Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:5857

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-12-2015
Datum publicatie
18-12-2015
Zaaknummer
19.997507-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De meervoudige economische kamer heeft op 17 december 2015, 4 personen en 1 rechtspersoon veroordeeld vanwege de import van illegaal vuurwerk, het opslaan en het voorhanden hebben daarvan.

Verdachten waren betrokken bij de grootschalige invoer, opslaan en voorhanden hebben van illegaal vuurwerk, dat werd opgeslagen in een loods op een industrieterrein te (plaats 1) met in de nabijheid chemische bedrijven. Daarnaast werd een deel opgeslagen in een container te (plaats 2). Een van de verdachten is, naast illegaal vuurwerk, tevens veroordeeld voor wapenbezit, omdat hij in zijn auto en in zijn kantorenpand diverse geladen revolvers voorhanden had.

Een verdachte werd alleen voor het voorhanden hebben van een wapen in zijn woning veroordeeld tot 48 dagen gevangenisstraf ov. en een boete van 1000,--.

Een verdachte werd vanwege het verzorgen van de transporten veroordeeld tot 120 uur werkstraf en 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, proeftijd 3 jaar.

Een verdachte, die tevens de feitelijk leidinggever was van de rechtspersoon, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en een geldboete van € 10.000,--.

De rechtspersoon werd veroordeeld tot een geldboete van € 15.000,--.

Een verdachte werd vanwege zijn betrokkenheid bij het illegale vuurwerk veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Een verdachte werd veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, voor het voorhanden hebben en opslaan van illegaal vuurwerk en het voorhanden hebben van diverse geladen revolvers.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wet wapens en munitie 26, 55
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 19/997507-12

vonnis van de meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 december 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 april 2015, 1 december 2015 en 3 december 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.E. van der Zee, advocaat te Amsterdam.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. W.H. Frank.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:


hij op of omstreeks 27 november 2012 in de gemeente Emmen samen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer vuurwapens van categorie III, voorhanden heeft gehad, te weten:

- een revolver welke zich bevond in een kluis in de hal van een kantoorpand op de locatie [adres 1] te [plaats 1] ;

en/of

- een revolver welke zich bevond in een bureaulade in het kantoor (2) op de locatie [adres 1] te [plaats 1] ;

en/of

- een revolver welke zich bevond (in een schoenendoos) op een slaapkamer op het [adres 2] te [plaats 1] ;

en/of

munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad, te weten:

- 5, althans een aantal, kogelpatronen (in een revolver) in een kluis in de hal van een kantoorpand op de locatie [adres 1] te [plaats 1] ;

en/of

- 42, althans een aantal, kogelpatronen in een bureaulade in het kantoor (2) op de locatie [adres 1] te [plaats 1] ;

en/of

- 113, althans een aantal, kogelpatronen in een plastic tas in het kantoor(2) op de locatie [adres 1] te [plaats 1] ;

en/of

- 35, althans een aantal, kogelpatronen in een zwart etui in het kantoor (2) op de locatie [adres 1] te [plaats 1] ;

en/of

- 3, althans een aantal, kogelpunten in een jas welke zich bevond in de kantine op de locatie [adres 1] te [plaats 1] ;

en/of

- 5, althans een aantal, kogelpatronen (in een schoenendoos) op een slaapkamer op het adres [adres 2] te [plaats 1] ;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van 12 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.

Beoordeling van het bewijs

De verdediging is van mening dat aan het medeplegen strenge eisen gesteld moeten worden. In het onderhavige geval is daarvan geen sprake. Er dient vrijspraak te volgen van alles wat op [adres 1] is gevonden. Wat de kogelpatronen in de jas betreft is onduidelijk van wie de jas was.

De revolver en de kogelpatronen die in de woning van verdachte op het [adres 2] zijn gevonden zijn ook niet met verdachte in verband te brengen. Forensisch onderzoek heeft ook geen duidelijkheid gebracht omtrent verdachtes betrokkenheid. Ook hiervoor dient vrijspraak te volgen.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

In het kader van een onderzoek naar illegaal vuurwerk heeft een aantal doorzoekingen plaatsgevonden op 27 november 2012, zowel in woningen als in het kantoorpand van het bedrijf aan de [adres 1] te [plaats 2] ( [plaats 1] ). In totaal zijn bij deze doorzoekingen 4 vuurwapens en munitie aangetroffen. Bij de doorzoeking in het bedrijf aan de [adres 1] zijn twee geladen revolvers en een grote hoeveelheid munitie aangetroffen in een kluis in de hal van het kantoorpand en in een bureaulade van een kantoor. Daarnaast is er in de slaapkamer van de woning van verdachte een revolver met munitie aangetroffen en is er een geladen revolver in de auto van zijn zoon, [medeverdachte] aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat verdachte regelmatig in deze kantorenruimtes kwam. Uit de verklaring van de dochter van verdachte, [dochter verdachte] , blijkt ook dat verdachte, voor zover verdachte al op kantoor kwam, zich meestal in de kantine ophield, mede omdat verdachte geen zelfstandig kantoor had. Daarnaast had verdachte geen sleutel van de kantoorruimte die bij zijn zoon, [medeverdachte] , in gebruik was.

De rechtbank is op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat het ten laste gelegde medeplegen van het voorhanden hebben van deze vuurwapens niet kan worden bewezen, terwijl zij daarnaast op grond van de bewijsmiddelen niet kan vaststellen dat er bij verdachte een meer of mindere mate van bewustheid bestond met betrekking tot de aanwezigheid van deze wapens in de verschillende kantoorgedeelten, zodat de rechtbank verdachte van dit deel van de tenlastelegging zal vrijspreken.

De rechtbank is voorts van oordeel dat het onderdeel van de ten laste legging betrekking hebbende op het aantreffen van een wapen met munitie in de slaapkamer van verdachte wel wettig en overtuigend bewezen is te achten.

De schietklare revolver werd in de slaapkamer in een schoenendoos met herenschoenen in de kast in de slaapkamer aangetroffen. Verdachte heeft hiervoor geen enkele verklaring willen geven en zich beroepen op zijn zwijgrecht. Weliswaar heeft verdachtes dochter verklaard dat zij het wapen in een kast op de slaapkamer van haar ouders heeft neergelegd, maar de rechtbank acht deze verklaring op dat punt niet aannemelijk.

De rechtbank acht niet aannemelijk dat zij het wapen aldaar, zonder verdachte daarvan in kennis te stellen, heeft verborgen. Het risico dat verdachte het wapen zou vinden, is immers groot. De verklaring van de dochter is te meer onaannemelijk, nu zij het wapen toeschrijft aan haar ex-partner met wie zij enkele jaren geleden heeft gebroken en deze persoon

-desgevraagd- heeft verklaard nooit een vuurwapen voorhanden te hebben gehad. Nu het wapen in een schoenendoos met herenschoenen op de slaapkamer van verdachte is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van dit wapen, zodat dit onderdeel van de ten laste legging kan worden bewezen.

Bewijsmiddelen

De inhoud van een zaaksdossier, nummer 04BML12001 SEMOETAN, gesloten op 12 februari 2013, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

1. Een ambtsedig proces-verbaal van sporenonderzoek, nummer PL03N3 2012022872-10, d.d. 8 januari 2013, opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant (blz. 41003003 t/m 41003006):

Op 27 november 2012 werd door mij onderzoek verricht in een woning gelegen aan de [adres 2] , [plaats 1] .

Tijdens de doorzoeking in de woning werd een vuurwapen in de slaapkamerkast van de woning aangetroffen. Ik trof in een kast in een slaapkamer een schoenendoos aan met daarin een vuurwapen en schoenen. Door mij werd het vuurwapen uit de doos verwijderd. Ik zag dat het ging om een revolver van het merk "Smith en Wesson". Ik zag dat het vuurwapen geladen was met 5 patronen.

2. Een ambtsedig proces-verbaal, nummer 03-2012022872, d.d. 31 januari 2013, opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant (blz. 41003511 - 41003512):

Vuurwapen en munitie inbeslaggenomen onder [verdachte] .

Het voorwerp is een revolver, merk: Smith & Wesson, model: 37, type: Airweight,

kaliber: .38 S & W Special.

Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het

voorwerp berust op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing.

Derhalve is deze revolver een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.

Het vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of 6 van de Wet wapens en munitie.

Munitie:

Soort: centraalvuur kogelpatronen.

Aantal: 5.

De patronen zijn geschikt om een projectiel met de omschreven revolver af te schieten.

Derhalve is dit munitie in de zin van artikel 1 onder 4e gelet op artikel 2 lid 2,

categorie III van de Wet wapens en munitie.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 27 november 2012, in de gemeente Emmen, een vuurwapen van categorie III, voorhanden heeft gehad, te weten:

- een revolver welke zich bevond in een schoenendoos op een slaapkamer op het [adres 2] te [plaats 1] ;

en

munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad, te weten:

- 5 kogelpatronen in een schoenendoos op een slaapkamer op het [adres 2] te [plaats 1] .

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het vuurwapen:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

ten aanzien van de munitie:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot munitie van categorie III.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de slaapkamer van zijn woning een vuurwapen met munitie voorhanden gehad. Het -onbevoegd- voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie is volstrekt onaanvaardbaar omdat de algemene veiligheid van personen ernstig in gevaar kan worden gebracht, in het bijzonder omdat er altijd een kans is dat een wapen daadwerkelijk gebruikt zal worden.

Ook in de onderhavige zaak was sprake van dit gevaar omdat het wapen voor onmiddellijk gebruik gereed was.

Doel van de wapenwetgeving is tegelijkertijd beheersing van het legale wapenbezit en bestrijding van het illegale wapenbezit.

Op grond van de landelijke oriëntatiepunten van de rechtspraak dient het voorhanden hebben van een vuurwapen (pistool of revolver) in beginsel te worden bestraft met drie maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk.

De rechtbank is echter in de onderhavige zaak van oordeel, gelet op de ouderdom van het feit en het feit dat verdachte geen recidive heeft op dit gebied, dat kan worden volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en een geldboete van na te noemen hoogte.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 48 dagen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Betaling van een geldboete ten bedrage van € 1.000,-- (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. F.J. Agema en mr. J.Y.B. Jansen, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 december 2015.