persoonsdossier) van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik ken iemand die aan de [straatnaam 4] in [pleegplaats] woont. Hij heeft een lange staart. Ik heb zijn nummer in mijn telefoon staan. Ik noemde hem [naam 1] . Ik heb hem wel eens telefoons verkocht.

Ik heb een petje van New York Yankees. Ik ben ongeveer 1.70 meter.

Bewijsoverweging m.b.t. het onder 1A, 2 primair en 3 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt dat zij op grond van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, het onder 1A, 2 primair en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen acht.

Deze feiten zijn kort na elkaar gepleegd in de stad [pleegplaats] door een dader die telkens nagenoeg op gelijke wijze te werk ging. De slachtoffers waren steeds jonge personen, en de dader vroeg hen naar hun telefoon. In het geval van het onder 1A en 2 ten laste gelegde kreeg de dader deze telefoon om daarmee iemand te bellen. Vervolgens gaf de dader de telefoon niet terug. Op het moment dat de eigenaar van de telefoon deze probeerde terug te krijgen werd hij door de dader geïntimideerd dan wel bedreigd. De dader ging er uiteindelijk met de telefoon vandoor. In het geval van het onder 3 ten laste gelegde gaf de aangever zijn telefoon niet af aan de dader. De dader bedreigde hem daarop, met als resultaat dat hij alsnog de telefoon tot zijn beschikking kreeg en daarmee vandoor kon gaan. Deze laatste werkwijze wijkt, naar het oordeel van de rechtbank, niet wezenlijk af van die bij het onder 1A en 2 ten laste gelegde. Het gaat immers in alle gevallen om een dader die de slachtoffers onder intimidatie dan wel bedreiging een telefoon afhandig maakt. De rechtbank acht daarom de modus operandi wel degelijk bruikbaar voor het bewijs.

In de periode waarin de feiten werden gepleegd was verdachte net weer gedurende relatief korte tijd uit detentie. Hij was dus in de gelegenheid om de feiten te plegen.

Verdachte was ook in bezit van een oud model telefoon, te weten een zwarte Samsung met een klepje. Dit is op zichzelf genomen niet een zodanig uitzonderlijk gegeven dat dat tot de conclusie leidt dat verdachte wel de dader geweest moet zijn. Aan de andere kant is het ook niet zo, zoals betoogd door de raadsman, dat dergelijke telefoons nog steeds volop in gebruik zijn en dat aan het bezit van een dergelijke telefoon geen enkele betekenis toekomt. De rechtbank acht dit gegeven, wanneer het in onderlinge samenhang wordt beschouwd met de overige feiten en omstandigheden, wel degelijk van betekenis. Zeker nu in verdachtes telefoon zowel het telefoonnummer van degene die sms'te met het nummer van de gestolen telefoon van aangever [slachtoffer 1] , als het telefoonnummer waarmee werd gebeld met de gestolen telefoon van aangever [slachtoffer 2] stonden opgeslagen. Ook degene die uiteindelijk in bezit bleek van de telefoon van [slachtoffer 2] , [getuige 2] , stond als contact in de telefoon van verdachte opgeslagen. Deze [getuige 2] wijst verdachte aan als degene van wie hij de telefoon heeft gekocht.

De aangever van het onder 3 ten laste gelegde heeft verdachte bij een meervoudige fotobewijsconfrontatie herkend als de dader. Daarbij merkt de rechtbank op dat, voorafgaand aan de confrontatie met de aangever, twee testobservaties zijn gehouden. De bezwaren van de raadsman met betrekking tot deze confrontatie zijn daarmee ondervangen. Door de andere aangevers is van de dader een signalement gegeven dat op een aantal punten bij verdachte past. Daarbij springen vooral het feit dat de dader steeds kaal was, het petje met NY, het taalgebruik van de dader en de tatoeage op diens onderarm in het oog. Dat de aangevers niet exact juist hebben aangeduid op welke arm en waar precies op die arm de tatoeage zat, en dat zij de leeftijd van verdachte niet goed hebben ingeschat, is voor de rechtbank geen reden om het signalement ook voor het overige naast zich neer te leggen. Met betrekking tot het haar van verdachte overweegt de rechtbank dat dit, als verdachte zijn hoofd en gezicht niet geheel kaal heeft geschoren, kan worden omschreven als rossig. Dit blijkt uit de foto's die van verdachte in het dossier zitten op pagina 25 van zaak 2 (bijlage 1 bij het verhoor van [getuige 3] ) en pagina 62 van zaak 2 (bijlage 1 bij het verhoor van [getuige 2] ). Ook [getuige 1] (zie verhoor pagina 34 e.v. van zaak 4 hieronder) heeft verklaard dat het haar van verdachte rossig is, als hij niet kaal is.

De verklaringen van verdachte over deze feiten acht de rechtbank, in het licht van voorgaande bewijsmiddelen, ongeloofwaardig.

Feit 4

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het onder 4 ten laste gelegde acht geslagen op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 29 juni 2015, opgenomen op p. 9 e.v. (zaak 4) van dossier nummer 2015193567 d.d. 29 oktober 2015, van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [persoon 2] , namens [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] :

Op vrijdag 26 juni 2015 omstreeks 6:00 uur was ik onderweg naar mijn woning aan [adres] . Ik woon daar onder andere met [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] . Toen ik bij de tussendeur in het steegje naar mijn woning aan kwam zag ik dat deze op slot was. Ik had geen sleutel bij me en kon niemand waarschuwen. Ik ben op een gegeven moment met een man in gesprek geraakt. Hij was ongeveer 35 jaar, ongeveer 1.77 meter, kaal en had een smal gezicht. Hij sprak met een Oost-Europees accent. Ik heb hem gezegd dat ik mijn woning niet in kon en hij zei dat hij me wel wilde helpen. Ik zag dat hij over de deur heen klom en van binnenuit de deur openmaakte. Ik heb de man toen meegenomen naar binnen. Toen wij in de woonkamer waren, veranderde zijn houding van vriendelijk naar agressief. Hij bleef steeds vragen om tien euro. Ik heb hem verteld dat ik geen geld bij me had. Hij vroeg me toen of ik voor de zekerheid op mijn kamer wilde gaan kijken of daar geen geld lag. Ik ben toen naar mijn slaapkamer gegaan om daar even te kijken. Ik ben maar heel even uit de woonkamer geweest. Toen ik vrijdag omstreeks 12:00 uur wakker werd hoorde ik van mijn huisgenoot [slachtoffer 4] dat haar Apple Macbook A1666 was weggenomen. Vervolgens hoorde ik van mijn huisgenoot [slachtoffer 5] dat haar iPod touch, zilver, was weggenomen.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juli 2015, opgenomen op p. 27 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende:

Op woensdag 22 juli 2015 sprak ik telefonisch met benadeelde [slachtoffer 4] . Ik vroeg haar waar de weggenomen notebook in de woning lag. Ze vertelde dat deze op tafel in de keuken lag. In de woonkamer zit ook de keuken.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2015, opgenomen op p. 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende:

Op 3 september 2015 had ik telefonisch contact met benadeelde [slachtoffer 5] . Zij verklaarde dat ze op zaterdag 27 juni 2015 ontdekte dat haar iPod, die altijd in het dockingstation of geluidsbox in de woonkamer stond, er niet meer was.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 24 september 2015, opgenomen op p. 34 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1] :

De man op de foto die u mij toont noemen we in het milieu ' [bijnaam 3] '. Zijn haar is rossig, maar meestal is hij nagenoeg kaal. Hij spreekt Nederlands met een Oost-Europees accent. Die ochtend werd ik in de [straatnaam 1] aangesproken door hem. Hij zei tegen mij dat ik mee moest komen, omdat er een deur van een woning in de [straatnaam 1] open stond. De deur was kapot. Volgens [bijnaam 3] was er nog veel te halen. In een stil steegje in de [straatnaam 1] pakte hij een laptop onder zijn jas vandaan van Apple. Hij zei dat hij die uit de woning had weggenomen.

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 17 december 2015, inhoudende:

Ik ben in die woning geweest nadat ik dat meisje had geholpen om de woning binnen te komen.

Bewijsoverweging met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde

De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de diefstal heeft gepleegd. De verklaring van verdachte hieromtrent, welke er in het kort op neer komt dat niet hij, maar [getuige 1] de diefstal heeft gepleegd al voordat hij zelf in de woning was geweest, is naar het oordeel van de rechtbank onaannemelijk. Verdachte is een korte tijd alleen in de woonkamer van de woning geweest en was toen in de gelegenheid de goederen weg te nemen. De goederen bevonden zich immers in de keuken, welke zich in één ruimte met de woonkamer bevindt. Korte tijd nadat verdachte in de woning was geweest, werden deze goederen vermist. Uit de verklaring van [getuige 1] , die die nacht in gezelschap van verdachte was, blijkt dat verdachte die nacht een laptop had gestolen uit de woning. [getuige 1] verklaarde dit uit zichzelf toen hij werd geconfronteerd met de camerabeelden. Verdachte verklaarde in eerste instantie niets over enige rol van [getuige 1] bij dit feit en kwam pas met zijn verklaring dat het niet hij, maar juist [getuige 1] was, die de diefstal had gepleegd, nadat hij was geconfronteerd met de voor hem belastende verklaring van [getuige 1] . De rechtbank acht deze verklaring in het licht van het hiervoor overwogene ongeloofwaardig.

Feit 5

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het onder 5 ten laste gelegde acht geslagen op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 15 juli 2015, opgenomen op p. 32 e.v. van dossier nummer 2015206068 d.d. 16 juli 2015, van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] :

Op woensdag 15 juli 2015 omstreeks 3:30 uur liep ik over de [straatnaam 6] te [pleegplaats] . Ik was samen met [slachtoffer 6] . Ter hoogte van [café] werd ik aangesproken door een man die mij voor tien euro een fiets aanbood. Ik hoorde dat [slachtoffer 6] een discussie aanging met de man. Op een gegeven moment kwam er een man bij staan die vroeg of er iets aan de hand was. Deze man was blank, ongeveer 35 jaar, had een blauw petje met gele letters op en had een buitenlands accent. Op een gegeven moment hoorde ik dat de eerste man zei: "Hou de fiets maar." Ik zag dat hij wegliep. Direct hierop kwam de tweede man er aan en ik zag dat hij op de fiets stapte. Hij zei: "Dit is mijn fiets."

Omstreeks 3:50 uur bij het VVV kantoor op de [straatnaam 6] fietsten beide mannen langs ons. Wij zijn uit nieuwsgierigheid achter hen aangelopen om te kijken wat ze gingen doen. Kort hierop kwam de tweede man bij ons fietsen. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: "Niet meelopen, anders sla ik je in elkaar." We bleven toen meelopen richting [locatie 3] . Ik hoorde dat hij zei: "Ik snij je helemaal open!" en "Ik maak je helemaal dood!". Ik voelde mij erg bedreigd door de man. Ik zag dat de man kort hierna werd aangehouden.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 15 juli 2015, opgenomen op p. 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 6] :

Op woensdag 15 juli 2015 omstreeks 3:30 uur liep ik met [slachtoffer 7] over de [straatnaam 6] . Ter hoogte van [café] bood een man ons een fiets aan voor tien euro. Voor de grap zeiden wij tegen de man: "He, dat is mijn fiets." waarna een discussie plaatsvond over van wie de fiets was. Ik zag dat er een andere man bij ons kwam staan die vroeg of er iets aan de hand was. De blanke man van ongeveer 35 jaar, die een blauw petje met gele letters droeg, en sprak met een Noord-Afrikaans accent, bleef in de buurt. De eerste man zei na een lange discussie: "Hou de fiets maar." Hierna liep hij weg. Meteen hierna kwam de man met het petje naar ons toe en ging op de fiets zitten.

Omstreeks 3:50 uur waren wij ter hoogte van [locatie 2] aan de [straatnaam 7] . Ter hoogte van het VVV kantoor aan de [straatnaam 6] fietsten de mannen ons voorbij. Uit nieuwsgierigheid liepen wij in hun richting. Vlak hierna kwam de man met het petje bij ons fietsen. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: "Blijf meelopen en ik sla je in elkaar." Wij liepen gewoon door richting pinautomaten. Wij bleven meelopen en sloegen linksaf richting [locatie 3] . Ik hoorde de man tegen mij zeggen: "Jongen, ik snij je helemaal open! Ik sla je helemaal dood, ik maak je helemaal dood." Ik voelde mij bedreigd. Op het moment dat de man de [straatnaam 8] in reed kwam er een politieauto aan gereden. Ik zag dat de politie de man aanhield.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 16 juli 2015, opgenomen op p. 40 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik liep over de [straatnaam 6] en kwam een jongen tegen die ik als [naam 2] van vroeger ken van het IMC. Ik zag hem staan met twee jongens. Toen ze in gesprek waren, ging ik erbij staan. Ik ben met de fiets weggereden naar de [straatnaam 9] . Later op de [straatnaam 6] zag ik beide jongens weer. Ze hadden een grote bek tegen mij. Het werd toen over en weer bekvechten.

Bewijsoverweging met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen. Aan die voorwaarden voldoet naar het oordeel van de rechtbank de bedreiging die verdachte heeft geuit ruimschoots. Het verweer van de raadsman, dat de aangevers zich niet bedreigd kunnen hebben gevoeld in de gegeven omstandigheden, omdat zij verdachte op een treiterende wijze geruime tijd bleven volgen, verwerpt de rechtbank. Uit de bewijsmiddelen volgt dat aangevers en verdachte elkaar op meerdere momenten tegen kwamen. Toen zij elkaar de laatste keer tegenkwamen, op de [straatnaam 6] , volgden aangevers verdachte enige momenten. Op dat moment uitte verdachte zijn bedreiging, die van dien aard was en onder zodanige omstandigheden geschiedde dat deze moeilijk anders te verstaan was dan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Bewezenverklaring

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1A, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1. A.

hij op 5 juli 2015, te [pleegplaats] , opzettelijk een mobiele telefoon (iPhone), toebehorende aan [slachtoffer 1] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener/gebruiker,

onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2 primair.

hij op 9 juli 2015 te [pleegplaats] , opzettelijk een mobiele telefoon (LG Nexus 5), toebehorende aan [slachtoffer 2] , welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener/gebruiker, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend

en

hij op 9 juli 2015, te [pleegplaats] , [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2] toegevoegd de woorden "Doe niet sjap, ik sla je, ik steek je neer" en "Als je weer in mijn zak graait, sla ik je in elkaar";

3.

hij op 11 juli 2015, te [pleegplaats] , op of aan de Noorderstationsstraat, tezamen en in

vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, een telefoon (iPhone 6) en een damesfiets (Sparta),

toebehorende aan [slachtoffer 3] , welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen met zijn mededader, in de nachtelijke uren:

- [slachtoffer 3] , die op de fiets was, tot stoppen heeft gebracht, waardoor een dreigende situatie ontstond, en

- in de zakken van [slachtoffer 3] heeft gevoeld, waardoor een dreigende situatie ontstond, en

- dreigend tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij, verdachte, een mes bij zich had en

- [slachtoffer 3] dreigend heeft toegevoegd de woorden "Ik heb een mes, ik ga je steken";

4.

hij op 26 juni 2015 te [pleegplaats] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een woning aan de [straatnaam 1] heeft weggenomen een Apple Macbook en een iPod Touch, toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] .

5.

hij op 15 juli 2015, te [pleegplaats] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik snij je helemaal open" en "Ik

sla je helemaal dood" en/of "Ik maak je helemaal dood".

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

1 A: verduistering

2 primair: verduistering EN bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

3: afpersing, gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen

4: diefstal

5: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1A, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijk deel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie heeft daarbij aangevoerd dat, hoewel twee van de feiten juridisch gekwalificeerd moeten worden als verduistering, het feitelijk gezien om een drietal straatroven gaat. Verdachte heeft een flink strafblad. Het is voorts van belang dat verdachte een behandeling ondergaat om het recidiverisico te verlagen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank (één van) de feiten bewezen mocht achten, betoogd dat in hoge mate rekening moet worden gehouden met het advies van de reclassering. Het is van groot belang dat verdachte zo snel mogelijk behandeld wordt en kan aanvangen met het begeleid wonen traject dat wordt geadviseerd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een drietal jonge personen onder voor hen bedreigende omstandigheden hun telefoon op de openbare weg afhandig gemaakt. Ook heeft verdachte goederen weggenomen uit een woning waar hij te gast was. Tot slot heeft verdachte twee mensen op straat met de dood bedreigd. Dit zijn vervelende en ernstige feiten waarvan de slachtoffers schade, hinder en ergernis ondervinden. Verdachte heeft daarmee aangetoond geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Met name de eerste drie feiten, waarvan er twee juridisch worden geduid als verduistering (al dan niet vergezeld van bedreiging), maar welke feitelijk alle drie als een straatroof moeten worden beschouwd, moeten voor de nog jonge slachtoffers angstige ervaringen zijn geweest. Voor dergelijke feiten acht de rechtbank een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur passend. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, al meerdere malen en ook recent nog onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deels voorwaardelijke straf met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden op te leggen. Verdachte heeft er geen enkele blijk van gegeven dat van een voorwaardelijke straf een recidivebeperkende werking uitgaat. Tevens is de rechtbank er niet van overtuigd dat verdachte intrinsiek gemotiveerd is om een behandeling te ondergaan.

Vordering van de benadeelde partij (m.b.t. het onder 2 bewezen verklaarde)

[slachtoffer 2] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit € 499,-- aan materiële schade en

€ 250,-- aan immateriële schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 700,-- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft daarbij opgemerkt dat de telefoon niet meer nieuw was en een beschadiging had, hetgeen een geschatte waardevermindering oplevert van € 50,--.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, nu hij voor vrijspraak heeft gepleit, betoogd dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, althans dat de vordering moet worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman opgemerkt dat de materiële schade op de helft van de gevorderde waarde moet worden geschat wegens afschrijving van de telefoon. Met betrekking tot de immateriële schade heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade tot een bedrag van € 500,-- voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die in zoverre niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank overweegt daarbij dat zij de waarde van de telefoon waardeert op € 250,--, rekening houdende met het feit dat de telefoon ten minste een half jaar oud was en al voor de diefstal een beschadigd scherm had. De rechtbank zal het meer gevorderde afwijzen.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 15 juni 2015, gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen, is de verdachte veroordeeld tot - voor zover hier van belang - een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 30 juni 2015.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 24 november 2015 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de vordering. De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de vordering.

De rechtbank overweegt als volgt.

De hiervoor onder 1A, 2 primair, 3 en 5 bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. Nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 15 juni 2015 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14g, 36f, 47, 57, 63, 285, 310, 317, 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1B is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1A, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro).

Wijst de vordering voor het overige af.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , te betalen een bedrag van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 250,-- aan materiële schade en € 250,-- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Groningen d.d. 15 juni 2015, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. A. Jongsma, rechters, bijgestaan door mr. A.J. van Baren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 december 2015.

Mrs. Janssen en Jongsma zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2015, p. 29 BOB-dossier.

2 Zie ook proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juli 2015, p. 16 (zaak 2).