Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:6093

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
14-01-2016
Zaaknummer
18.820293-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van bedreiging en veroordeling tot een gevangenisstraf van 2 weken voor het voorhanden hebben van een neppistool.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 14g
Wet wapens en munitie 13, 55
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/820293-15

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/038791-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 1 oktober 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

verblijvende in [verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

17 september 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Flach, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.F. Hoekstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 augustus 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Groningen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:

"Zie je dit" en/of "Dit is je laatste dag", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (daarbij) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) getoond;

2.

hij op of omstreeks 16 augustus 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Groningen, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een pistool (Beretta), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde wegens gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Beoordeling

Vrijspraak

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij het volgende. [slachtoffer] heeft zelf geen aangifte van het feit willen doen en de enige vermeende getuige van het feit, [getuige] , is niet door de politie als getuige gehoord. Het feit is slechts gestoeld op het proces-verbaal van bevindingen waarbij verbalisanten relateren hetgeen [slachtoffer] hen over het gebeuren heeft verteld. De rechtbank acht dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het feit te komen.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven:

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting;

- een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2015, opgenomen op pagina 36 van dossier, nummer PL0100-2015242395, d.d. 21 augustus 2015, inhoudende de relatering van verbalisanten;

- een proces-verbaal van onderzoek wapen d.d. 21 augustus 2015, opgenomen op pagina 39 van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant.

Bewezenverklaring

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

2.

hij op 16 augustus 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Groningen, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een pistool (Beretta), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

2. Handelen in strijd met artikel 13, lid 1, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot het volgende wordt veroordeeld:

- een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft gepleit om indien de rechtbank tot een strafoplegging komt deze in de vorm van een werkstraf op te leggen. Verdachte heeft al een aantal dagen in voorarrest doorgebracht en een werkstraf kan een eerste opzet voor verdachte zijn voor het krijgen van regelmaat en het hebben van een dagbesteding.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een nepvuurwapen (een verboden wapen in de zin van de Wet wapens en munitie) voorhanden gehad. Doordat dit voorwerp een sprekende gelijkenis vertoont met een echt vuurwapen, is dit voorwerp geschikt voor bedreiging of afdreiging. Tegen het bezit van dergelijke wapens dient derhalve streng te worden opgetreden.

Verder is verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 3 september 2015 meermalen voor strafbare feiten veroordeeld.

De rechtbank ziet op grond van het vorenstaande aanleiding verdachte een gevangenisstraf van na te noemen duur op te leggen. Omdat de rechtbank anders dan de officier van justitie niet tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde is gekomen, zal zij een gevangenisstraf van kortere duur opleggen dan is gevorderd door de officier van justitie. Een strafafdoening in de vorm van een werkstraf, als bepleit door de raadsvrouw van verdachte, acht de rechtbank mede gelet op het justitiële verleden van verdachte niet passend.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 12 december 2013, gewezen door de politierechter in deze rechtbank, onder parketnummer 18/038791-13, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De proeftijd is ingegaan op 26 december 2013.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 3 september 2015 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De raadsvrouw van verdachte heeft om afwijzing van de vordering gevraagd.

De rechtbank stelt vast dat het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit door verdachte is begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

Nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 12 december 2013 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht, en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/038791-13:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 12 december 2013, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, voorzitter, mr. L.W. Janssen en

mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2015.

Mr. Van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.