Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:5034

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-10-2015
Datum publicatie
02-11-2015
Zaaknummer
K L 3832782 \ CV EXPL 15-1100 (E)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Naleving art. 15 CAO motorvoertuigenbedrijf

Schadevergoeding art. 15 en 16 wet CAO

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2076
AR-Updates.nl 2015-1084
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 3832782 \ CV EXPL 15-1100

vonnis van de kantonrechter d.d. 27 oktober 2015

inzake

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

FNV,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

gemachtigde: mr. R.A. Severijn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. H.J. Funke.

Partijen zullen hierna FNV en [gedaagde] worden genoemd.

Procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2.1.

In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan. [gedaagde] exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met handel in en reparatie van personenauto's en lichte bedrijfswagens. [gedaagde] is lid van werkgeversvereniging Bovag, die partij is bij de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf, hierna aan te duiden als: de cao. FNV is een vereniging met als doel het behartigen van belangen van werknemers. Ook FNV is partij bij de cao.

2.2.

Bij [gedaagde] waren 25 werknemers in dienst. Op 13 oktober 2014 heeft [gedaagde] ten aanzien van 7 werknemers bij het UWV een ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen ingediend. Vervolgens heeft zij hierover op 14 oktober 2014 haar personeel geïnformeerd. Tevens heeft zij op die dag onder meer [A] , bestuurder Metaal van FNV, per e-mail van de ontslagaanvragen in kennis gesteld. [A] heeft diezelfde dag per e-mail gereageerd met onder meer de navolgende inhoud: "Ik verzoek u dringend aan de cao te voldoen artikel 15 van de cao voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf. (…) Wij hebben ook begrepen dat u het voornemen tot reorganisatie met 7 ontslagen niet heeft voorgelegd aan een personeelsvergadering (…). Wij verzoeken u per omgaande te laten weten dat u de voorgenomen reorganisatie opschort en gaat voldoen aan het gestelde in artikel 15 en artikel 9."

2.3.

Bij faxbericht van 29 oktober 2014 heeft de gemachtigde van FNV [gedaagde] gesommeerd om de ontslagprocedures in te trekken, onder aanzegging van een kort geding. Tevens is daarbij aanspraak gemaakt op een schadevergoeding van € 10.000,--.

2.4.

[gedaagde] heeft bij brief van 31 oktober 2014 op deze sommatie gereageerd en daarbij voorgesteld om een gesprek aan te gaan. Na nog brieven over en weer van 31 oktober 2014 en 3 november 2014 heeft er op 7 november 2014 een gesprek plaatsgevonden tussen [gedaagde] en haar boekhouder enerzijds en (vertegenwoordigers van) FNV en CNV anderzijds. FNV heeft daarbij een concept sociaal plan ingebracht. Op 10 november 2014 heeft [gedaagde] per e-mail gereageerd op dit concept sociaal plan en daarna heeft op 11 november 2014 wederom een bespreking tussen de hiervoor genoemde partijen plaatsgevonden. Op 13 november 2015 heeft FNV een aangepast sociaal plan naar [gedaagde] gezonden. [gedaagde] heeft naar aanleiding hiervan bij brief van 17 november 2015 nog nadere opmerkingen gemaakt.

2.5.

Bij beslissingen van 18 november 2014 heeft het UWV de door [gedaagde] gevraagde ontslagtoestemmingen verleend. [gedaagde] heeft naar aanleiding hiervan aan vijf personeelsleden ontslag aangezegd. Eind november 2014 heeft [gedaagde] de onderhandelingen over een sociaal plan gestaakt.

2.6.

Artikel 15 van de cao luidt als volgt:

"FUSIE, SLUITING EN REORGANISATIE

  1. Voor de werkgever die fusiebesprekingen voert zijn de Fusiegedragsregels van de SER van toepassing. In afwijking op de Fusiegedragsregels geldt het bepaalde in lid 2 ten aanzien van de kennisgeving aan de w.v. (kantonrechter: werkgeversorganisatie) en de v.v. (kantonrechter: werknemersorganisaties).

  2. De werkgever die het voornemen heeft het bedrijf, waarin in de regel tenminste 20 personen werkzaam zijn, geheel of gedeeltelijk te sluiten en/of het personeelsbestand ingrijpend te reorganiseren, dan wel andere plannen heeft die een belangrijke negatieve invloed op de werkgelegenheid zullen hebben, stelt de w.v. en de v.v. daarvan tijdig in kennis. De werkgever zal er naar streven collectieve ontslagen zoveel mogelijk te voorkomen.

  3. De kennisgeving bedoeld in lid 2 van dit artikel dient plaats te vinden zodra verwacht kan worden dat de eventuele sluiting en/of reorganisatie wellicht doorgang kan vinden.

  4. Gelijk met de eerdergenoemde kennisgeving deelt de werkgever tevens mede de redenen die hem tot zijn besluit hebben gebracht, alsook welke (sociale) gevolgen hij verwacht, indien en voor zover die gevolgen alsdan reeds te overzien zijn.

  5. Tezamen met de w.v. en de v.v. zal door de werkgever, zodra dit noodzakelijk wordt, aandacht besteden aan
    - het tijdstip waarop het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie voor het uitbrengen van advies zal worden ingelicht;
    - het tijdstip en de wijze waarop het gehele personeel zal worden ingelicht;
    - de vraag of en in hoeverre voorzieningen genomen kunnen worden opdat zoveel mogelijk de eventuele nadelige gevolgen voor de werknemers worden voorkomen, weggenomen of verminderd."

2.7.

Bij artikel 15 cao behoort een bijlage waarin onder meer het navolgende in vermeld:

"Fusie, sluiting en reorganisatie

De grondgedachte van artikel 15 is deze dat, ingeval de werkgever van plan is een fusie aan te gaan met een ander bedrijf, dan wel indien hij van plan is het bedrijf geheel of gedeeltelijk te sluiten of wel het personeelsbestand ingrijpend te reorganiseren, hij de werkgeversorganisatie waarbij hij is aangesloten, alsook de vakverenigingen van dat plan tijdig in kennis stelt.

De bedoeling van deze regeling is de mogelijkheid te geven voordat de eventuele fusie, sluiting en/of

reorganisatie een feit is, de gevolgen daarvan voor de in het bedrijf werkzame personen in de besluitvorming te betrekken. Dit betekent dat de informatie aan de werkgevers- en werknemersorganisaties op een zodanig tijdstip dient te gebeuren dat enerzijds te verwachten valt dat de plannen doorgang zullen vinden maar dat het anderzijds nog mogelijk is voor de w.v. en v.v. een reële inbreng te leveren, zodat eventuele nadelige gevolgen voor de werknemers zoveel mogelijk worden tegengegaan of verminderd.

Het zal duidelijk zijn dat elke fusie, sluiting en/of reorganisatie zijn eigen achtergronden heeft, die in zeer grote mate worden bepaald door de financiële positie en draagkracht van de daarbij betrokken bedrijven. Dit heeft ook zijn weerslag op het al dan niet kunnen realiseren van voorzieningen voor het personeel. Vandaar dat de eventueel te treffen voorzieningen van geval tot geval verschillend zullen zijn en niet voor elke fusie, sluiting en/of reorganisatie dezelfde zullen of kunnen zijn.

Wanneer dan ook onderstaand een aantal van mogelijke voorzieningen wordt genoemd, heeft een en ander alleen betekenis als voorbeeld en niet als een opsomming van hoe dan ook en te allen tijde te treffen maatregelen. Binnen de ruimte die de financiële middelen van het bedrijf daartoe laten zal nagegaan moeten worden of, en zo ja welke, voorzieningen getroffen zullen kunnen worden. (…)"

De vordering en het verweer

3.1.

FNV vordert [gedaagde] te veroordelen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling aan FNV van een schadevergoeding ex artikel 15 en artikel 16 Wet cao, wegens het niet naleven van artikel 15 cao, ter hoogte van € 10.000,--, binnen 7 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd en de vordering van FNV betwist.

3.3.

De standpunten van partijen zullen in het hierna volgende, voor zover nodig voor de beoordeling, samengevat worden weergegeven.

De beoordeling van het geschil
4.1. Partijen hebben hun standpunten gemotiveerd uiteengezet. Voor de beoordeling van de vordering zijn naar het oordeel van de kantonrechter de twee navolgende vragen, waarop partijen ook zijn ingegaan, van bijzonder belang:

a. a) heeft [gedaagde] FNV tijdig conform artikel 15 cao geïnformeerd;

b) heeft FNV schade geleden als bedoeld in de artikelen 15 en 16 Wet cao?

De kantonrechter zal allereerst hierop ingaan.

4.2.

Het standpunt van FNV komt er op neer dat [gedaagde] haar al voordat de ontslagaanvragen bij het UWV werden ingediend had moeten informeren, zodat zij reeds voordien haar vakbondsactiviteiten had kunnen uitoefenen en daarmee ook de mogelijkheid zou hebben gehad om eerder invloed uit te oefenen op de voorgenomen reorganisatie. [gedaagde] heeft, kort weergegeven, gesteld dat het moment waarop FNV moest worden ingelicht niet duidelijk is omschreven in artikel 15 cao, maar dat zij FNV met de melding van 14 oktober 2014 tijdig heeft ingelicht. Op het moment van de ontslagaanvraag was de reorganisatie volgens [gedaagde] nog geen voldongen feit, het UWV had de gevraagde toestemming immers nog niet verleend. FNV heeft verder nog een reële inbreng kunnen leveren ten aanzien van de gevolgen van de reorganisatie.

4.3.

De kantonrechter oordeelt als volgt en stelt daarbij het navolgende voorop. Blijkens het door [gedaagde] gestelde had de cao een looptijd tot 31 oktober 2014. Partijen gaan er gelet op hetgeen door hen is gesteld van uit dat artikel 15 cao in het onderhavige geval van toepassing was. Zij verschillen klaarblijkelijk niet van mening dat het aantal voorgenomen ontslagen zodanig was dat sprake was van een ingrijpende reorganisatie van het personeelsbestand als bedoeld in artikel 15 cao. De kantonrechter zal daarvan bij de verdere beoordeling dan ook uit gaan.

4.4.

Artikel 15 cao geeft blijkens de hiervoor onder 2.6. weergegeven tekst geen exact tijdstip waarop de kennisgeving aan onder andere de vakbonden moet worden gedaan. Deze kennisgeving dient volgens artikel 15, lid 2 cao 'tijdig' te geschieden en in het kader van de beoordeling van de vordering is de te beantwoorden vraag naar het oordeel van de kantonrechter niet zozeer wanneer daarvan sprake is, maar wanneer daarvan geen sprake meer is.

4.5.

FNV was partij bij de totstandkoming van de cao, [gedaagde] was dat niet. Artikel 15 is een voorbeeld van een zogenoemde diagonale bepaling, waardoor een verbintenis ontstaat tussen een contractspartij enerzijds en een lid van een contractspartij anderzijds. De uitleg van een diagonale cao bepaling dient te geschieden aan de hand van de zogenoemde cao-norm (HR 26 mei 2000, NJ 2000, 473). De bewoordingen van de desbetreffende bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overeenkomst en de toelichting daarop zijn van doorslaggevende betekenis. Indien die bewoordingen en de toelichting geen uitsluitsel geven, moet de zogenoemde Haviltex-norm, door de Hoge Raad geformuleerd in het arrest van 13 maart 1981, NJ 1981,635, worden toegepast. Maar bij de uitleg ten opzichte van een individuele werkgever, zoals in het onderhavige geval, mag geen beroep worden gedaan op niet uit de cao-tekst en toelichting kenbare bedoelingen en heeft de Haviltex-norm derhalve slechts een zeer beperkte betekenis.

4.6.

Aan de hand van het voorgaande komt de kantonrechter tot de navolgende overwegingen. Het bepaalde in artikel 15, lid 3 cao geeft enige nadere bepaling van het tijdstip van de kennisgeving, namelijk "zodra verwacht kan worden dat de eventuele sluiting en/of reorganisatie wellicht doorgang kan vinden". Het gebruik van de termen 'verwacht kan worden' en 'wellicht' duidt naar het oordeel van de kantonrechter op een vroegtijdig stadium, waarin de werkgever in beginsel heeft besloten tot het willen doorvoeren van een reorganisatie, maar er nog geen sprake is van zekerheid omtrent de doorgang ervan. Het bepaalde in het vierde en vijfde lid van artikel 15 cao duiden naar het oordeel eveneens op een vroegtijdig stadium. In het vierde lid wordt de werkgever opgelegd mede te delen welke (sociale) gevolgen hij verwacht, indien en voor zover die gevolgen alsdan reeds te overzien zijn. Dit duidt op een situatie waarbij er nog geen duidelijkheid is omtrent de precieze gevolgen van de voorgenomen reorganisatie. In het vijfde lid tenslotte worden een aantal concrete handelingen die voorafgaan aan de daadwerkelijke uitvoering van een reorganisatie opgesomd, waarover tussen de werkgever en de vakbond overleg moet worden gevoerd.

4.7.

In Bijlage 2 is verwoord dat de gevolgen van (onder meer) een reorganisatie voor de werknemers in de besluitvorming moeten worden betrokken, voordat de reorganisatie een feit is. Aan de nadere uitleg: "Dit betekent dat de informatie aan de werkgevers- en werknemersorganisaties op een zodanig tijdstip dient te gebeuren dat enerzijds te verwachten valt dat de plannen doorgang zullen vinden maar dat het anderzijds nog mogelijk is voor de w.v. en v.v. een reële inbreng te leveren, zodat eventuele nadelige gevolgen voor de werknemers zoveel mogelijk worden tegengegaan of verminderd (onderstreping kantonrechter)" kan naar het oordeel van de kantonrechter geen andere betekenis worden toegekend dan dat de vakbond de mogelijkheid tot inbreng wordt geboden voordat de reorganisatieplannen tot daadwerkelijke uitvoering worden gebracht. Anders dan waarvan [gedaagde] kennelijk uitgaat geeft bovenstaande tekst geen grond om aan te nemen dat het tegengaan of verminderen van nadelige gevolgen voor werknemers slechts betrekking heeft op het voor ontslagen werknemers realiseren van enige voorziening, al dan niet financieel, in een sociaal plan, en niet op de vraag of en hoeveel ontslagen er nodig zijn.

4.8.

[gedaagde] heeft FNV pas geïnformeerd een dag nadat zij de ontslagaanvragen bij het UWV had ingediend en tevens eerst nadat zij op 14 oktober 2014 haar personeel had ingelicht over de reorganisatie. Alleen al gelet op in artikel 15 lid 5 cao genoemde concrete handelingen, waaraan volgens de aanhef van dit artikellid door [gedaagde] en FNV gezamenlijk aandacht zou moeten worden besteed, was dit te laat. Voorts is [gedaagde] met het indienen van de ontslagaanvragen al begonnen met het feitelijk uitvoering gegeven aan de reorganisatie, zonder dat het in artikel 15 cao bedoelde overlegtraject met onder meer FNV was gestart. Dat, zoals door [gedaagde] is gesteld, met het enkel indienen van de ontslagaanvragen niet is gegeven dat deze ontslagen uiteindelijk ook daadwerkelijk zouden plaatsvinden, maakt dit niet anders. Met de ontslagaanvragen had [gedaagde] niet alleen het aantal af te vloeien personeelsleden al bepaald, maar ook al de concrete personele invulling daarvan en daarmee was het stadium van voornemen, zoals genoemd in artikel 15 lid 2 cao, in vergaande mate gepasseerd.

4.9.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de kantonrechter dan ook van oordeel dat [gedaagde] FNV niet tijdig heeft geïnformeerd over de voorgenomen reorganisatie en daarmee de in artikel 15 cao op haar rustende verplichting niet correct heeft nageleefd.

4.10.

De artikelen 15 en 16 Wet cao bieden FNV in het onderhavige geval de mogelijkheid tot het vorderen van schadevergoeding. FNV heeft in verband hiermee aangevoerd dat [gedaagde] haar willens en wetens buitenspel heeft gezet en de positie van FNV heeft ondermijnd alsmede dat zij schade heeft geleden door prestigeverlies naar de leden en verlies van wervingskracht naar de overige werknemers. [gedaagde] heeft dit betwist en gesteld dat FNV dit zal moeten bewijzen.

4.11.

De kantonrechter is van oordeel dat FNV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [gedaagde] haar positie heeft ondermijnd door haar in strijd met het bepaalde in artikel 15 cao niet tijdig te informeren omtrent de voorgenomen reorganisatie. [gedaagde] heeft FNV daarmee de mogelijkheid ontnomen om (tijdig) de in Bijlage 2 genoemde reële inbreng, welke de leden van FNV en de overige werknemers mochten verwachten van de vakbond, te kunnen leveren. Dat [gedaagde] FNV op 14 oktober 2014 heeft geïnformeerd en op een later moment alsnog heeft uitgenodigd voor overleg over een sociaal plan doet daar niet aan af nu deze acties te laat zijn ingezet. Onder deze omstandigheden is voldoende aannemelijk gemaakt dat FNV door toedoen van [gedaagde] schade heeft geleden bestaande uit prestigeverlies naar de leden en verlies van wervingskracht naar de overige werknemers. [gedaagde] heeft dit met het door haar gestelde onvoldoende weersproken (vergelijk HR 2 november 1979, NJ 1980, 227). Voor toewijzing van een schadevergoeding is daarom voldoende grondslag. Met hetgeen onder 4.3. hiervoor is overwogen is ook gegeven dat de omstandigheid dat de cao op 31 oktober 2014 expireerde voor de beoordeling van schadevergoeding geen rol speelt.

4.12.

De kantonrechter ziet aanleiding om de toe te wijzen vergoeding ex aequo et bono vast te stellen op een bedrag van € 5.000,00, zoals gevorderd te voldoen binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, waarmee naar het oordeel van de kantonrechter enerzijds de ernst van de nalatigheid van [gedaagde] wordt onderstreept en anderzijds rekening wordt gehouden met de financiële positie van [gedaagde] .

4.13.

Hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd, in het bijzonder de vraag aan wie het valt te verwijten dat de besprekingen over het sociaal plan zijn mislukt, is naar het oordeel van de kantonrechter niet van belang voor de beoordeling van de vordering en zal daarom verder onbesproken blijven.

4.14.

[gedaagde] zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

De proceskosten aan de zijde van FNV worden vastgesteld op:

- explootkosten € 77,84

- griffierecht € 466,00

- salaris gemachtigde € 400,00 (2 punten x tarief € 200,00)

totaal € 943,84.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan FNV van een bedrag groot € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) vanwege schadevergoeding, te voldoen binnen zeven dagen betekening van dit vonnis;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van FNV vastgesteld op € 943,84;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Aldus gewezen door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 324