Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4807

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-09-2015
Datum publicatie
16-10-2015
Zaaknummer
4356383 AR VERZ 15-7
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

WWZ

vernietiging ontslag op staande voet wegens werpen stanleymes

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-1006
AR 2015/1956
RAR 2016/22

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rolnummer: 4356383 AR VERZ 15-7

beschikking van de kantonrechter van 15 september 2015

inzake

[A] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. J.S. Mennega, jurist bij FNV te Groningen (Postbus 11047, 9700 CA),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Topbrands Europe B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , [adres] ,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. S. op de Dijk, werkzaam bij CCM BV te Groningen (Postbus 5169, 9700 GD).

Partijen zullen hierna [A] en Topbrands worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

[A] heeft een verzoek gedaan om het aan hem gegeven ontslag op staande voet te vernietigen, ingekomen ter griffie op 10 augustus 2015. Topbrands heeft op 1 september 2015 een verweerschrift ingediend.

1.2.

Gelijktijdig met dit verzoek heeft [A] ook verzocht om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. Topbrands heeft daartegen verweer gevoerd.

1.3.

Op 3 september 2015 heeft een zitting plaatsgevonden, in aanwezigheid van partijen (Topbrands vertegenwoordigd door [B] , [C] en [D] ) en hun gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen, mede aan de hand van de door de gemachtigde van [A] opgestelde pleitaantekeningen, ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

1.4.

Nadat partijen er niet in waren geslaagd een schikking te bereiken is de behandeling gesloten en uitspraak bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[A] , geboren op [geboortedatum] , is op 19 juli 2004 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Topbrands. De laatste functie die [A] vervulde, is die van magazijnmedewerker, met een salaris van € 2.120,39 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Vanaf 1 april 2015 verricht [A] zijn werkzaamheden voor Topbrands.

2.2.

Op 28 juli 2015 is [A] door Topbrands op staande voet ontslagen.

2.3.

Bij brief van 29 juli 2015 heeft Topbrands [A] onder meer het volgende bericht:

Gisteren, 28 juli 2015, heeft zich een bijzonder ernstig incident voorgedaan op de werkplek te Hoogezand (Warehouse Topbrands).

De heer [C] verzocht u een Display-pallet, weerzijden vastgezet met vier europallets en omwikkeld met plastic folie, te ontdoen van de folie en de europallets. Op de pallets zit namelijk statiegeld en dat is u bekend. U weigerde dit.

Toen de heer [C] zelf maar begon met het verwijderen van de folie ontstak u in grote woede en gooide vervolgens gericht een stanleymes naar de heer [C] , die rakelings langs zijn linker schouder ging. De heer [C] heeft zich vervolgens uit de voeten gemaakt.

Dit incident is voor ons dusdanig ernstig dat wij u gisteren, in aanwezigheid van de heer [E] en ondergetekende, ontslag op staande voet hebben gegeven.

2.4.

Bij brief van 28 juli 2015 heeft [A] bij Topbrands geprotesteerd tegen het ontslag dat hem op 28 juli 2015 op staande voet is verleend en heeft hij zich beschikbaar gehouden voor het verrichten van werkzaamheden.

2.5.

Namens Topbrands is het ontslag op staande voet bij brief van 31 juli 2015 gehandhaafd, waarna [A] de onderhavige procedure is gestart.

3 Het verzoek

3.1.

[A] verzoekt de kantonrechter in het incident bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Topbrands te veroordelen om aan [A] te voldoen:

  1. het verschuldigde salaris van € 2.120,39 bruto per maand c.a., zulks op de gebruikelijke wijze en tijdstippen, ingaande 28 juli 2015 en zolang de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd;

  2. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van 50% over de onder A genoemde post;

  3. de wettelijke rente over de onder A en B gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen zijn verschuldigd;

3.2.

Daarnaast verzoekt [A] de kantonrechter in de hoofdzaak

primair

het hem gegeven ontslag op staande voet te vernietigen;

te bepalen dat Topbrands [A] te werk moet stellen in zijn eigen functie van magazijnmedewerker met alle daarbij behorende taken binnen uiterlijk twee dagen na dagtekening van deze beschikking, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of deel daarvan dat Topbrands ook na betekening van deze beschikking in gebreke mocht blijven daaraan te voldoen;

Topbrands te veroordelen tot betaling aan [A] van het loon van € 2.120,39 bruto per maand c.a., zulks op de gebruikelijke wijze en tijdstippen, ingaande 28 juli 2015 en zolang de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd

Topbrands te veroordelen tot betaling aan [A] van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 50% over de onder F genoemde post;

Topbrands te veroordelen tot betaling aan [A] van de wettelijke rente over de onder F en G gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen zijn verschuldigd;

subsidiair

voor het geval geoordeeld wordt dat er sprake is van een terecht gegeven ontslag op staande voet, echter zonder dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door [A] , om

I. Topbrands te veroordelen binnen vijf dagen na deze beschikking aan [A] te betalen een transitievergoeding van € 8.853,78 bruto, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

meer subsidiair

voor het geval [A] ervoor kiest om te berusten in de opzegging van de arbeidsovereenkomst om Topbrands te veroordelen tot betaling aan [A] van

een billijke vergoeding conform artikel 7:681 BW onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

een bedrag ter hoogte van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren conform artikel 7:762 lid 9 BW, neerkomend op € 6.870,06 bruto, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding van € 8.853,78 bruto, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie;

de wettelijke rente over de onder J tot en met L gevorderde bedragen vanaf de datum dat die bedragen zijn verschuldigd.

3.3.

Aan zijn verzoeken legt [A] ten grondslag dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. De lezing die Topbrands geeft van het incident op 28 juli 2015 is onjuist. [A] geeft toe dat hij niet met een stanleymes had moeten gooien, maar betwist dat hij dit stanleymes richting [C] heeft gegooid en dat dit stanleymes geopend was. Bovendien heeft er na het incident nog normaal contact plaatsgevonden tussen [A] en [C] en bleek uit niets dat [A] iets werd verweten. Pas om 16:00 uur werd hij op het matje geroepen en werd hij – zonder de gelegenheid te krijgen zijn versie van het verhaal te vertellen – op staande voet ontslagen.

4 Het verweer

4.1.

Topbrands verweert zich tegen de verzoeken. Zij voert – samengevat – aan dat haar lezing van het incident op 28 juli 2015 juist is en dat [A] het stanleymes gericht naar [C] heeft geworpen. Daar heeft zij nog aan toegevoegd dat het stanleymes, anders dan [A] beweert, niet gesloten was maar open. Topbrands heeft eerst informatie ingewonnen bij haar gemachtigde, pas daarna is zij het gesprek aangegaan met [A] . [A] is wel degelijk de gelegenheid geboden zijn versie van het verhaal te vertellen, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. [A] is terecht op staande voet ontslagen en de verzoeken moeten daarom worden afgewezen.

5 De beoordeling

5.1.

Op grond van artikel 223 Rv kan tijdens een aanhangig geding worden gevorderd dat de rechter een voorlopige voorziening treft voor de duur van het geding, indien deze vordering samenhangt met de hoofdvordering. Artikel 223 Rv is van overeenkomstige toepassing op een verzoekschriftprocedure als hier aan de orde (zie: HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533). Het verzoek van [A] hangt samen met de hoofdvordering, een verzoek om het ontslag op staande voet te vernietigen.

5.2.

[A] heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening, omdat het gaat om een verzoek tot tewerkstelling en loonbetaling na een ontslag op staande voet. Echter, omdat nu in de hoofdzaak uitspraak wordt gedaan, hoeft op het verzoek om een voorlopige voorziening in deze zaak niet meer te worden beslist.

5.3.

[A] heeft het verzoek in de hoofdzaak tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.4.

Het gaat in deze zaak om het antwoord op de vraag of het ontslag op staande voet al dan niet rechtsgeldig is. Voor een ontslag op staande voet is nodig een dringende reden die maakt dat van deze werkgever voortzetting van de arbeidsverhouding niet kan worden verlangd. Die dringende reden moet ook onverwijld aan de werknemer worden meegedeeld. Aldus artikel 7:677 lid 1 BW. Volgens vaste jurisprudentie moeten bij de beoordeling alle omstandigheden van het geval worden betrokken.

5.5.

De dringende reden die is meegedeeld in deze zaak en dus moet worden beoordeeld, is - zakelijk weergegeven - dat [A] gericht een stanleymes heeft gegooid naar [C] , welk mes rakelings langs de linkerschouder van [C] is gegaan.

5.6.

Op grond van de processtukken en dat wat op de zitting is besproken is de kantonrechter van oordeel dat zich het navolgende heeft afgespeeld. [C] , die werkzaam is op de administratie gelegen op de verdieping, is in de ochtend van dinsdag 28 juli 2015 naar beneden gelopen ter controle van papieren. In het magazijn stond een display met aan vier zijden pallets en daaromheen plastic folie. [C] heeft [A] gevraagd de folie te verwijderen. [A] heeft geantwoord dat niet (meteen) te willen doen. Vervolgens is [C] zelf de folie gaan verwijderen terwijl [A] herhaalde malen heeft gevraagd dat niet te doen. [C] is doorgegaan met het verwijderen van de folie. [A] is naar hem toegelopen. [C] bleef steeds aan de andere zijde van de display en ging door met het folie verwijderen. [A] is geïrriteerd geraakt en heeft met een stanleymes gegooid. [C] is teruggegaan naar zijn werkplek. Gedurende de dag hebben [A] en [C] nog enkele keren contact gehad in de uitoefening van hun werkzaamheden. Aan het eind van de middag is [A] mondeling het ontslag op staande voet gegeven.

5.7.

De kantonrechter is van oordeel dat [C] onnodig voor een vervelende situatie heeft gezorgd. Niet gesteld en gebleken is waarom de folie er meteen af moest. Niet gesteld en gebleken is waarom het nodig was dat [C] - een administratieve kracht - zelf de folie ging verwijderen, en daarmee door moest gaan. Arbeidsrechtelijk gesproken: heeft [A] een terechte opdracht geweigerd of heeft [A] tegen [C] gezegd dat hij - [A] - zijn werk op zijn eigen wijze wil organiseren? De oorzaak van de ontstane irritatie is een omstandigheid die de kantonrechter meeneemt in het voordeel van [A] .

5.8.

Dat in het algemeen door magazijnmedewerkers op een andere wijze met irritaties wordt omgegaan dan door werknemers in de hogere rangen, is iets wat een werkgever voor lief moet nemen. De kantonrechter is van oordeel dat met het gooien met een voorwerp naar een collega, [A] een grens heeft overschreden. Hij is daarmee echter niet zo ver over de schreef gegaan dat een ontslag op staande voet terecht is. Andere minder ingrijpende maatregelen hadden [A] voldoende duidelijk kunnen maken dat hij te ver was gegaan. Dat in de onderhavige zaak met een minder ingrijpende maatregel kon worden volstaan, leidt de kantonrechter ook af uit het gegeven dat pas aan het eind van de dag het ontslag is gegeven, er min of meer normaal is doorgewerkt door zowel [A] als [C] , ook gezamenlijk, en er in afwachting van het inderdaad toegestane advies inwinnen, geen schorsing heeft plaatsgevonden. Daarmee is er naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken dat er voor de Topbrands sprake is geweest van voldoende dringendheid.

5.9.

Ten slotte moet vastgesteld worden dat gegooid is met een voorwerp waarvan niet is gesteld of is gebleken welk gevaar (op letsel? hoe?) dat met zich mee heeft gebracht. Het klinkt ernstig wanneer wordt gezegd: er is gegooid met een stanleymes. Dat komt door het woorddeel "mes". Dat is gegooid met een uitgeschoven stanleymes is niet als de dringende reden aangegeven. Niet is gesteld of gebleken op welke wijze, bijvoorbeeld door gewicht of vorm, het voorwerp letsel zou kunnen veroorzaken. Daarmee is ook onvoldoende gegeven dat objectief sprake is van de gegeven dringen reden.

De kantonrechter laat in het midden of [A] gericht heeft gegooid of niet. Daarvoor zou Topbrands overigens een vorm van opzet moeten aantonen. Gelet op de omvang van de display en de omschrijving van het gebeuren, heeft [A] op hooguit enkele meters van [C] gestaan. De door [C] ter zitting genoemde afstand van 30 centimeter is dan niet zo rakelings (Van Dale: op zeer geringe afstand) als Topbrands wil doen geloven.

5.10.

De slotsom is dat de kantonrechter de primaire verzoeken van [A] zal toewijzen. Het ontslag op staande voet zal worden vernietigd, Topbrands zal worden veroordeeld tot tewerkstelling van [A] en tot betaling van het loon vanaf 28 juli 2015 totdat de arbeidsovereenkomst zal zijn geëindigd. Voor de gevraagde wettelijke verhoging van 50% ziet de kantonrechter geen reden omdat [A] de ontstane situatie voor een belangrijk deel aan zichzelf heeft te wijten. De kantonrechter matigt deze tot 10%. De wettelijke rente over het achterstallige salaris en de verhoging zal worden toegewezen, omdat Topbrands het loon te laat heeft betaald, [A] daardoor vertragingsschade heeft opgelopen en niet ingezien kan worden waarom Topbrands het rentevoordeel zou moeten genieten.

Aan de veroordeling tot tewerkstelling wordt de door [A] gevraagde dwangsom verbonden, met een maximum van € 10.000,00.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van Topbrands omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

vernietigt het ontslag op staande voet en veroordeelt Topbrands tot betaling aan [A] van het loon vanaf 28 juli 2015, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, met een maximum van 10% en te vermeerderen met de wettelijke rente over de achterstallige salarisdelen tot aan de dag van de betaling;

6.2.

veroordeelt Topbrands tot tewerkstelling van [A] in de overeengekomen functie binnen twee dagen na deze beschikking en bepaalt dat Topbrands een dwangsom verschuldigd is van € 500,00 per dag, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat na betekening van deze beschikking niet aan die veroordeling wordt voldaan, met een maximum van € 10.000,00;

6.3.

veroordeelt Topbrands in de proceskosten aan de zijde van [A] , die de kantonrechter begroot op € 78,00 voor griffierecht en € 500,00 voor het salaris van de gemachtigde;

6.4.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst af wat meer of anders is gevraagd.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 15 september 2015 uitgesproken ter openbare terechtzitting door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.

RTjT/WJ