Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4837

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-09-2015
Datum publicatie
27-11-2015
Zaaknummer
18.930146-15, 16.249878-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf met betrekking tot oplichting van een elftal hotels

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57,63,326,626A
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummers 18.930146-15; 16.249878-14 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 september 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ,

verblijvende te [verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 september 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.M.M.M. Vogels, advocaat te Amsterdam.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.M. von Bartheld.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat hij:

meermalen in het tijdvak van 10 november 2014 tot en met 23 mei 2015 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels,

- ( aangifte pagina 90) van 7 mei 2015 tot en met 16 mei 2015 te [pleegplaats 1] , een medewerker van [Hotel 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 116) van 4 december 2014 tot en met 10 december 2014 te [pleegplaats 2] , een medewerker van [Hotel 2] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 131) van 5 januari 2015 tot en met 12 januari 2015 te [pleegplaats 3] , een medewerker van [Hotel 3] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 146) van 6 februari 2015 tot en met 14 februari 2015 te [pleegplaats 4] , een medewerker van [Hotel 4] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 160) van 4 mei 2015 tot en met 11 mei 2015 te [pleegplaats 5] , een medewerker van [Hotel 5] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 171) van 17 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te [pleegplaats 6] , een medewerker van [Hotel 6] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 177) van 24 maart 2015 tot en met 31 maart 2015 te [pleegplaats 7] , een medewerker van [Hotel 7] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 202) van 10 november 2014 tot en met 16 november 2014 te [pleegplaats 8] , een medewerker van [Hotel 8] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 217) van 23 mei 2015 tot en met 28 mei 2015 te [pleegplaats 9] , een medewerker van [Hotel 9] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 223) van 19 april 2015 tot en met 25 april 2015 te [pleegplaats 10] , medewerker van [Hotel 10] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

- ( aangifte pagina 234) van 7 april 2015 tot en met 14 april 2015 te [pleegplaats 11] , een medewerker van [Hotel 11] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer hotelovernachting(en) en/of kamersleutels en/of

hebbende verdachte en/of zijn mededader toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid (een) onjuiste identiteits- en/of adresgegeven(s) opgegeven en zich voorgedaan als een bonafide hotelgast(en) van voornoemde hotels die de (hotel)rekening(en) kon(den) en wilde(n) betalen en/of de indruk heeft/hebben gewekt dat hij en/of zijn mededader de (hotel) rekening(en) kon(den) en/of wilde(n) betalen;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 10 november 2014 tot en met 23 mei 2015 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander (en) de beschikking over die goederen te verzekeren, door (telkens) maaltijden en/of consumpties te nuttigen

- van 7 mei 2015 tot en met 16 mei 2015 te [pleegplaats 1] , in [Hotel 1] en/of

- van 4 december 2014 tot en met 10 december 2014 te [pleegplaats 2] , in [Hotel 2] en/of

- van 5 januari 2015 tot en met 12 januari 2015 te [pleegplaats 3] , in [Hotel 3] en/of - van 6 februari 2015 tot en met 14 februari 2015 te [pleegplaats 4] , in [Hotel 4] en/of

- van 4 mei 2015 tot en met 11 mei 2015 te [pleegplaats 5] , in [Hotel 5] en/of

- van 17 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te [pleegplaats 6] , in [Hotel 6] en/of

- van 24 maart 2015 tot en met 31 maart 2015 te [pleegplaats 7] , in [Hotel 7] en/of

- van 10 november 2014 tot en met 16 november 2014 te [pleegplaats 8] , in Hotel [pleegplaats 8] en/of

- van 23 mei 2015 tot en met 28 mei 2015 te [pleegplaats 9] , in [Hotel 9] en/of

- van 19 april 2015 tot en met 25 april 2015 te [pleegplaats 10] , in [Hotel 10] en/of

- van 7 april 2015 tot en met 14 april 2015 te [pleegplaats 11] , in [Hotel 11] ;

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

De rechtbank zal de einddatum van de tenlastegelegde periode lezen als dat daar staat “28 mei 2015”. Verdachte is op die datum aangehouden in [Hotel 9] waaruit kan blijken dat de verweten feiten tot dat moment hebben voortgeduurd. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

De rechtbank zal de tenlastelegging daar waar staat ‘mededader’ lezen als dat daar staat ‘medeverdachte’ nu mededader strijdig is te achten met de presumptie van onschuld.

De rechtbank is van oordeel dat hotelovernachtingen zijn aan te merken als diensten en niet als goederen. Dat brengt met zich mee dat de hotels zijn bewogen tot die diensten en de hotelovernachtingen dus niet hebben afgegeven. De rechtbank zal de tenlastelegging aldus opvatten. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf van 365 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 296 dagen voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden;

- oplegging van een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis;

- toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met telkens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering [Hotel 4] de post “fiets”.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past bij de beoordeling van het ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe welke steeds zakelijk zijn weergegeven en waarbij de processen-verbaal steeds in de wettelijke vorm zijn opgemaakt.

- een proces-verbaal van aangifte 1 d.d. 28 mei 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 1] , namens [Hotel 1] te [pleegplaats 1] .

Van 07 mei 2015 tot 16 mei 2015 hebben wij 2 gasten in ons hotel gehad die zijn

vertrokken, zonder hun rekening te betalen.

Via de mail hebben wij nog contact gehad en men zou uiteindelijk afgelopen dinsdag 26

mei 2015 betalen. Tot op heden is de rekening nog niet voldaan.

- een proces-verbaal van verhoor aangeefster 2, d.d. 28 mei 2015, inhoudende de verklaring van [naam 1] .

Ik weet het niet precies uit mijn hoofd maar ze hebben ontbijt gehad. Volgens

mij elke dag. Ook het avond eten hebben ze volgens mij bij ons elke dag gehad. Dit ging

op de rekening. Deze rekening is bijgevoegd bij de aangifte.

- een proces-verbaal van verhoor getuige 3, d.d. 28 mei 2015, inhoudende de verklaring van [getuige] .

Ik ben receptioniste bij [Hotel 1] .

Ik werd gebeld door een manspersoon kort voor 07 mei 2015. De man belde namens het bedrijf “ [bedrijfsnaam 1] ”. Hij zei dat hij 2 werknemers moest onderbrengen in een hotel. Dit in verband met een spoedklus in [pleegplaats 5] , waar alle hotels vol waren.

Hij wilde graag 2 kamers boeken van 07 tot en met 16 mei 2015.

Ik vroeg de man telefonisch hoe we de factuur gingen afhandelen. De man zei toen dat hij de beide werknemers op de laatste dag, dus de 16de mei, kwam ophalen en dat hij dan kwam afrekenen.

Ik kon de reservering doen onder de naam [naam 2] .

De mannen zijn de 7de mei gekomen.

Er was afgesproken dat de mannen voor de late uitcheck gingen, zij moesten voor 12.00 uur van de kamer zijn.

Ik had die 16de mei dienst en om 12.00 uur hadden de beide mannen zich nog niet uitgecheckt.

Op mijn verzoek is housekeeping de kamers ingegaan.

De kamersleutels lagen er wel, maar de mannen en hun persoonlijke bezittingen waren weg.

De mannen zijn via de achterdeur vertrokken. Anders had ik hen gezien. ‘s Morgens hadden de mannen nog wel ontbeten.

Ik heb vervolgens het opgegeven 06 gebeld en voicemail ingesproken. Ik heb gezegd dat de mannen zonder te betalen zijn vertrokken en of men zo spoedig mogelijk contact met ons wilde opnemen.

Vervolgens kregen wij zondag 17 mei een mail van [bedrijfsnaam 1] .

Ik heb vervolgens een mail teruggestuurd met daarbij de factuur.

Weer hoorden wij niets tot zaterdag 23 mei 2015. Wij kregen toen een mail dat de man die opdracht gaf voor de reservering in het buitenland zat, maar afgelopen dinsdag (26 mei) weer terug was in Nederland en dan per omgaande zou betalen. Dat is tot op heden niet gebeurd.

- een proces-verbaal van aangifte 4 d.d. 23 december 2014, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 3] , namens [Hotel 2] te [pleegplaats 2] .

Er is een reservering geboekt voor donderdag 04-12-2014 tot dinsdag 09-12-2014. Deze boeking is gedaan onder de naam [bedrijfsnaam 2] , met het volgende emailadres

[emailadres 1]

In deze mail wordt een betalingsafspraak genoemd van zondag 07-12-2014.

Hierin wordt melding gemaakt dat de hotelrekening op de volgende naam kan worden geschreven:

[bedrijfsnaam 2]

[adres 1]

[postcode 1] [plaats 1]

email: [emailadres 1]

te bereiken op [telefoonnummer]

Vervolgens wordt onderaan deze mail de volgende extra notitie gemaakt; Graag een aparte rekening mochten onze werknemers gebruik maken van dinerfaciliteiten.

Verder worden de namen van de twee te verwachten gasten genoemd te weten:

gast 1 [naam 4]

gast 2 [naam 2] .

“mvg [naam 5] ”

De twee gasten hebben bij aankomst op 4-12-2014 een registratiekaart ingevuld, waarbij de heer [naam 2] als adres [adres 1] in [plaats 1] heeft opgegeven.

Op maandag 08-12-2014 hebben de twee gasten hun verblijf in het hotel verlengd met als nieuwe vertrekdatum woensdag 10-12-2014.

Op dinsdagavond 9-12-2014 werd er geconstateerd dat de hotelkamers 212 en 214 waren verlaten. Hieruit werd de conclusie gemaakt dat de twee gasten zonder te betalen het hotel hadden verlaten.

Ik heb in opdracht van het hotel een factuur gestuurd naar het volgende adres:

[bedrijfsnaam 2] .

[adres 1]

[postcode 1] [plaats 1] .

Op maandag 22-12-2014 zag ik dat er een envelop met hierin de factuur retour was gezonden aan het Hotel. Op de envelop zag ik de volgende opmerking geschreven: ‘Verhuisd retour afzender”.

Naar aanleiding van een telefoonnummer welke ik op de reserveringsaanvraag vond heb ik tevens een factuur gestuurd naar:

De heer [naam 5]

[adres 2]

[postcode 2] [plaats 1] .

Op vrijdag hoorde ik dat mijn collega [naam 6] was gebeld door de heer [naam 5] . De heer [naam 5] had [naam 6] mede gedeeld dat de ontvangen factuur niet voor hem bestemd was.

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van aangifte 5 d.d. 20 januari 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 7] namens [Hotel 3] te [pleegplaats 3] .

Op maandag 5 januari 2015 ben ik tussen 15.00 uur en 16.30 uur gebeld door de heer [naam 8] van de firma [bedrijfsnaam 3] uit [plaats 2] . De heer [naam 8] wilde 2 kamers reserveren op basis van halfpension voor 2 medewerkers die voor een klus in [pleegplaats 2] moesten zijn.

Reserveringsdetails:

[naam 2] en [naam 8]

[adres 3]

[postcode 3] [plaats 2]

Aankomstdatum 6 januari 2015 vertrek 12 januari 2015

De bevestiging heb ik gezonden naar het emailadres [emailadres 2]

De facturen zouden op maandag 12 januari 2015 door [naam 8] worden voldaan.

[verdachte] en de heer [naam 9] hebben zich op maandag 5 januari 2015 ingeschreven in het hotel.

De [verdachte] heeft alle dagen tijdens zijn verblijf ontbeten de heer [naam 9] niet. Ze hebben wel alle avonden gegeten.

Vanaf vrijdag 9 januari 2015 hingen er rode kaartjes (niet storen) aan de deur.

Op zaterdag 10 januari 2015 stonden beide heren bij de bushalte recht tegenover het hotel.

Op zondagmorgen 11 januari 2015 hingen de rode kaartjes aan de deur bij beide heren. Om 12.00 uur hingen de kaartjes er nog steeds.

Op 11 januari 2015 ben ik omstreeks 21.30 uur naar de kamers toegegaan en het bleek toen dat beide kamers niet op slot waren. Bij de kamer van de [verdachte] stond een stoel voor het raam en een moddervoetafdruk stond op de vensterbank. Het raam was gesloten.

Op de kamer van de heer [naam 9] zag ik dat het raam openstond.

De kamersleutels lagen op het bureau. Hun bagage was meegenomen en beide heren en de hond waren weg zonder te betalen.

Ik heb maandagmorgen 12 januari 2015 de factuur verstuurd naar [bedrijfsnaam 3] te [plaats 2]

. De heer [naam 8] , senior, belde mij vervolgens en vertelde dat [verdachte] geen geld heeft.

De rekening is niet betaald. Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van aangifte 6 d.d. 8 april 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 10] , namens [Hotel 4] te [pleegplaats 4] .

Op maandag 2 februari 2015, kreeg ik telefonisch contact met een meneer die zich [naam] noemde. [naam] deed zich voor als een medewerker van de firma [bedrijfsnaam 4] .

Ik begreep van [naam] dat hij een appartement wilde huren voor de periode van 6 februari 2015 tot en met 14 februari 2015. Wij zijn toen telefonisch overeengekomen dat hij hiervoor 100 euro per nacht moest betalen inclusief ontbijt en exclusief toeristenbelasting.

Ik heb toen een email ontvangen van het [emailadres 3] . Ik zag dat in deze email de reservering bevestigd werd en hierbij stonden ook desgevraagd de gegevens van betreffende firma vermeld. Hierbij werd als bedrijfsgegevens vermeld:

[bedrijfsnaam 4] ., [adres 4] te [plaats 3] .

Op 6 februari 2015 heeft [naam] zich bij ons ingecheckt.

Tijdens het verblijf heeft [naam] diverse malen gebruik gemaakt van het diner.

De kosten zou hij bij het uitchecken voldoen.

Op 14 februari 2015 zou [naam] , omstreeks 10.30 uur, uitchecken. Ik vroeg omstreeks 11.00 uur aan een medewerkster of [naam] al was uitgecheckt. Ik hoorde deze medewerkster toen zeggen dat dit niet het geval was. Ik vond dit raar om [naam] altijd omstreeks 08.00 uur- 09.00 uur aan het ontbijt zat.

Ik ben gaan kijken in het appartement waarin hij verbleef. Ik zag geen persoonlijke bezittingen liggen. Ik concludeerde hieruit dat [naam] was vertrokken zonder ons te betalen.

Op 14 februari 2015 heb ik de rekening via de mail verzonden. Daarop is geen reactie op gekomen, ook niet na het versturen van een herinneringsmail waarbij de factuur is meegezonden.

Op vrijdag 3 april 2015 of zaterdag 4 april 2015, kregen wij van [naam 11] een email d.d. donderdag 2 april 2015. In deze email werd ons te kennen gegeven dat [naam] geen medewerker van hun was en dat zij ook gedupeerd waren door de oplichtingspraktijken van [naam] .

Ik zag op 3 april 2015 dat de website, [emailadres 4] , niet meer bereikbaar was, ook het 06-nummer op de site was niet meer bereikbaar.

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van aangifte 7 d.d. 28 mei 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 12] , namens [Hotel 5] te [pleegplaats 5] .

Op maandag 4 mei 2015 kregen wij ‘s morgens een telefoontje van de heer [naam 4] .

Hij vroeg of hij bij ons op rekening kon overnachten. Hem duidelijk gemaakt dat dit niet

zomaar kon, maar met het invullen van speciale formulieren, dat die mogelijkheid er wel was.

Die middag, 4 mei 2015, om 13.00 uur verschenen twee manspersonen aan de balie van het [Hotel 5] te [pleegplaats 5] .

Beide manspersonen legitimeerden zich door middel van een paspoort. Wij hebben de volgende gegevens van hen genoteerd:

- [naam 4] , [geboortedatum 2] .

- [naam 2] , [geboortedatum 1] .

Beide personen zijn vervolgens ingecheckt.

Ze wilden een gezamenlijke rekening hebben die op naam kon komen van [bedrijfsnaam 4] . Ik zag dat meneer [naam 4] als emailadres op gaf: [emailadres 5] .

In de periode van maandag 4 mei 2015 tot en met maandag 11 mei 2015 hebben beide personen bij ons op rekening overnacht, gegeten en gedronken.

Op maandag 11 mei 2015 waren beide heren vertrokken zonder uit te checken en zonder de rekening te betalen. Op welk tijdstip en hoe ze zijn vertrokken weet ik niet.

Na hun vertrek heb ik gelijk het bedrijf [bedrijfsnaam 4] . opgezocht op internet. Ze hadden namelijk het volgende adres bij het bedrijf opgegeven:

[bedrijfsnaam 4] .

De heer [naam 13]

[adres 5]

[postcode 4] [plaats 3]

Bij het nakijken van deze gegevens zag ik een telefoonnummer op internet staan. Dit telefoonnummer heb ik gebeld. Ik hoorde dat er werd opgenomen door een familie [naam 14] . Ik heb vervolgens het opgegeven e-mailadres van [naam 13] bekeken. Deze bleek toe te behoren aan een sieraden bedrijf te [plaats 4] .

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal verhoor getuige 8 d.d. 30 mei 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 15] , werkzaam bij [Hotel 5] in [pleegplaats 5] .

Op 4 mei 2015 belde een man om een reservering te maken voor een week, tot en met 11 mei 2015.

Ik hoorde dat de man aan de telefoon zei dat ze voor een klus in de buurt kwamen en twee eenpersoonskamers nodig hadden.

Ik hoorde dat de man voorstelde dat hij na afloop zelf langs zou komen om de rekening voor zijn gasten te betalen.

Ik heb de bevestiging van de reservering per mail gezonden naar [emailadres 5] .

Housekeeping heeft op de kamers gekeken en zag op 11 mei 2015 dat de gasten weg waren.

- een proces-verbaal van aangifte 9 d.d. 29 mei 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 16] , namens [Hotel 6] te [pleegplaats 6] .

Op zondag 17 mei 2015 heb ik ‘s morgens een mail ontvangen met een reservering voor 2 personen voor 4 nachten. Het betrof een e-mail van [emailadres 5] . Ik heb de reservering per mail bevestigd. Diezelfde zondagmorgen zijn rond 11:00 uur twee mannen aangekomen.

Op 22 mei 2015 werd mij gevraagd een taxi naar Schiphol te regelen voor zondag 24 mei 2015.

Op zaterdag 23 mei 2015 bleek de kamer ‘s nachts niet bezet geweest te zijn want de bedden

waren niet beslapen. Ik heb via de mail contact opgenomen met het bedrijf.

Het bedrijf reageerde daarop via de mail met de melding dat het personeel plotseling was vertrokken omdat ze met een kennis mee konden rijden naar Schiphol.

Men vroeg mij een gespecificeerde rekening via de mail te sturen, zodat deze per omgaande betaald zou worden.

Het bedrijf waar de mailwisseling mee is gevoerd is [bedrijfsnaam 1] , [adres 6] , [plaats 4] .

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van aangifte 10 d.d. 03 juni 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 26] namens [Hotel 7] te [pleegplaats 7] .

Op dinsdag 24 maart 2015, omstreeks 15.00 uur, is er een telefonische reservering gedaan.

De manspersoon reserveerde, twee keer een eenpersoonskamer voor 7 nachten, voor personeelsleden. De eerste kamer moest worden gereserveerd op naam van de heer [naam 25] en de tweede kamer op naam van de heer [naam 4] .

Op dinsdag 24 maart 2015, omstreeks 19.00 uur, kwam de manspersoon die gereserveerd

had samen met zijn mannelijke collega inchecken.

De betaling voor het verblijf in het hotel, zouden zij voor het uitchecken voldoen. De avond voor vertrek gaf de persoon, die zich [naam 25] noemde aan dat hij de volgende ochtend contant zou betalen. Verder vroeg hij of de rekening op naam van [bedrijfsnaam 4] ten naam kon worden gesteld. Ook vroeg hij of de rekening kon worden opgestuurd. Ik zei dat ik liever niet de rekening naar het genoemde bedrijf wilde opsturen en dat hij contant zou moeten betalen, aangezien dit het eerste verblijf van gasten van dit mij onbekende bedrijf betrof. Daar ging hij wel mee akkoord.

Ze hebben vervolgens 7 nachten in het hotel verbleven. Ze hebben dagelijks gebruik gemaakt van het diner.

Op maandag 30 maart 2015, vertelde [naam 25] aan mij dat bij de volgende ochtend de rekening bij vertrek, op dinsdag 31 maart in de ochtend zou betalen. Het geld zou hij van zijn collega krijgen. Op dinsdag 31 maart 2015, in de ochtend bleken beide gasten reeds te zijn vertrokken.

Wij ontvingen in deze ochtend een mail van een van de twee mannen waarin stond dat zij het hotel hadden verlaten en dat de rekening nog dezelfde dag zou worden voldaan, als wij hem het bedrag zouden sturen. In de mail stond ook een verzoek tot nieuwe reservering.

Tijdens de telefonische reservering op 24 maart 2015, werden mij de volgende gegevens opgegeven.

Emailadres: [emailadres 5]

bedrijf adres:

[bedrijfsnaam 4]

[adres 5]

[plaats 3]

In de mailwisseling vroeg [naam 13] onder meer naar prijzen, inchecktijd en dergelijke voor zijn personeelsleden.

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van aangifte 11 d.d. 3 juni 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 17] namens [Hotel 8] te [pleegplaats 8] .

Op maandag 10 november 2014 omstreeks 18.00 uur kwam een persoon die zich legitimeerde als [verdachte] bij mij aan de balie om in te checken. Hij had een reservering gemaakt via [site] Deze boeking was inclusief ontbijt.

Deze rekening is op dat moment voldaan via een pinbetaling. Deze boeking was in eerste instantie voor 1 nacht. De volgende dag heeft [verdachte] bij mijn collega het verzoek gedaan om nog 1 nacht te kunnen blijven. Er is op dat moment gevraagd naar een betaling. Op dat moment is door [verdachte] aangegeven dat hij de rekening niet kon voldoen maar dat zijn werkgever de volgende dag de rekening zou komen betalen.

Op woensdag 12 november 2014 had [verdachte] via [site] nog 3 extra nachten besproken inclusief ontbijt. De laatste nacht zou zijn van 15 op 16 november 2014. Er is toen door mijn collega op gewezen dat hij de rekening moest gaan voldoen. [verdachte] vertelde mijn collega dat zijn werkgever deze dag de rekening zou komen betalen. Mijn collega heeft toen de identiteitskaart en rijbewijs in ontvangst genomen van [verdachte] . [verdachte] gaf deze als onderpand uit eigen beweging. Deze dag is de rekening niet voldaan.

Op donderdag 13 november 2014 heeft [verdachte] zijn hond ‘s ochtends bij ons achtergelaten, dit was in overleg. [verdachte] gaf aan dat mijn collega dan zeker wist dat [verdachte] terug zou komen om zijn rekening te betalen.

Op deze dag omstreeks 19.00 uur kwam [verdachte] bij mij om zijn hond te halen. Hij gaf mij het telefoonnummer van zijn werkgever. Ik heb dit nummer gebeld en eerst heeft [verdachte] met de persoon gesproken, daarna kreeg ik een zekere meneer [naam 5] aan de lijn. Dit zou de werkgever zijn van [verdachte] . Deze [naam 5] vertelde mij dat hij vrijdag 14 november 2014 omstreeks 10.30 uur persoonlijk de rekening zou komen voldoen.

Vrijdag 14 november 2014 bemerkten we dat [verdachte] was vertrokken. De kamersleutel lag

op zijn kamer en het bed leek onbeslapen.

De rekening is tot op heden niet voldaan.

Op zondag 16 november heb ik een mail gestuurd met de factuur naar [emailadres 6] . In deze mail heb ik ook aangegeven dat hij zijn identiteitskaart bij ons kon afhalen. Dit mailadres had [verdachte] als de zijne opgegeven.

Daar is geen reactie op gekomen.

Er is een aangetekende brief gestuurd met de factuur op 24 december 2014. Deze is geweigerd door de vader van [verdachte] . Deze rekening was verstuurd naar het volgende adres: [adres 1] te [plaats 1] .

Ook is getracht te bellen na zijn vertrek, maar we konden geen contact meer krijgen op het nummer wat [verdachte] had achtergelaten.

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van aangifte 12 d.d. 8 juni 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 18] namens [Hotel 9] te [pleegplaats 9] .

Op 23 mei 2015 heeft een manspersoon een telefonisch reservering gedaan, hij gaf aan dat hij vanaf die dag op zoek was naar twee afzonderlijke kamers in verband met zakelijk verblijf, gedurende ongeveer een week. Hij heeft zich kenbaar gemaakt met de naam [naam 19] . Hij gaf daarbij tevens aan dat de boeking gedaan werd op naam van [bedrijfsnaam 5] . Diezelfde dag omstreeks 16.00 uur kwamen twee manspersonen met een hond aan de balie van mijn hotel. Beide mannen werden ingecheckt. Het bleek om de heer [naam 19] te gaan en de heer [naam 20] . [naam 20] zelf heeft die naam opgegeven.

Beide mannen reserveerden voor zowel kamerhuur als restaurantgebruik.

Ten tijde dat de mannen door de politie op 28 mei 2015 in mijn hotel zijn aangehouden was het voor mij duidelijk dat beide mannen mij onjuiste informatie hebben verstrekt met betrekking tot hun persoon. De rekening is niet voldaan.

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van bevindingen 13 d.d. 28 mei 2015, inhoudende de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] .

Meneer in hotelkamer 307 had zich ingeschreven als [naam 20] .

- een proces-verbaal van aangifte 14 d.d. 4 juni 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 21] namens [Hotel 10] te [pleegplaats 10] .

Op zondag 19 april 2015 rond 23:00 uur kwamen twee personen zich inchecken. Zij hadden dezelfde dag telefonisch een reservering gedaan en deze via de mail bevestigd vanaf [emailadres 5] Er was geen aanbetaling of credit card garantie. De betaling zou achteraf plaats vinden. Zij reserveerden onder de naam: [bedrijfsnaam 4] ., [adres 5] , [plaats 3] met als gasten Dhr [naam 4] en Dhr [naam 25] .

Zij hadden een reservering vanaf zondag 19 april tot en met zondag 26 april. Ik vermoed dat zij op 25 april zijn vertrokken. Omdat op zondag 26 april de house keeping erachter kwam dat de hotelkamer leeg was.

Zij hebben meerdere maaltijden en drankjes genuttigd in het restaurant. Dit hebben zij op rekening gedaan.

Toen ik er achter kwam dat zij waren vertrokken zonder te betalen heb ik de rekening naar het bij ons opgegeven emailadres [emailadres 5] , gestuurd. Hier heb ik geen reactie op ontvangen.

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van aangifte 15 d.d. 12 juni 2015, met bijlagen, inhoudende de verklaring van [naam 22] namens [Hotel 11] te [pleegplaats 11] .

Via een mail, met mailadres [emailadres 5] , is er een boeking gedaan van het bedrijf [bedrijfsnaam 4] te [plaats 3] . Het ging om een boeking voor 2 van hun medewerkers de heren [medeverdachte] en [naam 24] .

Het verblijf zou zijn van 7 t/m 14 april, logies + ontbijt.

Er is door ons gecontroleerd op de bedrijfsgegevens van de Kamer van Koophandel en

internet zoek resultaten en omdat dit klopte is de boeking geaccordeerd.

De dag voor vertrek heb ik de slanke man aangesproken om te gaan betalen omdat het bedrag toch wel was opgelopen. Er is ook nog een paar keer gedineerd bij ons. De man schrok hier zichtbaar van dat ik dit vroeg maar hij zei ik ga het met mijn werkgever regelen.

Een paar uur later werd er naar het Hotel gebeld door een hele boze heer [medeverdachte] omdat er was gevraagd om te betalen.

De volgende morgen zag de huishoudelijk hulp dat de kamers leeg waren en de heren weg waren zonder te betalen.

Op de factuur zijn diverse maaltijden en consumpties opgenomen.

- een proces-verbaal van verhoor verdachte 16 d.d. 29 mei 2015, inhoudende de verklaring van [verdachte] .

[medeverdachte] heb ik 4 maanden geleden leren kennen.

Ik weet wat flessentrekkerij is, eten in een restaurant en vervolgens niet betalen.

Ik weet niet hoe het idee is ontstaan om naar hotels te gaan, eten en te drinken, slapen en

dan niet te betalen. We hadden geen onderdak.

We zijn de afgelopen 3 - 4 maanden op veel plaatsen geweest.

Wij hebben verbleven in [Hotel 1] in [pleegplaats 1] , in [Hotel 2] in [pleegplaats 2] , in [Hotel 3] in [pleegplaats 3] , in [Hotel 4] in [pleegplaats 4] , in [Hotel 5] in [pleegplaats 5] , in [Hotel 7] in [pleegplaats 7] , in [Hotel 9] in [pleegplaats 9] , in [Hotel 10] in [pleegplaats 10] en in [Hotel 11] in [pleegplaats 11] .

[naam] boekte vaak via de computer op de naam [bedrijfsnaam 1] . Dan was het inchecken en klaar.

[naam] deed de boekingen en ik zocht de hotels uit.

Het uitchecken was dat we gewoon wegliepen met de tas of [naam] regelde dat ze de rekening nastuurden.

Bij het hotel in [pleegplaats 9] heb ik de naam [naam 20] gebruikt, dat is de naam van mijn vader. Ik had dat niet moeten doen.

Van al die hotels is de rekening niet betaald.

[medeverdachte] had een andere website gemaakt, voor braderieën en evenementen en op die naam heeft hij ook wel eens geboekt.

Ze vroegen alleen door wie er gereserveerd was en dan gaven ze direct een sleutel.

Ik heb elke dag ontbijt gehad. We hebben vaak ook ’s avonds in de hotels gegeten.

Je weet dat je fout zit.

- de verklaring van verdachte afgelegd op de openbare terechtzitting van 15 september 2015.

Ik ben ook in [Hotel 6] in [pleegplaats 6] geweest met [medeverdachte] . Van dat hotel is de rekening niet betaald.

In [Hotel 8] ben ik alleen geweest. Ook daar is de rekening niet van betaald.

Ik was niet in dienst bij een van de bedrijven waaronder de boekingen zijn gedaan. Ik wist dat op naam van bedrijven werd geboekt. We hadden geen geld om te betalen.

[naam 5] is de naam van de oprichter van de camping waar ik heb gewerkt.

Uit voormelde bewijsmiddelen kan de volgende werkwijze van verdachte en zijn medeverdachte worden afgeleid.

Verdachten zochten een hotel uit om daar enige dagen te verblijven. Er werd telefonisch gereserveerd of via de email of via een boekinginternetsite. [medeverdachte] deed zich voor als een vertegenwoordiger van een bedrijf dat twee kamers wilde boeken voor twee werknemers die werkzaamheden in de omgeving te doen hadden. Ook werden er veelal afspraken gemaakt over de wijze waarop de betaling van het verblijf zou worden voldaan. In een aantal gevallen werd met de hotels de afspraak gemaakt om na afloop van het verblijf de rekening te voldoen.

De verdachten maakten bij de boekingen gebruik van verschillende bedrijfsnamen. De firma [bedrijfsnaam 4] is in de ten laste gelegde periode een vijftal malen gebruikt bij een boeking. Met deze Holding had [medeverdachte] in die periode echter geen enkele binding en werd dus door hem in strijd met de waarheid gebruikt om een zakelijke boeking tot stand te brengen.

Ook werd er gebruik gemaakt van de bedrijfsnaam en verschillende emailadressen van [bedrijfsnaam 1] . [bedrijfsnaam 1] was in de ten laste gelegde periode een bedrijf van [medeverdachte] met als bedrijfsactiviteit het in consignatie kopen/verkopen van exclusieve horloges. Dat [medeverdachte] daar daadwerkelijk werkzaamheden voor uitvoerde is niet uit het dossier noch op de terechtzitting gebleken. Bovendien gaf verdachte niet het juiste adres op.

Voorts valt er uit aangiftes af te leiden dat er gebruik is gemaakt van [bedrijfsnaam 5] , een bedrijf dat aan [medeverdachte] toebehoorde maar waarin geen daadwerkelijke activiteiten zijn ontplooid. Ook is gebruik gemaakt van de firma [verdachte] & [naam 2] , een bedrijf van familie van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij met dat bedrijf geen enkele binding had in de ten laste gelegde periode.

Tenslotte hebben verdachte en zijn medeverdachte de namen [naam 5] , [naam 19]

en [naam 20] gebruikt bij het reserveren en registreren en te verblijven en maaltijden

en consumpties te genieten.

Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat verdachte en zijn medeverdachte veelal voor de afgesproken uitcheckdatum het betreffende hotel verlieten. Veelal werd de kamer leeg aangetroffen met alleen de sleutel van de kamer. Verdachte en zijn medeverdachte verlieten de hotels vaak langs een niet gebruikelijke weg. Dit bracht met zich mee dat de hotels gedwongen werden achteraf de rekening te zenden naar de opgegeven bedrijven of emailadressen of telefoonnummers na te bellen. De betaling bleef uit ondanks toezeggingen dat de rekening zou worden voldaan.

In de gezamenlijke uitvoering en de rolverdeling bij het selecteren en boeken ligt het medeplegen besloten.

Gelet op voormelde handelwijze van verdachte en zijn medeverdachte was naar het oordeel van de rechtbank sprake van oplichting. Verdachte en zijn medeverdachte namen middels (deels) onjuiste identiteits- en/of contactgegevens een valse hoedanigheid aan om bij de hotels de indruk te wekken dat zij werknemers van een bedrijf waren. De hotels koesterden geen argwaan omdat in het algemeen bij een zakelijke boeking betaling van het verblijf zou volgen. Bovendien was vooraf dikwijls contact geweest over de voorwaarden en mogelijkheden van het verblijf, waardoor het zakelijke karakter werd benadrukt. In zoverre kan tevens worden gesproken van een listige kunstgreep en een samenweefsel van verdichtsels.

Ook het feit dat achteraf via mail de indruk werd gewekt dat de rekening zou worden betaald past in het patroon om de hotels op te lichten.

De rechtbank gaat voor wat betreft de ten laste gelegde oplichting voorbij aan de door de raadsman betoogde overlap van periodes van verblijf in hotels nu verdachte en zijn medeverdachte in een enkel geval ( [Hotel 5] ) voor de eindreserveringsdatum het betreffende hotel al hadden verlaten. Ten tijde van de reservering hadden zij het hotel reeds bewogen tot het verlenen van de overnachtingen tot en met 11 mei 2015.

Ook het verwijt dat de hotels niet dan wel onvoldoende de bedrijven hebben gecontroleerd die bij de boekingen werden genoemd, wordt door de rechtbank verworpen. Het boeken van hotels voor zakelijk verblijf gaat op basis van het beginsel van vertrouwen dat in de zakelijke dienstverlening wordt gebezigd en in die situatie kan niet gesteld worden dat de hotels een verdergaande onderzoeksplicht hebben ten aanzien van de achtergrond van de bedrijven die bij de boekingen werden genoemd.

Ook het feit dat verdachte en zijn medeverdachte als werknemers werden aangemeld was er geen directe aanleiding om nader onderzoek te doen.

Ten aanzien van [Hotel 8] is de rechtbank van oordeel dat verdachte vanaf de verlenging van zijn verblijf in strijd met de waarheid heeft verklaard wie de rekening zou betalen. Door de hotelmedewerkers valse beloftes te doen, zijn zij bewogen tot het laten voortduren van het verblijf.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat verdachte:

meermalen in het tijdvak van 10 november 2014 tot en met 28 mei 2015 op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met een ander of alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels,

- van 7 mei 2015 tot en met 16 mei 2015 te [pleegplaats 1] , een medewerker van [Hotel 1] hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 4 december 2014 tot en met 10 december 2014 te [pleegplaats 2] , een medewerker van [Hotel 2] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 5 januari 2015 tot en met 12 januari 2015 te [pleegplaats 3] , een medewerker van [Hotel 3] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 6 februari 2015 tot en met 14 februari 2015 te [pleegplaats 4] , een medewerker van [Hotel 4] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 4 mei 2015 tot en met 11 mei 2015 te [pleegplaats 5] , een medewerker van [Hotel 5] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 17 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te [pleegplaats 6] , een medewerker van [Hotel 6] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 24 maart 2015 tot en met 31 maart 2015 te [pleegplaats 7] , een medewerker van [Hotel 7] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 10 november 2014 tot en met 16 november 2014 te [pleegplaats 8] , een medewerker van [Hotel 8] , heeft bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutel en

- van 23 mei 2015 tot en met 28 mei 2015 te [pleegplaats 9] , een medewerker van [Hotel 9] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 19 april 2015 tot en met 25 april 2015 te [pleegplaats 10] , medewerker van [Hotel 10] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels en

- van 7 april 2015 tot en met 14 april 2015 te [pleegplaats 11] , een medewerker van [Hotel 11] , hebben bewogen tot hotelovernachtingen en de afgifte van kamersleutels,

hebbende verdachte of zijn medeverdachte toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid onjuiste identiteits- en/of adresgegeven(s) opgegeven en/of zich voorgedaan als (een) bonafide hotelgast(en) van voornoemde hotels die de hotelrekening(en) kon(den) en wilde(n) betalen en de indruk heeft/hebben gewekt dat hij en/of zijn medeverdachte de hotelrekening(en) kon(den) en wilde(n) betalen;

en

hij in de periode van 10 november 2014 tot en met 28 mei 2015 op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met een ander of alleen een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, door telkens maaltijden en/of consumpties te nuttigen

- van 7 mei 2015 tot en met 16 mei 2015 te [pleegplaats 1] , in [Hotel 1] en

- van 4 december 2014 tot en met 10 december 2014 te [pleegplaats 2] , in [Hotel 2] en

- van 5 januari 2015 tot en met 12 januari 2015 te [pleegplaats 3] , in [Hotel 3] en

- van 6 februari 2015 tot en met 14 februari 2015 te [pleegplaats 4] , in [Hotel 4] en

- van 4 mei 2015 tot en met 11 mei 2015 te [pleegplaats 5] , in [Hotel 5] en

- van 17 mei 2015 tot en met 23 mei 2015 te [pleegplaats 6] , in [Hotel 6] en

- van 24 maart 2015 tot en met 31 maart 2015 te [pleegplaats 7] , in [Hotel 7] en

- van 10 november 2014 tot en met 16 november 2014 te [pleegplaats 8] , in [Hotel 8] en

- van 23 mei 2015 tot en met 28 mei 2015 te [pleegplaats 9] , in [Hotel 9] en

- van 19 april 2015 tot en met 25 april 2015 te [pleegplaats 10] , in [Hotel 10] en

- van 7 april 2015 tot en met 14 april 2015 te [pleegplaats 11] , in [Hotel 11] .

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd,

en oplichting

en

Medeplegen van een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren,

en

een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het over hem opgemaakte reclasseringsrapport, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft tezamen met zijn medeverdachte gedurende ruim vijf maanden een elftal hotels opgelicht voornamelijk door zich voor te doen als werknemer(s) van bedrijven. De medeverdachte deed veelal de boekingen terwijl de verdachte de hotels uitzocht waar men zou gaan verblijven.

Door gebruik te maken van bestaande bedrijven en de indruk te wekken dat betaling zou volgen werden de hotels bewogen de boekingen te accepteren. Verdachte en zijn medeverdachte wekten de indruk dat zij bonafide hotelgasten waren. Dat waren zij niet want op de momenten dat er moest worden uitgecheckt hadden verdachte en zijn medeverdachte het hotel al verlaten. Als de hotels vervolgens via mail of post de rekening hadden gezonden gaven verdachte en zijn medeverdachte niet thuis want de rekening bleef onbetaald. De toezeggingen en vervolgens niet betalen past in het beeld van de oplichtingspraktijken.

Door zo te handelen heeft verdachte met zijn medeverdachte het eigen financieel gewin voorop gesteld en is aan de hotels financieel nadeel toegebracht. Verdachte heeft daarbij het vertrouwen dat partijen in het economisch verkeer in elkaar mogen stellen op ernstige wijze beschaamd.

Met betrekking tot de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte zich heeft laten meeslepen door zijn medeverdachte die een meer prominente rol in het geheel heeft gespeeld. Voorts dat verdachte zijn leven een andere wending wil geven en open staat voor begeleiding door de reclassering. Ook dat verdachte openstaat voor een ambulante behandeling indien de reclassering dit noodzakelijk acht.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hier-voor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een straf op zijn plaats is zoals door de officier van justitie is gevorderd.

Benadeelde partijen

[Hotel 2]

[Hotel 3]

[Hotel 4]

[Hotel 5]

[Hotel 6]

[Hotel 8]

Deze benadeelde partijen hebben zich voor de aanvang van de terechtzitting in het straf-proces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hen geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De benadeelde partijen hebben hun schade (gederfde omzet) gevorderd inclusief BTW. De benadeelde partijen zijn ondernemingen en kunnen voorkomen dat zij BTW moeten afdragen over niet behaalde omzet. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gesproken van geleden schade zodat de benadeelde partijen in zoverre niet ontvankelijk zijn in de vorderingen.

Met betrekking tot de vordering van [Hotel 4] acht de rechtbank het gevorderde bedrag voor de vermissing van de fiets in onvoldoende verband staan met het bewezen verklaarde feit nu verdachte steeds heeft verklaard dat hij de fiets onafgesloten voor het hotel heeft neergezet. Ten aanzien van de opgevoerde schoonmaak- en tapijtkosten is de rechtbank van oordeel dat dergelijke kosten tot het bedrijfsrisico kunnen worden gerekend.

De rechtbank zal de benadeelde partij in zoverre niet ontvankelijk verklaren in de vordering.

De vorderingen van de benadeelde partijen [Hotel 5] en [Hotel 2] zijn weliswaar niet voorzien van onderliggende stukken doch die stukken zijn wel bij de aangiftes gevoegd zodat de verdediging de vorderingen op die wijze heeft kunnen beoordelen.

De vordering van [Hotel 6] acht de rechtbank ten aanzien van de post tijdverzuim onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij in zoverre niet ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat de overige gestelde schade van de benadeelde partijen voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vorderingen ten aanzien van de overige gestelde schade niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman weersproken, zodat de vorderingen voor het overige gegrond en voor toewijzing vatbaar zijn.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 02 februari 2015, gewezen door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 1 week voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 12 augustus 2015 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

Nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 02 februari 2015 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 47, 57, 63, 326 en 326a van het Wetboek van Strafrecht.

Aanhoudingsverzoek

De raadsman heeft schorsing van het onderzoek verzocht voor voeging van nog een openstaande zaak van verdachte bij onderhavige strafzaak. Een verzoek tot voeging is door het Openbaar Ministerie afgewezen omdat voeging systeemtechnisch niet mogelijk was gelet op de duur tot aan de huidige behandeling. Naar het standpunt van de raadsman heeft verdachte belang bij gelijktijdige afdoening van tegen hem openstaande zaken.

De officier van justitie heeft zich verzet tegen schorsing van het onderzoek. Het Openbaar Ministerie werkt met verschillende administratieve systemen. Om een zaak over te zetten van het ene systeem naar het andere is een dusdanige tijd gemoeid dat de zaak niet tijdig kon worden overgezet. Een schorsing van het onderzoek om de voeging alsnog te bewerkstelligen is niet gewenst gelet op het belang van de verdachte om zijn zaak voortvarend af te handelen. Daar komt bij dat de rechter die later over de zaak moet oordelen rekening kan houden met de uitspraak van de rechtbank in onderhavige zaak.

De rechtbank acht het in het belang van de verdachte dat zaken in beginsel gevoegd worden behandeld. De realiteit is echter dat het Openbaar Ministerie met verschillende geautomatiseerde systemen werkt en dat dit problemen geeft bij voeging van zaken die in verschillende systemen zijn geregistreerd.

De rechtbank zal niet overgaan tot heropening van het onderzoek op de terechtzitting voor voeging van een tegen verdachte openstaande strafzaak. Onduidelijk blijft wanneer die voeging zal kunnen plaatsvinden en voorts zal de rechter die later over die zaak moet oordelen de beslissing in onderhavige zaak bij zijn uitspraak betrekken.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

 Een gevangenisstraf van 365 dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 296 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij het Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering op het adres Zeehavenkade 30 te 3526 LC Utrecht. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen die deze instelling hem geeft;

- dat veroordeelde indien voormelde instelling dit noodzakelijk acht, zich zal laten behandelen voor de problemen die hij ervaart en een rol spelen bij het kunnen oplossen van onder andere zijn instabiele leefsituatie, bij de Poli GGZ Leger des Heils of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering. Hierbij zal veroordeelde zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Draagt voornoemde reclasseringsinstelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

 Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Hotel 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1784,28 (zegge: éénduizend zevenhonderdenvierentachtig euro en achtentwintig eurocent), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [Hotel 2] , te betalen een bedrag van € 1784,28 (zegge: éénduizend zevenhonderdenvier-entachtig euro en achtentwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 27 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Hotel 3] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1108,87 (zegge: éénduizend éénhonderdenacht euro en zevenentachtig eurocent), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [Hotel 3] , te betalen een bedrag van € 1108,87 (zegge: éénduizend éénhonderdenacht euro en zevenentachtig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Hotel 4] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 955,95 (zegge: negenhonderdvijfennegentig euro en vijfennegentig eurocent), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [Hotel 4] , te betalen een bedrag van € 955,95 (zegge: negenhonderdvijfennegentig euro en vijfennegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 19 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Hotel 5] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1272,48 (zegge: éénduizend tweehonderd tweeënzeventig euro en achtenveertig eurocent), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [Hotel 5] , te betalen een bedrag van € 1272,48 (zegge: éénduizend tweehonderd tweeënzeventig euro en achtenveertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 22 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Hotel 6] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1449,95 (zegge: éénduizend vierhonderdnegenenveertig euro en vijfennegentig eurocent), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [Hotel 6] , te betalen een bedrag van € 1449,95 (zegge: éénduizend vierhonderdnegenenveertig euro en vijfennegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 24 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Hotel 8] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 257,17 (zegge: tweehonderd en zevenenvijftig euro en zeventien eurocent).

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [Hotel 8] , te betalen een bedrag van € 257,17 (zegge: tweehonderd en zevenenvijftig euro en zeventien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat de vorderingen van voornoemde benadeelde partijen voor het overige niet ontvankelijk zijn en dat dit deel van de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt voorts dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van de slachtoffers respectievelijk [Hotel 2] , [Hotel 3] , [Hotel 4] , [Hotel 5] , [Hotel 6] en [Hotel 8] ,

daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partijen de toegewezen bedragen te betalen, komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partijen de opgelegde bedragen heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van bedoelde bedragen komt te vervallen.

De rechtbank heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

16.249878-14:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland d.d. 02 februari 2015, te weten: 1 week gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mrs. O.J. Bosker en A. Heidekamp, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2015.

1 pag. 90 ev van het dossier met nummer 2015195625 (het dossier)

2 pag. 96 ev van het dossier met nummer 2015195625 (het dossier)

3 pag. 98 ev van het dossier

4 pag. 116 ev van het dossier

5 pag. 133 ev van het dossier

6 pag. 146 ev van het dossier

7 pag. 160 ev van het dossier

8 pag. 163 ev van het dossier

9 pag. 171 ev van het dossier

10 pag. 177 ev van het dossier

11 pag. 202 ev van het dossier

12 pag. 217 ev van het dossier

13 pag. 100 van het dossier

14 pag. 223 ev van het dossier

15 pag. 234 ev van het dossier (de ondertekende aangifte, met bijlagen, is later afzonderlijk nagezonden)

16 pag. 70 ev van het dossier