Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6273

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-09-2015
Datum publicatie
17-03-2016
Zaaknummer
18.730230-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich geruime tijd bezig gehouden met het verhandelen van harddrugs. De landelijk toegepaste uitgangspunten gaan bij het verhandelen van harddrugs gedurende een periode van 6 tot 12 maanden uit van een gevangenisstraf van 12 maanden. De officier van justitie heeft bij zijn eis sterk rekening gehouden met de hiervoor weergegeven positieve wending die verdachte aan zijn leven heeft gegeven.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 56
Wetboek van Strafrecht 57
Opiumwet 2
Opiumwet 10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730230-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 september 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 augustus 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.R. Stoeten, advocaat te Joure.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 6 juni 2014 te

[pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Smallingerland, en/of (elders) in

Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (telkens) opzettelijk aanwezig

heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine

(speed) en/of MDMA en/of MDA en/of N-ethyl MDA (te weten (een) zogenoemde

XTC-pil(len)), zijnde amfetamine en/of MDMA en/of MDA en/of N-ethyl MDA (elk)

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van 75 dagen gevangenisstraf onvoorwaardelijk, met aftrek van voorarrest;

- oplegging van 4 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van een meldplicht bij de reclassering;

- oplegging van 240 uren taakstraf, met 120 dagen vervangende hechtenis;

- verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen telefoon.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 augustus 2015;

1.1.

het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, nr. PL02R2-2014059947-23, d.d. 17 juni 2014, inhoudende de verklaring van verdachte;

1.2.

het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, nr. PL02CD-2014057921-16, d.d. 7 juni 2014, inhoudende de verklaring van [verklarende] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 juni 2013 tot en met 6 juni 2014 te [pleegplaats] , meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en MDMA en MDA en N-ethyl MDA, te weten zogenoemde XTC-pillen en telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed), zijnde amfetamine en MDMA en MDA en N-ethyl MDA elk telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het bewezenverklaarde verkopen en afleveren:

De voortgezette handeling van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en

ten aanzien van het bewezenverklaarde aanwezig hebben:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte reclasseringsrapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich geruime tijd bezig gehouden met het verhandelen van harddrugs. Drugs leveren grote gevaren op voor de gezondheid van de gebruikers en de verslaving aan drugs kan leiden tot ander crimineel gedrag of grote maatschappelijke problemen. Oplegging van een gevangenisstraf is dan ook gerechtvaardigd.

Het in september 2014 opgemaakte reclasseringsadvies schetst een somber beeld van verdachte. Ter terechtzitting is aangegeven dat verdachte zijn leven inmiddels een volledig andere richting heeft gegeven. Verdachte werkt 32 uren per week via een in april 2015 opgestart re-integratieproject van de gemeente Smallingerland, hij woont sinds mei 2015 bij zijn vriendin en haar kinderen en het contact met zijn ouders is nu goed. Hij is sinds een half jaar volledig gestopt met het gebruik van drugs en wil wel meewerken aan toezicht door de reclassering.

De landelijk toegepaste uitgangspunten gaan bij het verhandelen van harddrugs gedurende een periode van 6 tot 12 maanden uit van een gevangenisstraf van 12 maanden. De officier van justitie heeft bij zijn eis sterk rekening gehouden met de hiervoor weergegeven positieve wending die verdachte aan zijn leven heeft gegeven. De rechtbank zal de officier van justitie hierin volgen, ook om verdachte aan te moedigen op de ingeslagen weg voort te gaan en zich niet meer met drugs in te laten. De rechtbank betrekt hierbij ook dat de zaak niet snel ter zitting is aangebracht maar dat verdachte in vrijheid is gesteld door de officier van justitie en in vrijheid de berechting van zijn zaak (nu een jaar later) heeft kunnen afwachten. De rechtbank acht het, met de officier van justitie, van belang dat verdachte ook enige ondersteuning zal krijgen van de reclassering en de rechtbank zal dan ook de meldplicht opleggen als bijzondere voorwaarde.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen telefoon van het merk Samsung vatbaar voor verbeurdverklaring nu het bewezenverklaarde feit met behulp van deze telefoon is begaan en deze toebehoort aan verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 33, 33a, 56 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde

en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 195 dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 120 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaar, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zoutbranderij 1 in Leeuwarden en dat hij zich daarna zal blijven melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dit wenselijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen telefoon van het merk Samsung.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. A. Postma, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 september 2015.

Mr. Postma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Koelman

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Komrij

locatie Leeuwarden,