Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:525

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-02-2015
Datum publicatie
16-02-2015
Zaaknummer
18.003341-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

vrijspraak voor poging doodslag, poging zware mishandeling, bedreiging en mishandeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/003341-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 9 februari 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 november 2014 en 26 januari 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.L. van Onna, advocaat te Franeker.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 26 mei 2013, in de gemeente [pleegplaats], ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van

het leven te beroven, met dat opzet als bestuurder van een personenauto, met

hoge snelheid, op die [slachtoffer 1] is ingereden of afgereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 mei 2013, in de gemeente [pleegplaats], ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, (te weten

[slachtoffer 1]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet als bestuurder van een personenauto, met hoge snelheid, op die[slachtoffer 1]

is ingereden of afgereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 mei 2013, in de gemeente [pleegplaats], [slachtoffer 1]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een

personenauto, met hoge snelheid, op die [slachtoffer 1] is ingereden of

afgereden;

2.

hij op of omstreeks 26 mei 2013, in de gemeente [pleegplaats], opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]), stevig heeft vastgepakt en/of

(vervolgens) met kracht tegen een dranghek heeft gegooid, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. primair ten laste gelegde;

- vrijspraak voor het onder 2. ten laste gelegde;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;

- oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

Beoordeling van het bewijs

De officier van justitie acht het onder 1. primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde feit een algehele vrijspraak bepleit. Zij heeft hiertoe -onder meer- aangevoerd dat uit het gedrag van verdachte niet onomstotelijk kan worden afgeleid dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij door zijn rijgedrag [slachtoffer 1] of een ander kon raken. Het (voorwaardelijk) opzet ontbreekt. Ook zijn geen feiten of omstandigheden vastgesteld waaruit blijkt dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij met het wegrijden [slachtoffer 1] heeft gedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, danwel zware mishandeling.

De raadsvrouw stelt voorts dat mocht echter worden vastgesteld dat verdachte die aanmerkelijke kans wel zou hebben aanvaard, hij dan ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit ook het risico zou hebben aanvaard dat hij zichzelf en [getuige 1] zou hebben kunnen verwonden of doden. Niet is aannemelijk dat verdachte die kans op de koop toe heeft genomen.

De rechtbank overweegt het volgende.

Uit het procesdossier en de verklaringen van de getuigen ter zitting kan worden afgeleid dat verdachte met een te hoge snelheid voor de situatie ter plaatse van het parkeerterrein is weggereden. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet gebleken dat verdachte daarbij op [slachtoffer 1] is afgereden danwel op hem is ingereden. De [getuige 2] en [getuige 3] hebben beiden verklaard dat [slachtoffer 1] een stap naar voren deed toen verdachte kwam aanrijden. [getuige 2] heeft daarbij verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft tegengehouden en naar achteren heeft getrokken. Voorts hebben de [getuige 2] en [getuige 4] verklaard dat verdachte de auto niet in de richting van [slachtoffer 1] heeft gestuurd. Met de raadsvrouw is de rechtbank derhalve van oordeel dat verdachte van zowel het onder 1. primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken.

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het onder 2. ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs. De rechtbank overweegt hierbij dat het politieonderzoek erg summier is geweest; beveiligers en/of EHBO'ers zijn niet gehoord. Op grond van slechts de aangifte en de verklaringen van [getuige 5], [getuige 1] en verdachte kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte [slachtoffer 2] opzettelijk heeft mishandeld.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1. primair, 1. subsidiair, 1. meer subsidiair en 2. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. I.M. Dölle en mr. M. Brinksma, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari 2015.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Dölle

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Brinksma

locatie Leeuwarden,

Postma-Westerhof

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/003341-14

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 26 januari 2015

Tegenwoordig:

mr. A.H.M. Dölle, voorzitter,

mr. I.M. Dölle en mr. M. Brinksma, rechters, en

D.P. Postma-Westerhof, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. R.G. de Graaf.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. A.L. van Onna, advocaat te Franeker.

Ter terechtzitting zijn tevens verschenen de [getuige 2], [getuige 4] en [getuige 3].

………..

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 9 februari 2015 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.