Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6284

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30-11-2015
Datum publicatie
18-03-2016
Zaaknummer
18.730333-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 november 2015 een 50-jarige man uit Hongarije wegens mensenhandel veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden. De rechtbank acht bewezen dat de man het slachtoffer, destijds zijn partner, vanuit Hongarije naar Nederland heeft gebracht, om haar vervolgens gedwongen in de prostitutie te laten werken en haar verdiensten aan hem af te laten staan. De rechtbank hield bij de strafoplegging rekening met het onnodige tijdsverloop in de zaak. De rechtbank kent de door het slachtoffer ingediende vordering tot schadevergoeding toe tot een bedrag van € 85.000,00, waarvan €10.000 in verband met immateriële schade.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2008-02-01
Wetboek van Strafrecht 273f, geldigheid: 2013-11-15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/730333-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 november 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Hongarije),

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 november 2015.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. T.W. Delhaye, advocaat te Burgum, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 november 2009 en/of 1 mei 2010 tot en met 30 januari 2013 te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] en/of elders in Nederland en/of in Hongarije

(sub1)

een vrouw, ( [slachtoffer] ) door dwang en/of geweld en of een of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing, fraude, misleiding, dan wel misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over [slachtoffer] , heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer] en/of

(sub 3)

een vrouw, ( [slachtoffer] ) heeft aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk om [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of

(sub 4)

een vrouw ( [slachtoffer] ) met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder sub 1 genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en/of

(sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw ( [slachtoffer] ) en/of

(sub 9)

een vrouw ( [slachtoffer] ) met een van de onder sub 1 genoemde middelen heeft gedwongen, dan wel bewogen om hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [slachtoffer] met of voor een derde,

immers heeft/is verdachte

-met [slachtoffer] in een auto van Hongarije naar Nederland gegaan en/of

- [slachtoffer] vervolgens in [pleegplaats 1] naar een gelegenheid gebracht waar zij zich kon prostitueren en/of

- [slachtoffer] meermalen in de buik geslagen en/of met kracht tegen haar hoofd geslagen waardoor zij bewusteloos raakte en/of meermalen tegen een of meer andere lichaamsde(e)l(en) geslagen en/of

-een groot deel van het door [slachtoffer] verdiende geld aan hem laten afstaan en/of waarvan verdachte luxe goederen voor zichzelf kocht en/of

- [slachtoffer] elke dag laten werken en/of waarbij zij werkte van tien uur ’s ochtends tot drie uur ’s nachts en/of waardoor zij nauwelijks tijd aan haar dochter kon besteden en/of

-telkens gecontroleerd of [slachtoffer] wel aan het werk was en/of hoeveel ze verdiende en/of zijn onvrede geuit als ze niet genoeg verdiende en/of [slachtoffer] (telkens) uitgescholden en/of dreigende taal geuit tegen [slachtoffer] en/of

- [slachtoffer] laten werken terwijl zij ongesteld was en/of

-telkens (een deel van) het geld dat door [slachtoffer] in de prostitutie werd verdiend aan zich(zelf) over laten maken via money tranfsers en/of

-macht over [slachtoffer] omdat haar dochter bij verdachte was in Hongarije en/of

-vaak seks met [slachtoffer] gehad tegen haar zin.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, kort gezegd omdat in de tenlastelegging Hongarije als pleegplaats is opgenomen, terwijl de rechtbank geen rechtsmacht heeft ten aanzien van feiten gepleegd in Hongarije door een Hongaarse verdachte, tegen een Hongaars meerderjarig slachtoffer.

De officier van justitie is van mening dat de opgenomen pleegplaats Hongarije enkel ziet op het onder sub-onderdeel 3 ten laste gelegde aanwerven in Hongarije en vervoeren vanuit Hongarije naar Nederland. Ten aanzien van de gedwongen prostitutiewerkzaamheden en het afdragen van verdiensten wordt enkel [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] als pleegplaats beoogd.

De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is de Nederlandse strafwet mede van toepassing op handelingen die in het buitenland plaatsvonden wanneer een feit deels in Nederland plaatsvindt en deels daarbuiten.

Dat de officier van justitie ervoor had moeten kiezen om de verschillende sub-onderdelen te splitsen en enkel met betrekking tot sub-onderdeel 3 Hongarije als pleegplaats had moeten opnemen - aldus de raadsman - is naar het oordeel van de rechtbank onjuist.

Er is immers in de eerste alinea van de tenlastelegging met betrekking tot de verschillende pleegplaatsen "en/of" opgenomen, wat naar het oordeel van rechtbank tot uitdrukking brengt dat de in de aanhef genoemde verschillende pleegplaatsen betrekking kunnen hebben op één of op meer sub-onderdelen van de tenlastelegging.

De officier van justitie is derhalve ontvankelijk ten aanzien van het ten laste gelegde. Het verweer wordt verworpen.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van

€ 94.928,58, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs

De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangevoerd dat alle ten laste gelegde sub-onderdelen kunnen worden bewezen, met dien verstande dat sprake was van de handelingen werven, vervoeren, overbrengen en medenemen.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van alle ten laste gelegde sub-onderdelen. Hiertoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat geen sprake was van gebruik van dwangmiddelen en dat aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) - kort gezegd - vrijwillig in de prostitutie werkte en niet door verdachte werd uitgebuit. Binnen het gezin was [slachtoffer] nu eenmaal de kostwinner en verdachte zorgde voor hun gezamenlijke kind.

Ook is de raadsman van mening dat aangeefsters verklaringen als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt, nu tussen haar en verdachte in Hongarije een proces wordt gevoerd over beider minderjarig kind en aangeefster dus belang heeft bij het in een kwaad daglicht stellen van verdachte.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de manier van omgaan tussen verdachte en [slachtoffer] typerend is voor de manier waarop de Roma met elkaar omgaan. De raadsman heeft verzocht om, indien de rechtbank dit niet aanneemt, een cultureel-antropoloog op te roepen als deskundige ter onderbouwing van zijn stelling.

De rechtbank constateert dat uit de verklaringen van [slachtoffer] - zakelijk weergegeven - het volgende blijkt. [slachtoffer] groeide op in (de buurt van) [plaats] , Hongarije. Haar ouders waren gescheiden en ze woonde bij haar moeder. Moeder werkte heel veel en [slachtoffer] ging niet naar school. Ze leerde verdachte kennen in Hongarije toen ze 15 jaar was. Verdachte was 18 jaar ouder dan zij. Toen [slachtoffer] 16 jaar werd, ging ze met verdachte samenwonen. Toen [slachtoffer] 18 jaar werd, moest ze van verdachte als prostitué aan het werk op de parkeerplaats in Hongarije. Toen bleek dat de meisjes van twee broers van verdachte goed verdienden in Nederland, wilde verdachte dat [slachtoffer] ook in Nederland zou gaan werken. In 2008 gingen [slachtoffer] , verdachte en hun dochtertje naar [pleegplaats 1] . Verdachte regelde het vervoer. In [pleegplaats 1] huurde [slachtoffer] een kamer in de prostitutiebuurt. Haar verdiensten werden door verdachte afgenomen en uitgegeven. Verdachte mishandelde [slachtoffer] regelmatig.

Op een gegeven moment mishandelde verdachte haar zo erg dat ze bewusteloos raakte. De volgende dag belde een van de beheerders in de prostitutiebuurt in [pleegplaats 1] , [getuige] , de politie na het zien van blauwe plekken bij [slachtoffer] . Hij stuurde [slachtoffer] en verdachte weg, waarop zij zijn teruggegaan naar Hongarije. Na daar een half jaar op de parkeerplaats te hebben gewerkt, is [slachtoffer] teruggegaan naar Nederland om in [pleegplaats 2] te gaan werken. Verdachte bleef hun dochtertje gebruiken om geld van [slachtoffer] te blijven ontvangen.

De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van [slachtoffer] , de verklaringen van verdachte en de gegevens van de kamerhuur in [pleegplaats 1] vast dat [slachtoffer] met verdachte naar Nederland is gekomen om in [pleegplaats 1] als prostitué te gaan werken. Voorts blijkt uit de verklaringen van [slachtoffer] , de verklaringen van verdachte en uit overzichten van moneytransfers van [Bedrijf] dat [slachtoffer] zeer regelmatig geldbedragen aan verdachte in Hongarije stuurde.

Voor een bewezenverklaring van de sub-onderdelen 1, 4 en 9 van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat verdachte bij de ten laste gelegde handelingen - waaronder kort gezegd het aanwerven, vervoeren, beschikbaar doen stellen tot verrichten van diensten en bewegen te bevoordelen uit opbrengsten van seksuele handelingen - gebruik heeft gemaakt van enig dwangmiddel, genoemd in sub-onderdeel 1 van het ten laste gelegde.

De rechtbank constateert dat de verklaringen van [slachtoffer] ook als het gaat om de toepassing van dwangmiddelen op diverse punten ondersteund worden door andere bewijsmiddelen. Voor de rechtbank is deze constatering ook reden om niet te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer] afgelegde verklaringen, die ze ook nog eens onder ede ten overstaan van de rechter-commissaris heeft bevestigd.

De rechtbank zal de bewijsmiddelen hier kort benoemen en verderop uitgebreid opnemen onder het kopje bewijsmiddelen.

Uit de tapverslagen van verschillende telefoongesprekken tussen verdachte en [slachtoffer] blijkt dat verdachte [slachtoffer] controleert en haar onder druk zet om (meer) te gaan werken en om (meer) geld te verdienen, door te dreigen dat hij haar gaat slaan of afmaakt, door te klagen dat ze met iemand praat tijdens het werken en door haar dochtertje tegen haar te laten zeggen dat mama geld moet verdienen.

Uit het tapverslag van een telefoongesprek tussen verdachte en zijn zoon blijkt dat verdachte voor de kerst een X5 (de rechtbank begrijpt: een Mercedes X5) wil en dat [slachtoffer] daarna geld voor zichzelf mag uitgeven.

Uit de verklaring van [getuige] , een beheerder in de prostitutiebuurt in [pleegplaats 1] , blijkt dat [slachtoffer] in 2009 op een gegeven moment een blauw oog had. [getuige] heeft verklaard dat hij de door [slachtoffer] opgegeven oorzaak niet geloofde en dat hij de politie belde. Hij wist dat [slachtoffer] vaak ruzie had met de oudere man die altijd bij haar was. Uit de politiemutatie betreffende dit voorval blijkt dat [getuige] aan de politie heeft aangegeven dat "dit de zoveelste keer was".

Verdachte heeft onder meer verklaard dat hij zijn onvrede wel eens uitte over de verdiensten van [slachtoffer] en dat hij haar twee keer heeft geslagen, waaronder de keer waarover [getuige] heeft verklaard.

De rechtbank is op grond van de voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte gebruik heeft gemaakt van de dwangmiddelen misbruik van een kwetsbare positie, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en (later) geweld en dreiging met geweld.

Ten aanzien van het misbruik van de kwetsbare positie en het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht overweegt de rechtbank het volgende. Het overwicht van verdachte op [slachtoffer] is reeds ontstaan in Hongarije bij aanvang van de relatie. [slachtoffer] verkeerde in een kwetsbare positie. Zij was destijds immers minderjarig, ging niet naar school en haar ouders waren gescheiden. Ze woonde bij haar moeder, die altijd aan het werk was. Verdachte was - en is - 18 jaar ouder en had alleen al door dit grote leeftijdsverschil overwicht op haar. Het overwicht is gedurende de relatie in stand gebleven. [slachtoffer] en verdachte kregen samen een dochtertje, voor wie verdachte zorgde. Daardoor ervoer [slachtoffer] de druk om te (blijven) werken en geld te verdienen voor haar dochtertje en voor verdachte, ook toen [slachtoffer] alleen in Nederland verbleef terwijl verdachte en haar dochtertje in Hongarije waren.

Ten aanzien van het geweld en het dreigen met geweld overweegt de rechtbank het volgende. Vast staat dat verdachte [slachtoffer] mishandelde. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer] middels de mishandelingen direct dwong om in de prostitutie te werken of om haar verdiensten af te staan, maar de rechtbank ziet de mishandelingen door verdachte wel in het licht van het aan zijn wil (blijven) onderwerpen van aangeefster en het in stand houden van het overwicht dat verdachte op [slachtoffer] had. Bovendien zetten de mishandelingen het regelmatige dreigen met geweld door verdachte - zoals blijkt uit de verklaringen van [slachtoffer] en uit de tapverslagen van telefoongesprekken tussen verdachte en [slachtoffer] - extra kracht bij.

De stelling van de raadsman dat de ruwe omgang van verdachte met [slachtoffer] normaal zou zijn binnen de Roma-cultuur waarvan verdachte en [slachtoffer] deel uitmaken, verwerpt de rechtbank, nu dit niet relevant is voor de strafbaarheid van het handelen. De rechtbank leidt bovendien af uit de aangifte van [slachtoffer] , zelf een Roma, dat zij verdachtes manier van omgaan met haar niet normaal vindt. Het voorwaardelijke verzoek tot het oproepen van een deskundige op dit gebied wijst de rechtbank af, nu dit niet tot een ander oordeel ten aanzien van de strafbaarheid zal kunnen leiden.

Naar aanleiding van bovenstaande overwegingen en op basis van de hieronder opgenomen bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, dient naar het oordeel van de rechtbank de vraag of verdachte [slachtoffer] met enig dwangmiddel heeft gedwongen om - kort gezegd - in Nederland in de prostitutie te gaan en blijven werken en haar geld af te (blijven) staan bevestigend te worden beantwoord. De rechtbank zal het onder sub-onderdeel 1, 4 en 9 ten laste gelegde derhalve bewezen verklaren.

Met betrekking tot sub-onderdeel 6 overweegt de rechtbank als volgt.

Voor een bewezenverklaring van dit sub-onderdeel is vereist dat uitbuiting heeft plaatsgevonden. Uit het voorgaande oordeel van de rechtbank - inhoudende dat verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen om in de seksindustrie te werken - vloeit voort dat sprake was van uitbuiting van [slachtoffer] . Immers, bij gedwongen tewerkstelling in de seksindustrie is per definitie sprake van uitbuiting. Nu naar het oordeel van de rechtbank op basis van de hieronder opgenomen bewijsmiddelen vaststaat dat [slachtoffer] haar verdiensten aan verdachte heeft afgestaan en overgemaakt, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zelf voordeel heeft getrokken uit die uitbuiting. De rechtbank zal het onder sub-onderdeel 6 ten laste gelegde derhalve bewezen verklaren.

Met betrekking tot sub-onderdeel 3 overweegt de rechtbank als volgt.

Voor een bewezenverklaring van dit sub-onderdeel zijn geen dwangmiddelen of (oogmerk van) uitbuiting vereist. Nu naar het oordeel van de rechtbank uit de hieronder opgenomen bewijsmiddelen, in het bijzonder de verklaringen van [slachtoffer] en de verklaringen van verdachte, blijkt dat [slachtoffer] op initiatief van verdachte samen met hem naar Nederland ( [pleegplaats 1] ) is gereisd om daar in de prostitutie te gaan werken en dat verdachte de reis heeft geregeld, zal de rechtbank het onder sub-onderdeel 3 ten laste gelegde bewezen verklaren voor zover het gaat om het aanwerven en medenemen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank past bij de beoordeling van het ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1. De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 28012013-HPV-01, gesloten op 16 oktober 2013, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

1.1

een ambtsedig proces-verbaal van aangifte, nummer 28012013-A-02-01, d.d. 30 januari 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op pagina 312 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer] :

Ik was 15 toen [verdachte] in beeld kwam. Vanaf dat moment kwam [verdachte] regelmatig bij ons. Hij kocht dingen voor mij. Ik vond hem niet leuk. [verdachte] is 18 jaar ouder dan ik. Op mijn 16e ben ik samen gaan wonen met [verdachte] . Op mijn 18e verjaardag zei [verdachte] tegen mij dat ik naar de straat moest. Ik wilde dat niet. De volgende dag dacht ik dat ik geen keus had en ik wel aan het werk moest. Ik ging op de parkeerplaats staan. De meiden die op de parkeerplaats werkten, hoorden allemaal bij de familie van [verdachte] . Ik vond het niet leuk wat er gebeurde maar doordat ik iedere dag de verhalen hoorde van de meiden die ook in het gebouw woonden, wist ik niet beter. Eigenlijk wist ik dat het niet normaal was, maar toch.

Twee broers van [verdachte] gingen als eerste naar [pleegplaats 1] . De meiden die ze hadden meegenomen verdienden best goed. [verdachte] wilde ook dat ik naar Nederland zou gaan, maar ik was zwanger. Hierdoor kon ik niet naar Nederland. Ik ben naar Nederland toe gegaan toen mijn dochter een halfjaar oud was. Ik ben samen met [verdachte] , mijn dochter en [persoon 1] naar Nederland gegaan. We gingen naar Nederland met de auto van [verdachte] . Ik heb een paspoort laten maken voordat ik naar Nederland ging. Ik heb het paspoort een paar dagen daarvoor laten maken. Ik zie op mijn paspoort dat deze op 31 maart 2008 af is gegeven. Dit is dus rond de datum dat ik naar Nederland ben gegaan. Wij zijn naar [pleegplaats 1] gegaan. Hier waren ook de anderen die eerder dan wij naar Nederland waren gegaan. Ik moest van opening tot aan sluitingstijd achter het raam staan. Het was hier comfortabeler dan op de parkeerplaats. [verdachte] sloeg mij niet voortdurend meer omdat hij wist dat andere mensen dit zouden zien. Hij sloeg mij nog wel maar sloeg mij dan in de maag.

Als ik een dag had gewerkt en ‘s avonds thuis kwam haalde [verdachte] het geld wat ik verdiend had uit mijn tas. Ik moest iedere dag werken. Ik had nooit tijd om bij mijn dochter te zijn. Ook als ik in mijn maandelijkse periode zat moest ik werken. Ik werkte iedere dag van 10:00 uur 's ochtends tot 03:00 uur ‘s nachts.

Het geld wat ik verdiende werd door [verdachte] uitgegeven. Hij kocht allemaal kleren en schoenen voor zich zelf. Ik kreeg iedere dag 50 euro van hem voor spullen op de kamer en sigaretten. Ook moest ik van dit geld eten kopen om te kunnen koken. Van het geld heeft [verdachte] auto’s gekocht.

Midden in de nacht liep [verdachte] op straat, hij zei toen tegen mij dat ik meteen naar huis moest komen omdat er een groot probleem was. Thuis heeft hij mij bewusteloos geslagen.

Ik had allemaal bloed, een blauw oog en mijn neus was helemaal dik. De volgende dag ben ik naar de office gegaan omdat ik niet kon werken en geen kamerhuur wilde betalen. De office heeft [getuige] gebeld. [getuige] kwam naar mijn woning. Hij bleef beneden staan. [verdachte] wilde weggaan. [getuige] heeft toen tegen hem gezegd dat hij niet weg mocht gaan. Hierna kwam de politie. De politie heeft [verdachte] zijn gegevens genoteerd en vroegen mij wat er gebeurd was. Ik was nog niet zo ver om alles te vertellen. Ik heb de politie verteld dat er niks aan de hand was en dat we het al uitgepraat hadden. [getuige] werd toen heel kwaad op mij en gaf mij 1 uur de tijd om mijn spullen te pakken en weg te gaan met mijn familie. We zijn toen samen terug gegaan naar Hongarije. Daar heb ik een halfjaar gewerkt op de parkeerplaats.

[persoon 1] en ik zijn samen naar [pleegplaats 2] gegaan. In het begin verdienden we best goed. We gingen om de twee weken naar huis. Soms kwam [verdachte] ons ophalen. Ik weet niet precies hoe lang ik nu in [pleegplaats 2] werk. Ik denk nu ongeveer 1 jaar.

[verdachte] gebruikt mijn dochter tot op de dag van vandaag. Dit is zijn enige manier om contact met mij te hebben. Ik stuur hem geld. [verdachte] leeft van het geld wat ik hem stuur.

1.2

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 28012013-A-02-02, d.d. 4 februari 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op pagina 318 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer] :

Toen ik in Nederland was mishandelde [verdachte] mij niet meer zo vaak. [verdachte] mishandelde mij geestelijk, met woorden. Meestal ging het om geld. De pooiers waren voortdurend bezig met hoeveel geld de meisjes verdienden. Hij sloeg mij als ik minder had verdiend dan de andere meisjes. Hij kleineerde mij. Hij maakte heel vaak ruzie met mij. Thuis mishandelde hij mij niet maar hij wilde seks met mij hebben. Ik wilde dit niet omdat ik van hem walgde. Dit was aan het eind van de periode dat we in Nederland woonden. Ik vond seks met hem heel erg, erger dan seks met de klanten. [verdachte] wist heel goed dat ik geen seks met hem wilde.

[verdachte] zorgde voor mijn dochter. Als ik veel geld verdiende deed [verdachte] aardiger tegen mijn dochter. Dit had veel effect op mij. Ik wist dat ik hard moest werken, veel geld moest verdienen. Als ik niet veel geld had verdiend deed hij onaardig tegen mijn dochter.

Ik heb meerdere malen seks met [verdachte] gehad. Ik wilde dat niet. [verdachte] werd nog bozer op mij als ik tegen hem zei dat ik geen seks met hem wilde. Hij werd kwaad op mij en de volgende dag zag ik dat hij onaardig deed tegen mij dochter.

Ik heb [verdachte] geld gestuurd via [Bedrijf] . Ik ben hiermee begonnen toen ik in

[pleegplaats 2] kwam werken. Ik stuurde het geld naar [verdachte] . Ik denk een of twee keer per week. Ik moest de rest van het door mij verdiende geld op sparen en na twee weken mee naar huis, Hongarije, nemen. Ik stuurde rond de 200 a 500 euro naar hem toe.

Ik heb anderhalf jaar in [pleegplaats 1] gewerkt. Dat zijn 78 weken. 78 keer 2000 euro is 156.000 euro. In heb een jaar in [pleegplaats 2] gewerkt. Ik weet nog wat ik mee nam naar huis, dat is 3000 a 4000 euro. Hiervoor werkte ik twee weken. Ik moest minstens met 3000 a 4000 euro naar huis komen, anders moest ik langer door werken. Tussen door stuurde ik ook nog geld naar [verdachte] . Deze bedragen waren verschillend.

Ik weet dat [verdachte] de woning naast ons gekocht heeft van het geld. Hij heeft er meerdere auto’s van gekocht.

1.3

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 28012013-G-01, d.d. 29 mei 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op pagina 361 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige] :

Ik ben één van de beheerders van de prostitutiebuurt aan “ [locatie 1] ” te [pleegplaats 1] .

Met betrekking tot een voorval dat in het jaar 2009 heeft plaats gevonden tussen een Hongaars meisje, genaamd [slachtoffer] en een oudere Hongaarse man, kan ik het volgende zeggen. In die periode heb ik een appartement aan [slachtoffer] verhuurd. Het ging om het perceel [adres 1] te [pleegplaats 1] . Zij was destijds in gezelschap van een klein kind en die oudere man. Ik weet nog dat zij en die man vaak ruzie met elkaar hadden. Zo kwam [slachtoffer] een keer bij mij en zag ik dat zij een behoorlijk blauw gekleurd oog had. Zij en die oudere man hadden geregeld ruzie. Ik weet nog dat ik de politie heb gewaarschuwd. Ik heb een huurovereenkomst tussen mij en haar gevonden, aangaande de huur van het voornoemde pand te [pleegplaats 1] . Dit is een contract van 1 oktober 2009.

1.4

een schriftelijk stuk, te weten een registratie in het politiesysteem Blue View, registratie ID PL1000_2009121666_BVH, d.d. 11 november 2009, opgenomen op pagina 279 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Gebeurtenis: huiselijke twist

Opmaak datum: woensdag 11 november 2009

Betrokken personen: [slachtoffer] , [verdachte] (geboren [geboortedatum] ), [persoon 2] . Voertuig: Mercedes Zwart, eigenaar [verdachte] .

Melding van een conflict tussen drie personen. T.p. bleek het te gaan om BE's welke een relatie met elkaar zouden hebben. Zij is een hoertje en hij had haar gisteravond geslagen. Reden bleef onbekend. Ze had een dik/blauw/paars rechteroog, was erg verdrietig en trilde

maar wilde totaal niet dat hij aangehouden zou worden. [getuige] kende haar en had gebeld toen hij zag dat zij een blauw oog had. [getuige] heeft ze uit de woning gezet omdat het al de zoveelste keer zou zijn en hij zich een volgende keer niet zou kunnen inhouden.

1.5

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 28012013-AH-20, d.d. 29 mei 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op pagina 287 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van het verhoor van [getuige] , waarin hij mededeelde dat aangeefster [slachtoffer] een werkkamer had gehuurd bij het kantoor van zijn collega [exploitant] , [adres 2] te [pleegplaats 1] . Aldaar werd ons meegedeeld dat zij, [slachtoffer] :

- in het jaar 2008 vanaf 4 mei tot en met 28 december meerdere keren een kamer via hen had gehuurd voor een totaalbedrag van € 26.180,-

- in het jaar 2009 vanaf 10 januari tot en met 30 december 2009 meerdere keren via hen een kamer had gehuurd voor een totaal bedrag van € 32.340,-

- in week 30 van 2010 meerdere keren een kamer gehuurd voor een bedrag van € 770, -.

1.6

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 28012013-V-01-01, d.d. 27 april 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op pagina 437 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Ik denk dat het in april 2008 was dat [slachtoffer] , [persoon 2] en ik naar Nederland vertrokken Eenmaal in Nederland is [slachtoffer] weer in de prostitutie gaan werken. Dit was nog steeds in [pleegplaats 1] . [slachtoffer] verdiende het geld. Ik paste op ons dochtertje. In 2011, dat zal in mei geweest zijn, loog [slachtoffer] over een andere relatie van haar. Deze woordenwisseling is toen zo uit de hand gelopen, dat ik haar een klap in het gezicht heb gegeven.

1.7

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 28012013-V-01-02, d.d. 28 april 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op pagina 441 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

U leest mij een stuk voor uit de aangifte van [slachtoffer] . " [verdachte] dacht dat de jongen die ik leuk vond bij mij binnen was en dat we het gezellig hadden.

Midden in de nacht liep [verdachte] op straat hij zei toen tegen mij dat ik meteen naar huis moest komen omdat er een groot probleem was. Thuis heeft hij mij bewusteloos geslagen. Ik had allemaal bloed, een blauw oog en mijn neus was helemaal dik. De volgende dag ben ik naar de office gegaan omdat ik niet kon werken en geen kamerhuur wilde betalen. De office heeft [getuige] gebeld."

Ik heb haar toen inderdaad een keer geslagen, omdat ik jaloers was. Gisteren heeft u mij ook gevraagd of ik haar geslagen heb. Toen heb ik gezegd dat ik haar alleen maar een keer had geslagen in Hongarije. Ik was dit voorval vergeten. De volgende dag zijn we bij de politie geweest en hebben de zaak besproken. De zaak was daar mee af. We hebben gezegd dat het om privéproblemen ging.

1.8

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 28012013-V-01-03, d.d. 29 april 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op pagina 447 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Gisteren heb ik met u gesproken over de mishandeling van [slachtoffer] , ten tijde van ons verblijf in [pleegplaats 1] . Ik heb [slachtoffer] toen een klap gegeven met de vlakke hand, op haar wang. Dit zal dan op haar linkerwang geweest zijn. Als gevolg van deze klap had zij een blauw oog. Zij moest toen huilen. Ik had er spijt van, maar was erg jaloers. Tijdens dit voorval was de verhuurder van de woning ook aanwezig. Die man heet [getuige] .

1.9

een ambtsedig proces-verbaal, nummer 28012013-V-01-05, d.d. 23 mei 2013 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgenomen op pagina 454 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Met betrekking tot tapgesprek 27-08-2008 - 22:29:24: Ik heb het gesprek beluisterd en kan hierover het volgende verklaren. Dit is een gesprek tussen [slachtoffer] en iemand. Die persoon kan ik best geweest zijn, maar ik herken mijn stem niet. Zoals ik al eerder gezegd heb, hadden wij vaak ruzie. Als iemand anders zegt dat ik dat ben, dan zij dat zo.

Met betrekking tot tapgesprek 22-08-2008 - 21:06:36: Ik heb het gesprek beluisterd en kan hierover het volgende verklaren. Dit is een gesprek tussen [slachtoffer] en mij. Het klopt dat ik in dit gesprek klaag over de verdiensten van [slachtoffer] .

1.10

een proces-verbaal selectie met een selectie van tapgesprekken, nummer 28012013-AH-16, d.d. 29 mei 2013, opgenomen op pagina 31 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

22-08-2008 21:06:36 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

Het kindje moet van [verdachte] zeggen: Mama, ga geld verdienen, er moet veel geld komen. [verdachte] vraagt [slachtoffer] hoeveel ze heeft verdiend. 30 euro. [verdachte] zegt dat nu de Roemeense vrouw en [persoon 3] allebei niet aanwezig zijn, toch verdient ze geen geld. Het dus niet de schuld van iemand anders, [slachtoffer] verdient gewoon niet. [verdachte] wil niet boos zijn maar hij snapt niet hoe anderen 10.000 euro verdiend hebben.

23-08-2008 22:09:05 [verdachte] zegt: Goed, ga geld verdienen, verdomme.

23-08-2008 22:18:02 [verdachte] = [verdachte] , belt met [persoon 4] .

[verdachte] : [slachtoffer] , weet je, nog in het begin, toen zo nog expres geen geld verdiende, dat ze naar huis moest gaan. Ik zei tegen haar: [slachtoffer] , ik ga met je mee naar huis, maar daar wil ik ook 50.000 verdienen, net zoals vroeger. Als het moet, begin je om 12 uur ‘s middags en kom je pas in de morgen weer naar huis. Maar ook dan moet ik 50.000 hebben. Maak je maar geen zorgen, daarna ging ze wel geld verdienen.

27-08-2008 19:31:53 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : Heb je nog steeds siesta?

[slachtoffer] : Er zijn toch een paar.

[verdachte] : Echt? Alleen jij heb dus siesta?

[slachtoffer] : Hoezo? Ik heb maar 20 minuten gelegen, [verdachte] .

[verdachte] : 20 minuten? En als ik denk dat je met iemand gratis zat te neuken! Of dat je een klant had maar het geld heb verzwegen. Nou! Moet ik je afmaken of wat moet ik met je doen?

27-08-2008 22:29:24 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : [slachtoffer] , ga je best doen, kleed je helemaal uit tot je bloot bent.

[slachtoffer] : Maak je maar geen zorgen.

[verdachte] : Natuurlijk maak ik me zorgen! Waarom zou ik me geen zorgen moeten maken?

[slachtoffer] : Daarom is er geen geld.

[verdachte] : Godverdomme, stomme trut!

[slachtoffer] : Ik krijg al maagzweer.

[verdachte] : Als ik je niet bel is er toch geen geld. Ik heb je tussen 5 uur en half 9 niet gebeld. Heb je geld verdiend? Hoe zo heb je maagzweer? Ik sla je tot die maagzweer weg is, kutwijf.

17-09-2008 13:12:56 [verdachte] en [persoon 5] .

[verdachte] wil alleen maar een X5 hebben. Daarna is het geld niet meer belangrijk, [slachtoffer] mag het zelfs allemaal aan zich uitgeven. Hij zei tegen haar dat hij voor de kerst een X5 wilde en klaar. Daarna mag ze goud voor zich kopen en wat ze wil. En sparen is ook belangrijk. Dan zal [verdachte] niet meer zo op het geld letten. Niet dat hij het nu wel gedaan heeft. Het geld wordt hier makkelijk uitgegeven. [verdachte] kocht 8 broeken voor 1500 euro.

1.11

een proces-verbaal selectie met een selectie van tapgesprekken, nummer 28012013-AH-21, d.d. 29 mei 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

27-08-2008 22:07:31 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[slachtoffer] : Ik ben niet ziek, [verdachte] .

[verdachte] : Ga dan geld verdienen, trut! Wat de fuck is dan jou probleem?

[slachtoffer] : Ik heb geen probleem.

[verdachte] : Ben je uitgeslapen? He? Ben je slaperig of wat?

[slachtoffer] : Nee, ik ben niet slaperig.

[verdachte] : Ik hoor je klote stem, rothoer die je bent. Ik hoor het. Je bent niet slaperig. Wat, wat de, wat is er [slachtoffer] ?

[slachtoffer] : Er is niets, [verdachte] . Geloof je me niet?

[verdachte] : Je verdient dus expres geen geld.

[slachtoffer] : Waarom, [verdachte] , waarom zou ik het doen?

[verdachte] : Godverdomme, daarom.

27-08-2008 23:39:11 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : Heb je in vijf/zeven (?) uur tijd 1 klant gehad? Paste dat allemaal in je dag?

[slachtoffer] : He?

[verdachte] : Wat is er met jou aan de hand jij stomme hoer?

27-8-2008 23:39:11 [verdachte] en [slachtoffer]

[verdachte] vraagt [slachtoffer] waar zij net was, hij heeft haar niet gezien

31-08-2008 16:53:48 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : Ik dacht ik ga je even controleren waar je uithangt.

[slachtoffer] : Ik ben hier binnen, waar zou ik nou uitgangen?

[verdachte] : Met wie zat je net te praten aan de telefoon?

01-09-2008 16:37:11 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] zegt dat [slachtoffer] geen vriendinnen moet helpen. [slachtoffer] moet geen vriendschappen gaan onderhouden ten laste van haar eigen verdiensten. Anders zwaait er wat. Ze moet ook geen dingen regelen voor anderen, voor noppes.

1-09-2008 21:18:32 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : hebben ze je zo geneukt dat je daar flauw van viel? Wat? [slachtoffer] , slaap je echt met de kerel?

[slachtoffer] : nee, helemaal niet.

[verdachte] : nou zeg, (schreeuwt) zo’viese hoer als jij,zeg, (stilte)wat doe jij allemaal trut. (..) je bent van de kaart trut. (stilte) Nou zeg, luister, je hebt niet eens naar me toe gestuurd dat je klaar was. (kindergeluid) [slachtoffer] , (..)

[verdachte] : (boos) je bent toch in slaap gevallen met de kerel.

[slachtoffer] : (stemverheffing) er is niemand hier.

[verdachte] : wat? waarom heb je dan niet gestuurd dat je klaar was?

[slachtoffer] : hij is vertrokken en ik ging naar bed.

[verdachte] : maar waarom heb je niets gestuurd dat je klaar was? waarom niet?

[slachtoffer] : ik weet het niet.

[verdachte] : ik vermoord je [slachtoffer] , let maar op.

01-9-2008 22:07:08 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : Ging je weer slapen?

[slachtoffer] : Helemaal niet.

[verdachte] : Ga dan geld verdienen.

[slachtoffer] : [verdachte] , er is niemand op de straat.

[verdachte] : Verdien geld, hoerendochter die je bent.

08-09-2008 20:51:43 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[slachtoffer] : (lacht) morgen blijf ik thuis.

[verdachte] : waarom?

[slachtoffer] : het zal mooi zijn. Daar zat ik over te dromen. Ik zou haar in bad willen doen, en zoiets.

[verdachte] : luister, (..) weet je waar jij over moet dromen?

[verdachte] : over geld. (stilte)

[verdachte] : wat? Niet? Je kunt naar huis komen, haar in bad doen en dan terug gaan. En je droom is uit.

[slachtoffer] : nou zeg. Echt waar ik wil een dag thuis blijven.

[verdachte] : [slachtoffer] , je moet je niet aanstellen.

[slachtoffer] : ik stel me niet aan.

[verdachte] : mijn God, mijn God.

[slachtoffer] : hoezo? Is dat zo bijzonder?

[verdachte] : het maakt niet uit, je kan de kamer maken tot 2 uur, je komt naar huis toe, en daarna ben je tot 5-6 uur thuis, en je gaat daarna terug.

[slachtoffer] : hoezo, mag ik geen een..

Einde gesprek.

11-9-2008 21:40:02 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] Wat is jouw probleem met die kamers, [slachtoffer] ? Wat is nu je probleem met de kamers?

Is het probleem dat er geen wc in zit of is het probleem dat er geen geld is?

[slachtoffer] Verdien ik tegenwoordig dan niet?

[verdachte] Voorheen verdiende je niet. Je bent een kuthoer. Voorheen verdiende je ook niet. (..) Ligt het dan aan de kamer? Wat praat je over kamers, wat zeik je, ga als je wilt, godverdomme, verdien gewoon geld.

(..) Rot op, kutwijf, het kan me niet schelen, al rot je op naar het kerkhof. Zit me niet op te fokken, klerewijf. Je zit de hele tijd te zeiken over de kamers, over de kamers, maar anderen verdienen daar wel.

[slachtoffer] Maar ik heb daar ook verdiend, geef toe. Ik heb ook wel verdiend.

[verdachte] Wat heb je verdiend, jij vuile zaadhoer? 200 euro? Wat? Wat heb je verdiend? Wat heb je verdiend? Geld? Heb je veel geld verdiend? Heb je daar veel geld verdiend, [slachtoffer] ?

[slachtoffer] Nou, niet veel.

[verdachte] Nou dan, verdienen anderen daar wel veel geld, [slachtoffer] ?

[verdachte] Nou, je had gezegd dat er een vreemde Roemeense vrouw was gekomen die ook veel verdiende. Ligt het dan aan de kamer, [slachtoffer] ?

[slachtoffer] (zwijgt)

[verdachte] Wat?

[slachtoffer] (zwijgt)

[verdachte] Ze verdienen nu, alle vrouwen verdienen, [slachtoffer] , alleen jij niet.

[verdachte] Mijn God, mijn God. Jij moet je ermee bezig houden, dat je geld verdient, kuthoer, niet met die klotekamers, godverdomme. Ga maar, [slachtoffer] , ga maar waarheen je wilt, . Ik vind het niet erg als in twee kamers zit. Zit me niet op te fokken over die kamers, godverdomme. Je moet je bezig houden met geld verdienen. Je bent de hele dag aan het rondhangen.

12-9-2008 20:09:00 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : [slachtoffer] , laat mij met rust over dat kamertje, anders krijg je een pak slag van mij, snap je? Maak mij niet zenuwachtig over dat kamertje, jij bent zelf daarnaar toe gegaan, niet waar?

[slachtoffer] : In het andere heb ik vaak een kleine 200 gemaakt. 2 a 300.

[verdachte] : Pas op, [slachtoffer] . Zeur niet over het kamertje door. Ik zweer het bij het leven van mijn moeder dat ik je vermoord.

12-9-2008 20:38:00 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : [slachtoffer] , het kan mij een worst wezen in welk kamertje je staat, en het kan mij ook niet schelen of je je lekker voelt in je kamertje. Je bent tenslotte niet voor je plezier hier en je je lekker voelen in je kamertje, jij stommerik. Maak maar geld, begrepen?

12-9-2008 21:21:18 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : Maar als je geen geld maakt, vermoord ik je, begrepen?

17-9-2008 18:44:56 [verdachte] = [verdachte] , [slachtoffer] = [slachtoffer]

[verdachte] : Heb je niets, [slachtoffer] ?

[slachtoffer] : Niets.

[verdachte] : Waar zijn mijn 400 euro per dag?

1.12

een proces-verbaal selectie met een selectie van tapgesprekken, nummer 28012013-AH-24, d.d. 29 mei 2013, opgenomen op pagina 192 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

18-9-2008 17:04:44 [verdachte] = [verdachte] , [persoon 6] = [persoon 6]

[verdachte] wil een S Mercedes of een X.

[verdachte] : ik zal tegen [slachtoffer] zeggen, dat ze alleen maar naar huis moet komen als ze 500 euro per dag heeft. Dat is 12.000 euro per maand. In twee maanden heb ik de X.

Voor mij is belangrijk dat ik dit jaar nog een auto kan kopen. En volgend jaar kan ik sparen voor iets anders. Voor een huisje.

1.13

een proces-verbaal van bevindingen, nummer 28012013-AH-17, d.d. 22 mei 2013, opgenomen op pagina 77 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op woensdag 22 mei 2013 heb ik aan beide aangeefsters gedeelten van de 13 geselecteerde gesprekken laten beluisteren. beide aangeefsters verklaren unaniem dat de personen vermeld in de index van het relaas van PV 28012013-AH-16 daadwerkelijk degenen zijn die aan de gesprekken deelnemen.

1.14

een schriftelijk stuk, te weten een overzicht van money transfers gedaan door [slachtoffer] via [Bedrijf] , d.d. 30 november 2012, voor zover inhoudende 107 overboekingen naar [verdachte] in de periode van 2 juli 2008 - 24 november 2012.

2. een proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] door de rechter-commissaris, d.d. 13 november 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Hoe bent u in de prostitutie verzeild geraakt? Wie heeft het eerst met u besproken en

wanneer? Hoe ging dat precies? Door [verdachte] . Dat weet ik ook nog heel precies. Ik was iets aan het koken en hij kwam naar mij toe. Ik zei “ik breng je naar [locatie 2] ” (opm tolk: [locatie 2] is een buitenwijk van [plaats] ).

Wanneer is besloten om naar [pleegplaats 1] te gaan? Familie van [verdachte] was al in [pleegplaats 1] . Zijn broers schepten altijd op hoe veel geld ze hadden. We zijn toen samen met het dochtertje naar [pleegplaats 1] gegaan.

En wie heeft de reis geregeld? [verdachte] . Met de auto. Wie reed? Een man bestuurde de auto. Verder zaten [verdachte] , mijn dochtertje en ik in de auto.

Hoe lang heeft u in [pleegplaats 1] gewerkt? Hoeveel maanden? Anderhalf jaar ongeveer.

Wat waren de werktijden? Vanaf de opening tot de sluiting. Ik ging meestal 10.00 uur was ik in de kamer en in de middag ging ik naar huis om te koken voor mijn dochtertje. Ik werkte tot 03.00 uur. Wat waren de verdiensten? Dat was wisselend. € 200 à 300 per dag netto.

Wat deed u met het geld? Iedere avond ging ik naar huis. [verdachte] pakte het geld uit mijn tas. Ik had geen enkele aanspraak wat er met het geld gebeurde.

Wat werd van het geld betaald? Hij kocht dingen, een auto. Ik heb er nooit wat van gezien. Waarvan werden de kosten van wonen, energie, eten en drinken, luiers, etc. betaald?

Van mijn geld. Deze huurkosten en de andere kosten heb ik allemaal betaald.

Bent u in de periode 1 juni 2007 tot 1 januari 2011 door [verdachte] geslagen? Natuurlijk!

Toen de politie in [pleegplaats 1] kwam ging hij mij naar boven schoppen. Meestal had ik dan blauwe plekken. Hier in Nederland sloeg hij me meestal in de maag.

Wanneer is besloten in [pleegplaats 2] te gaan werken? Het kan zijn in 2010 of 2011.

Wat deed u met het geld? Ik stuurde wekelijks wat naar huis naar [verdachte] en een groter bedrag heb ik zelf mee naar huis genomen.

Er was altijd een bepaald bedrag wat ik moest verdienen. Dat was een bepaald bedrag dat ik meer naar huis moest brengen. Dat was € 2000 a € 3000 per 2 weken, ongeveer.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 maart 2008 tot en met 1 november 2009 en 1 mei 2010 tot en met 30 januari 2013 te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] en/of in Hongarije

(sub 1)

een vrouw, [slachtoffer] , door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer] en

(sub 3)

een vrouw, [slachtoffer] , heeft aangeworven en medegenomen met het oogmerk om [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en

(sub 4)

een vrouw, [slachtoffer] , door geweld, dreiging met geweld, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen of bewogen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en

(sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een vrouw, [slachtoffer] en

(sub 9)

een vrouw, [slachtoffer] , door geweld, dreiging met geweld, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen om hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [slachtoffer] met een derde,

immers heeft/is verdachte

- met [slachtoffer] in een auto van Hongarije naar Nederland gegaan en

- [slachtoffer] in de buik geslagen en met kracht tegen haar hoofd geslagen waardoor zij bewusteloos raakte en

- een groot deel van het door [slachtoffer] verdiende geld aan hem laten afstaan en waarvan verdachte luxe goederen voor zichzelf kocht en

- [slachtoffer] elke dag laten werken, waarbij zij werkte van tien uur ’s ochtends tot drie uur ’s nachts waardoor zij nauwelijks tijd aan haar dochter kon besteden en

- telkens gecontroleerd of [slachtoffer] wel aan het werk was en hoeveel ze verdiende en zijn onvrede geuit als ze niet genoeg verdiende en/of [slachtoffer] (telkens) uitgescholden en/of dreigende taal geuit tegen [slachtoffer] en/of

- [slachtoffer] laten werken terwijl zij ongesteld was en/of

- ( een deel van) het geld dat door [slachtoffer] in de prostitutie werd verdiend aan zich(zelf) over laten maken via money tranfsers en

- macht over [slachtoffer] omdat haar dochter bij verdachte was in Hongarije en

- vaak seks met [slachtoffer] gehad tegen haar zin.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Mensenhandel, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 27 mei 2015, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer vier jaren schuldig gemaakt aan mensenhandel. Hij heeft het slachtoffer, zijnde zijn toenmalige partner en de moeder van zijn kind, aangeworven om in Nederland in de prostitutie te werken en haar verdiensten aan hem af te staan. Verdachte heeft gebruik van geweld en dreiging met geweld daarbij niet geschuwd en heeft onder meer misbruik gemaakt van het feit dat het slachtoffer een kind bij hem had waarvoor hij de zorg droeg.

Mensenhandel waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht, is een vergaande vorm van uitbuiting waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt worden gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter. Dit is een ernstige strafbaar feit. Verdachte heeft de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer geschonden enkel ten behoeve van zijn eigen geldelijke gewin. De rechtbank vindt het in het bijzonder schrijnend dat verdachte dure auto's van de verdiensten van het slachtoffer heeft gekocht en heeft aangegeven dat het slachtoffer eerst een Mercedes X5 voor hem moest verdienen, alvorens ze geld aan zichzelf mocht uitgeven. De psychische gevolgen van dergelijke uitbuiting voor een slachtoffer zijn, zo is algemeen bekend, groot. Dat dit ook voor het slachtoffer in deze zaak geldt, is onder meer gebleken uit de toelichting op de immateriële schade bij de vordering die zij heeft ingediend als benadeelde partij.

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld voor strafbare feiten. De reclassering heeft zich onthouden van een strafadvies gelet op het feit dat verdachte ontkent de ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd.

De rechtbank acht oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelet op de ernst van het feit gerechtvaardigd. De rechtbank houdt bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf in het onderhavige geval rekening met het feit dat het gaat om seksuele uitbuiting van de levensgezel gedurende een zeer lange periode, waarbij verdachte gebruik van geweld niet heeft geschuwd.

De rechtbank acht de eis van de officier van justitie - te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden - passend en geboden, met dien verstande dat de rechtbank een verdiscontering zal toepassen met het oog op het tijdsverloop in deze zaak. Verdachte is reeds in verzekering gesteld op 26 mei 2013, het laatste verhoor bij de rechter-commissaris vond plaats op 3 april 2014, en de zaak is voor het eerst op zitting aangebracht op 15 juni 2015. De rechtbank gaat - conform de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten bij overschrijding van de redelijke termijn met meer dan zes maanden maar minder dan 12 maanden1 - uit van strafvermindering met 10% en zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden opleggen.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De raadsman van verdachte heeft - zakelijk weergegeven - onder meer betoogd dat fiscale gegevens van [slachtoffer] ontbreken zodat onvoldoende kan worden vastgesteld hoeveel [slachtoffer] heeft verdiend en dat evenmin kan worden vastgesteld hoeveel zij precies aan verdachte heeft afgedragen.

De rechtbank constateert met betrekking tot de gevorderde materiële schade, groot

€ 84.928,58, dat [slachtoffer] geen fiscale stukken zoals een belastingaangifte heeft ingediend ter onderbouwing van haar vordering, maar dit neemt niet weg dat het de rechtbank vrij staat de schade van [slachtoffer] te schatten op basis van de stukken in het dossier.

De rechtbank stelt vast dat uit de in het dossier opgenomen kamerverhuurgegevens blijkt dat [slachtoffer] in ieder geval 539 dagen heeft gewerkt. De rechtbank schat, in navolging van de toelichting op de vordering van de benadeelde partij, de minimale verdiensten (na aftrek van bijvoorbeeld kamerhuur en eten) van [slachtoffer] op € 100,00 per dag. Op basis van de verklaringen van [slachtoffer] en de gegevens van [Bedrijf] stelt de rechtbank voorts vast dat [slachtoffer] in de periode vanaf 14 mei 2008 tot en met 28 november 2012 € 35.206,58 aan verdachte heeft overgemaakt via [Bedrijf] . Dit betreft grotendeels de periode waarover geen kamerverhuurgegevens beschikbaar zijn.

[slachtoffer] heeft voorts verklaard dat zij regelmatig is teruggekeerd naar Hongarije en dan contant geld meenam. De rechtbank constateert dat deze bedragen blijkens de schriftelijke toelichting niet ten grondslag zijn gelegd aan de vordering van de benadeelde partij.

De rechtbank stelt tevens vast dat [slachtoffer] heeft verklaard dat een deel van de door haar aan verdachte afgestane verdiensten bedoeld was voor (het levensonderhoud van) haar dochtertje, nu verdachte voor het dochtertje zorgde. Nu onduidelijk is om welk bedrag of wel percentage van het bedrag het telkens gaat, zal de rechtbank ook op dit punt gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid.

Al met al stelt de rechtbank de materiële schade in redelijkheid en billijkheid vast op

€ 75.000,00. De rechtbank zal de vordering dan ook tot dat bedrag toewijzen. Ten aanzien van het overige gedeelte van gevorderde materiële schade zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank constateert met betrekking tot de gevorderde immateriële schade, groot

€ 10.000,00, dat deze niet door de raadsman is betwist en acht deze schade voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht de vordering derhalve tot een totaalbedrag van € 85.000,00 gegrond en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal dit bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2013.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 85.000,00 (zegge: vijfentachtigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2013.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is ten aanzien van het overige en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 85.000,00 (zegge: vijfentachtigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2013, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 365 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 75.000,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. F.J. Agema en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 november 2015.

Mr. Klaassens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578 .