Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6359

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-11-2015
Datum publicatie
06-05-2016
Zaaknummer
15-701
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verzoek tot vermindering of nihilstelling van een in het buitenland opgelegde beslissing tot confiscatie. Artikel 22 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie is van toepassing. Artikel 577b Sv is niet van toepassing. Er is wel de mogelijkheid gratie te verzoeken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 577b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

rekestnummer 15/701

beslissing van de meervoudige raadkamer d.d. 13 november 2015 op het verzoek ex artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [woonadres] , verblijvende op het adres [verblijfadres]

of op het adres [verblijfadres 2] ,

raadsman mr. D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam.

Procesverloop

Op 11 september 2015 is ter griffie van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, ingekomen het verzoek van veroordeelde tot matiging of nihilstelling van de aan hem door de rechtbank te Espoo, Finland, op 23 november 2010 opgelegde beslissing tot confiscatie van € 1.000.000,00.

Het verzoek is behandeld in raadkamer op 16 oktober 2015. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.E. Wiersum.

Motivering

1. Het verzoek is ingesteld op grond van artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Nu het onderliggende vonnis een in het buitenland opgelegde confiscatie betreft, die door Nederland is erkend en wordt tenuitvoergelegd, is de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC) van toepassing. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de bevoegde instantie voor de behandeling van verzoeken en vorderingen voortvloeiend uit de WWETGC.

2. In artikel 22 van de WWETGC is bepaald dat de beslissing tot confiscatie overeenkomstig artikel 577b, eerste lid, en 577c Sv ten uitvoer wordt gelegd.

3. De WWETGC is tot stand gekomen ter implementatie van het Kaderbersluit nr. 2006/783/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie (hierna: het Kaderbesluit). Het Kaderbesluit houdt, voort zover hier van belang, onder meer het volgende in:

- Artikel 7 Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen

‘1. De bevoegde autoriteiten van de tenuitvoerleggingsstaat gaan zonder verdere formaliteit over tot de erkenning (…) en nemen onverwijld de nodige maatregelen met het oog op de tenuitvoerlegging ervan, (…)’

- Artikel 9 Rechtsmiddelen in de tenuitvoerleggingsstaat tegen erkenning en tenuitvoerlegging

‘2. De materiele gronden van de beslissing tot confiscatie kunnen niet worden aangevochten bij een rechter in de tenuitvoerleggingsstaat.’

-Artikel 13 Amnestie, gratie

‘1. De beslissingsstaat en de tenuitvoerleggingsstaat kunnen amnestie en gratie verlenen.

2. Alleen de beslissingsstaat kan beschikken op een verzoek tot herziening van de beslissing tot confiscatie.’

4. Gelet op bovengenoemde bepalingen van het Kaderbesluit alsmede gelet op het feit dat het tweede en derde lid van artikel 577b Sv, dat de rechter de bevoegdheid geeft het vastgestelde bedrag te verminderen of kwijt te schelden respectievelijk te beschikken tot vermindering of teruggave, in artikel 22 WWETGC niet van toepassing zijn verklaard, is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde niet in zijn verzoek kan worden ontvangen. Nu de WWETGC en het Kaderbesluit voldoende duidelijk zijn ziet de rechtbank geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

5. Ten overvloede wijst de rechtbank er op dat artikel 558, tweede lid onder c, in samenhang met artikel 4, derde lid, laatste volzin, van de Gratiewet de mogelijkheid biedt om gratie te verzoeken ter zake van straffen en maatregelen opgelegd in een andere lidstaat van de Europese Unie en in Nederland ten uitvoer te leggen met toepassing van de WWETGC.

Beslissing

De rechtbank verklaart veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. Th.A. Wiersma, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 november 2015.

Mr. Wiersma is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

w.g.

Lootsma-Oude Nijeweme

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Sikkema

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Wiersma

locatie Leeuwarden,

Komrij