Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:5513

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-12-2015
Datum publicatie
01-12-2015
Zaaknummer
18.930264-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Het bewezen geachte levert op:

Feit 1 primair:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, strafbaar gesteld bij artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 2:

Een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar, strafbaar gesteld bij artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 3:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de strafmotivering het volgende. Verdachte heeft meisjes waarmee hij op internet chatte aangezet tot het plegen van ontuchtige handelingen. Daartoe heeft verdachte, die de meisjes niet persoonlijk kende, eerst een vertrouwensband met deze -jonge- meisjes opgebouwd en hen vervolgens bedreigende chat-berichten gestuurd. Dit is een ernstig feit. Verdachte heeft bij het plegen van het feit slechts oog gehad voor zijn eigen behoeftebevrediging en de gevolgen die het handelen voor de slachtoffers zouden kunnen hebben volstrekt genegeerd. De rechtbank rekent het de verdachte vooral aan dat hij afbeeldingen die hij aldus onder dwang verkregen had via Whatsapp, heeft doorgestuurd en aldus heeft vertoond aan een andere minderjarige. Niet alleen is dat schadelijk voor deze minderjarige, maar daarmee heeft de verdachte ook het risico genomen dat deze afbeeldingen verder verspreid zouden kunnen worden en aldus nog jaren na dato ernstig nadeel voor de slachtoffers zouden kunnen opleveren.

Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het verwerven en in zijn bezit hebben van kinderporno. Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is in het leven geroepen om seksueel misbruik van jeugdigen met kracht te kunnen bestrijden. Dit is slechts mogelijk als ook de exploitatie van dergelijk misbruik wordt aangepakt. Om die reden heeft de wetgever niet slechts het vervaardigen en verspreiden van kinderporno strafbaar gesteld, maar ook het in het bezit hebben van dergelijke afbeeldingen. Door het verzamelen -downloaden- van kinderporno, is het verdachte, zij het indirect, mede toe te rekenen dat uiterst verwerpelijke praktijken, die plaatsvinden met kinderen van veelal (zeer) jonge leeftijd, in stand worden gehouden en bevorderd. Algemeen bekend is dat kinderen door betrokkenheid bij de op de afbeeldingen voorkomende seksuele gedragingen psychische schade kunnen oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. De rechtbank acht dit zeer kwalijk.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 240a, 240b, 246
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930264-14

vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 01 december 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] .

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 17 november 2015.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. H.W. Knottenbelt, advocaat te Assen.

De tenlastelegging

De verdachte is bij gewijzigde dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 17 april 2014 tot

en met 30 april 2014 te [pleegplaats 1] , in elk geval in Nederland, door geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] ( [geboortedatum slachtoffer 1] ) en/of [slachtoffer 2]

( [geboortedatum slachtoffer 2] ), die toen de leeftijd van achttien jaren

nog niet had/hadden bereikt, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van

een of meer ontuchtige handeling(en), immers heeft verdachte meermalen,

althans eenmaal, (telkens):

- zich aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] via Facebook en/of Whatsapp

en/of een andere chat-/computerprogramma op (internet) als een negentienjarige

jongen voorgesteld en/of

- door middel van veelvuldige chat-/internetcontacten een vertrouwensband met

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opgebouwd en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedreigd met het plegen van zelfmoord

en/of het verbreken van het contact en/of

- één of meerdere seksueel getinte gesprek(ken) met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

gevoerd en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedreigd met het door hem, verdachte, op

internet zetten van compromitterende afbeelding(en) die hij van die [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] zei te hebben ontvangen/bezitten en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedreigd met het op die [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] afsturen van ene [persoon 1] , althans een andere persoon, waarbij hij,

verdachte, wist althans behoorde te weten dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

voor die persoon bang was/waren en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedreigd met andere onaangename en/of

onwenselijke gevolgen, door aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk

dreigend een of meer (Whatsapp- en/of Facebook- )bericht(en) sturen met daarin

(de) woorden (van de strekking): "Jij verneukt mij dus moet je de

consequenties ook accepteren" en/of "Ik praat weer als k die foto heb. Zoniet

delete en block" en/of "Je verneukt me nu dus zoek t uit morgen heb je n prob"

en/of "Je regelt het maar... Je hebt n uur. Heb ik et nie dan weet je t",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

indien die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] geen één of meer naaktfoto('s) van

zichzelf zoud(en) maken en aan hem, verdachte zoud(en) toesturen,

waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] één of meer naaktfoto('s) en/of

foto('s) met nadruk op ontblote lichaamsdelen, te weten billen en/of borsten

en/of vagina's, van zichzelf en/of elkaar hebben gemaakt en aan hem, verdachte, hebben

toegestuurd, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] bij

het maken van die foto('s) uitvoerig instrueerde,

en/of heeft hij, verdachte, aldus misbruik gemaakt van een kwetsbare positie

van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;

art 248 lid 4 Wetboek van Strafrecht;

art 246 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 17 april 2014 tot

en met 30 april 2014 te [pleegplaats 1] , in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging

met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, immers heeft

verdachte meermalen, althans eenmaal, (telkens):

- zich aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] via Whatsapp en/of Facebook

en/of een andere chat-/computerprogramma (op internet) als een negentienjarige

jongen voorgesteld en/of

- door middel van veelvuldige chat-/internetcontacten een vertrouwensband met

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opgebouwd en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedreigd met het plegen van zelfmoord

en/of het verbreken van het contact en/of

- één of meerdere seksueel getinte gesprek(ken) met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

gevoerd en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedreigd met het door hem, verdachte, op

internet zetten van compromitterende afbeelding(en) die hij van die [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] zei te hebben ontvangen/bezitten en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedreigd met het op die [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] afsturen van ene [persoon 1] , althans een andere persoon, waarbij hij,

verdachte, wist althans behoorde te weten dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

voor die persoon bang was/waren en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gedreigd met andere onaangename en/of

onwenselijke gevolgen, door aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk

dreigend een of meer (Whatsapp- en/of Facebook- )bericht(en) sturen met daarin

(de) woorden (van de strekking): "Jij verneukt mij dus moet je de

consequenties ook accepteren" en/of "Ik praat weer als k die foto heb. Zoniet

delete en block" en/of "Je verneukt me nu dus zoek t uit morgen heb je n prob"

en/of "Je regelt het maar... Je hebt n uur. Heb ik et nie dan weet je t",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

indien die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] geen één of meer naaktfoto('s) van

zichzelf zoud(en) maken en aan hem, verdachte zoud(en) toesturen,

waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] één of meer naaktfoto('s) en/of

foto('s) met nadruk op ontblote lichaamsdelen, te weten billen en/of borsten

en/of vagina's, van zichzelf en/of elkaar hebben gemaakt en aan hem, verdachte, hebben

toegestuurd, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] bij

het maken van die foto('s) uitvoerig instrueerde;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 20 april 2014 tot

en met 30 april 2014, te [pleegplaats 1] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten

voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt en/of

aangeboden en/of vertoond aan [slachtoffer 1] ( [geboortedatum slachtoffer 1] ) en/of

[slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2] ) en/of [slachtoffer 3] ( [geboortedatum slachtoffer 3]

), van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat

deze de leeftijd van zestien jaar nog niet had(den) bereikt, immers heeft hij,

verdachte, toen aldaar (telkens):

- via Whatsapp en/of Facebook, althans middels een chat-/computerprogramma (op

internet), meerdere, althans één (digitale) afbeelding(en) en/of foto('s)

waarop (verdachtes) ontblote penis is afgebeeld aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

toegezonden

en/of

- via Whatsapp en/of Facebook, althans middels een chat-/computerprogramma

(op internet), meerdere, althans één (digitale) afbeelding(en) en/of foto('s)

van ontblo(o)t(e) lichaamsde(e)l(en) van meisje(s), te weten [slachtoffer 1]

( [geboortedatum slachtoffer 1] ) en/of [slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2]

), althans (een) andere meisje(s), die (kennelijk) de leeftijd van

achttien jaren nog niet had(den) bereikt, aan die [slachtoffer 3] toegezonden

waarbij het/de beeld(en) rechtstreeks werd(en) verstrekt en/of aangeboden

en/of getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

art 240a Wetboek van Strafrecht

3.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 29 juli 2012 tot

en met 30 april 2014 te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] , in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens) een (groot aantal) afbeelding(en), te

weten 43 foto('s), althans een (aantal) foto('s) en/of 13 video('s), althans

een (aantal) video('s), en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een)

afbeelding(en) heeft verspreid en/of aangeboden en/of ingevoerd en/of

doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich

daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van

een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die

afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele

gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de

mond/tong oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand oraal en/of anaal penetreren van

het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het met (een) vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen

en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt

en/of

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten en/of

aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt

en/of

het geheel naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij (waarna) door het

camerastandpunt nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten

en/of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding(en) (aldus) een

onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot

seksuele prikkeling

en/of

het spuiten van en/of zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam

van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft/hebben bereikt, waarbij de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar

seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

art 240b Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. A. van den Oever acht hetgeen onder 1 primair, onder 2 en onder 3 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte, onder toepassing van het jeugdstrafrecht, zal veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 7 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en onder oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden, daaronder begrepen reclasseringstoezicht, meldplicht, behandeling door de AFPN, controle van gegevensdragers en een contactverbod met de drie slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] dient te worden toegewezen tot een bedrag van 1250,00 euro wegens geleden immateriële schade en 77,08 euro wegens geleden materiële schade, met toekenning van de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank overweegt -onder toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering dat met betrekking tot de onder 1 primair, onder 2 en onder 3 tenlastegelegde feiten de volgende bewijsmiddelen worden toegepast:

1.1.

de door verdachte bij de politie1 en ter terechtzitting van 17 november 2015 afgelegde verklaring, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven, dat hij de tenlastegelegde feiten bekent;

1.2.

de aangifte van [slachtoffer 1]2;

1.3.

de aangifte van [persoon 2] , namens [slachtoffer 2]3;

1.4.

de aangifte van [slachtoffer 3]4;

1.5.

de inhoud van de tussen verdachte en aangeefster [slachtoffer 1] uitgewisselde WhatsApp berichten5;

1.6.

de inhoud van de tussen verdachte en aangeefster [slachtoffer 2] uitgewisselde Facebook gesprekken6;

1.7.

de inhoud van de tussen verdachte en aangeefster [slachtoffer 2] uitgewisselde WhatsApp berichten7;

1.8.

de verklaring van de getuige [slachtoffer 2]8;

1.9.

het proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek9.

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair, onder 2 en onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 17 april 2014 tot en met 30 april 2014, in Nederland, door bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 1] ( [geboortedatum slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2] ), die toen de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, heeft gedwongen tot het plegen en dulden van

ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte meermalen:

- zich aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] via Facebook en Whatsapp op internet als een negentienjarige jongen voorgesteld en

- door middel van veelvuldige chat-/internetcontacten een vertrouwensband met die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opgebouwd en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gedreigd met het plegen van zelfmoord en het verbreken van het contact en

- seksueel getinte gesprekken met die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gevoerd en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gedreigd met het door hem, verdachte, op internet zetten van compromitterende afbeeldingen die hij van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zei te hebben ontvangen en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gedreigd met het op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] afsturen van ene [persoon 1] , waarbij hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voor die persoon bang waren en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gedreigd met andere onaangename en onwenselijke gevolgen, door aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opzettelijk dreigend (Whatsapp- en Facebook-)berichten te sturen met daarin woorden (van de strekking): "Jij verneukt mij dus moet je de consequenties ook accepteren" en "Ik praat weer als k die foto heb. Zoniet

delete en block" en "Je verneukt me nu dus zoek t uit morgen heb je n prob" en "Je regelt het maar... Je hebt n uur. Heb ik et nie dan weet je t";

indien die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geen naaktfoto’s van zichzelf zouden maken en aan hem, verdachte zouden toesturen,

waardoor die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naaktfoto’s en foto's met nadruk op ontblote lichaamsdelen, te weten billen en borsten en vagina's, van zichzelf en elkaar hebben gemaakt en aan hem, verdachte, hebben toegestuurd, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij het maken van die foto's instrueerde,

en heeft hij, verdachte, aldus misbruik gemaakt van een kwetsbare positie van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 20 april 2014 tot en met 30 april 2014, in Nederland, meermalen, een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten

voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt en aangeboden en vertoond aan [slachtoffer 1] ( [geboortedatum slachtoffer 1] ) en/of [slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2] ) en/of [slachtoffer 3] ( [geboortedatum slachtoffer 3] ), van wie hij, verdachte, redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar (telkens):

- via Whatsapp en Facebook, op internet, één (digitale) afbeelding waarop (verdachtes) ontblote penis is afgebeeld aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toegezonden

en

- via Whatsapp en Facebook, op internet, meerdere, (digitale) afbeeldingen en/of foto's

van ontblote lichaamsdelen van meisjes, te weten [slachtoffer 1] ( [geboortedatum slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] ( [geboortedatum slachtoffer 2] ), die (kennelijk) de leeftijd van

achttien jaren nog niet hadden bereikt, aan die [slachtoffer 3] toegezonden

waarbij de beelden rechtstreeks werden verstrekt en aangeboden en getoond aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 29 juli 2012 tot en met 30 april 2014 in Nederland, meermalen, een aantal afbeeldingen en gegevensdragers bevattende afbeeldingen heeft verworven en in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen een seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele

gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de

mond/tong oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand oraal en/of anaal penetreren van

het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het met (een) vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen

en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt

en/of

het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong betasten en/of

aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt

en/of

het geheel naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij (waarna) door het

camerastandpunt nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten

en/of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding(en) (aldus) een

onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot

seksuele prikkeling

en/of

het spuiten van en/of zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam

van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet

heeft/hebben bereikt, waarbij de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar

seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen geachte levert op:

Feit 1 primair:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, strafbaar gesteld bij artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 2:

Een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar, strafbaar gesteld bij artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 3:

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 21 oktober 2015, waaruit blijkt dat de verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen maar niet eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld, alsmede het reclasseringsadvies d.d. 17 juni 2015 en het Persoonlijk Plan d.d. 15 oktober 2015 opgemaakt door [kliniek] . De reclassering adviseert om het jeugdstrafrecht toe te passen en een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen onder de volgende bijzondere voorwaarden:

  • -

    meldplicht;

  • -

    behandelverplichting – ambulante behandeling door de AFPN of vergelijkbare instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven en zal meewerken aan controle van zijn gegevensdragers.

De rechtbank overweegt het volgende. Verdachte heeft meisjes waarmee hij op internet chatte aangezet tot het plegen van ontuchtige handelingen. Daartoe heeft verdachte, die de meisjes niet persoonlijk kende, eerst een vertrouwensband met deze -jonge- meisjes opgebouwd en hen vervolgens bedreigende chat-berichten gestuurd. Dit is een ernstig feit. Verdachte heeft bij het plegen van het feit slechts oog gehad voor zijn eigen behoeftebevrediging en de gevolgen die het handelen voor de slachtoffers zouden kunnen hebben volstrekt genegeerd. De rechtbank rekent het de verdachte vooral aan dat hij afbeeldingen die hij aldus onder dwang verkregen had via Whatsapp, heeft doorgestuurd en aldus heeft vertoond aan een andere minderjarige. Niet alleen is dat schadelijk voor deze minderjarige, maar daarmee heeft de verdachte ook het risico genomen dat deze afbeeldingen verder verspreid zouden kunnen worden en aldus nog jaren na dato ernstig nadeel voor de slachtoffers zouden kunnen opleveren.

Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het verwerven en in zijn bezit hebben van kinderporno. Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is in het leven geroepen om seksueel misbruik van jeugdigen met kracht te kunnen bestrijden. Dit is slechts mogelijk als ook de exploitatie van dergelijk misbruik wordt aangepakt. Om die reden heeft de wetgever niet slechts het vervaardigen en verspreiden van kinderporno strafbaar gesteld, maar ook het in het bezit hebben van dergelijke afbeeldingen. Door het verzamelen -downloaden- van kinderporno, is het verdachte, zij het indirect, mede toe te rekenen dat uiterst verwerpelijke praktijken, die plaatsvinden met kinderen van veelal (zeer) jonge leeftijd, in stand worden gehouden en bevorderd. Algemeen bekend is dat kinderen door betrokkenheid bij de op de afbeeldingen voorkomende seksuele gedragingen psychische schade kunnen oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. De rechtbank acht dit zeer kwalijk.

Anderzijds zal de rechtbank er bij de straftoemeting rekening mee houden dat verdachte zelf nog jong was toen hij de feiten pleegde en dat hij, zo blijkt uit de rapportages, een verstandelijke beperking heeft en op sociaal emotioneel gebied functioneert op het niveau van iemand van ongeveer twaalf jaar. Verdachte heeft voorts aangegeven dat hij gemotiveerd is om aan zijn probleem te werken, dat hij mee wil werken aan toezicht en behandeling en dat hij bereid is om zich aan op te leggen voorwaarden te houden.

De officier van justitie heeft, onder meer, gevorderd dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 7 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk. De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, anders dan de officier van justitie, aanleiding om de onvoorwaardelijke jeugddetentie te beperken tot de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht (1 dag). De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen verklaarde, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een werkstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende jeugddetentie, alsmede een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 179 dagen, onder de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, passend en geboden is. De rechtbank acht het daarnaast aangewezen dat aan verdachte gedurende de proeftijd een contactverbod met de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] wordt opgelegd.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat van de gestelde materiele schade een bedrag van € 77,08 aan reiskosten voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank overweegt voorts ten aanzien van de gestelde immateriële schade (ten bedrage van € 1.250,00) het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde rechtstreeks schade is toegebracht, die de rechtbank in redelijkheid en billijkheid vaststelt op € 750,00. De rechtbank zal de vordering dan ook tot een totaal bedrag van € 827,08 toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2014. Het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank afwijzen.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 77a, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77ma, 36f, 240a, 240b, 246 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair, onder 2 en onder 3 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven zijn vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

- Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 200 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.

- Een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen.

Bepaalt, dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 179 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich binnen 2 weken nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden meldt bij Reclassering Nederland, Adviesunit 1 Midden-Noord, Leonard Springerlaan 21 te 9727 KB Groningen (telefoonnummer 050-3188188. Hier moet hij zich melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Binnen dit kader dient hij zich te houden aan opgestelde aanwijzingen en afspraken;

2. dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de AFPN of vergelijkbare instelling in het forensisch circuit, en zal meewerken aan (ambulante) dagbehandeling, gericht op mogelijke delictscenario’s, zijn eigen handelen, seksualiteit en eigen beperkingen, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens die instelling/behandelaar zullen worden gegeven. Ook dient veroordeelde mee te werken aan vervolgbegeleiding indien dit noodzakelijk wordt geacht;

3. dat veroordeelde gedurende de proeftijd medewerking verleent aan de controle van zijn gegevensdragers;

4. dat veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zoekt met de slachtoffers in deze zaak, te weten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .

De rechtbank geeft opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (1 dag) doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 827,08 (zegge: achthonderdenzevenentwintig euro en acht eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2014.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 827,08 (zegge: achthonderdenzevenentwintig euro en acht eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 16 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Dit bedrag bestaat uit € 77,08 aan materiële schade en € 750,00 aan immateriële schade.

De rechtbank bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter en tevens kinderrechter, en mrs. E. Läkamp en M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 01 december 2015.

1 Pag. 212 e.v. en 225 e.v. van het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van de politie, eenheid Noord-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Thematische Opsporing, Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme, met nummer Groningen 2014047135, zaaknummer 2014-39;

2 Pag. 42 e.v.;

3 Pag. 52 e.v.;

4 Pag. 60 e.v.;

5 Pag. 70 e.v.;

6 Pag. 130 e.v.;

7 Pag. 138 e.v.;

8 Pag. 169 e.v.;

9 Pag. 176 e.v.;