Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:5216

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-11-2015
Datum publicatie
16-11-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 1790
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bron van inkomen; resultaat overige werkzaamheden; beleggingsfonds;

Belastingplichtige in hoedanigheid van beheerder van het Fonds voor gemene rekening wordt niet rechtstreeks verbonden voor de verbintenissen van dat Fonds. Niet voldaan aan wettelijke vereisten voor ondernemerschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/2450
V-N 2016/9.19.13
FutD 2015-2810
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 15/1790

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 12 november 2015 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Verweerder heeft voor het jaar 2012 met dagtekening 18 oktober 2014 aan eiser een navorderingsaanslag opgelegd in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 56.761 en

een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 3.172.

Tegelijk met dit besluit heeft verweerder bij beschikking een bedrag van € 188 aan belastingrente in rekening gebracht.

Bij uitspraak op bezwaar van 13 april 2015 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2015. Eiser is verschenen.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door mr. [naam] .

Overwegingen

Feiten

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

1.1

Eiser was tot en met april 2012 als [beroep] in loondienst bij " [naam] ". Daarna ontving eiser een uitkering van het UWV.

1.2

Per 1 september 2012 heeft eiser zich als ondernemer van een eenmanszaak ingeschreven bij de KvK onder de handelsnaam " [naam] " (hierna: [naam] ).

1.3

In 2012 heeft eiser ten behoeve van [naam] onder andere onderzoek gedaan naar de waarde van diverse bedrijven, een database opgezet en een beleggingsmodel ontwikkeld.

1.4

Op 1 april 2013 heeft eiser zich weer laten uitschrijven bij de KvK omdat hij tot die datum gebruik kon maken van de regeling van het UWV om met behoud van uitkering een onderneming te starten. Over 2013 heeft eiser geen winstaangifte gedaan en geen ondernemersfaciliteiten geclaimd. De aanslag IB/PVV 2013 staat definitief vast.

1.5

Na beëindiging van de uitkering van het UWV heeft eiser zich op 1 januari 2014 weer als ondernemer van [naam] laten inschrijven bij de KvK.

1.6

De omzet en het resultaat van [naam] in de jaren 2012 tot en met 2014 waren als volgt:

Omzet Resultaat

2012 € 0 € 1.208 negatief

2013 € 0 € 0

2014 € 0 € 0

1.7

Op 5 december 2014 is de "Stichting Bewaarder [naam] " (hierna: de Stichting) opgericht. De Stichting heeft volgens de oprichtingsakte tot doel het optreden als bewaarder van het besloten fonds voor gemene rekening met de naam [naam] , een beleggingsinstelling als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht, en als zodanig activa te bewaren en goederen te administreren waar het [naam] (hierna: het Fonds) in belegt .

1.8

Eiser treedt sinds de oprichting van de Stichting op als beheerder van het Fonds. Ook probeert eiser participanten te werven voor het Fonds via onder andere de website [naam] . Eiser krijgt als beheerder een beloning van 1% van het ingelegde vermogen.

1.9

In het prospectus van het Fonds staat onder meer het volgende vermeld:

" 5. Structuur van het Fonds

(…)

Participanten

Het [naam] biedt beleggers de mogelijkheid om hun vermogen op een professionele manier te laten beheren, conform de uitgangspunten in het Prospectus. Participanten zijn economisch gerechtigd tot de Netto-vermogenswaarde van het Fonds naar verhouding van het aantal Participaties dat zij houden.

(…)

Beheerder

De Beheerder van het [naam] is [eiser] . De Beheerder is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid en het beleggen van het vermogen van het Fonds. Hij treedt hierbij op namens de Bewaarder en is gehouden aan de inhoud van het Prospectus. De gegevens van de beheerder zijn vermeld in hoofdstuk 4.

Bewaarder

Stichting Bewaarder [naam] is Bewaarder van het Fonds. De Bewaarder is, ten behoeve van de Participanten, juridisch eigenaar van de bezittingen van het Fonds. Als enig statutair doel heeft de stichting het bewaren van activa en het administreren van goederen waarin het [naam] belegt. De activa van het Fonds worden door de Bewaarder gescheiden gehouden van het vermogen van de Bewaarder. De Stichting Bewaarder [naam] zal uitsluitend optreden als bewaarder van het [naam] bij het uitvoeren van haar taak kan de Bewaarder gebruik maken van de diensten van derden.

(…)

BIJLAGE I

Voorwaarden van beheer en bewaring

(…)

Artikel 2 - Naam en duur

1. Het Fonds draagt de naam: ' [naam] ' en is een fonds voor gemene rekening.

2. Het Fonds is gevormd voor onbepaalde tijd.

Artikel 3 - Aard, doel en fiscale status

1. Het beheer en de bewaring van het Fonds geschieden onder de in deze overeenkomst neergelegde voorwaarden van beheer en bewaring. Deze Voorwaarden en hetgeen ter uitvoering hiervan geschiedt, vormen geen maatschap, vennootschap onder firma of com-

manditaire vennootschap.

2. Goederen die tot het Fonds behoren worden collectief belegd volgens een door de Beheerder te bepalen beleggingsbeleid, teneinde de Participanten in de

opbrengst van de beleggingen te doen delen.

3. Het Fonds is een besloten fonds voor gemene rekening voor de vennootschapsbelasting en derhalve fiscaal transparant.

Artikel 4 - Bewaring

1. De Bewaarder is juridisch eigenaar van alle goederen die tot het Fonds behoren.

2. Alle goederen die deel uitmaken of deel gaan uitmaken van het Fonds zijn, respectievelijk worden, ten titel van bewaring verkregen door de Bewaarder ten behoeve van de Participanten. De Bewaarder treedt bij het bewaren uitsluitend op in het belang van de

Participanten. Over de goederen die tot het Fonds behoren zal de Bewaarder alleen tezamen met de Beheerder beschikken. De Bewaarder zal de goederen die tot het Fonds behoren slechts afgeven tegen ontvangst van een verklaring van de Beheerder waaruit

blijkt dat de afgifte wordt verlangd in verband met de regelmatige uitoefening van de beheerfunctie.

3. Verplichtingen die deel uitmaken of deel gaan uitmaken van het Fonds zijn, respectievelijk worden aangegaan op naam van de Bewaarder, waarbij uitdrukkelijk wordt vermeld dat de Bewaarder optreedt in zijn hoedanigheid van Bewaarder van het Fonds. De

Bewaarder kan de Participanten niet vertegenwoordigen.

4. De Bewaarder is tegenover de Participanten slechts aansprakelijk voor door hen geleden schade, voor zover de schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen. Dit geldt ook wanneer de Bewaarder de bij hem

in bewaring gegeven goederen geheel of gedeeltelijk aan een derde heeft toevertrouwd.

5. De Bewaarder heeft recht op een jaarlijkse vergoeding ten laste van het Fonds zoals omschreven in het Prospectus.

6. De Bewaarder is bevoegd zijn taken uit hoofde van deze Voorwaarden te delegeren aan derden.

7. De Bewaarder vergewist zich ervan dat: (i) de emissie, verkoop, inkoop en intrekking van alsmede terugbetaling op rechten van deelneming voor rekening van het Fonds, overeenkomstig de wet en het Prospectus geschieden; (ii) bij transacties met betrekking tot de activa van het Fonds de tegenprestatie binnen de gebruikelijke termijn wordt voldaan; (iii) de opbrengsten van het Fonds een bestemming krijgen in overeenstemming met de wet en het Prospectus en (iv) de waarde van de rechten van deelneming wordt

berekend overeenkomstig het Prospectus.

8. Indien de Bewaarder bij uitoefening van de taken als bedoeld in het vorige lid constateert dat niet overeenkomstig het bepaalde in het Prospectus is gehandeld kan de Bewaarder de Beheerder verzoeken— met het oog op het behartigen van de belangen van de

Participanten— de transactie ongedaan te maken op kostenneutrale basis voor het Fonds.

9. De Bewaarder dient de aanwijzingen van de Beheerder uit te voeren, tenzij deze in strijd zijn met de wet of het Prospectus.

Artikel 5 - Beheer en beleggingen

1. Het beheer van het vermogen van het Fonds is opgedragen aan de Beheerder, waaronder mede is begrepen het beleggen van de goederen die behoren tot het Fonds, het aangaan van verplichtingen ten laste van het Fonds, alsmede de administratie van het Fonds en het verrichten van alle overige handelingen ten behoeve van het Fonds, alles met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.2, artikel 4.1 tot en met 4.3 en hetgeen verder in deze Voorwaarden is bepaald. De Beheerder is vrij in de keuze van de beleggingen

en is te allen tijde bevoegd wijzigingen aan te brengen in de beleggingen. De Beheerder treedt hierbij op namens de Bewaarder. De Bewaarder verstrekt hierbij aan de Beheerder voor zover van toepassing volmacht voor het verrichten van de in dit lid bedoelde handelingen. De Beheerder handelt te allen tijde in het belang van de Participanten.

2. De Beheerder heeft het recht om de aan de effecten die tot het Fonds behoren verbonden rechten (waaronder het stemrecht) uit te oefenen. De Beheerder zal zich daarbij laten leiden door het belang van de gezamenlijke Participanten.

3. De Beheerder is tegenover de Participanten slechts aansprakelijk voor de door hen geleden schade, voor zover de schade het gevolg is van opzet of grove schuld van de Beheerder.

4. De Beheerder heeft recht op een vergoeding ten laste van het Fonds zoals omschreven in het Prospectus.

5. De Beheerder is bevoegd werkzaamheden uit te besteden aan één of meerdere derden.

(…)

BIJLAGE II

Statuten bewaarder

(…)

Artikel 3 - Bestuur

1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie leden. Het aantal leden wordt, met inachtneming van het n de vorige zin bepaalde, door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.

2. Het bestuur van de stichting bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen die – al dan niet via een rechtspersoon – participeren in het [naam] .”.

1.10

In 2015 nemen er vier participanten deel aan het Fonds, waaronder eiser. Het bestuur van de Stichting wordt gevormd door eiser en twee van de participanten.

1.11

In de loop van 2015 was het beheerd vermogen van het Fonds € 750.000. Daarvan is € 100.000 door eiser zelf ingelegd.

1.12

Eiser heeft op 21 maart 2013 de aangifte IB/PVV 2012 ingediend naar een verzamelinkomen van € 50.595, zijnde € 47.423 aan inkomen uit werk en woning en

€ 3.172 aan inkomen uit sparen en beleggen. In deze aangifte heeft eiser aan winst uit onderneming -/- € 1.208 opgevoerd, alsmede de zelfstandigenaftrek van € 7.280, de startersaftrek van € 2.123 en de MKB-winstvrijstelling van -/- € 1.273.

1.13

Met dagtekening 12 september 2014 is de aanslag IB/PVV 2012 overeenkomstig de bij 1.12 vermelde aangifte opgelegd.

1.14

Op 9 september 2014 heeft verweerder een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangiften IB/PVV 2012 en 2013 en de aangiften omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2012 t/m 31 maart 2013. Naar aanleiding van deze controle is een navorderingsaanslag IB/PVV 2012 opgelegd. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is daarbij als volgt vastgesteld:

Aangegeven inkomen uit werk en woning € 47.423

Bij: geen verlies uit onderneming € 1.208

Bij: geen zelfstandigenaftrek € 7.280

Bij: geen startersaftrek € 2.123

Af: MKB-winstvrijstelling € 1.273

-----------

Vastgesteld inkomen uit werk en woning € 56.761.

Geschil en beoordeling

2. Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de activiteiten van eiser in 2012 ten behoeve van [naam] als een bron van inkomen kunnen worden aangemerkt en, zo ja, of de resultaten uit die activiteiten dan als winst uit onderneming of als resultaat uit overige werkzaamheden kunnen worden aangemerkt.

3. Eiser stelt zich op het standpunt dat zijn activiteiten in 2012 de bron winst uit

onderneming opleveren. Hij voert daartoe aan dat sprake is van een bron, omdat hij

deelneemt aan het economische verkeer en redelijkerwijs voordeel is te verwachten. Door

de ontwikkeling van een beleggingsmodel en het opzetten van een database heeft hij

namelijk in 2012 de basis gelegd voor de winst van het Fonds in 2015. Zijn tijdsbesteding

voor deze activiteiten bedroeg in 2012 1350 uur.

4. Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat de activiteiten van eiser in 2012

niet als bron van inkomen kunnen worden aangemerkt, omdat eiser niet of nauwelijks heeft

deelgenomen aan het economisch verkeer. Ook was er in de visie van verweerder objectief

gezien in 2012 geen verwachting dat er redelijkerwijs winst kon worden behaald. Eiser

beheerde in 2012 alleen zijn eigen vermogen hetgeen geen bron van inkomen oplevert,

aldus verweerder. Ook is het Fonds pas in 2014 opgericht en is niet eerder dan in 2015

begonnen met het beleggen van vermogen. Subsidiair stelt verweerder zich op standpunt dat

wanneer de activiteiten wel als een bron van inkomen kunnen worden aangemerkt, de

opbrengsten dienen te worden gekwalificeerd als resultaat uit overige werkzaamheden.

Meer subsidiair stelt verweerder zich op het standpunt dat wanneer sprake zou zijn

van winst uit onderneming, eiser niet heeft voldaan aan het urencriterium zodat hij geen

recht heeft op de ondernemersfaciliteiten.

Omtrent de bronvraag

5. De rechtbank overweegt dat een voordeel alleen aan de heffing van inkomstenbelasting is onderworpen indien het is genoten uit een bron van inkomen. Volgens vaste jurisprudentie (o.a. HR 3 maart 1954, ECLI:NL:HR:1954:AY2826, en HR 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8763) worden als uitgangspunt drie algemene voorwaarden gesteld aan een zodanige bron: deelname aan het economische verkeer, het (subjectieve) oogmerk om voordeel te behalen en de (objectieve) verwachting dat het voordeel redelijkerwijs – in de toekomst – kan worden behaald (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 maart 2015, ECLI:NL:GHARN:2015:2563). Tussen partijen is ten aanzien van de bronvraag in geschil of sprake is van deelname aan het economische verkeer en van een objectieve voordeelsverwachting.

6. Wat betreft de deelname aan het economisch verkeer overweegt de rechtbank dat tussen partijen vaststaat dat eiser in 2012 is gestart met de werkzaamheden voor het tot stand komen van het Fonds. Daarvoor heeft eiser een beleggingsmodel ontwikkeld en een database opgezet. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij daarvoor in 2012 de jaarrekeningen van een aantal bedrijven over de laatste tien jaar heeft doorgenomen. Aan de hand daarvan heeft hij vervolgens een model ontwikkeld en een Excel-bestand ontworpen en bijgehouden. In de daaropvolgende twee jaren is eiser vooral bezig geweest met het uitbouwen van de database, het opzetten van de website, het schrijven en vormgeven van het prospectus en het juridisch structureren van het Fonds. Eveneens is hij toen begonnen met het plegen van acquisitie, waardoor in 2015 daadwerkelijk participanten voor het Fonds werden geworven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij de hierboven geschetste activiteiten heeft verricht met het oogmerk om een beleggingsfonds in de markt te zetten. Nu door verweerder niet is gesteld, en eveneens niet uit de stukken van het geding blijkt, dat deze activiteiten uitsluitend binnen de privésfeer hebben plaatsgevonden, is daarmee naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het bronvereiste van deelname aan het economisch verkeer.

7. Of in 2012 tevens sprake was van een objectieve voordeelsverwachting moet in beginsel worden beantwoord op basis van feiten en omstandigheden van dat jaar. Feiten en omstandigheden van andere jaren kunnen echter licht werpen op het antwoord op de vraag of in het betreffende jaar sprake is van een objectieve voordeelsverwachting en mogen

daarom mede in aanmerking worden genomen (vgl. HR 24 juni 2011, nr. 10/01299,

ECLI:NL:HR: 2011:BP5707, en HR 15 juni 2012, nr. 11/003392,

ECLI:NL:HR:2012:BW8348). De rechtbank overweegt dat eiser voor het eerst in 2015 een

beheervergoeding heeft ontvangen van € 7.500, zijnde 1% van het belegd vermogen. Eiser

heeft daarbij onweersproken gesteld dat de met de beheervergoeding gepaard gaande kosten

laag zijn en dat per saldo positieve resultaten zullen resteren. Gezien de hierboven bij 6.

weergegeven aard van eisers activiteiten en de door hem geleverde inspanningen, mede

bezien in het licht van het in 2015 te behalen positieve resultaat, kon naar het oordeel van de

rechtbank in 2012 redelijkerwijs worden verwacht dat in de toekomst voordelen zouden

kunnen worden behaald. Daarmee is ook aan dit bronvereiste voldaan.

8. Op grond van het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank in 2012 sprake

van een bron van inkomen. De rechtbank zal hierna ingaan op hetgeen partijen vervolgens

verdeeld houdt, te weten het antwoord op de vraag of het resultaat over 2012 kwalificeert

als winst uit onderneming dan wel als resultaat uit overige werkzaamheden.

Omtrent de kwalificatie van de bron

9. Artikel 3.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet IB) – voor zover hier van belang – luidt: "Belastbare winst uit onderneming is het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit een of meer ondernemingen ".

10. Artikel 3.4 van de Wet IB luidt : "In deze afdeling en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder ondernemer: de belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming.".

11. Uit artikel 3.4 van de Wet IB volgt dat eiser alleen ondernemer kan zijn, en winst uit onderneming kan genieten in de zin van artikel 3.2 van de Wet IB, als het Fonds voor zijn rekening wordt gedreven en hij rechtstreeks wordt verbonden voor de verbintenissen van het Fonds. De rechtbank overweegt dat, voor zover de activiteiten van het Fonds al als ondernemingsactiviteiten zouden kunnen worden aangemerkt, eiser in zijn hoedanigheid van beheerder niet rechtstreeks verbonden wordt voor de verbintenissen van het Fonds. Uit het prospectus volgt immers dat eiser bij het beheer van het vermogen van het Fonds optreedt namens de Stichting als bewaarder van het fonds. Blijkens artikel 4, eerste en tweede lid, van Bijlage I van het prospectus is de bewaarder de juridisch eigenaar van alle goederen die tot het Fonds behoren en verkrijgt de bewaarder de goederen ten titel van bewaring ten behoeve van de participanten. Uit het derde lid van genoemd artikel volgt dat verplichtingen die deel uit maken van het Fonds worden aangegaan op naam van bewaarder. De beheerder is ingevolge artikel 5, eerste lid, van Bijlage I weliswaar bevoegd verplichtingen aan te gaan ten laste van het Fonds en overige handelingen te verrichten ten behoeve van het Fonds, maar dit dient te geschieden met inachtneming van het in artikel 4.1 tot en met 4.3 gestelde. Naar het oordeel van de rechtbank volgt daarmee uit het prospectus dat de verbintenissen van het Fonds op naam en voor risico van de Stichting als bewaarder, en niet op naam en voor risico van eiser als beheerder, worden aangegaan.

12. Eiser heeft ter zitting nog aangevoerd dat hij alle feitelijke (beleggings) werkzaamheden voor het Fonds verricht en dat hij zich vereenzelvigt met het Fonds. Ook heeft eiser verklaard dat de in het prospectus weergeven structuur een gebruikelijke structuur is voor een beleggingsfonds. De rechtbank acht op basis van de stukken van het geding buiten twijfel dat eiser, als oprichter van het Fonds en met zijn kennis van de branche, een allesbepalende invloed heeft gehad op de totstandkoming van het Fonds en het werven van de participanten. De uiteindelijk tot stand gebrachte juridische structuur van het Fonds, met name de daarbij vastgestelde bevoegdheden en verplichtingen van de Stichting als bewaarder, leiden de rechtbank echter tot het oordeel dat eiser in zijn hoedanigheid van beheerder niet aan de wettelijke vereisten voor ondernemerschap voldoet. Eisers stelling dat sprake is van een gebruikelijke structuur voor beleggingsfondsen acht de rechtbank op zich aannemelijk, maar maakt dit oordeel niet anders.

13. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kunnen de resultaten van de activiteiten van eiser naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als winst uit onderneming in de zin van artikel 3.2 van de Wet IB. Voor dat geval is tussen partijen niet in geschil dat sprake is van belast resultaat uit overige werkzaamheden in de zin van art. 3.90 van de Wet IB. Nu sprake is van resultaat uit overige werkzaamheden en niet van winst uit onderneming heeft eiser geen recht op de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling aangezien deze faciliteiten zijn voorbehouden aan ondernemers.

14. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar. De rechtbank vermindert de navorderingsaanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 55.553, zijnde het aangegeven inkomen uit werk en woning van € 47.423, vermeerderd met de zelfstandigenaftrek van € 7.280, de startersaftrek van € 2.123 en verminderd met MKB-winstvrijstelling van € 1.273.

15. Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Eiser heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. Nu de met de beschikking belastingrente samenhangende navorderingsaanslag zal worden verminderd, verstaat de rechtbank dat verweerder het bedrag van de belastingrente dienovereenkomstig zal verminderen.

16. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de navorderingsaanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 55.553 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 3.172;

- draagt verweerder op de belastingrente dienovereenkomstig te verminderen;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,00 aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van den Bosch, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M. Elias, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 november 2015.

w.g. griffier rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.