Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:512

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
11-02-2015
Datum publicatie
11-02-2015
Zaaknummer
C/17/132629 / HA ZA 14-58
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering nakoming overeenkomst met gemeente, honoreringberoep op instemmingsvoorbehoud.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/132629 / HA ZA 14-58

Vonnis van 11 februari 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOTEL SCHYLGE BEHEER B.V.,

gevestigd te Harlingen,

eiseres,

advocaat mr. W. Sleijfer, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE TERSCHELLING,

zetelend te West-Terschelling,

gedaagde,

advocaat mr. R.J.L. Gustenhoven, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna Schylge Beheer en de Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Schylge Beheer (met als bestuurder: [A]) heeft in het jaar 2011 een plan gepresenteerd aan de Gemeente voor de uitbreiding van hotel Schylge op Terschelling met twee bouwvolumes van drie bouwlagen die onderling en met het bestaande hotel zijn verbonden. Een deel van het bouwvolume wordt volgens dit plan gerealiseerd in het duin. Het plan biedt ruimte voor 72 tweepersoons hotelkamers (overeenkomend met 36 hotelappartementen), circa 1.100 m2 wellness, zaalruimte en een bioscoopzaaltje.

2.2.

Het plan - dat niet overeenkomt met het geldende bestemmingsplan - is gesitueerd op grond die in eigendom toebehoort aan de Gemeente. Het betreft het complex Dellewal, dat in het jaar 2003 door de Gemeente was gekocht.

2.3.

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente (hierna: het college) heeft in januari 2012 enkele financiële en ruimtelijke uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling van het hiervoor bedoelde plan aan Schylge Beheer kenbaar gemaakt. In een brief van 12 januari 2012 heeft het college onder meer het volgende aan Schylge Beheer medegedeeld:

[…]

In deze brief willen wij gaarne enkele uitgangspunten benoemen die relevant zijn voor de verdere ontwikkeling.

[…]

Indien u zich kunt vinden in het bovenstaande stellen wij u voor dat u de stedebouwkundige studie verder uitwerkt en deze dit voorjaar presenteert in een besloten vergadering van de gemeenteraad. Indien er voldoende politiek draagvlak voor de plannen is, kunnen daarna definitieve afspraken worden gemaakt over de aankoop van de locatie en over de voorbereidingen van de planologische procedure.

Voor de volledigheid merken wij nog op dat de in deze brief door ons college geformuleerde ontwikkelingsrichting geschiedt onder voorbehoud van de instemming van de gemeenteraad van Terschelling.

[…]

2.4.

Op basis van de door het college geformuleerde uitgangspunten heeft Schylge Beheer de stedenbouwkundige studie verder laten uitwerken en in mei 2012 gepresenteerd aan de gemeenteraad van de Gemeente.

2.5.

Vervolgens zijn in het najaar van 2012 tussen Schylge Beheer en het college gesprekken gestart over de grondprijs en de verdere voorwaarden voor de realisatie van het plan. De afspraken hierover zijn opgenomen in diverse concepten van een samenwerkingsovereenkomst.

2.6.

In een brief van 8 november 2012 - waarbij de eerste concept-samenwerkingsovereenkomst was gevoegd - heeft het college onder meer het volgende aan Schylge Beheer medegedeeld:

[…]

Zoals bekend leggen wij de concept overeenkomst voor onder voorbehoud van instemming door de gemeenteraad. Wij zullen met het presidium in overleg treden over de wijze en de momenten waarop wij de raad bij het proces gaan c.q. moeten betrekken. Voordat wij de raad om bijvoorbeeld een principe standpunt over uw uitbreidingsplan, de te volgen procedure en de concept samenwerkingsovereenkomst vragen, willen wij het met u eens zijn over de inhoud van de concept samenwerkingsovereenkomst.

2.7.

Bij e-mailbericht van 9 april 2013 - waarbij de derde versie van de concept-overeenkomst aan Schylge Beheer is gezonden - is door het college onder meer het volgende aan Schylge Beheer medegedeeld:

In vervolg op het overleg van 22 maart jl bijgaande de aangepaste samenwerkingsovereenkomst.

Ik stuur het jullie toe onder voorbehoud van instemming door college en raad.

De principe uitspraak van de raad staat geagendeerd voor de commissievergadering van 7 mei a.s. Om deze datum te kunnen halen is jullie instemming met de overeenkomst voor 15 april a.s. noodzakelijk. Het college zal vervolgens op 23 april a.s. de overeenkomst en het raadsvoorstel (gemeenteblad) bespreken.

[…]

2.8.

In de planning die bij dit derde concept was gevoegd, is onder meer het volgende vermeld:

Onderwerp Aktie Planning

Samenwerkings

overeenkomst principeakkoord [A] voor 15 april 2013

Principeakkoord college na akkoord [A], uiterlijk 23 april 2013 Principestandpunt gemeenteraad raadscommissie 7 mei 2013, raad 28 mei 2013 Ondertekening samenwerkings-

overeenkomst door initiatiefnemer voordat voorontwerp bestemmingsplan in college wordt behandeld (voor 17/9/2013)

Besluit ondertekening samenwerkings-

overeenkomst door gemeenteraad tijdens behandeling voorontwerp

bestemmingsplan door de raad (22 okt 2013)

Ondertekening samenwerkingsovereenkomst

door burgemeester datum plannen na collegebesluit

[…]

2.9.

Schylge Beheer heeft vervolgens bij e-mailbericht van 23 april 2013 inhoudelijk gereageerd op het derde concept van de samenwerkingsovereenkomst.

2.10.

Op 25 juli 2013 heeft een overleg plaatsgevonden tussen Schylge Beheer en het college. Naar aanleiding daarvan heeft het college bij brief van 25 juli 2013 onder meer het volgende aan Schylge Beheer medegedeeld:

Als reactie op het 3e concept van de samenwerkingsovereenkomst uitbreiding hotel Schylge hebben wij op 23 april 2013 van u een e-mail ontvangen. In vervolg hierop heeft vanmorgen een gesprek […] plaatsgevonden […]. Tijdens dit gesprek zijn de volgende afspraken gemaakt:

[…]

Bij toevoeging van deze bepaling zal, bij instemming door college en de gemeenteraad, voor het overige verkoop, planontwikkeling en realisatie plaatsvinden conform het derde concept van de samenwerkingsovereenkomst uitbreiding hotel Schylge d.d. 8 april 2013.

Na ontvangst van de schriftelijke bevestiging van deze afspraken door de heer [A] zal het college in haar eerstvolgende voltallige vergadering een besluit nemen en de raad vervolgens om een principebesluit vragen.

[…]

Schylge Beheer heeft deze brief voor akkoord ondertekend.

2.11.

Bij brief van 1 augustus 2013 heeft het college onder meer het volgende aan Schylge Beheer medegedeeld:

[…]

Hierbij bevestigen wij de goede ontvangst van uw e-mail van 26 juli 2013. Met deze e-mail heeft u aangegeven in te stemmen met de 3e versie van de concept samenwerkingsovereenkomst aangevuld met de op 25 juli 2013 gemaakte afspraken.

Het college heeft, zoals afgesproken, op 30 juli 2013 de met u aanvullend op 25 juli j.l. gemaakte afspraken besproken. Het college heeft besloten om in te stemmen met het aldus aanpassen van de samenwerkingsovereenkomst. Wij zullen u binnenkort een nieuw concept toesturen waaraan is toegevoegd dat u de grond afneemt na verkoop van 11 hotelappartementen.

Nu tussen u en het college overeenstemming is bereikt over de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst gaan wij als vervolgstap de gemeenteraad voorleggen of verdere planuitwerking plaats kan vinden op basis van de met u gemaakte afspraken. Vanwege het zomerreces en de volle raadsagenda in september kan dit helaas niet eerder dan in oktober. Wij gaan het Presidium verzoeken om het voorstel op 1 oktober 2013 in de raadscommissie en 22 oktober in de gemeenteraad te behandelen.

De planning behorende bij de samenwerkingsovereenkomst zullen wij aanpassen aan deze nieuwe behandeldatum.

Wij danken u voor de constructieve wijze waarop de afspraken tot stand zijn gekomen.

[…]

2.12.

Op 15 augustus 2013 heeft Schylge het vierde concept van de samenwerkingsovereenkomst van het college ontvangen, evenals een begeleidende brief en een planning van het project. In de brief van 15 augustus 2013 is onder meer het volgende vermeld:

[…]

Zoals aangekondigd in onze brief van 1 augustus j.l. doen wij u bijgaand de aan de laatste afspraken aangepaste concept samenwerkingsovereenkomst en planning toekomen. […]

Mocht u van mening zijn dat de op 25 juli j.l. gemaakte afspraken niet juist in bijgaande overeenkomst zijn verwoord dan horen wij dat graag binnen 1 week na verzending van deze brief van u. Na deze datum gaan wij er van uit dat overeenstemming bestaat over de laatste aanpassingen en bijgaande concept bij de raadsstukken gevoegd kan worden.

Ter informatie treft u bijgaand tevens het voorstel van het college aan de gemeenteraad aan (het gemeenteblad) en het daarbij behorende concept-raadsbesluit.

[…]

2.13.

In het vierde concept van de samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat de Gemeente circa 8.900 m2 grond (inclusief opstallen) aan Schylge Beheer zal verkopen. In de samenwerkingsovereenkomst is voorts onder meer het volgende vermeld:

Ondergetekenden:

1. de gemeente Terschelling, […] ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester de heer mr. J.M. Visser, handelend ter uitvoering van het besluit van de raad van de gemeente Terschelling d.d. ……., nummer …/…

hierna te noemen: “gemeente”

[…]

Artikel 3 Planologische en overige medewerking gemeente

3.1

De initiatiefnemer laat een bestemmingsplan en een beeldkwaliteitsplan opstellen.

[…]

De gemeente zal deze plannen begeleiden en heeft een inspanningsverplichting tot het in procedure brengen van deze plannen, één en ander conform de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en de gemeentelijke inspraakverordening. De gemeente stelt het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan in ieder geval niet eerder vast dan nadat deze overeenkomst door partijen is getekend. Het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan gelden als uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van het plan.

[…]

Artikel 10: Toerekenbare tekortkoming en faillissement

[…]

10.3

Het in de vorige leden bepaalde laat onverlet het recht van de andere partij om van de schuldenaar nakoming van haar verplichtingen uit deze overeenkomst te vorderen, en het recht van de andere partij op en de gehoudenheid van de schuldenaar tot vergoeding van alle ten gevolge van de toerekenbare tekortkoming aan de andere partij opkomende kosten, schaden en interesse.

[…]

2.14.

In de planning, behorende bij de vierde concept-samenwerkingsovereenkomst (zoals bedoeld in de brief van 15 augustus 2013) is onder meer vermeld:

Onderwerp Aktie Planning

Samenwerkings-

overeenkomst akkoord [A] ontvangen 26 juli 2013

Principeakkoord college 30 juli 2013 Principestandpunt gemeenteraad raadscommissie 1 oktober 2013, raad 22 oktober 2013

Besluit ondertekening samenwerkings-

overeenkomst door college november 2013

Ondertekening samenwerkings-

overeenkomst door [A] en

Burgemeester datum plannen na collegebesluit

[…]

2.15.

In het Gemeenteblad van 2013, dat als bijlage bij de brief van 15 augustus 2013 was gevoegd, is onder meer het volgende vermeld:

[…]

Samenvatting

[…]

De afspraken hierover zijn opgenomen in een concept samenwerkingsovereenkomst. Over de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst is eind juli 2013, onder voorbehoud van instemming door de gemeenteraad, overeenstemming bereikt.

[…]

In 2011 hebben diverse gesprekken met de heer [A] plaatsgevonden. In reactie op het plan zijn in januari 2012 door het college enkele relevante financiële en ruimtelijke uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling schriftelijk aan [A] kenbaar gemaakt. Deze uitgangspunten hebben betrekking op;

[…]

De uitgangspunten zijn kenbaar gemaakt onder voorbehoud van instemming door de raad.

De heer [A] is uitgenodigd om, als hij zich in deze uitgangspunten kon vinden, de stedenbouwkundige studie verder uit te werken en te presenteren aan de gemeenteraad.

[…]

Juridische gevolgen/fatale termijnen/handhaving

Het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst is een bevoegdheid van het college. Met het oog op de actieve informatieplicht van het college aan de raad en in verband met de planologische- en welstandsbevoegdheden van de gemeenteraad wordt het concept samenwerkingsovereenkomst, voordat het college een besluit neemt over het aangaan van de overeenkomst, aan de raad ter instemming voorgelegd. Op deze wijze kan de raad haar wensen en bedenkingen ter kennis van het college brengen.

[…]

Financiële/personele/organisatorische gevolgen

[…]

Grondposities vormen momenteel voor veel gemeenten een groot risico. Het verheugt ons dan ook zeer dat wij overeenstemming hebben bereikt over een verkoopprijs die aansluit bij de in de balans opgenomen waardering van het complex Dellewal. Met de gemaakte afspraken is een discussie over het al dan niet af moeten waarderen van de locatie voorkomen. De overeenkomst is daarmee van groot financieel belang voor de gemeente. Dit ook met het oog op de financiële risico’s die de gemeente mogelijk op andere grondposities loopt, waaronder bijvoorbeeld het risico van terugkoop van de huidige campuslocatie na realisatie van de nieuwe campus.

Communicatie/interactiviteit

Mocht de raad instemmen en het tot verdere planontwikkeling komen dan zal voorafgaand aan de definitieve besluitvorming over het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan zoals gebruikelijk inspraak en overleg worden gevoerd.

[…]

2.16.

Bij brief van 29 november 2013 heeft (de advocaat van) Schylge Beheer onder meer het volgende aan het college medegedeeld:

[…]

Deze samenwerkingsovereenkomst is tot stand gekomen na langdurige onderhandelingen met de terzake bevoegde organen van uw gemeente, tijdens welke door cliënte aanzienlijke inspanningen zijn verricht en kosten gemaakt. Dat deze samenwerkingsovereenkomst nog niet door partijen is ondertekend, doet aan de binding van partijen aan de gemaakte afspraken niet af.

Krachtens bedoelde samenwerkingsovereenkomst rust op uw gemeente onder meer de inspanningsverplichting de beoogde uitbreiding planologisch te faciliteren. Uitsluitend zwaarwegende planologische bezwaren van derden tegen de terzake nodige planologische besluitvorming kunnen in dit verband (in beroep) leiden tot wijziging/aanpassing van bedoelde inspanningsverplichting. Voorts is overeengekomen, dat cliënte de voor de uitbreiding benodigde grond, voor zover bij uw gemeente in eigendom, zal verwerven onder de in de samenwerkingsovereenkomst omschreven bedingen.

Cliënte bereiken signalen, dat u uw hiervoor vermelde inspanningsverplichting niet wenst na te komen. Voor cliënte is dit niet aanvaardbaar. In verband hiermee verzoek ik u mij binnen 14 dagen na heden te bevestigen, dat u de onderhavige samenwerkingsovereenkomst onverkort zult nakomen, bij gebreke waarvan cliënte tegen deze niet-nakoming de nodige rechtsmaatregelen zal aanwenden. […]

2.17.

Bij brief van 10 december 2013 heeft de Gemeente onder meer het volgende aan (de advocaat van) Schylge Beheer medegedeeld:

[…]

Hierbij bevestigen wij dat wij op 30 november 2013 uw brief […] hebben ontvangen.

[…]

De gemeenteraad van de gemeente Terschelling heeft de samenwerkingsovereenkomst opnieuw geagendeerd op de raadsvergadering van 17 december aanstaande. Wij verzoeken u om het college uitstel te verlenen om te reageren op uw brief totdat de gemeenteraad van de gemeente Terschelling een besluit heeft genomen over de samenwerkingsovereenkomst.

2.18.

Bij brief van 17 januari 2014 heeft de Gemeente vervolgens onder meer het volgende aan Schylge Beheer medegedeeld:

[…]

De afgelopen periode hebben we meerdere malen contact gehad over de ontwikkellocatie aan de Dellewal, nabij uw hotel Schylge. Het college heeft hier steeds het voorbehoud gemaakt dat een en ander afhankelijk is van goedkeuring door de gemeenteraad. Het voornemen tot samenwerking is door het college en uzelf in een concept-samenwerkingsovereenkomst gegoten. Niet in de laatste plaats door uzelf, zijn in het kader van de mogelijke ontwikkelingen op de locatie de nodige inspanningen verricht teneinde een mooi plan voor te stellen aan de gemeenteraad van de gemeente Terschelling.

Op 17 december 2013 heeft de gemeenteraad aangegeven zich unaniem niet te kunnen vinden in de door ons voorgestelde samenwerkingsovereenkomst met Hotel Schylge Beheer BV. Hoewel dit wellicht abrupt lijkt, komt hiermee onze samenwerking tot een vroegtijdig einde. De gemeenteraad wijst samenwerking met Hotel Schylge BV niet per definitie af, maar heeft aangegeven een nota van uitgangspunten te willen vaststellen alvorens verder te praten over de mogelijke uitwerking.

[…]

2.19.

Het vierde concept van de samenwerkingsovereenkomst is niet door de Gemeente ondertekend. Ook eerdere versies zijn niet door de Gemeente ondertekend.

2.20.

Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Schylge Beheer op 22 januari 2014 beslag tot levering gelegd op de onderhavige onroerende zaken (het complex Dellewal).

3 De vordering

3.1.

De vordering van Schylge Beheer strekt ertoe, dat de rechtbank, bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

  1. de Gemeente veroordeelt tot nakoming van de afspraken die partijen hebben gemaakt zoals vastgesteld in de samenwerkingsovereenkomst versie 4 (zie prod. 4) op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000,00 voor iedere dag dat de Gemeente daarmee geheel of ten dele in gebreke blijft;

  2. de Gemeente verbiedt tot verkoop en levering over te gaan van het geel gearceerde deel van de percelen kadastraal bekend gemeente Terschelling, sectie A, nummers 3309, 3310 en ten dele 3620 op straffe van een direct opeisbare dwangsom van EUR 1.000.000,00, althans een zodanig bedrag als de rechtbank vermeent te behoren, zolang partijen nog geen duidelijkheid hebben aangaande het bepaalde in artikel 4 van de samenwerkingsovereenkomst;

Subsidiair:

  1. voor recht verklaart dat de Gemeente toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst versie 4;

  2. de Gemeente veroordeelt aan Schylge Beheer te voldoen haar schade als gevolg van de onder 1 bedoelde toerekenbare tekortkoming, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Primair en subsidiair:

  1. de Gemeente veroordeelt tot het betalen van de beslagkosten ad EUR 981,94 en de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis;

  2. de Gemeente veroordeelt tot het betalen van het nasalaris van de advocaat ad EUR 131,00 voor zover betaling wordt verkregen zonder dat betekening van het te wijzen vonnis nodig is, respectievelijk EUR 199,00 voor zover betaling binnen veertien dagen na aanschrijving uitblijft en betekening van het in deze te wijzen vonnis nodig is.

3.2.

De Gemeente voert verweer.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna - voor zover van belang - nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1.

Schylge Beheer heeft gesteld dat hoewel het vierde concept van de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen niet door de Gemeente is ondertekend, uit de hiervoor vermelde vaststaande feiten - waaronder met name de brief van het college van

1 augustus 2013 - volgt dat daarover wél overeenstemming tussen partijen is bereikt. Schylge Beheer heeft voorts gesteld dat het college op grond van artikel 160 lid 1 onder e Gemeentewet bevoegd was om de onderhavige (privaatrechtelijke) samenwerkingsovereenkomst namens de Gemeente te sluiten. De omstandigheid dat het college de gemeenteraad de ruimte heeft geboden om zijn wensen en bedenkingen aan het college ter kennis te brengen, doet volgens Schylge Beheer - gelet op de bevoegdelijk door het college met Schylge Beheer gesloten overeenkomst - aan de gebondenheid van de Gemeente aan het vierde concept van de samenwerkingsovereenkomst niet af. Op grond van het voorgaande rust volgens Schylge Beheer op de Gemeente (het college) gelet op artikel 3.1 van het vierde concept van de samenwerkingsovereenkomst een inspanningsverplichting om de plannen van Schylge Beheer in procedure te brengen. De vordering strekt tot nakoming van het vierde concept van de samenwerkingsovereenkomst/de hiervoor bedoelde inspanningsverplichting en tot veiligstelling van de onderhavige gronden door het vorderen van een verbod tot verkoop daarvan. Subsidiair wordt een verklaring voor recht gevorderd omtrent het niet-nakomen door de Gemeente, alsmede - op grond van artikel 10.3 van het vierde concept van de samenwerkingsovereenkomst - schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

4.2.

De Gemeente heeft hiertegen aangevoerd dat voorafgaand aan en tijdens de onderhandelingen tussen het college en Schylge Beheer uitdrukkelijk door het college het (totstandkomings)voorbehoud is gemaakt van instemming door de gemeenteraad. Daarbij heeft het college aan Schylge Beheer kenbaar gemaakt dat de instemming over de concept-samenwerkingsovereenkomst ten doel had om, in het kader van efficiëntie, de overeenkomst pas aan de gemeenteraad voor te leggen zodra het college zich kon vinden in de tekst daarvan. Het voorgaande brengt volgens de Gemeente met zich dat er tussen partijen nog geen samenwerkingsovereenkomst tot stand is gekomen en dat het college en Schylge Beheer zich nog in de pre-contractuele fase ter zake van de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst bevonden. Door het college is immers vooraf aangegeven dat een eerste overeenstemming over de tekst van het concept niet ten doel had om een samenwerkingsovereenkomst te sluiten tussen de Gemeente en Schylge Beheer, maar om de tekst aan de gemeenteraad voor te leggen. Pas na instemming van de gemeenteraad zou het college namens de Gemeente definitief door middel van een aanvaarding de totstandkoming van de overeenkomst bewerkstelligen. Bij gebreke van instemming van de gemeenteraad is van een overeenkomst tussen partijen geen sprake, aldus de Gemeente.

4.3.

De rechtbank stelt voorop dat, na de invoering van het duale stelsel per 1 maart 2002, de beslissingsbevoegdheid tot het sluiten van overeenkomsten als de onderhavige exclusief toebehoort aan het college. Tussen partijen is echter in geschil of het college - zoals de Gemeente heeft aangevoerd en door Schylge Beheer is weersproken - uitdrukkelijk het voorbehoud heeft gemaakt van instemming door de gemeenteraad en of een dergelijk voorbehoud - indien gemaakt - gelding zou hebben.

4.4.

Het betoog van Schylge Beheer dat een dergelijk door het college (beweerdelijk) gemaakt voorbehoud geen gelding zou hebben omdat het introduceren van een instemmings-of goedkeuringsrecht een aantasting zou vormen van de wettelijke bevoegdheidsverdeling en daarmee strijdig zou zijn met de bepalingen van de Gemeentewet, zoals die na de dualisering zijn vastgesteld, zal worden verworpen. De Gemeentewet staat er naar het oordeel van de rechtbank, ook na 2002, niet aan in de weg dat het college een dergelijk totstandkomingsvoorbehoud - dan wel een opschortende voorwaarde - bedingt, bijvoorbeeld om politieke redenen. De vraag die thans resteert is derhalve of het college al dan niet het voorbehoud heeft gemaakt van instemming door de gemeenteraad.

4.5.

De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.

4.6.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de in het geding gebrachte stukken, zoals hiervoor onder 2. weergegeven, dat door het college uitdrukkelijk het (totstandkomings)voorbehoud van instemming door de gemeenteraad is gemaakt.

Het college heeft reeds bij brief van 12 januari 2012 - waarbij zij enkele uitgangspunten heeft benoemd - aangegeven dat de door het college in die brief geformuleerde ontwikkelingsrichting geschiedt onder voorbehoud van de instemming van de gemeenteraad. Bij brief van 8 november 2012, waarbij de eerste concept-samenwerkingsovereenkomst was gevoegd - heeft het college vervolgens uitgebreid uiteengezet dat de concept-samenwerkingsovereenkomst aan Schylge Beheer werd voorgelegd onder voorbehoud van instemming door de gemeenteraad. Daarbij is ook uitdrukkelijk vermeld dat voordat het college de gemeenteraad een principe-standpunt over het uitbreidingsplan van Schylge Beheer, over de te volgen procedure en over de concept-samenwerkingsovereenkomst zou vragen, het college het eerst eens wil zijn met Schylge Beheer over de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst. Ook bij het toezenden van het derde concept-samenwerkingsovereenkomst is wederom duidelijk vermeld dat dit concept werd toegezonden onder voorbehoud van instemming door de gemeenteraad.

Ook de nadien verzonden brieven van het college en het aan Schylge Beheer bij brief van 15 augustus 2013 toegezonden Gemeenteblad 2013, passen in de lijn van de door het college bij brief van 8 november 2012 helder uiteengezette gang van zaken, zoals hiervoor vermeld. Hetzelfde geldt voor de door het college opgestelde, aan Schylge Beheer gezonden (gewijzigde) planning. Ook daaruit volgt dat nadat overeenstemming zou zijn bereikt over de tekst van de conceptovereenkomst, daarover een principebesluit aan de gemeenteraad zou worden gevraagd en dat eerst dan een besluit van het college en ondertekening door het college van de samenwerkingsovereenkomst aan de orde zou kunnen komen.

Gelet op deze - met name in de brief van 8 november 2012 helder uiteengezette - volgorde, is naar het oordeel van de rechtbank ook begrijpelijk dat het onderhavige voorbehoud niet in de (concept)samenwerkingsovereenkomst zelve is opgenomen. Bij de ondertekening door het college zou het voorbehoud immers reeds zijn “uitgewerkt”. De Gemeente heeft in dit verband ook terecht gewezen op de aanhef van de (concept)samenwerkingsovereenkomst waarin als ondergetekende is vermeld:

de gemeente Terschelling, […] ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester de heer mr. J.M. Visser, handelend ter uitvoering van het besluit van de raad van de gemeente Terschelling d.d. ……., nummer …/…

4.7.

Zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank op grond van het voorgaande van oordeel dat het college uitdrukkelijk het voorbehoud van instemming door de gemeenteraad heeft gemaakt. Schylge Beheer heeft bij conclusie van repliek betoogd dat zij de hiervoor bedoelde mededelingen/stukken niet aldus heeft begrepen dat aan de samenwerkingsovereenkomst geen partijen bindende werking toekomt, maar dat zij dit

- mede gelet op de bevoegdheidsverdeling tussen college enerzijds en gemeenteraad anderzijds - aldus heeft begrepen (en volgens haar ook mocht begrijpen) dat het uiteindelijk de gemeenteraad is die bevoegd is een bestemmingsplan tot stand te brengen, waarin de door partijen beoogde ontwikkeling planologische vorm zou worden gegeven. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, kan Schylge Beheer echter niet gevolgd worden in deze (beperkte) uitleg. Uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt immers duidelijk dat het voorbehoud betrekking heeft op de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst zelve.

4.8.

Ook het subsidiaire betoog van Schylge Beheer dat de redelijkheid en de billijkheid zich verzetten tegen het inroepen van het totstandkomingsvoorbehoud gelet op de positieve houding van de gemeenteraad gedurende het traject, zal worden verworpen. Reeds bij conclusie van antwoord heeft de Gemeente betwist dat de gemeenteraad een dergelijk positieve houding heeft gehad. Volgens de Gemeente heeft de gemeenteraad de plannen slechts aangehoord. Gelet op deze gemotiveerde betwisting, heeft Schylge Beheer haar stellingen op dit punt - wat daar verder ook van zij - onvoldoende onderbouwd. Gelet op de omstandigheid dat ook na de presentatie van het plan aan de gemeenteraad in de maand mei 2012 nog immer in de hiervoor bedoelde correspondentie van het college is gewezen op het voorbehoud van instemming van de gemeenteraad, moet het ook voor Schylge Beheer duidelijk zijn geweest dat van een instemming door de gemeenteraad geen sprake was. Indien de gemeenteraad al op enigerlei wijze een “positieve houding” heeft geventileerd, mocht Schylge Beheer daar naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen verwachtingen aan ontlenen. Gelet op het voorgaande zal Schylge Beheer evenmin worden gevolgd in haar betoog dat de besluitvorming van de gemeenteraad ondeugdelijk is geweest, aan welk betoog Schylge Beheer dezelfde stellingen ten grondslag heeft gelegd.

4.9.

Ook de omstandigheid dat Schylge Beheer - zoals zij stelt - de nodige investeringen en inspanningen heeft gedaan, is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat een beroep door de Gemeente op een door haar gemaakt totstandkomingsvoorbehoud naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit behoort naar het oordeel van de rechtbank tot het ondernemersrisico van Schylge Beheer. Gelet op de aanwezigheid van het voorbehoud van instemming door de gemeenteraad, had Schylge Beheer rekening kunnen en moeten houden met de mogelijkheid dat die instemming niet zou worden verleend.

4.10.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent het door het college gemaakte voorbehoud van instemming door de gemeenteraad, alsmede gelet op de omstandigheid dat tussen partijen niet in geschil is dat de gemeenteraad op 17 december 2013 heeft aangegeven zich unaniem niet te kunnen vinden in de samenwerkingsovereenkomst, zal de vordering van Schylge Beheer integraal worden afgewezen.

4.11.

Schylge Beheer zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van de Gemeente worden vastgesteld op:

  • -

    griffierecht EUR 608,00

  • -

    salaris voor de advocaat EUR 904,00 (2 punten x tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.512,00.

4.11.1.

De Gemeente heeft de rechtbank verzocht om Schylge Beheer te veroordelen in de daadwerkelijk door de Gemeente gemaakte proceskosten omdat Schylge Beheer volgens de Gemeente in strijd heeft gehandeld met artikel 21 Rv door essentiële correspondentie niet in het geding te brengen. De rechtbank ziet echter onvoldoende aanleiding om Schylge Beheer hiertoe te veroordelen. De omstandigheid dat door Schylge Beheer bepaalde stukken niet in het geding zijn gebracht, heeft niet geleid tot enige vertraging van de onderhavige procedure. Schylge Beheer geeft bovendien een andere interpretatie aan deze stukken - te weten dat het voorbehoud betrekking heeft op het bestemmingsplan en niet op het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst - zodat de onderhavige procedure ook niet nodeloos is gevoerd.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt Schylge Beheer in de kosten van het geding, aan de zijde van de Gemeente vastgesteld op EUR 1.512,00,

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.1

1 82.