Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2015:4712

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-08-2015
Datum publicatie
12-10-2015
Zaaknummer
18.830067-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid Sv.

Vrijspraak verkrachting. De rechtbank oordeelt dat uit het dossier niet zonder meer volgt dat verdachte aangeefster in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat zij zich daardoor niet tegen de seksuele handelingen kon verzetten.

Bewezenverklaring van ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

De rechtbank heeft bij de op te leggen straf rekening gehouden met het tijdsverloop in de zaak.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, 249
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2016/17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 18/830067-14

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

24 augustus 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

10 augustus 2015.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Eefting, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 31 mei 2013, te [pleegplaats 1] , [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3] , in ieder geval in de gemeente Loppersum en/of in de gemeente Bedum, meerdere malen, althans eenmaal (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een persoon, genaamd, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

-haar (tong)zoenen gegeven en/of

-haar gestreeld over haar, met kleding bedekte, borsten en/of

-haar gestreeld over haar, met kleding bedekte, kruisstreek en/of

-zijn hand in haar ondergoed op haar vagina gebracht en/of

-(een) vinger(s) in haar vagina gebracht en/of

-haar zijn penis laten aanraken en/of aftrekken

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte als beduidend ouder en dominant persoon, en medelid van de [muziekvereniging] ,

-die [slachtoffer] heeft gezegd en/of doen geloven dat hij haar behulpzaam kon zijn bij en haar verder kon brengen in haar muziekcarriere en/of

-middels een mobiele telefoon en/of sociale media heeft aangegeven dat hij

verliefdheidgevoelens voor haar had en/of

-als een soort vertrouwenspersoon heeft opgetreden en/of

-die [slachtoffer] een mobiele telefoon, geld, sigaretten en/of wijn heeft

gegeven en/of

(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of (aldus) een afhankelijkheids situatie heeft doen ontstaan waarin zij zich niet, althans onvoldoende, aan bovengenoemde handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 31 mei 2013, te [pleegplaats 1] , [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3] , in ieder geval in de gemeente Loppersum en/of in de gemeente Bedum, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ) bestaande die ontucht uit

-het geven van (tong)zoenen en/of

-het strelen over haar, met kleding bedekte, borsten en/of

-het strelen over haar, met kleding bedekte, kruisstreek en/of

-het brengen van zijn hand in haar ondergoed op haar vagina en/of

-het brengen van (een) vinger(s) in haar vagina en/of

-het haar laten aanraken en/of aftrekken van zijn penis;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 31 mei 2013, te [pleegplaats 1] , [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3] , in ieder geval in de gemeente Loppersum en/of in de gemeente Bedum, een of meermalen (telkens) door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten

als beduidend ouder en dominant persoon, en medelid van de [muziekvereniging] , en als persoon die haar behulpzaam kon zijn bij en haar verder kon brengen in haar muziekcarriere, en als persoon die middels een mobiele telefoon en/of sociale media heeft aangegeven dat hij verliefdheidgevoelens voor haar had, en als een soort vertrouwenspersoon, en als persoon die haar een mobiele telefoon, geld, sigaretten en/of wijn heeft gegeven

een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ), waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, te weten

-het geven van (tong)zoenen en/of

-het strelen over haar, met kleding bedekte, borsten en/of

-het strelen over haar, met kleding bedekte, kruisstreek en/of

-het brengen van zijn hand in haar ondergoed op haar vagina en/of

-het brengen van (een) vinger(s) in haar vagina en/of

-het haar laten aanraken en/of aftrekken van zijn penis.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair ten laste gelegde verkrachting, meermalen gepleegd, kan worden bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van aangeefster consistent en gedetailleerd is. Aangeefster heeft tegen diverse getuigen, tijdens het zogenaamde informatieve gesprek met de politie en in de latere aangifte steeds hetzelfde verklaard over onder andere de seksuele handelingen en over de plaatsen waar die handelingen zouden hebben plaatsgevonden. Voorts zitten er veel chatgesprekken tussen aangeefster en verdachte in het dossier waaruit blijkt van een bijzondere relatie tussen hen.

Er was sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en aangeefster. Zo was aangeefster afhankelijk van verdachte voor vervoer op donderdagavond van en naar de muziekvereniging. Daarnaast ging aangeefster ervan uit dat verdachte bepalend was voor haar muziekcarrière en verdachte wist dat ook. Tot slot was verdachte een vertrouwenspersoon voor aangeefster. Aangeefster en verdachte bespraken alles met elkaar. Binnen dit kader hebben de seksuele handelingen zich afgespeeld. Aangeefster durfde in deze situatie geen 'nee' meer te zeggen tegen de door verdachte verrichte seksuele handelingen; er is sprake geweest van afgedwongen seks.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende wettig bewijs aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen. De verklaring van aangeefster kan niet betrouwbaar worden geacht, onder andere omdat zij aan diverse personen verschillende verhalen heeft verteld over het gebeurde. Daarnaast vindt de verklaring van aangeefster met betrekking tot de kern van het ten laste gelegde misbruik onvoldoende steun in bewijsmiddelen, die afkomstig zijn van een andere bron.

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde heeft de raadsman nog opgemerkt dat de ten laste gelegde feitelijkheden niet hebben kunnen leiden tot de capitulatie van aangeefster, zodat verkrachting niet kan worden bewezen.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman opgemerkt dat verdachte niet veel meer deed dan aangeefster van huis ophalen en weer thuis brengen. Daarnaast had verdachte contact met aangeefster over van alles en nog wat en sprak hij haar ouders ook wel eens, maar van 'toevertrouwd zijn aan de zorg of waakzaamheid van verdachte' is geen sprake geweest. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 22 april 1997 (NJ 1997, 546) is het enkel "oppassen" niet voldoende om te kunnen spreken van 'aan de zorg of waakzaamheid toevertrouwd zijn' in de zin van artikel 249, eerste lid Wetboek van Strafrecht (Sr). Veel meer dan iets wat met oppassen zou kunnen worden vergeleken heeft verdachte niet gedaan. Van deze variant van ontucht kan dan ook geen sprake zijn.

Beoordeling van het bewijs

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde oordeelt de rechtbank als volgt. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 27 augustus 2013 (ECLI:NL:HR:2013:494) kan van door een feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer als bedoeld in artikel 242 Sr slechts sprake zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Van door een feitelijkheid dwingen kan, volgens ditzelfde arrest, sprake zijn indien de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of zulk een dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, aldus de Hoge Raad.

De rechtbank oordeelt dat uit het dossier niet zonder meer volgt dat verdachte aangeefster in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat zij zich daardoor niet tegen de seksuele handelingen kon verzetten. Dat verdachte aangeefster liet geloven dat hij haar verder kon brengen in haar muziekcarrière en dat er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en aangeefster acht de rechtbank daartoe onvoldoende. Dat verdachte aangeefster daarnaast een telefoon uitleende en haar wel eens wijn of sigaretten gaf, evenmin.

De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat er sprake is geweest van een door verdachte uitgeoefende dwang. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het primair ten laste gelegde.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het subsidiair ten laste gelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 1 juli 2013, opgenomen op pagina 309 e.v. van dossier nummer PL01MC-2014004926 d.d. 21 januari 2014, inhoudende de verklaring van

[slachtoffer] , zakelijk weergegeven:

Ik ben geboren op [geboortedatum slachtoffer] . Ik woon in [pleegplaats 3] . Ik wil aangifte doen tegen [verdachte] . Na april 2012 kwam [verdachte] mij elke donderdag ophalen. Hij had dit met mijn ouders geregeld. [verdachte] had gezegd dat hij mij wel kon halen en brengen omdat de repetities in [pleegplaats 2] langer duurden dan 23:00 uur. In mei of juni 2012 ben ik na een feest in [plaats 1] rond 01:00 uur bij [verdachte] in de auto gestapt. We stonden ergens op een weg nabij [pleegplaats 1] . Ik voelde dat hij mij een kus met de tong gaf. Zijn hand streelde mijn borsten over de kleren. Ik voelde dat hij met zijn hand over de broek streelde over mijn geslachtsdeel. [verdachte] zei toen dat het 02:00 uur was en dat hij mij naar huis bracht.

De week erna reed [verdachte] naar de parkeerplaats van [locatie] in [pleegplaats 2] . Hij heeft mij toen weer getongzoend. Op een avond in juli 2012 heeft [verdachte] mij opgehaald. Na de vakantie ben ik elke donderdag bij hem in de auto gestapt. Het was elke week weer hetzelfde liedje. Elke week weer zoenen en aanraken.

[verdachte] reed na de repetitie elke keer naar de parkeerplaats bij [locatie] . Het ging toen steeds verder. Hij zette mij op de achterbank. [verdachte] begon mij te zoenen. Ik voelde dat hij met zijn hand bij mijn boxershort inging. Ik voelde dat zijn vingers in mijn vagina gingen.

Hij heeft mij daarna nog vaker gevingerd. Hij heeft een keer zijn broek open gemaakt en hij bracht mijn hand richting zijn onderbroek. Ik heb zijn penis uit zijn onderbroek gehaald. Ik heb hem toen afgetrokken. Dit gebeurde 200 meter bij mijn huis vandaan. Het was na oktober. Dit is maar één keer gebeurd. Het vingeren is bijna elke donderdag gebeurd.

De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting, inhoudende, zakelijk weergegeven:

In april 2012 werd er vanuit de vereniging kenbaar gemaakt dat men het niet verstandig vond dat [slachtoffer] op de fiets naar de repetitie ging. Men wilde niet dat zij in het donker naar huis fietste. De repetities waren altijd van half acht tot half elf, met uitloop naar elf uur. Het is vaker voorgekomen dat [slachtoffer] rond twaalf uur thuis kwam. Het was 10 minuten rijden van het clubgebouw van de muziekvereniging tot het huis van [slachtoffer] . Het is één keer gebeurd dat ze rond 02:00 uur thuis kwam. We zijn toen rond 01:00 uur vertrokken vanaf het jubileumfeest in [plaats 1] . Ik ben bij [pleegplaats 1] gestopt en toen hebben we gepraat.

Een proces-verbaal d.d. 6 januari 2014, opgenomen op pagina 257 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Vanaf eind april 2012 is [slachtoffer] met mij meegereden in de auto naar de repetities. Ik heb gezegd dat ik [slachtoffer] wel kon oppikken. [slachtoffer] heeft dat thuis besproken en haar ouders vonden dat prima. Vanaf het voorjaar 2012 haalde ik [slachtoffer] elke donderdag op. Eind april 2013 heb ik [slachtoffer] voor het laatst vervoerd.

Een proces-verbaal d.d. 7 januari 2014, opgenomen op pagina 273 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Na een feest in [plaats 1] heb ik [slachtoffer] inderdaad thuis gebracht. Ik had veel gesprekken met [slachtoffer] . Zo ben ik ook wel een paar keer gestopt bij de parkeerplaats van [locatie] . Na 12 oktober 2012 moest [slachtoffer] na de repetities om 23:30 uur thuis zijn; een uur na de repetities dus. Voor die datum kwam het wel voor dat [slachtoffer] na twaalven thuis was.

Een proces-verbaal d.d. 2 oktober 2013, opgenomen op pagina 328 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [verklarende 1] , zakelijk weergegeven:

[verdachte] haalde [slachtoffer] elke donderdag op met de auto en bracht haar weer thuis. Mijn man en ik hebben bij ons thuis kennis gemaakt met [verdachte] . [slachtoffer] werd altijd rond 23:30 uur thuisgebracht. We hadden de afspraak dat zij om 23:00 uur thuis was. Ik heb [verdachte] hier diverse malen op aangesproken. Het ging dan een paar keer beter, maar daarna kwam ze weer te laat thuis.

Op een avond kwamen [persoon 1] en [persoon 2] van [muziekvereniging] met mijn man en mij praten over berichten tussen [verdachte] en [slachtoffer] . [slachtoffer] zei toen dat er nog meer was. Zij vertelde onder andere dat [verdachte] bij haar kruis naar binnen was geweest met een vinger. [slachtoffer] moest heel erg huilen. Ik heb [slachtoffer] een hele tijd op schoot gehad.

Een proces-verbaal d.d. 30 oktober 2013, opgenomen op pagina 388 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [verklarende 2] , zakelijk weergegeven:

[slachtoffer] vertelde mij dat ze met [verdachte] had gezoend. Ze vertelde dat [verdachte] aan haar borsten had gezeten en dat hij dan ook haar hand pakte om op zijn penis te leggen. In juni 2012 was er een feest van de [muziekvereniging] in [pleegplaats 2] . [verdachte] en [slachtoffer] waren steeds weg die avond. [slachtoffer] en [verdachte] zijn daar ook blijven slapen.

[slachtoffer] moest na de repetities om 23:00 uur thuis zijn van haar ouders. Ze gingen dan vlak voor 23:00 uur weg, soms iets later. [verdachte] kwam dan soms om 24:00 uur pas weer terug in het clubgebouw.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 oktober 2013, opgenomen op pagina 46 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van [verbalisant] , zakelijk weergegeven:

Op 22 oktober 2013 kreeg ik, verbalisant, van [getuige 1] chatgesprekken toegezonden. Het ging om chatgesprekken tussen aangeefster [slachtoffer] en [verdachte] . Met toestemming van aangeefster heb ik haar Facebookaccount bekeken. Ik zag dat de betreffende chatgeschiedenis overeen kwam met de chatgeschiedenis die door [getuige 1] was verstrekt.

(30 juni 2012)

H= [verdachte]

D= aangeefster [slachtoffer]

H: Yess@ Ik heb nu al zin in de 19de ...... blijf ook in mstum slapen…. in een tent :)

D: Met wie dan

H: Wie denk je

D: [voornaam 1] ?

H: Mis, die slaapt thuis

D: Met [voornaam 2] ?

H: Mis, slaapt ook thuis- nog l kans

D: Met [voornaam 3] ? Ik weet het echt niet :$

H: Je weet het best

D: Haha, nee niet helemaal want ik ga bij [voornaam 4] pitten dus ik ben het ook niet

H: Ga je niet bij [voornaam 4] pitten

D: haha heb ik al afgesproken ;)

H: Zeg morgen maar af

D: Hoezo?

H: Gezellig...kampvuurtje...sterren kijken

D: Ja is wel gezellig alleen ik zal al bij [voornaam 4] pitten andere keer beter goed?

H: Snapt [voornaam 4] wel

D: Ja maar ik had het al afgesproken ;) Waarom wil jij dat dan zo graag?

H: Omdat ik je super gezellig vind....net als vanmiddag....kletsen en smoken:)

D: Jaa dat was gezellig..doen we dat weer een andere x goed? ;)

H: Wat jij wil..jij durft niet he?

D: Jawel ik durf wel alleen is het zo raar ofzoo

H: Dat bepalen wij zelf…interesseert me niks wat een ander er van vindt…gewoon gezellig…gewoon doen.

(28 oktober 2012)

H: Ik kon niet slapen in het gebouw

D: Wattan.

H: Ben je nu thuis?

D: Ja.

H: Ik moet steeds aan een bijzonder iemand denken

D: ok..

H: Echt een k.gevoel

D: ga je niet pitten

H: jawel

D: Ik nu ook

H: Nieuwe profielfoto…mij recht in de ogen kijken…be

D: Tis werd toch eens tijd :)

H: Anders niet recht in de ogen nu steeds…aargh

D: Tja het is een foto

H: Donderdag weer in het eggie…om in te verdrinken

D: vandaag kreeg ik weer een heleboel complimenten over mijn ogen..

H: Jaa... je doet dit expres

D: Nee hoor

H: Naar mij

D: Wat?

H: Mij plagen

D: Nee hoor. Het werd tijd voor een nieuwe pf..

H: Echt mooi…ik ga vd muziek af

D: Waarom?!

H: Be

D: Niet om mij.

H: Ik blijf wel….maar jij leidt mij teveel af :)

D: Hoezo dan?

H: Je hebt mijn hart geraakt…..

D: Ik heb er niks voor gedaan…..

H: Het komt door wie je bent…. donderdag meer. Praat ik je bij. Wat jou bijzonder maakt.

Waarom ik nu ziek ben.

D: Waarom ben je ziek?

H: Omdat ik iemand heel erg mis….

D: Tja…

H: Ik wil niemand pijn doen….. maar ik heb mijn hart verloren….

D: Het wordt mij allemaal een beetje teveel nu

(16 januari)

H: Wacht maar tot je op jezelf woont.

D: haha okee dan word het allemaal anders

H: Maar wel samen…. echt leuk :)

D: jaa haha maar jij blijft wel in [plaats 2] wonen :p

H: Nee

D: Bij je vrouw

H: Nee. Maak je geen zorgen… ik ga het heel goed regelen.

D: en je kinderen dan?

H: wordt allemaal top geregeld…zij blijven hier samen wonen. Ik ben hun vader en zal er altijd voor hun zijn…ook voor [voornaam 5] . Wordt een goede samenwerking. En wat ik beloof doe ik ook. Van jou vraag ik alleen om lief voor mijn kinderen te zijn.

D: [voornaam 6] is 2 jaar jonger dan mij.

H: Geloof me…dat komt goed. Jij bent dan al weer 18.

D: dat zien we allemaal dan wel weer. Ik moet eerst ff alles op een rijtje zetten. mijn gedachten en gevoelens ordenen.

H: Precies…nu gewoon genieten! De rest zien we wel. Niet langer over nadenken…is mijn verantwoordelijkheid en je wet nu hoe ik hierover denk. Okee :) We zien wel hoe het loopt. Nu eerst Xx

pagina 160:

H: Zo..zo Geef es wat meer Xx

D: haha hoeft tog niet elke keer?

H: Liefst wel Xx….voelt zo goed :)

H: Je bent lief. Heel lief Xx

pagina 161:

H: haha..ik doe wat ik wil en jij hoort bij mij Xx

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt bij de waardering van het bewijs en de beoordeling van de tenlastelegging

– mede gelet op de door de raadsman gevoerde bewijsverweren – het volgende voorop. Ingevolge het bepaalde in het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet worden aangenomen op een verklaring van slechts één getuige en/of op verklaringen die afkomstig zijn van die ene getuige of bron. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat het de rechtbank verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige waargenomen feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Volgens vaste jurisprudentie is niet vereist dat het steunbewijs de kern van de tenlastelegging raakt, voldoende is dat daarin specifieke steun kan worden gevonden voor het eerste bewijsmiddel, opdat deze niet op zichzelf staat, maar is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.

Anders dan door de raadsman ter terechtzitting is betoogd acht de rechtbank de verklaring van aangeefster voldoende betrouwbaar. De rechtbank overweegt daartoe dat aangeefster tijdens het informatieve gesprek, tijdens haar aangifte en tegen diverse getuigen steeds hetzelfde verhaal heeft verteld. Haar verklaring is aldus consistent. Daarnaast is haar verklaring gedetailleerd.

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van aangeefster in belangrijke mate steun en bevestiging vindt in de overige aangehaalde bewijsmiddelen. Haar verklaring is genoegzaam ingebed in een concrete context en wordt op belangrijke onderdelen ondersteund door onder meer de verklaring van verdachte en de verklaring van de moeder van aangeefster, getuige [verklarende 1] . Zo bevestigt verdachte in zijn verklaring dat hij aangeefster elke donderdag van huis haalde en weer terugbracht en dat hij meerdere malen met aangeefster in zijn auto is gestopt op de parkeerplaats in [locatie] . Ook bevestigt hij de feitelijke gang van zaken na het feest in [plaats 1] en ten tijde van de jaarafsluiting in juli 2012.

Uit de verklaring van aangeefster, de verklaring van verdachte en de verklaring van [getuige 2]

heeft de rechtbank vervolgens de overtuiging bekomen dat verdachte het strafbare feit heeft gepleegd. De inhoud van de tussen verdachte en aangeefster gevoerde chatgesprekken sterkt de rechtbank in haar overtuiging.

Wat opvalt uit het overzicht en de inhoud van de gesprekken is dat verdachte het gesprek veelvuldig een amoureuze wending lijkt te willen geven en dat aangeefster hierop veelal afwijzend reageert. Ter terechtzitting over deze gesprekken ondervraagd, heeft verdachte ontkend dat zijn opmerkingen in die gesprekken enige amoureuze lading hadden. Zo heeft verdachte over de chat waarin hij schrijft dat aangeefster hem in zijn hart heeft geraakt ter terechtzitting verklaard dat aangeefster hem raakte door de manier waarop zij over de overleden (schoon)moeder van verdachte sprak. Uit de overige bewoordingen van deze chat noch uit de context daarvan, blijkt dat de overleden (schoon)moeder toen ook maar één moment onderwerp van gesprek was tussen verdachte en aangeefster.

Ten aanzien van andere chatgesprekken heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij heel vaak een geintje maakte, of dat hij bepaalde dingen zei tegen aangeefster om haar "een goed gevoel" te geven.

De rechtbank acht de pertinente ontkenning van verdachte dat de hem voorgehouden passages een amoureuze lading hebben, zeer ongeloofwaardig. Op basis van de chatgesprekken ziet de rechtbank bevestigd dat verdachte aangeefster op een amoureuze manier benaderde en haar kennelijk seksueel aantrekkelijk vond.

In de Memorie van Toelichting worden als voorbeelden van minderjarigen die "aan zijn zorg of waakzaamheid zijn toevertrouwd" in de zin van artikel 249 Sr genoemd kinderen die zijn toevertrouwd aan bijvoorbeeld gezinsvoogden of jeugdleiders. Van zorg of waakzaamheid is echter niet alleen sprake als op de dader ingevolge een daartoe strekkende bevoegdheid of kwaliteit een eigen zorgplicht rust of aan hem een (feitelijke of juridische) zorgplicht geheel is overgedragen. Ook tijdelijke of gedeeltelijke overdracht van de zorgplicht komt in aanmerking. Vaste uitleg in de jurisprudentie is dat de hoedanigheid ten opzichte van de dader hierdoor wordt gekenmerkt, dat die hoedanigheid telkens een min of meer grote mate van afhankelijkheid van de dader meebrengt, en dat de dader daaraan een zeker overwicht tegenover de minderjarige kan ontlenen. De strekking van artikel 249 Sr is bescherming te verlenen aan minderjarigen, die als gevolg van die afhankelijkheid en dat overwicht minder weerstand aan de dader kunnen bieden.

Verdachte haalde aangeefster op structurele basis, te weten elke donderdagavond, van huis op om naar de repetities van de muziekvereniging te gaan. Na de repetities bracht verdachte aangeefster weer thuis. Verdachte deed dit, omdat het niet verantwoord werd geacht dat aangeefster in het donker alleen op de fiets naar de muziekvereniging ging. In dat kader heeft verdachte ook kennis gemaakt met de ouders van aangeefster.

Bovenstaande in aanmerking nemend is de rechtbank van oordeel dat in de onderhavige zaak, gezien het significante leeftijdsverschil tussen verdachte en aangeefster en de omstandigheid dat geen directe bescherming van een ouder geboden kon worden en dat aangeefster afhankelijk was van verdachte voor het vervoer naar de muziekvereniging, sprake is van een zodanig overwicht dat aangeefster aan de waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd.

De rechtbank is van oordeel dat het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de periode van 1 april 2012 tot en met 31 mei 2013, te [pleegplaats 1] , [pleegplaats 2] en [pleegplaats 3] meerdere malen ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] ) bestaande die ontucht uit

-het geven van (tong)zoenen en

-het strelen over haar, met kleding bedekte, borsten en

-het strelen over haar, met kleding bedekte, kruisstreek en

-het brengen van zijn hand in haar ondergoed op haar vagina en

-het brengen van vingers in haar vagina en

-het door haar laten aanraken en aftrekken van zijn penis.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op:

Ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Bij het bepalen van de eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van de feiten. In het voordeel van verdachte heeft de officier van justitie rekening gehouden met het tijdsverloop in deze zaak en met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat, indien de rechtbank tot een strafoplegging komt, daarbij rekening moet worden gehouden met het tijdsverloop tussen de aanhouding van verdachte en de uiteindelijke berechting.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat het aan verdachte opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tot een ontwrichting van het gezin van verdachte zal leiden. Verdachte zal zijn baan en zijn inkomen kwijtraken met onder meer als gevolg dat het gezin van verdachte hun woning zal moeten verlaten.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft ontucht gepleegd met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige. Verdachte haalde aangeefster elke donderdag met zijn auto op van huis om naar de muziekvereniging te gaan. Voordat hij haar thuis weer afzette pleegde hij seksuele handelingen met haar.

Door zo te handelen heeft verdachte op ernstige wijze de lichamelijke en geestelijke integriteit van aangeefster geschonden. Daarnaast heeft hij het vertrouwen, dat door aangeefster en haar ouders in hem was gesteld, op grove wijze beschaamd. Het is een feit van algemene bekendheid dat door feiten als de onderhavige een normale seksuele ontwikkeling kan worden doorkruist en het slachtoffer nog geruime tijd te kampen kan hebben met de psychische gevolgen van hetgeen haar is aangedaan. Dat hiervan sprake is blijkt uit de ter zitting namens het slachtoffer voorgedragen slachtofferverklaring.

Ook houdt de rechtbank rekening met de ouderdom van de strafzaak. Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is daaromtrent het volgende gebleken. Verdachte is door de politie over de ten laste gelegde feiten voor het eerst gehoord, na zijn aanhouding, op

6 januari 2014 en mocht er, gelet op de inhoud van dit verhoor, vanuit gaan dat hij ter zake strafrechtelijk zou worden vervolgd. Het door de politie opgemaakte en ingezonden

proces-verbaal van onderzoek is op 28 januari 2014 ingekomen bij het arrondissementsparket Noord-Nederland. Eerst op 30 juni 2015, derhalve bijna anderhalf jaar later, heeft de officier van justitie besloten om tot dagvaarden van verdachte over te gaan (tegen de zitting van

10 augustus 2015). Op deze gang van zaken en dit tijdsverloop heeft verdachte zelf geen enkele invloed gehad. De officier van justitie heeft ter terechtzitting meegedeeld geen enkele verklaring te kunnen geven voor het - ook volgens hem - ongewenst lange tijdsverloop tussen het eerste verhoor van verdachte en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Duidelijk is geworden dat verdachte (overigens net als aangeefster) onnodig lang gebukt is gegaan onder de onzekerheid die bedoeld tijdsverloop voor hem meebracht aangaande de uiteindelijke afloop van het strafrechtelijk onderzoek naar hem. Op grond van een en ander zal de rechtbank in het voordeel van verdachte met dit tijdsverloop rekening houden.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. Tot slot heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit en de bewezen verklaarde periode, aan verdachte in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd.

Gelet echter op het tijdsverloop in de zaak en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zal de rechtbank aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur aan verdachte opleggen, met een proeftijd van twee jaar.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een werkstraf voor de maximale duur opleggen.

Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte subsidiair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit immateriële schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, nu hij voor vrijspraak heeft gepleit, betoogd dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met de door verdachte gepleegde strafbare feiten, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die (subsidiair) niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2013.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 57 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2013.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Baluah, voorzitter, mrs. L.H.A.M. Voncken en

A. Jongsma, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 augustus 2015.