Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6147

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30-10-2015
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
18.063955-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De Rechtbank Noord-Nederland veroordeelt een man wegens bijstandsfraude. Hij heeft jarenlang in auto's gehandeld zonder de verdiensten daaruit aan de sociale dienst op te geven.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, 227b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/063955-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 oktober 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 oktober 2015.

De verdachte is verschenen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. Roggen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 4 december 2008 tot en met 1 december 2012 en/of de periode van 25 februari 2013 tot en met 31 mei 2013 te [pleegplaats] , gemeente Smallingerland, in elk geval in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een WWB-uitkering (bijstand) via de gemeente Smallingerland (naar de norm van een gezin), dan wel voor de hoogte of de

duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, aan de (afdeling sociale zaken van de) gemeente Smallingerland opzettelijk in het geheel niet gemeld dat hij en/of zijn partner in voormelde periode(n) werkzaamheden hebben/heeft verricht (autohandel) en/of uit die werkzaamheden van autohandel inkomsten hebben/heeft genoten en/of dat hun/zijn vermogen (autobezit) (telkens) was toegenomen, dan wel (telkens) gewijzigd, zulks terwijl dat toen (telkens) wel het geval was.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van een werkstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand, met een proeftijd van twee jaren.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 oktober 2015;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 95293, d.d. 15 oktober 2014, inhoudende de verklaring van verbalisant.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen opgenomen feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 4 december 2008 tot en met 1 december 2012 en in de periode van

25 februari 2013 tot en met 31 mei 2013 te [pleegplaats] , gemeente Smallingerland, in strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een WWB-uitkering (bijstand) via de gemeente Smallingerland (naar de norm van een gezin), dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking, immers heeft hij, verdachte, aan de afdeling sociale zaken van de gemeente Smallingerland opzettelijk in het geheel niet gemeld dat hij in voormelde perioden werkzaamheden heeft verricht (autohandel) en uit die werkzaamheden van autohandel inkomsten heeft genoten en dat zijn vermogen (autobezit) telkens was toegenomen, dan wel telkens gewijzigd, zulks terwijl dat toen telkens wel het geval was.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan bijstandsfraude. Door zijn bijverdiensten uit de autohandel niet op te geven aan de sociale dienst, hebben hij en zijn partner tijdens deze periode ten onrechte een volledige bijstandsuitkering genoten. Het socialezekerheidsstelsel in Nederland is gebaseerd op onderlinge solidariteit, waarbij het uitgangspunt is dat slechts tegemoetkomingen worden verstrekt aan hen die hier daadwerkelijk recht op hebben. Bijstandsfraude vormt een ernstige ondermijning van het maatschappelijk draagvlak voor het sociale stelsel. De rechtbank neemt verdachte het door hem gepleegde feit kwalijk, temeer nu verdachte ter terechtzitting weinig blijk heeft gegeven van inzicht in het laakbare van zijn handelen.

De LOVS-oriëntatiepunten, waarop de rechtbank zich bij het bepalen van de straf mede baseert, houden bij een fraudebedrag als het onderhavige een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee tot vijf maanden dan wel een gelijkwaardige taakstraf in. De rechtbank zal, met name gelet op de relatieve ouderdom van de feiten, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf maar een forse werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen. De door de officier van justitie gevorderde straf acht de rechtbank passend.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 227b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 160 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 80 dagen zal worden toegepast.

Een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.G. Wijma, voorzitter, mr. M. Brinksma en

mr. C.A.J. Tuinstra, rechters, bijgestaan door mr. J.C. Huizenga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2015.

Mr. Tuinstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Wijma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Brinksma

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Huizenga

locatie Leeuwarden,