Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6129

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-10-2015
Datum publicatie
14-03-2016
Zaaknummer
18.830453-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Man veroordeeld voor het meerdere malen plegen van ontucht met zijn minderjarige dochter tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan de helft voorwaardelijk.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, 244, 249
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 18/830453-13

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

23 oktober 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

11 september 2014, 1 december 2014 en 9 oktober 2015.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.Th. van Jaarsveld, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.F. Severs en

mr. S. Zwarts.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 1991 tot 21 augustus 1996, op

diverse data en/of tijdstippen, te [pleegplaats] , (meermalen) met [slachtoffer]

(geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), die toen (telkens) de leeftijd van twaalf

jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die

(telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte,

(telkens):

- zijn vinger(s) in de vagina van [slachtoffer] gebracht en/of

- zichzelf afgetrokken in het bijzijn van [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) een zaadlozing gehad op de (ontblote) buik van [slachtoffer]

;

2.

hij in of omstreeks de periode van 21 augustus 1991 tot 21 augustus 1996 te

[pleegplaats] ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten [slachtoffer]

, geboren op [geboortedatum slachtoffer] , bestaande die ontucht hierin dat

hij, verdachte, aan de vagina van [slachtoffer] heeft gelikt.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde kan worden bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de aangifte authentiek is, nu deze details bevat die iemand niet verzint, welke details bovendien ook terug te vinden zijn in de dagboekaantekeningen van aangeefster. Daarnaast is aangeefster ook consistent in haar verhaal. Zij maakt het in de loop der tijd niet erger of minder erg. Tot slot is er ook voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig voor de aangifte. Vooral de verklaring van [getuige 1] speelt daarin een belangrijke rol. Zij heeft meegeluisterd met een telefoongesprek tussen verdachte en aangeefster waarin verdachte heeft toegegeven dat hij het misbruik heeft gepleegd. Voorts zijn ook andere punten van de aangifte terug te vinden in andere verklaringen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende steunbewijs is voor de aangifte. Bij de keren dat aangeefster verdachte heeft geconfronteerd met het beweerde misbruik, was er twee maal een getuige. De ene keer was dat [getuige 2] , die, in tegenstelling tot aangeefster, niet heeft verklaard dat verdachte het misbruik daarbij zou hebben toegegeven. De andere keer was dat [getuige 1] , die aan de telefoon zou hebben meegeluisterd en gehoord heeft dat verdachte zou hebben toegegeven. Het wekt verbazing dat [getuige 1] zich van het verdere gesprek helemaal niets herinnert. Ook moet worden gewezen op de bijzondere wijze van disclosure. [getuige 1] heeft verklaard dat aangeefster tegen haar zei dat ze gedroomd had dat ze was misbruikt, en toen was [getuige 1] degene die tegen aangeefster zei dat dat geen droom was, maar verdrongen herinneringen. Tot slot heeft de raadsman opgemerkt dat, nu aangeefster een hekel aan haar stiefmoeder had, niet is uit te sluiten dat aangeefster een wig heeft willen drijven tussen haar vader en zijn nieuwe vrouw. Het kan ook een schreeuw om aandacht zijn geweest in de tijd dat het gezin veel bezig was met [naam] .

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

Daarbij is ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts gebruikt met betrekking tot het feit of de feiten waarop het blijkens zijn inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 6 november 2012, opgenomen op p. 31 e.v. van dossier nummer 2012062204 d.d. 8 juli 2013, van Politie Groningen, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :

Ik wil aangifte doen tegen mijn vader, [verdachte] , omdat hij mij seksueel heeft misbruikt toen we aan de [straatnaam] woonden in [pleegplaats] , van mijn 7e/8e tot mijn 11e jaar. Ik kan mij herinneren dat mijn vader 6 of 7 keer met zijn vinger in mij is gegaan en beffen. Hij heeft met zijn pink gevingerd in mijn vagina. Hij heeft mij gebeft en trok zich af en daarna kwam hij klaar op mijn buik. Eén keer heeft hij mij met zijn middelvinger gevingerd.

De eerste keer was op de slaapkamer van mijn moeder. Ik moest die ochtend papa wakker maken. Ik herinner mij het woordje 'kom' wat hij tegen mij zei en dat hij hierbij een handgebaar maakte dat ik bij hem moest komen liggen. Mijn vader lag aan de rechterkant van een tweepersoonsbed, ik aan de linkerkant. Mijn vader lag op zijn zij. Ik lag op mijn rug. Mijn vader hield mij vast en knuffelde mij. Hij trok mij naar zich toe. Ik ben toen ook op mijn zij gedraaid, met mijn gezicht naar hem toe. Het vastpakken voelde ook klemmend, de greep was stevig. Hij probeerde mij eerst te vingeren met zijn middelvinger. Vervolgens lukte het hem met zijn pink. Ik weet dat hij zich vervolgens begon af te trekken en klaar kwam op mijn buik. Daarna veegde hij het af met een handdoek en mocht ik naar beneden gaan. Ik lag op bed op het hoeslaken, de dekens waren er niet. Ik moest mijn benen wijd open doen en hij ging op zijn knieën tussen mijn benen zitten. Vervolgens speelde hij met zichzelf en bij mij. Hij probeerde met zijn vinger in mijn vagina te gaan. Hij ging er heel even uit en probeerde het daarna met zijn pink. Terwijl hij dit deed, bleef hij zichzelf bevredigen. Als hij klaar was, kwam hij klaar over mijn buik. Hij had niks aan. Ik zag dat zijn penis stijf was op het moment dat hij tussen mijn benen zat. Hij gebruikte zijn linkerhand om zijn penis af te trekken en met zijn rechterhand vingerde hij mij. Ik zag alles op dat moment. Ik hoorde dat mijn vader hijgde en er opgewonden van werd. Hij trok zichzelf af tot hij klaar kwam en zijn pink bewoog tegelijkertijd ook mee in mij. Er kwam een vies, glibberig en plakkerig goedje op mijn buik. Bij mijn navel en onder mijn borsten.

Ik had een nachtmerrie en werd wakker en ging naar de wc. Papa lag op de bank tv te kijken. Ik vertelde hem dat ik een nachtmerrie had gehad. Het leek hem niet erg te interesseren. Ik ging bij de vensterbank liggen op de grond. Ik had een pyjama aan en papa zijn gewone kleding. Dan ga ik weer herhalen wat ik de eerste keer heb gezegd. Ik weet nog dat ik op mijn rug moest liggen en mijn benen wijd moest doen, zodat hij er makkelijker bij kon. Ik weet dat hij een vinger in me stak, dat hij heen en weer beweegt, dat hij klaarkomt en het afveegt. Tussen de eerste keer en de keer in de woonkamer zat wel een half jaar of een jaar.

Het volgende dat ik mij herinner is dat ik naar mijn kamer toe moest. Ik weet nog dat ik stil moest zijn. Ik moest op de grond liggen. Ik wist wat ik moest doen en wat hij ging doen. Ik moest op mijn rug gaan liggen. Weer weet ik niet hoe het kwam dat ik naakt was. Hij betastte mij bij mijn clitoris en vingerde mij. Ik denk dat er weer een half jaartje ofzo tussen zat.

De volgende keer kwam papa uit de douche. Hij riep mij. Ik zag hem al staan met een stijve. Ik volgde hem naar de slaapkamer van papa en mama. Ik moest gaan liggen op het randje op het bed. Hij ging door zijn knieën, zijn benen wat wijder doen. Dit was de eerste keer dat hij mij begon te beffen.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 22 november 2012, opgenomen op p. 43 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :

Papa kwam uit de douche. Ik zag mijn vader staan met een stijve penis. Hij zei tegen mij dat ik naar mama's kamer moest gaan en op haar bed moest gaan liggen. Ik lag met mijn kont aan het voeteneind. Ik moest mijn benen wijd doen. Mijn vader zat met zijn knieën op de grond en mijn benen zaten aan weerszijde van mijn vader. Mijn kleding was uit. Ik weet niet hoe dat kwam. Hij befte mij. Ik was toen 10 of 11 jaar. Doordat ik wist dat het fout was, heb ik hem getrapt in zijn buik. Doordat ik hem had getrapt, is hij gestopt. Ik herinner me nog dat hij daarna zei dat ik het niet tegen mijn mama mocht zeggen en dat ik 5 gulden zakgeld kreeg.

Vanaf groep 8 kan ik mij niet meer herinneren dat er toen nog wat is gebeurd tussen mij en mijn vader. Ik denk omdat ik daarna ongesteld werd.

Toen ik ongeveer 17 jaar was heb ik mijn vader geconfronteerd met het feit dat hij mij seksueel misbruikt heeft. Ik woonde toen bij [getuige 1] . Ik heb geschreeuwd dat hij een klootzak, viezerik en pedofiel was. Mijn vader zei: "Ik was ziek."

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 11 april 2013, opgenomen op p. 71 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 3] :

Ik en [slachtoffer] hebben aan elkaar verteld over het misbruik door mijn vader. Ik wist het al voor ik het van [slachtoffer] hoorde. Bij ons thuis werd dat besproken. In de winter van 2010 of 2011 heb ik haar verteld dat het met mij ook gebeurd was. Ik heb gezegd dat ik hem moest pijpen en dat hij heeft geprobeerd met zijn penis in mij te komen. De eerste keer heeft hij mij gevingerd. Dit was in de slaapkamer.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 18 juni 2015, afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris, los bijgevoegd bij voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1] :

Ik heb [slachtoffer] leren kennen via haar oom en tante. Ik geloof dat zij toen bijna 16 jaar oud was. Zij kwam regelmatig bij mij. Ze had een keer een telefoongesprek bij mij thuis met haar vader. Ze confronteerde hem met die dingen. Ze zei dingen als: "Je hebt aan me gezeten" en ze noemde hem een viezerik. Ik kan mij de woorden van haar vader nog wel goed herinneren. Hij zei duidelijk: "Ja, ik heb het gedaan. Maar ik was ziek in mijn hoofd." Dat stukje vergeet ik nooit meer. Ik stond naast haar en met mijn oor bij de hoorn zodat ik kon horen wat er werd gezegd. Ik herkende zijn stem, we kenden elkaar al langere tijd.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank overweegt dat zij op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank acht de verklaring van aangeefster, die door haar ten overstaan van de rechter-commissaris nog eens is bevestigd, niet alleen betrouwbaar, maar is ook van oordeel dat deze voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn uit een andere bron, zodat deze niet op zichzelf staat. Ook de zus van aangeefster, [getuige 3] , heeft verklaard dat zij door verdachte is misbruikt en [getuige 1] heeft bevestigd dat zij heeft meegeluisterd met een telefoongesprek tussen aangeefster en verdachte waarin verdachte het seksueel misbruik heeft toegegeven. Dat [getuige 1] zich de inhoud van het gesprek verder niet precies herinnert, doet naar het oordeel van de rechtbank geen afbreuk aan haar verklaring daaromtrent. Het dossier biedt voorts geen aanknopingspunten voor de stelling dat aangeefster enkel uit wraakmotieven met betrekking tot haar stiefmoeder aangifte tegen haar vader zou hebben gedaan.

Bewezenverklaring

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 1 december 1991 tot 21 augustus 1996, op diverse data en tijdstippen, te [pleegplaats] , meermalen met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), die toen telkens de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die

telkens bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte, telkens:

- zijn vinger(s) in de vagina van [slachtoffer] gebracht en

- zichzelf afgetrokken in het bijzijn van [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) een zaadlozing gehad op de (ontblote) buik van [slachtoffer] ;

2.

hij in de periode van 21 augustus 1991 tot 21 augustus 1996 te [pleegplaats] ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, aan de vagina van [slachtoffer] heeft gelikt.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

  1. met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

  2. ontucht plegen met zijn minderjarig kind.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarbij heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat verdachte een behoorlijk deel van de jeugd van zijn dochter heeft verpest. Zij heeft geen veilig thuis gekregen om in op te groeien. Voor dergelijke ernstige feiten is enkel een gevangenisstraf op zijn plaats. Verdachte heeft niet mee willen werken aan persoonlijkheidsonderzoek, zodat daarmee geen rekening kan worden gehouden. Hij heeft documentatie voor een poging tot verkrachting, hoewel dat van erg lang geleden is.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank de feiten bewezen mocht achten, naar voren gebracht dat er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte kostwinner is van zijn gezin en dat hij de laatste jaren geen strafbare feiten heeft begaan.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft binnen een periode van enkele jaren zijn eigen dochter diverse malen misbruikt. Dat zijn ernstige feiten, waarmee verdachte zijn eigen lustgevoelens boven de belangen van zijn nog jonge dochter heeft gesteld. Zij groeide daardoor op in een voor haar onveilige omgeving. Verdachte heeft met zijn handelen de seksuele ontwikkeling van zijn dochter verstoord. Verdachte heeft daarmee op grove wijze inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Zij ondervindt daarvan nog steeds de nadelige gevolgen, zo is gebleken uit de door haar ter zitting afgelegde slachtofferverklaring. Voor dergelijke feiten is naar het oordeel van de rechtbank enkel een gevangenisstraf passend. De rechtbank zal een deel van die straf in voorwaardelijke vorm opleggen, mede om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 244 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door mr. A.J. van Baren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 oktober 2015.