Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4999

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-10-2015
Datum publicatie
29-10-2015
Zaaknummer
17.880323-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

De rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering van de officier van justitie en het verlengingsadvies, met 1 jaar verlengen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 38d, 38e
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/880323-10

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 29 oktober 2015 op een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling

in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans verblijvende [verblijfplaats] .

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met 1 jaar.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2015, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsvrouw mr. B. Klunder, de officier van justitie en E.W.M. van der Broek als deskundige.

De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het plaatsvervangend hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies d.d. 14 september 2015 van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd, alsmede de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling

Bij arrest van 11 oktober 2012 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde wegens viermaal kinderdoodslag ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De terbeschikkingstelling is aangevangen op 26 oktober 2012 en laatstelijk op 4 november 2014 verlengd met een jaar.

Het advies van de instelling

In het voormeld verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met 1 jaar. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:

Het risico van terugval naar gewelddadig gedrag wordt zowel bij onbegeleid als bij

transmuraal verlof ingeschat als laag. Zonder terbeschikkingstellingsmaatregel en zonder verdere behandeling wordt de kans op herhaling van de delicten ingeschat als laag tot matig op langere termijn. Indien veroordeelde opnieuw ongemerkt zwanger zou raken, of een kind zou krijgen in een onstabiele situatie/relatie, zou de kans op herhaling (levensdelict op haar kind) zich voor kunnen doen, indien zij uit zicht zou raken van haar netwerk en omgeving.

Op 19 februari 2015 verzoekt de kliniek het departement om toestemming voor transmuraal

verlof. Op 30 juni 2015 gaat het departement akkoord met transmuraal verlof, onder de

voorwaarde dat geen onbegeleid verlof in of in de omgeving van [plaats] wordt

gepraktiseerd. De begeleiding komt vervolgens in handen van de transmurale [afdeling]

. Op 14 juli 2015 verhuist veroordeelde naar een woning buiten het terrein van de kliniek in [verblijfplaats] . De overgang verloopt tot dusver naar wens.

Gezien de huidige ontwikkeling, in het bijzonder de recente aanvang van verdere

verzelfstandiging door middel van transmuraal verlof, is, gegeven de conclusie risicotaxatie,

voortzetting van de terbeschikkingstellingsmaatregel aangewezen. Op grond van thans moeilijk concreet voorspelbare ontwikkelingen en de moeilijke voorspelbaarheid van het over een jaar te verwachten dan meest wenselijke kader waarbinnen behandeling dient te worden voortgezet, wordt verlenging van de terbeschikkingstellingstermijn met een jaar geadviseerd.

De deskundige E.W.M. van der Broek heeft tijdens de terechtzitting het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:

Hoewel sprake is van een dramatisch indexdelict, is het recidiverisico laag. Dit geldt bij een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling en misschien zelfs ook bij een onvoorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. Om die reden moet kritisch worden gekeken of de behandeling van veroordeelde nog in een dwingend kader zou moeten. De kliniek heeft een verantwoordelijkheid naar de maatschappij, maar ook naar degene die zorg en hulp aangeboden krijgt. Veroordeelde heeft duidelijk nog behandeling nodig. Ze heeft ernstige delicten gepleegd, maar de context waarbinnen dat is gebeurd is heel specifiek.

Bij het advies om de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen voor de duur van een jaar laat de kliniek zich niet leiden door de reacties vanuit de maatschappij of door de ernst van het indexdelict, maar deze redenen zorgen er wel voor dat de terugkeer naar de maatschappij voor veroordeelde een zware klus is. Voorts is binnen de kliniek de expertise om de complexe problematiek van veroordeelde te behandelen. In de visie van de kliniek moet de behandeling van veroordeelde goed worden afgerond en is het verlengingsadvies meer gebaseerd op het bestwilcriterium dan op het criterium dat bescherming van de samenleving een verlenging noodzakelijk maakt. Als het wenselijk wordt geacht kan de kliniek ervoor zorgen dat de reclassering voor de zitting van volgend jaar een maatregelrapport opmaakt met betrekking tot de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met 1 jaar.

Het standpunt van de veroordeelde en haar raadsvrouw

Veroordeelde en haar raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met 1 jaar. Het recidive risico is bijzonder laag, aangezien het indexdelict onder specifieke omstandigheden is gepleegd. De terbeschikkingstelling kan niet zomaar worden beëindigd. Dit wil veroordeelde ook niet. Zij wil in geleidelijke stappen terugkeren naar de maatschappij. De raadsvrouw geeft aan dat het wenselijk is dat voor de zitting van volgend jaar de reclassering een maatregelrapport heeft opgemaakt.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de strafmotivering in het onderliggende arrest vast dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Op grond van de inhoud van voormeld advies, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd. De rechtbank merkt daarbij op dat hoewel het recidiverisico laag is, zij van oordeel is dat de begeleiding en de hulpverlening vanuit de TBS thans nog nodig zijn om de positieve ontwikkeling van veroordeelde te bestendigen en daarmee het recidive risico nog verder te beperken. Voorts heeft veroordeelde zelf ter zitting aangegeven dat zij een geleidelijk resocialisatietraject wenselijk acht en nog binnen de kaders van de terbeschikkingstelling wil blijven. De rechtbank acht verlenging van de TBS op grond van het vorenstaande ook in het belang van de maatschappij.

De rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met 1 jaar verlengen. De rechtbank gaat ervan uit dat bij een eventueel volgend verlengingsverzoek van de terbeschikkingstelling de reclassering een maatregelrapport heeft opgemaakt, zoals de deskundige ter zitting heeft toegezegd.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van veroordeelde met 1 jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. I.M. Dölle, voorzitter, mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme en mr. A. Postma, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2015.

Mr. Postma is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

w.g.

Dölle

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Lootsma-Oude Nijeweme

de griffier van de rechtbank

Gosselaar

te Leeuwarden,