Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4770

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-10-2015
Datum publicatie
14-10-2015
Zaaknummer
18.730435-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor ontucht met een minderjarige ondergeschikte en voor het bezit van kinderporno. Verdachte was restauranthouder en had het verstandelijk beperkte slachtoffer in dienst. Hij heeft haar gedurende enkele maanden meermalen misbruikt en haar opdracht gegeven naaktfoto's van zichzelf naar hem toe te sturen. De stelling van de verdediging dat niet aan het bewijsminimum zou zijn voldaan, wordt verworpen. De rechtbank acht de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en ziet deze in voldoende mate ondersteund door andere bewijsmiddelen. Als werkgever had verdachte zorg moeten dragen voor een veilige werkomgeving voor het slachtoffer. In plaats daarvan heeft hij haar verschillende keren seksueel misbruikt, wat haar blijkens de slachtofferverklaring ernstige emotionele schade heeft toegebracht die psychologische en psychiatrische behandeling noodzakelijk maakte. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijftien maanden op. Verder moet hij het slachtoffer ruim drieduizend euro schadevergoeding betalen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, 240b, 249
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730435-14

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 oktober 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 september 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Eefting, advocaat te Heerenveen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door

mr. M.S. Kappeyne van de Coppello.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 29 oktober 2013, te [pleegplaats] , in de gemeente Smallingerland, in een restaurant en/of een schuur bij dat restaurant en/of in een slaapkamer in een boven dat restaurant gesitueerde woning, meerdere malen, althans eenmaal, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, te weten [slachtoffer] , geboren [geboortedatum slachtoffer] , bestaande die ontucht uit

- het op schoot trekken en het kussen van [slachtoffer] en/of

- het betasten/strelen van [slachtoffer] aan haar kont en/of borst(en), in elk geval haar lichaam, op en onder haar kleding en/of

- het uittrekken van (de) kleding van [slachtoffer] en/of

- het brengen van de hand van [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis

- het laten pijpen van hem, verdachte, door [slachtoffer] en/of het klaarkomen in de mond van [slachtoffer] en/of

- het brengen van een van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van [slachtoffer] en/of

- het brengen van zijn, verdachtes, penis, nabij en/of in de vagina van [slachtoffer] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 29 oktober 2013, te [pleegplaats] , in de gemeente Smallingerland, afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft, immers heeft hij verdachte (na vragen van hem, verdachte, daarnaar) meerdere foto's, waarop [slachtoffer] , geboren

[geboortedatum slachtoffer] , (al dan niet gedeeltelijk) naakt (voor de camera) poseerde, en filmpjes, waarop [slachtoffer] zichzelf streelde en/of zich (in een zg. striptease) van haar kleding ontdeed, welke foto's en filmpjes [slachtoffer] (al dan niet via een spiegel) van zichzelf had gemaakt, ontvangen via WhatsApp en/of opgeslagen.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van het voorarrest;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van

€ 3.597,31 en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag.

Beoordeling van het bewijs

Feitenvaststelling

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het ten laste gelegde uit van de volgende feiten, nu deze genoegzaam uit de stukken blijken en door verdachte niet zijn betwist.

Verdachte had met zijn partner een restaurant in [pleegplaats] . Dit bedrijf is in oktober 2013 beëindigd in verband met financiële problemen. Rond juni 2013 is [slachtoffer] , die op dat moment zeventien jaar oud was, bij het restaurant komen werken. Op enig moment heeft verdachte [slachtoffer] een smartphone gegeven. Vervolgens is hij vrijwel dagelijks contact met haar gaan onderhouden via sms en WhatsApp. Dit berichtenverkeer heeft in toenemende mate een intiem karakter. [slachtoffer] heeft verdachte een aantal keren foto's en filmpjes toegestuurd waarop zij naakt of gedeeltelijk ontkleed is te zien. In oktober 2013 stopten de contacten tussen [slachtoffer] en verdachte. In november 2013 zijn de ouders van [slachtoffer] naar de politie gestapt om aangifte te doen.

Feit 2

De rechtbank zal eerst het onder 2. ten laste gelegde feit bespreken. De raadsman heeft betoogd dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken, nu niet meer kan worden nagegaan welke foto's en filmpjes [slachtoffer] naar hem heeft toegestuurd. Of de betreffende bestanden als kinderpornografie aangemerkt kunnen worden, zou niet meer zijn vast te stellen.

De rechtbank overweegt het volgende. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij van verdachte opdracht kreeg om foto's te maken waarop zij naakt te zien was. Ook moest zij filmpjes maken waarop te zien was hoe zij zich uitkleedde. Verdachte heeft bij de politie erkend dat hij om foto's en filmpjes heeft gevraagd. Hij heeft verklaard in totaal ongeveer 25 foto's en filmpjes te hebben ontvangen waarop [slachtoffer] naakt is te zien. Verder hebben zowel [slachtoffer] als [getuige 1] verklaard dat verdachte de foto's en filmpjes in een beveiligde omgeving op internet plaatste. Op de mobiele telefoon die [slachtoffer] eerder van verdachte had gekregen, bevonden zich verscheidene foto's en filmpjes waarop zij naakt of deels naakt in beeld is.

Een foto of video wordt beschouwd als een kinderpornografische afbeelding wanneer daarop, kort gezegd, een seksuele gedraging zichtbaar is waarbij een minderjarige is betrokken. De Hoge Raad heeft bepaald dat het hier niet slechts gaat om afbeeldingen van een gedraging van expliciet seksuele aard, maar ook om afbeeldingen die strekken tot het opwekken van seksuele prikkeling. Het gaat dan om afbeeldingen die op zichzelf onschuldig zouden kunnen zijn, maar in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking hebben. Daarbij moet worden gelet op de wijze waarop de afbeelding tot stand is gekomen.1

De rechtbank leidt uit zowel de verklaring van [slachtoffer] als die van verdachte af, dat de gesprekken via WhatsApp een grensoverschrijdend karakter hadden. Zo heeft verdachte verklaard dat over en weer de wens werd geuit om met elkaar te trouwen. Ook heeft verdachte [slachtoffer] verteld dat hij van haar hield. Doordat in de context van deze gesprekken is gevraagd om naaktfoto's van de toen zeventienjarige [slachtoffer] , moeten de in antwoord hierop verstuurde naaktfoto's worden beschouwd als afbeeldingen van een minderjarige met een onmiskenbaar seksuele strekking. [slachtoffer] heeft verder verklaard dat zij op initiatief van verdachte filmpjes moest maken waarin zij haar kleding uittrok en zichzelf streelde. Deze filmpjes merkt de rechtbank eveneens aan als afbeeldingen van een minderjarige met een onmiskenbaar seksuele strekking.

De rechtbank acht zich op grond van de verklaringen van [slachtoffer] en verdachte voldoende ingelicht over de inhoud van de afbeeldingen. Dat de foto's en video's inmiddels gewist zouden zijn, staat, wat daar ook van zij, niet in de weg aan een veroordeling voor het ten laste gelegde. Verdachte heeft om de betreffende afbeeldingen gevraagd en ze na ontvangst opgeslagen en bewaard. Hij heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het verwerven en bezitten van kinderporno. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

De rechtbank past bij de beoordeling van het onder 2. ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1. De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2013122802, gesloten op

4 november 2014, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

1.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02R1-2013122802-7, d.d. 20 januari 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] :

Ik ben hier om te praten over mijn baas, [verdachte] . Ik heb het gehad, seks. De allereerste keer was voor in het restaurant, een maandagochtend in september. Hij begon met sms'jes sturen, de avond ervoor. Dat hij me wou. En dat hij van mij hield. En of ik foto's wou sturen. De tweede keer was die week daarop. Ik had een mobiel gehad van [verdachte] , na de eerste keer. Met internet zei hij, zodat we beter contact konden krijgen. Hij vroeg ook of mijn moeder mijn mobiel controleerde, voor sms'jes.

Hij sms'te dat hij echt van me hield en dat ik me niet moest schamen. Na de vakantie gaf hij een sms'je. Toen vroeg hij om een foto, gewoon met kleren aan. Een normale foto. Uiteindelijk heeft hij me gevraagd om in ondergoed en met alles uit. Hij vroeg dat ik dat moest doen. Die moest ik zelf maken. In ondergoed en met niks aan. Die moest ik naar hem toesturen via WhatsApp. Na de laatste keer moest ik een filmpje maken. Dat ik alles uitdeed.

Een paar filmpjes. Hij bewaarde ze ergens op internet, dat er niemand bij kon komen.

Daar had hij een code voor.

1.2.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2013122802-16, d.d. 11 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Verbalisant: Op een gegeven moment geef jij haar een telefoon.

Verdachte: Dan ging het van het een naar het ander. Het sloop er in. Het contact verliep via de app. Op een gegeven moment elke dag. Ze heeft me op een gegeven moment van alles gestuurd, foto's van zichzelf, filmpjes van zichzelf. Daar staat ze naakt op, voor de spiegel.

Verbalisant: Hoe heb je gereageerd?

Verdachte: 'Leuke meid, je ziet er leuk uit'.

Verbalisant: Wat voor gesprekken hadden jullie?

Verdachte: Dat ze van me houdt, dat ik van haar houd, dat ze met me wil trouwen en dat ik met haar wil trouwen.

Verbalisant: Hoeveel foto's en of filmpjes heb je van haar naakt gekregen?

Verdachte: Een stuk of 25. Het heeft nooit gemoeten en daar heb ik ook veel spijt van.

1.3.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2013122802-18, d.d. 11 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Verbalisant: Over die foto's zegt [slachtoffer] dat ze diverse foto's heeft gestuurd omdat je er elke keer om vroeg.

Verdachte: Ik heb er wel eens om gevraagd.

1.4.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02R3-2013122802-17 d.d. 11 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige 1] :

Verbalisant: Wanneer ontdekte jij de naaktfoto's?

Getuige: [verdachte] had filmpjes en foto's in de [app] staan. [verdachte] had ze niet weggegooid.

Feit 1

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 1. ten laste gelegde bepleit. Hij heeft daartoe, kort gezegd, aangevoerd, dat de verklaring van [slachtoffer] inconsistenties bevat. Verder heeft hij zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer] had moeten verklaren over de vergrote linkerbal van verdachte. Nu zij dat niet heeft gedaan, zou haar verklaring ongeloofwaardig zijn. De raadsman heeft verder nog betoogd dat aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) niet zou zij voldaan, nu [slachtoffer] 's verklaring onvoldoende steun vindt in bewijs uit andere bronnen.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de geloofwaardigheid van de verklaring van [slachtoffer] en de bruikbaarheid daarvan voor het bewijs het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat de verklaring van [slachtoffer] steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank constateert voorts dat [slachtoffer] uitgebreid en gedetailleerd heeft verklaard over seksuele gedragingen die verdachte bij haar zou hebben verricht in de periode september tot oktober van 2013. Van zodanige inconsistenties dat haar verklaring niet tot het bewijs zou kunnen worden gebezigd, is de rechtbank niet gebleken. Dat zij mogelijk tegenover anderen anders heeft verklaard over het aantal keren dat bepaalde handelingen hebben plaatsgevonden, maakt naar het oordeel van de rechtbank haar verklaring niet ongeloofwaardig. Hierbij is van belang dat [slachtoffer] een verstandelijke beperking heeft. Volgens haar moeder communiceert zij moeilijk en zoekt zij erg naar woorden. Bovendien was [slachtoffer] seksueel onervaren en had zij moeite met het praten over en het benoemen van seksuele handelingen.

De verdediging heeft uit de ter terechtzitting door [getuige 1] afgelegde verklaring de conclusie getrokken dat de schuur - anders dan [slachtoffer] heeft verklaard - niet op slot kon en dat de beschrijving die [slachtoffer] heeft gegeven van de slaapkamer van verdachte niet klopt. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [getuige 1] dient te worden bezien tegen de achtergrond van de inhoud van de overige bewijsmiddelen. Aan haar verklaring kan - mede gelet op het feit dat deze ten aanzien van de door de verdediging daaruit aangehaalde punten niet meer geverifieerd kan worden - niet de waarde worden gehecht die de verdediging daaraan toegekend wenst te zien.

De verdediging heeft verder aangevoerd dat [slachtoffer] 's verklaring wat betreft de periode waarin de tenlastegelegde handelingen zouden zijn verricht, niet kan kloppen. Ter onderbouwing is een beëindigingsovereenkomst overgelegd betreffende de huur van [restaurant] . De verdediging heeft erop gewezen dat de overeenkomst is ontbonden per 12 september 2013. De rechtbank merkt op dat in de beëindigingsovereenkomst is opgenomen dat verdachte na afloop van de huur nog maximaal vier weken in de woning mocht verblijven.

Door en namens verdachte is ter terechtzitting gewezen op de afwijking van verdachtes geslachtsdeel en het feit dat [slachtoffer] hierover in eerste instantie niet heeft verklaard.

De rechtbank acht het al dan niet verklaren van [slachtoffer] over de vergrote bal van verdachte niet van belang. Verdachte heeft immers zelf verklaard dat hij [slachtoffer] over deze afwijking had verteld. Daarnaast speelt ook hier een rol dat [slachtoffer] niet eerder seksuele contacten had gehad, waardoor zij een eventuele afwijking aan verdachtes geslachtsdeel niet als iets opvallends heeft hoeven opmerken.

De rechtbank ziet ook overigens geen reden om aan de verklaring van [slachtoffer] te twijfelen en acht deze bruikbaar voor het bewijs.

Met betrekking tot het wettig bewijsminimum overweegt de rechtbank als volgt.

In het tweede lid van artikel 342 Sv., dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan, is bepaald dat het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de verklaring van één getuige met betrekking tot de feiten en omstandigheden op zichzelf staat en onvoldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum als bedoeld in artikel 342, tweede lid, Sv. is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate steun vindt in ander bewijsmateriaal. Zij betrekt daarbij met name de volgende - uit de verderop in dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen blijkende - omstandigheden.

I. [getuige 2] die eveneens voor verdachte werkte, heeft verklaard dat hij sms-berichten van verdachte aan [slachtoffer] heeft gelezen. In één daarvan vroeg verdachte [slachtoffer] om langs te komen. Hij zou zorgen dat er massageolie klaarstond. [getuige 2] heeft verder verklaard dat hij verschillende keren niet op zijn werk mocht komen van verdachte, omdat verdachte ziek zou zijn. [slachtoffer] moest dan wel komen. Later bleek dat verdachte die keren helemaal niet ziek was. De rechtbank leidt uit deze gang van zaken af dat verdachte erop uit was om alleen te kunnen zijn met [slachtoffer] .

II. [getuige 3] heeft verklaard dat zij op de telefoon van [slachtoffer] verschillende sms'jes van verdachte heeft gelezen. De inhoud hiervan bestond uit teksten als:
'We hadden het leuk, hé, vorige week, samen?' en 'Ik hou van xxx, doen we nog een keer, hé?'. De rechtbank acht deze berichten sterk belastend, nu zij duidelijk terugslaan op iets dat tijdens een eerder samenzijn tussen verdachte en [slachtoffer] heeft plaatsgehad.

III. Verdachte heeft verklaard dat hij normaliter altijd zwarte boxershorts draagt. Verder heeft hij aangegeven dat hij zijn schaamhaar wel eens scheert. Beide uiterlijke kenmerken, die normaalgesproken niet anders dan via intiem contact bij derden bekend kunnen zijn, heeft [slachtoffer] in haar verklaring benoemd.

De rechtbank heeft verder nadrukkelijk de context van de situatie in ogenschouw genomen. Verdachte heeft het slachtoffer bij herhaling verteld dat hij van haar hield en dat hij met haar ging trouwen. Ook heeft hij haar - zoals de rechtbank hiervoor bewezen heeft geacht - opdracht gegeven foto's en video's van seksuele aard van zichzelf te maken en aan hem toe te sturen. Aldus heeft verdachte moedwillig een grensoverschrijdende verhouding met zijn minderjarige en verstandelijk beperkte ondergeschikte gecreëerd waarbinnen hij haar seksueel kon misbruiken.

De rechtbank past bij de beoordeling van het onder 1. ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe.

1. De inhoud van een zaaksdossier, OPS-dossiernummer 2013122802, gesloten op

4 november 2014, bestaande uit diverse processen-verbaal waaronder:

1.1.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL02R1-2013122802-7, d.d. 20 januari 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] :

Ik ben hier om te praten over mijn baas [verdachte] van [restaurant] in [pleegplaats] . Het begon met grapjes maken in de keuken, waar ik ook werkte. Dat hij dan aan mijn broer vroeg of ik nog maagd was en zo. En uiteindelijk ging het wat verder met de grapjes. Dat deed hij dan via een sms. Dat hij een massage wou hebben, vroeg hij dan.

Na de vakantie, gaf hij een sms'je dat ik naar de zaak moest komen, 's ochtends vroeg. Hij wou me gewoon zien, zei hij. En dat ik er geen spijt van zou krijgen.

Ik moest per se 's morgens van hem werken. Ik werkte eerst alleen 's zaterdags en 's zondags van vijf tot tien uur. Toen mocht ik ook op vrijdag werken. Maar ineens moest ik 's ochtends werken. Hij zei: dan kan ik gewoon kijken hoe je schoonmaakt.

Verbalisant: Welke andere mensen waren daar op vrijdagmiddag aan het werk?

Getuige : Niemand. Alleen [de vrouw van verdachte] was daar af en toe.

Verbalisant: En wie was er op de maandag, behalve jij?

Getuige : Toen was [verdachte] er alleen.

Verbalisant: En de woensdagen?

Getuige: Toen was hij er ook alleen, de laatste tijd. [de vrouw van verdachte] was gestopt met werken daar, dus

was ze daar niet meer.

Hij vroeg ook: wat heb je mooie kleren aan. een lekkere strakke broek. Zulke dingen. En of

mijn moeder mijn mobiel controleerde, voor sms'jes, vroeg hij. En of mijn ouders streng

waren of niet.

Op een maandag vroeg hij via een sms de avond ervoor dat hij met me wilde knuffelen. En de ochtend daarna moest ik bij hem op schoot zitten. En toen wou hij verder, met alles uitdoen zeg maar. En toen zei ik dat ik ongesteld was en toen stopte hij ermee.

Ik heb het ook gehad, seks. Vier keer. Drie keer achter in de schuur, en één keer waar hij woonde, boven. Die poging, die reken ik er niet echt bij. Dan is het in totaal vijf keer.

De allereerste keer was voor in het restaurant, een maandagochtend in september 2013.

Toen ging het restaurant dicht. Dat hij er mee stopte.

Hij begon met sms'jes sturen, de avond ervoor. Dat hij me wou. Knuffelen. En dat hij van mij hield. En dat ik foto's wou sturen.

Verbalisant: En toen je daar was, hoe ging dat daar.

Getuige: Dat was voor in het restaurant. Hij kwam naar me toe en toen moest ik op zijn schoot gaan zitten. Hij pakte mijn arm en trok mij op zijn schoot. Hij zei dat hij heel erg gek op me was en dat hij verder wou met mij. Hij begon mij te kussen op mijn mond.

Ik trok zeg maar elke keer weg. Ik duwde hem elke keer van mij af. En toen zei hij dat ik niet bang hoefde te zijn, dat ik hem gewoon moest laten gaan. En toen begon hij aan me te zitten, aan mijn kont met zijn hand. Strelen. Toen had ik een broek aan. Met zijn hand er overheen. En later deed hij zijn hand in mijn truitje, in de bh. Ik haalde zijn hand er uit. Hij deed mijn truitje uit. En dat hemdje deed hij later ook uit. Toen had ik gezegd dat ik het hier niet wou. Toen zei hij: gewoon naar achteren, daar komt ook niemand binnen. Toen nam hij me mee naar de schuur. Toen wou hij mijn broek uitdoen, maar dat wou ik niet. Dus ik zei dat ik ongesteld was. Hij zei: nou je kan ook gewoon in je onderbroek zitten. Maar dat wou ik ook niet. Later deed hij mijn hand in zijn broek. Hij hield mijn hand vast. Hij deed zijn broek los en mijn hand daar gewoon in. Zijn riem was los en zijn gulp. In de onderbroek. Ik moest aan zijn penis zitten. En ik trok hem elke keer terug, maar hij deed het elke keer weer. Om daar aan te zitten. Hij vond het fijn, zei hij. Toen gingen we weer naar voren. Toen vroeg hij mij of ik mijn schoenen uit wilde doen en mijn haar los. Ik wou dat allemaal niet, dus hij zei: dan krijg je tien euro erbij. Maar dat wilde ik dus niet.

Verbalisant: Je hebt gezegd dat er vier keer seks is geweest.

Getuige: Ja. De laatste keer was boven. En de rest was in de schuur. De tweede keer was die week daarop. Ook in de schuur. Ik moest hem pijpen. Hij had alles bij mij uitgedaan. En hij deed zijn piemel in mijn vagina zeg maar. Dat deed zoveel pijn, maar hij ging gewoon door. Ik moest huilen.

Verbalisant: Wat heb je gezegd?

Getuige: Dat het zeer deed. Ik haalde steeds zijn hand weg, maar hij hield mijn handen vast. Hij zoende me overal.

Verbalisant: En je hebt het gehad over vinger in je vagina. Was dat eerst, of was het eerst pijpen?

Getuige: Vinger er in.

Verbalisant: Hoe waren jouw benen?

Getuige: Eerst bij elkaar, maar later deed hij ze uit elkaar, telkens. Ik deed iedere keer zijn handen daarvandaan. En toen hield hij met één hand mijn armen vast boven me. Zodat hij gewoon verder kon. Hij zei: je moet je gewoon ontspannen.

Verbalisant: En wanneer was dat pijpen?

Getuige: Dat kwam er tussen in. Met zijn penis in mijn mond. Hij hield me gewoon vast. Mijn hoofd, met zijn hand. Het sperma kwam in mijn mond, dus toen stopte hij er mee.

Verbalisant: Zijn er nog andere dingen gebeurd, die tweede keer?

Getuige: Ja ik moest op hem liggen. En toen kwam er een stukje penis in mijn vagina.

Verbalisant: Wat kan je over die penis vertellen?

Getuige: Ja dat was kaal. Geen schaamhaar.

Verbalisant: Weet je wanneer de derde keer was?

Getuige: De week daarna. Op een maandag of dinsdag.

Verbalisant: Wat is er die keer gebeurd?

Getuige: Allemaal hetzelfde, maar toen wou die zijn penis verder.

Verbalisant: Hoe weet je dat?

Getuige: Omdat ik dat voelde.

Verbalisant: En de vierde keer? Dat was…

Getuige: Boven. Waar hij woont, op zijn slaapkamer.

Verbalisant: Wat is daar gebeurd?

Getuige: Hetzelfde, alleen het pijpen niet.

Hij zei dat het geheim moest blijven, anders kreeg hij praatjes. Dan kreeg hij problemen en dat wou hij niet. En hij heeft me gevraagd wat mijn ouders hiervan vinden. Hij zei eerst dat hij met mij wou trouwen en zulke dingen. En dat meende hij toch niet, dacht ik.

Verbalisant: Heb je er wel eens over gedacht om niet naar het restaurant te gaan?

Getuige: Ja. Maar ik had al zo ver, dat ik het ook niet meer kon tegenhouden. Er was al zoveel gebeurd. En ik wou hem ook niet kwetsen. Ik wist het ook niet meer.

Verbalisant: In het begin had je het over een foto.

Getuige: Uiteindelijk heeft hij me gevraagd om in ondergoed en met alles uit. Hij vroeg dat ik dat moest doen. Die moest ik zelf maken. In ondergoed en met niks aan. Die moest ik naar hem toesturen via WhatsApp. Na de laatste keer moest ik een filmpje maken. Dat ik alles uitdeed. Een paar filmpjes. Vier of zo.

Verbalisant: Wat voor onderbroeken draagt [verdachte] ?

Getuige: Niet echt een onderbroek, iets langer. Met pijpjes. Altijd zwart.

1.2.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2013122802-8, d.d. 21 januari 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige 2] :

Ik heb gezien dat [verdachte] en [slachtoffer] veel sms'ten. Ik zag dan dat de naam van [verdachte] in haar schermpje kwam. [verdachte] zei: 'Wil je thee drinken? Hoe laat kom je dan? Dan zet ik er massageolie bij.'

Verbalisant: Wat heeft [verdachte] aan jou gevraagd over [slachtoffer] ?

Getuige: Of ze nog maagd was. Ook of ze vriendjes had. Ook vroeg hij of ze wilde nachten had gehad.

Ik moest op een dag komen werken, maar hij belde mij af, omdat hij ziek was. [slachtoffer] moest wel komen om schoon te maken. Dat vond ik raar.

Verbalisant: Hoe vaak is dit gebeurd?

Getuige: Vier keer of zo.

Verbalisant: Wat zei [slachtoffer] hier over?

Getuige: [slachtoffer] zei dat hij helemaal niet ziek was en gewoon beneden rondliep.

1.3.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2013122802-10, d.d. 15 maart 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige 3] :

[slachtoffer] kreeg sms'jes van [verdachte] , haar baas. Ik heb een paar sms'jes gelezen. 'We hadden het leuk hé, vorige week, samen?' Dit schreef [verdachte] dan. Ook las ik berichtjes die [verdachte] aan [slachtoffer] stuurde: 'ik hou van xxx, doen we nog een keer hé?' Dat soort dingen. Ik zag dat [slachtoffer] er wat onrustig en zenuwachtig van was.

1.4.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2013122802-16, d.d. 11 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Verbalisant: Wat voor gesprekken hadden jullie?

Verdachte: Dat ze van me houdt, dat ik van haar houd, dat ze met me wil trouwen en dat ik met haar wil trouwen.

1.5.

een ambtsedig proces-verbaal, nummer PL0100-2013122802-18, d.d. 11 juni 2014 opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Verbalisant: Wat voor ondergoed draag jij?

Verdachte: Type boxer, normaalgesproken zwart.

Verbalisant: Hoe zit het met jouw schaamhaar?

Verdachte: Soms scheer ik dat er af.

Redengeving bewezenverklaring

De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen hierna bewezen wordt verklaard. Op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het hierna bewezen verklaarde heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 september 2013 tot en met 29 oktober 2013, te [pleegplaats] in de gemeente Smallingerland, in een restaurant en een schuur bij dat restaurant en in een slaapkamer in een boven dat restaurant gesitueerde woning meerdere malen ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige ondergeschikte, te weten [slachtoffer] , geboren [geboortedatum slachtoffer] , bestaande die ontucht uit:

- het op schoot trekken en het kussen van [slachtoffer] en

- het betasten en strelen van [slachtoffer] aan haar kont en borsten, op en onder haar kleding en

- het uittrekken van kleding van [slachtoffer] en

- het brengen van de hand van [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis en

- het laten pijpen van hem, verdachte, door [slachtoffer] en het klaarkomen in de mond van [slachtoffer] en

- het brengen van één van zijn, verdachtes, vingers in de vagina van [slachtoffer] en

- het brengen van zijn, verdachtes, penis, nabij en in de vagina van [slachtoffer] ;

2.

hij in de periode van 1 september 2013 tot en met 29 oktober 2013, te [pleegplaats] in de gemeente Smallingerland, afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt is betrokken, heeft verworven en in bezit gehad, immers heeft hij verdachte, na vragen van hem, verdachte, daarnaar, meerdere foto's, waarop die [slachtoffer] , geboren [geboortedatum slachtoffer] , al dan niet gedeeltelijk naakt voor de camera poseerde, en filmpjes, waarop [slachtoffer] zichzelf streelde en zich (in een zgn. striptease) van haar kleding ontdeed, welke foto's en filmpjes [slachtoffer] al dan niet via een spiegel van zichzelf had gemaakt, ontvangen via WhatsApp en opgeslagen.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Ontucht plegen met zijn minderjarige ondergeschikte, meermalen gepleegd.

2. Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem door Reclassering Nederland d.d. 31 juli 2015 opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte, toen 45 jaar, heeft meerdere malen ontucht gepleegd met een verstandelijk beperkte werknemer van 17 jaar. Verder heeft hij het slachtoffer opdracht gegeven naaktfoto's en video's van zichzelf te maken en die naar hem te sturen, waarmee hij zich heeft schuldig gemaakt aan het verwerven en bezitten van kinderporno. Met zijn handelen heeft verdachte, op grove wijze en enkel ter bevrediging van zijn eigen lusten, misbruik gemaakt van een minderjarig en kwetsbaar meisje. Als werkgever had verdachte zorg moeten dragen voor een veilige werkomgeving voor het slachtoffer. In plaats daarvan heeft hij haar verschillende keren seksueel misbruikt, wat haar blijkens de slachtofferverklaring ernstige emotionele schade heeft toegebracht die psychologische en psychiatrische behandeling noodzakelijk maakte. De rechtbank rekent verdachte de door hem gepleegde feiten zwaar aan.

Het strafblad van verdachte zal de rechtbank niet in zijn nadeel of voordeel meewegen, nu daarop geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten staan. De reclassering heeft in haar rapportage aangegeven dat verdachte lijdt aan psychische problematiek, maar dat hij niet gemotiveerd is voor behandeling. Bijzondere voorwaarden zijn derhalve niet geïndiceerd.

De feiten zijn dermate ernstig dat deze niet anders dan door oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur kunnen worden afgedaan. Van een termijnoverschrijding die tot matiging van de straf zou moeten leiden, zoals de raadsman heeft betoogd, is geen sprake. Eerst in juni 2014 is verdachte aangemerkt als verdachte en in verzekering gesteld. De door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van vijftien maanden acht de rechtbank, alles overziend, passend en geboden.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde immateriële schade, te weten € 2.800,00, alsmede een deel van de gestelde materiële schade, te weten € 528,25, voldoende aannemelijk zijn geworden. Deze schades staan in zodanig verband met het onder 1. bewezen verklaarde feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar tot een bedrag

van € 3.328,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2013.

De rechtbank zal de gevorderde materiële schade afwijzen voor zover het de kosten van de mobiele telefoon van de benadeelde en een simkaart betreft, dit wegens het ontbreken van een causaal verband met het bewezen verklaarde.


De rechtbank zal de gevorderde materiële schade met betrekking tot de door de vader van de benadeelde partij opgenomen vakantiedagen eveneens afwijzen, nu deze post geen door de benadeelde zelf geleden schade behelst.

De rechtbank acht oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 240b en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3.328,25 (zegge: drieduizend driehonderdachtentwintig euro en vijfentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2013.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Wijst de vordering voor het overige af.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 3.328,25 (zegge: drieduizend driehonderdachtentwintig euro en vijfentwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 43 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 528,25 aan materiële schade en € 2.800,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het [slachtoffer] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

31 oktober 2013.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. de Wit, voorzitter, mr. Th.A. Wiersma en

mr. J.Y.B. Jansen, rechters, bijgestaan door mr. J.C. Huizenga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 oktober 2015.

w.g.

Wit

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Wiersma

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Jansen

locatie Leeuwarden,

Huizenga

1 Vgl. HR 7 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO6446.