Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:607

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-02-2015
Datum publicatie
17-02-2015
Zaaknummer
18.930212-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag in vereniging op twee verbalisanten, subsidiair poging tot toebrengen zwaar lichamelijk letsel en bedreiging en wordt daarvan vrijgesproken. Uit het dossier blijkt onvoldoende van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachten. Verdachte bestuurde een andere auto, waarmee niet is geprobeerd tegen de politieauto aan te rijden. Daarnaast blijkt dat verdachte slechts één aanwijzing heeft gegeven aan medeverdachte ten aanzien van het botsen tegen de politieauto. Daaruit blijkt onvoldoende van een essentiële bijdrage van verdachte aan het strafbare feit. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging van ongeveer 80 kilogram hennep. Verdachte heeft de diefstal bekend. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, waaraan bijzondere voorwaarden zijn gekoppeld, waaronder gedragsinterventies.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310, 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18/930212-14

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 februari 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 16 januari 2015 (pro forma) en 3 februari 2015.

Verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen .

Tevens zijn ter terechtzitting aanwezig de [medeverdachte 1] en zijn raadsvrouw mr. Blonk, alsmede de [medeverdachte 2] en zijn raadsman, mr. Th. Pluijter.

Tenlastelegging

De verdachte is bij aangevulde dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente Borger-Odoorn en/of de gemeente Aa&Hunze en/of de gemeente Tynaarlo en/of de gemeente Haren (op de N34 richting Zuidlaren en/of de A28 richting Groningen) althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [persoon 1] (brigadier van politie) en/of [persoon 2] (agent van politie) van het leven te beroven althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet,

- is verdachtes mededader in een personenauto (van het merk Renault Lagune) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegengestelde richting op de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto ingereden en/of de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto zeer dicht genaderd en/of waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat die [persoon 1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en/of,

-(vervolgens) heeft/is verdachtes mededader op de N34 met hoge snelheid de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto ingehaald en/of naast die [persoon 1] en/of [persoon 2] gaan rijden en/of een stuurbeweging naar rechts gemaakt en/of waarbij die [persoon 1] met kracht moest remmen om een aanrijding te voorkomen en/of

-(vervolgens) heeft verdachtes mededader op de A28 terwijl de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto hem aan het inhalen was en naast hem reed een stuurbeweging naar links gemaakt waarbij de rechterspiegel van de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto werd geraakt en/of terwijl de middenberm uit betonblokken bestond en/of de door [persoon 1] bestuurde politie-auto zich nabij de middenberm bevond en/of er meer personenauto's zich achter de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto bevonden waardoor die [persoon 1] geen vaart kon verminderen en/of

-waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens in een bestelbus (van het

merk Mercedes-Benz) in de directe nabijheid van de politie-auto en de Renault

Laguna bevonden en/of telkens via de telefoon aanwijzingen gaven aan

verdachtes mededader die zich in de Renault Laguna bevond met als inhoud,

(zakelijk weergegeven) "dat hij de auto er voor moet knallen en/of gas gas

doorrijden en/of rij hem nu aan snel draai auto en knallen en/of ja nu met die

auto gewoon tegen die auto aan snel en/of knal ze rij ze blokkeer ze man",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 287/302 jo. 45 jo. 47 Wetboek van Strafrecht)

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen dat,

hij op of omstreeks 17 oktober 2014 in de gemeente Borger-Odoorn en/of

de gemeente Aa&Hunze en/of de gemeente Tynaarlo en/of de gemeente Haren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

[persoon 1] (brigadier van politie) en/of [persoon 2] (agent van politie), heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/is verdachtes mededader opzettelijk dreigend,

-in een personenauto (van het merk Renault Lagune) op de N34 met hoge snelheid in voor hem tegenovergestelde richting op de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto ingereden en/of de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto zeer dicht genaderd en/of waarbij een aanrijding werd voorkomen doordat die [persoon 1] met kracht remde en zijn dienstvoertuig de berm instuurde en/of,

-(vervolgens) met hoge snelheid op de N34 de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto ingehaald en/of naast die [persoon 1] en/of [persoon 2] gaan rijden en/of een stuurbeweging naar rechts gemaakt en/of waarbij die [persoon 1] met kracht moest remmen om een aanrijding te voorkomen en/of

-(vervolgens) terwijl de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto hem aan het inhalen was en

naast hem reed op de A28 een stuurbeweging naar links gemaakt waarbij de rechterspiegel van de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto werd

geraakt en/of terwijl de middenberm uit betonblokken bestond en er meer

personenauto's zich achter de door die [persoon 1] bestuurde politie-auto bevonden

waardoor die [persoon 1] geen vaart kon verminderen en/of

-waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens in een bestelbus (van het

merk Mercedes-Benz) in de directe nabijheid van de politie-auto en de Renault

Laguna bevonden en/of telkens via de telefoon aanwijzingen gaven aan

verdachtes mededader die zich in de Renault Laguna bevond met als inhoud,

(zakelijk weergegeven) "dat hij de auto er voor moet knallen en/of gas gas

doorrijden en/of rij hem nu aan snel draai auto en knallen en/of ja nu met die

auto gewoon tegen die auto aan snel en/of knal ze rij ze blokkeer ze man",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 285 jo. 47 Wetboek van Strafrecht)

2. hij op of omstreeks 17 oktober 2014 te [pleegplaats], gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een schuur behorende bij een woning gelegen aan het [adres] heeft weggenomen ongeveer 80 kilogram, althans een hoeveelheid, hennep,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 3], en/of aan of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Groenewegen acht hetgeen onder 1 primair en onder 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

- een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht met name niet bewezen, dat sprake is van medeplegen van poging doodslag. Onvoldoende is gebleken van een bewuste en nauwe samenwerking van verdachte met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Van een uitvoeringshandeling door [verdachte] is uit het dossier niets gebleken. Van een bewuste en nauwe samenwerking is sprake, indien de verdachte die geen uitvoeringshandeling heeft gepleegd een essentiële bijdrage heeft geleverd aan het strafbare feit. Het enkele aanwezig zijn bij en het niet distantiëren van het strafbare feit is onvoldoende. Uit de verklaring van [verdachte] en uit de opgenomen telefoongesprekken kan de rechtbank niet anders afleiden dan dat [verdachte] slechts één aanwijzing aan [medeverdachte 2] heeft gegeven, namelijk “hij moet ach ach achterwiel aanraken dan spint ie”. Deze enkele opmerking is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om een essentiële bijdrage te leveren aan de poging doodslag. Voorgaande geldt eveneens voor de tenlastegelegde poging zware mishandeling en voor het subsidiair tenlastegelegde medeplegen van de bedreiging van de verbalisanten.

Bewijsmotivering

De rechtbank baseert haar beslissing dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die hierna in samenvattende vorm worden weergegeven en die voorkomen in de in de voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen.

- een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 17 oktober 20141, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven:

Wij zijn achter de bestelbus aan gereden. Wij hadden een stopteken en voerden optische signalen. De bestelbus wilde niet stoppen. We probeerden in te halen, maar werden afgesneden. Terwijl wij door Haren achter de bestelbus reden, roken wij een sterke henneplucht. Wij hadden toen het vermoeden dat deze henneplucht uit de bestelbus kwam. Op de [straat] zagen wij dat een dienstvoertuig van Groningen de achterzijde van de bestelbus raakte. Hij begon te slingeren en we hebben de bestelbus aan de voorzijde klemgereden. De bestuurder was [verdachte]. Hij zei na de cautie, tijdens het boeien ‘sorry, het spijt me. Ik wilde alleen wat wiet stelen’. De passagier was [medeverdachte 1].

- een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] d.d. 17 oktober 20142, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 17 oktober om 05.00 uur werd ik verzocht om naar de [straat] te Groningen te gaan. Aldaar zou een bestelbus met daarin hennep, na een achtervolging door de politie, gestrand zijn. Het betrof een witte Mercedes bestelbus. Tevens bleek een personenauto, groene Renault Laguna na een achtervolging tot stilstand te zijn gekomen. Beide voertuigen heb ik om 6.00 uur inbeslaggenomen. Ik heb samen met collega [verbalisant 4] de beide voertuigen doorzocht.

In de bus heb ik onder andere inbeslaggenomen:

- Heggenschaar, snoeischaar (laadruimte bestelbus)

- Broodmes (laadruimte bestelbus)

- Hennepplanten (laadruimte bestelbus)

- 2 dekbedovertrekken of daarop gelijkend (laadruimte bestelbus)

De hennepplanten werden door collega [verbalisant 4] herkend als zijnde vrouwelijke hennepplanten. Het betroffen takken van hennepplanten. De hennepplanten waren deels gewikkeld in dekbedovertrekken. De hennepplanten zijn in vuilniszakken gestopt en gewogen op een personenweegschaal, eigendom van [persoon 4]. Na het wegen van de vuilniszakken bleek het te gaan om een totaalgewicht van 80,9 kilo.

- een verklaring van getuige [persoon 3] d.d. 21 oktober 20143, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: (p. 75 en 78)

Het klopt dat in de schuur in mijn tuin gisteren de restanten van een hennepkwekerij zijn aangetroffen. Ik hoorde vrijdagavond van [persoon 5] dat de kwekerij was geript. Tegen acht of negen uur ’s avonds. We zijn samen wezen kijken. Daarna zijn we naar de slaapkamer van mijn zoon gegaan. Daar stond de opnameapparatuur van de camera’s en hebben we de beelden bekeken. Het duurde [persoon 5] te lang en hij heeft het meegenomen en iemand naar laten kijken. Zaterdag kwam hij terug en zei hij dat er drie mannen waren te zien.

- een verklaring van [verdachte]d.d. 17 oktober 20144, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven:

Het enige dat ik wilde was die wiet stelen. De bedoeling was dat we heel stilletjes de wiet zouden weghalen.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen gaat de rechtbank uit van de volgende feitelijke gang van zaken.

Op 17 oktober 2014 hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] naar aanleiding van een tip hennep gestolen uit een schuur bij een woning in [pleegplaats]. De hennep hebben zij afgeknipt, gewikkeld in dekbedovertrekken en ingeladen in de bestelbus.

[verdachte] heeft in zijn verklaring bij de politie de diefstal van de hennep in vereniging erkent. Ter terechtzitting heeft hij de bekentenis herhaald. Uit het dossier blijkt echter niet dat de toegang tot de schuur is verkregen door braak, verbreking of inklimming. Uit de verklaring van [persoon 3] blijkt dat de schuurdeur een maand ervoor reeds was opengebroken. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de toegang tot de schuur waar de hennep is gestolen is verkregen door braak, verbreking of inklimming.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij op 17 oktober 2014 te [pleegplaats], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur behorende bij een woning gelegen aan het [adres] heeft weggenomen ongeveer 80 kilogram hennep, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn medeverdachte.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het onder 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen geachte levert op:

2.

diefstal door twee verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 310 jo. 311 lid 1 ahf/sub 4 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister, d.d. 14 januari 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van vermogensdelicten en een opiumwetfeit is veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en werkstraffen.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de eis van de officier van justitie die vordert dat de rechtbank verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur zal opleggen.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zicht heeft schuldig gemaakt aan de diefstal in vereniging van ongeveer 80 kilogram natte hennep. Door het rippen van een hennepkwekerij houdt verdachte de handel in hennep in stand, hetgeen een gevaar voor de volksgezondheid en veiligheid van mensen betekent. Na het wegnemen van de hennep heeft hij signalen van de politie genegeerd om aan de politie te ontkomen. Verdachte heeft geen inzicht willen geven in zijn beweegredenen voor het stelen van de hennep. Evenmin heeft hij willen aangeven wat de bestemming van de hennep zou zijn.

Over de persoonlijke omstandigheden van verdachte is door de Reclassering Nederland een reclasseringsadvies opgemaakt op 6 januari 2015. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat [verdachte] forse financiële problemen heeft, werkloos is en zich begeeft in een crimineel milieu waar hij niet zelfstandig uit komt. Het lijkt een uitzichtloze situatie, waarbij het recidiverisico hoog wordt ingeschat. Verdachte heeft aangegeven te willen werken aan een oplossing. Het ontbreekt hem echter aan vaardigheden om zijn problemen adequaat op te lossen. De Reclassering Nederland adviseert als bijzondere voorwaarden een meldplicht en gedragsinterventies, inhoudende een cognitieve vaardigheidstraining en een arbeidsvaardigheidstraining. Daarnaast adviseert de Reclassering Nederland als bijzondere voorwaarde betreffende het gedrag van verdachte, het actief meewerken aan het opzetten van een schuldhulpverleningstraject en het houden aan de daarbij gemaakte afspraken.

De rechtbank maakt zich zorgen om de diverse problemen die verdachte ervaart. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en heeft daarbij rekening gehouden met bovenstaand advies van de Reclassering Nederland. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte zijn problemen onder controle krijgt.

De rechtbank is op grond van de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is, waarbij naast de algemene voorwaarden ook de bijzondere voorwaarden te weten een meldplicht, gedragsinterventies in de vorm van een cognitieve vaardigheidstraining en een arbeidsvaardigheidstraining en het actief meewerken aan het opzetten van een schuldhulpverleningstraject, waarbij [verdachte] zich houdt aan de gemaakte afspraken, dienen te worden opgelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

Vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan een gedeelte groot 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna te noemen algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich binnen 2 weken na onherroepelijk worden van dit vonnis en na ommekomst van zijn detentie, meldt bij de Reclassering Nederland, en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zal deelnemen aan de gedragsinterventies in de vorm van een cognitieve vaardigheidstraining en een arbeidsvaardigheidstraining indien de reclassering dit nodig acht;

  • -

    zich zal houden aan de andere voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte inhoudende dat verdachte actief zal deelnemen aan het opzetten van een schuldhulpverleningstraject en zich daarbij houdt aan de te maken afspraken.

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van Capelle, voorzitter, mrs. H.H.A. Fransen en

M. van der Veen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Lübbers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 17 februari 2015, zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de daartoe gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 Pag. 23 e.v. van het proces-verbaal van de politie eenheid Noord-Nederland, district Noord, basiseenheid Assen, met proces-verbaalnummer 2014118720-9;

2 Pag. 45 en 46 van het proces-verbaal van de politie eenheid Noord-Nederland, district Noord, unit recherche, met proces-verbaalnummer PL0100-2014118720-25;

3 Pag. 75 en 78 van het proces-verbaal van de politie eenheid Noord-Nederland, met proces-verbaalnummer PL0100-2014118720-47;

4 Pag. 186 e.v. van het proces-verbaal van de politie eenheid Noord-Nederland, met proces-verbaalnummer PL0100-2014118720-19;