Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:5035

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21-10-2015
Datum publicatie
05-11-2015
Zaaknummer
143926
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Executoriaal beslag op saldo bankrekening afkomstig van DUO studiefinanciering

beslagvrije voet, misbruik van bevoegdheid, art 3:13 BW, art. 475 RV.

art.475a RV, art.475bRV, 475cRV, Wet studiefinanciering 2000 11.3

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/303
NJF 2015/525

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/143926 / KG ZA 15-239

Vonnis in kort geding van 21 oktober 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. H.L. Thiescheffer te Leeuwarden,

tegen

de stichting

STICHTING VOOR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS, BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIE, handelend onder de naam FRIESLAND COLLEGE,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagde,

vertegenwoordigd door haar werknemer, mevrouw [A] , bijgestaan door L. van der Zwaag, Noppe & van der Zwaag gerechtsdeurwaarders/incasso.

Partijen zullen hierna [eiser] en Friesland College genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities van Friesland College.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben op 3 maart 2014 een afbetalingsregeling (hierna: de afbetalingsregeling) getroffen van € 25,00 per maand ingaande 10 maart 2014 ter zake een vordering van Friesland College op [eiser] ad € 3.027,07 aan niet betaalde lesgelden. Voornoemde vordering is neergelegd in de vonnissen van de rechtbank Leeuwarden van

21 augustus 2012 en van de rechtbank Noord-Nederland van 16 juli 2013.

2.2.

[eiser] heeft tot 1 januari 2015 maandelijks € 25,00 conform de afbetalingsregeling aan Friesland College voldaan. Na 1 januari 2015 heeft [eiser] geen betalingen meer terzake de afbetalingsregeling verricht.

2.3.

Friesland College heeft vervolgens via gerechtsdeurwaarderskantoor Noppe & Van der Zwaag op 25 augustus 2015 executoriaal derdenbeslag gelegd onder de en/of bankrekening ten name van [eiser] en Mw. [B] - zijnde de moeder van [eiser] - met het nummer [X] (hierna: de en/of rekening) en onder de bankrekening ten name van [eiser] met het nummer [Y] .

2.4.

Op 24 augustus 2015 is een bedrag van € 1.012,96 ter zake studiefinanciering door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) aan [eiser] betaald door overmaking naar de en/of rekening. Bij brief van 25 augustus 2015 heeft ING bank, voor zover thans van belang, aan [eiser] geschreven dat [eiser] wegens het in opdracht van Friesland College gelegde executoriaal beslag het tegoed op de en/of rekening ad € 400,00 alsmede het tegoed op zijn bankrekening [Y] ad € 579,50 niet meer kon gebruiken.

2.5.

Bij brief van 1 september 2015 heeft de gemachtigde van [eiser] , voor zover van belang, Friesland College verzocht het executoriale derdenbeslag te royeren en daarbij een berekening van de beslagvrije voet als bijlage bijgevoegd. Friesland College heeft het beslag tot op heden gehandhaafd.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat Friesland College wordt gelast om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de onder de ING-bank NV gelegde executoriale derdenbeslagen op rekening [X] en op rekening [Y] op te heffen, behoudens voor zover het door beslag getroffen banksaldo de beslagvrije voet van € 951,55 te boven gaat, met veroordeling van Friesland College in de proceskosten.

3.2.

[eiser] heeft - samengevat - het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Het gelegde beslag is voortgekomen uit een vordering die is ontstaan doordat [eiser] per ongeluk heeft vergeten zijn maandelijkse termijnbetalingen ad € 25,00 via internetbankieren na 1 januari 2015 te continueren. Het gelegde beslag heeft doel getroffen voor een bedrag van € 979,50, waardoor [eiser] een termijnbetaling van € 320,00 heeft gemist die hij verplicht is te betalen ter zake (een lening voor) het collegegeld voor zijn huidige opleiding aan de Hanzehogeschool, hetgeen tot gedwongen beëindiging van zijn opleiding kan leiden. Bovendien heeft [eiser] de huur van september 2015 niet kunnen betalen door het beslag. De volledige op 24 augustus 2015 van DUO ontvangen studiefinanciering - die de enige bron van inkomsten is van [eiser] - valt onder het gelegde derdenbeslag. Friesland College maakt misbruik van bevoegdheid en handelt daarmee onrechtmatig jegens [eiser] - die getracht heeft tot een minnelijke regeling met Friesland College te komen - voor zover zij weigert het gelegde executoriaal derdenbeslag op te heffen tot een bedrag van € 951,55, zijnde de beslagvrije voet van eiser. [eiser] beroept zich daartoe op het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:8478, alsmede op het arrest van het gerechtshof Den Bosch van 21 april 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:14961.

3.3.

Friesland College voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter acht voldoende gesteld dat sprake is van een spoedeisend belang in de onderhavige kwestie. Daartoe wordt in aanmerking genomen de niet weersproken stelling van [eiser] van het door hem, wegens het gelegde beslag, niet hebben kunnen voldoen van andere schulden, waaronder die ter zake collegegeld en huur en de mogelijke consequenties hiervan. Het enkele verweer van Friesland College dat inmiddels weer andere (studiefinanciering)betalingen zijn binnengekomen op de bankrekening en dat [eiser] een deel van zijn uitkering heeft kunnen gebruiken acht de voorzieningenrechter in dit verband onvoldoende, temeer nu onweersproken door [eiser] is gesteld dat studiefinanciering zijn enige bron van inkomsten is, zodat door het beslag een blijvend gat van € 979,50 in zijn inkomsten is ontstaan. Ten aanzien van de aard van het geschil is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze, getuige ook de door [eiser] aangehaalde eerdere kort geding jurisprudentie ter zake hetzelfde onderwerp, zich leent voor behandeling in kort geding. Het verweer van Friesland College dat de kwestie zich niet voor behandeling in kort geding leent omdat het in casu om uitleg van de wet gaat wordt verworpen. Immers, complexiteit van de rechtsvraag is op zich geen reden om een zaak ongeschikt te achten voor behandeling in kort geding.

4.2.

De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of sprake is van misbruik van recht aan de zijde van Friesland College door handhaving van het gelegde executoriale derdenbeslag op de bankrekeningen van [eiser] . In dit verband heeft [eiser] gesteld dat het beslag feitelijk is gelegd op het door DUO uitgekeerde bedrag van de studiefinanciering, zijnde de enige inkomstenbron van [eiser] . Friesland College stelt hier tegenover dat het bedrag van de studiefinanciering van kleur is verschoten ten gevolge van de overboeking van het saldo op de bankrekening van [eiser] waardoor artikel 475 Rv niet van toepassing is; een executoriaal derdenbeslag op een bankrekening is niet periodiek zodat geen sprake is van een beslagvrije voet ex artikel 475c Rv. Als volgt wordt overwogen.

4.3.

De voorzieningenrechter stelt bij zijn beoordeling voorop dat een schuldeiser in beginsel zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar mag verhalen met uitzondering van een aantal wettelijk geregelde beperkingen. Zo is studiefinanciering ingevolge artikel 475a lid 1 Rv jo. artikel 11.3 lid 1 van de Wet studiefinanciering 2000 - zoals ook [eiser] heeft gesteld - niet vatbaar voor beslag. Voorts waarborgt de wet in onder meer de artikelen 475 b en c met de daarin geregelde figuur van de beslagvrije voet, dat de schuldenaar van zijn inkomen voldoende overhoudt om in de noodzakelijke kosten van zijn bestaan te kunnen voorzien.

4.4.

Friesland College heeft in het onderhavige geval geen rechtstreeks beslag gelegd op de studiefinanciering maar op het saldo van de bankrekening waarop het bedrag van de studiefinanciering is gestort. De wet verzet zich op zichzelf genomen niet tegen beslaglegging op het saldo van een bankrekening en verbindt ook geen verplichte beslagvrije voet aan een dergelijk beslag, ook niet wanneer daardoor feitelijk inkomen wordt beslagen dat onder het bereik van de beslagvrije voet valt of zelfs geheel uitgezonderd is van beslag zoals het geval zou zijn geweest indien het beslag onder de uitkerende instantie - DUO - zou zijn gelegd.

4.5.

Op grond van artikel 3:13 lid 1 BW kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt, haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt. In artikel 3:13 lid 2 BW is voorts bepaald dat onder meer sprake kan zijn van misbruik van bevoegdheid indien men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Hoewel, zoals hiervoor is overwogen, in zijn algemeenheid op grond van de wet niet kan worden gesteld dat (handhaving van) beslaglegging op een saldo van een bankrekening dat is voortgekomen uit een studiefinancieringsuitkering door DUO onrechtmatig is, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat in dit specifieke geval sprake is van misbruik van bevoegdheid door Friesland College door haar handhaving van het executoriale beslag. Als volgt wordt overwogen.

4.6.

De voorzieningenrechter acht vooralsnog voldoende gesteld door [eiser] dat het beslag enkel doel heeft getroffen op het bedrag van de studiefinanciering en dat dit bedrag de enige inkomstenbron van [eiser] is, te meer nu beide zaken op zich ook niet zijn weersproken door Friesland College. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] - behoudens zorg - en huurtoeslag - over andere financiële middelen beschikt. In dit verband is van belang de omstandigheid dat het beslag slechts een dag na ontvangst door [eiser] van de studiefinanciering ad € 1.012,96 heeft plaatsgevonden terwijl dit beslag blijkens de overgelegde brief van ING Bank (r.o. 2.4.) doel heeft getroffen voor een bedrag van

€ 979,50, zijnde vrijwel het totaal te ontvangen maandelijkse studiefinancieringsbedrag. Dat voornoemd bedrag op het moment van beslaglegging verspreid is over twee rekeningen van [eiser] maakt dit oordeel niet anders, nu voldoende aannemelijk is geworden dat [eiser] in zijn levensonderhoud moet voorzien enkel via de gelden die hij van DUO ontvangt waarbij niet relevant is via welke van de twee rekeningen hij aan zijn financiële verplichtingen voldoet. Evenmin is daarbij van belang dat de en/of rekening tevens op naam van moeder staat. Ook wordt in aanmerking genomen dat - zoals [eiser] heeft gesteld - niet kan worden verlangd van DUO dat zij de studiefinanciering contant uitkeert zodat studiefinanciering in de regel altijd op een bankrekening terechtkomt, voordat de ontvanger erover kan beschikken. Voorts neemt de voorzieningenrechter in overweging dat - blijkens de brief van 1 september 2015 en de daarbij gevoegde inkomstenopgave (r.o. 2.5.) - Friesland College in ieder geval vanaf dat moment op de hoogte was, althans had kunnen zijn, van het feit dat met het door haar gelegde beslag feitelijk de DUO uitkering als enige inkomstenbron van [eiser] , (bijna) volledig werd getroffen door het beslag.

4.7.

Door in zodanige omstandigheden na te laten het beslag op te heffen wordt [eiser] door Friesland College de (wettelijk geregelde) waarborg ontnomen dat hij over zijn enige bron van inkomsten, zijnde de studiefinanciering, beschikt om in noodzakelijke kosten van zijn bestaan te voorzien. Dat acht de voorzieningenrechter onrechtmatig. Het gevoerde verweer van Friesland College dat [eiser] inmiddels al een deel van het saldo van zijn rekening had opgenomen, zodat het beslag niet volledig doel heeft getroffen op de studiefinanciering acht de voorzieningenrechter in zoverre relevant dat het aldus opgenomen bedrag zal worden verrekend met de gevorderde beslagvrije voet.

4.8.

Nu de vordering zich beperkt tot opheffing van het beslag voor zover dit de beslagvrije voet raakt, zal de voorzieningenrechter - gelet op het vorenoverwogene en nu Friesland College de hoogte van de door [eiser] berekende beslagvrije voet onbetwist heeft gelaten - de vordering van [eiser] dan ook toewijzen, zij het met aftrek van het reeds door [eiser] opgenomen bedrag van de studiefinanciering ad (€ 1.012,96 - 979,50 =)

€ 33,46, zoals hierna in het dictum te vermelden.

4.8.

Friesland College zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 94,19

- griffierecht € 77,00 (waarvan € 57,75 (75 %) te voldoen aan de rechtbank

Noord-Nederland)

- salaris advocaat € 527,00

Totaal € 698,19.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gelast Friesland College om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het op

25 augustus 2015 door Friesland College ten laste van [eiser] gelegde executoriale derdenbeslag op rekening [X] en op rekening [Y] op te heffen, behoudens voor zover het door het beslag getroffen banksaldo de beslagvrije voet van (€ 951,55 - € 33,46 =) € 918,09 te boven gaat;

5.2.

veroordeelt Friesland College in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden vastgesteld op € 698,19, waarvan € 57,75 (75 % van de betaalde) explootkosten, na ontvangst van een daartoe strekkend betalingsverzoek van de griffie moet worden voldaan aan de griffier.

5.3.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.K. Hoogslag en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2015.1

1 fn. 680.