Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6317

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
18-03-2016
Zaaknummer
18.860117-13 ont
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Afwijzing ontnemingsvordering ten bedrage van € 65.424,00, ondanks een veroordeling voor het medeplegen van, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer: 18/860117-13

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 1 oktober 2015 op een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak tegen de veroordeelde

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 18 augustus 2015 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 65.424,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangegeven zich niet te verzetten tegen aftrek van het bedrag dat veroordeelde inmiddels aan de energieleverancier Liander N.V. heeft betaald.

De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 17 september 2015. De verdachte, diens raadsman, mr. R.P Eefting, en de officier van justitie zijn op de vordering gehoord.

De raadsman heeft betoogd dat niet met zekerheid is vast te stellen of veroordeelde voordeel heeft genoten, dan wel tot welk bedrag dat is geweest.

Beoordeling

De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 1 oktober 2015 veroordeeld ter zake

van medeplegen van, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Veroordeelde heeft ter terechtzitting verklaard dat hij nimmer heeft geoogst en dat hij derhalve geen voordeel heeft verkregen door middel van dit strafbare feit.

De officier van justitie heeft de vordering gebaseerd op de aanname dat veroordeelde uit één gerealiseerde oogst, in de periode van 31 oktober 2013 tot en met 5 november 2013, financieel voordeel heeft behaald. De officier van justitie is tot deze aanname gekomen op grond van de resultaten van een blokmeting, uitgevoerd door Liander N.V., waaruit bleek dat in de genoemde periode sprake was van een tweemaal 12-uren cyclus in het stroomverbruik, hetgeen zou wijzen op de aanwezigheid van twee hennepkweekruimten.

Verder was er in het onderhavige pand sprake van een verhoogd waterverbruik in de periode van 26 april 2013 tot 15 januari 2014.

De rechtbank is van oordeel dat deze door de officier van justitie aangedragen omstandigheden onvoldoende aannemelijk maken dat er in de betreffende hennepkwekerij sprake is geweest van een oogst. De resultaten van de genoemde blokmeting zijn daartoe, ook in samenhang bezien met het vastgestelde waterverbruik, onvoldoende.

De rechtbank merkt daarbij op dat het waterverbruik is bepaald over de periode van 26 april 2013 tot 15 januari 2014, echter niet is komen vast te staan hoe het verbruik binnen die periode per maand is verlopen.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de vordering moet worden afgewezen.

BESLISSING

Wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze beslissing is gewezen door mr. F. de Jong, voorzitter, mr. L.W. Janssen en

mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2015.

Mr. Van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.