Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:5880

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-12-2015
Datum publicatie
18-12-2015
Zaaknummer
18.930131-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte voor dealen in harddrugs tot 24 maanden gevangenisstraf

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Opiumwet 2,3,10,11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.930131-15

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 18 december 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte 1] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 december 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.M. von Bartheld.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 november 2013 tot en met 21 juni 2014 te [pleegplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2. hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 november 2013 tot en met 21 juni 2014 te [pleegplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opium-wet en als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

3. hij op of omstreeks 21 juni 2014 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

4. hij op of omstreeks 21 juni 2014 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

5. hij op of omstreeks 21 juni 2014 te [pleegplaats] een wapen van categorie III, te weten een pistool, en/of een hoeveelheid munitie van categorie III, te weten een of meer patronen, voorhanden heeft gehad;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor de ten laste gelegde feiten;

- oplegging van 30 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest;

- beslissingen ten aanzien van het beslag.

Beoordeling van het bewijs

Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit wordt verdachte -kort gezegd- verweten dat hij al dan niet met een ander of anderen in hennep heeft gedeald. Ten laste is gelegd dat het daarbij telkens is gegaan om hoeveelheden hennep van meer dan 30 gram. Verdachte heeft aangegeven dat hij aan anderen hennep heeft verstrekt doch dat het daarbij ging om hoeveelheden van enkele grammen per keer. In de verklaringen van afnemers van de hennep wordt ook gesproken over de afname van enkele grammen per keer.

Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte telkens hoeveelheden hennep heeft verstrekt van meer dan 30 gram.

Verdachte zal daarom van onderhavig feit worden vrijgesproken.

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd bevat het dossier voldoende aanknopingspunten om de feiten 1, 3, 4 en 5 bewezen te achten. De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar standpunt dat met betrekking tot feit 3 verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de in zijn woning aangetroffen harddrugs op 21 juni 2014. Het standpunt van de raadsvrouw dat de aangetroffen drugs op 21 juni 2014 door anderen dan verdachte de woning zijn binnengebracht volgt de rechtbank niet. Uit het dossier komt naar voren dat er vanuit de woning van verdachte werd gedeald vanaf januari 2014 en verdachte had daarin een leidende rol. In dat licht bezien zijn de door de politie aangetroffen drugs als een handelsvoorraad aan te merken. Dat verdachte op het moment van de doorzoeking niet aanwezig is staat er niet aan in de weg om het bezit van de aangetroffen drugs ook aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank past bij de beoordeling van voornoemde feiten de volgende bewijsmiddelen toe. De bewijsmiddelen zijn steeds in de wettelijke vorm opgemaakt en steeds zakelijk weergegeven.

- een proces-verbaal van bevindingen 1 d.d. 19 mei 2014, inhoudende de bevindingen van [verbalisant 1] .

Op maandag 12 mei 2014 sprak ik met een bestuurslid van de vereniging van eigenaren van wooncomplex de [naam wooncomplex] . Dit betreft het wooncomplex gelegen aan de [straat] te [pleegplaats] , waaronder ook perceel [straat] [nummer] valt.

Ik hoorde dat het bestuurslid zei dat de woning aan de [straat] [nummer] te [pleegplaats] werd gehuurd door een Antilliaan met de bijnaam “ [bijnaam verdachte] ”. Mij is ambtshalve bekend dat dat de bijnaam van [verdachte 1] is.

Ik hoorde dat het bestuurslid zei dat er zeel veel aanloop is naar dit specifieke perceel. De bezoeken zijn van zeer korte duur, minder dan vijf minuten. Ik hoorde dat hij zei dat hij zelf al meerdere malen gezien heeft dat er veel personen naar deze woning lopen, maar ook dat meerdere buurtbewoners dit al bij de vereniging van eigenaren hadden aangegeven.

- een proces-verbaal van bevindingen 2 d.d. 25 juni 2014, inhoudende de bevindingen van [verbalisant 1] .

Op zaterdag 21 juni 2014 heb ik live beelden uitgekeken van de camera welke zicht heeft op de voordeur van perceel [straat] [nummer] te [pleegplaats] .

[verdachte 1] wordt in de proces-verbaal ‘ [bijnaam verdachte] ’ genoemd en het jongere broertje van [bijnaam verdachte] , genaamd [broer verdachte] , wordt verder ‘ [bijnaam broer verdachte] ’ genoemd.

Om 14.36 uur komt er een negroïde persoon met een hoofddeksel bij de woning. Hij loopt naar binnen en verlaat de woning om 14.40 uur.

Om 14.37 uur loopt een manspersoon met lang haar, welke hij in een paardenstaart draagt, naar de woning. De man wordt niet direct binnengelaten en loopt enige tijd rond op de galerij. Hij wordt uiteindelijk om 14.39 uur binnengelaten in de woning. Om 14.41 verlaat de man met het lange haar de woning.

Om 14.55 uur loopt een negroïde man in wit T-shirt en trainingsbroek de woning in.

Om 14.58 uur verlaat de negroïde man in het witte T-shirt de woning.

Om 15.55 uur verschijnt er een negroïde man met slechts een handdoek om zijn middel in de deuropening. Dit blijkt later [bijnaam broer verdachte] te zijn.

Om 15.55 uur loopt een getinte man met een petje op de woning in. Later bleek dit de afgevangen [medeverdachte 1] te zijn. Bij zijn aanhouding blijkt dat hij drie bolletjes met

vermoedelijk heroïne en cocaïne in zijn bezit te hebben. Hij verklaart dat hij dit normaal koopt bij [bijnaam verdachte] maar dat [bijnaam verdachte] nu niet thuis was, dus dat hij bij [bijnaam broer verdachte] heeft gekocht. Verder verklaart [medeverdachte 1] dat hij sinds januari 2014 bij [bijnaam verdachte] koopt.

Om 15.57 uur verlaat [medeverdachte 1] de woning.

Om 17.20 uur komt een onbekende manspersoon bij de woning en loopt naar binnen.

Om 17.22 uur verlaat deze onbekende manspersoon de woning.

Om 18.35 uur komt een onbekende man met lang haar bij de woning en loopt naar binnen.

Om 18.36 uur gaat deze zelfde onbekende man weer weg. Dit blijkt [medeverdachte 2] te zijn.

Om 18.49 uur komt een negroïde persoon uit de woning en gaat in de deuropening staan. Deze persoon is gelijkend op [bijnaam broer verdachte] .

Om 18.50 uur komt een onbekende manspersoon bij de woning en loopt naar binnen.

Om 18.51 uur vertrekt deze onbekende manspersoon.

Om 19.14 uur komen er twee onbekende manspersonen bij de woning en lopen naar binnen.

Om 19.16 lopen deze twee onbekende manspersonen weer weg.

Om 20.10 uur stapt het arrestatieteam naar binnen en houden [bijnaam broer verdachte] aan in de woning.

- een proces-verbaal van bevindingen 3 d.d. 9 juli 2014, inhoudende de bevindingen van [verbalisant 2] .

Tijdens de observatie van 3 juni 2014 tot en met 21 juni 2014 is gezien dat [broer verdachte]

regelmatig in de woning van zijn broer [verdachte 1] verbleef.

- een proces-verbaal van bevindingen 4 d.d. 24 juni 2014, inhoudende de bevindingen van [verbalisant 2] .

AANGETROFFEN VOORWERPEN

In de woning perceel [straat] [nummer] te [pleegplaats] werden meerdere goederen aangetroffen.

In de woning werd, na weging op het politiebureau, onder meer aangetroffen:

89,7 gram harddrugs;

80,4 gram softdrugs;

- een proces-verbaal verdovende middelen 5 d.d. 7 juli 2014 onder meer inhoudende

De inhoud van 15 bolletjes met bruin poeder en brokjes, test positief op heroïne;

De inhoud van een zakje met 2 bruine brokken, test positief op heroïne;

De inhoud van 4 bolletjes met wit brokkelig poeder test positief op cocaïne;

De inhoud van een zakje met wit brokkelig poeder test positief op cocaïne;

Een daarbij gevoegd rapport van het NFI 6 d.d. 18 juli 2014, houdt onder meer in dat het onderzochte materiaal heroïne en cocaïne bevat.

- een proces-verbaal Team Wapens, Munitie en Explosieven 7 d.d. 21 juli 2014, inhoudende de bevindingen van [verbalisant 3] .

Wapen:

Het voorwerp is een semi automatisch pistool,

Merk : ATAK-ZORAKI

Model : M 2906

Kaliber : 9 mm knal en gaspatronen

Serienummer : 000398

Land Fabricage : Turkije

Het voorwerp heeft een open loop.

Het voorwerp is geschikt om projectielen en weerloosmakende of traanverwekkende

stoffen door een loop af te schieten

Het voorwerp is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.

Munitie:

Soort : Centraalvuur kogelpatronen

Merk : Ozkursan

Kaliber : 9 mm knal omgebouwd

Aantal : 6

De patronen zijn van orgine knalpatronen die zijn omgebouwd naar kogelpatronen, door

de patroon te voorzien van een stalen rondkogel.

Deze patronen zijn geschikt om projectielen door middel van een (voormeld) vuurwapen af

te schieten.

De patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.

- een proces-verbaal verhoor verdachte 8 d.d. 21 juni 2014, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] .

Ik gebruik heroïne en cocaïne.

Ik heb gekocht van [bijnaam broer verdachte] , dat is die jongen die in dat huis zit, daar waar jullie mij hebben opgepakt. Die woning waar jullie mij uit hebben zien lopen.

Je belt aan en dan ga je naar binnen en koop je wat je wilt.

Ik kocht daar sinds januari 2014.

Ik heb nu twee keer bruin gekocht en één keer wit voor 40 euro.

Het is niet altijd dezelfde persoon. De persoon waar ik normaal van koop was nu weg. Hij heeft een Surinaams uiterlijk met dreadlocks. Normaal gesproken is [bijnaam verdachte] altijd de persoon van wie ik de drugs koop.

Ik heb [bijnaam broer verdachte] wel eens eerder gezien en bij hem gekocht.

- een proces-verbaal verhoor verdachte 9 d.d. 23 juni 2014, inhoudende de verklaring van [persoon 1] .

Ik weet ook wat jullie daar aangetroffen hebben. Ik rook daar wel eens een jointje. Ik zie natuurlijk ook wat daar ligt.

Pas toen wij bij hem ( [bijnaam verdachte] ) thuiskwamen wist ik dat er ook andere mensen over de vloer kwamen. Ik kwam daar niet voor harddrugs, maar ik weet wel wat daar komt.

Vanaf januari 2014 kwam ik in zijn woning. De laatste tijd is het pas regelmatig.

Ik zag dat er gewoon zakken op tafel stonden. Hiermee bedoel ik een zakje met wit spul. Ik kreeg te horen dat het cocaïne was. Ik zag ook wel eens een bruin zakje. Ergens in januari of februari 2014 zag ik deze zak met wit spul.

Ik koop daar zelf geen harddrugs. Ik heb wel contact gehad voor kennissen die harddrugs nodig hebben. Als ik harddrugs voor andere mensen regel, krijg ik wel eens gratis wiet voor een tientje. Dit is een of twee keer gebeurd.

Ik verkocht geen drugs voor [bijnaam verdachte] .

Ik heb [bijnaam broer verdachte] daar wel eens gezien.

- een proces-verbaal verhoor verdachte 10 d.d. 24 juni 2014, inhoudende de verklaring van [persoon 2] .

Ik ben verslaafd geweest aan de cocaïne. Bij [bijnaam verdachte] ligt het ook.

We zaten aan tafel, ik weet wat hij verkocht. Ik zag een junk aan de deur komen die kocht voor een tientje. Dat was heel weinig, daar zou ik het risico niet voor nemen. Ik kocht altijd een gram voor 50 euro. Tien euro is dus een snuif en dan is het op.

Hij verkocht ook heroïne.

Ik ben nu twee maanden weer bij [persoon 3] . Ik ben in twee maand ongeveer zestien keer bij [bijnaam verdachte] geweest.

[bijnaam broer verdachte] was daar regelmatig op visite. Eén keer in de twee weken. [bijnaam broer verdachte] zei altijd: Wacht op [bijnaam verdachte] .

- een proces-verbaal verhoor verdachte 11 d.d. 24 juni 2014, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] .

Ik gebruik cocaïne.

Ik ging soms wel een paar keer op een dag op de fiets naar deze persoon toe om voor een tientje op te halen.

Ik haalde mijn verdovende middelen bij de woning waar jullie naar binnen zijn gegaan op zaterdag 21 juni.

Ik ben daar ongeveer 10 keer geweest sinds ik in [plaats] woon.

Ik ben daar 5 -6 weken geleden voor het eerst geweest.

Ik ga niet die woning binnen. Ik zie alleen een halletje. Ik geef hem geld en hij pakt voor mij wat ik daarvoor kan krijgen. Ik betaal een tientje per bolletje.

Ik kocht die zaterdagmiddag daar nog cocaïne.

- de verklaring van verdachte afgelegd op de openbare terechtzitting van 8 december 2015 inhoudende voor zover hier van belang.

Op 21 juni 2015 had ik mijn woning in [pleegplaats] een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden. De in mijn woning aangetroffen hennep van ongeveer 80 gram is van mij.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 21 juni 2014 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne middelen als bedoeld in artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

3. hij op 21 juni 2014 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne middelen als bedoeld in artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

4. hij op 21 juni 2014 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

5. hij op 21 juni 2014 te [pleegplaats] een wapen van categorie III, te weten een pistool, en een hoeveelheid munitie van categorie III, te weten een of meer patronen, voorhanden heeft gehad;

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

3. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

4. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

5. Handelen in strijd met een in artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het over hem opgemaakte reclasseringsrapport, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende zes maanden vrijwel dagelijks gedeald in heroïne en cocaïne. Voorts is bij verdachte een schietklaar vuurwapen aangetroffen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat verdovende middelen een gevaar voor de volksgezondheid vormen. Verdachte heeft er mede toe bijgedragen het drugscircuit in stand te houden door zijn dealactiviteiten. Gelet op de intensiteit van het deal moet het ervoor worden gehouden dat verdachte het dealen uit geldelijk gewin deed.

De verkoop van verdovende middelen moet naar het oordeel van de rechtbank als ernstig strafbaar en verwerpelijk worden beschouwd.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden.

Bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor de straftoemeting met betrekking tot het dealen in harddrugs gedurende 6 zes maanden, het voor handen hebben van een vuurwapen en de omstandigheid dat verdachte eerder voor dealen in harddrugs tot gevangenisstraffen is veroordeeld. Dat leidt er toe dat aan verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden dient te worden opgelegd.

In beslag genomen goederen

De rechtbank acht de aan verdachte toebehorende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een weegschaal en verdovende middelen, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu zij bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen geldbedrag moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 27, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

 Een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen:

- 1 weegschaal en 12 stk verdovende middelen.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van 1610,88 euro.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Läkamp, voorzitter, mrs. O.J. Bosker en J.G. de Bock, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 december 2015.

1 pag. 144 ev van het dossier PL033V-2014007390 (het dossier)

2 pag. 147 ev van het dossier

3 pag. 155 van het dossier

4 pag. 156 ev van het dossier

5 pag. 182 ev van het dossier

6 pag. 192 van het dossier

7 pag. 193 ev van het dossier

8 pag. 315 ev van het dossier

9 pag. 319 ev van het dossier

10 pag. 326 ev van het dossier

11 pag. 332 ev van het dossier