Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4803

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
25-09-2015
Datum publicatie
18-11-2015
Zaaknummer
18.830172-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Diefstal in vereniging en medeplegen opzetheling.

Bij aanhouding na diefstal van brandstof worden in de auto goederen aangetroffen welke op dezelfde dag zijn weggenomen bij woninginbraken. Woninginbraken niet bewezen, opzetheling wel. Vordering benadeelde partij toegewezen, omdat er voldoende rechtstreeks verband bestaat tussen de helingshandeling en de door de benadeelde partij geleden schade.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57,310,311,416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 18/830172-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

25 september 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [land] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

11 september 2015.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. K.A. Krikke, advocaat te Amsterdam, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.V. van Overbeeke.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, bij een tankstation, gelegen aan/nabij [straat 1] , heeft weggenomen brandstof (ongeveer 64,60 liter diesel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid brandstof (diesel) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die hoeveelheid brandstof wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 2 juni 2015, te [pleegplaats 1] , althans in de gemeente Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan [adres 1] , heeft weggenomen (ondermeer):

- een laptop/notebook (merk Lenovo), en/of

- een laptop/notebook (merk HP), en/of

- een tas (merk Hummel), en/of

- een oplader en/of computermuis, en/of

- een horloge (merk Jacob en Co), en/of

- een zonnebril met koker (merk Gucci),

in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Smallingerland en/of Hoogeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (onder meer):

- een laptop/notebook (merk Lenovo), en/of

- een laptop/notebook (merk HP), en/of

- een tas (merk Hummel), en/of

- een oplader en/of computermuis, en/of

- een horloge (merk Jacob en Co), en/of

- een zonnebril met koker (merk Gucci),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat bovengenoemd(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 2 juni 2015, te [pleegplaats 2] , althans in de gemeente Oisterwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, vanaf een geparkeerd staande auto aan/nabij [straat 2] , heeft weggenomen kentekenplaten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Smallingerland en/of Oisterwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, kentekenplaten heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenplaten wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 2 juni 2015 te [pleegplaats 3] , althans in de gemeente Epe, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen (onder meer) een laptop (merk Toshiba) en/of (een) oorsteker(s), althans (een) siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen laptop en/of oorsteker(s), althans siera(a)d(en), onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 2 juni 2015, in de gemeente Smallingerland en/of Epe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (onder meer):

- een laptop/notebook (merk Toshiba), en/of

- een of meer oorstekers, althans (een) siera(a)d(en),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat bovengenoemd(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

Het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en subsidiair en 4 primair ten laste gelegde kan niet wettig en overtuigend worden bewezen, zodat verdachte daarvan vrijgesproken dient te worden. Het onder 1 subsidiair ten laste gelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden, omdat [medeverdachte 1] de diefstal van de brandstof heeft bekend en verdachte dat heeft bevestigd. In de periode tussen de diefstal van de kentekenplaten door [medeverdachte 1] en de diefstal van de brandstof zijn twee inbraken gepleegd. In de auto waarin verdachte zat zijn goederen aangetroffen welke zijn weggenomen bij die inbraken. Er is onvoldoende bewijs aanwezig om ten aanzien van verdachte de inbraken te kunnen bewijzen, maar de opzetheling zoals onder 2 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegd kan wel wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte heeft geen afdoende verklaring gegeven voor het aantreffen van de gestolen goederen in de auto. Dat de goederen gekocht zouden zijn van Turkse of Armeense mannen is ongeloofwaardig.

Standpunt van de verdediging

Nu geen van de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kan worden, dient verdachte volledig vrijgesproken te worden. Verdachte wist niet dat [medeverdachte 1] niet voor de brandstof betaalde en hoefde dit ook niet te vermoeden. Daarnaast blijkt nergens uit dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de kentekenplaten en de inbraken. Ook van heling van de in de auto aangetroffen goederen is geen sprake, nu verdachte geen feitelijke zeggenschap heeft gehad over de goederen. Hij heeft de goederen derhalve niet voorhanden gehad. Hij wist niet van de aanwezigheid van de goederen in de kofferbak en ten

aanzien van de laptops wist hij niet dat ze van diefstal afkomstig waren en dit hoefde hij ook niet te vermoeden.

Vrijspraak

De rechtbank acht het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

Voorts acht de rechtbank het onder 2 primair en 4 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan eveneens worden vrijgesproken.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

(Daarbij is ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts gebruikt met betrekking tot het feit of de feiten waarop het blijkens zijn inhoud in het bijzonder betrekking heeft.)

Feit 1 primair

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 2 juni 2015, opgenomen op p. 290 e.v. van dossier nummer PL0100-2015156734 d.d. 20 juli 2015, van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [persoon] namens [bedrijf 2] :

Het weggenomene behoort [bedrijf 1] geheel in eigendom toe. Op dinsdag 02 juni 2015 omstreeks 16:25 uur was ik werkzaam op bovengenoemde locatie. Omstreeks 16:30 uur werd ik door een medewerker gewaarschuwd dat er zojuist een voertuig getankt had bij pomp 3 en dat de bestuurder zonder te betalen was weggereden richting [straat 3] . Ik zag op de beelden van ons camera beveiliging systeem dat er een Audi A4, zwart van kleur en voorzien van [kenteken] stond bij pomp 3 van ons tankstation. Ik zag dat de man de slang van pomp 3 pakte en diesel begon te tanken. Hierop zag ik dat de man toen hij klaar met tanken was het voertuig in stapte en wegreed. Tevens zag ik dat er op de bijrijder stoel nog een persoon zat, ik zag dat deze man tijdens het tanken in het voertuig bleef zitten.

Hierop heb ik ons afreken systeem bekeken waarna ik zag dat de man 64.60 liter diesel ter waarde van 89.73 euro had getankt.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 3 juni 2015, opgenomen op p. 159 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] :

Ik beken dat ik brandstof heb gestolen. Ik ben direct nadat ik brandstof heb gestolen aangehouden. Misschien tien minuten later. Het was gisteren. Ergens tussen 18:00 uur en 21:00 uur. Ik heb bij [tankstation] getankt. In Noord Nederland. U kunt zeggen dat de auto van mij is. Audi A4. zwart. Ik reed. De personen die samen met mij zijn aangehouden zaten bij mij in de auto, [medeverdachte 2] en [verdachte] . Ik ken hen uit [land] .

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 3 juni 2015, opgenomen op p. 233 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik ben met een Audi naar Nederland gekomen. Deze Audi is van mijn kameraad. De brandstof is gestolen, dat klopt. We hebben getankt zonder te betalen.

Feiten 2 subsidiair en 4 subsidiair

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de inhoud van de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

(Daarbij is ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts gebruikt met betrekking tot het feit of de feiten waarop het blijkens zijn inhoud in het bijzonder betrekking heeft.)

De door [medeverdachte 1] op de terechtzitting van 11 september 2015 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[medeverdachte 2] heeft mij zelf verteld dat hij de laptops heeft gekocht. We stopten vaak onderweg, ook bij winkels.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2015 met nummer PL0100-2015156778, opgenomen op p. 306 e.v. van dossier met nummer 2015156734 d.d. 20 juli 2015, van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] :

Het weggenomene behoort mij geheel in eigendom toe. Mijn partner is op dinsdag 02 juni 2015, omstreeks 9.15 uur, weg gegaan. Ze heeft de woning afgesloten en in goede staat achtergelaten. Op bovengenoemde datum, omstreeks 14.30 uur, kwam mijn partner thuis. Ze zag dat de bovenste helft van de voordeur open stond. Het hout van de deur was vernield. Als je de voordeur doorloopt, dan kom je in de hal. In de hal staat een kastje. Dit kastje was doorzocht, de lades stonden open en er lagen spullen op de grond. Als je rechtdoor de hal doorloopt, kom je in de keuken en de woonkamer. Alle keukenlades en kastjes zijn doorzocht. Vanuit de hal naar rechts heb je de bijkeuken, badkamer en een werkruimte. Dader is ook in deze ruimtes geweest en heeft alle kastjes en lades leeg getrokken.

De eerste slaapkamer rechts is volledig doorzocht. Hier zijn zelfs kastdeurtjes vernield.

Ik denk dat de linkerkamer, dit is de slaapkamer waar we zelf slapen, het meest overhoop lag. De kledingkasten waren helemaal leeg getrokken en er lag van alles op het bed.

Goederen die zijn weggenomen:

- Lenovo Idea Pad in de kleur zwart

- laptop van het merk HP Probook, sticker [bedrijf 3]

- zwarte voetbaltas

- 2 dameshorloges.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 11 juni 2015 met nummer PL0600-2015265772 van politie Oost-Nederland, opgenomen op p. 331 e.v. van voormeld dossier inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] :

De weggenomen goederen behoren mij en [mijn vrouw] geheel in eigendom toe. Ik woon samen met mijn vrouw in de woning, gelegen aan [adres 2] te [pleegplaats 3] , gemeente Epe. Op dinsdag 2 juni 2015, omstreeks 08:00 uur bracht ik mijn vrouw naar het treinstation in [plaats 1] . Ik heb alle ramen en deuren afgesloten. Op dinsdag 02 juni 2015, omstreeks 14:30 uur kwam ik terug bij mijn woning.

Ik liep door mijn woning en zag dat alle kasten en laden op de begane grond open stonden. Ik zag dat meerdere goederen op de grond lagen. Op de eerste verdieping zak ik ook dat alle kasten en laden open stonden. In de woonkamer is een deur. Deze deur gaat naar buiten. Deze deur is geforceerd. Het kozijn van deze deur is beschadigd. De deur kan niet meer afgesloten worden. Voor deze deur hing een rolluik. Dit luik is vernield.

Na onderzoek bleek dat de volgende goederen zijn weggenomen:

- zeker twintig (20) paar oorbellen, stekers en creolen

- laptop: merk Toshiba Satellite.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juni 2015, opgenomen op p. 26 e.v. van voormeld dossier, inhoudende:

Op 2 juni 2015 zagen wij de zwarte Audi met [kenteken] voor ons rijden. In de Audi zaten drie manspersonen. Wij verbalisanten hebben vervolgens de drie verdachten aangehouden voor diefstal van brandstof danwel gestolen of rijden met gestolen kentekenplaten. Hierop hebben wij de auto in beslaggenomen. In de kofferbak zagen wij drie tassen liggen. In één van de tassen zaten drie notebooks.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2015, opgenomen op p. 29 e.v. van voormeld dossier, inhoudende:

Op 03 juni 2015 omstreeks 15.30 uur, doorzocht, ik, verbalisant, het genoemde voertuig. Ik, verbalisant, trof in het dashboard kastje van de auto de volgende goederen aan:

- een brillenkoker van het merk Gucci, zwart van kleur met een groen-rood-groene streep erover.

- een zonnebril van het merk Gucci, zwart van kleur met een groen-rood-groene streep op de poten.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juni 2015, opgenomen op p. 28 e.v. van voormeld dossier, inhoudende:

Op een van de inbeslaggenomen laptops/notebooks zat een sticker van [bedrijf 3] . Ik, verbalisant, heb op 03 juni 2015, omstreeks 9.30 uur telefonisch contact gehad met de heer [naam] van [bedrijf 3] . Ik verbalisant, hoorde dat [naam] mij vertelde dat de eerdergenoemde laptop/notebook op 02 juni 2015 gestolen was uit de woning van een medewerker van [bedrijf 3] . Het kon blijken dat er op 02 juni 2015 tussen 09.15 en 14.30 uur een inbraak is gepleegd aan [adres 1] te [pleegplaats 1] . Bij deze inbraak werd de genoemde laptop/notebook weggenomen.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 19 juni 2015 met nummer PL0100-2015156778, opgenomen op p. 324 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik herken een aantal goederen die u mij toont. De laptop van het merk Lenova en lader en de laptop van het merk HP, lader en muis herken ik als mijn eigendom. Verder herken ik een zonnebril in een Gucci tasje. Deze is van [mijn zoon] . Ook herken ik het zwarte horloge van het merk Jacob & Co. Deze is ook van [mijn zoon] . De zwarte sporttas van het merk Hummel herken ik voor 100 procent als mijn eigendom.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 juli 2015, opgenomen op p. 344 e.v. van voormeld dossier, inhoudende:

Op woensdag 24 juni 2015, omstreeks 10:30 uur, was ik [verbalisant 1] en collega [verbalisant 2] op het [adres 2] te [pleegplaats 3] . Aldaar hadden wij afgesproken met aangever [slachtoffer 3] , aldaar woonachtig, met zijn vrouw. Wij confronteerden aangever en zijn vrouw met een aantal goederen die door de politie op 2 juni in beslag waren genomen bij de aanhouding van de 3 verdachten van Poolse afkomst, te weten

verdachte 1: [medeverdachte 1]

verdachte 2: [medeverdachte 2]

verdachte 3: [verdachte]

Aangever en zijn vrouw werden door ons verbalisanten geconfronteerd met de laptop merk Thosiba [serienummer] , goed nummer PL100-2015156734-547971 kennisgeving van inbeslagneming 2015156734-10 en verder gereedschappen, sieraden etc. die door de politie waren aangetroffen in de audi A4 waarin verdachten op 2 juni 2015 waren aangetroffen en waren aangehouden. Wij verbalisanten hoorden dat aangever [slachtoffer 3] en zijn vrouw, zeiden dat zij dit goed laptop merk Toshiba, [serienummer] , herkenden als hun eigendom en waarvan zij onder 201565772-1 bij de politie aangifte hadden gedaan. Wij verbalisanten hoorden dat zij van de overig goederen een zilveren oorsteker, kennisgeving van inbeslagneming 2015156734-78, herkenden als hun eigendom waarvan zij onder 201565772-1 bij de politie aangifte hadden gedaan.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 4 juni 2015, opgenomen op p. 159 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] :

De auto is van mij. Het is een Audi A4, kleur zwart. Ik reed in de auto. Bij mij in de auto zaten de personen die samen met mij zijn aangehouden. [medeverdachte 2] en [verdachte] . Ik wist wel dat er drie laptops in de auto lagen. Ik heb die laptops aangeraakt en bekeken. Ze waren zwart. Gisteren heb ik ze bekeken in de auto. Het was voor het tanken. Die laptops heb ik niet uit [land] meegenomen.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 4 juni 2015, opgenomen op p. 172 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] :

Nadat ik die kentekenplaten heb verwisseld, vanaf dat moment hebben wij de hele tijd samen gereisd.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 16 juni 2015, opgenomen op p. 183 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] :

Ik ben met een kennis van mij met wie ik aangehouden ben genaamd [medeverdachte 2] in het hotel geweest. Ik ben 's morgens vertrokken bij het hotel. Ik weet nog wel dat de twee anderen ergens zijn uitgestapt terwijl ik de kentekenplaat stal. We stopten op meerdere plaatsen. Ik ben de andere wel eens uit het oog verloren. Ik sluit niet uit dat ze daarna met goederen weer zijn ingestapt.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 6 augustus 2015, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] gehoord als getuige door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Nederland:

U vraagt of de laptops in de auto zijn gekomen tussen [plaats 2] en [plaats 3] . Ja. De rechter-commissaris vraagt of [verdachte] al bij me was toen ik ze voor het eerst zag. Ik heb ze in [plaats 3] gezien en daar waren we met 3 personen.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 19 juni 2015, opgenomen op p. 215 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 2] :

Ik ken [medeverdachte 1] en [verdachte] uit [plaats 4] . Het zijn kameraden. De laptops, zonnebril, horloges en tas zijn aangekocht. Twee waren middelgroot en 1 klein. De zonnebril was denk ik zwart. Deze tas hebben we gekocht van mensen van Turkse of Armeense afkomst. Ik weet niet waar dat was.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 3 juni 2015, opgenomen op p. 233 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik kan de laptops wel omschrijven, maar ik snap niet waarom.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten ten aanzien van de feiten onder 2 subsidiair en 4 subsidiair overweegt de rechtbank het volgende. Een deel van de bij de inbraken weggenomen goederen zijn aangetroffen in de auto waarin verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn aangehouden. Uit de verklaringen van verdachten valt af te leiden dat zij die dag samen hebben gereisd, in ieder geval vanaf het moment dat [medeverdachte 1] de kentekenplaten heeft gestolen. De goederen zijn op dezelfde dag als waarop de inbraken zijn gepleegd in de auto terecht gekomen. Hier is derhalve een zeer kort tijdsbestek mee gemoeid geweest. Het is een feit van algemene bekendheid dat goederen als in de tenlastelegging omschreven vaak worden buitgemaakt bij woninginbraken. Volgens [medeverdachte 2] zijn de goederen gekocht van Turkse of Armeense mannen van wie hij geen nadere personalia verschaft. Ook weet hij niet meer waar de beweerdelijke koop zou hebben plaatsgevonden. [medeverdachte 1] heeft – anders dan de medeverdachte - verklaard dat de goederen onderweg mogelijk gekocht zijn in een winkel. Gelet op voorgaande omstandigheden, in onderlinge samenhang beschouwd, komt de rechtbank tot het oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte geweten heeft dat de in de auto aangetroffen goederen van diefstal afkomstig waren. Verdachten hebben zich derhalve gezamenlijk schuldig gemaakt aan opzetheling.

Bewezenverklaring

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 2 juni 2015, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, bij een tankstation, gelegen aan/nabij [straat 1] , heeft weggenomen brandstof (ongeveer 64,60 liter diesel), toebehorende aan [bedrijf 1] ,

2.

hij op 2 juni 2015, in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met anderen, (onder meer):

- een laptop/notebook (merk Lenovo), en

- een laptop/notebook (merk HP), en

- een tas (merk Hummel), en

- een oplader en computermuis, en

- een horloge (merk Jacob en Co), en

- een zonnebril met koker (merk Gucci), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van die bovengenoemde goederen wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

4.

hij op 2 juni 2015, in de gemeente Smallingerland, tezamen en in vereniging met anderen, (onder meer):

- een laptop/notebook (merk Toshiba), en

- een oorsteker, voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van die bovengenoemde goederen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het feit (de feiten)

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair diefstal door twee of meer verenigde personen

2. subsidiair medeplegen van opzetheling

4. subsidiair medeplegen van opzetheling

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het 1 subsidiair, 2 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 72 dagen, alsmede een geldboete van € 1.000,00.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft volledige vrijspraak bepleit en zich niet nader uitgelaten omtrent de strafoplegging.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het ad informandum gevoegde feit, zoals deze op de dagvaarding is vermeld en dat door verdachte is erkend.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal vermogensdelicten, te weten diefstal in vereniging en tweemaal opzetheling in vereniging. Het lijkt er sterk op dat verdachte enkel en alleen naar Nederland is gekomen om strafbare feiten te plegen. In de periode tussen de diefstal van de kentekenplaten door [medeverdachte 1] en de diefstal van de brandstof zijn twee inbraken gepleegd in woningen. De ten laste gelegde inbraken zijn niet bewezen geacht, wel de opzetheling van de goederen die bij de woninginbraken zijn weggenomen. Woninginbraken leiden in het algemeen tot gevoelens van onveiligheid en het is doorgaans kostbaar om de schade te herstellen en eventueel weggenomen goederen te vervangen. Verdachte had de gestolen goederen kort na de woninginbraken voorhanden en heeft daarmee geprofiteerd van een misdrijf. De door de woninginbraak gecreëerde onrechtmatige vermogensrechtelijke toestand is door het handelen van verdachte in stand gehouden. Dit rekent de rechtbank verdachte ten zeerste aan.

Alles afwegende zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de voorlopige hechtenis opleggen, alsmede de door de officier van justitie geëiste geldboete en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte ervan wordt weerhouden in de toekomst opnieuw naar Nederland te komen zonder enig ander doel dan het plegen van strafbare feiten.

Vordering van de benadeelde partij met betrekking tot het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde

[slachtoffer 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder feit 2 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit € 3.868,62 aan materiële schade en

€ 250,00 aan immateriële schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten omtrent de vordering van de benadeelde partij.

Beoordeling

De rechtbank acht de ten laste gelegde woninginbraak niet bewezen. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 24 maart 1998 (NJ 1998/537) is de rechtbank desondanks van oordeel dat er voldoende rechtstreeks verband bestaat tussen de helingshandeling van verdachte en de door de benadeelde partij geleden schade. Verdachte is immers kort nadat de woninginbraak is gepleegd op dezelfde dag aangehouden terwijl hij de gestolen goederen voorhanden had en heeft daarvoor geen afdoende verklaring gegeven.

Nu de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, kan deze aan hem als een gevolg van zijn handelen worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een geldbedrag van € 125,10, moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 27, 36f, 47, 57, 310, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair, 3 primair en subsidiair en

4 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 79 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

 dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Betaling van een geldboete ten bedrage van € 1.000,00 (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt veroordeelde mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 4.118,62 (zegge: vierduizendhonderdachttien euro en tweeënzestig eurocent) in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt veroordeelde in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 4.118,62 (zegge: vierduizendhonderdachttien euro en tweeënzestig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 51 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 3.868,62 aan materiële schade en € 250,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , daarmee de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien veroordeelde aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 125,10.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Jongsma, voorzitter, mr. F. de Jong en mr. J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door mr. K. Offerein-Hulshoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 september 2015.